Panorama

Blad 
 van 2380
Records 901 tot 905 van 11897
Nummer
1914, nr.04, 22 juli 1914
Blad
08
Tekst
e purpere stralen van de dalende zon beschenen het kleine Mexicaansche stadje. De half beschaduwde straten waren als uitgestorven. Stilte heerschte overal. Aan het einde van een straat in een der buitenwijken kwam een enkel persoon rustig aanloopen, het hoofd gebogen. Ze droeg een zwart kleed en een kap van dezelfde kleur zonder eenig versiersel. Alleen de witte band rondom het voorhoofd gaf eenige afwisseling aan het sombere gewaad. Het was zuster Christien, een non. Toen de revolutie in Mexico uitbrak, had zij haar rustige klooster verlaten om zich te gaan wijden aan het moeitevolle, gevaarlijke leven van pleegzuster op het slagveld. Er was geen man onder het ruwe volk dat stad en omstreken bezet hield, die zuster Christien niet eerde en zegende. Na eenige oogenblikken hield ze stil voor een huis en belde er aan. Het werd dadelijk geopend en een mooi jong meisje groette zuster Christien hartelijk en verheugd. „Kom binnen, Zuster, kom binnen. Is er al eenig nieuws van hèm ?” Zuster Christien, gezeten in de armelijk gemeubelde kamer, keek ernstig en angstig naar het jonge meisje. „Ik heb nog niets gehoord, lieve kind ! We moeten geduld hebben.” „Hij zal veroordeeld en doodgeschoten worden als een spion door die barbaarsche opstandelingen,” kreet het meisje vol verdriet. „Ze kennen geen medelijden 1” En haar hoofd in Zuster Christiens schoot bergende, snikte ze het uit van verdriet. „Arm, arm kind,” fluisterde de non op kalmeerenden toon. „Alles is nog niet verloren. Zoolang er leven is, is er hoop. Kom, kom, Viola, wees dapper. Heb je generaal Villa al gezien ?” „Generaal Villa?” riep het meisje uit met een verachtelijke uitdrukking op het gelaat „Hij is een wreed, harteloos man, op wiens woord niemand kan vertrouwen ! Ja, ik heb hem gezien. Hij zei dat hij de executie niet verhinderen kon, maar beloofde mij de geweren te doen laden met losse patronen, en mijn geliefde Petro te straffen met den schok alleen. Voor die belofte gaf ik hem,..., gaf ik hem....” het meisje aarzelde uit te spreken iets, waarvan de herinnering alleen haar een blos van schaamte op het gezicht bracht. „Ik liet mij door hem kussen en gaf hem vijfhonderd dollar als losgeld voor Petro. Maar hij zal zijn woord niet houden, hij zal hem doodschieten, mijn lieveling, mijn verloofde. Morgenochtend zal het gebeuren !” „Mijn arm kind,” zuchtte zuster Christien. „Ik vrees dat wat je zegt waar is en generaal Villa zijn gegeven woord schenden zal. Maar ik heb, zooals je weet, toegang tot Petro’s gevangenis. Ze zullen hem den nacht voor hij sterft geen steun en geestelijke hulp weigeren. Ik zal naar den generaal gaan.” „Lieve zuster Christien,” zei het meisje, een weinig opgewekter, „wat ben je goed. Maar gij die afstand deed van alle wereldsche ijdelheden, kunt niet weten welk een smart de liefde brengen kan.” Zuster Christien staarde een oogenblik in gedachten verzonken in het gelaat van het jonge meisje voor haar. De non scheen nog ernstiger, droeviger dan te voren. Hoe kon dat meisje van liefdesmart spreken ? Zij wist niet, dat zuster Christien eenmaal Petro innig in stilte bemind had, voordat zij besloot van de wereld afscheid te nemen, intusschen was het beter dat Viola hiervan onkundig bleef. „Denk eens, zuster Christien, wat Petro’s leven voor mij beteekent,” begon Viola weer. „’t Is alles, alles voor mij. Ik bemin hem zoo innig, zoo trouw ! Kan er niets gedaan worden om hem te redden ? Zou er geen middel te bedenken zijn om hem te doen ontsnappen ?” Er heerschte een oogenblik stilte in de kamer, voor de non antwoordde. Ze streed in stilte een hevigen strijd! Ze kampte met haar liefde voor Petro en haar plicht tegenover God. „Ik zal een onderhoud vragen met den generaal, kindlief,” zei ze eindelijk. „Als ik geen nadere beloften van hem krijgen kan, dan kan hij mij toch niet weigeren den gevangene te bezoeken. Dit is mij altijd toegestaan. Er is mogelijk een middel om hem te redden, maar wat dat is, kan ik je niet zeggen. Ik durf nauwelijks zelf aan het welslagen te gelooven. Neen,” ging ze met een besliste afwijzing voort, „vraag er mij niet naar, Viola. Dat beloof ik je, dat als ik den generaal gesproken heb en ik de zekerheid heb, dat hij zijn belofte niet zal houden, dan — dan zal ik trachten mijn plan te verwezenlijken.” „O, hoe dank ik je, lieve Zuster,” antwoordde Viola. „Als Petro in leven mag blijven, en we samen mogen trouwen, dan zullen we iederen dag de Heilige Maagd voor u bidden. En gij zult uw edel werk voortzetten onder armen, zieken en stervenden. Wil je dikwijls bij ons komen, lieve Zuster, wil je? En wil je bij ons huwelijk zijn en den kerkdienst bijwonen ?” ging het meisje voort met een zonnigen, hoopvollen blik in de oogen. „Het zal mij gelukkig maken, als ik weet dat jullie gelukkig zijfc,” antwoordde-Zuster Christien op vriendelijken toon, „en Gods zegen moge steeds met jelui wezen. Petro zal een goed echtgenoot zijn. Beloof mij kind, dat als het mij gelukt hem vannacht te redden, dat je hem hier zult opwachten en onmiddellijk met hem deze streek zult verlaten.” „Deze streek verlaten,” herhaalde Viola in de grootste verbazing, „hoe zullen Petro en ik de voorposten kunnen passeeren ?” „Petro zal je helpen de voorposten te passeeren, zonder gevaar,” antwoordde Zuster EEN RIVIERBRUG IN NED. O. INDlÉ. De akkerman maakt er een gewoonte van, na den zwaren veldarbeid zijne koeien — trouwe werkgezellen op de sawahs — en zich zelf te baden in het kristalheldere water van de vele bergrivieren. (Foto Charls & Co. Bandoeng.) Zuster Christien
PDF
Nummer
1914, nr.04, 22 juli 1914
Blad
09
Tekst
—=•: - : :===== PANORAMA : — ........... ....... ■ Christien met beslistheid. „Kind, ik zal voor jullie beiden bidden. Schep moed en alles komt terecht!” „Je spreekt zoo bemoedigend, lieve Zuster,” hernam nu Viola, „dat alle angst voor mislukken mij verlaat. Ja, ik zal gereed zijn en op hem wachten. Zeg hem, dat hij driemaal zacht op de deur klopt.” „Kijk,” zei nu de non, „hij zendt je dit ter herinnering. Ik vergat bijna het je te geven,” en ze overhandigdeViola hetlinteener decoratie. Het meisje drukte er haar lippen op, knipte een lok van heur haar, bevestigde dit aan het lint en gaf het weer aan Zuster Christien terug. „Geef het aan hem met mijn liefde, goede Zuster! En dank, dank voor al je goedheid. Geve de hemel dat we beiden mogen ontsnappen.” Na een teeder afscheid verliet Zuster Christien de woning en begaf zich naar den generaal der opstandelingen om Petro’s bevrijding af te smeeken of te trachten hem op andere wijze te bevrijden. VERGADERING DAGBLAD-DIRECTEUREN. D? vorige week heeft in het Hotel „De Witte Brug” te Scheveningen een vergadering plaats gehad van de ' ge vergaai De grijze schaduwen van de ochtendschemering die over het kamp lagen, werden door de eerste stralen der zon weggevaagd, toen een klein troepje mannen kwamen aanmarcheeren. In hun midden bfcvond zich een gevangene. Ze begaven zich naar een heuvel waar werd halt gehouden. De gevangene stond daar met gebonden handen maar met afwezigen blik. Hij zag blijkbaar de mannen niet meer, de ruwe kerels, voor wie het fusileeren van een spion een tijdverdrijf was. Er klonk een bevel; een getik; men zag eenige rookwolkjes vervagen; de gevangen spion viel voorover — en het was gedaan. De mannen keerden weer naar het kamp terug, sommigen neuriënde. Eenigen tijd daarna kwamen twee mannen met spaden gewapend om voor den ongelukkige een laatste rustplaats te graven, „Was dat niet een spion van Huerta ?” vroeg een der mannen aan den anderen. „Ja vriend! Er ging een gerucht, dat Villa bevelen zou de geweren met losse patronen te laden, maar hij houdt nooit zijn beloften. Er werd ook verteld dat de gevangene dezen nacht ontsnapt is in de kleeding van een non, maar dat is natuurlijk dwaasheid gebleken.” De beide mannen graafden ijverig voort. Toen de kuil groot genoeg was, bogen beiden zich over den doode heen. , „Kijk, wat is dat?” zei de eerste spreker, wijzende naar een lint met een haarlok, .in de handen van den dooden ^pion. „Zonder twijfel van de vrouw die hij liefhad,” zei de ander. Toen keerden ze den doode om en keken hem in het gelaat. Impulsief ontblootten beide mannen hun hoofd en prevelden : „Zuster Christien ! — Laat ons bidden voor haar ziel!” vereeniging van Dagblad-Directeuren. Hierboven een foto van de vergaderden. ZWARTE PIET Een verhaal van groeten moed en zelfopoffering Mr. JAMES MURRAV, de aanvoerder van de Engelsche expeditie die waarschijnlijk op een onderzoekingstocht in het noorden van Alaska is verongelukt. „Zwarte Piet” ; mee te en keek hem met gelukkigen, trotschen blik aan. Het duurde nog geruimen tijd, voordat Zwarte Piet het waagde in de kamer te komen, waar het geheele huisgezin te zamen was ; eerst hoorde men hem in de hal, waar hij een en al verbazing was, toen de jongens hem de wapens toonden, die Papa veroverd had in de tallooze gevechten, die hij had meegemaakt. Op eens verbleekte Zwarte Piet, want hij herkende den pijlkoker met pijlen en den boog, waarmede de bloeddorstige koning Sol zijn vader en bloedverwanten gedood had. „Wat is er, Zwarte Piet ?” vroegen Donald en Harry gelijktijdig. „Dat pijl mijn vader doodgemaakt!” zei Zwarte Piet kortaf, „Zijn die dingen pijlen ?” vroeg Donald. „Zeg Piet, wat hebben ze een raren vorm.” Donald stond een oogenblik stil voor zich uit te staren. Er schoot hem een plannetje in de gedachten. Onderwijl was Zwarte Piet de huiskamer binnengeleid en had daar groot succes bij de familie met het voorspellen van de toekomst. Hij voorspelde den dames de pret igste dingen, alle meer of minder geloofwaardig, aan generaal Clavering veel eer, hetgeen later vrijwel is uitgekomen, en wilde juist buigende het gezelschap verlaten, toen Donald op hem afvloog en den toekomstlezer zijn kleine, juist niet brandschoone hand voorhield. „Zwarte Piet, nou is ’t mijn beurt! Zeg op, maar mooi hoor, net als van de anderen.” Zwarte Piet boog zich over de kinderhand heen en bestudeerde de lijnen. „Jij een goed kleine jongen is,” begon hij in zijn gebroken negertaaltje. „Jij groei op als een groot. . ” Hij hield plotseling op, staarde met verschrikt gezicht naar de kleine hand, liet die vallen en wilde de kamer uitstormen. „Wat gebeurt er ?” vroeg generaal Clavering. „Mij niet verder gaan durf,” zei Zwarte Piet, terwijl hij angstig achteruit schuifelde. „Onzin!” zei de generaal. „Ik verlang dat je zegt wat je in Donalds hand ziet. Wees maar niet bang dat ik er een woord van geloof,” ging de heer Clavering goed gemutst voort. Zwarte Piet aarzelde nog en schudde met zijn kroeskop onwillig heen en weer. „Kom,” gelastte de generaal, „doe wat ik je zeg, dadelijk.” Zonder iets te zeggen, nam Zwarte Piet de! beide jongens bij de hand en bracht ze de kamer uit. „Jij spelen gaan samen tot ik kom,” zei hij. „Welnu,” zei de generaal, toen de deur achter de jongens gesloten was. „Wat beteekent nu dat geheimzinnig gedoe ?” „Hij niet groeit op,,r zei zwarte Piet. „Wat I” riep mevrouw Clavering verschrikt uit. „Hij doodgaan spoedig, Aanstonds!” „Belachelijk!” barstte de generaal los. „Hoe kom je aan zulkep onzin?” „Hij zelfde merk als ik heeft,” antwoordde Zwarte Piet treurig. „Dus je wilt zeggen, dat jij ook spoedig zult sterven ?” „Ja, dat zoo,” hernam Zwarte Piet. „Wij samen sterf, zelfde dood van zelfde wapen.” „Maar hoe kun je dien nonsens bewijzen ?” vroeg de generaal min of meer bezorgd. Zwarte Piet hield zijn hand omhoog met de palm naar de verbaasde omstanders gekeerd. „Kijk dat ster in de hand. Dat is : ik doodgaan tien jaar oud. Toen jij kwam, jij gered mij. Nou kijk dat ander ster, zelfde als eerst. Dat nou komt, geen mensch redt mij.” „Maar wat heeft die sterin jouw hand te maken met Donald’s hand?” „Hij hebben zelfde ster. Koning Sol, moordenaar, hij doodmaak allebei ons.” De kinderstemmenjhadden eenige minuten gezwegen in de hal, maar niemand lette er op, tot opeens de deur der huiskamer werd opengeworpen en Harry de kamer in kwam Donald ondersteunende, die erg bleek was en op ’t punt bewusteloos neer te vallen. „O, moeder,” schreide Harry. „Ik heb Donald pijn gedaan. Ik kon het niet helpen. We waren zoo fijn aan het vechten als Indianen met de pijlen, die papa heeft meegebrauht en die in de hal hangen. We hebben er nog nooit mee gespeeld en toen heb ik Donald geprikt in zijn hals. Het is maar een klein plekje, mama. Donald wou met de pijlen spelen en ik wilde hem niet prikken.” „De moerasboon! O,goede God hem help! Niets redt hem!” De generaal staarde met krijtwit gelaat naar zijn kind. Nu herinnerde hij zich weer het gevecht tusschen Sol en de Abwazils en de doodelijk vergiftigde pijlen, die hij bevolen had te verbranden. Deze pijlen waren blijkbaar eveneens vergiftigd. „Haal een dokter, onmiddellijk !” beval de generaal. In zijn angst liep hij op den neger toe en schudde deze heen en weer. „Is er geen redding meer ? Denk, man, denk! Is er niets?” „Ja,” zei Zwarte Piet. „Een ding!” Zonder verderiets te zeggen, knielde de neger bij den kleinen bewusteloozen knaap neer, boog zich over hem heen en zoog hem het bloed uit een kleine purperroode wonde in den hals. Toen, vóór de doodelijk verschrikte ouders begrijpen konden, wat er plaats greep, strompelde de neger naar het buffet waarop een karaf met brandewijn stond, greep deze en stortte bijna den geheelen inhoud in de keel van den kleine, stamelende: „Ieder uur flesch leeg maak. Denk— maak — hem — dronk —.” Toen zwollen zijn reeds dikke lippen bovenmatig op en met een koortsachtige siddering viel hij achterover op den vloer. Dood ! Zwarte Piet had den blanken man zijn schuld met interest betaald. (foto Newspaper JU.) eikens als ik menschen hun ongeloof hoor uiten aan het bestaan van het tweede gezicht, het waarzeggen uit de hand of aan andere occulte wetenschappen, voel ik mij gedrongen de geschiedenis te vertellen van deelen de werkelijk verrassende voorspelling, die hij eenmaal deed ten huize van generaal Clavering en de vreeselijke ontknooping die volgde en eindigde in een daad van zelfopoffering van dezen jongen man. De eerste ontmoeting tusschep generaal Clavering en Zwarte Piet had plaats in Afrika, toen eerstgenoemde als jong kapitein na het overwinnen van den bloeddorstigen stam der Abwazils, den tienjarigen Zwarten Piet van den dood redde, door met zijn zwaard de banden door te snijden, waarmede hij aan een brandstapel gebonden was. Zwarte Piet was toen de ongelukkige erfgenaam van den troon der Abwazils, dien de wreede koning Sol zich had toegeëigend. De tweede ontmoeting had plaats vijf en twintig jaar later, toen generaal Clavering naar huis wandelende een neger, behoorende tot een reizenden kermistroep, op hem zag afkomen, die voor hem neerknielende, zijn voeten kuste. De blanke man was de episode in Afrika vergeten, de zwarte man daarentegen herkende zijn redder en herinnerde zich zijn schuld. Generaal 'Clavering was een goedgeluimd man en dit voorval amuseerde hem zoo, dat hij den laatsten koning der Abwazils toestond bij hem aan huis te komen, en hem kleeren en voedsel gaf gedurende den tijd dat de kermistroep in de stad bleef. Hij was al die dagen overgeleverd aan de genade en ongenade van Donald en Harry, de beide zoontjes van den generaal, die, de koninklijke afkomst van den neger oneerbiedig negeerende, hem den bijnaam gaven van „Zwarte Piet.” Het was de tienjarige Donald, die op een dag de huiskamer kwam binnenrennen met de mededeeling dat Zwarte Piet de menschen de toekomst kon vóórspellen uit de lijnen der hand. „Toe, moeder, laat hem eens hier komen en zijn kunstjes toonen I” Als eenig antwoord nam moeder haar aardigen jongen op haar schoot INWIJDING GEDENKTEEKEN VOOR VICTOR HUGO. Ter gelegenheid van de inwijding van het gèdenkteeken voor Victor Hugo te Guernseij, hebben aldaar verschillende feestelijkheden plaats gehad. Wij geven hierboven een foto van een prachtige eerepoort, die voor deze gelegenheid was opgericht
PDF
Nummer
1914, nr.04, 22 juli 1914
Blad
10
Tekst
LUIT.-GENERAAL KRAYENHOFF terdag 18 Juli had met eenvoudige plechtigheid de overbrenging naar „Rustoord” te Nijmegen plaats van het lijk van LuitenantGeneraal Cornelius Rudolphus Theodorus Krayenhoff. Deze groote Nederlander werd 2 Juni 1758 te Nijmegen geboren en overleed aldaar 24 Nov. 1840.Sedert ditjaar rustte zijn gebeente op het naar hem genoemde fort dat aan de Westzijde van deze stad tegen den Waaldijk gelegen is. Het kasteel is thans echter vervallen en de ophaalbrug, die toeganggeefttot de slotpoort, durft geen menschenvoet'haast te betreden zonder vrees voor inzakken. Het inwendige van het gebouw geeft slechts een idee van verval en vroegere grootheid. * * ♦ Het ligt zeker niet op ons terrein om hier uit te wijden over de groote verdiensten van Generaal Krayenhoff. Eenige korte biografische herinneringen mogen hier volstaan. Zooals boven gezegd werd hij in 1758 te Nijmegen geboren. Zijn ouders HET TURNFEEST VAN DEN AMSTERDAMSCH EN TURNBOND IN HET STADION. De vorige week Zondag heeft in het Stadion te Amsterdam een turnfeest plaats gehad, georganiseerd door den A. T. B. Wederom is gebleken hoe het stadion, deze moderne arena, bij uitstek geschikt is voor grootsche sportbetoogingen. Een schitterenden aanblik bood het prachtige veld, waarop zich in het wel een beetje blakerende zonnetje ’n 20Q0 turnsters en turners bewogen. En dat de betooging in den smaak viel, bewees wel het gedurig applaus. Hierboven een paar fraaie opnamen van het zoo uitstekend geslaagde feest. waren Cornelis Johannes Krayenhoff, majoor ingenieur, en Clara Jacoba de Man. Zijn eerste opleiding ontving hij van zijn vader, zonder bepaalde bestemming. De onaangenaamheden, die deze gedurende zijn militaire loopbaan had ondervonden, waren oorzaak dat hij zijn zoon den militairen stand ontraadde en hem liet studeeren. In zijn vrijen tijd oefende hij zich echter in de vestingbouw en toen hij zich later door de onlusten tusschen de Patriotten en Prinsgezinden bij de eerstgenoemden aansloot, kreeg hij een betrekking aan ’t hoofdkwartier van Generaal Daendels. Door deze werd hij in 1793 afgezonden om de revolutie te Amsterdam voor te bereiden en slaagde daarin naar wensch. In 1799 werd hij bij de landing der Engelschen licht gekwetst. De onderhandelingen met Prins Lodewijk Napoleon te Lent, betreffende het Fransche Leger tot verdediging der Bataafsche republiek in 1805 afgezonden, werden in hoofdzaak door hem gevoerd. Van 1809—1810 was hij minister van oorlog. Na het vertrek der Franschen verhief Willem I hem in den adelstand. In 1830 werd hij gepensionneerd en bracht verder zijn laatste levensjaren te Nijmegen door met het schrijven van verschillende wetenschappelijke werken. BOKSEN. Naar aanleiding van de belangrijke, evenwel onbeslist gebleven, boksmatch, die de vorige week heeft plaats gehad tusschen Carpentier en Gunboat Smith, geven wij hierboven een zeer mooie houding van den trainer van Smith. ROEIEN. Bij den wedstrijd Maasgieken over 9 K,M. de vorige week te Rotterdam gehouden, werd de zege behaald door bovenstaande ploeg van Nautilus. V. 1. n. r. W. Bekker, H. A. de Bij Jr., W. C. Grootenhuis, A. G. Staan; in het midden A. Overstrijd. REINHOLD BOEHM, die onlangs het duurrecord vliegen op 24 uur 12 min. heeft gebracht. JOHN C. PORTE, de Engelsche luitenant-aviateur, die met een hydroplane den Atlantischen oceaan wil oversteken.
PDF
Nummer
1914, nr.04, 22 juli 1914
Blad
11
Tekst
DE STAKING BEGINT. De H. T, M.-directie laat het manifest, waarbij de stakers, die zich voor Maandag 12 uur v.m. niet hebben aangemeld, ontslagen worden, aanplakken. (Foto Couvée) zit voor ’t open raam en geniet... ’t Is niet mooi om te genieten als ge weet dat andere menschen in zorgen zijn, wanneer ge vermoedt dat de directie der H.T.M. evenals de leiders der stakende tramconducteurs wellicht op dat zelfde moment hun hoofden pijnigen om den weg te vinden tot het beëindigen van het conflict dat „thetopicofthe day” is, niet alleen in de residentie, maar ook in heel Nederland. Toch laat ik m’n egoisme zegevieren. Een korte poos maar. En in die momenten kan ik het begrijpen hoe de Hagenaars van vroeger het zich lieten welgevallen, dat hun stad, hun mooie stad, het Dorp der Dorpen werd geheeten. * * * Als in een dorpske, zoo stil, is het in de straten der residentie, waar anders de tram tingelt en langs de rails knarst in de bochten, ’t Is heel vervelend, wanneer je van je woning naar de stad moet of vice versa, maar ’t is heerlijk, wanneer je rustig een uurtje werken wilt of heel ongegeneerd, de beenen op het vensterkozijn uitgestrekt, van het zoele weer geniet. * * * Niet plotseling is deze staking der Haagsche tramconducteurs uitgebroken. Het broeide al reeds lang. Wij zullen hier het geschil niet uitpluizen, zoo naar de stad te trekken (Foto Couvée.) HET PUBLIEK VOL. SYMPATHIE. De directie heeft getracht lijn 8, de Scheveningsche lijn, in actie te houden, doch het publiek wilde er niet in, erger nog: bood verzet, wat tot heftige tooneelen aanleiding gaf. De marechaussees moesten de blanke sabel zwaaien en er vielen duchtig klappen. (Foto Haagsch IH.-bur) COMMISSARIS VERSTEEG IN ACTIE. De Haagsche Politie geniet de sympathie der bevolking dank zij ook het verstandig optreden van haar Hoofdcommissaris. Dat hij van aanpakken weet toont onze foto die onzen politievader geeft net toen hij een marechaussees-paard bij den teugel voerde. (Foto Haagsch Ify-bur) DE RELLETJES OP HET PLEIN. Een typisch beeld tijdens de stakingsdagen. (foto Couveé). kringen en lagen, ons aan dit voorbeeld te spiegelen en dit voorbeeld te volgen. Temeer omdat wij daardoor eraan mee werken dat de staking spoediger geëindigd kan zijn. En dit is de wensch van velen, niet het minst zeker van de winkeliers in het hartje van de stad ’s-Gravenhage en Scheveningen. EEN, DIE GOEDE ZAKEN MAAKT. Het Scheveningsche busje tjok-vol ondanks het verhoogd tarief van een dubbeltje. (foto Haagsch lll-bur) DEN HAAG ZONDER TRAM EÉN ORDELIJKE STOET. De stakende tram-conducteurs in burgerkieeding scharen zich tot een ordelijken stoet om EEN WELBEWAAKTE REMISE. Marechaussees, met hun bekende berenmutsen op, zitten rustig op hun bankje voor de groote tramremise. Politie te voet en te paard houdt hen gezelschap. (Foto Haagsch lll.-bur) noch bespreken aan welke zijde het gelijk schijnt te zijn. Panorama heeft de feiten in beeld en woord te brengen, aan anderen overlatend om de oorzaken te bediscussieeren en na te gaan waar de schuld schuilt. Ik moet eerlijk zeggen, dat ik heel blij ben dat Panorama zich daar niet mee bezig houdt. Ik zag mij niet graag zoo’n taak op de schouders gelegd. * * * Doch als een feit valt het te constateeren dat nog zelden een staking zoo de sympathie had als deze. Op allerlei** wijzen werd dit getoond. Een beetje al te erg zelfs door een deel der Haagsche bevolking, dat steenen gooien in de ruiten van een tramwagen, ook argumenteeren vindt. Een wijze van redeneeren waarmee natuurlijk geen enkel welgedrild marechaussee of plichtgetrouw politieman het eens kan zijn. En als antwoord op zulke argumenten ook hier de gebruikelijke charges, de blanke sabels, die wel geen blijvend kwaad, maar toch tijdelijk erg zeer doen. * ♦ * Wij mogen in den Haag niet samen scholen, heeft de burgemeester ons laten weten. En de burgemeester heeft gelijk. Daar waar de stakers zich in alle opzichten ordelijk gedragen hebben wij, dat zijn de bewoners van den Haag, in alle HET BINNENHOF AFGEZET. Om de relletjes, die zich voornamelijk op het Plein, het tramcentrum, afspeelden meester te blijven, had de politie het Binnenhof afgezet. Bereden politie houdt post voor de Poorten. (Foto Haagsch lll.-bitr)
PDF
Nummer
1914, nr.04, 22 juli 1914
Blad
12
Tekst
EEN GOEDMOEDIG KOMPLOT NAAR HET ENGELSCH VAN HOUGHTON TOWNLEY VERKORTE INHOUD VAN HET GEDEELTE UIT DE VORIGE NUMMERS, Eveiine Blount, een knap doch arm meisje, wordt door Mr. Michael Fordyce, lid van het Lagerhuis en door Jack Tenterden, zoon van kolonel Tenterden, bemind. Zij zelf heeft echter nog absoluut geen idee naar wien haar hart neigt. Door bemiddeling van Jack werd Eveiine bij de Tenterdens te logeeren gevraagd en Jack zelf begeleidde haar naar zijn familie. Onderweg stelt hij haar op de hoogte van den toestand bij hem thuis: Zijn vader, hoewel zelf geloovend dat alles terecht zal komen, heeft te veel gewaagd met zijn speculaties en dreigt geruïneerd te worden en als dit gebeurde zou Jack den moed missen Eveiine te vragen. Wanneer zij beiden op Dippingdene, het landgoed van de Tenterdens aankomen, doet de kolonel zeer opgewekt omdat de aandeelen iets gerezen zijn. De overige familie is echter nog zeer bedrukt en als de kolonel Eveiine het landgoed laat zien, bespreekt Jack met zijn moeder en zijn zuster Isabei den toestand. Zij zien in dat deze onhoudbaar is. Jack verneemt dat zijn vader juist den dag te voren een boerderij heeft verkocht voor 20.000 gulden omdat hij contanten noodig had. De effecten waren geborgen in de brandkast. Voor dit geld wilde de kolonel weder Rubber-effecten koopen en om dit te verhinderen neemt Jack in overleg met zijn moeder en zijn zuster het besluit de effecten ’s nachts uit de brandkast te nemen en te bewaren tot na de crisis. Het plan zou worden uitgevoerd alsof een werkelijke dief zich door inklimming toegang had weten te verschaffen, ’n Schroevendraaier en een stallantaarn zullen zijn hulpmiddelen zijn bij het plan. De stemming was dien avond zeer gedrukt en Eveiine was blij dat zij zich eindelijk alleen op haar kamer bevond waar zij vanaf het balcon een prachtig uitzicht had op het park. oe rustig, hoe heerlijk, hoe vreedzaam hier in tegenstelling met Londen. De stilte was intens als het blauw van het uitspansel. Men kon een tak hooren kraken op honderd meter afstand, Ze ging naar binnen en trachtte wat te lezen, doch de boeken die in de kamer lagen waren vervelend en na een half uur werd ze slaperig. Wat een heerlijke nacht! Ze deed het licht uit en keerde nogmaals naar het balkon terug. Plotseling werd haar aandacht getrokken door een kleinen lichtcirkel, niet grooter dan een handpalm, die over het grasperk scheen te dansen. Het was het schijnsel van Jack’s dievenlantaarn, die hij van een stallantaarn had gemaakt door er een niet al te best sluitenden doek over te hangen. Het huis was nu in diepe rust en de inbreker kon met het werk beginnen. De blinden van het venster terzijde van den ingang waren aan de binnenzijde ongesloten gelaten, ten einde den dief zijn werk gemakkelijker te kunnen maken. Jack evenvzel naderde zeer omzichtig, trapte het geheele bloemperk plat (wat geen echte inbreker doen zou), en begaf zich naar het raam, Eveiine had ondertusschen het geluid van voetstappen gehoord. In het eerste oogenblik dacht ze niet in ’t minst aan inbrekerij. Niet bekend met de gewoonten van het huis, meende ze dat een der bedienden aan het sluiten was of een nachtelijke ronde deed. Toen het licht evenwel onder haar venster stilhield, deed ze een stap naar voren en leunde over de balustrade. Ze was nu geen vier meter van Jack’s hoofd verwijderd. De inbreker begon onhandig te zoeken met zijn lantaarn, hij nam den doek weg, waardoor het lichfscheen op een paar handen in een waarvan zich een schroevendraaier van reusachtige afmeting bevond. Daarna weder duisternis. Eveiine begreep nu wat daar gebeurde en beefde van schrik. Ze stond stil met de hand op het hart en wilde luid om hulp roepen. Ze hield zich echter in en bedacht dat zoo iets onvoorzichtig zou zijn. Bovendien wist ze niet zeker wat de man voornemens was en of hij wellicht tot de huisgenooten behoorde. Ze leunde opnieuw over de balustrade en hield den adem in, terwijl ze naar beneden keek. Een inbreker! Zonder twijfel. Hij was bezig het blind open te breken. Ze hoorde een gepiep en gekraak en toen was het stil. Nog eens werd het doek van de lantaarn genomen en deze omhoog geheven naar het blind. De dief bekeek klaarblijkelijk hoever hij gevorderd was. Doch in plaats dat de lichtstraal op het venster viel, viel het op het gelaat van den man. ’t Gaf Eveiine een schok; haar schrik was op eens verdwenen. ’t Was Jack? Wat ging hij uitvoeren? Hè, wat had hij haar doen schrikken. Ze rustte nu met haar armen op de balustrade en keek gerustgesteld naar beneden. Zou ze hem roepen en hem laten weten dat ze vlak bij hem was? Maar wat deed hij eigenlijk? Het raam openen of sluiten? Nog tweemaal werd de lantaarn opgeheven en eindelijk ging met geknars het raam open. Ze hoorde het geluid van schoenen langs den muur schuren en begreep dat Jack naar binnen klauterde. Wat moest dat toch beteekenen? Was hij buiten gesloten geworden? Misschien wilde hij niet door haar gezien worden. Het was maar beter niet zijn aandacht te trekken. Nu was hij verdwenen en alles stil. Alleen de lantaarn stond er nog en wierp een flauw schijnsel op den grond. Hij kwam zeker weer terug, maar niet op dezelfde manier als hij verdwenen was. Ze liep het balkon rond en bemerkte een lichtschijnsel in een der benedenkamers, waarschijnlijk de bibliotheek. Niets kunnende bespeuren, keerde ze weer naar haar vorige standplaats terug en tuurde naar beneden, zichzelve afvragende of Jack terug zou komen om de lantaarn te halen. Eindelijk zag ze een gestalte uit de duisternis opduiken, de lantaarn opnemen en verdwijnen. Hij moest de voordeur uitgekomen zijn. ’t Was een zonderling geval, maar ongetwijfeld op eenvoudige wijze te verklaren. Ze zou het hem den volgenden morgen vragen, als hij haar zelf niet van zijn nachtelijken tocht vertelde. Zij begaf zich naar bed en droomde van kamperfoeliestruiken, kronkelende beekjes, van heuvels vol boschjes en valleien vol bloemen en van nachtegalen kweelende in het maanlicht. En in haar slaap opende zij haar lippen vol verrukking. De maan liet een lichtstraal in haar kamer vallen dwars over haar kussen. Ze lag daar, het hoofd met den overvloed van goudblond haar, rustende op haar armen, schoon als een sprookjesprinses, een studie voor dichter en schilder. IV. Jack vond het klimmen door een smal vensterraam in werkelijkheid lang zoo gemakkelijk niet als het in de de oogst. In boven gereproduceerd schilderij heeft de Engelsche schilder Burton, bekend om zijn volle en karakteristieke uitbeelding van het landleven, ons verplaatst in het midden van den zomer, als de oogst der gouden aren in schooven wordt saamgebonden. Er is geen heerlijker gezicht denkbaar dan zoo’n door den wind lichtelijk bewogen korenveld, waar tusschen gele halmen hier en daar de blauwe korenbloem komt uitpiepen. Doch de landbouwer, die zich niet met de poëzie alleen kan bezighouden, haast zich om voor het weer verloopt den korenzegen binnen te halen. Ons beeld geeft beide weer, het veld vol schoonheid, de arbeid vol ijver. theorie geschenen had. Hij was zenuwachtig in spijt van zichzelf. Door een onhandige beweging viel er een schilderij van den wand en maakte een vreeselijk leven, doch scheen gelukkig niet gehoord te worden. Hij ging de hal in en beschadigde hier en daar wat, zooals hij meende dat een echte inbreker doen zou en bereikte de bibliotheek, waarvan hij de deur sloot en het electrisch licht opdraaide. Zijn taak was nu betrekkelijk gemakkelijk, Zijns vaders privékastje, waarin hij den sleutel van de brandkast bewaarde was echter gesloten. Dit te openen was al haast even moeilijk als de brandkast zelf. Na een goed kwartuur had hij evenwel door verwijdering van het houtwerk het slot losgewerkt. Toen hij eindelijk zoover was, schrikte hij. Stel je voor dat de sleutel er niet in lag! Gelukkig voor hem was de kolonel zeer regelmatig in zijn gewoonten en vond hij den sleutel op zijn gewone plaats. De brandkast zorgvuldig sluiten en den sleutel aan de genade van iederen inbreker overlaten was iets karakteristieks voor den kolonel. Niet dat de kluis veel waarde bevatte, er bevonden zich in hoofdzaak boeken in. De deur sprong open en de inbreker, zijn plannen verder uitwerkende, wierp den inhoud over den vloer, zooals dat, volgens de berichten in de nieuwsbladen, gewoonlijk door echte dieven gedaan wordt. De effecten waren spoedig gevonden in een enveloppe met den naam er op. Jack greep ze en deed ze in zijn binnenzak. Ziezoo, dat was gebeurd. De voordeur te openen, op een kier te laten ten einde zijn lantaarn uit het park te halen, behoefde slechts een paar minuten. Hij bracht de lantaarn weder in den stal, legde schroevendraaier en hamer weer in de gereedschapkist, sloop toen het huis weer in en ging naar bed. Zijn moeder wachtte hem op in de gang van haar slaapkamer, in grooter ontsteltenis, dan wanneer er een werkelijke dief aan het werk was geweest. Jack naderde haar; hij had zijn schoenen uitgetrokken en droeg ze in zijn linkerhand, in de rechter de effecten. „Hier zijn ze, berg ze goed weg!” Haar bevende vingers sloten zich om de enveloppe en snel verdween ze hiermee in haar kamer. De inbreker ging ter ruste trotsch op zichzelf dat hij dit plan zoo mooi bedacht en uitgevoerd had. V. Den volgenden morgen was jongejuffrouw Isabei erg vermoeid en slaperig. Haar gelaat was verborgen in de kussens en alleen haar vlecht was zichtbaar. Toen het kamermeisje haar wekte, geeuwde ze en verborg haar gelaat nog dieper in de kussens, terwijl zij mompelde: „Ga naar juffrouw Blount 1” Het meisje gehoorzaamde, maarvond juffrouw Blount reeds opgestaan en op het balkon. Eveiine was vroolijk gestemd; ze had het voorval van den vorigen avond bijna vergeten. Ze aanvaardde de diensten van het meisje met een vriendelijke bevalligheid haar eigen, ging voor de toilettafel zitten om zich het haar te laten kappen en wat gezellig te babbelen. Doch voordat de dienstmaagd het mooie gouden haar had uitgeborsteld, hoorde ze een beweging beneden, geloop en gedraaf en iemand kwam de trap opstormen. Tegelijkertijd hoorde ze Jacks stem, roepende: „Isabei ïsabel 1 Kom beneden l Erisingebroken1” De meid liet Eveline’s haar vallen en liep naar de deur. „Wat roepen ze daar?” Andere stemmen hoorden ze door elkaar roepen: „Inbrekers! Dieven!” en onderwijl werd er luid op de deur van des kolonels kamer geklopt. Hij kwam dadelijk dekamer uit in zijn pyjama en luisterde naar den bottelier, die druk gesticuleerde en in de grootste opgewondenheid verkeerde. „Inbrekers? Waar?” „Beneden!” riep de oude man, met beide handen naar de punten van zijn schoenen wijzende. „Hier in dit huis!” „Ons huis!” „Ja, meneer! Inbrekers,dieven !” „Toe, vertel nou eens duidelijk, ouwe dwaas, wat is er gebeurd? Sta nou niet zoo te lamenteeren l” „De bibliotheek ... De brandkast, ... de . .. Daar kwam Jack aan, reeds geheel gekleed. Hij wenkte zijn vader. „Er is ingebroken, vader! De brandkast is opengebroken. Was er veel in ?” Als eenig antwoord greep de kolonel naar zijn huisjas en vloog zijn zoon achterna. „Ze zijn het venster naast de voordeur ingeklommen. De kluis is geheel geplunderd 1 Wat waserin ?” De kolonel bromde alleen en wachtte het te gelooven tot hij zich met eigen oogen van de waarheid overtuigd had. Hij behoefde niet lang in twijfel te verkeeren; toen hij de verwarring in de kamer zag, begreep hij dat het maar al te waar was en was buiten zichzelf van woede. „Mijn Hemel!” riep hij uit, de armen wanhopig omhoog gericht, „ze zijn weg! Twintig duizend gulden! Hoe wisten ze het! Hoe konden ze het raden? Twintig duizend gulden! Het eenige wat mij nog had kunnen redden I Vloek over hen!” Jack stond er radeloos bij, een houding, die hij meende dat in de gegeven omstandigheden de meest passende was. „Wie ontdekte het? Wie zag het ’t eerst?” riep de kolonel uit. Jack legde hem uit dat Bret, de huisknecht, een schilderij op den grond gevonden had en tevens de huisdeur alsook een raam open; dat hij daarna de bibliotheek onderzocht had en toen vervolgens naar Jacks slaapkamer was gestormd, die het dichtst bij was, om hem te wekken. Deze bijzonderheden waren niet van heel veel belang, maar toch schenen ze voldoende te zijn om den kolonel eenig licht te doen opgaan. „Dieven breken in en niemand hoort er iets van! Laat mij het raam eens zien!” Allen gingen naar buiten en inspecteerden het venster. Jack wees de beschadiging aan door den schroevendraaier teweeggebracht en maakte zijn vader opmerkzaam op het platgetrapte bloemperk. De lade van de tafel moest door een inbreker van professie zijn opengebroken, zooals bleek uit de wijze waarop het slot verwijderd was. Dë kolonel zeeg in zijn armstoel neer en werd zoo bleek dat Jack vreesde hem flauw te zien vallen. Mevrouw Tenterden verscheen in de kamer geheel gekleed en uiterlijk kalm. (Wordt vervolgd).
PDF
Blad 
 van 2380
Records 901 tot 905 van 11897