|
^^^^^an ik u dienen, tante ?”
,,Rapen ? Neen dank je, Francina !”
Verbeeldde ik het mij nu, of huiverde tante
Emma? „Ze zijn uit mijn eigen tuin, tante.
< Laat me je eens helpen !” Tante’s antwoord
1 was kort en beslist.
„Neen, Sien, heusch niet. Ik kan er de lucht en het gezicht
niet van verdragen sedert.... maar dat zal ik je
straks Wel eens vertellen, na het diner!”
Toen de maaltijd geëindigd was en we aan de theetafel
gezeten waren, herinnerde ik tante Emma aan haar belofte.
Ze dacht even na en vertelde het volgende :
Het zal met November een jaar geleden zijn dat ik van
Amsterdam naar Nijmegen reisde om eenige weken bij
mijn zuster Coba te gaan doorbrengen. Te Utrecht stapte
een heer en dame uit, die de reis van Amsterdam mee ge
maakt hadden en bleef ik alleen in de coupé over. ïk wenschte
mijzelf geluk dat ik alleen bleef, toen op het laatste oogenblik
een net gekleede jonge man de reeds gesloten coupé-deur
openrukte en tegenover mij plaats nam. Het was zeker
aan mijn gezicht te zien, dat ik het vervelend vond gestoord
te worden, ten minste de jonkman maakte zijn excuus
door te zeggen :
„Het spijt mij dat ik u lastig val!”
„O, in het geheel niet,” antwoordde ik koeltjes en opende
een nummer van „Panorama” datik aan de kiosk gekocht had.
„Neem mij niet kwalijk, maar kunt u mij zeggen waar
de trein het eerst stopt?”
Op deze directe vraag, hoe dwaas ik die vond, kon ik het
antwoord niet schuldig blijven en zei dus:
„Te Arnhem, geloof ik 1”
„Werkelijk, dat is een heele rit, dank-u.”
Het rhythmische schudden van den trein maakte mij
slaperig, en ik soesde blijkbaar in. Eensklaps werd ik door
een schok wakker en zag dat de jonge man mij met doordringenden
blik zat aan te staren. Ik schrikte op.
„Het wordt zachtjes aan tijd voor den lunch,” merkte
hij op. Tegelijkertijd haalde hij met groote moeite een bol
voorwerp uit een zijner zakken te voorschijn. Ik keek er
met verwondering naar. Het was een groote rauwe knolraap!
Uit een anderen zak nam hij een mes en sneed van den
knol een langen reep af. In de grootste verbazing zat ik
een en ander aan te zien. Plotseling zegt hij : „Eet op I”
en houdt mij de afgesneden knolschijf voor.
Sprakeloos staarde ik hem aan.
„Hoor je me niet! Eet op 1”
Ik werd bleek van schrik. „Excuseer me,” stamelde ik,
„maar ik heb al gegeten.”
„Al had je vijftigmaal gegeten, je zult dit toch opeten.”
Hij was bepaald schrikwekkend om aan te zien. Zijn
oogen rolden door zijn hoofd. Lieve hemel! Ik zat tegenover
een volslagen gek !
Allerlei verhalen kwamen mij voor den geest van reizigers
die in den trein door krankzinnigen overvallen waren.
Eén ding was mij duidelijk : ik moest dien man trachten
te kalmeeren, zoo min mogelijk tegenspreken.
„Dank-u ! Ik heb in het geheel geen honger .... nou ....
een klein stukje dan 1”
„Neen, oude dame! Geen klein stukje, de geheele raap
moet je opeten voor we in Arnhem zijn, ten minste als je er
DE MODE «N FRANKRIJK.
Bij het fraaie bruidscostuum dat wij hierboven afbeelden, geven
wij op deze pagina nog een paar nieuw-modische toiletten,
die gedragen werden bij de wedstrijden te Auteuil en Longchamps.
prijs op stelt er levend aan te komen. Hoe eerder dat je dus
begint, hoe beter.”
Het was vreeselijk!
Wat was nu te verkiezen : de dood door het eten van een
knolraap, of de dood door het mes van een moordenaar?
Ik klemde mijn lippen opeen om niet te schreeuwen.
Waar .... o, waar was toch de noodrem ?
„Kom schiet op,” begon hij weer. „Ik zou je wel helpen,
maar ik heb juist voor ik in den trein stapte er al een opgegeten.
Hij smaakte mij bijzonder.”
Ik beet een klein stukje af. Als je nog nooit rauwe knolrapen
geproefd heb, dan kun je je niet verbeelden hoe
vreeselijk mij dit tegen stond.
De man zag het ontsteld gezicht dat ix zette.
„Het is een heerlijke vrucht, net ananas ! Als je ze opgegeten
hebt, zul je er spijt van hebben, dat je niet meer
krijgt. Kom, schiet een beetje op !”
De gek hield geen moment zijn oogen van mij af.
„Je eet niet hard. Zeker een copieus ontbijt gehad!
Enfin, dan moet u dit schijfje eens proeven !”
„Dank je, heusch, ik kan niet ! Ik word ziek 1”
Hij zag mij met een waanzinnigen blik aan, terwijl hij
zijn mes door de lucht zwaaide.
„Eet dit 1 Het is uitstekend voor de spijsvertering en
het voedzaamste wat je ter wereld eten kunt.”
Ik huilde bijna. „Ik kan niet meer. Ik heb geen honger!”
„Juist een reden om dit op te eten,” zei hij. „Nog maar
een uur en we zijn te Arnhem. Maak dus voort.
Ik zal over het vervolg maar kort zijn.
„Ik ben bezig een boek te schrijven over het nut van het
eten van knolrapen,” begon de gek We§r. „De knolraap is
heerlijker dan druiven en voedzamer dan melk en eieren./
Ik kreunde.
„Wat! Heb je daar „Panorama” ? Daar heb ik juist een
artikel in geschreven over de bereiding van knolrapenmelk.”
Hij wees met zijn vingers naar een pagina in het tijdschrift
en om hem niet nog meer op te winden, keek ik er
in, maar ziek naar lichaam en geest zag ik niets dan sterretjes
mij voor de oogen dansen. Zouden we dan nooit te Arnhem
aankomen ?
De gek scheen intusschen tot kalmte te zijn gekomen.
Hij zat stil in zijn hoekje voor zich uit te staren. Ik durfde
mij niet verroeren, om niet opnieuw zijn aandacht te trekken.
Eindelijk ! Eindelijk, voelde ik de remmen werken, de
trein ging langzamer. Ik keek steelsgewijs uit het raampje,
de hei had plaats gemaakt voor huizen. Den hemel zij dank!
Er was redding nabij!
Ik beefde, toen de man oprees. Hij nam zijn wandelstok
uit het rek, keek uit het venster, liet met een slag het portierraam
zakken en maakte aanstalten om het portier te
openen. De trein stoomde het perron binnen. De man opende
de coupé, stapte op de loopplank, toen keerde hij zich naar
mij toe, nam beleefd zijn hoed af en zei op volmaakt kalmen
doch eenigszins spottenden toon :
„Mevrouw, ik dank u wel voor uw welwillendheid. Door
het opeten van die knolraap heeft u mij in staat gesteld een
weddenschap van 25 pop te ’winnen ! Nogmaals zeer verplicht
en tot wederdienst gaarne bereid.”
En voor de trein stilstond was hij het perron opgevlogen,
bij een troepje jongelui beland en met deze in de
menigte verdwenen.
Ik begon te roepen : „Help, politie!” Een drom menschen
verzamelde zich voor mijn coupé en het afschuwelijkste was,
dat iedereen wij voor gek hield.
Nu zul je toch wel begrijpen dat ik knolrapen voor goed
heb „tegengegeten”.
EEN STUDENTENSTREEK
|