|
EEN GOEDMOEDIG KOMPLOT NAAR HET ENGELSCH VAN
HOUGHTOiN TOWNLEY
VERKORTE INHOUD VAN HET GEDEELTE UIT HET
VORIGE NUMMER.
Eveline Blount, een knap doch arm meisje, wordt door Mr, Michael
Fordyce, lid van het Lagerhuis en door Jack Tenderden, zoon van kolonel
Tenterden, bemind. Zij zelf heeft echter nog absoluut gem idee naarwien
haar hart neigt. Door bemiddeling van Jack werd Eveline bij de Tenderdens
te logeeren gevraagd en Jack zelf begeleidde haar naar zijn familie.
Onderweg stelt hij haar op de hoogte van den toestand bij hem thuis:
Zijn vader, hoewel zelf geloovend dat alles terecht zal komen, heeft te veel
gewaagd met zijn speculaties en dreigt geruïneerd te worden en als dit
gebeurde zou Jack den moed missen Eveline te vragen. Wanneer zij beiden
op Dippingdene, het landgoed van de Tenterdens aankomen, doet de
kolonel zeer opgewekt omdat de aandeelen iets gerezen zijn. De overige
familie is echter nog zeer bedrukt en als de kolonel Eveline het landgoed
laat zien, bespreekt Jack met zijn moeder en zijn zuster Isabel den toestand.
Zij zien in dat deze onhoudbaar is. Jack verneemt dat zijn vader juist den
dag te voren een boerderij heeft verkocht voor 20.000 gulden omdat hij
contanten noodig had. De effecten waren geborgen in de brandkast.
n met dit geld wil vader opnieuw
van die prulaandeelen koopen?”
„Hoe kan ik dat verhinderen. Als
ik er iets van zeg, wordt hij woedend.
Bovendien, als ik het hem kon afraden
en de papieren gingen omhoog,
dan zou hij het mij nimmer vergeven.”
,,Moeder, u is zwak, hopeloos zwak,”
riep Jack uit. „Dat kun jij gemakkelijk zeggen,”
viel Isabel hem in de rede, „maar waarom doe
jij dan niets. Jij lijkt wel net zoo zwak als moeder
en jij bent nog wel een man”!
„Wat kan ik doen? Wat kan ik doen?” riep
de jonge man wanhopig uit, „geef mij een middel
aan de hand om het geld te redden.”
„Och, je kan natuurlijk vader niet verhinderen
zijn geld te verspelen,” zei Isabel treurig.
„Ik zou gerechtigd zijn het te doen, en ik
zou het doen als ik kon,” antwoordde Jack fier.
„Waar is het geld?”
„In de brandkast hier?”
Jack liep naar den hoek van de kamer en
greep de handle van de kluis. Ze was natuurlijk
gesloten.
„Moeder, waarom maakt u zich niet meester
van het geld — u heeft er recht op.”
„Wees niet zoo dwaas, mijn jongen. Je vaders
woede zou ontembaar zijn. Al wat hij doet is voor
ons bestwil.”
„Dan moeten wij voor ons bestwil hem tegen
zich zelven beschermen. Als hij het geld niet
had, zou hij zijn speculaties moeten opgeven.
Hij zou dan niets meer kunnen doen, dan wachten
op die vervloekte rijzing.”
„Wat praat je toch gek, Jack,” snibde Isabella.
„Het was beter dat hij van het geld beroofd werd
door 'een gewonen dief, dan dat het hem wordt
afhandig gemaakt door die zwendelaars in de
City,” verklaarde Jack. „Als een dief er zich
meester van maakt, dan is er misschien nog een
gedeelte van te redden, maar als het naar de
beurs.........”
Jack hield plotseling op, een idee schoot hem
door het hoofd.
„Moederl Veronderstel, dat wij het geld stalen?”*
„Wat praat je pou, Jack?” riep ze verschrikt uit.
„Ik herhaal. Veronderstel we werden bestolen.
Veronderstel dat een dief in huis sloop en de
effecten meenam. Wat zou er dan gebeuren?
Vader zou buiten zichzelf van woede zijn, hij
zou om de politie sturen en die zou den dief
niet kunnen vinden .....”
„Maar wat is dat nu voor onzin, Jack,” viel
Isabella hem in de rede. „Je doet net zoo
dwaas als papa!”
„Isabel, Isabel!” berispte mevrouw Tenterden met een
ontevreden blik op haar dochter.
„Begrijpt u niet wat ik bedoel?” vroeg Jack, terwijl
hij weer aan de tafel plaats nam. „Als vannacht de
brandkast eens werd opengebroken en de effecten werden
gestolen .... door ons!
„Goeien hemel!” riep mevrouw Tenterden uit.
„Ja, door ons, en dan ergens veilig werden opgeborgen
tot de crisis voorbij en alles vergeten is. Dan zouden we
vader in tijd van nood ter hulp kunnen komen. Hij zal
niet eerder tot bezinning komen, dan wanneer alles verloren
is. Dan komt u, moeder, als zijn goede engel en
toont hem hoe ge hem gered hebt voor zichzelf.”
„Bedoel je dat ik den diefstal zou plegen?” vroeg de
verschrikte vrouw.
„Iemand moet het doen!”
Isabel hield op met schreien; met geopenden mond, de
handen in den schoot gevouwen, zat ze daar en keek
Jack met verschrikten blik aan. Nimmer had ze haar
broeder zoo gezien. Haar vader was vreeselijk als hij
woedend was, en dat op die wijze uit te lokken ....
„Wat denkt u van het plan?” vroeg Jack van de een
naar de ander ziende.
Mevrouw Tenterden dacht na. De practische waarde
van het voorstel liet niet na indruk op haar te maken.
Ze was niet bang voor de woede van haar man als ze
de overtuiging had in haar recht te zijn. En ze was in
haar recht als ze een speler tegen zichzelf in bescherming
nam en iets uit het bankroet trachtte te redden.
„Wat is er tegen om hier in te breken?” vroeg Jack.
„Laten de buren er over praten; laat de politie komen
als ze er lust in heeft. Wat kan ze doen? Ze zullen
trachten de effecten meester te worden en waar wij geen
plan hebben ze te verkoopen, zullen ze hierin natuurlijk
niet slagen. Ze zullen overal naar een gewonen inbreker
zoeken en hem niet vinden. Het zal eenige dagen besproken
worden en voor vader een groote teleurstelling
zijn, maar hij zal dit wel overleven. De crisis zal niet
uitblijven. Ze komt; wilt u de armoede afwachten met
twintig duizend gulden in reserve voor den tijd als vader
een gebroken man is, of wilt u de armoede te gemoet
gaan zonder dit geld?”
De arme mevrouw Tenterden keerde haar betraande
en verschrikte oogen naar haar zoon. Ze begon nu te
begrijpen hoe treurig de zaken stonden. Want gelijk vele
menschen, die het ongeluk niet zien willen, had ze zich
steeds met valsche hoop gevleid.
„Ik vrees dat we ons huis ook verliezen zullen,” zei
Jack bedroefd.
„Het is reeds zwaar verhypothekeerd!”
„Goeden hemel! Dgn is er eigenlijk niets meer! Moeder,
FRANS HALS. DE BIERDRINKER.
Frans Hals, een beroemd Nederlandsch portretschilder, werd in 1584 te Mechelen geboren en
was leerling van Karei van Mander. Hoewel zich verscheidene werken van den beroemden
meester, waaronder ook bovenstaand doek, in het buitenland bevinden, bezit Haarlem een groote
collectie in het naar hem genoemde museum, waarop deze stad met recht trots kan zijn.
dat doet mij besluiten. Ik meen, om mij van de papieren
meester te maken. Ik zal ze u overhandigen en u moet
er zorg voor dragen. Geen zwakheid, geen verkeerde
sympathie, moeder! Ze moeten een middel zijn om vader
te redden van wanhoop als het ongelukeindelijk daar is.”
„Maar hoe zal je dat doen?” vroeg Isabel vol bewondering.
Jack was opeens in haar oogen een halfgod
geworden.
„Vannacht, als ieder slaapt. Ik sta op, ga de deur uit;
kom door hét raam weer binnen; sluip naar deze kamer;
snuffel het bureau door; gooi den inhoud over den vloer;
neem den sleutel; open de brandkast; neem de effecten
er uit, en ... nou, da’s al 1”
„Zou alles zoo gemakkelijk gaan?” vroeg mevrouw
Tenterden nerveus.
„Niets gemakkelijker, ’t Is zoo eenvoudig! Ik breek
den klink van de blinden, trap een bloemperk plat, beschadig
wat houtwerk, laat de voordeur open. Alles heel
gemakkelijk!”
„Maar onderstel, je vergist je in het donker en maakt
gerucht,” zei Isabel.
„Ik zal een lantaarn uit den stal nemen en met een
doek bedekken. Je moet natuurlijk voor dat soort werk
een dievenlantaarn hebben en een breekijzer; maar ik
kan me wel behelpen met een schroevendraaier. Het voornaamste
is te maken dat ieder gelooft dat de dief van
buiten af in huis gekomen is. Hoe minder gegevens de
politie heeft om naar te werken, des te spoediger zal ze
haar onderzoek opgeven. Moeder, vind-je het goed?”
„Ik geloof dat het noodzakelijk is,” zuchtte de onwillige
medeplichtige. „Wij drieën moeten elkander goed verstaan
en ieder van ons zijn deel van de verantwoording dragen.”
„Ja,” mompelde Isabel. „Vader zal woedend zijn,
natuurlijk, en ’t ons nimmer vergeven. Maar het is beter
dan armoe te moeten lijden.”
„Als iemand op den dag dat hij alles verloren heeft
plotseling twintigduizend gulden ontvangt, zal hij er niet
naar vragen, hoe hij ze verloor.”
Jack voelde zich iemand van ondervinding en wereldwijsheid
en werd daardoor zich niet bewust dat zijn
handelwijze al even onverantwoordelijk was als die van
zijn vader. Ze bespraken alles nog eens breedvoerig en
hoe langer ze er over praatten, hoe gemakkelijker en
rechtvaardiger het scheen.
Jack brak eindelijk de discussie af door naar den stal
te gaan om zijn maatregelen te nemen, voordat zijn
vader met Eveline terugkeerde.
Onderwijl wandelde de kolonel met zijn gast het landgoed
rond.
III.
Eveline kwam in de beste stemming terug. De
kolonel had haar geheel ingenomen door zijn
vroolijk gebabbel en zij daardoor misleid, kon
niet gelooven dat de dingen zoo treurig waren,
als Jack ze had afgeschilderd. Als men den kolonel
hoorde praten over zijn toekomstige plannen, het
aan leggen van golfbanen, bouwen van villa’s,
dan was het onmogelijk in hem den man te zien
die op het punt stond geruïneerd te worden. Jack
had bepaald overdreven.
Toen ze eindelijk thuis kwamen, vonden ze
de theetafel gereed en moeder en dochter in
levendig gesprek, zooals dat gewoonlijk gaat bij
menschen die iets in ’t schild voeren en hun
best doen hun plannen te verbergen. De tegenwoordigheid
van een gast maakte hun dit gemakkelijker.
De kolonel verontschuldigde zich dat hij even
heen moest om te telefoneeren en kwam eenigen
tijd daarna in vroolijke stemming terug.
Jack kwam later de kamer binnen en scheen
in een gedrukte stemming. Eveline meende dat
hij haar blik ontweek.
Hij scheen zoo slecht gemutst, dat Eveline
werkelijk boos op hem werd. Hoe kon hij zich
zoo dwaas aanstellen. Hij was zeker een weinig
geprikkeld door de attentie, die zijn vader haar
bewezen had.
Na de thee stelde de kolonel ’voor een partijtje
biljart te spelen, waarbij Jack en Isabel steeds
aan de verliezende hand waren. Niets scheen
intusschen in staat de wolken van Jack's voorhoofd
weg te nemen. Toen echter de couranten
kwamen en de kolonel met deze midden in het
spel de kamer verliet, scheen Jack wat ruimer
adem te halen; hij bleef evenwel opvallend stil
en Isabel nam daarom Eveline onder haar hoede.
Eveline was bedroefd; ze had blijkbaar Jack
onwillens beleedigd en mevrouw Tenterden scheen
hierin op haar zoons zijde, ten minste ook zij
sprak bijna niet tot haar. Wat had ze dan toch
gedaan? Ze had bijna spijt dat ze gekomen was
en met een zwaar hart ging ze zich kleeden voor
het diner.
Toen ze evenwel de eetzaal binnentrad. vond ze
iedereen in een gezellige stemming en het maal
verliep onder aangenamen kout. Eveline vroolijkte
weer wat op en ze nam zich voor de dingen die Jack
haar verteld had te vergeten; ten minste voor het
oogenblik.
Na het diner wendde de kolonel werkzaamheden voor
en sloot zich in zijn studeerkamer op, de anderen begaven
zich naar de huiskamer. Hier zong Eveline op verzoet
van Isabel eenige liederen en Jack, die haar nog nooit
had hooren zingen, moest door haar fraaien zang wel
bekoord worden. Hij bleef echter zeer terneergeslagen en
stil en sprak onverschillig over muziek.
Misschien waren dat wel teekenen van liefde. Toch
bekende Eveline zichzelve dat ze hem in de stad aardiger
vond dan thuis.
De kolonel wenschte zijn gast spoedig goeden nacht
en Jack scheen niet het minste verlangen te koesteren
voor een tête-a-tête met Eveline. Ze liet zich dus door
Isabel naar haar kamer brengen en mevrouw Tenterden,
haar goeden nacht wenschende, gaf haar een kus, terwijl
ze met haar gedachten blijkbaar afwezig was.
Een zucht van verlichting ontsnapte het meisje toen
ze zich eindelijk alleen bevond. Ze was vermoeid maar
had nog geen slaap. Ze deed de verandadeuren open,
sloeg een sjaal om en trad naar buiten op het balkon,
De maan was nog niet zichtbaar, toch was het niet
donker in het park beneden. Er hing een lichte nevel
die boomen en struiken in een geheimzinnig waas
hulde. De lucht was geurig als in Augustus, maar een
beetje drukkend. Ze sloeg de sjaal terug, leunde over de
balustrade en liet de koele lucht over haar schouders
waaien. (Wordt vervolgd).
|