Panorama

Blad 
 van 2380
Records 871 tot 875 van 11897
Nummer
1914, nr.02, 8 juli 1914
Blad
06
Tekst
DE NEDERLANDSCHE JURISTEN-VEREEN1GI NG. Te UtreGht heeft Je vorige week de jaarlijksche algemeene vergadering plaats gehad van de Nederlandsche Juristen-vereeniging. Onze foto geeft een groep van de vergaderden. OFFICIEREN-JUBILEUM. Elf oud-officieren vierden de vorige week het feit, dat zij 50 jaar geleden werden aangesteld tot 2e Luitenant, met een diner in het Hotel de Witte Brug te ’s-Gravenhage. Zittend v. 1. n. r. Kol. Hindelopen, Lt. Gen. Campbell, Lt. Gen. Wuppermann, Lt. Gen. A. J. J. Staal, Lt Gen. Engelhard. — Staande: Kapt. v. Harpen Kuyper, Lt. Kol. Mossel, Gen. maj. Jhr. v. d. Poll, Lt. Gen. v, Moock, Lt A. Telders, Gen. maj. Wiertz. (foto M. M. Couvee). Prof. M r. H. P. G. QUACK, die den 2en Juli zijn 80en verjaardag heeft gevierd. VICE-ADM G. P.v.HECKING COLENBRANDER, Dir. en Comm. der Marine te Hellevoetsluis, heeft zijn ontslag aangevraagd. VADER EN ZOON BURGEMEESTER. De vertrekkende burgemeester (X) van Deil (Geld.) houdt zijn afscheidsrede. Rechts op de foto naast hem staat zijn opvolger, zijn zoon. G. BIRKHOFF Jr., Nederl. Consul in de Ver. Staten, is de vorige week op 60-jarigen leeftijd te Chicago overleden. DE SYNAGOGE TE LEIDEN, die geheel vernieuwd is en onlangs plechtig is ingewijd. V. 1. n. r. de heeren: Beuth en Horloos, bestuursleden, Cohen, Voorzanger, v. d. Heyden, bewaarder. (foto J. B. Hijmans). DE BEGRAFENIS v. J. D. BARON VAN WASSENAER VAN ROSANDE. In den familie-grafkelder te Katwijk is de vorige week het stoffelijk omhulsel van wijlen J. D. Baron van Wassenaer van Rosande bijgezet. Op onze foto zien wij de naaste familieleden van den overledene de baar volgen. WEGKAMPIOENSCHAP WIELRIJDEN. Omdat voor Nederland geen toestemming was verkregen is het wegkampioenschap van Nederland (100 K.M.) op de route Brussel— Gent en terug verreden. Hierboven den overwinnaar Kalkmann uit Rotterdam. HET ZIEKENHUIS-RUSTHUIS „SALEM” TE HOOGEVEEN. Te Hoogeveen is de vorige week het Ziekenhuis-Rusthuis „Salem” van de Vereen, tót Bevordering van Geref. Ziekenverzorging geopend. Wij geven hierboven de voorzijde van het gebouw, dat geheel naar de eischen des tijds is ingericht. CONCOURS-HIPPIQUE TE SCH EVEN I N GEN. Hierboven een foto van de jury voor het concours trek- en tuigpaarden, de vorige week op „Houtrust” gehouden. In het midden Mevr. Nijveldt, eigenares van het kampioen éénspan-paard. {foto Ch. Schouten)
PDF
Nummer
1914, nr.02, 8 juli 1914
Blad
07
Tekst
EXTRA BIJVOEGSEL VAN PANORAMA 2- JAARGANG, N° 2 8 JULI 1914 Het stoffelijk overschot van Luitenant-Kolonel Thomson wordt te Durazzo aan boord van de „Noord-Brabanf gebracht.
PDF
Nummer
1914, nr.02, 8 juli 1914
Blad
08
Tekst
De heer Boer van het Haagsch Illustratie- en Persbureau, die van de regeering toestemming heeft verkregen de reis met de „Noord-Brabant naar Durazzo mede te maken, is jongstleden Zaterdagmiddag over land teruggekeerd, waardoor wij in staat zijn onzen lezers reeds nu de eerste foto’s te geven van het plechtig overbrengen van het stoffelijk overschot van Luitenant-Kolonel Thomson uit Durazzo naar de „Noord-Brabant. De eerste foto geeft het voorloopige graf te Durazzo, bedolven onder de kransen. Er om heen staan de officieren van de „Noord-Brabant’, alsmede (rechts op de foto) Kapitein Fabius. — Op de tweede foto ziet men den Vorst van Albanië achter de baar. — De derde foto geeft het wegdragen van de lijkbaar. Het wit van de Nederlandsche vlag, waarmede de kist gedekt was, is nog juist even te zien. — De vierde foto geeft het oogenblik weer, dat de kist met het stoffelijk overschot van Luit.-Kolonel Thomson in de sloep wordt gebracht, teneinde naar de „Noord-Brabant te worden vervoerd.
PDF
Nummer
1914, nr.02, 8 juli 1914
Blad
09
Tekst
HET WERELD- PANORAMA HET DRAMA TÉ SERAJEWO. Ofschoon wij in dit nummer reeds een pagina wijdden aan de verschrikkelijke gebeurtenissen te Serajewo, konden wij niet nalaten ook nog enkele foto’s omtrent het drama te plaatsen op de pagina waarop wij een overzicht geven van de wereldgebeurtenissen. Onze foto links geeft het stadhuis te Serajewo te zien. De plaats waar de noodlottige schoten vielen is met een (X) aangegeven. De middelste foto geeft het vermoorde echtpaar met hun kinderen; de foto rechts stelt voor de vermoedelijke troonopvolger Aartshertog Karl Franz Joseph met zijn gemalin. DE NIEUWE HERTOG VAN SAKSENMEININGEN. De 88-jarige Hertog van Saksen-Meiningen, die de vorige week is overleden, zal worden opgevolgd door zijn zoon prins Bernard, wiens portret hierboven staat. (foto C. Bieber) H et kookt nog altijd in het Zuidoosten van Europa. Want de moord welke Europa’s Zondagsrust zoo ruw verstoorde, is geen toevallig of op zich zelf staand iets: Het is de uitbarsting van den moeilijk verkropten rassenhaat, het gevolg van politiek gekuip. En wij kalme bewoners van de lage landen, wij schudden ’t hoofd. Waarom zooveel strijds? * * * Uit den aard overheerschen de dood van den troonopvolger den Aartshertog en zijn gemalin, de sympathie voor den grijzen Keizer, de belangstelling in den aanstaanden Oostenrijk-Hongaarschen troonopvolger de gebeurtenissen van de vorige week. En dus ook onze Wereldpanorama-pagina. Het portret van den HET ENGELSCHE KONINGSPAAR TE HULL. De Koning en Koningin van Engeland hebben hun driedaagsch uitstapje op de Noordzee besloten met een bezoek aan Huil, alwaar het nieuwe Dok werd bezichtigd. Onze foto laat het binnenkomen in dit nieuwe dok zien. DE KROONPRINS VAN SERVIE, Prins Alexander, is gedurende de ziekte van Koning Peter met het regentschap belast. Hierboven het portret van den Kroonprins. PRENK BIB DODA, de Meriditenvorst, de machtige leider van de Katholieke Albaneezen, van wien beweerd is geworden, dat hij door de Mohammedaansche opstandelingen was gevangen genomen. (Photopress) Kroonprins van Servië, den MeriditenPrins Prenk Bib Doda, het Czarendochtertje, dat met den Roemeenschen Kroonprins zich zou gaan verloven en het hospitaal te Durazzo, zij vormen schakels in de ketting die er aan vastgehecht is. Een uitzondering maken echter de twee andere beelden: De daad van vrede en voorspoed, het openen van het nieuwe dok te Huil, door het Engelsche Koningspaar bezichtigd bijkans op het oogenblik dat de moordende kogels in Serajewo hun verwoestend werk deden. Daarnaast het portret van den nieuwen hertog van Saksen-Meiningen, die zijn vader opvolgde, en wiens eigenschappen van hoofd en hart zeer worden geroemd. * * * Zoo ontrolt zich het wereld-panorama in bonte afwisseling voor onze oogen. GROOTVORSTIN TATIANA v. RUSLAND, die genoemd wordt als de aanstaande bruid van Prins Carol van Roemenië. (foto Boissonnas & Eggler) HET HOSPITAAL- TE DURAZZO. Wij geven hierboven een foto van het Hospitaal te Durazzo, waar de gewonden worden verpleegd. De Vorstin gaat geregeld de patiënten bezoeken en helpt tusschenbeide zelf bij de verpleging mede.
PDF
Nummer
1914, nr.02, 8 juli 1914
Blad
10
Tekst
BLINDER EIFER SCHADET NUR! TRAGI-KOMISCHE LOTGEVALLEN VAN EEN PHILANTROOP. (Blinde ijver schaadt slechts). gjeg nu niet dat ik een ezel ben, want wat mij gebeurd is, kan iedereen overkomen. Je moet weten, ik ben journalist. Nu is het een beetje mode onder kranten- en boekenschrijvers om zich met het leven der arme volksklassen bekend te maken. De een gaat daarvoor den boer op, de ander huurt een achterkamertje in een volksbuurt. En ze worden daardoor allen beroemd. Ik wou ook ereis beroemd worden! En waarom ik niet? Toen ik nu eenigen tijd geleden las, hoe Querido in de Jordaan te Amsterdam gewoond had en daarover een boek had geschreven, was mijn besluit genomen: ik zou zijn voorbeeld volgen, wat zeg ik: verbeteren zou ik ’t. De gelegenheid bood zich spoedig aan. Mijn vrouw ging met de kinderen eenige weken uit logeeren en nu was voor mij de tijd daar om mijn plan ten uitvoer te brengen. Als mijn vrouw weer thuis kwam, was ik beroemd, stond mijn portret in ,,Panorama” met een vleiende beschrijving van mijn leven in de binnenlanden van Amsterdam. Zorgvuldig maakte ik de noodige toebereidselen en toen ik eindelijk in den avond mijn woning uitsloop zou mijn bloedeigen moeder mij niet herkend hebben. Mijn nette colbertpakje had ik verwisseld voor een afgedragen spulletje een paar dagen te voren aan een stalletje op de Nieuwmarkt gekocht. ïk was eerst wel een beetje huiverig om het aan te trekken, maar ik ben niet gewoon de dingen half te doen, en ik vind dat je voor je eigen beroemdheid wel wat over mag hebben. Mijn broek was me te wijd, doch dat was niemendal, die haalde ik zelf wat in, waarbij ik het geluk had mijn duim open te halen aan een verroeste naald. Daarna schminkte ik mijn gezicht, legde mijn bril op de waschtafel (ik ben een beetje bijziende moet je weten) en toen ik eindelijk in den spiegel keek, bemerkte ik met voldoening hoe goed mijn uiterlijk er zich toe leende om voor een schurk door te gaan. Zooals gezegd, sloop ik ongemerkt mijn woning uit, deed de voordeur op slot en stak den sleutel in mijn zak. Toen ging ik op zoek naar een tijdelijke verblijfplaats. Dat was niet gemakkelijk, doch na eenige moeite en met behulp van iemand met wien ik onderweg had kennis gemaakt, vond ik eindelijk een geschikt nachtverblijf in het obscuur logementje van een achterbuurt. Mijn nieuwe vriend deelde met mij mijn kamer. Hij had zich aan mij voorgesteld als Jacob Plug, bijgenaamd Rooie Jaap. Ik zelf heet Eduard Rogmans, maar vond het raadzaam en geheel in mijn rol een anderen naam aan te nemen en noemde mij Kobus de Vos. Den eersten nacht sliep ik slecht op een stroomatras in den een mank ijzeren ledikant, dat zooals ik dien nacht en volgenden op zeer gevoelige wijze bemerkte, nog meerdere schepselen verblijfplaats bood. Mijn slaapkameraad lag maar op den vloer op een paar zakken. Dat verhinderde hem blijkbaar niet om reeds na tien minuten op de meest onderhoudende wijze te snorken. Ik had met hem een overeenkomst gesloten om gezamenlijk zaken te doen. We zouden met groenten gaan venten langs de straat. Hij zou mij de noodige voorlichting geven en ik zou zorgen voor de centen. lederen morgen kwam Rooie Jaap aan de deur met een goedgevulden groentewagen en des avonds keerden we terug, moe en warm met de leege kar om onze winst te deelen. Het was voor een journalist als ik een ongekende gewaarwording als ik de kar langs de straat voortduwde en Jaap nadeed in het uitschreeuwen van de waar. De prijzen waarvoor mijn compagnon de groenten inkocht waren echter zoo hoog, dat er gewoonlijk maar weinig winst overschoot. Ja soms moest ik zelfs na aftrek van alle onkosten nog een klein bedrag bijpassen, ik maakte hierover een opmerking tegen Rooie Jaap, maar deze zei, dat dit niets bijzonders was, de markt was erg hoog. Nou, hij kon het weten! Een paar dagen later kreeg ik echter argwaan. Opeen nacht wakker wordende, bemerkte ik namelijk, dat mijn compagnon bezig was mijn zakken aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen. Ik was evenwel slim genoeg geweest zoo iets te voorzien en had slechts het hoognoodige geld meegenomen, dat overigens reeds grootendeels in onze handelsonderneming was verloren gegaan. Plug had bovendien de onaangename gewoonte om elke kroeg, die we passeerden, binnen te gaan en er eenigen tijd te vertoeven. Dat was noodig voor de klandizie, zei hij. Bovendien weigerde hij beslist om zelf achter den wagen te gaan loopen. Toen de week om was, had ik dan ook genoeg van onze compagnonschap en besloot er een einde aan te maken. Ik deeMe hem mijn voornemen mee. „Heel goed,” zei hij, „als je me dan mijn loon maar geven wil.” „Je loon!” riep ik uit. „En ik dacht dat we compagnons waren?” „Een mooie compagnon!” hoonde Plug. „Hoor es baas, ik zal ’t schappelijk met je maken: voor een tientje ben je van me af.” Dat weigerde ik beslist. Ik vroeg hem hoe hij zoo’n bedrag durfde eischen, terwijl hij toch wist hoe weinig we de geheele week met de negotie verdiend hadden. Nu lachte de kerel me brutaal uit „Zeg ereis, heerschap 1 Dat spelletje mot nou maar uit wezen. Ik wist allang dat je er geen een van ons was. Eerst hield ik je voor een stille’ smeris, die zich met opzet van den domme hield, maar ’k had gauw in We zouden met groenten gaan venten langs de straat. .. de gaten, dat je werkelijk een stommeling was (ja, dat zei die vent!). Drommels, dacht ik, da’s zeker weerzoo’n halve gare krantenkerel (ik, half gaar!) die ereis komt neuzen hoe ’t er bij ons armelui naar toe gaat. Maar da’s jouw zaak. Als ik mijn geld maar krijg.” Ik meende verstandig te doen door in mijn rol te blijven, doch dat had geen succes bij dien snuiter. „Kom, kom, heerschap,” zei hij, „draai maar bijl Zeg, welke groenteventer draagt er 2ulk fijn ondergoed als jij ? Ha, ha, ha, als ik zulke mooie spulletjes had, waren ze allang naar Oome Jan verhuisd. Most ik ze niet in mijn handen hebben gehad, als je ’s nachts sliep! En heb ik je niet meermalen je neus zien ophalen voor ons eten en drinken. Poeh! Ik had je wel in de lamp, als je stiekum aan het eten was, wanneer je dacht dat ik ’t niet zag. Nou zeg, hoe is ’t, krijg ik goedschiks m’n tientje of moeten we er om bakkeleien.” En hij kwam op me af met zijn harige grove knuisten. Ik tastte haastig in mijn broekzakken, doch bemerkte dat ik niet meer dan twee riksen bezat. Ik zei het hem; en hoewel hij mij eerst niet wilde gelooven, begreep hij spoedig dat ik de waarheid sprak. Doch stel je mijn schrik voor, toen ik in een van mijn jaszakken nog een goud vijfje en eenig zilvergeld vond. Het was geld dat hij me van de negotie teruggegeven had. Bevreesd dat hij dit opnieuw kwaad zou opvatten, bood ik hem ook dit geld aan. Tot mijn groote verwondering echter nam hij alleen het klein zilvergeld en liet mij met een grootmoedig gebaar het gouden vijfje houden. „Kijk ereis hier, baas,” om zijn grootmoedigheid te verklaren: „ik snapte gauw dat je ’n fijne meneer was, daarom vroeg ik je iederen morgen driemaal meer geld, dan ik voor den inkoop noodig had. Ik ben dus royaal aan m’n geld en jij bent goedkooper uit geweest, dan bij een ander.” Het zal wel aan mijn opvoeding gelegen hebben, dat ik niet begrijpen kon, hoe een ander mij nog kaler had kunnen plukken dan Rooie Jaap gedaan had. Enfin, ik was blij er zonder lichamelijk letsel af te komen. Maar — ik had me te vroeg verheugd. Er was in het logement ook nog een stoelenmattersfamilie. Iederen avond kwam de man dronken thuis en maakte ruzie. Ook dezen avond was hij weer dronken, en daar zijn vrouw hem hierover blijkbaar zeer welsprekend onderhouden had, had hij haar hiervoor in een vrijgevige bui een blauw oog geslagen. Juist kwam ik hun kamer voorbij, toen hij zijn vrouw bij de haren had en zij en een viertal kinderen aan het gillen waren. Eenige lieden uit het logement stonden het zaakje bij de kamerdeur bedaard aan te kijken, doch aangezien ik niet als zij zoo goed op de hoogte was, wat in dergelijke gevallen te doen gebruikelijk is, en ik bovendien vreesde dat de vrouw door haar echtvriend voor onze oogen zou worden vermoord, stoof ik de kamer binnen om dit te beletten. Doch deze goed bedoelde interventie kwam mij duur te staan, want voor dat ik gelegenheid had het talent mijner welsprekendheid te toonen, werd mijn mond door een welgemikten vuistslag gesloten en hoorde ik mij op een weinig gekuischten toon toebulderen: „Wie voor den duivel heeft jou gevraagd je met mijn zaken te bemoeien ?” Het was mij niet mogelijk op deze vraag een afdoend antwoord te geven, want mijn bovenlip was in een oogwenk driedubbel in omvang toegenomen, terwijl ik voorts uit erkentelijkheid een viertal tanden op den vloer achterliet. Ik haastte mij dus de kamer en het huis uit en vond in de frissche buitenlucht eenige verlichting van pijn. Ik begaf mij nu op weg naar mijn woning in Watergraafsmeer en zo*cht zooveel mogelijk stille straten op. Hoewel ik de geheele week mij had moeten gewennen zonder bril te loopen, was het gemis van mijn fokje in de halfduistere straten mij van groot ongerief. Eindelijk tegen halftwaalf bereikte ik mijn woning. De geheele week had ik mij niet om mijn huissleutel bekommerd, doch nu ik hem noodig had, bemerkte ik tot mijn schrik, dat ik hem kwijt was. Haastig zocht ik al mijn zakken na, doch zonder resultaat! Wat moest ik doen? Het was stil in de straat op dit late uur. De buren waren waarschijnlijk reeds ter ruste, bovendien durfde ik mij in mijn vermomming niet aan hen te vertoonen. De eenige weg was te probeeren een der ramen open te krijgen. Ik trachtte met mijn mes tusschen de kieren een der pennen los te werken en was hiermee zoo ijverig bezig, dat ik niet eens het geluid van een zwaren stap achter mij hoorde. Plotseling voelde ik een hand op mijn schouder, keerde mij haastig om en keek in het gelaat van een stoeren agent. „Zoo, zoo, ouwe jongen, net gesnapt hè? Ga jij maar eens met me meel” En voor ik den toestand goed begreep, had ik een paar boeien om de polsen. Ik was buiten mijzelf van verontwaardiging. „Mag ik soms het raam van mijn eigen huis niet open maken?” vroeg ik. De politieagent lachte. „Vraag dat maar aan den inspecteur,” zei hij. „O, man, ik twijfel er niet aan, dat je een eigen huis hebt in de stad en een villa buiten en misschien nog wel een motorboot en een auto, maar voor vannacht krijg jij van mij nou ereis logies in een stadshotel.” „Als je mij niet gelooft, vraag ’t dan aan de buren,” zei ik. Den volgenden morgen moest ik voor den hoofdcommissaris verschijnen ... . . bemerkte ik met voldoening hoe goed mijn uiterlijk er zich toe leende om voor een schurk door te gaan.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 871 tot 875 van 11897