|
%
Het ledigen der retorten, dat steeds met rook en veel stoom
gepaard gaat, doordat de cokes direct bespoten wordt.
weggebracht om daarna weer te worden herbouwd. Onze
foto, die genomen is terwijl men zulk een oven aan het
afbreken is, is daarom zeerinteressant, omdat men daarop
duidelijk de inrichting van zulk een oven en de ligging
der retorten zien kan.
Behalve het reeds besproken retorten-systeem bestaat
ook het z.g. kameroven-systeem, dat aan de fabriek aan
den Oostzeedijk is uitgeprobeerd en in de onlangs in gebruik genomen nieuwe fabriek aan de Keilerhaven, uitsluitend in toepassing is gebracht.
Zulk een oven bestaat uit 4 langwerpig-vierkante,
horizontaal liggende afdeelingen of „kamers”, waartusschen kanalen loopen waarin evenals bij het retortensysteem, een hooge temperatuur onderhouden wordt. In
iedere ,,kamer” wordt ineens 3,000 K.G. steenkool of
naar gelang van grootte meer gedaan, die 24 uur blijven
zitten. Door het lange verblijf der kolen in die kamerovens vervalt de nachtarbeid, wat de nachtrust
van het personeel ten zeerste bevordert.
Het zuiverhuis.
Dit systeem voldoet uitstekend, het geeft grootere gasproductie, betere cokes, besparing van arbeid en de reeds
genoemde bevordering van nachtrust voor het personeel.
Deze kamerovens worden, in tegenstelling met de
hellende (schuinliggende, zie onze foto) retorten, die
met handkracht bewerkt worden, evenals de horizontaal
liggende retorten, geheel machinaal bediend.
Het geproduceerde gas in de diverse ovens moet nu
verder gezuiverd worden, want nadat het door den reeds
genoemden bak gezogen is, moet het gas, alvorens in de
gashouders aan te komen, nog heel wat zuiveringen
ondergaan. Eerst wordt het door een zware buis naar
een groot gebouw, het z.g. Condensorgebouw gevoerd,
waar het door middel van lucht- en waterkoeling op een
temperatuur van 15 è 20 gr. C. gebracht wordt. Door
deze koeling slaat nu in hoofdzaak het teer- en ammoniakwater neer, dat naar de teerputten wordt afgevoerd.
Vanuit deze toestellen wordt het gas naar de gaspompen, in het daarnaast gelegen gebouw, gevoerd. Deze
gaspompen brengen het gas vervolgens naar de toestellen
die dienen om het gas voor het gebruik geschikt te
maken, n.1. door het wegnemen der teer in den vorm
van nevelblaasjes, die door afkoeling alléén niet te verwijderen zijn. Het gas wordt daartoe in een van gaatjes
Een der groote gasmeters in het gebouw.
PANORAMA
voorziene klok geperst, en verkrijgt daardoor een groote
snelheid, waardoor de nevelblaasjes tegen een wand
gedrukt worden en breken, waardoor de laatste teer bestanddeelen afgescheiden worden.
Maar het gaszuiveringsproces is ook hiermee nog niet
afgeloopenl De ammoniak moet nog verwijderd worden
en daartoe gaat het naar de ammoniakwasschers, waar
door middel van water de ammoniak uit het gas gewasschen wordt.
Alvorens dus in de gashouders aan te komen moet
het gas een langen weg afleggen, voordat het geheel gezuiverd is.
Zelfs de ammoniakwasschers zuiveren het gas nog niet
geheel en het wordt ten slotte naar een gebouw gevoerd,
dat zuiverhuis genoemd wordt, en waarin zich ijzeren
bakken, z.g. kisten bevinden, die 6 meter in ’t vierkant
zijn en gevuld met ijzeraarde, afkomstig uit Drente en
Overijsel, een artikel dat voor dat doel ook wel in het
buitenland gebruikt wordt. Het gas gaat hier door vijf
van zulke „kisten”, laat daarin het cyaan en het zwavelwaterstof achter, en gaat eindelijk geheel gezuiverd naar
het metergebouw, alwaar, de naam zegt het reeds, het
geproduceerde gas gemeten wordt en verder naar de
gashouders geperst wordt.
En thans de watergas-fabricage.
De grondstoffen van watergas zijn cokes en stoom :
door gloeiende cokes wordt stoom gevoerd, waardoor
ongecarbureerd watergas ontstaat, dat verbeterd wordt
door het te carbureeren, waardoor bovendien het reukelooze watergas een doordringende scherpe lucht krijgt.
Maar hoe geschiedt dat en wat gebeurt er met het
watergas alvorens het de gashouders bereikt, waar het
zich mengt met het koolgas?
In een grooten cylinder, generator genaamd, wordt
een flink vuur onderhouden. Dit vuur wordt beurtelings
warm geblazen, en wanneer dat voldoende warm is, de
blaaslucht afgezet en stoom toegelaten, welke dan ontleed
wordt en waardoor 2 brandbare gassen ontstaan, namelijk
kooloxydegas en waterstofgas. Vanuit den generator
worden nu deze ontstane gassen geleid naar een tweeden
cylinder, Carburator genaamd, (van binnen gevuld met
vuurvasten steen) waarop gedurende het gasmaken gasolie, (afval van ruwe petroleum) door middel van een
sproeitoestel gespoten wordt. Deze olie ontleedt zich en
vermengt zich met het mengsel van waterstofgas en
kooloxyde dat uit den generator gekomen is.
Dit tweede mengsel wordt naar een derden cylinder
gevoerd, de z.g. fixeerkamer, óók gevuld met vuurvaste steenen, welke evenals die in den generator, in
gloeienden toestand zijn.
In dezen derden cylinder wordt de onontleede olie, die
door de gassen meegenomen is, nog verder tot ontleding
gebracht en zoodoende in gas omgezet.
Het z.g. gecarbureerde watergas dat nu ontstaan is, wordt naar een in de nabijheid staanden kleinen
gashouder, dien men tusschenhouder noemt, geperst, om
vandaar uit door een gaspomp naar de groote gashouders
geperst te worden, alwaar het zich met koolgas vermengt.
Alvorens echter de groote gashouders vanuit den genoemden tusschenhouder te bereiken, moet het om gezuiverd te worden, evenals het koolgas, door enkele
toestellen geperst worden, n.1. door den teerafscheider en
de zuiverkisten, welke toestellen evenwel geheel gesepareerd
zijn van die der koolgastoestellen.
Zooals reeds gezegd, vermengt het watergas zich met
het koolgas in de gashouders, waardoor bet meng- of
lichtgas ontstaat.... het gas dat wij branden 1 !
De gashouders zijn de provisiekamers van de gasfabriek,
’s Avonds heeft het grootste gasverbruik plaats, wat men
aan de fabriek „verkocht” noemt. Doordat het productieDoordat toevallig een herbouwde stokerij zoo goed als klaar was, kunnen
wij een interessante kiek ervan geven. Men ziet de retorten, daarboven de
z.g. „K 1 i m p ij p e n” waardoor het gas de retorten verlaat, en op den grond
de goot met schrapper die de gloeiende cokes naar buiten voert, waarvan
in het artikel sprake is.
Kijkje in het metergebouw; de regulators die den toevoer
van gas naar de stad regelen.
vermogen van het bedrijf steeds hetzelfde is, d. w. z. dat
er voortdurend een gelijke hoeveelheid gas gemaakt wordt,
wordt er ’s avonds meer verbruikt dan gemaakt, waar
tegenover staat dat er overdag méér gemaakt
wordt dan verkocht. Het overdag te veel gemaakte
gas wordt dus in de houders bewaard en dient ’s avonds
voor de te kleine productie. Tegen den avond zijn dan
ook alle gashouders in top, (gevuld) en dalen geleidelijk,
zoodat ze ’s nachts laag staan.
Vanuit de gashouders gaat het gas naar de regulators welke toestellen dienen om het gas onder een lageren
druk dan in de gashouders is, naar de stad te voeren,
en er bovendien automatisch voor zorgen, dat deze druk
dezelfde blijft. Met deze toestellen kan men tijdelijk den
druk in het stadsnet vergrooten, waardoor het mogelijk
is de automatische lantaarn-opsteekapparaten, een eenvoudig en zeer practisch werkend toestelletje, in werking
te stellen, hetgeen reeds in vele wijken derstad geschiedt.
Door vier zware hoofdbuizen wordt het gas in de stad
Op den werkvloer der watergasfabriek.
gebracht. En nu ik de geheele gasfabricage besproken
heb dient ook nog iets gezegd over de ammoniakfabriek
waarover we in den loop van ons artikel met een enkel
woord gerept hebben.
Het ammoniakwater wordt n.1. naar de ammoniakfabriek geleid en aldaar verwerkt tot ammoniaksulfaat,
een stof, die in hoofdzaak voor kunstmest gebruikt wordt.
Deze stof is een zeer belangrijk bijproduct, evenals het
teer dat niet verder verwerkt en als zoodanig verkocht
wordt. Ook de cokes of afgewerkte steenkool, waarvan in
ons artikel sprake is, is een zéér belangrijk afval of bijproduct, en bij millioenen kilogrammen als steenkool in
de fabriek gekomen, verlaat ze in even groote hoeveelheden als cokes de fabriek en wel als de eenigste brandstof die door de gasfabriek verhandeld wordt.
En ten slotte mogen we het volgende constateeren.
Door het enorme gasverbruik in het algemeen en de
voortdurende toename blijkt maar al te duidelijk dat het
gas niet ten doode is opgeschreven; integendeel, zoolang
de wereld bestaat zal het gas in tijden van duisternis
zijn helder licht over de aarde doen schijnen.
Gezicht op het terrein der Gasfabriek aan den Oostzeedijk.
Links ziet men nog het administratiegebouw en den toren van
de Watergasfabriek; rechts de viaduct. Geheel in de verte is
het terrein der gashouders.
|