Panorama

Blad 
 van 2380
Records 896 tot 900 van 11897
Nummer
1914, nr.04, 22 juli 1914
Blad
03
Tekst
HET VOLLE LEVEN EEN HONDERDJARIGE. Den Haag telt op het oogenblik weer een honderdjarige onder zijn bewoners, n.l. Mevrouw de Wed. C. J. AndreoliEskens, die den 19en Juli j.1. haar honderdsten verjaardag gevierd heeft. {foto C. J. de Gilde). DE PRIJS VAN UITNEMENDHEID Jhr Mr J. ROËLLt vice-president van den Raad van State, oud-minister, oudtid van de Tweede Kamer, voormalig griffier van de Zuid-Holl. Staten is op 70-jarigen leeftijd overleden. DE I.B.A. IN HET PALEIS VOOR VOLKSVLIJT TE AMSTERDAM. Eenige weken terug plaatsten wij het bericht, dat wij geen foto’s van de Bakkerij tentoonstelling zouden opnemen. Aangezien evenwel het geschil omtrent het pachten van het alleenrecht tot fotografeeren in dien tusschentijd is opgelost, geven wij hierboven een foto van de Jury. (Foto B. Groote & Co.) DE PESTBESTRIJDING IN INDIË. De vorige week Dinsdag is er wederom een ambulance naar Indië vertrokken ten einde behulpzaam te zijn bij de pestbestrijding. Op onze foto ziet men de zusters nog een laatsten groet aan hun verwanten en vrienden brengen bij het vertrek van den trein. J. C. JANSEN, wethouder van Onderwijs te ’s-Gravenhage, die bij de verkiezingen in September a.s. niet meer voor een herbenoeming als wethouder in aanmerking wenscht te komen. (Foto J. B. Hijmans). HET ZEEHOSPITIUM TE KATWIJK. Bij het Zeehospitium te Katwijk is de vorige week een nieuw Paviljoen officieel geopend, dat naar de Schenkster het Maria Carolina Blankenheym-paviljoen is genoemd. Het eenvoudige geheel naar de eischen der hygiëne ingerichte gebouw, ligt een paar honderd meter van het hoofdgebouw. BART VERHALLEN, de gevierde kapelmeester van de stafmuziek van het korps Koninklijke scherpschutters te Rotterdam, vierde onder zeer groote belangstelling 17 dezer zijn 25-jarig jubileum als musicus. (Foto H. Berssenbru%$e). „VAN BLAADERENS DRIJVENDE SCH»EEPSBRANDKAST” De vorige week zijn er op de Zuiderzee nabij Urk proeven genomen met een drijvende brandkast, welke in hoofdzaak als geslaagd kunnen worden beschouwd. Een als stoomboot opgetuigde zolderschuit werd voor de demonstratie benut en in brand gestoken zoodat ze na een kwartier zonk. De kast, die bleef drijven, heeft ook noodsignalen enz. bij zich om de aandacht van voorbijgaande schepen te trekken. van het Amsterdamsche Conservatorium is onlangs bt haald door den heer Joh. Hoorenman (wiens portret w hierbij geven), leerling van den heer Julius Röntgen, (Foto F. Eiffert.) H. DRENTH. ! Te ’s-Hertogenbosch is op 52-jarigen leeftijd overleder de heer H. Drenth, die gedurende 32 jaren Rijksklerk de! directe belastingen is geweest. (Foto C. J. L. Vermeulen), H . MENTEN. heeft van H.M. de Koningin de zilveren medaille der Oranje-Nassau orde ontvangen, ter gelegenheid van zijn 4O-jarig jubileum ais fabrieksbaas bij de N.V. Ijzergieterij v.h. Dentjens & Co. te Tegelen. (Foto Jos' Géominy). CHARLES BULS.t oud-burgemeester van Brussel is de vorige week op 78-jarigen leeftijd overleden. Hii was van 1882—1884 Lid van de Kamer en was een der meest geziene leden van de liberale partij
PDF
Nummer
1914, nr.04, 22 juli 1914
Blad
04
Tekst
EEN WEDERZIJDSCH INCOGNITO 'a,” zei miss Slingsby, „het gezelschap in dit pension is zéér gemengd.’1 „Dit is zoo,” stemde miss Minnifer toe, met een sentimenteel stemmetje. Miss Fairfax, uitgestrekt op de sofa, zuchtte droevig. Zij leed eiken dag aan hoofdpijn en dan die zoutelooze babbelpraatjes te moeten aanhooren, dat was een onduldbare kwelling. Ze dutte een weinig in en in dien half slapenden, half wakenden toestand zag ze voor zich een knap, gebronsd mannengelaat met bruin krullend haar en een paar eerlijke, vriendelijke oogen. Eensklaps schrok ze weer wakker. Miss Slingsby ging nog steeds voort met haar chronique scandaleuse. „Ja de heeren hier, fi donc! Dat is een allegaartje. Daar heb je bij voorbeeld den jongen Revel, diens vader of grootvader was een politieagent.” „Wat?” „Ja hij heeft het mij zelf verteld,” ging miss Slingsby triumfantelijk voort. „En toen ik hem vroeg wat hij zelf deed, zei hij mij dat hij melkboer was. Stel je voor m-e-l~k-b-o-e~r ! Hij en zijn broer hebben een melkinrichting.” Miss Fairfax was nu opeens klaar wakker. „Hoor je dat, miss Fairfax? Mijnheer Revel is een melkboer 1 Hoe grappig !” „Zoo,” antwoordde miss Fairfax, „ik zie hierin niets bijzonders of grappigs. Ik ben overtuigd dat mijnheer Revel een zeer respectabele melkboer zal zijn. De melkhandel is overigens niet in het minst belachelijk, ; integendeel!” „Het spijt mij dat ik er over gesproken heb !” zei nu miss Slingsby met voorgewende - onverschilligheid. „Ik wist natuurlijk niet, dat u bij den melkhandel betrokken waart.” Miss Slingsby hield niet van miss Fairfax. Mijnheer jRevel mocht zich evenwel in haar bijzondere belangstelling verheugen. Miss Fairfax mat haar tegenstandster met een koelen blik. „Ik ben evenmin betrokken, bij melk die per pint verkocht wordt, als bij paardenvleesch per pond verkrijgbaar,” antwoordde ze kalm. Miss Slingsby lachte zuurzoet, want ver in het mistige verleden lag een alleronaangenaamste herinnering aan vader Slingsby, paardenbiefstuk en paardenlappen afwegende in een klein slagerswinkeltje in Southport, de geboorteplaats van den rijkdom der Slingsby’s. „Hoe weet je dat Mijnheer Revel soldaat geweest is?” klonk miss Minnifer’s stemmetje. „Hoe ik dat weet?” herhaalde miss Slingsby snibbig. „Wel, ik zag het aan zijn houding en hij heeft het mij zelf verteld. Hij sprak laatst over de garde 1 Ik weet zeker zijn broer heeft hem vrijgekocht om hem in den melkhandel te nemen.” Na deze mededeeling zweefde miss Slingsby de kamer uit en liet miss Fairfax aan haar gedachten over. De zoon van een politieagent, ex-gardist, nu in den melkhandel Kan de waarheid wel verborgen blijven voor de praatzucht in het pension van een klein badplaatsje? Doch wat deed het er toe ? Als hij in den melkhandel was, was zij immers in staat hem weg te rukken uit de sfeer van pintjes melk en pondjes boter. Ze werd uit door de komst gedachten. Een blos bedekte haar bekoorlijk gelaat en ze bemerkte dat haar hoofdpijn eensklaps verdwenen was. Hij trad op de sofa toe met den regelmatigen stap, die den militair doet kennen. „Heeft u lust een wandeling te maken,” vroeg hij, na belangstellend naar haar hoofdpijn te hebben geïnformeerd. „Het is een heerlijke avond.” Miss Fairfax aarzelde een oogenblik; haar hart klopte geweldig. Toen stemde ze toe. De maan scheen helder over het strand. „Laat ons hier even gaan zitten 1” Miss Fairfax, hoewel uiterlijk kalm, hield de hand op haar hart om het luide kloppen te bedwingen, want haar metgezel was plotseling wonderlijk stil geworden. Eindelijk sprak hij. Het was niet veel wat hij zei, en hetgeen hij zei was erg onbeholpen. Zijn vrouw herinnert zich thans nog slechts een door de maan beschenen strand en stamelend uitgesproken zinnen. „Ik ben slechts een arme gouvernante,” stamelde zij als antwoord op zijn aanzoek. Toen hield hij haar handen zoo vast, dat ze haar pijn deden. Doch deze lichamelijke pijn werd overheerscht door een groot zielegeluk, terwijl ze met betraande oogen over de belichte zee staarde. Nadat zij een half uur in stil geluk daar gezeten hadden, begon hij eindelijk : „Ik ben niet heel rijk, liefste.” „Dat hindert niet! ïk zal je helpen in je zaken. Ik kan boekhouden en zal mij op allerlei wijzen nuttig trachten te maken 1” Hij keek haar in de grootste verwondering aan. „Mijn zaken ? Wat voor zaken ?” vroeg hij. „Wel, in de melkzaak,” antwoordde miss Fairfax, door haar tranen heen lachende. „Wat zeg je daar ? In de melkzaak ? Wie heeft je dat wijsgemaakt ?” „Miss Slingsby 1” „Neen maar, die is goed 1” Hij schaterde het uit. „Neen, ik ben geen melkboer, hoewel,” voegde hij er aan toe, „ik toch erkennen moet dat ik eigenaar ben van een boerderij met melkinrichting.” „Wat is dan je beroep?” vroeg het meisje blozende. — „ïk ben soldaat geweest I” „Miss Slingsby zegt, je was bij de garde en bent daaruit vrijgekocht.” „Vrijgekocht ? Ha, ha, ha 1” „Ben je dan niet vrijgekocht?” — „Welneen, ik nam mijn ontslag!” „Ontslag?” — „ja, ik was kapitein bij de garde,” legde hij uit, „maar werd plotseling (foto J. R. van Nijendaal) „LENTEZON” Deze foto heeft in onzen Fotografie-Wedstrijd Natuuropnamen een tweeden prijs behaald. (Wijk bij Duurstede) haar overpeinzing gewekt van het onderwerp harer erfgenaam van onzen familietitel en bezittingen.” — „Maar.... wie ben je dan?’ „Mijn naam is: Frederik Revel, oud-kapitein bij de garde, thans pair van he1 vereenigde koninkrijk, beter bekend als Lord Beauregard en baron Whittlesea.” Miss Fairfax staarde hem met open mond aan. „En ik dacht dat je een melkboer was!” Revel’s oogen schoten vol tranen, hij sloot het meisje in zijn armen. „Ik zou bijna wenschen het te zijn I” Toen ging hij opgewekt voort: „En jij, liefste, moet dadelijk je betrekking opzeggen, dan kunnen we zoo spoedig mogelijk trouwen.” „Mijn betrekking opzeggen ?” — „Ja, zei je niet, dat je gouvernante was?” „Neen, Fred, ik ben slechts erfgename 1” „Wat! de dochter van Lord Fairfax?” riep hij uit, „maar waarom geef je je hier in dit pension uit voor een gouvernante ?” „Om dezelfde reden als Lord Beauregard zich uitgeeft voor een melkboer. Ik wilde mijn vermogen ontvluchten,” zei het meisje zich tegen hem aanvlijende. „En ik mijn adellijke bruid,” viel hij lachend in. „Fred, miss Slingsby zei, je vader was een politieman !” „Ja, twee van mijn voorvaderen waren constabels l” „Waren ze dat?” „Ja; de een was constabel van Frankrijk en de ander constabel van den Tower,” DE SPION 3apo!eon zat te schrijven in zijn tent. Hetstrenge, ondoordringbare gelaat had nu een grimmige uitdrukking, die aan degenen, die hem mochten storen, niet veel goeds beloofde. De Franschen hadden het dien dag zwaar te verantwoorden gehad. ,,Ze sterven niet gemakkelijk, die Spanjaarden,” mompelde de keizer, Het was laat in den middag in het najaar van 1808. Op het Spaansche Schiereiland woedde de krijg op moorddadige wijze. Krats, krats! ging de pen van den keizer over de dicht beschreven depêches. Stilte heerschte rondom, slechts verbroken door den eentonigen stap van den schildwacht voor de tent, den zwakken klank van een commando in de verte, een vloek of een lach. „Werda!” klonk het op eens uit den mond van den schildwacht. Napoleon keek verstoord op. De sjako in de hand, met kletterende sporen trad maarschalk Ney de tent binnen. Schitterend soldaat, volhardend, met een lichaam hard als staal, onvatbaar voor de vermoeienissen van den krijg, onbereikbaar voor het doodelijk lood. Maarschalk Ney, de „held van honderd gevechten” stond voor zijn keizer, „Zie je niet, dat ik druk bezigben, Ney?” „Sire, het is soms noodzakelijk om blind te zijn I” Een nauwelijks merkbare glimlach verscheen op Napoleon’s gelaat. „Wel?” „Een Spaansche spion. Sire, is in de loopgraven gevangen genomen.” „Ah! Papieren?” „Ja, Sire! Uw depêches, gisteravond aan generaal Soult gezonden, waren in zijn bezit. Zonder twijfel werd de ordonnans gedood.” „Dat is de risico van den krijg, Ney. Wie vond hem?” Ney boog zich tot Napoleon over, fluisterde dezen iels in het oor en lachte, „Ongelooflijk, Ney 1” „In den krijg is niets ongelooflijk, Sire.” „Zend den soldaat en den spion bij mijI” Maarschalk Ney verdween, om eenige oogenblikken later terug te komen met een jong soldaat en den spion tusschen zijn bewakers. Napoleon zond de laatsten weg. De spion droeg de uniform van een fransch jager. Zijn gelaat was knap, maar zeer bleek. Hij wist weik lot hem wachtte. Napoleon keek hem doordringend aan met een blik, welke ieder imponeerde, die met den grooten keizer in aanraking kwam. „Je naam?” vroeg Napoleon aan den soldaat. „Charles Emille, van uw hoogheids Keizerlijke Garde!” „Waar vond je den spion?” —■ „In de loopgraaf, die gisteren gegraven is. Hij moet zich daar den laatsten nacht verborgen hebben. In de opwinding van den strijd van heden liet hij zich in ’t Spaansch eenige woorden ontvallen. Toen sprongen we op hem toe en namen hem gevangen,” „In orde!” „Wel, spion,” ging Napoleon nu tot den ander voort op ijzig kalmen toon, „je spreekt Fransch? Heb je iets te zeggen?” De spion zweeg, doch ademde zwaar. „Geef me je papieren 1” Een bevende hand wees naar Ney. „Ik heb ze hier!” Ney legde ze voor den keizer neer. „Heb je den ordonnans, die deze papieren droeg, gedood?” De spion huiverde. „Neen, Sire!” kwam het nauwelijks hoorbaar van zijn lippen. „Hoe dan?” —< „Hij viel van zijn paard, door een schot in het hart getroffen. Ik was vlak bij, liep naar hem toe en maakte mij er meester van.” „En toen?” — „Ik vond mijn weg naar de fransche loopgraven,” „Zoo,” antwoordde de keizer, „en geheel zonder hulp! Ha, waarde spion, je hebt ze niet zonder hulp verlaten, wel?” Hij lachte grimmig. „Jé weet wat spionnen te
PDF
Nummer
1914, nr.04, 22 juli 1914
Blad
05
Tekst
OPENLUCHTOEFENINGEN TE HAARLEM. De Minister van Oorlog heeft een bezoek gebracht aan de Rijkskweekschool voor Onderwijzers te Haarlem, teneinde de openluchtoefeningen bij te wonen. Wij geven hierboven een foto van de deelnemers aan de oefeningen. wachten staat?” vroeg de keizer weer» Een schouderophalen was het eenige antwoord» Weer gleed de arendsblik van den veldheer over het onbewogen gelaat van den spion. „Ze zijn dapper, die Spaansche ellendelingen/’ mompelde hij half in zichzelf. „Ik geloof dat je .de zon niet meer zult zien opgaan, spion.” Napoleon ging voort den spion onderzoekend aan te zien, zoo mogelijk nog nauwkeuriger dan te voren. „Je lijkt sprekend op iemand, dien ik jaren geleden ontmoette,” zegt de keizer eindelijk. „Misschien hebben we elkander in andere omstandigheden ontmoet. Je naam?” „Valons!” „Bekende naam! Antwoord op mijn vragen. Wie was je vader ?” „Korporaal Valons, nu dood!” „Was hij vroeger te Nantes?” — „Jat” —- „Het was gedurende de fransche revolutie in 1793 dat een jong luitenant bevel voerde over de kanonnen te Nantes. Luister je spion?” „Ja, Sire!” „Hij was ziek door de koorts en werd verpleegd door een korporaal die jouw naam droeg. Hij was zoo dankbaar voor de diensten van dezen korporaal, dat hij hem beloofde om peet te worden van zijn eerste kind. Heb je ooit korporaal Valons over den luitenant hooren spreken?” De spion beefde. „Antwoord,” beval Napoleon streng. — „Sire, ik heb mijn vader hooren spreken van een jong luitenant, dien hij verpleegd had, en die gezegd had, dat hij eenmaal zou regeeren overeen machtig Keizerrijk.” „Zoo, heb je? Heeft korporaal Valons den jongen luitenant uit het gezicht verloren?” — „Ja, Sire!” „Hield de luitenant zijn belofte?” „Ja Sire! Mijn vader trouwde spoedig met een Spaansche en de luitenant was peet van zijn eenig kind.” „Ah! Zoo, dat dacht ik wel. De luitenant heeft nimmer zijn woord gebroken, hoewel hij,” klonk het grimmig, „vele hoofden brak.” De soldaat was plotseling zeer bleek geworden. Hij staarde naar den spion, en dan weer naar Napoleon in sprakeloozen schrik. „Spion, weet je wat die jonge luitenant nu is?” vroeg Napoleon, en zijn stem klonk eenigszins bewogen. Geen antwoord, slechts een ontkennend hoofdschudden. Napoleon stond op. ..Hij is keizer van Frankrijk!” „Sire! Sire!” kreet de jonge spion, alles rondom zich vergetende en zich voor den keizer op de knieën werpende. „Stille!” riep Napoleon met schorre stem. „Het is de plicht van den keizer, jou, zijn peetekind, vóór zonsondergang te doen fusileeren. Dat is het noodlot van den oorlog.” Napoleon naderde den spion, die nog steeds geknield voor hem lag. Met een snelle beweging rukte hij de pruik van het hoofd van den spion en opeens vielen de prachtige lange zwarte vlechten van een vrouw over het nu betraande gelaat van Marie Valons, de peetdochter van den machtigen keizer. Ah! Thans vertoonde zich de zwakke vrouw. Een vloed van tranen stroomde langs haar gelaat en wie zal zeggen wat de POLITIEHONDEN. De afdeeling Utrecht van de Kon. Nederl. PolitiehondenVereeniging heeft de vorige week te Maarssen een keuring van politiehonden gehouden, ter uitreiking van het certificaat. Op bovenstaande foto ziet men „Vilou van Rosa”, (eigenaar T. Swart, gemeente-veldwachter te Soest) over een heg springen. strenge ondoorgrondelijke keizer op dat oogenblik gevoelde. Zelfs de vuurvreter Maarschalk Ney kuchte en snoot zijn neus. „Sire, Sire!” riep nu de jonge gardesoldaat plotseling uit, en alle discipline uit het oog verliezende, knielde hij eveneens voor zijn keizer neer. „Heb medelijden! Marie Valons is .. . is mijn verloofde . . . mijn aanstaande vrouw. Zij bood zich aan de Spaansche gewonden te verplegen. Sire, heb medelijden, ter wille van haar dooden vader die u verpleegde! Een enkel woord van u, .mijn keizer . .. ?* „Genoeg, Emilleï” bulderde de keizer. „Je vergeet jezelf 1” Ineen oogenblik stond de jonge man weer overeind en in de houding. „Mademoiselle,” ging de keizer voort, „is dat waar, wat deze jonge man zegt?” — „Ja, Sire!” „Sta op, mademoiselle. Men knielt alleen voor God!” „Een vreemde wereld, — een kleine wereld, Ney,” ging Napoleon voort. „Liefde en krijg zijn nauwer verbonden dan we denken.. . hè?” „Dat schijnt ongelukkigerwijs zoo, Sire,” antwoordde de oude soldaat. „Hoe kwam je er toe, mademoiselle, om spion te worden?” — „Sire, ik bood mijn vaderland mijn diensten aan en werd na mijn gewonde landgenooten verpleegd te hebben voor deze zending gekozen, omdat ik Fransch spreek als een Franschman . .. ?’ „Pardon, mademoiselle, u spréékt Fransch als een vrouw,” viel Napoleon vroolijk in, toen werd hij weer ernstig. „Maarschalk Ney, Emille, mademoiselle, over wat nu gebeurt moet het diepste stilzwijgen bewaard worden. Hoort u, made moiselle, ik eisch op uw woord van eer dat u over wat nu gebeurt nimmer een woord zult reppen.” — „Sire, ik geef u mijn woord!” — „Dat is voldoende. Zet deze pruik weer op.” Ze deed aldus. „Neem mijn steek!” Hij overhandigde haar dien en ze zette hem op het hoofd. De keizer nam een van zijn uniformjassen, gedecoreerd met de zilveren ster, bij ieder kind in Frankrijk welbekend. Hij hielp haar om ze aan te trekken. „Zoo! Steek je hand tusschen de borst, je hoofd een weinig gebogen. Mooi! Je ziet, Ney,” merkte de keizer glimlachend op, ,,ik ben een beetje aan het complotteeren. Mademoiselle is een prachtige Napoleon?’ Ney bromde wat. „Mademoiselle,” begon de keizer weer. „Beloof me nimmer weer voor spion te spelen. Dat gelukt u toch niet, je zoudt binnen weinige oogenblikken gedood zijn. Ik heb een ander plan. Slim als je bent, zul je aldus zonder gevaar de voorposten kunnen passeeren. Het is bijna donker. Binnen enkele uren kun je weer bij je landgenooten zijn. Goede reis. Marsch I” „Ma foi, Ney,” merkte Napoleon op, „ze zou een flink soldaat geweest zijn. Emille,” vervolgde hij tot den soldaat, „je zult een dapper meisje trouwen. Je kunt gaan!” Alleen gebleven luisterden Napoleon en Ney ademloos naar een schot of naar het geroep van een schildwacht, doch het bleef stil. Tien minuten gingen zoo voorbij. „Ze heeft nu de linie gepasseerd?’ mompelde Napoleon. ,lk ga mijn depêche afmaken.” DE UITSLAG VAN ONZEN FOTOGRAFI E-WE DSTRIJ D „NATUUROPNAMEN". Z óó groot hadden wij ons, bij hel uilschrijven van dezen wedstrijd, hel aantal deelnemers niet voorgesteld. En niet alleen de deelname, doch de jury kreeg van enkele inzenders geheele series ter beoordeeling. Al is dan ook de taak van de jury een heel moeilijke geweest, toch brengen wij, ook namens haar, dank aan alle inzenders en met genoegen hebben wij wederom kunnen constateeren dat de liefhebberij voor fotografeeren steeds grooter wordt, en het gehalte der inzendingen steeds beter. * * ♦ Zooals wij reeds in ons vorig nummer mededeelden is de le prijs toegekend aan den heer W. LINDELAUF te Heerlen. 2e prijzen werden behaald door: « Em. Borrenbergen te Borgerhout (Antw.), waarvan hiernaast de foto: ’t IS LENTE. J. R. van Nijendaal te Wijk bij Duurstede. * * * 3e prijzen werden toegekend aan: J. Mast, te Gent; P. v. Tol, te ’s-Gravenhage. * * * 4e prijzen vielen ten deel aan: D. Binnekamp, te Leiden; F. F. P. Bins, te Amsterdam ; Mevrouw v. d. Brugge, te Oosterhout (N.-Br.); P. Veldman, te Tilburg; W. Vrijman, te Rotterdam.
PDF
Nummer
1914, nr.04, 22 juli 1914
Blad
06
Tekst
BIJ DEN KEIZER TE GAST eizer Wilhelm is een wonderlijk man. Iemand die de meest heterogene dingen vermag te dben en zijn gedachten geeft aan sterk uiteenoopende onderwerpen. Alles wat groot gedaan kan vorden valt dan ook binnen zijn ineressekring. Daar zit ongetwijfeld iets bewonlerenswaardigs in. Vooral ook omdat bij dien Heercher hoofd en hart vaak gelijkijdig werken en uit hun impulsen le meest sympathieke daden voortkomen. Impulsieve menschen mogen dan n de Staatkunde niet altijd de neest gelukkige grepen doen, wanbeer zij hun spontaneïteit op het gebied der menschenmin laten werden, dan is de uitwerking in den egel er des te gelukkiger door. De gasten keeren naar hun buitenverblijf terug, nadat zij een prettigen dag aan het strand hebben doorgebracht. een aanloopje. Een aanloopje op uw hart en op uw beurs. Een aanloopje vooral bij dePanorama-getrouwen, die van hun vacantie genieten of plannen hebben welke hen spoedig naar buiten zullen brengen, ver van hun gewone werk of omgeving. Gij zijt inZondagsstemming of gaat er in komen. Mag dit korte bijschrift bij de foto’s van het Kaiser Wilhelm- Kinderheim daarvan profiteeren en een opwekking zijn om aan uw reisbelasting te denken? • • « Herinnert u eens die velen, die ook zoo graag naar buiten zouden willen, die kleine kleuters, voor wie bosch en zee zoo’n overvloed van goeds kunnen doen. En stort dan uw aandeel. Er is geen heerlijker belasting dan deze. En geen die meer wordt gewaardeerd. En overal in den lande zijn bereidwillige belastinginners, vereenigingen en bonden, die vacantiekolonies beheeren of steunen, om ze te ontvangen. Een groepje gasten in feeststemming. Keizer Wilhelm heeft ook nog een andere bewonderenswaardige eigenschap. Hij kan niets half doen. Dat is benijdenswaardig. Ook voor de 150 Berlijnsche schoolkinderen, die ervan profiteeren, dat hun Keizerlijke gastheer zijn vacantiekolonie met heele middelen tot stand bracht. Groot en groots, zooals het zijn moet. Kijkt de foto’s, welke in dit Panorama-nummer staan, er maar eens op aan en ge zult toe moeten geven dat ik niet overdrijf. # * * Er zijn menschen, wier menschenmin boven allen twijfel verheven is en die toch niet voelen voor vacantie-kolonies. Zij vinden het even doen nippen aan den beker der vrijheid, het maar kort genieten van zeelucht of boschgeur en dan weer teruggaan naar de benauwde stegen der stad, zoo onvoldoende, dat zij niets voelen voor het beginsel. Ik kan niet denken zooals zij. Integendeel. Wanneer men ondervonden heeft, hoe heerlijk versterkend zelfs een kort verblijf in de vrije natuur is, na lange tijden van ingespannen werk, dan moet men wel geloovén aan de wonderdoende werking van de frissche zeelucht en de longen sterkende uitwasemingen der bosschen. Ik voel dan ook warm voor alles waardoor het uitzenden dier kleinen bevorderd wordt. Particulieren, vereenigingen en instellingen, die dat doel beoogen, hebben mijn volste sympathie. * • ♦ En nu moet ik u een redactioneel geheim verklappen, Panorama-lezeressen en -lezers. Die foto’s van Ahlbeck zijn in ons blad niet alleen geplaatst omdat wij ze zoo mooi vonden, noch hebben zij uitsluitend tot doel van de goedhartigheid eens Keizers getuigenis af te leggen. Eerlijk bekend: zij waren Een rustig oogenblikje na een drukken dag. EEN HEERLIJK SPELLETJE AAN HET KOELE ZEESTRAND.
PDF
Nummer
1914, nr.04, 22 juli 1914
Blad
07
Tekst
MAX ROOSES. t Op 75-jarigen leeftijd is te Antwerpen overleden de pas afgetreden conservator van het rlantijn-museum Max Rooses. Zijn voornaamste werken zijn geweest „Plantijn'’ en „De Plantijnsche drukkerij”, bekroond door de Academie de Belgique. WERELD-PANORAMA KONING ALBERT IN ZWITSERLAND. De Koning van België heeft een bezoek gebracht aan Bern, de hoofdstad van Zwitserland. Onze foto geeft het oogenblik weer, dat Z. M. het stadhuis verlaat. DE BEGRAFENIS VAN LUIT. HUBERT. De vorige week is de luitenant-aviateur Hubert, die op zoo ongelukkige wijze om het leven gekomen is, met militaire eer begraven. Op onze foto ziet men de D kist, die gedekt is met de Belgische vlag, door acht sergeants grafwaarts dragen. e caleidoscoop, welke het menschenbestaan heet, gaat al maar voort, zijn kleuren telkens in andere wisseling te mengen en onze Wereld-panorama-pagina is er voortdurend een getrouwe afspiegeling van. * .* * Max Rooses stierf. Een donkere tint. Want deze Zuid-Nederlander was een man van groote beteekenis. Niet alleen dat hij op hoogst verdienstelijke wijze van de overblijfselen der oude Plantijn-drukkerij een uiterst belangrijk Museum wist te maken, ook zijn werken over Vlaamsche Kunst, zijn Rubens-studie, de kritieken in Zuid- en Noord-Nederlandsche bladen gaven dezen Vlaming een verdienstelijken en ook verdienden naam. Luitenant Hubert werd een slachtoffer van zijn beroep. Een anders donkere kleur. Ook België vergrootte weer de lijst der slachtoffers van de lucht, het element dat steeds sterke attractie blijkt te bezitten, ondanks de verraderlijke gevaren welke het heeft. Koning Albert in Bern. Gelukkig nu een vroolijker toon. Want zooals zoo vaak, was ook dit vorstenbezoek een versterken van vriendschapsbanden. Men kan het heel goed begrijpen, dat de Zwitsers ingenomen waren met den zooeenvoudig-beminnelijken Belgischen Monarch. Scott-monument. Droeve herinneringen knoopen zich vast aan den dood van den onversaagden zoeker, doch de caleidoscoop weet wonderlijke mengelingen te geven. EEN MONUMENT VOOR Kapt. SCOTT. Door het comité is het door Albert Hodge vervaardigde model voor het monument voor kapitein Scott, den verongelukten Poolreiziger, goedgekeurd. Het beeld, dat een hoogte zafhebben van 37 voet, stelt „De Moed” voor gekroond door de onafhankelijkheid. Dr. serge voronoff, wiens portret wij hierboven geven, heeft op het onlangs gehouden Geneeskundig congres te Parijs een zeer belangrijke mededeeling gedaan. Hij is er n.l. in geslaagd een middel te vinden tegen de ziekte van de schildklier; met dit middel zijn reeds verschillende proeven door hem genomen, die een verrassend resultaat hebben gehad. DE ULSTER-BEWEGING. Carson, „de ongekroonde koning”, heeft de vorige week zijn lijfwacht geïnspecteerd, en weer eens getoond, dat Ulster tot het laatste zal blijven vechten tegen de Home Rule. Hierboven een foto van een machine-geweer, dat voor de verdediging van Ulster moet dienen. Een voorbeeld dat opwekt en kracht schenkt gaat niet verloren, ’t Is een daad waa van de energie doorwerkt en veel goeds sticht. En zoo wasScott’s leven. Diezelfde gedachte krijgt men, nog sterker zelfs, wanneer men leest /an het wetenschappelijk werk door Dr. Voronoff verricht. Een der verraderlijkste ziekten, die vooral zoo erg is, omdat ze de jongsten aangrijpt en tot een stompzinnigheid doemt, die eigenlijk erger is dan het niet-zijn, het z.g.n. Cretinisme, de krankheid van de schildklier, werd door Dr. V. zooal niet overwonnen dan toch onschadelijk gemaakt. Een weldaad voor velen. En onwillekeurig bekruipt ons een gevoel van wrevel wanneer men naast dezen kamp tegen ziekteen dood, het nutteloos opzwepen der hartstochten ziet. Och, laat ons niet beoordeelen, alleen memoreeren het feit, dat ook in de afgeloopen week Ulster nog niet de wapens opborg, integendeel verborgde wapens binnen bracht en met veel vertoon opstelde tegen den vijand . . . * * * En dan als slot de vroolijke glimp van het dwaze. Ook al zoudt ge het willen dan nog zoudt ge niet donker kunnen kijken bij het snoezig portretje van het bevallige gekkinnetje dat met haar speenvarkentje Tuppence aan een touwtje in het Hyde-park wandelt. ♦ * * * Of is het misschien wijs, zóó dwaas te zijn? DE NIEUWSTE MODE. In het Hyde-park te Londen ziet men in de laatste dagen een zeer modieus gekleed dametje wandelen met aan een riempje een .... varkentje.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 896 tot 900 van 11897