|
—=•: - : :===== PANORAMA : — ........... ....... ■
Christien met beslistheid. „Kind, ik zal voor
jullie beiden bidden. Schep moed en alles
komt terecht!”
„Je spreekt zoo bemoedigend, lieve Zuster,”
hernam nu Viola, „dat alle angst voor mislukken
mij verlaat. Ja, ik zal gereed zijn en
op hem wachten. Zeg hem, dat hij driemaal
zacht op de deur klopt.”
„Kijk,” zei nu de non, „hij zendt je dit ter
herinnering. Ik vergat bijna het je te geven,”
en ze overhandigdeViola hetlinteener decoratie.
Het meisje drukte er haar lippen op, knipte
een lok van heur haar, bevestigde dit aan het
lint en gaf het weer aan Zuster Christien terug.
„Geef het aan hem met mijn liefde, goede
Zuster! En dank, dank voor al je goedheid. Geve
de hemel dat we beiden mogen ontsnappen.”
Na een teeder afscheid verliet Zuster Christien
de woning en begaf zich naar den generaal
der opstandelingen om Petro’s bevrijding af te
smeeken of te trachten hem op andere wijze
te bevrijden.
VERGADERING DAGBLAD-DIRECTEUREN.
D? vorige week heeft in het Hotel „De Witte Brug” te Scheveningen een vergadering plaats gehad van de
' ge vergaai
De grijze schaduwen van de ochtendschemering
die over het kamp lagen, werden door de
eerste stralen der zon weggevaagd, toen een
klein troepje mannen kwamen aanmarcheeren. In hun midden bfcvond zich een gevangene.
Ze begaven zich naar een heuvel waar werd halt gehouden. De gevangene stond daar met
gebonden handen maar met afwezigen blik. Hij zag blijkbaar de mannen niet meer, de ruwe
kerels, voor wie het fusileeren van een spion een tijdverdrijf was. Er klonk een bevel; een
getik; men zag eenige rookwolkjes vervagen; de gevangen spion viel voorover — en het was
gedaan. De mannen keerden weer naar het kamp terug, sommigen neuriënde. Eenigen
tijd daarna kwamen twee mannen met spaden gewapend om voor den ongelukkige een
laatste rustplaats te graven,
„Was dat niet een spion van Huerta ?” vroeg een der mannen aan den anderen.
„Ja vriend! Er ging een gerucht, dat Villa bevelen zou de geweren
met losse patronen te laden, maar hij houdt nooit zijn beloften.
Er werd ook verteld dat de gevangene dezen nacht ontsnapt is in de
kleeding van een non, maar dat is natuurlijk dwaasheid gebleken.”
De beide mannen graafden ijverig voort. Toen de kuil groot
genoeg was, bogen beiden zich over den doode heen. ,
„Kijk, wat is dat?” zei de eerste spreker, wijzende naar een lint
met een haarlok, .in de handen van den dooden ^pion.
„Zonder twijfel van de vrouw die hij liefhad,” zei de ander.
Toen keerden ze den doode om en keken hem in het gelaat.
Impulsief ontblootten beide mannen hun hoofd en prevelden :
„Zuster Christien ! — Laat ons bidden voor haar ziel!”
vereeniging van Dagblad-Directeuren. Hierboven een foto van de vergaderden.
ZWARTE PIET
Een verhaal van groeten moed en zelfopoffering
Mr. JAMES MURRAV,
de aanvoerder van de Engelsche expeditie die waarschijnlijk
op een onderzoekingstocht in het noorden van Alaska
is verongelukt.
„Zwarte Piet” ; mee te
en keek hem met gelukkigen, trotschen blik
aan. Het duurde nog geruimen tijd, voordat
Zwarte Piet het waagde in de kamer te komen,
waar het geheele huisgezin te zamen was ;
eerst hoorde men hem in de hal, waar hij een
en al verbazing was, toen de jongens hem de
wapens toonden, die Papa veroverd had in
de tallooze gevechten, die hij had meegemaakt.
Op eens verbleekte Zwarte Piet, want hij
herkende den pijlkoker met pijlen en den boog,
waarmede de bloeddorstige koning Sol zijn
vader en bloedverwanten gedood had.
„Wat is er, Zwarte Piet ?” vroegen Donald
en Harry gelijktijdig.
„Dat pijl mijn vader doodgemaakt!” zei
Zwarte Piet kortaf,
„Zijn die dingen pijlen ?” vroeg Donald.
„Zeg Piet, wat hebben ze een raren vorm.”
Donald stond een oogenblik stil voor zich uit te
staren. Er schoot hem een plannetje in de
gedachten. Onderwijl was Zwarte Piet de huiskamer
binnengeleid en had daar groot succes
bij de familie met het voorspellen van de
toekomst. Hij voorspelde den dames de pret igste
dingen, alle meer of minder geloofwaardig, aan
generaal Clavering veel eer, hetgeen later
vrijwel is uitgekomen, en wilde juist buigende het gezelschap verlaten, toen Donald op
hem afvloog en den toekomstlezer zijn kleine, juist niet brandschoone hand voorhield.
„Zwarte Piet, nou is ’t mijn beurt! Zeg op, maar mooi hoor, net als van de anderen.”
Zwarte Piet boog zich over de kinderhand heen en bestudeerde de lijnen. „Jij een goed
kleine jongen is,” begon hij in zijn gebroken negertaaltje. „Jij groei op als een groot. . ”
Hij hield plotseling op, staarde met verschrikt gezicht naar de kleine hand, liet die
vallen en wilde de kamer uitstormen. „Wat gebeurt er ?” vroeg generaal Clavering.
„Mij niet verder gaan durf,” zei Zwarte Piet, terwijl hij angstig achteruit schuifelde.
„Onzin!” zei de generaal. „Ik verlang dat je zegt wat je in Donalds hand ziet. Wees
maar niet bang dat ik er een woord van geloof,” ging de heer
Clavering goed gemutst voort. Zwarte Piet aarzelde nog en schudde
met zijn kroeskop onwillig heen en weer.
„Kom,” gelastte de generaal, „doe wat ik je zeg, dadelijk.” Zonder
iets te zeggen, nam Zwarte Piet de! beide jongens bij de hand en
bracht ze de kamer uit. „Jij spelen gaan samen tot ik kom,” zei hij.
„Welnu,” zei de generaal, toen de deur achter de jongens gesloten
was. „Wat beteekent nu dat geheimzinnig gedoe ?”
„Hij niet groeit op,,r zei zwarte Piet.
„Wat I” riep mevrouw Clavering verschrikt uit.
„Hij doodgaan spoedig, Aanstonds!”
„Belachelijk!” barstte de generaal los. „Hoe kom je aan zulkep
onzin?”
„Hij zelfde merk als ik heeft,” antwoordde Zwarte Piet treurig.
„Dus je wilt zeggen, dat jij ook spoedig zult sterven ?”
„Ja, dat zoo,” hernam Zwarte Piet. „Wij samen sterf, zelfde
dood van zelfde wapen.” „Maar hoe kun je dien nonsens bewijzen
?” vroeg de generaal min of meer bezorgd. Zwarte Piet hield
zijn hand omhoog met de palm naar de verbaasde omstanders gekeerd.
„Kijk dat ster in de hand. Dat is : ik doodgaan tien jaar oud.
Toen jij kwam, jij gered mij. Nou kijk dat ander ster, zelfde als
eerst. Dat nou komt, geen mensch redt mij.”
„Maar wat heeft die sterin jouw hand te maken met Donald’s hand?”
„Hij hebben zelfde ster. Koning Sol, moordenaar, hij doodmaak allebei ons.” De kinderstemmenjhadden
eenige minuten gezwegen in de hal, maar niemand lette er op, tot opeens
de deur der huiskamer werd opengeworpen en Harry de kamer in kwam Donald ondersteunende,
die erg bleek was en op ’t punt bewusteloos neer te vallen. „O, moeder,” schreide
Harry. „Ik heb Donald pijn gedaan. Ik kon het niet helpen. We waren zoo fijn aan het
vechten als Indianen met de pijlen, die papa heeft meegebrauht en die in de hal hangen.
We hebben er nog nooit mee gespeeld en toen heb ik Donald geprikt in zijn hals. Het
is maar een klein plekje, mama. Donald wou met de pijlen spelen en ik wilde hem niet
prikken.” „De moerasboon! O,goede
God hem help! Niets redt hem!”
De generaal staarde met krijtwit
gelaat naar zijn kind. Nu herinnerde
hij zich weer het gevecht
tusschen Sol en de Abwazils en de
doodelijk vergiftigde pijlen, die hij
bevolen had te verbranden. Deze
pijlen waren blijkbaar eveneens
vergiftigd. „Haal een dokter, onmiddellijk
!” beval de generaal. In
zijn angst liep hij op den neger
toe en schudde deze heen en weer.
„Is er geen redding meer ? Denk,
man, denk! Is er niets?”
„Ja,” zei Zwarte Piet. „Een
ding!” Zonder verderiets te zeggen,
knielde de neger bij den kleinen
bewusteloozen knaap neer, boog
zich over hem heen en zoog hem
het bloed uit een kleine purperroode
wonde in den hals. Toen,
vóór de doodelijk verschrikte ouders
begrijpen konden, wat er plaats
greep, strompelde de neger naar het
buffet waarop een karaf met brandewijn
stond, greep deze en stortte
bijna den geheelen inhoud in de keel
van den kleine, stamelende: „Ieder
uur flesch leeg maak. Denk— maak
— hem — dronk —.” Toen zwollen
zijn reeds dikke lippen bovenmatig
op en met een koortsachtige siddering
viel hij achterover op den
vloer. Dood !
Zwarte Piet had den blanken man
zijn schuld met interest betaald.
(foto Newspaper JU.)
eikens als ik menschen hun ongeloof hoor uiten aan het
bestaan van het tweede gezicht, het waarzeggen
uit de hand of aan andere occulte wetenschappen,
voel ik mij gedrongen de geschiedenis te vertellen van
deelen de werkelijk verrassende voorspelling, die hij eenmaal deed ten huize van
generaal Clavering en de vreeselijke ontknooping die volgde en eindigde in
een daad van zelfopoffering van dezen jongen man.
De eerste ontmoeting tusschep generaal Clavering en Zwarte Piet had plaats in Afrika,
toen eerstgenoemde als jong kapitein na het overwinnen van den bloeddorstigen stam der
Abwazils, den tienjarigen Zwarten Piet van den dood redde, door met zijn zwaard de
banden door te snijden, waarmede hij aan een brandstapel gebonden was. Zwarte Piet
was toen de ongelukkige erfgenaam
van den troon der Abwazils, dien
de wreede koning Sol zich had toegeëigend.
De tweede ontmoeting
had plaats vijf en twintig jaar
later, toen generaal Clavering naar
huis wandelende een neger, behoorende
tot een reizenden kermistroep,
op hem zag afkomen, die voor hem
neerknielende, zijn voeten kuste. De
blanke man was de episode in Afrika
vergeten, de zwarte man daarentegen
herkende zijn redder en herinnerde
zich zijn schuld. Generaal
'Clavering was een goedgeluimd man
en dit voorval amuseerde hem zoo,
dat hij den laatsten koning der
Abwazils toestond bij hem aan huis
te komen, en hem kleeren en voedsel
gaf gedurende den tijd dat de
kermistroep in de stad bleef. Hij was
al die dagen overgeleverd aan de
genade en ongenade van Donald en
Harry, de beide zoontjes van den
generaal, die, de koninklijke afkomst
van den neger oneerbiedig negeerende,
hem den bijnaam gaven van
„Zwarte Piet.”
Het was de tienjarige Donald, die
op een dag de huiskamer kwam binnenrennen
met de mededeeling dat
Zwarte Piet de menschen de toekomst
kon vóórspellen uit de lijnen
der hand. „Toe, moeder, laat hem
eens hier komen en zijn kunstjes
toonen I”
Als eenig antwoord nam moeder
haar aardigen jongen op haar schoot
INWIJDING GEDENKTEEKEN VOOR VICTOR HUGO.
Ter gelegenheid van de inwijding van het gèdenkteeken voor Victor Hugo te Guernseij, hebben aldaar verschillende feestelijkheden
plaats gehad. Wij geven hierboven een foto van een prachtige eerepoort, die voor deze gelegenheid was opgericht
|