|
□ 1 ......■...... ..... ......... .... “ZJ □ □ 1..... ..."............ Tl...... ... 1 □
PANORAMA "•
UITGAVE VAN A. W. SIJTHOFF’S UITGEVERS-MAATSCHAPPIJ
REDACTIE EN ADMINISTRATIE: DOEZASTRAAT 1 - TELEFOON INTERCOMMUNAAL N° 1 - LEIOEN
PRIJS BIJ NUMMERVERKOOP 1O CENT. VOOR BELGIË 20 CENTIEMEN
24 JUNI 1914. N°. 52 1E JAARGANG
□ i .... ' —.................jan r ' z ..... ... ’. tj □
HOE WORDT GAS GEMAAKT?
Het vervoeren van de steenkool.
Ihoewel het een vereerende opdracht is
van de redactie van ..Panorama” om
voor haar blad een beschrijving te
maken over gasfabricage, is ’t een
opdracht die niet gemakkelijk te vervullen is.
De gasfabricage is n.1. eeningewikkeld
proces, ai om dat in een beknopt
artikel te doen, (want zoo luidde de opdracht) zóó dat het
toch duidelijk voor het publiek te begrijpen is, iswaarlijknog
al lastig. Maar ik wil er mijn best voor doen en al moet dan
zoo’n artikel erg „zakelijk" behandeld worden, ’tis toch
leerzaam, want alhoewel we allen gas kennen van het
zien-branden en van het te hebben geroken, zullen er
wellicht slechts weinigen zijn, natuurlijk de vakmenschen
niet meegerekend, die weten, hoe ’t gemaakt wordt.
Ik zal ’t U vertellen, of liever ik zal U navertellen
wat mij bij mijne diverse bezoeken aan de Gemeente.
Gasfabriek te Rotterdam, door de onderdirecteuren, de
heeren Dr. Heinsius en de Bel, over gasfabricage is meegedeeld, en wat ik heb gezien met een aantal foto’s
verduidelijken.
Laten we dus den fabriek aan de Oostzeedijk binnenstappen. Links van den ingang bevindt zich het gebouw
waarin de bureaux der directie en administratie zijn, en
waar een groot nieuw gebouw weldra in gebruik zal worden
genomen als fabrieksmagazijn, terwijl het tevens de kantoren der fitterij zal bevatten. Verderop links bevinden
Zeer interessante foto, die duidelijk laat zien hoe de hellende
retorten, waarin uit de steenkool het gas wordt gestookt, in
den oven zijn gemetseld.
zich de voor de diverse gasbereidingen en gaszuiveringen
bestemde gebouwen, alsmede het groote laboratorium en
de groote smederij. Rechts liggen de stokerijen en aan
het einde der fabriek de gashouders.
Over de geheele lengte der fabriek loopt een groote,
eenige meters hooge viaduct, waarover de treinen gaan
die de steenkool vanuit de schepen aanvoeren en ze
naar de stokerijen brengen.
Steenkool is n.1. de grondstof voor de gasbereiding.
Zij wordt thans in hoofdzaak uit Duitschland betrokken,
speciaal uit het Roergebied, en ook uit Engeland worden er
vrij belangrijke hoeveelheden betrokken. Het is de marktprijs
die bepaalt waar de steenkool vandaan zal komen!
Op eigen terrein in de onmiddellijke nabijheid der
fabriek, wordt de steenkool in lichters aangevoerd. Door
een zeer practisch toestel, een soort kraan waaraan
een zoogenaamde grijper (een bak uit 2 halfronde helften
bestaande, die in het kolenruim wordt neergelaten en
daar een greep in doet en zichzelf vult) wordt de steenkool in een uit eenige wagens bestaanden trein gestort,
welke wagens in twee van zulke ..grepen” met circa
5,000 K.G. kolen gevuld worden. Dat gaat zoo gestadig
door, dag in dag uit, en wordt er op die wijze per dag
ongeveer 400,000 K.G. steenkool de fabriek ingebracht.
Uit al die kolen wordt alléén gas gestookt en wordt
niets verhandeld.
Het gas dat wij branden is het zoogenaamde lichtgas.
Te Rotterdam bestaat het uit 25 % gecarbureerd watergas (niet te verwarren met waterstofgas) en 75% koolgas,
en is dus een mengsel dezer beide gassoorten, waarvan
ik eerst de koolgasfabricage zal bespreken, en daarna die
van het watergas.
De treinen brengen dus over de reeds genoemde viaduct
de kolen naar de'kolenloods met vier bunkers (reusachtige
bakken), voor iedere stokerij één, waarvan er twee links
en twee rechts gelegen zijn. Onder de viaducten is tevens
de bergplaats van reservekolen, die voornamelijk bestemd
zijn voor den winter voor het geval van ijsgang, eventueel
voorkomende stakingen, enz.
Vanuit de bovengenoemde bunkerbakken komen de
kolen door een schuifbeweging in den breker en vallen
dan in kleine bakjes (z.g emmertransporteur, bij het
publiek beter bekend als de inrichting van een baggermachine) om eerst een eind horizontaal verder gevoerd te
worden en dan hoog naar boven naar de stokerijen. Die
bakjes stooten op het hoogste punt tegen een nok waardoor ze omgegooid worden en de kolen terechtkomen op
een in beweging zijnden band, die ze over de geheele
lengte van de stokerij in den bunker gooit.
De bunkers staan in onmiddellijke verbinding met de
stokerijen. Onder de bunkers ligt namelijk de laadvloer,
waarin zich de schuiven bevinden waardoor een verplaatsbare vulbak gebracht kan worden om iedere retort met
steenkool te vullen.
Een retort is een cylindervormig lichaam van vuurvasten steen, dat geplaatst is in een oven die de retorten
aan den buitenkant verhit (dat wil zeggen op
zeer hooge temperatuur brengt waardoor de zich
daarin bevindende steenkool absoluut niet met vuur
in aanraking komt.
In een oven bevinden zich 9 retorten en zijn er daarvan circa 600 in de hiervoren genoemde 4 stokerijen.
Door het op zoo hooge temperatuur brengen van
retorten en kolen ontstaat het gas dat door een in de
retort aangebrachte pijp de retort verlaat.
Heeft de steenkool nu 6 uur in de retort, die ongeveer
300 KG. bevat, gezeten, dan is het gasvormingsproces
afgeloopen en wordt de retort geledigd, hetgeen geschiedt
door de voor- en achterdeur daarvan te openen, en door
middel van een langen ijzeren haak de afgewerkte kolen
daaruit te verwijderen.
Deze afgewerkte kolen is de cokes.
De uit de retorten gestorte cokes komt nu in een goot
waarin zich een voortdurend in beweging zijnde schrapper
bevindt (waarvan de tanden als bij een hark naar beneden
staan), die de cokes meeneemt en naar buiten voert waar
ze wordt opgeslagen voor den verkoop.
Zeer practisch is de afkoeling van de witgloeiende cokes
als ze op den schrapper is gestort. Ze gaat dan n.1. op
de reis naar buiten gedurig onder sproeiers door die ze
afkoelen en ze zelfs bijna koud gemaakt hebben als ze
op de opslagplaats aankomt.
De gloeiende cokes gaat onder de sproeiers door om te
worden afgekoeld.
De retort wordt, na geledigd te zijn, weer op bovenomschreven wijze opnieuw gevuld en dat gaat zoo gestadig
dag en nacht door.
Ik wil hierbij even opmerken dat, om de meening bij
het publiek weg te nemen dat de werklieden altijd voor
de vuren staan, zulks absoluut niet het geval is.
De retorten worden we! voortdurend bediend, doch
alléén op de even uren, zoodat, daar het ledigen
en opnieuw vullen ongeveer een uur vordert, er voor den
werkman steeds een uur rust overblijft, waaruit blijkt
dat de werklieden, die dagelijks 8 uur in de fabriek
rijn, slechts vier uur voor de vuren slaan.
Het gas, dat in de retort ontstaan is, verwijdert zich
daaruit door een pijp, een z.g. klimpijp. Door die klimpijp wordt het gas naar een grooten bak, die met water
en teer gevuld is, gevoerd om het te wasschen. Doordat
er op het deksel van dien bak een buis is aangebouwd
en daarin een constante zuiging onderhouden wordt, wordt
het gas door het water en het teer heen naar die buis
gezogen. Een kleine overdruk, die vanzelf door de gasvorming ontstaat, is voldoende om het gas in de retorten
naar dien bak af te voeren. Wordt daarentegen de deur
van de retort geopend dan is die kleine overdruk weg en
de communicatie met de fabriek daardoor verbroken.
Nu ik over retorten en ovens gesproken heb is het
wel eigenaardig het volgende even te memoreeren.
Die reusachtige ovens hebben namelijk slechts 1200
branddagen, en worden na dien tijd afgebroken, als puin
De cokesvoorraad, bestemd voor den verkoop aan particulieren.
|