|
< DE DOOFSTOMMEN-INRICHTING TE ROTTERDAM j»
| door JULES H. WOLF -------------—------------------ |
= =L
.................... . ............................................................................. ................ ....
Buste van David Hirsch,
stichter der inrichting.
leerlingen der Doofstommen-Inrichting met het onderwijzend personeel.
M
et belangstelling heb
ik bovengenoemde inrichting
bezocht ....
en met verbazing heb ik gezien
wat daar van absoluut
doofstomme kinderen gemaakt
wordt!
En reeds aan ’t begin van
mijn opstel moet ik dan ook
hulde brengen aan het onderwijzend
personeel voor het
enorme geduld, om datgene
te bereiken wat het doel der
inrichting is: doofstommen
zoodanig het spreken te
leeren, dat zij in ’t familie- De
en maatschappelijk leven zich
met hunne medemenschen kunnen onderhouden!
De methode die voor het leeren spreken gevolgd wordt
is de spreekmethode, n.1. het leeren afzien van de lippen,
welke methode door David Hirsch in ons land voor goed
werd ingevoerd, nadat ze door Amman reeds vóór anderhalve
eeuw in toepassing was gebracht doch weldra in vergetelheid
geraakt was.
David Hirsch die als privaatonderwijzer, ten huize van
den toenmaals te Rotterdam wonenden Dr. Polano (later
Professor te Leiden) kwam om diens beiden doofstommen
kinderen volgens Hirsch’ methode het spreken te leeren en
verder op te voeden, wist een kringetje van doofstomme
leerlingen om zich te verzamelen en ten slotte zóóveel
belangstelling voor het doofstommen-onderwijs op te
wekken, dat op zijn initiatief de Doofstommen-Inrichting
opgericht en den 23en Mei 1853 geopend werd. Dat was
voor Hirsch, die er directeur van werd, wellicht de
schoonste dag van zijn leven. Hij was een uitstekend
doofstommen-onderwijzer en wist zijne medewerkers met
geloof en vertrouwen in zijne methode te bezielen.
Door zijn buitengewone energie en groote werkkracht
wist hij zooveel belangstelling in alle kringen der maatschappij
voor het doofstommenonderwijs op te wekken,
dat binnen korten tijd de Rotterdamsche Inrichting zoowel
in het binnen- als in het buitenland als een modelschool
voor Doofstommen werd aangemerkt, zelfs was ’t
aan Hirsch te danken dat België, Engeland en Italië de
spreekmethode hebben ingevoerd. Hij overleed den 2en
Februari 1895, diep betreurd door al zijn leerlingen en
oud-leérlingen, waarvan het beste bewijs gegeven werd,
toen zijn oud-leerling Eduard Polano aan zijn graf, onder
indrukwekkende stilte, een treffende en duidelijk uitgesproken
lijkrede hield, waarin hij Hirsch huldigde voor
alles wat hij voor de doofstommen gedaan had.
Hirsch werd als directeur opgevolgd door den heer
I. Bikkers, die ook zéér veel voor den bloei der inrichting
gedaan heeft.
De derde directeur der Doofstommen-Inrichting was de
heer A. F. Fehmers, die, toen hij den len September 1913
als directeur aftrad (helaas wegens gezondheidsredenen),
50 jaar aan de school verbonden was. Heel, heel veel
heeft hij voor het doofstommenonderwijs en voor de
inrichting gedaan. Zijn nagedachtenis — de heer Fehmers
is kort na zijn aftreden overleden — zal dan ook ongetwijfeld
bij allen, die gedurende dien langen tijd aan de inrichting
geweest zijn, in hooge eere worden gehouden.
Zijn opvolger werd zijn broeder, de heer P. J. Fehmers,
die thans ook reeds circa 40 jaar aan de DoofstommenInrichting
verbonden is.
De Fröbelklasse.
En Iaat ik thans van de Inrichting en het onderwijs
wat gaan vertellen.
De inrichting, gelegen aan de naar Amman genoemdeAmmanstraat,
bestaat uit een groot gebouw met vele fanke,
luchtige, goed verlichte schoollokalen en een zeer grooten
tuin waarin de kinderen in groepen eenige malen per
dag spelen. Er zijn circa 160 kinderen, voor de helft
jongens en voor de andere helft meisjes, van 3 tot 16 jaar.
Twee leerlingen zijn er van 18 en 19 jaar, maar dat
is een uitzondering. Zonder de geringste overdrijving kan
men bewezen dat deze twee leerlingen slachtoffers zijn
vah het ontbreken van leerplicht voor doofstommen.
Het wordt trouwens meer dan tijd dat leerplicht voor
doofstommen, die b.v. in Denemarken reeds vanaf 1807
bestaat, ook in ons land wordt ingevoerd. Die leerplicht
Het eerste onderwijs in het leeren spreken, schrijven en afzien
van de lippen.
zou dan, volgens de deskundigen, toepasselijk zijn op
kinderen van 6 tot 17 jaar,. want het ontbreken er van
heeft tot gevolg dat de kinderen dikwijls een paar jaar
te laat op school komen, doordat de ouders hunne misdeelde
kinderen vertroetelen en niet willen afstaan, en
daardoor te laat inzien dat zij hunne lievelingen naar
een Doofstommenschool moeten zenden, willen zij hen
tot nuttige leden der Maatschappij zien worden.
De Inrichting heeft ten doel onderwijs te geven aankinderen
die de gewone lagere school niet kunnen volgen
wegens doofheid en de daaruit voortvloeiende nadeelige
gevolgen van spraak en ontwikkeling, hetzij deze doofheid
geheel of gedeeltelijk is.
Er zijn n.1. ook kinderen die slechts half
doof zijn, waardoor voor hen de beteekenis
van het gesprokene grootendeels verloren
gaat omdat zij de klank-elementen, die in de
woorden voorkomen, niet genoegzaam herkennen
kunnen. Ook die kinderen moeten
methodisch spreken leeren en aflezen (afzien)
van de lippen.
Iets soortgelijks doet zich voor met kinderen
die goed hooren en niet spreken kunnen,
die men hoorstommen noemt. Deze kinderen
vormen aan de Inrichting een afzonderlijke
klasse; zij blijven daar ongeveer twee jaar
om spreken te leeren, en gaan daarna naar
de gewone school.
Sedert October 1912 is aan de Inrichting
een fröbelklasse verbonden. Het Bestuur
werd door een artikel in de Gids van Frof.
H. Burger op het fröbelonderwijs voor doofstommen
opmerkzaam gemaakt en besloot
in navolging der Amsterdamsche Inrichting,
David Hirsch met zijn eerste
twee leerlingen, Eduard en
Marianne Polano.
die dat ook sedert een paar
jaar in toepassing brengt, tot
de oprichting eener fröbelklasse.
ïn deze klasse bedoelt men
oog en hand te ontwikkelen
en daarmee ook het verstand.
Daar hebben ze ook reeds
afzien-oefeningen van doodeenvoudige
woordjes en hééle
kleine zinnetjes.
Van de fröbelklasse gaan
de kleintjes naar de klasse
waar de eerste spreekoefeningen
gehouden worden
(zooals onze foto duidelijk
in beeld brengt), waarbij spreken, afzien, lezen en
schrijven tegelijk onderwezen worden.
In een volgende klasse wordt het onderwijs in het
spreken voortgezet en vervolgens zoo in iedere klasse,
zelfs in alle vakken zooals aardrijkskunde, teekenen,
geschiedenis, handwerken, kostuumnaaien, gymnastiek,
enz., met dien verstande dat bij het onderwijs van deze
vakken steeds het aanleeren der taal op den voorgrond
treedt.
In de hoogere leerjaren volgen de leerlingen alleen
’s morgens het gewone onderwijs.
’s Middags, van 2 tot 7 uur, leeren zij beroepen aan
op werkplaatsen in de stad,
Deze beroepen zijn: meubelmaker, schoenmaker, wagenmaker,
horlogemaker, bakker, zincograaf, stoffeerder, goudsmid,
drukker, enz.
Sommige meisjes bezoeken een modeatelier om er het
modevak te leeren.
Alle deze leerlingen leeren op kosten der Inrichting
een vak en als ze op 16-jarigen leeftijd de school verlaten
is er een goede grondslag gelegd voor hun toekomst
om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien en staan
zij in de maatschappij niet zoo hulpeloos als zij anders
zouden hebben gedaan.
Behalve leerlingen uit Rotterdam zijn er ook vele
kinderen uit andere plaatsen, uit alle standen, die aan
de Inrichting onderwijs genieten.
Deze worden door de inrichting uitbesteed in gezinnen
die volgens stand en godsdienstige gezindte doorhet Bestuur
in overleg met de ouders gekozen worden.
Over die pleeghuizen, die in alle opzichten uiterst
gunstig bekend staan, wordt door of vanwege het Bestuur
voortdurend een nauwgezet toezicht gehouden, alles tot
heil en in het belang der kinderen. •
En dat alles is het zegenrijk werk van David Hirsch 1
Zijn oud-leerlingen vooral hebben dat begrepen en
het waardeerende hebben zij ter gelegenheid van den
lOOen gedenkdag zijner geboorte (23 Mei 1913) als een
eeuwig blijvende hulde aan hun grooten weldoener,
daarvan blijk gegeven door de stichting van een fonds
ten behoeve van bejaarde, behoeftige doofstommen,
en hebben die stichting de „David Hirsch-Stichting”
genoemd.
Moge de geest van Hirsch blijven voortleven in de
Inrichting die zooveel aan hem te danken heeft en waaraan
hij een groot deel van zijn leven besteedt heeft.
En moge zijn nagedachtenis ook hen bezielen die thans
met zooveel liefde en geduld zijn arbeid voortzetten!
De ontslag-klasse 1914. In ’t midden de directeur de heer P. J. Fehmers
|