Panorama

Blad 
 van 2380
Records 866 tot 870 van 11897
Nummer
1914, nr.02, 8 juli 1914
Blad
01
Tekst
1914, nr.27, 1 juli 1914
PDF
Nummer
1914, nr.02, 8 juli 1914
Blad
02
Tekst
het Vredespaleis aan het begin van den ouden scheveningschen weg. Iedereen die van den Haag naar Scheveningen gaat en daarbij gebruik maakt van den Ouden Scheveningschen Weg, valt het telkens weer op hoe mooi het Vredespaleis toch is gelegen. Men moge dan niet geheel sympathiseeren met den bouwtrant, het is toch een feit, dat het juist in deze omgeving zeer mooi uitkomt. Rechts op onze foto is de Carnegieweg alsmede de „Oude” weg naar Scheveningen. (foto's Ch. Schouten) SCHEVENINGEN de geschiedenis van elke stad, ja van ieder dorp, maar zeker van de gemeente die eens door een onzer grootste dichters het schoonste dorp van Europa werd genoemd, spelen de vermaarde „oudste inwoners” en hun herinneringen een belangrijke rol. Men behoeft als Hagenaar — een geslacht dat uitsterft, want de geboren Hagenaar is in getalsterkte verre de mindere geworden van den geïmporteerden —, men behoeft niet eens tot dit vermaarde genus der oudste inwoners te behooren, om zich te herinneren, dat men naar de badplaats Scheveningen trok in den letterlijken zin van „getrokken worden”, n.1. per trekschuit, de zoogenaamde gondel die nabij den Dierentuin afvoer, öf wel per ouderwetschen omnibus, van het Scheveningsche Veer af, óf wel met het eerste paardentrammetje, dat van de Plaats vertrok. Of wel men ging per „pedes apostolorum” langs den eenigen, Ouden Scheveningschen Weg, door vreemdeling en landgenoot nog steeds bewonderd; dien weg, die werkelijk tot de allerschoonste van Europa behoort. Is het të gelooven, dat een onderzoek op de scholen, weinige jaren geleden nog, uitwees dat er Haagsche kinderen waren die, 10 of 11 jaar oud, nooit Scheveningen hadden gezien ? Is dat te gelooven, terwijl toch uit alle oorden der wereld, na dagen reizen vaak, de menschen naar deze fraaiste der Noordzeebadplaatsen komen ? Toch is het zoo en het is een bewijs te meer, dat de mensch maar zelden waardeert datgene wat hij om niet hebben kan en dat hij, zoo te zeggen, maar voor het grijpen heeft. Scheveningen is, administratief gesproken, den Haag en vele jaren was het de achtste wijk der residentie. Dat was het nog in den modernen tijd. Oorspronkelijk heette Scheveningen Noort-Hareck of Harich, dat niet van „haring” is afgeleid, maar „hooge rug” of duinrug beteekent. Later heette het Hardeshage en lag het voor een deel waar nu de zee spoelt. Want in 1470 ging door *n stormvloed het grootste deel van het toenmalige visschersgehucht verloren en ook in de 16e eeuw hebben dergelijke rampen het dorp meermalen getroffen. Sedert dien werd „Scheveningen” zoo gebouwd, dat het voor dergelijke aanvallen van de zee voldoende bescherming genoot, maar ook in onzen tijd heeft men de zeewering nog geducht moeten versterken. Uit het midden van de 16e eeuw dateeren de eerste woSTRANDGENOEGEN TE SCHEVENINGEN. ningen van de grooten der aarde, ook buitenlandsche vorsten, die van de zeelucht kwamen genieten, doch eerst in 1918 zal Scheveningen het eeuwfeest van zijn bestaan als eigenlijke badplaats kunnen vieren. GEZICHT OP HET STRAND VANAF DE WANDELPIER. Wat is er in die eeuw, of nog slechts in veertig jaren, veel veranderd I Wij spraken straks reeds van de gebrekkige vervoermiddelen, thans vervangen door alle moderne middelen van verkeer. Drie spoorwegen, drie electrische tramwegen voeren thans naar de badplaats op een zonnigen Zon- of feestdag juist zoovele tienduizenden als er ten tijde van de goede oude gondel honderden heenkwamen. Men moet al bijna een halve eeuw oud zijn, om zich het oude badhuis (de échte Scheveninger spreekt van „bad’uis”) te herinneren, ter plaatse waar nu het trotsche Kurhaus staat, al weder, na een brand, uit zijn assche herrezen. Een poover houten gebouw, met een terras waar de Scheveningsche kleuters klontjes suiker kwamen stelen van de tafeltjes. In het midden stond een muziektent, ook van hout, en de oude heer Bortgorscheck (een Rus, naar zijn naam te oordeelen, althans van oorsprong) zwaaide er den staf over de muziekkapel der dienstdoende schutterij, stedelijk muziekcorps. De muziek was zoo-zoo, maar de heele badplaats was zoo-zoo. Thans gaat zij, wat haar opzet betreft, met de fraaie hotels, de Oranjegalerij, den Boulevard, het Wandelhoofd, het nog steeds misbruikte Gevers Deynqotplein, het circus en andere inrichtingen, voor geen enkele buitenlandsche badplaats uit den weg en haar roem is over gansch de wereld verspreid. Met Den Haag verbonden door prachtige wandelingen en mooie villa-wijken, is zij een parel aan de kroon der residentie, een bron van inkomst voor de gansche stad. Ook het visschersdorp, dat nog het meest en het langst de oude tradities heeft bewaard, onderging een geweldige ommekeer, schoon de visschershaven niet beantwoordde aan de gestelde verwachtingen. Er is ook in het „Dorp” veel gemoderniseerd en niet langer is de visscherij de eenige bron van bestaan der zich steeds uitbreidende voorstad van Den Haag, wier zielental thans wel tusschen de 30 en 40 duizend zal liggen, op de gis af. Scheveningen is „Schèveningue” geworden, maar daarom niet minder. Integendeel. Energisch wordt er nog steeds gewerkt om de millioenen die in allerlei ondernemingen zijn gestoken, rendeerend te maken, naar steeds nieuwe aantrekkelijkheden voor de massa zijn de oogen der ijverige ondernemers gericht. Er wordt niets verzuimd om het den gasten zoo aangenaam mogelijk te maken. Maar één voornaam ding is daarbij noodig : mooi weer ! Dat wenschen we de badplaats van harte toe in het seizoen 1914 l
PDF
Nummer
1914, nr.02, 8 juli 1914
Blad
03
Tekst
DE POLITIEKE MOORD FE SERAJEWO, 28 JUNI 1914 N iets is mij op deze wereld gespaard gebleven . Met dezen uitroep gaf Keizer „I M Fran? Franz Joseph Insenh nitinp uiting aan aan zijn ziin smart, smart, toen toen hem hem dede vreeseliike vreeselijke tiidinp tijding van van den den dubbelen moord bereikte. Onwillekeurig gaat direct na deze jammerlijke gebeurtenis de gedachte naar den grijsaard, den 83-jarigen, hoogst sympathieken man, die in zijn leven zoo door het noodlot getroffen werd. Men voelt natuurlijk ook het . tragische dat in den dood van een man met een krachtigen wil en een vrouw / met een groote liefde voor alles wat haar gemaal betrof, ligt. Een dood zoo plotseling en op deze wijze. Maar men kan er het leed van den Keizer niet bij vergeten. Het < ergste dat hem kon overkomen: de toekomst van zijn rijk in gevaar. Want de \ vraag blijft open zal de jonge Karl Franz Joseph in staat zijn, de zoo heterogene l\ belangen van de verschillende staten in dit groote rijk, vast in één hand samen 11 te houden. Voorwaar een niet gemakkelijke levenstaak! Aartshertog KARL FRANZ JOSEPH, de vermoedelijke troonopvolger, met zijn twee-jarig zoontje Franz Joseph Otto HERTOGIN SOPHIE VON HOHENBERG De overleden Aartshertog Franz Ferdinand werd 18 Dec. 1863 geboren. Hij erfde in 1875 den titel der graven van Este. In 1896 werd hij troonopvolger. 1 Juli 1900 sloot hij een morganatisch huwelijk met Gravin Sophie van Chotek, die toen 32 jaar oud was. Uit zijn huwelijk zijn twee zoons en een dochter geboren, die echter geen van allen voor de troonopvolging in aanmerking komen. AARTSHERTOG FRANZ FERDINAND
PDF
Nummer
1914, nr.02, 8 juli 1914
Blad
04
Tekst
HENRI’S MEERDERJARIGHEID T3CT onontbeerlijke metgezel van een zomerdag, de zon, scheen vroolijk door het geopende venster in de gezellig gemeubelde huiskamer van een vriendelijk landhuisje. De ontbijttafel was gedekt voor drie personen. In de kamer bevond zich mejuffrouw Prins, een dame van middelbaren leeftijd met een innemend gelaat maar reeds vergrijsd haar. Het was haar aan te zien, dat verdriet ruim haar deel geweest was op den levensweg. Haar gezicht klaarde op, toen ze een-Vluggen voetstap hoorde en even later een lief jong meisje van ongeveer achttien jaar de kamer binnentrad. Het was haar nicht, Betsy Burton. „Goeden morgen, tantelief! Is Henri nog niet hier?” vroeg ze, terwijl ze de oude dame een kus gaf. ( „Neen kind, maar hij zal wel gauw komen. Hij is maar ééns een en twintig jaar!” „Zijn er veel brieven voor hem?” „Ja, eenige. Een zelfs uit Indië.” „Tantetje,” zei het meisje eensklaps, terwijl een diepe blos haaf bevallig gelaat overtoog, „ik .... ik .... heb u iets te . vertéllen.” „Ik geloof dat ik het raden kan, Betsy.” „O, tante, ik weet zeker, dat u er geen flauw vermoeden van hebt.” „Kindlief, ik zie aan je gezicht dat mijn vermoeden juist is. Kom hier en Iaat je oude tante het je eens i n het oor fluisteren: Henri bemint je en heeft je gevraagd zijn vrouw te worden.” „Hoe weet u dat zoo?” riep Betsy uit. „Ja, hij heeft mij gisteravond gevraagd. Moet u mij niet feliciteeren?'* „Ja, ja, lieveling. Ik hoop dat je zeer, zeer gelukkig zult worden/* en ze kuste haar nichtje innig. „Weet je zeker, Betsy, dat je hem lief hebt en dat niets je verhindert zijn vrouw te worden?” Betsy antwoordde met een blik, waarin te lezen was dat ze het overbodig vond een dergelijke vraag te beantwoorden. „Je weet, liefste, ik heb ook eens liefgehad en ben eens innig bemind geworden, maar er gebeurde iets vreeselijks.... Later zal ik je dat wel eens vertellen, kind, en dan zul je begrijpen, waarom ik zoo bang ben voor je geluk. Ha, daar is Henri.*’ Op dat oogenblik kwam een knappe jongeman de kamer binnen. Betsy liep op hem toe, kuste hem en bracht hem bij haar tante, die lachte, terwijl haar oogen vol tranen stonden. Nadat hij haar zijn aanzoek herhaald en haar toestemming en gelukwenschen ontvangen had, gingen ze aan tafel en werd hem gelegenheid gegeven de ingekomen brieven te openen. Die uit Indië bevatte het volgende: Mijn lieve Zoon, Ik hoop dat je dezen brief ontvangen zult op je een en twintigsten verjaardag. Nu je meerderjarig geworden zijt, wensch ik dat je van mijn levensgeschiedenis zult vernemen wat ik noodig vind dat je weten moet... Ik smeek je, lieve zoon, oordeel niet te hard over je vader.... Al wat ik twintig jaar lang gedaan heb, deed ik voor jou.... Ik heb je voogd en pleegvader, mijn ouden vriend Willem Nijland opgedragen, je zooveel te vertellen als hij noodig oordeelt. Vanaf dezen dag kun je rekenen op een inkomen van zesduizend gulden per jaar. Na mijn dood ontvang je de beschikking over mijn geheele vermogen. Ontvang de innigste beden voor je geluk van je liefhebbende Vader. Henri las dezen brief tweemaal met een mengeling van ontroering en vrees. Het was de eerste brief dien hij van zijn vader ontving. Hij zat stil voor zich uit te staren, met bleek gelaat. Den briefverfrommelde hij werktuiglijk tusschen zijn vingers. Zouden de drie gelukkige maanden die hij hierin dit huis had doorgebracht, gevolgd worden door noodlottig nieuws? Hij dacht eensklaps aan zijn medeminnaar, Jacques Brandt. Mejuffrouw Prins had voor Henri groote genegenheid opgevat dadelijk nadat zij hem twee jaar geleden had leeren kennen, en hij had meermalen bij haar gelogeerd, met gevolg dat hij tot over de ooren verliefd was geraakt op haar lief nichtje. „Mijn voogd, de heer Nijland, zal mij vandaag komen bezoeken om mij over zaken te spreken,” zei hij tot mejuffrouw Prins. „En Betsy,” viel hij zichzelf in de rede, „ik zou je straks gaarne even spreken in den tuin.” Het was stil aan tafel; elk der aanwezigen was onder den indruk dat er iets onaangenaams stond te gebeuren. Na het ontbijt wandelde Henri met zijn verloofde den tuin in. UIT HET DUITSCHE VORSTENHUIS. Wij ontvingen een dezer dagen bovenstaande aardige foto van Prinses August Wilhelm van Pruisen met haar kind. Prinses August Wilhelm, geb. Prinses Alexandra Victoria van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg, is gehuwd met een zoon van den Duitschen Keizer. (foto W. Niederasthroth) „Liefste, wat is er?” vroeg het meisje, terwijl ze zich tegen hem aan vlijde. „Er is iets ernstigs gebeurd en wie behoort dat eerder te weten dan ik?” DE OLIFANTEN IN HET BAD. De olifanten van White City in Londen nemen gedurende de warme temperatuur die er op het oogenblik heerscht, eiken ochtend een bad in den vijver bij de hoofdgalerij. Op bovenstaande foto ziet men ze in het bad afdalen. (foto Newspaper UI.) Hij nam het meisje in zijn sterke armen en drukte haar tegen zich aan. „Betsy,” begon hij eindelijk er iets mocht gebeuren dat denk dan niet te hard over mijn familie mocht zijn en zwegen, geloof dan dat het » er nooit aan gedacht „O, Henri,” verontrust, „ik aarzelend, „als ... als . . , ons huwelijk verhinderde, mij. Als er een geheim in ?k heb dat voor jou vermijn schuld was. Ik heb je te bedriegen . ...” snikte Betsy, nu ten zeerste weet niet wat je bedoelt, werWeenende ging ze het huis in, trouwe tante troost te zoeken in kelijk niet!” om bij haar haar verdriet. Den namiddag van dien dag kwam de heer Nijland en had met Henri een gesprek van meer dan een uur. Henri had het grootste ontzag voor zijn voogd, die gedurende zeventien jaar een vader voor hem was geweest. Had hij eenigszins kunnen vermoeden welk een moeilijke taak zijn pleegvader te vervullen had, dan zou hij hem dit zeker gemakkelijker gemaakt hebben. „Ik moet je allereerst meedèelen, Henri, dat ik de grootste vereering koester voor je vader, die onder de moeilijkste omstandigheden de achting gewonnen heeft van allen met wie hij in Indië heeft kennis gemaakt. Eens in zijn leven heeft hij een mis slag begaan, wat hem dit gekost heeft — weet God alleen! Toen hij ons land verliet, vroeg hij mij, dat, indien hij mocht trouwen, ik de zorg op mij zou nemen van de kinderen die hij krijgen zou, en hen zou grootbrengen in volkomen onwetendheid wie hun vader was. Het was een zware taak die hij mij opdroeg, doch ik heb die niet geweigerd. Hij huwde in Indië, en jij werd geboren. Je moeder overleed echter bij je geboorte. Toen je vier jaar oud was, zond je vader je naar Holland. Ert nu je meerderjarig geworden bent, heeft hij mij opgedragen je zijn geschiedenis mee te deelen, en hij bidt je hem niet te streng te beoordeelen. Door noesten arbeid heeft hij zich een vermogen verworven, waarvan hij aan jou een jaarlijksch inkomen afstaat van zesduizend gulden. Ik zal je nu vertellen wat....” „Houd opl” onderbrak Henri op rustigen toon, maar met een vreemden trek op het gelaat. „Ik wil en kan niet één cent aannemen van mijns vaders geld. Hij heeft mij bedrogen. Hij had het recht niet mij groot te doen brengen in de overtuiging dat zijn leven vlekkeloos was geweest. ’t Is wreed . .. wreed ... wreed ...” Hij stapte de kamer op en neer. Zijn gelaat was bleek maar vastberaden. „Betsy, mijn verloofde, wat zal zij er van zeggen? Wat moet ik haar vertellen? Ik die altijd geleerd heb eerlijk en betrouwbaar te zijn. Ik ben in onwetendheid gehouden van iets wat ik behoorde te weten en wat zij ook weten moet.” is gedaan met een nobel doel, en den edelen ’t aldus beschikte volkomen waard,” antwoordde „Het man die de heer Nijland. „Als je verloofde de geheele geschiedenis kende, zou ze den naam eeren dien jij draagt. „Ik wil niets hooren voordat ik getrouwd ben, het is al erg genoeg, dat mijn ... mijn vader mijn vertrouwen in hem geschokt heeft. En nu zou u haar vertrouwen in mij willen vernietigen. Neen, neen, ik wil de waarheid niet hooren!” en hij stapte de kamer uit. Toen hij de huiskamer wilde binnengaan, bleef hij in de deuropening staan, want hij zag aan het raam zijn meisje in gesprek met Jaques Brandt, zijn mededinger. „Betsy, ik verlang uitlegging,” hoorde hij deze zeggen, met een stem waaruit teleurstelling en jaloezie klonk. Het meisje wendde zich met verontwaardiging van hem af. „Mijn uitlegging is,” begon Brandt weer op hatelijken toon, „dat de zoon van een vervalscher in geschrifte nu juist niet de geschiktste partij is voor de nicht van mejuffrouw Prins.” „Herroep deze woorden,” barstte nu Henri los, „jou leugenachtige schurk!” „Het is dewaarheid, ” hoonde Brandt. „Drie en twintig jaar geleden heeft uw vader een cheque vervalscht van drieduizend gulden, werd gevat, gevangengezet en vertrok daarna naar Indië, waar hij sedert gebleven is. Als je mij niet gelooft, vraag het dan aaiï je voogd.” „Je liegt, liegt, liegt!” kreet Henri. ,/t Is waar, waar, waar!” bulderde Brandt op hem toetredende.
PDF
Nummer
1914, nr.02, 8 juli 1914
Blad
05
Tekst
PANORAMA Op het geluid van dezen hoogloopenden twist kwamen juffrouw Frins en de heer Nijland de kamer binnen. „Jij bent niet de zoon van Henri Deene, zooals je denkt,” schamperde Brandt, ,maar van Willem Lent, den vervalscher.” Op het hooren van deze woorden slaakte juffrouw Prins een kreet. Betsy liep op haar toe. „Tantetje, Tantetje, ’t is niet waar!” Nu trad de heer Nijland naar voren en vertelde de geschiedenis van een man, die in slecht gezelschap geraakt was. Hoe hij schulden gemaakt en eindelijk geen uitkomst ziende een cheque vervalscht had, Hoe hij met mejuffrouw Prins geëngageerd geweest was, maar na zijn veroordeeling het land verlaten en in Indië een nieuw leven begonnen was. Daar had hij zich door hard werken de achting zijner medemenschen en een fortuin verworven, was na eenige jaren getrouwd met een inlandsche vrouw, die bij de geboorte van Henri was gestorven. Hoe de vader eindelijk vrijwillig van zijn zoon afstand gedaan had en hem naar het moederland gezonden had, om daar in volkomen onwetendheid van het verleden zijns vaders te worden opgevoed. ,,En jij, Jacques Brandt,” vervolgde de heer Nijland met verontwaardiging, „jij, de eenige in de familie die het geheim wist, hebt hiervan op lage manier gebruik willen maken om de liefde van dit meisje te ontrooven aan den zoon van den man wien je reeds herhaalde malen met chantage bent lastig gevallen. Want,” ging hij met verheffing van stem voort, „ik ben volkomen op de hoogte van de dreigbrieven die je Willem Lent gezonden hebt. BLOEMETJESDAG TE LONDEN. Ook Londen heeft zijn bloemetjesdag, waarvan de opbrengst ten goede komt aan de Ziekenhuizen. Mrs. Clitherose, die wij op bovenstaande foto druk met den verkoop bezig zien, heeft een goede hulp gevonden aan haar aapje, dat de geldstukken in het busje doei. Cheque na cheque heb je ontvangen om je geheim te bewaren dat je dreigdet te zullen openbaren.” „Dat is een schandelijke leugen,” riep Brandt woedend uit. „Dat kun je niet bewijzen!” „Ik kan het bewijzen!” zei thans een kalme stem, „Ik, Willem Lent, alias Henri Deene, gisteren uit Indië hier aangekomen.” Alle aanwezigen keken met verbazing op. In de deuropening stond een vijftigjarig man, in gebogen houding. Juffrouw Prinsé^taarde een oogenblik sprakeloos den nieuw aangekomene aan, toen liep ze hem te gemoet, uitroepende: „Willem. Willem! Ben-je eindelijk terug na al die jaren. Goddank!” ONZE PREMIE-PLAAT. Onze premie-plaat „Het Zigeunermeisje0 (zie de voorpagina van ons vorig nummer) is in den smaak gevallen bij onze lezers. Het aantal bestellingen is in de eerste dagen reeds zóó groot geweest, dat onze voorraad platen op het oogenblik reeds zeer beperkt is. Wie dus nog in het bezit wenscht te komen van deze prachtplaat, zende ons omgaand het luttele bedrag van 40 cent. Het 40-jarig jubileum van de Roei- en Zeilvereeniging „De Amstel te Amsterdam. Het 40-jarig beslaan van de Roei- en zeilvereeniging „De Amstel is de vorige week feestelijk herdacht waarbij o. a.roeiwedstrijden zijn gehouden. Bovenstaande foto sstellen voor: 1. Het bestuur van de Roei- en Zeilvereen. „De Amstel . van links naar rechts: J. A. C. v. Haagen, A. Wielsma, W. Hultzer, Ai S. Docen, J. D. Fritz en F. J. Schuchart. — 2. De onoverwinnelijke oude acht v. „Laga Delft — 3. De Laga-ploeg, winn. v. h. nummer Vierriems overnaadsche gieken. — 4. De Jonge 1 wee v. Nautilus die als eerste aankwam.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 866 tot 870 van 11897