Panorama

Blad 
 van 2380
Records 856 tot 860 van 11897
Nummer
1914, nr.01, 1 juli 1914
Blad
03
Tekst
KON. NAT. BOND VOOR REDDINGSWEZEN. Onder voorzitterschap van Z.K.H. Prins Hendrik heeft de vorige week te ’s-Hertogenbosch een vergadering plaats gehad van den Kon. Nat. Bond voor Reddingswezen en Eerste hulp bij ongelukken „Het Oranje Kruis”. Hierboven eenige van de vergaderden. Rechts van Z.K.H. zit de oud-minister Z. Exc. Talma. OFFICIEELE OPENING V. H. VEILIGH El DSMUSEUM. 22 Juni is door Z.Exc. Min. Treub het Veiligheidsmuseum te Amsterd. officieel geopend, Wij geven hierboven een foto van de genoodigden. 1. L. Heyermans, arts, Bestuurslid v. h. Veiligheidsmuseum; 2. Dr. Josephus Jitta, Weth. van Amsterd • 3. Sicco R. Smit, Hoofdinspecteur v. d. Arbeid; 4. Z.Ex. Min. Treub; 5. H. A. van Ysselsteyn, Direct.-Gener. v. d. Arbeid’- 6. Ch. E. H. Boissevain, Voorz. v. h. Dep. Amsterd. der Mij, v. Nijverheid; 7. J. van Hasselt, Voorz. v. h. Museumbest en v. d. Mij. van Nijverheid; 8. J. van Hasselt, Chef v. d. Techn. Afd. der Centr. Werkg. Risicobank;9. j. Muysken, Direct van de Nederl. Fabriek (Werkspoor). Prof. Dr. H. WINDISCH. Tot professor in de uitlegkunde van het Nieuwe Testament en de Oud-Christ. letterkunde aan de Universiteit te Leiden is benoemd Dr. Hans Windisch. Mr. e. oosting, oud-president van de arrondissements-rechtbank te Assen is de vorige week op zijn landgoed bij Zwolle overleden. Jhr. Mr. H. v. ASCH v. WIJCK, die de vorige week naar West-Indië is vertrokken om aldaar het ambt van rechter te aanvaarden. P. HOLS, die de vorige week zijn 25-jarig jubileum alssecretaris van den Ned. Typografenbond heeft gevierd. DE KERSENPLUK. In de Betuwe zijn op het oogenblik wederom vele rappe handen bez'ig met den kersenpluk. Wanneer wij bovenstaande foto bekijken kunnen wij bijna niet gelooven dat inderdaad de pluk zoo slecht zal zijn als de berichten melden. 2e INTERNATIONALE HONDENTENTOONSTELLING IN DEN DIERENTUIN TE ’s-GRAVENHAGE. Op 21 Juni is te ’s-Gravenhage de 2e Int. Hondententoonstelling gehouden, waarvan wij hierboven een drietal aardige kieken geven. Foto links; St.-Bernard Wilfried (Reu), geb. 23 December 1912, eigenaar Door Carlo te Breda, behaalde den len en eereprijs in de open en jeugdige klasse. Foto midden; Een pracht collectie van 5 Spaniëls, die alle prijzen behaalden, welke aan deze afdeeling zijn toegekend. Foto rechts; Griffon Bruxellois, Mustapha, geb. Maart 1913, eigenaresse Mevr. A. J. E. Boer. UIT HET VOLLE LEVEN
PDF
Nummer
1914, nr.01, 1 juli 1914
Blad
04
Tekst
............................. ...........,................... PANORAMA ............======= ................................. er zeker van is dat op den dag van zijn bezoek de beroemde fonteinen springen. Want, niet waar, als ge een beetje gereisd hebt, dan vindt ge museumbezoek tijdverlies en kasteelen, paleizen . . . lieve Hemel, al die Duitsche Schlösse r waren al precies eender, waarom zouden dan Fransche kasteelen anders zijn? En te Parijs komt men toch, zooal niet slechts ééns in zijn leven, maar wel degelijk om „pleizier” te maken! Welnu, wie zoo redeneert — en er.zijn honderden die zoo doen —, maar vooral, wie er naar handelt, ontzegt zich, te Parijs zijnde, een van die genoegens, die zeldzaam zijn in het leven van den mensch. Zeker, de Fransche hoofdstad is op zichzelve wonderschoon, bekoorlijk als weinig andere steden, lustig en vroolijk als geen andere. En wie er louter heentrekt om Parijs te „doen” in zooveel uren, op z’n Amerikaansch, kan er niet aan denken om aandacht te schenken aan de omgeving van Parijs, die niet minder schoon is dan zij zelve. Een kring van schoone, deels oude, deels hernieuwde paleizen en kasteelen, ligt als het ware om de stad heen, op geen grooter afstand dan een spoorreis van anderhalf uur. Wij noemden Versailles reeds. Maar daar is Chantilly, de vroegere verblijfplaats van den Hertog van Aumale, met het oudste deel, het Chatelet, dat de Connétable Anne de Montmorency in het leven riep en het moderne kasteel, dat in 1876—’82 herbouwd, de vroegere ridderlijke behuizinge vervangt, die onder de slagen der revolutie bezweken was. Daar is het kasteel van Compiegne, dat Lodewijk XV door Gabriel bouwen liet en waar Napoleon III zijn groote en beroemde feesten gaf. Een juweel van architectuur is ook het kasteel van Pierrefonds, in 1390 door Lodewijk I van Orleans gebouwd, later een vesting die in 1617 ontmanteld werd door Richelieu en in 1868 gerestaureerd door dien grootmeester der Fransche bouwkunst van de 19de eeuw, Viollet-le-Duc. Daar is, eindelijk, het paleis van Fontainebleau, dat oorspronkelijk uit de 12de eeuw dateert, maar onder Frans I door Philibert Delorme werd her- en verbouwd, terwijl èn Louis-Philippe èn Napoleon I er nog zeer veel aan lieten verfraaien en verbeteren. Des ondanks staat dit paleis, dat maar één verdieping heeft boven de rez-de-chaussée, als geheel achter bij de Fransche kasteelen van hetzelfde tijdvak. Geldt dit evenwel voor den architectonischen totaalHET PALEIS TE FONTAINEBLEAU. indruk, voor het uiterlijk, inwendig is dit kasteel in handen geweest van de beste Fransche en Italiaansche kunstenaars, uit de school die naar Fontainebleau genaamd is en onder wie Rosso en le Primatice uitmuntten. Aan dit kasteel — waarvan een beschrijving niet in onze bedoeling ligt, want men moet het zien om er alle schoonheden van te genieten, en bovendien is er een uitgebreide litteratuur aan gewijd — verbinden zich tal van geschiedkundige herinneringen. En een bezoek, onder deskundige leiding ondernomen, dan wel aan de hand van een uitvoerigen gids (een gedrukten of een sprekenden) is een ware les in de geschiedenis van Frankrijk, die voor velen een niet ongewenschte herhaling zou zijn van hetgeen op school geleerd .... en daarna vergeten werd. Hier was, in 1539, Karei de Groote de Gast van Frans I. Hier werd, in 1601, Lodewijk XIII geboren. Lodewijk XIV teekende er, in 1685, de herroeping van het edict van Nantes. Een jaar later stierf binnen deze muren de groote Condé. Met tal van gebeurtenissen uit Napoleon's leven is het kasteel van Fontainebleau verbonden. De geheele reeks van appartementen, door hem bewoond, en nog steeds gemeubeld als in zijn tijd, roepen die gebeurtenissen in de herinnering terug. Gebeurtenissen, die spreken van den hoogtijd van zijn roem, van de volte van zijn glorie, van de macht zijner heerschappij over een groot deel van Europa. Maar ook die feiten, die gewagen van zijn zedelijk verval en van den ommekeer in zijn heerschers-bestaan. In deze vertrekken werd, in 1809, de echtscheiding uitgesproken tusschen Napoleon en Josephine, toen de vrouw, die den heerscher geen opvolger geschonken had, om dynastische en staatkundige redenen plaats moest maken voor die andere vrouw, die hem nooit beminde, nooit vereerde, maar die hem den zoon schonk, te wiens behoeve hij, 5 jaar later, in dit cabinet, dat men u toont, afstand deed van den troon van Frankrijk. Maar ook aan andere, groote en bekende figuren uit de wereldgeschiedenis, bewaart Fontainebleau de herinne ring. Paus Pius VII bracht er, van 1812 tot 1814, jaren van ballingschap door. Andere, ook minder illustre namen, duiken binnen deze wanden op. Marie Antoinette leefde hier en de namen van Madame de Maintenon en van Diane de Poitiers spreken van een tijdperk van wuftheid en zedelijke verdorvenheid, toen aan het hof der Fransche koningen de favorites het meestal in invloed wonnen van de favori’s. Ongetelde kunstschatten, meesterwerken der decoratieve kunst, herbergt Fontainebleau. Wie er van genoten heeft met volle teugen, daarna de wondermooie tuinen en het park een blik heeft gegund, die kan zijn indrukken laten bezinken in het schitterend woud, bijna 17000 hectaren groot en 90 kilometers in omvang, dat aan het kasteeipark als het ware aansluit. Hij kan er opnieuw de groote waarheid deelachtig worden, dat Gods vrije natuur het schoonste is, dat den mensch te bewonderen is gegeven. Deze wondermooie natuur vooral, die, in het vlak nabije Barbizon, de grootste kunstenaars — wij noemen enkel maar Tb. Rousseau en Jean Fran^ois Millet — tot hun meesterwerken heeft geïnspireerd. COUR d’ULYSSE EN KARPERVIJVER.
PDF
Nummer
1914, nr.01, 1 juli 1914
Blad
05
Tekst
iV EEN NOODLOTTIGE LIEFDE ï £ I i een oogenblik had Iwan Iwanowitch er aan getwijfeld of Olga Obrinsky hem wel beminde. Hij meende het te lezen in haar oogen en in haar lach. "En wat had hij haar lief! Hij verwenschte het noodlot dat hem bond aan een andere vrouw, de vrouw die hij huwde drie jaar vóór de betooer Obrinsky’s in Moskou terugkeerde van de kostschool in de provincie. Van af dat oogenblik was Iwanowitch’s huis voor hem een gevangenis geworden. Hij haatte het, en het zien van zijn vrouw deed zijn gezicht betrekken. En zij, de arme ziel, wat een leven had ze! Van het vertroetelde vrouwtje, zijn afgod, was ze geworden zijn verworpeling, die hij verwenschte. En o, wat leed ze, ze leed dubbel, omdat ze hem ondanks alles liefhad. Ze hield zich echter dapper. Eindelijk leerde ze de waarheid kennen, de reden van zijn veranderd gedrag jegens haar. Het was haar of zij een slag ontving die haar bedwelmde ; want welke beweegredenen zij ook gezocht had voor haar mans schandelijke verwaarloozing, nimmer was haar in de gedachte gekomen dat een mededingster haar de liefde van haar echtgenoot ontstolen had. Dadelijk was ze geneigd hem als een slachtoffer te beschouwen van een gewetenlooze vrouw, die hem in haar netten verstrikt had, gehypnotiseerd als een slang een arm vogeltje. Zij besloot hem te redden en begaf zich naar Olga Obrinsky. Het onderhoud was kort en bitter, want de vijand was onmeedoogenloos. „Uwechtgenoot,” lachte Olga, toen ze de reden van het bezoek vernam, „is niets voor mij. Is het mijn schuld als u hem niet boeien kunt? En als hem uw gezelschap mishaagt, ben ik daarvoor toch niet verantwoordelijk ? Omdat de arme dwaas op mij verliefd is, eischt u van mij hem op te geven l Maar ik zeg u, hij is niets voor mij! Niets! niet meer dan dat,” en ze drukte haar vingers rondom den nek van een vogel, dien ze geliefkoosd had, en wierp het doode dier het venster uit. Iwan Iwanowitch ontmoette zijn vrouw voor Olga’s huis. Hij raadde dadelijk de waarheid en verbleekte, terwijl hij me" woedenden blik zijn vrouw aanzag. „Daar ligt je liefde,” zei ze, wijzende op den dooden vogel. „Jij hebt .... hebt durven .. . .” „Ik heb Olga Obrinsky gezien,” antwoordde ze. „En . . . .” „Zooals ze dit arme dier den nek gebroken heeft, zal ze jouw hart en ’t mijne breken. Ga met mij, Iwan!” Hij duwde haar terzijde en ging het huis in zonder een woord te spreken; hij was zichzelven niet meer meester en kon zich nauwelijks bedwingen haar geweid aan te doen. De ongelukkige vrouw riep een troika aan en liet zich naar huis rijden. Onderwijl gaf haar man zijn kaartje af, en werd na eenige minuten bij Olga toegelaten. Ze was uiterlijk heel kalm en glimlachte slechts toen ze haar hand verborg die Iwanowitch kussen wilde. „Neen, neen 1 Bewaar uw kussen voor uw vrouw’” zei ze. „Mijn vrouw! Ze is hier geweest!” riep hij uit Olga lachte. „Sinds wanneer ben je blind?” vroeg ze. „Sinds mijn oogen het eerst je lieflijk gelaat aanschouwden,” antwoordde hij zacht. „Ik ben dwaas geweest/* ging ze voort. „Het is nu echter gedaan. Ga heen. Ik wil je nimmer meer zien.” „Maar, Olga, je wist dat ik gehuwd was,” stamelde hij. „En dat durf je mij verwijten,” riep ze uit. „Eerst je vrouws vernederingen en nu jouw verwijten! Ga heen, onmiddellijk!” „Je haat me?” „Ik haat mijzelf,” zei ze. „Ik zal kapitein Knieff trouwen.’ ’ „Neen, neen,” kreet Iwan buiten zichzelf. „Nooit. Ik dood ...” Ze bel.. voor den huisknecht en verliet de kamer zonder een woord meer te zeggen. Iwan rende meer dan hij liep het huis uit, de straat De opvoering van Shakespeare’s Midzomernachtdroom. THESEUS EN HYPPOLYTA (le acte). (foto H. Berssenbrugge) op. Zijn hoofd gloeide, alles riep in hem om wraak, wraak op zijn echtgenoote, de vrouw die hem had willen redden. Hoe haatte hij haar. Hij balde de vuisten van .woede. Hij wilde niet naar huis gaan, hij stond niet voor zichzelven in en daarom ging hij naar zijn club, en terwijl hij groote sommen inzette aan de speeltafel, dronk hij het eene glas na het andere, om zijn woede, teleurstelling en verdrke te vergeten. Hij speelde tot laat in den nacht, verliezende, steeds verliezende, want op de kaarten in zijn hand zag hij niets dan Olga’s gelaat. Een heer achter hem, sprak zacht met een ander. Eensklaps ving hij den naam van Olga Obrinsky . op en al zijn aandacht werd gespannen. „De kapitein heeft het mij zelf verteld,” zei een der heeren. „Ik kan het haast niet gelooven,” was het antwoord. „Ik dacht dat ze hoogere eischen had.” „Dan wat?” vroeg Iwan eensklaps. „Dan kapitein Knieff. Hij vertelde mij dat hij met haar geëngageerd is. Het is hedenavond beslist. De kerel is in de wolken.” Iwa wierp de kaarten neer, alsof ze hem in de handen brandden, Hij was zeer bleek. Opstaande keek hij den berichtgever strak aan. „Geloof je dat het waar is?” vroeg hij, in de zwakke hoop een ontkennend antwoord te hooren. „Die aan de waarheidsliefde van Knieff durven te twijfelen, weet hij ter verantwoording te roepen,” zei de ander. Iwan verliet de club en ging naar huis. Hij sloot zich op in zijn studeerkamer. Zijn hoofd was nu niet meer beneveld door den wijn, maar volkomen helder en vervuld van duivelsche plannen. Dit was Olga’s wraak! Dit was het resultaat van zijn vrouws bemoeienissen met zijn zaken. Haat tegen haar vervulde zijn ziel. Zij moest sterven 1 Een bom neergelegd in den kelder van het huis en niemand kon haar redden. Hij begaf zich naar zijn laboratorium en begon dadelijk met koortsachtigen ijver den arbeid en vóór de dag aanbrak was het vreeselijke ding gereed voor gebruik. „Van avond,” mompelde hij in zichzelf, terwijl hij zich op een rustbank neerwierp, „dezen avond ben ik vrij en zal Olga mij trouwen.” Hij sliep onrustig, een slaap die niet verkwikte en werd tegen den middag wakker. Weer begaf hij zich naar zijn laboratorium om alles voor den aanslag in gereedheid te brengen. Daarna wandelde hij naar de club en hoorde daar de bevestiging van het nieuws van den vorigen nacht. Olga Obrinsky en kapitein Knieff hadden zich werkelijk met elkaar verloofd. Hij lachte grimmig en bedacht of het na den dood van zijn vrouw noodig zou blijken den kapitein dezelfde lange reis te doen maken. Hij hoopte dat dit niet het geval zou zijn, maar was vast besloten dat, als het hem noodzakelijk bleek, het ook gebeuren zou. Om vijf uur in den namiddag ging hij huiswaarts om zijn misdadig plan ten uitvoer te brengen. „Is mevrouw thuis?” vroeg hij den huisknecht, en ontving een toestemmend antwoord. Hij ging dadelijk naar zijn laboratorium, ontstak een spirituslicht en zette daarop een kleine tube gevuld met chemicaliën. Spoedig ging de inhoud koken; hij plaatste een thermometer in de vloeistof en keek nauwlettend naar de rijzing van de kwikkolom. Eindelijk nam hij de tube van het vuur, goot de vloeistof in een koperen cylinder, deed er een. kleine patroon in en schroefde met vaardige vingers een kap op den cylinder. Wat zou er gebeuren? De chemische samenstelling zou in den cylinder steeds hooger in temperatuur stijgen, tot de patroon ontbrandde en deze de explosieve stoffen zou doen ontploffen. Dan zou het huis van Iwanowitch in puin vallen en de misdaad aan de nihilisten geweten worden. In vijf minuten zou hij in de club zijn. Hij sloop voorzichtig naar beneden, naar den kelder, legde de helsche machine op den vloer, verwijderde zich ongemerkt en begaf zich op weg naar de club. Een honderd meter van huis af ontmoette hij kapitein Knieff. Zij groetten elkander. „Ik geloof, dat ik je feliciteeren mag,” zei- Iwanowitch glimlachend. De kapitein lachte ook. „Ik ben overgelukkig zulk een prijs als Olga gewonnen te hebben”, antwoordde hij. „En wanneer heeft de bruiloft plaats?” „O, daaromtrent is nog niets bepaald!” „Kom je uit de club?” „Neen, ik wacht op Olga! Het zal niet lang duren, geloof ik.” „Lang? Wat bedoel je?” „Heb je haar niet gezien?” vroeg de kapitein ver-
PDF
Nummer
1914, nr.01, 1 juli 1914
Blad
06
Tekst
PANORAMA wonderd. „Ze is juist bij je thuis. Ze moest je vrouw excuus vragen voor een gesprek van gisteren en vroeg mij even te wachten.” Iwanowitch deinsde terug, het gelaat krijtwit en met uitpuilende oogen. „Goede hemel!” schreeuwde hij het uit, keerde plotseling om en rende in woeste vaart naar huis terug. De kapitein staarde hem in de grootste verbazing na, toen hij bij den arm werd gevat door mevrouw Iwanowitch. „Wat gebeurt hier ?” vroeg zij. „Ik weet het niet,” was het antwoord. „Olga wilde u bezoeken om u uitlegging te geven van een gesprek van gisteren. Ze heeft uw man niet ontmoet en wachtte blijkbaar op uw terugkomst. Uw echtgenoot. . „Ik zag hem hard naar huis loopen,” zei ze. „Wat kan dat beteekenen?” Ze schudde droevig het hoofd. „Hij staarde mij aan als een krankzinnige, toen ik hem vertelde, dat Olga naar u was.” „Wilt u met mij naar huis gaan, kapitein?” „Met genoegen! Heeft u gehoord, dat ik met Olga verloofd ben?” BERTHA VON SUTTNER.t Te Weenen is op 71-jarigen leeftijd overleden de bekende schrijfster en strijdster voor den wereldvrede Barones Bertha von Suttner. Haar bekende tendenz-roman „Die Waffen nieder” verscheen in 1889 en in 1905 verkreeg zij den Nobelprijs voor den vrede. Het vorige jaar woonde zij ook de Vredesconferentie te ’s-Gravenhage bij. N evenstaande twee meesterstukken werden eenige jaren geleden in Engeland ontdekt, waarna zij door een der bekwaamste Experts in Europa werden verdoekten gerestaureerd. Kunstenaars als Adriaan Brouwer, Honthorst, Heemskerk de Jongere en andere Meesters der 17e Eeuw werden als de schilder er van genoemd, maar nu hebben sommige kenners Pieter van Laer, bijgenaamd Bamboccio, als de schilder aangewezen. Van dezen schilder zijn in Nederland slechts eenige onbeduidende stukjes aanwezig, terwijl zijn meesterstukken te Florence, Cassel, Dresden en elders bewijzen, dat hij een der knapste en geestigste genreschilders van de Hollandsche Schilderschool der 17e Eeuw is geweest. Deze twee schilderijen zijn nu in het bezit der collectie Ali-Cohen. Dat had ze niet. Het gaf haar een schok. Luid zei ze: „Ik hoop dat u gelukkig zult zijn!” en toen zacht voor zich zelf mompelde ze: „Goddank!” juist op dit oogenblik klonk er een ontploffing als van een kanon en zagen ze Iwanowitch en Olga Obrinsky het huis uitvluchten. Het was evenwel te laat. Het huis stortte in, de voorgevel viel voorover in de straat en beiden werden onder het neervallende puin bedolven. Zooals Iwanowitch had voorzien, werd de ontploffing geweten aan een aanslag der nihilisten, op wier schuldenlijst ook de twee dooden werden gesteld. Slechts de treurende weduwe en misschien ook de bedroefde jonkman vermoedde^ wie de bewerker van deze noodlottige daad geweest was. W ij vestigen er speciaal de aandacht op, dat nu ook banden voor den COMPLETEN jaargang van „Panorama verkrijgbaar zijn gesteld. DE KIESRECHTVROUWEN IN ENGELAND. Minister Asquith heeft een dezer dagen een deputatie van arbeidersvrouwen te woord gestaan over het vrouwenkiesrecht en onze foto geeft weer hoe de afgevaardigden direct na het bezoek met vragen werden overstelpt. (foto Newspaper Hl.) DE PESTBESTRIJDING IN INDIË, Hierboven een foto van de zusters die de vorige week naar Indië zijn vertrokken ter bestrijding van de pest. Van links naar rechts, zittend: Zr. M. C. J. Beerstecher, hoofdverpleegster der Ambulance No. 1; Zr. J. Vermaas, hoofdverpleegster der Ambulance No. 2; Zrs. A. Zwart en J. Buys, Ambulance No. 1; Zrs. J. Hulst en E. Veenstra, Ambulance No. 2. (foto M. M. Couvee).
PDF
Nummer
1914, nr.01, 1 juli 1914
Blad
07
Tekst
De Mbret met zijn gemalin en dochtertje inspecteert de troepen. Rechts van den Vorst wijlen luit.-kol. Thomson. De gevangengenomen majoor H. J. Verhulst. De Engelsche Gezant en dochter in den begrafenisstoet van luit.-kol. Thomson. * WERELD-PANORAMA DE STRIJD IN ’TVORSTENDOM ALBANIË ’n Slachtoffer van den krijg. De gevangengenomen kapitein H. G. A. Reimers. Het opwerpen van barricades in de straten van Durazzo voor de verdediging der stad. H et is werkelijk geen makkelijke taak om in een weekblad ais Panorama een overzicht te geven van ofeen meening te verkondigen omtrent de gebeurtenissen die zich in Albanië afspelen. De feiten volgen elkaar in zoosnelle en onverwachte volgorde, dat men zich wel bepalen moet tot het vastleggen in beeld en woord van het allerbelangrijkste. En in beeld wel het meest. Want na hetgeen de dagbladen eiken dag in lange kolommen bespreken en weerspreken interesseert het onzen lezers ongetwijfeld om de feiten te zien. Gelukkig dat de fotografie niet jokken kan. Daarom ook verlaten wij maar liever niet het veilige terrein der lichtbeeldkunst om af te wijken naar het zoo glibberige pad der „oorlogsteekening van speciale correspondenten”. In ’t zoo fantastisch spel der Albaneesche dingen kan men met de fantasie niet voorzichtig genoeg zijn, als EEN RUSTIG OOGENBLIKJE. Kapitein Fabius en de Albaneesche kapitein Gumpenberg. Twee zeer op den voorgrond tredende officieren van het Albaneesche leger. men dewaarheid onder het oog brengen wil 1 Boven alles en voor alles interesseert het ons Nederlanders te weten wat ermet onze officieren gebeurt. Men kan lange redeneeringen houden over de deugd of de fout, die er zat in het heengaan van onze krijgslieden om hun diensten te geven aaneen geheel vreemden vorst; vaststaat dat het overgroote deel der Nederlanders met groote belangstelling hun avonturen volgt. En zeker voelt men van harte mee met het lot dat Overste Thomson trof en al wat daaraan voorafging en er op volgde. Onze beelden hebben hiermede rekening gehouden, * » # Van morgen, juist toen wij op het puntstonden dit bijschriftte schrijven, ging er een afdeeling soldaten voorbij, kranige kerels van de artillerie. De stukken schudden over de keien, de paardenhoeven kletterden. Als vanzelf lieten wij het werk even liggen en gingen voor het raam staan. Was het werkelijk een nawerking van de suggestie, die zou uitgegaan zijn van Albanië, waardoor wij metinnerlijk genoegen de kranigehoudingonzer „jongens” bewonderden? Wij weten het niet! Maar het is waar, dat kunnen wij verzekeren, dat die houding ons ditmaal opviel, bij de officieren zoowel als bij de manschappen. En dat is goed! Wij hadden behoefte aan wat meer zelfvertrouwen en als gevolg daarvan aan respect voor onze verdedigers. Een transport gewonden, begeleid door Oostenrijksche marine-soldaten.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 856 tot 860 van 11897