Panorama

Blad 
 van 2380
Records 886 tot 890 van 11897
Nummer
1914, nr.03, 15 juli 1914
Blad
07
Tekst
WERELD-PANORAMA HET DRAMA TE SERAJEWO, Wederom is een bedrijf van dit drama afgespeeld. Het stoffelijk overschot van den vermoorden aartshertog Franz Ferdinand en van zijn gemalin is, na eerst in de hofkapel te Weenen te zijn gezegend, te Artstetter plechtig bijgezet In de hofkapel te Weenen is er eerst aan het publiek nog gelegenheid gegeven een laatsten blik te werpen op de kisten die het stoffelijk overschot van de vermoorden bevatten. Een mijlenlange stoet stond het oogenblik af te wachten, dat de kapel zou worden geopend ; op onze foto links ziet men het begin van dien stoet; de foto rechts geeft een blik op de indrukwekkende begrafenis. D e Dood, die groote en ontzagwekkende geweldenaar, is tevens ook de alles verzachtende Vredebrenger. Zóó was er om den persoon van den Aartshertog Franz Ferdinand een atmosfeer van haat, daar komt de Dood, en na de actie volgt als steeds de reactie; het ontzag voor den Geweldige brengt óm de dooden den vrede. En eerbiedig is de liefde welke door de Oostenrijksche bevolking getoond wordt tegenover de twee ontslapenen. Trouw wachtende mannen en vrouwen scharen zich in een mijlenlange rij achter elkaar om een laatsten blik te slaan op het ontzielde echtpaar, wier stoffelijk overblijfsel in de Hofburgkapel was neergezet. Van de foto in de kerk genomen, de kisten omgeven met de kaarsen in zilveren luchters, gaat, ondanks de veelheid dier praalbranders, een gevoel van wijding uit, waarvan men den invloed onwillekeurig op zich voelt inwerken. *** De Dood als vredebrenger. V Minder geweldig was de schok, IN DE SLOTKAPEL TE WEENEN. Na aankomst te Weenen werden de lijken van de vermoorden op een gemeenschappelijk praalbed geplaatst. De slotkapel was geheel met rouwfloers gedrapeerd; het hoogaltaar en de katafalk met palmen en ander groen versierd. Op een kussen lagen de ordeteekens en insignes van Franz Ferdinand. die ChambeHain’s heengaan op het toekijkend Europa maakte. Zijn rol was afgespeeld. En in onze snellevende tijd is de Herinnering meestal slechts een zwak werkende stuw. Een bewijs van de kracht, die eens van Joe Chamberlain, den „Koning van Birmingham” uitging, ligt in het feit, dat hij na de jaren die verliepen tusschen het toppunt van zijn roem en zijn scheiden voor immer, nog niet vergeten was. Laat ons hier de waarde van die kracht niet verder ontleden. ♦ * * Prins Hendrik heeft spoedig een contra-bezoek gebracht aan den Koning van Denemarken. Het doet aangenaam aan, de beide vorsten op zoo rustige wijze met elkander te zien wandelen en de uniformen welke hen omringen hebben niets beangstigends of krijgshaftigs. Een aangename afwisseling bij allen strijd, waaraan onze dagen zoo rijk zijn. Strijd tusschen Rassen, strijd tusschen Godsdiensten. ♦ ♦ * Van dezen laatsten geeft de doorzettingskracht, waarmee het Protestantsche Ulster zich tegen HET TEGENBEZOEK TE KOPENHAGEN Z.K.H. Prins Hendrik heeft tegenbezoek gebracht aan het Deensche Koningspaar te Kopenhagen. Op bovenstaande foto zien wij Z.K.H. naast den Deenschen Vorst. DE HOME RULE-BILL. Nog worden er in Londen groote meetings gehouden waar het voor en tegen van home rule wordt verkondigd. Op bovenstaande foto zien wij den leider Óarson wederom aan het woord. DE BEGRAFENIS VAN CHAMBERLAIN. In allen eenvoud, overeenkomstig den wensch van den overledene, is het stoffelijk overschot van den grooten staatsman ter aarde besteld. Overal, zoowel in Londen als in Birmingham, stonden de menschen langs den weg geschaard. Met Chamberlain is een groote Engelsche staatsfiguur verdwenen. de Home Rule-Wet verzet, een sterk sprekend voorbeeld. En het eigenaardige schouwspel doet zich voor dat een deel van een land niet alleen afkeerig is van, neen erger, zich wapent om verzet te voeren tegen ... het recht zich zelf te besturen I
PDF
Nummer
1914, nr.03, 15 juli 1914
Blad
08
Tekst
TERUGGEVONDEN maan drong haar licht door een grijzen nevel en wierp een bleek schijnsel als gesmolten zilver over de heuvelrij. Aan den voet van een hoog duin lag eenzaam een somber uitziende boerenwoning. Juist op het oogenblik dat de maan dit huis bescheen, werd de deur ervan geopend, trad een oude man, de eenige bewoner, naar buiten en wandelde langzaam en in gedachten verzonken . het smalle tuinpad langs. „Het is vannacht tien jaar geleden,” mompelde de man, terwijl hij aan het tuinhek staan bleef. „Tien jaren van onduldbaar zelfverwijt. Lize, mijn kind, mocht je nog één maal terugkeeren. Alles wil ik je vergeven, als ik je gelaat nog eens mocht aanschouwen. Misschien zou ik Herder ook vergeven, misschien ! Hoewel hij mij jou ontstolen heeft. Gerechte hemel, heb medelijden!” De laatste woorden gingen over in een gemompel. Toen was het weer stil! Hij deed het tuinhek open en liep in droevig gepeins den weg op. Het verwijderde geruisch der branding deed de stilte rondom nog intenser schijnen. Plotseling stond hij stil. Wat hoorde hij daar? Een stem ? Hij hield den adem in en luisterde. Ja, uit het halfduister kwam het geluid van een zwakke menschelijke stem tot hem. „Om Gods wil, help mij ! Ik sterf ! In twee dagen heb ik eten noch drinken gehad ! Ga niet heen ! Heb medelijden !” De oude ging op het geluid van de stem af en vond weldra een nog jongen man uitgeput langs de duinhelling liggen. Hij droeg gevangeniskleederen. „Ik ben in gevaar, mijnheer! Opgejaagd als een stuk wild en nu stervende van ontbering. Wilt u me helpen ?” „Ik heb nooit wet en gerechtigheid tegengewerkt, man,” antwoordde de oude ernstig, „maar .... kom mee, mijn woning is vlakbij.” De beide mannen strompelden naar huis. In de helder verlichte woonkamer gekomen, zonk de ontvluchte gevangene uitgeput in een stoel neer. Het avondeten van den oude stond nog onaangeroerd op tafel. Het voor den zonderlingen gast schuivende zei hij op gebiedenden toon : „Eet 1” De jonge man verslond gulzig hetvoor hem geplaatste eten en drinken, terwijl de oude in een leuningstoel tegenover hem gezeten, hem stilzwijgend gadesloeg. Na een kwartierscheen hij verzadigd, richtte zich op en vroeg aan zijn gastheer : „Wat wilt u met mij doen, mijnheer?” „Dat hangt er van af. Je hebt zonder twijfel een verleden ? Vertel op !” „Een verleden ? Ja, dat heb ik I Ik zal het u vertellen en als u eenig medelijden bezit, zult u mij tot het einde aanhooren.” „Natuurlijk! Ik ben magistraat en was nooit gewend iemand onverhoord te veroordeelen. Om redenen die mij alleen aangaan, woon ik hier eenzaam in dit huis; je kunt dus zonder vrees spreken. Begin !” „Eenige jaren geleden vatte ik liefde op voor . . . .” „O, een vrouw in ’t spel, natuurlijk.” „Een vrouw, ja, de hemel zegene haar! Maar het was geen vrouw als ieder ander.... „Welnu, ik kreeg haar lief en zij mij. Maar ik was arm en moest mij nog een positie scheppen, terwijl zij jong, schoon en rijk was. Zij was haars vaders afgod, die haar wenschte getrouwd te zien met een món van stand. Zij bad en smeekte hem om den geliefden man, maar haar vader was onvermurwbaar, en toen zij standvastig bleef in haar liefde voor mij, toen joeg hij haar in een vlaag van woede het huis uit.” De oude man leunde voorover in zijn stoel. „Joeg haar het huis uit, zeg-je. Ja, ja I Ga voort!” „Ja, hij joeg haar weg, zonder een cent, en toen kwam ze bij mij, mijn arme lieveling. We trouwden, maar haars vaders vloek vervolgde haar : zes jaar later werd zij ernstig ziek, terzelfder tijd werd ik door achteruitgang in zaken uit mijn betrekking ontslagen. Alle pogingen die ik in ’t werk stelde om een nieuwe betrekking te vinden, leden schipbreuk. Armoede stond voor de deur. Mijn vrouw kon slechts beter worden als zij versterkende middelen kreeg. Ik deed alle moeite om haar die te verschaffen, doch zonder gevolg. Mijn arme vrouw leed gebrek, en worstelNERVI BIJ GENUA. Nervi is een plaatsje met ruim 7000 inwoners en ligt ongeveer 11 K.M. ten Oosten van Genua in een schitterende omgeving. Op den weg derwaarts toont een obilisk de plaats aan, waar Garibaldi zich 5 Mei 1860 voor de expeditie naar Zuid-Italië inscheepte. (foto Edw. IK Kraal, Luzern) de met den dood. Als u ooit heeft liefgehad, mijnheer, dan zult u gevoelen wat ik leed en misschien ook.... mijn daad begrijpen.... Eindelijk kon ik haar lijden niet langer aanzien. Ik moest geld hebben om haar te redden en toen.... ik wilde geen misdadiger worden .... toen stal ik het! Dat was mijn ongeluk, mijnheer! Ik werd gevat, opgesloten en na het beëindigen van mijn straftijd was mijn lieveling niet meer te vinden .... Dood misschien, hoewel ik nog steeds hoop haar terug te vinden. Ik heb jarenlang gezocht, zonHET CAUMAMEER. Het Caumameer is een ruim 8 hectaren groot meertje in het Zwitsersche kanton Graubünden. Op korten afstand ervan ligt het prachtig gelegen dorp en badplaats Flims. der een spoor van haar te vinden. Ik heb gebrek geleden en ... . en ben weer tot diefstal vervallen. Dat is er nu van mij geworden .... een boef, overal achtervolgd, alles door haars vaders vloek ! Als je een kind hebt, mijnheer, geef haar dan aan den man dien zij liefheeft. Vervloek haar niet om haar liefde.” De oude man zat voorover met het hoofd in de handen, een zucht ontsnapte hem. „Dit verhaal is ... . is waar ?” vroeg hij. „Ieder woord ! Misschien vind ik haar nog eens, mijn geliefde Lize . . . .” oogen puilden hem van Lize ? Spreek, „Lize ?” De oude stond eensklaps op. Zijn uit het hoofd, zijn lippen beefden. „Lize I” hijgde hij. „Wat weet jij man, om hemelswil, wie bedoel je ?” „Mijn vrouw, Louise Westdijk, die alles opofferde voor den man, dien zij liefhad,” antwoordde de verworpeling, verwonderd over het gedrag van den ouden man tegenover hem. „En wie ben jij ?” riep de oude uit in de grootste opgewondenheid. „Mijn naam is Herder, Paul Herder.” De oude steunde met beide handen op de tafel. „Ben jij de man, jij Herder! Jij 1” De paria stond op, hij begon te begrijpen. Met schorre stem vroeg hij: „Ben jij dan . .. „Ik ben .... haar vader!” Het werd stil in de kamer. De oude stond daar ten prooi aan de hevigste aandoening, de aderen zwollen hem op het voorhoofd. Met een blik vol haat keek hij den man tegenover hem aan; een oogenblik slechts, toen, met ëen woedenden kreet vloog hij den ander naar de keel en sloeg hem tegen den grond. „Jij .... vervloekte! Jij hebt haar gedood 1 Geef ze mij terug, mijn Lize 1 of .... of ’k zal je dooden ! Waar is ze ? Zeg op ?” Zijn vingers omspanden den hals van den jongen man, die uitgeput door ontbering aan dien aanval geen weerstand bieden kon. „Ik weet het niet,” stamelde hij met zwakke stem. „Als ik ’t wist, was ik niet hier geweest. Laat mij gaan om haar te vinden 1 laat me los !” Voor een oogenblik slechts hield de oude man op en Herder rukte zich los. Toen vatten ze elkander weer beet en rolden beiden over den vloer. Het eene oogenblik had de oude dan de jonge man de overhand. Het was een bittere strijd, een strijd op leven en dood in het eenzame huis in de duinen. Wat was dat? De kreet van een vrouw, een lange smartelijke kreet klonk door de kamer en maakte plotseling een einde aan den doodelijken strijd. De beide mannen stonden hijgend op en zochten met de oogen te gelijk de plek, vanwaar de kreet gehoord was. Daar stond in de open deur die naar den tuin leidde, een jonge vrouw, de haren verward door den wind en met ingevallen, bleeke wangen. Een beeld der ellende en wanhoop. „Lize 1” De oude man deed een stap voorwaarts en strekte de armen naar haar uit. Eindelijk — sprak de vrouw. „Paul, jij hier! Den hemel zij dank, dat ik je eindelijk gevonden heb.” Toen met een verwijtenden blik op den ouden man „en jij, vader, ook hier.........Tien jaar geleden wees je mij het huis en nu ik je weerzie, vind ik je op het punt den man te dooden, die mij het liefst is op de wereld. Paul is een verworpeling der maatschappij geworden om mij het leven te redden. Wat hij is, werd hij uit liefde voor mij. Toen hij gevangengenomen was, werd ik naar een gasthuis gevoerd, bijna stervende. Maanden later, toen ik het gasthuis verliet, was mijn man ontslagen en niét meer te vinden. Heb je dan geen medelijden na zooveel jaren. O, ik heb u gezocht om uw vergiffenis af te smeeken. De Voorzienigheid leidde mijn schreden hierheen. Kunt u ons vergeven of moeten wij voor altijd verworpelingen blijven ?” Bijna werktuiglijk was de oude man op haar toegetreden, nam haar in zijn armen en kuste haar hartstochtelijk. Toen naar den jongen man terugkeerende, stak hij hem beide handen toe. „Vergeef mij,” zei hij met bewogen stem. „Dezen avond heb jij mij geleerd wat liefde is ! Je hebt voor haar veel geleden. Je zult niet langer lijden. Hier naast in de kamer zul je kleeren vinden. Doe daar een keus uit en verlaat zoo spoedig mogelijk het land; ik zal je helpen. Ja, Lize gaat
PDF
Nummer
1914, nr.03, 15 juli 1914
Blad
09
Tekst
..........:..- • ' .............PANORAMA .•" ....... natuurlijk mee. Schrijf mij dikwijls in je nieuwe vaderland en als na jaren je geschiedenis vergeten is, kom dan naar den ouden man terug. Ik zou mijn kind graag nog bij me hebben als ik sterf. Mijn eenzaamheid is verschrikkelijk.” Paul Herder sprak geen woord. ... Eenige jaren zijn voorbijgegaan. Regelmatig komen er uit Amerika brieven voor den ouden man van het eenzame huis in de duinen. En als de maan haar zilveren glans over duin en dal spreidt, strompelt de oude man zijn tuin in en met het gelaat in de richting der zee mompelt hij met trillende stem: „Lize, mijn lieveling, tot weerziens!” EEN PAS ONTDEKT STUK VAN v. DIJCK. In de omstreken van Keulen is een schilderstuk gevonden, dat door verschillende specialiteiten, waaronder de expert Max Roses, is erkend als een van de jeugdwerken van Van Dijck uit het jaar 1618. Waarom ze nieuwsgierig was Edmond Hiller, een schrijver van naam, wilde zijn studeerkamer binnentreden, doch bleef onaangenaam verrast op den drempel staan. Met moeite hield hij een uitroep van verontwaardiging in: daar zat voor zijn bureau Margaretha Verlaan, zijn vertrouwde secretaresse, en las met aandacht een brief, door hem zelf dien morgen geschreven, omdat hij den inhoud ervan geheim had willen houden. Hij beminde het meisje en daarom deed het * hem leed een dergelijk misbruik van vertrouwen bij haar te ontdekken. „Zóó, is dat de manier waarop je mijn goed geloof in je beloont?” vroeg hij eindelijk. Het meisje sprong verrast op, terwijl een blos van schaamte hals en wangen kleurde. „Ik ben ten zeerste gegriefd door uw laakbare handelwijze, juffrouw Verlaan,” vervolgde hij. Geen antwoord, het tikken der pendule verbrak alleen de stilte. „Misschien beoordeel ik u verkeerd, juffrouw, en ... en heeft u bij.... bij vergissing een verkeerden brief geopend 1” Zijn stem was minder hard, maar beefde van aandoening. „Kom nu, een korte verklaring maakt de zaak misschien duidelijk. Heb-je nu niets te zeggen?” Zij schudde haar hoofd. „Dus je opende opzettelijk den brief, omdat je lezen wilde wat ik voor je geheim gehouden had ?” „Ja!” Haarstem klonk nauwelijks hoorbaar. „Ik ben zeer in je teleurgesteld! Heb je den brief geheel gelezen ?” „Neen !” „Lees hem mij dan voor van het begin tot waar je gebleven bent.” Zij nam den brief op en las met haperende stem: „Mijn liefste Marie! — Eindelijk na een paar vervelende maanden zal ik weer spoedig bij je zijn. Het lot is mij niet erg gunstig, kind, en jou evenmin. Het huwelijk is een heilige instelling, inderdaad, en ongeacht wat het brengt, geluk of tegenspoed, blijft ware liefde trouw en is tegen alles bestand. En zeker, een liefde ais de jouwe is onvergankelijk. Wat de geldelijke aangelegenheid betreft, geloof ik op het rechte spoor te zijn. Willems dochter zal binnenkort opgespoord worden en haar wettelijk erfdeel opeischen, doch hierover schrijf ik je in een volgenden brief meer. Ik heb, geloof ik, dezer dagen, een ontdekking gedaan. De laatste twee jaar ben ik onwetend in zeer nauwe betrekking geweest met . . . .” Ze hield op met lézen. „Heb-je tot zoover gelezen!” „Bij alles wat mij heilig is, dat is alles wat ik gelezen heb, mijnheer Hiller!” kreet Margaretha. Het was slecht, misdadig ! Ik weet ’t! Maar u kunt niet begrijpen waarom ik ’t deed, en ik kan, ik durf fiet u niet zeggen !” „O, zeg, dat je mij vergeeft!” snikte ze. „Er is weinig te vergeven, kind,” zei hij op vaderlijken toon. „Nou, huil maar niet meer. We zullen er niet meer over spreken en opnieuw beginnen. Eerlijk en oprecht. „O, de Hemel zegene u,” antwoordde Margaretha met gesmoorde stem. „Wilt u mij voortaan weer vertrouwen, mijnheer Hiller ?” „Ja, ja, volkomen.” Hij trad op haar toe en gaf haar de hand. „Ik heb u vandaag niet meer noodig, juffrouw Verlaan. Ga maar een wandeling doen. Tot morgenochtend !” Een oogenblik later had het meisje hem verlaten. Edmond Hiller was drie en veertig jaar oud. Zijn ruime middelen veroorloofden hem op royalen voet te leven, en aan zijn liefde voor sport, kunst en literatuur te voldoen. Hij was nog vrijgezel en leefde in zijn nette villa in volmaakte afzondering. Twee jaar geleden had hij Margaretha Verlaan in dienst genomen als zijn secretaresse en sedert was hij haar gaan beminnen met al de liefde van zijn groot, eerlijk hart. Weinig bekend met de psyche der vrouw, meende hij dat zij, het vijf en twintigjarig meisje, hem beschouwde als een goeden, vaderlijken vriend. Bovendien had hij kort geleden iets ontdekt omtrent haar familiebetrekkingen, hetgeen hem als man van eer gebood elke gedachte aan een huwelijk met haar uit zijn gedachten te bannen. Hij was droevig gestemd over Margaretha’s gedrag van dien dag en vroeg zichzelf af wat haar er toe verleid had een brief te lezen, die niet voor haar oogen bestemd was. Weken waren voorbijgegaan, toen op een namiddag Hiller zijn secretaresse verzocht haar schrijfmachine te sluiten en op zijn studeerkamer te komen. „Kind, ik heb je een geschiedenis te vertellen, die jou betreft. Ga zitten en luister 1” Margaretha gehoorzaamde, verwonderd en nieuwsgierig. „Twintig jaar geleden,” begon Hiller, „stierf mijns vaders neef, Willem, nalatende zijn vrouw en een vijfjarig dochtertje. Mijn achterneef was laat getrouwd, maar had een aanzienlijk vermogen verdiend in den theehandel. Zijn laatste woorden tot mij en mijn zuster Marie waren : „ik beveel mijn geliefde vrouw en dochter in jullie zorg aan. Mocht de kleine ook haar moeder verliezen, dan willen jelui wel voor haar zorgen. Een gedeelte van mijn fortuin heb ik afgezonderd voor haar opvoeding, waaraan de meeste zorg moet worden besteed. Wat jé ook doet, Edmond,” zei hij tot mij, „zorg er vooral,voor dat mijn kleine meisje BOBBY EN BABY. Bovenstaand aardig tafereeltje, genomen in de City van Londen, laat zien hoe door een Engelschen agent het verkeer ter wille van „het kind” werd stopgezet. DE BLOEM VAN ÉÉN NACHT. De Cereus nicticalis, een cactus-soort uit Mexico, die slechts een paar jaar gedurende enkele nachtelijke uren bloeit ’s Avonds ontluiken de groote, raaie bloemen, den volgenden ochtend zijn ze reeds verschrompeld. Onze foto is genomen in de Rotterdamsche Diergaarde waar de bloem veler aandachttrok. f; eenmaal gelukkig trouwt en dat ze vooral niet huwt met iemand die te veel met haar in jaren verschilt.” „Een jaar na Willems dood vernamen we tot onze verwondering dat zijn vrouw opnieuw ging trouwen. De man, met wien zij in het huwelijk trad, was evenwel een schurk. Hij noodzaakte haar het vermogen dat ze mee ten huwelijk bracht in zijn handen te geven. Daarna verliet hij haar. Gewonde trots en schaamte bracht Willems vrouw er toe alle banden met haar familie te verbreken en spoorloos te verdwijnen. Eerst geruimen tijd geleden vernamen we, dat zij een jaar na haar verdwijnen gestorven was. Van het kind was echter geen spoor meer te vinden. „Voor twee jaar ongeveer kwam ik evenwel tot de ontdekking, dat het kind nog leefde maar een anderen naam droeg, ïk liet het meest uitgebreide onderzoek instellen en kwam hierdoor te weten, dat haar stiefvader eveneens was overleden. Nu stelde ik alle pogingen in het werk om ter wille van het kind beslag op het vermogen te leggen. De schurk had de helft ervan verkwist, er bleef evenwel nog ruim twee ton over. En nu mijn kind,” eindigde Hiller, zich naar haar toebuigende, „kun je nu raden, dat jij ... . jij... .” Het meisje viel voor hem op de knieën en snikte. „Ja, kindlief, jij bent Willems dochter. God zegen je ! Je heet niet Margaretha Verlaan, maar Louise Winter. Ik durfde het je niet eerder te zeggen, maar vermoedde¥het reeds lang te voren. Nu heb ik zekerheid. Ik wilde eenige weken geleden je den brief niet laten lezen, omdat ik toen nog niet alle bewijzen bijeen had.” Het meisje weende nog steeds. „Wees stil, kind,” ging hij vertroostend voort. „Ja, ik weet dat je levensweg zeer moeilijk geweest is. Later kun je me je geschiedenis wel eens vertellen. En als ik wist.... als ik durfde .... dan vroeg ik je om je verdere leven aan mijn hoede toe te vertrouwen .... De liefde die ik reeds lang voor je gevoel, lieveling,..... maar..... verschil ia leeftijd, ik weet het,. . . ik beloofde het Willem .... toch geloof ik. dat hij mij zijn toestemming niet zou onthouden hebben. Hij . ...” „IK .... ik dacht,” viel het meisje hem eensklaps in de rede, „dat .... dat je iemand anders liefhad. Je schreef immers aan.... aan .... Marie.” „Ja aan mijn zuster, die spoedig gaat trouwen,” antwoordde hij, terwijl hij haar beide handen greep. „Ik kon het niet verdragen, de gedachte dat. ... O, ik kan het niet zeggen. Ik moest het weten, moest zekerheid hebben en daarom las ik den brief....” „Dus dacht je dat ik ging trouwen ? En dat deed je verdriet? Je houdt dus van me, liefste ?” „Al — zoo — lang!” fluisterde zij. Hij sloot haar in zijn armen. „Uit de duisternis in het licht,” prevelde hij.
PDF
Nummer
1914, nr.03, 15 juli 1914
Blad
10
Tekst
Een van de stellingen op den berg die het moeras bestrijkt, waardoor de eenige verbindingsweg met Durazzo loopt. BEZOEK AAN BOORD VAN DE ,, NOO R D-BRA BANT”. Van links naar rechts: Majoor Kroon; Kapt. Luit. ter Zee J. J. Oudemans, comm. van de „Noord-Brabant”; Generaal de Veer en Majoor Roelfsema. DURAZZO. urazzo — de hoofdstad van het koninkrijk Albanië. Dat is de officieele naam voor het slechts ongeveer 30C-0 inwoners tellende stadje, dat niet veel grooter is dan een flink Nederlandsch dorp. Een stadje, dat eigenlijk dien naam niet verdient. De smalle straatjes en sloppen derven alle bestrating; ruwe stukken hardsteen, vastgestampt in den kleiachtigen bodem, maken de wegen voor niet-inlandsche voeten slechts met moeite begaanbaar. De Westersche beschaving is er verre te zoeken; 98 pCt. der bevolking zijn analphabeten, naïef als kinderen, vriendelijk en goedig, opgezweept en geleid door niet te noemen landen, vechtend voor een doel, dat zij niet kennen. De Vorst zelf, Wilhelm, officieel aangesproken als Majesteit, is in naam koning van slechts 3000 zielen. Zijn onstandvastig en wankelbaar karakter is oorzaak dat zij, die geroepen zijn om hem te beschermen en te dienen, hem niet kunnen liefhebben. Hij moet daar, aangevallen door zijn eigen onderdanen, alleen nog verdedigd door Nederlandsche en eenige vrijwillige buitenlandsche officieren, een taak volbrengen, die hem niet lief kan zijn. — Dat is in ’t kort de toestand van de stad, die iederen dag weer onze aandacht vraagt. De vraag rijst: Hoe zal dat alles afloopen? Wie zal ’t zeggen? LUITENANT SNELLEN VAN VOLLENHOVEN, die door de opstandelingen in Albanië is gevangen genomen. DE OFFICIEREN VAN DE „NOORD-BRABANT” IN DURAZZO. Kapitein Fabius toont aan de officieren van de „Noord-Brabant” een der snelvuurkanonnen. IN DE LOOPGRAVEN. De heer de Boer, van het Haagsch 111.- & Persbureau, die met toestemming der regeering per „Noord-Brabant” naar Durazzo was vertrokken, temidden der Albaneezen. e P 1 < 1 < 2 1 e t d ’n Dorpskerk uit de Beneden-Rijnprovincie. DEUTSCHE WERKBUND-AUSSTELLUNG In Keulen, de stad, die door haar talrijke fraaie kerken, kloosters en in gothischen stijl opgetrokken gebouwen voortdurend herinnert aan de middeneeuwen, heerscht een frissche en moderne geest. De geheele opzet van de Werkbund-tentoonstelling getuigt hiervan. Zij is feitelijk tot stand gekomen door het succes dat een dergelijk pogen verleden jaar — toen op kleine schaal — had. De commissie besloot dan ook de tentoonstelling dit jaar grooter te doen zijn en meer compleet te maken, waardoor men thans een zeer goed denkbeeld krijgt van de ontwikkeling der kunstnijverheid in Duitschland. Het mag een goede gedachte heeten dat men op deze wijze aan de Duitsche kunstnijverheid de gelegenheid geeft binnen eigen grenzen een poging te wagen, alvorens straks te Parijs uit te komen. Onze foto’s brengen een paar gebouwen in beeld,. die de Deutsche Werkbund-Ausstellung sieren. Het feestpaviljoen, ontworpen door Pierre Behrens.
PDF
Nummer
1914, nr.03, 15 juli 1914
Blad
11
Tekst
SPORT-PANORAMA DE KIELER WOCHE. DE ENGELSCHE VLOOT IN DE HAVEN VAN KIEL. DE „GERMANIA” VAN DEN HEER KRUPP. T er gelegenheid van het bezoek van de Engelsche vloot aan de stad Kiel hebben er aldaar verschillende Duitsch-Engelsche sportwedstrijden plaats gehad. Bij de twee eerste foto’s, die wij hiervan geven, lijkt het ons overbodig nog iets aan de onderschriften toe te voegen. De derde foto geeft ons een typischen kijk op de verbroedering tusschen de Duitsche en Engelsche matrozen. Heel gemoedelijk zitten de Jantjes van de twee natie’s, die op het gebied van leger en vloot elkander telkens een vlieg probeeren af te vangen, met elkaar naar de wedstrijden te kijken. De twee volgende foto’s zijn van een wedstrijd waar het niet zoo heel erg gemoedelijk is toegegaan n.1. den wedstrijd om den Grand Prix te Lyon. De Duischer Lautenschlager die dezen DE DUITSCH-ENGELSCHE VERBROEDERING. prijs op een Mercedes-wagen (Duitsch fabrikaat) heeft gewonnen, had een gemiddelde snelheid van „slechts” 105 K.M. per uur. Voorwaar geen kleinigheid! Deze wedstrijd is wel een succes geweest voor de Duitsche automobielindustrie, daar de drie eerste plaatsen gewonnen zijn door Mercedes-wagens met Continental-banden. Ten slotte moeten wij nog het portret geven van een Nederlandschen vliegenier, die als slachtoffer van de vliegsport is gevallen. Ondanks alle verbeteringen in de vliegtechniek gaat er bijna geen week voorbij of er moeten namen worden bijgeschreven op dezwarte lijst. Een woord van stille hulde aan de nagedachtenis van dezen kranigen officier is hier zeker op zijn plaats. DE GRAND PRIX VAN DE AUTOMOBILE CLUB DE FRANCE. DE AANKOMST VAN LAUTENSCHLAGER, WINNAAR VAN DEN GRAND PRIX. ENKELE VAN DE DEELNEMENDE WAGENS. Door onbekende oorzaken heeft de vorige week onze kranige Holiandsche Vlieger Spandaw, le Luit.O. Ind.leger bij Soesterberg een doodelijken val gedaan. Luit. Spandaw, die als een zeer bekwaam officier bekend stond en o. a. de 4e klasse Militaire Willemsorde, alsmede de eeresabel had verworven, had ongetwijfeld ook als vliegenier een prachtigen toekomst voor zich. Jammer dat de dood zoo plotseling een einde aan dit welbestede leven heeft gemaakt. DE BEGRAFENIS VAN LUITENANT SPANDAW IN ARNHEM. LAUTENSCHLAGER, die winnaar is van den Grand Prix van de Automobile Club de France, de vorige week op het circuit van Lyon verreden.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 886 tot 890 van 11897