Panorama

Blad 
 van 2380
Records 906 tot 910 van 11897
Nummer
1914, nr.05, 29 juli 1914
Blad
01
Tekst
29 JULI 1914 N° 2fc JAAKbAIMb UITGAVE VAN A. W. SIJTHOFF’S U ITGEVERS-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN Redactie en Administratie: DOEZASTRAAT 1 - Telefoonnummer 1 PRIJS BIJ N U M M ERVER KOOP 1O CENT, VOOR BELGIË 20 CENTIEMEN ■lIMabMlÈlhMflllMBlIHMllIlMlB (foto Bern. F. Eilers). Uit het land van Laren. Panorama
PDF
Nummer
1914, nr.05, 29 juli 1914
Blad
02
Tekst
adden een Larensche boer en boerin ons al niet geruimen tijd van te voren aangeglunderd van de aanplakbiljetten, beiden in de oude kleederdracht der streek, de boerin in een stel rokken, omvangrijk als een circustent, het gezicht gevat in een stijve muts, met een boodschappenmand aan den arm en een opzienbarende besteedster in de hand; de boer met stijve kousenbeenen, den glimmenden vijf-kop op het bejaarde hoofd en een neuswarmer in den mond, die zoo breed als de gleuf van een brievenbus was? De twee ouwe, gezellige snijbieten, hadden onze belangstelling gaande gemaakt, en zoo hadden we de reis naar hun marktplein aanvaard. Het was een mooie tocht, niet het minst tusschen Hilversum en Laren. Gele korenvelden, witte zanderijen, donkere dennenbosschen, bruin-rosse hei en blauwe verschieten. Langs de boschkanten zag men geweldig veel afval en oud papier liggen, ten bewijze dat ook in deze natuurgebieden de beschaving der groote stad (des Zondags) doorgedrongen was, De aanblik van al deze opgevouwen, verfrommelde, verscheurde en saamgepropte nieuwsbladen was aangrijpend om de overdadigheid; het was waarlijk overstelpend; eiken Zondag komen daar natuurlijk groote voorraden bij en de oude partijen worden niet weggeruimd en blijven dus maar aldoor daar liggen, vermoedelijk om het spreekwoord te bevestigen: ,,Het papier is geduldig!" Wanneer men aan het stationnetje uitstapt, loopt men om zoo te spreken, tegelijk het Gooische Marktplein op. Voor de, in oud-Hollandsche bullen getooide piekeniers hoeft men niet bang te zijn. Die doen geen kwaad. Het Marktplein biedt al dadelijk bij het betreden een alleraardigst schouwspel. Denk u een grasveld, met rondom een keur van oude, geestige geveltjes als echte, onvervalschte antiquiteiten. Het is werkelijk HET MUSEUM VAN DE FIRMA HELSLOOT. JAN TOEBACK OP DE GOOISCHE MARKT. (foto's Bern. F. Eilers). allerleukst. In het midden staat een muziektent, en er is een dansvloer, en vorige week Dinsdag is het seizoen ingegaan, en een mensch is maar ééns jong. Wat zegt ü nou? De heer Tabak, architect te Laren, voorzitter van „Laren’s Bloei" is de man, die deze tentoonstelling in elkaar heeft gezet. En daar heeft hij alle eer van. Het is een aardig geheel geworden. Kijk me daar dat openlucht-theater eens aan. Royaards en de zijnen zouden er zoo gretig op kunnen neerstrijken als leeuwerikken op hun graszoodje. Huizen in strenge Hollandsche renaissance wisselen af met gevels van meer Gooisch karakter. In een afzonderlijk buurtje, wat achteraf, vindt men de echte Larensche boerenwoningen en die zijn met haar geestige vensters en puiverdeeling en vooral met haar oubollige stroodaken zóó, dat Engelsche of Amerikaansche toeristen er nachten lang geen oog van zullen kunnen dichtdoen. Een- der fraaiste huizen is, zooals dat trouwens past, het Raadhuis. Er binnen vindt men een tentoonstelling van oude en nieuwe kunst. Schilderijen van Aug. Ie Gras, mooie oude meubels, batikwerk, oud kristal; „oud"-Hollandsche koperen lichtkronen als reusachtige schitterende spinnen hangen aan de zoldering. Nadat wij al dit moois hebben bekeken, wandelen wij verder het pleintje weer rond, verkwikken ons in een ouderwetsch restaurant, bekijken met genoegen een oud-modisch vruchtenwinkeltje, een schouwburgzaaltje, een zalig-zoet noga-huis, Jan Toeback’s winkel, waar de witte Gouwenaars kwistig in een bruine tabaks-woestijn liggen uitgestald, een Bodega, met nee maar, zoo’n knus oud geveltje met bloemenrekjes vol roode geraniums en voor de vensters koddige, neteldoeksche gordijntjes, in het midden ingenomen in den vorm van zandloopers, u weet wel. Echt op de manier van bet-over-over, hoor. En nóg ouder. Er is een museum van historische costumes van de firma Helsloot. Door de vensters blinken u de harnassen tegen met de roodgewelfde rompen en uitgebogen armen, en lijken wel reusachtige nikkelen en koperen suiker- en theepotten. De poort van het Marktplein is een pronkstukje van gevorderden renaissance-bouw, een rood steenen gevaarte, dat een waarlijk krijgshaftig voorkomen heeft. • Het zou ons te ver voeren, eene beschrijving te geven, ook zelfs maar een vluchtige, van alles wat er hier te zien is. Vestigen we dus nog eens in het kort de aandacht er op, dat in de zeer veel soortige huizen aan dit Marktplein alle bedrijven, alle fatsóènlijke bedrijven althans, worden uitgeoefend, dat deze huizen, ze mogen dan van hout-, stuc-, zeildoek- en tingelwerk zijn, veelal de trouwe nabootsingen zijn van nog bestaande huizen in den omtrek, dat er een keurige verzameling artistieke meubels van de firma Gebr. Simons uit Hilversum te zien is; dat de neringdoende bewoners van dit Marktplein prettige, vrindelijke praters zijn, dat de jonge juffers, die de klanten bedienen, in haar ouwerwetsche kleeren een aardig figuur maken, en uit welke eeuw ze ook mogen stammen, dan toch maar frisch en fleurig veelal zijn bewaard gebleven. Het is een aardig plan geweest, deze Gooische Markt. De uitvoering is niet minder aardig. Wij hopen nu maar, dat de bezoekers komen om te laten zien, dat zoo’n plan wordt op prijs gesteld. Bij een markt behooren dichte drommen marktbezoekers. TYPISCH OUD-LAREN. HET RAADHUIS. IN HET MUSEUM. De Gooische Markt te Laren
PDF
Nummer
1914, nr.05, 29 juli 1914
Blad
03
Tekst
UIT HET VOLLE LEVEN Jhr. Mr. G. A. A. NAHUYS, die tot burgemeester der gemeente Doesburg is benoemd. H.M. DE KONINGIN TE HENGELO. Donderdag j.1. heeft H.M. een bezoek gebracht aan Hengelo en heeft aldaar de scholen bezocht waar onderwijs wordt gegeven aan de leerlingen van Gebr. Stork & Co., de N.V. G. Dikkers & Co. en de Ned. Katoenspinnerij. Een groote menigte bracht H.M. een ovatie. HET MIDDENSTANDSCONGRES. Te Dordrecht is de vorige week het Middenstandscongres gehouden. Wij geven hierboven een foto van het Bestuur; in het midden de volijverige middenstandsman, de heer J. C. Meuwse, voorzitter. Mn. T. W. R. WTTÉWAAL, die benoemd is tot burgemeester der gemeente Lochem. ZUID-AFRIKAANSCHE LANDBOUWERS IN ONS LAND. Nederland heeft bezoek gehad van een groep Zuid-Afrikaansche landbouwers die officieel door de regeering is ontvangen. Onze foto geeft het bezoek der gasten te Heilo, waar de Noord-Hollandsche Rundvee- en Schapenfokkerij bezichtigd werd. In het midden op de foto Jhr. Mr. F. van Foreest; rechts naast de dames staande: Jhr. Mr. G. L. M. H. Ruys de Beerenbrouck, comm. d. Koningin in Limburg en voorz. v. d. Ned. Heide-Mij. (dag. bestuur). VEREENIGING TER SEVORD. v. o. BELANGEN DES BOEKHANDELS. De vorige week heeft in Artis te Amsterdam de jaarvergadering plaats gehad van de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels. Op onze foto ziet men verschillende bekende figuren uit de boekhandelaars- en uitgeverswereld. W. J. BRUINS, meesterknecht bij de N.V. A. W. Sijthoff’s Uitgevers-Mij., herdacht den 25en dezer zijn gouden jubileum bij deze firma, (fotoJonker) ZOM ER-VERGADERI NG VEREENIGING VOOR VROUWENKIESRECHT. De vorige week is te Deventer de zomer-vergadering gehouden van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Des Zaterdagsavonds was de vergadering voorafgegaan door een feestavond in de Buitensociëteit. Links, in het midden achter het tafeltje, Mr. Marchant, lid van de Tweede Kamer voor het district.Deventer. Mr. G. MOLL. t" Te Rotterdam is overleden Mr. G. Moll, mededir. v. d. Bijbank der Ned. Bank aldaar en oud-lid v. d. Rotterdamschen Gem.-raad. LIGHAL VOOR TUBERCULOSE-LIJDERS. Te Hilïegom is een lighal voor tuberculose-lijders geopend, waar in tegenstelling met vele andere inrichtingen van dezen aard, de patiënten zoowel door Katholieke als door Protestantsche zusters worden verpleegd. ZEN Dl N GS F EEST. De classis Assen van de Gereformeerde Kerken in Nederland heeft een groot Zendingsfeest georganiseerd in het Laarwoud te Zuidlaren. Op onze foto ziet men de bestuursgroep van dezen dag. Van links naar rechts: ds. J. Beekman, ds. Heida, ds. Zijlstra, ds. Schouten, ds. Dijkstra, ds. Petersen, ds. Scholten en ds. Smith.
PDF
Nummer
1914, nr.05, 29 juli 1914
Blad
04
Tekst
DE WRAAK VAN EEN VRIJGEZEL tijd in den elkan» heer Herman Huy was vrijgezel en niet onbemiddeld. Iedereen begrijpt wat dit zeggen wil. Kort geleden had hij een kleine villa gehuurd in het aardige dorpje Plaswijk. Een dergelijken bewoner moest men op prijs stellen en het duurde dan ook niet lang of hij was gemeenteraadslid en kerkvoogd van de kleine dorpskerk. Nu telde Plaswijk onder haar kleine bevolking niet minder dan zes ongetrouwde dames, allen min of meer op de namiddaghoogte van heur jeugd, dat wil zeggen, tussehen de vier en de vijf kruisjes. De heer Huy was ook een eindje in de veertig, overigens een nette verschijning. Hij stond met gezegde dames dan ook op zeer goeden voet. Hij dineerde bij mevrouw Smuts, een weduwe; speelde tennis met juffrouw Van Heel; fietste met juffrouw Evers; dronk thee bij mevrouw Stenfert, eveneens een weduwe; ontbeet bij juffrouw Verlint en repeteerde voor een dorpsconcert met juffrouw Los. Het was een zonnige tijd! Doch niets is bestendig hier beneên. Aan den helderen hemel van Plaswijk verscheen een wolkje, iets grooter dan een manshand: een meisje van ruim twintig jaar, met gouden lokken en blauwe o ogen was organiste geworden van het kerkje te Plaswijk. De zes mededingsters, overtuigd van de waarheid van het spreekwoord ,,eendracht maakt macht”, sloten een of- en defensief verbond en bezwoeren plechtig den handel en wandel van de nieuw aangekomene nauwkeurig te bespieden. „Hij bracht haar gisteravond thuis,” rapporteerde juffrouw Van Heel, terwijl ze bij mevrouw Stenfert op theevisite kwam. „Juffrouw Evers vertelde me,” zei nu mevrouw Stenfert, „dat hij aan haar deur een geheelen tijd bleef praten.” Juffrouw Van Heel stond op en vertrok. In de dorpsstraat komt ze juffrouw Verlint tegen, die haar zonder verdere inleiding toeroept: „Ze zijn beiden in de kerk. Zij zit te oefenen en hij zit in de bank en luistert. Juffrouw Los heeft ze gezien.” „En juffrouw Evers vertelde aan mevrouw Stenfert, dat ze gisteravond een geheelen tuin stonden te praten met de hoofden vlak bij der,” vertelde juffrouw Van Heel. „Ik zal er dominee over spreken,” zei nu juffrouw Verlint op beslisten toon. „ïk ga naar mevrouw Smuts en zal haar vragen of het onze plicht niet is er dominee mee bekend te maken.” „Hemelsche goedheid!” riep mevrouw Smuts uit, toen ze het verschrikkelijke nieuws hoorde. „Ik had er geen flauw vermoeden van.” „Geen van ons,” viel juffrouw Verlint in, „totdat we het met eigen oogen zagen. Je ziet hoe licht men zonder het te weten, een adder aan zijn borst koestert.” Mevrouw Smuts deelde dienzelfden avond aan juffrouw Los mede, dat ze heusch'niet kleingeestig of preutsch was, maar om zich maar in het halfdonker achter een heg te laten zoenen, neen, dat was infaam! Jammer genoeg was dominee ziek; er werd dus door de zes dames een vergadering belegd, waar als punt van behandeling ter tafel kwam: „wat zullen we doen?” Juffrouw Verlint wilde den dominee een langen brief schrijven, toen juffrouw Evers opmerkte: „Waarom schrijven we niet aan die deern ?” Dat sloeg in, en aldus werd besloten. Het was geen aardig briefje. Het bevatte een scherpe afkeuring van wat de schrijfsters noemden „een schaamteloos gedrag”, en voorts den eisoh dat de schuldige haar leven zou beteren en niet verder aanstoot geven, vooral met het oog op de slechte werking die haar ergerlijk voorbeeld op de dorpsbewoners zou kunnen teweegbrengen. Het eenige goede van het epistel was, dat het onderteekend was, nog wel door alle zes dames. Nadat de brief gesloten en geadresseerd was aan mejuffrouw Schild, Kerkstraat 10, werd hij door het gezamenlijke gezelschap op de post gedaan. Johanna Schild zong een vroolijk liedje van blijmoedigheid en geluk, toen de postbode den volgenden morgen den brief bracht. Het dienstmeisje nam dezen aan en de kamerdeur openende, riep ze: „Juffrouw, een brief!” „O, dank je wel,” antwoordde juffrouw Schild verheugd. met snellen blik het adres bekijkende. Het schrift kwam haar echter onbekend voor. Ze sneed nu den brief open en begon te lezen; doch wat is dat? Een gloeiende blos overdekte haar gelaat, dat onmiddellijk daarop zeer bleek werd. Tranen kwamen haar in de oogen. „Die varkens I” riep ze uit. Akelig, hatelijk tuig!” * * * Herman Huy stond voor den spiegel en bekeek met voldoening zijn beeltenis. „Niet slecht ” mompelde hij. „Menige jonge snuiter heeft al grijs haar! Ik geloof dat ze niet ouder dan EEN Deze foto BUITENVERBLIJF VAN MARIE-LOUISE TE VERSAILLES. heeft in onzen Fotografie-wedstrijd „Natuuropnamen” een 3en prijs behaald. {foto J. Mast. Gent). vier lief. het dat en twintig is, doch — wat hindert dat, als zij mij ... Waarom ben ik toch zoo dwaas! Ik durf niet minste of geringste tegen haar te zeggen, uit vrees ze mij uitlacht. Wat! wie voor den drommel komt me nou storen?” „Mijnheer, juffrouw Schild wil u spreken.” „Sapperloot,” mompelde Huy, „wat zal dat zijn?” Johanna Schild kwam de kamer binnen, zenuwachtig, en Huy zag dat ze zeer ontdaan was. „Goeien morgen,” riep hij opgeruimd uit, terwijl hij haar een hand toestak. „Wat een prachtige morgen! Ga zitten, dit is de gemakkelijkste stoel.” „Mijnheer Huy,” begon Johanna, diep ademhalende, „ik vrees dat ik op dit oogenblik vreeselijk tegen de conventie zondig, maar ik ben zeer bedroefd en u is zoo IN DEN VIJVER. Deze foto heeft in onzen Fotografie-wedstrijd „Natuuropnamen” een 3en prijs behaald. (foto P. v. Tol, 's-Gravenhage). vriendelijk voor mij geweest, gedurende den tijd dat ik hier ben. Dominee is ziek en ik heb niemand om mij te helpen, daarom kom ik tot u, zooals ik tot mijn vader ga,an zou!” Herman Huy’s gelaat betiok lichtelijk. „Ik beschouw het als een eer, juffrouw Schild, en zal zeer verheugd zijn, u op een of andere wijze van dienst te kunnen zijn.” „Welnu dan,” ging Johanna voort, „ik ontving van morgen dezen brief en kom u vragen wat ik doen moet ” Herman Huy nam den brief aan en begon te lezen. Hij kleurde, terwijl de aren op zijn voorhoofd opzwollen van ingehouden woede. „Wat ’n tuig!” bromde hij. „Nietwaar? Zijn ’t geen varkens?” zei Johanna. Huy wendde zich plotseling tot haar. „Wil je wel gelooven, dat ik dat lasterpak heel dankbaar ben, daardoor krijg ik nu moed om , ...” „U moet weten,” onderbrak Johanna hem met een gedwongen lachje, „ik vind het zoo onaangenaam voor Willem. Hèm had ik eigenlijk) den brief moeten sturen, maar hij is zoo driftig, dat ik dit niet durfde doen. Hij zou met den eerstvolgenden trein hierheen gekomen zijn en het geheele dorp overhoop hebben gehaald.” De brief viel uit Huy’s handen op den vloer. Hij raapte hem bedaard op en zei op zijn gewonen toon: „Wie is Willem?” „Hoe dom van mijl” Johanna bloosde. „Het is mijn verloofde. Hij is op kantoor, maar heeft nog geen positie, de arme jongen. Daarom moeten we wachten. Ik heb niemand anders sedert mijn tante stierf en ben arm, daarom was ik blij de betrekking hier te krijgen, om een beetje te kunnen sparen!” „Hij is een bofferd!” zei nu Huy. „Je bent waard dat er op je gewacht wordt, juffrouw Schild.” Hét was zijn eerste compliment aan haar. Johanna bloosde opnieuw. „Willem is ’t,” antwoordde zij. „En wat dunkt u van den brief, mijnheer Huy. Moet ik er op antwoorden of hem negeeren?” „Wil je hem mij geven?” Johanna keek verrast op. „Natuurlijk graag! Alleen zou ik niet gaarne willen, dat u er onaangenaamheden door ondervond.” „Dat zal niet. Natuurlijk kunt u een dergelijk epistel onbeantwoord laten; nochtans — zou ’t niet kwaad zijn deze .... individu’s een lesje te geven.” „Wat wilt u doen?” vroeg Johanna nieuwsgierig. „Dat weet ik nog niet. Maar u kunt gerust zijn, ik zal niets doen wat u of uw verloofde, de heer —?” „Splinter!” vulde zij aan. „De heer Splinter zoudt afkeu ren.” „O, dat weet ik,” zei Johanna opstaande. „Ik zal hem alles vertellen! Ik ben u zeer verplicht!” „De verplichting en de eer is geheel aan mijn zijde,” antwoordde Huy, terwijl hij de deur opende en haar uitliet. In de kamer terugkeerende keek hij nog eens in den spiegel. „Ouwe gekl” mompelde hij nederig. Een klein briefje gleed met zacht geritsel in debus bij juffrouw Van Heel, die juist in de gang zijnde het geluid hoorde, naar de bus liep, den brief er uit nam, opende en las: „Wacht U in het moerbeibosch morgen te 3.30. H. H.” „Goeje hemel,” riep ze uit. Toen stopte ze het briefje haastig weg. „Er is slechts één H. H. in Plaswijk, die mij dit zou kunnen zenden,” fluisterde zij opgewonden. „Hij vlucht zeker tot mij om van die heks bevrijd te worden.” Het moerbeibosch bevond zich in een dal ongeveer een mijl van Plaswijk verwijderd. Mejuffrouw Van Heel besteedde den volgenden morgen een geheelen tijd met het kiezen van haar toilet. Eindelijk was de keus gemaakt; een zwarte strooien hoed met muurbloemen voltooide het, en te drie uur precies verliet ze haar woning.
PDF
Nummer
1914, nr.05, 29 juli 1914
Blad
05
Tekst
PANORAMA Het trof wel ongelukkig dat mevrouw Smuts juist voorbijkwam, prachtig uitgedost. Ze vertelde een beetje onsamenhangend dat ze een visite ging maken bij een kennis. Ze was al wat laat en verontschuldigde zich dat ze dadelijk voortging. Juffrouw Van Heel wandelde langzaam voort tot de andere dame verdwenen was, blij van haar gezelschap nu ontslagen te zijn, toen ze opeens haastige voetstappen achter zich hoorde. Zich omkeerende zag ze juffrouw Evers aankomen. Juffrouw Evers scheen ook al zeer gehaast te zijn, ten minste ze groette slechts kort: „Adio” en verdween in dezelfde richting van mevrouw Smuts. Juffrouw Van Heel had, toen ze omkeek, in de verte nog een dame zien naderen, die weldra bleek juffrouw Verlint te wezen. „Je kunt niet eens een rustige wandeling maken of het geheele dorp loopt uit, om je gangen na te gaan. Schandelijk!” mompelde ze. Ze ging een kruidenierswinkel binnen en kocht maar een paar chocolade-tabletten, daarbij net zoo lang vertoevende tot de andere dame eveneens gepasseerd was. Toen den weg veilig ziende, stapte ze heen. „Gelukkig ben ik ze kwijt geraakt,” mompelde juffrouw van Heel, terwijl zij haar weg vervolgde langs het mulle zandpad. „Ik was haast bang ... . Wat.... 1” Ze was het dal genaderd dat door een kromming van den weg nog voor haar oog verborgen was, maar hoorde tot haar verbazing een geluid van stemmen. Ze klauterde den heuvel op om het dal te overzien en zag mevrouw Stenfert in haar onmiddellijke nabijheid staan met mevrouw Smuts, juffrouw Evers en juffrouw Verlint tegenover haar. Het scheen dat mevrouw Smuts bij haar aankomst mevrouw Stenfert had aangetroffen en haar op bitsen toon gevraagd had waarom ze zich daar bevond, waarop mevrouw Stenfert op even scherpe wijze antwoordde dat ze hiervan aan niemand rekenschap verschuldigd was. Uit een en ander was een zeer onaangename woordenwisseling ontstaan, die door de koinst van de dames Evers en Verlint nog heviger geworden was. Juffrouw Van Heel vluchtte den heuvel af om bijna in de armen te vallen van juffrouw Los die juist arriveerde. „Hola!” bitste juffrouw Los, „wat voer jij hier uit?” Juffrouw Van Heel mathaarvriendin met een verachtelijken blik. „Werkelijk, juffrouw Los,” antwoordde ze ijskoud, „ik begrijp niet wie u het recht geeft mij te ondervragen! Wat doe jij hier?” „ Ik ben hier gekomen om ..: wat moerbeien te plukken,” zei nu juffrouw Los zenuwachtig. „Dan zul je daar gezelschap vinden,” hernam juffrouw van Heel, naar het dal wijzende. „O-o-o-hl” hijgde juffrouw Los. „Waarom kom je niet naar beneden om ze te plukken?’ riep nu mevrouw Smuts luid en vinnig. „Waarom pluk jij zelf niet?” „Wat? Daar zijn juffrouw Van Heel en juffrouw Los ook. Dat is.... dat is . ..” Juffrouw Evers scheen den toestand te begrijpen. „We zijn voor den gek gehouden,” zei ze. „Waarom zouden we het niet bekennen Dat komt van die duivelsche heks! Ik zei wel dat die brief onaangename gevolgen hebben zou.” „Wat, je stelde het zelf voor!” riep juffrouw Verlint verontwaardigd uit. Juffrouw Evers was onthutst. „Natuurlijk! Geef mij de schuld maar!” „Ik heb er genoeg van,” snibde mevrouw Smuts woedend. „Ik ga heenl” „Een oogenbük, dames! Als je blieft!” Het w s de heer Herman Huy, die kalm kwam aanwande len. Een algemeene opwinding maakte zich van de zes dames meester. De heer Huy alleen was kalm. KAOEROEFENING IN NOORD-BRABANT. Generaal-Majoor Weber, adjudant in buitengewonen dienst van H.M. de Koningin, commandant van de IVe Divisie en de officieren van deze Divisie ter gelegenheid van de kaderoefening in Noord-Brabant en Limburg gefotografeerd voor het hotel „du Lion d’or” te Roermond. (foto C. G. Weers, Roermond) „Gij zijt allen een weinig te vroeg,” begon hij opgewekt, terwijl hij op 2ijn horloge keek. „Ik kon nauwelijks gelooven dat het zenden van zes anonieme briefjes zulk een succes zou hebben. Ik wensch u allen te spreken over een brief van u allen aan juffrouw Schild, die toevallig in mijn handen geraakt is. Zou een van u mij ook willen uitleggen wat beteekent de uitdrukking „schandelijk gedrag”, die in den brief voorkomt?” „We weigeren op dergelijke vragen te antwoorden,” begon juffrouw Verlint. Doch juffrouw Evers vatte moed. HULDIGING DIRECTEUR 1e H. B. S. TE AMSTERDAM. De vorige week is Dr. J. C. Costerus te Amsterdam, die zijn ontslag heeft aangevraagd als Directeur van de le H. B. S. met 5-jarigen cursus te Amsterdam, in Artis gehuldigd. Op onze foto zien wij den heer en mevrouw Costerus te midden van de genoodigden. „We wilden trachten u te bevrijden van den demonischen invloed, dien de bedoelde.... deerne op u scheen uit te oefenen.” „Kunt u ontkennen,” riep mevrouw Smuts, eveneens moedig wordende uit, „dat je haar Vrijdagavond in den tuin voor haar woning gekust hebt?” „Wat?" brulde Huy. Mevrouw Smuts keek hem verschrikt aan. „Juffrouw Verlint vertelde mij. ...” „ Ik?" onderbrak juffrouw Verlint. „Het was juffrouw Van Heel!” „ barstte juffrouw Van Heel los. Herman Huy keek hetzestal kalm aan. „Werkelijk,” zei hij droogjes, „jelui hebt jezelf noodeloos ongerust gemaakt. Juffrouw Schild is niet zoo verdorven. Ze heeft me tot nog toe geen geheime samenkomst toegestaan, daartoe door een anoniem briefje uitgenoodigd.” Het zestal zweeg schuldbewust stil. „U moogt nu wel weten,” ging Huy onbewogen voort, „dat ik hierheen gegaan ben op verzoek van den heer Splinter, den verloofde van juffrouw Schild. Hij kon, jammer genoeg, niet aanwezig zijn, doch is voornemens een vervolging wegens laster tegen u te doen instellen!” Juffrouw Los begon te schreien. „Er is slechts één voorwaarde, waarop hij genegen is van dit voornemen af te zien,” ging Huy voort, terwijl hij een vel papier uit zijn jaszak haalde. „Kijk, hier heb ik een kleine rectificatie: „Wij ondergeteekenden verzoeken nederig excuus aan juffrouw Johanna Schild voor de onzinnige aantijgingen voorkomende in onzen brief van 28 dezer. We herroepen alles en verklaren den inhoud volkomen uit de lucht gegrepen.” „Moeten wij dat teekenen?” vroeg juffrouw Van Heel nederig. „Moeten? In ’t geheel niet. Ik zou u voor niets ter wereld hiertoe willen dwingen. Alleen wil ik opmerken, dat als de heer Splinter dezen brief door u allen onderteekend terugontvangt, dit hem misschien van zijn reeds gemeld plan zal terughouden. Mag ik het verder maar aan uw zorg overlaten, mevrouw Smuts?” Mevrouw Smuts nam het papier werktuiglijk aan. „Ik wil u verder niet langer ophouden, dames! Goeden middag!” En Herman Huy wandelde heen met een glimlach van voldoening op het gelaat. De postbode bracht Johanna Schild den volgenden dag twee brieven. Terwijl ze lachende de schuldbekentenis van het zestal nog eens overlas, herinnerde zij zich opeens dat er nog een brief voor haar lag. Ze opende hem, hij was van den heer Huy. „Lief kind, Ik mag je zeker wel zoo noemen, evenals je vader zou gedaan hebben. Als mijn oordeel over *s menschen natuur nog een weinig juist is, dan zul je dezen morgen nog een brief ontvangen van je beleedigers. Ik vond gelegenheid ze haar schandelijk gedrag onder het oog te brengen. Tevens deel ik je mede, dat ik heden voor geruimen tijd naar het buitenland vertrek. Ongetwijfeld zul je voor mijn terugkomst wel getrouwd zijn, daarom sluit ik hierbij een klein bedrag in, dat je wel als een huwelijksgift zult willen aannemen van je trouwen vriend Herman Huy. Het „kleine bedrag” was vier cijfers groot! RAADGEVING. ij raden den koopers van losse nummers aan, zich op ons blad te abonneeren, daar zij er dan zeker van zijn op het eind van den jaargang alle nummers te bezitten, ten einde deze te laten inbinden. ________________________________________________
PDF
Blad 
 van 2380
Records 906 tot 910 van 11897