Panorama

Blad 
 van 2380
Records 831 tot 835 van 11897
Nummer
1914, nr.25, 17 juni 1914
Blad
14
Tekst
(foto A. J. M. Steinmetz) OUD-WASSENAER FOTO haagsch ill.-bureau Een GEZELLIG HOEKJE E dmondo de Amicis, de bekende Italiaansche schrijver, die een groot deel van de wereld heeft gezien en zijn indrukken in veelgelezen boeken heeft nedergelegd, noemde Madrid, Moskou en Den Haag de schoonste steden van Europa. Wat Den Haag betreft, dat weinig monumentale gebouwen te bewonderen geeft en dat betrekkelijk slechts weinige antieke bouwwerken heeft bewaard, mag men aannemen dat de Italiaansche letterkundige, als zoovele duizenden anderen, vooral getroffen werd door de wonderschoone ligging der Hollandsche Residentie, door het natuurlijke mooi dat haar aan alle zijden omringt. Inderdaad, weinig steden in de wereld kunnen in dit opzicht met het vorstelijk ’s-Gravenhage wedijveren en dit verklaart mede, waarom de stad gelegenheid heeft gekregen zich te ontwikkelen tot het middelpunt van nationaal en internationaal geestelijk leven. Zoo is de Hollandsche residentie, ook door haar schoone omstreken, de vleiende benaming waardig, die een al te vriendelijk FranSbhman haar gaf, toen het Vredespaleis was tot stand gekomen, die van „capitale du monde”. Het spreekt wel vanzelf, dat een stad, die voor een goed deel op vreemdelingenverkeer is aangewezen, te zorgen heeft dat zij aan hooge eischen kan voldoen. En nu is het wel merkwaardig dat aan die hoogste eischen vooral wordt voldaan door een inrichting die buiten den eigenlijken kring Den Haag—Scheveningen is gelegen. Wij hebben het oog op het kasteel Oud-Wassenaer, eertijds, in het laatst der vorige eeuw, het rijke zomerverblijf van wijlen den heer van der Ondermeulen, die het bouwen liet, thans een hotel waar de beste kringen uit heel de wereld elkander ontmoeten. Een bezienswaardigheid niet alleen door al de schoonheid van het prachtige gebouw, de tuinen en het park waarin het, recht vorstelijk, gelegen is, maar bovenal een inrichting die ook hem bevredigen kan, die aan comfort, keuken en kelder hooge eischen stelt. De Hagenaar, die zijn gasten uit den vreemde iets bijzonders wil laten zien, voert hem hierheen en de welgestelden uit de residentie en van elders, wier auto’s en rijtuigen hen langs een der schoonste wegen van Europa voeren, geven elkander hier rendez-vous, vooral op het thee-uur. Wie op een schoonen lente- of zomernamiddag, tusschen 4 en 6, Oud-Wassenaer bezoekt, zal het levendige, vroolijke en aantrekkelijke tooneel kunnen waarnemen, dat door een onzer foto’s is vastgelegd. Een zoo mondain tafreel, dat men zich ternauwernood in Holland wanen zou. Hier gaat het oog te gast aan de fraaie omgeving, aan de smaakvolle kleedij der thee-drinkende bezoeksters, en men vermaakt zich met de levendigheid van het bewegen in dit onvolprezen décor.
PDF
Nummer
1914, nr.25, 17 juni 1914
Blad
15
Tekst
Voor onz>e ©ames Wat Qmerika van de mode denkt en er van maakt ^||p»»l«iill|||iii.. ..............................*"|llfl||||li|"""ll|i|||||||liu.................................................... IIF... fTxitmaal geven wij onsen leseressèn een kijkje in het leven der TTmerikaansche vrouw. Wij ontleenen aan het bekende modeblad „“The Criterion of Tashion” enkele bijzonderheden, die, naar wij vertrouwen, den panorama-lezeressen wel zullen interesseeren, ©e onderstaande toiletkeuze-lijst geeft natuurlijk slechts hoofdtrekken aan. 'Iedere dame weet haar aan te vullen naar eigen smaak, garderobe en omstandigheden. 6en dergelijke „handleiding” kan echter vaak haar nut hebben. „What to wear and when to wear ft” is een vraagstuk van niet weinig overweging. WAT MEN IN AMERIKA DRAAGT EN WANNEER MEN HET DRAAGT Gelegenheid Mantel JAPON Hoed Schoenen Handschoenen Sieraden Diversen Tennis of Golf Kort, bij japon behoorend, of van gestreept flanel, ook blauw serge Eenvoudig, rok met overhemd of geh. japon v. wit of gekleurd linnen of flanel Eenvoudig stro o of zacht vilt Wit linnen, hoog of laag, lage hakken Natuur-kleur wit, chamois, rendier Weinig sieraden en zonder gesneden steenen Ceintuur van helder gekleurd zijde Wandeltocht of LANDELIJK UITSTAPJE Licht waterproof mantel of wollen trui Korterok en overhemd van khaki, flanel of andere lichte wollen stof Stroo matelot of van zacht vilt Hoog geregen van waterproof stof Hondenleer, chamois, ook rendier Liefst geen, in ieder geval heel eenvoudig Wandelstok, klein ledertaschje aan ceintuur ROEIEN OF Zeilen Waterproof of Oliemantel Korte rok, blouse of gemakkelijk zittende japon van flanel, serge of linnen Wit linnen of zacht vilt Wit linnen met rubber zolen, lage hakken Liefst geen Gemakkelijk taschje aan ceintuur Op Reis of bij Autotocht Drie kwart of lang Waterproof Serge pak of tailormade in donkere neutrale kleuren Eenvoudig. Voor stoomboot liefst van zacht vilt Kalfsleer, zwart of geel, zoowel laag als hoog Chamois, zij of rendier in natuurlijke kleuren, ook wit Hoogst noodige, heel eenvoudig Lange stofsluier, lederen handtasch Lunch in zomerhotel of Landhuis Kort, lang of driekwart van zij, flanel of serge, wit of lichte kleuren Wit serge of flanel japon, ook licht zomergoed Stroo met bloemen, veer of lint Wit linnen, ook zwart kalfs Wit, chamois, zijde, rendier of glacé Eenvoudige sieraden Parasol, eventueel waaier, tasch van zij, linnen of leder Namiddag Thee of Visite Lang, kort, drie kwart, zij of lichte stoffen Zijden japon of dun zomergoed, lang of kort in wit of lichte kleuren Stroo of kant, met bloemen, veeren of lint Wit linnen of zwart kalfs Wit glacé Mooie sieraden, niet te veel Parasol, visitekaarten boekje Gardenparty EN DERGELIJKEN Lang, kort, drie kwart zij of lichte stoffen Japon van zij of lichte zomerstof, wit af aardige kleuren. Van deze japon kan meer werk gemaakt worden Stroo of kant, met bloemen en linten Lage schoenen en wit, bij de japon behoorende kleur of zwart verlakt Wit glacé Mooie sieraden, niet te veel Parasol, eventueel waaier Avondtoilet DINER, ZOMERBAL OF NIET-OFFICIEEL Partij Lang van zij, crepe, chinon, laken Lang of tot den grond, boord hoog of licht uitgesneden, niet te veel Wanneer gedragen van aardigen vorm, bij toilet passend, kant of stroo Lage witte, zwarte, of bij het costuum behoorende schoenen Wit glacé Mooie sieraden, niet te veel Waaier en shawl Officieel Diner Lang, zij, satijn of brocade. Lange rok, gedecolleteerd, korte mouwen Haar met zorg, doch natuurlijk opgemaakt, met of zondersieraden Bij toilet behoorend, of wit zilver of goud Wit glacé Zoo fraai als de gelegenheid vraagt Waaier en shawl
PDF
Nummer
1914, nr.25, 17 juni 1914
Blad
16
Tekst
Indische Causerieën, ■ Alweer beschrijvingen van en over Indië hoor ik al zeggen als de lezers van Panorama i dit opschrift onder hunne oogen krijgen en eenigszins hebben zij wel gelijk. Er is over Indië reeds zooveel geschreven dat het u toe moet schijnen dat er niets meer te schrijven overblijft. Maar al wat er over dit Tropenland, hetzij in boeken hetzij als dag- of weekblad-artikelen werd gelezen, geeft nog niet altijd een juist beeld van hetgeen Indië voor den Europeaan, die hier inwoner is en hier door werken in zijn levensonderhoud moet voorzien, is. Het is mijn plan niet u opgeschroefde Muitatuliaansche beschrijvingen te geven over Saids en Saidja's met sapies die zij liefhebben, evenmin wil ik u luchtige totokindrukken op zijn Van Maurik's voortooveren of u haren-te-bergenrijzende verhalen doen van Europeanen die eenige jaren in bepaalde verhoudingen hier levende een ontijdigen dood sterven; niet in het minst ligt het in mijn bedoeling u te ontgoochelen of de pijnlijke verhoudingen te schetsen, die vooral in de laatste jaren in de belletristische Hollandsche bladen opgang maken over bij volmacht gehuwde jonge dames, de zoogezegde „handschoentjes”, of nurksche beschouwingen in het genre Veth te geven. Wat ik mij dan wel voorstel te doen? Heel eenvoudig 1 Ik wil u Indië laten zien zooals wij onbevooroordeelde inwoners van dit land het alle dagen zien, nuchter, eerlijk, zonder zweem van overdrijving, zonder pogingen om te verbergen hetgeen niet goed is in den Europeaan, maar ook zonder over het hoofd te zien de vele goede dingen die de kolonist van vroegeren en lateren tijd hier heeft gebracht. Ik zal u de levensgewoonten, meer speciaal die der Europeanen, laten meeleven, zoowel het lief als het leed, ik zal u doen zien het vele dat wij ontberen, maar eveneens al hetgeen wij meer hebben dan de bewoners van uwe gewesten en dan is er nog zooveel mee* waarover nimmer ware of geheel juiste inlichtingen zijn gegeven. Er is meer stof om over te schrijven dan ik hier op kan sommen en bovendien, geachte lezeressen en lezers vergeef mij, het is hier warm en dan vooral is het zaak om het hoofd koel te houden en niet te piekeren over hetgeen men allemaal doen zal, want werkelijk er is genoeg te doen om met hetgeen men zal doen niet het hoofd te vermoeien. Steeds opnieuw wordt u als oud-gast gevraagd door de baroe's zoolang zij nog met elkaar als deelgenooten in een groot huishouden aan boord zitten of Indië nu werkelijk zóó warm is als bijv, in de Roode Zee; voortdurend denkt het meerendeel der Hollanders dat wij hier leven als in een oven; zij vragen u eêne vergelijking te maken tusschen Amsterdam, of Rotterdam, Den Haag en Batavia, Soerabaja, Medan I en ik sta het ieder Indischman in zessen om tusschen deze steden een vergelijking, zij het desnoods met een onbekend aantal onbekenden, te maken. “ u hier een singel, of men geen of Passar-besar! Nergens vindt men^hier luxieuse Restaurants en Hotels als Krasnapolsky, Central, Bonesky e. a. maar ook nergens in Holland zijn er Hotels als De Boer, De Nederlanden, last not least Hotel des Indes (vooral niet verwarren met Hotel des Indes in Den Haag!). Zeker, er zijn hier heel wat mindere hotels dan de door mij opgenoemde, maar dit zijn dan ook voor het meerendeel geen inrichtingen die feitelijk aanspraak kunnen maken op den wijdschen naam van „hotel”, dit zijn meer wat wij „roemah-makans” noemen. En ziet hier hebt u nu een zóó ingrijpend verschil dat het wel raadzaam is hierbij even te blijven stilstaan. In de Indisch dus een Er is eenvoudig geen vergelijk! Nergens vindt Kalverstraat, een Venestraat, een Blaak, Coolwat dan ook, maar ook in Holland ontmoet straten zooals de Passar-Baroe, de Kesawan, allereerste plaats ligt het verschil tusschen een Hotel en een Indisch Hotel van lagere klasse, roemah-makan, in de wijze waarop het hotel Tiet Post- en Telegraafkantoor te 7Aedan. Het 7Aedan-Hotel, een der weinige le klasse hotels in ‘Jndié. gebouwd is. Het eenvoudigst is de beschrijving van den bouwtrant van een roemah-makan, vooral niet dooreen te haspelen met eeh roemah-kopy, dat een chineesch eet- en drinkhuis is. Voor den bouw van een roemahmakan heeft men ten eerste noodig een stuk grond! Flauwe aardigheid, hoor ik u al zeggen. Toch niet, waarde lezers 1 Het verkrijgen van een stuk grond vereischt hier in Indië heel wat meer zorg dan in Europa, het is een „tour de force” om een stuk grond machtig te worden en elk die zich de gelukkige eigenaar van een paar stukken land, waarop met goed gevolg woningen gebouwd kunnen worden, kan noemen, feliciteer ik bij voorbaat, want zijn fortuin is menschelijkerwijs gesproken, gemaakt. Heeft men het stuk land dan gaat men bouwen, d.w.z. er worden eenige bodemüitgravingen gedaan en op ongeveer een meter diepte in den grond wordt de, wat men in Holland zou noemen fundeering gebouwd. Dit eenmaal gereed zijnde is de bouw van het ,,hoter' de kwestie van de meerdere of mindere voortvarendheid van den chineeschen of inlandsehen bouwer. Hij begint met een hoofdgebouw, dat feitelijk geen gebouw is, maar een groote galerij, met zeer dikwijls een of twee zijgalerijen, al naar de persoonlijke smaak van den hotelier. Vóór deze groote galerij wordt een vrij groot stuk grond bestemd om tot voorgalerij te dienen en zonder welke een echt Indisch huis niet kan bestaan; een dergelijke uitwas wordt aan de achterzijde gemaakt en bestempeld met den naam van achtergalerij. De vrij breede en lange tusschen galerij is bestemd voor eetzaal. Niets is er meer primitiever dan deze! Op den gecementeerden vloer worden een aantal tafeltjes, dikwijls van verschillende kleur en van verschillende afmetingen en een groot aantal stoelen neergezet en de eetzaal is gereed; hier en daar wordt dan wellicht nog een bloempot neergezet, liefst op een onmogelijke plaats en aan den wand is misschien wel hier of daar een schilderij of plaatwerk opgehangen, zonder eenige symmetrie en dikwerf zonder eenig kunstgevoel. Om nu het aantal kamers in het hoofdgebouw te verkrijgen, dient men een vrij goed rekenmeester te zijn! Gegeven zijn de 2 zijwanden van de lengte- of tusschengalerij, anders gezegd: eetzaal; gevraagd: hoe krijg ik nu 30 of 40 kamers in dit hoofdgebouw? Menig Europeesch bouwmeester van reputatie zou over dit vraagstuk wellicht dagen zitten teekenen en meten, niet alzoo echter de chineesche aannemer. Deze redeneert aldus: er zijn 2 muren er moeten komen 40 kamers, dus aan eiken kant 20; bijgevolg; metsel loodrecht op eiken lengtemuur 21 dwarsmuren, dan krijg ik aan iedere zijde 20 hokken, pardon: kamers! Dan timmert hij over al deze muren een latwerk, dekt het af met pannen (dit is echter al weer meer modern) maakt in ieder hok den voorkant dicht op een gat na, dat raam en een ander gat dat deur genoemd wordt en waarin een paar geschilderde draaiende planken worden opgehangen en het hoofdgebouw met voor- en achtergalerij, benevens 40 kamers, is gereed voor het gebruik. Het behoeft geen betoog dat de meubileering van dergelijke kamers evenredig is aan de draagkracht van den eigenaar; de bedoeling is natuurlijk de financieele draagkracht. In een Indische Hotelkamer staat een bed met klamboe, een kast, welke afgesloten kan worden, maar welke afsluiting absoluut geen doel treft, daar iedere kast met een krommen spijker te openen is en dus ook op bijna iedere kast dezelfde sleutel past; verder een waschtafel met toebehooren, welk toebehooren echter niet altijd tot hetzelfde stel behoort, gewoonlijk, echter met altijd, een tafel en een paar stoelen, die meestal ook niet bij elkaar hooren. In eenigszins betere inrichtingen vindt men dan nog een sampiran oftewel kleerenstandaard en een spiegel, soms ook wel matten op de vloeren, maar feitelijk zijn dit in de oogen van vele hoteliers lastige en dure luxe-artikelen, die alleen in eerste en tweede klasse zaken kunnen worden geduld! Nu komt echter de quintes sence! Geen mensch zou in Holland met een dergelijke „inrichting” tevreden zijn, vooral niet als men met inbegrip van de bediening ongeveer 3 tot 5 gulden per dag zou moeten betalen. Niet alzoo in Indië. Niemand is er die er zich ook maar eenigszins om bekommert of de eene stoel stijl rococo en de andere Louis seize is (trouwens, er loopen maar weinig lui rond die ooit aan stijleering gedacht hebben); eveneens laat het u Siberisch koud of er wel of geen tafel, wel of geen mat op den grond- ligt om de doodeenvoudige reden dat u nooit anders in de kamer is dan om er te slapen, want voor de rest leeft u steeds op straat, liever gezegd buitenshuis, in uw voorgalerij. U leeft sans géne en weet precies dat Mevrouw X valsch haar heeft en de gewoonte om precies klokke uur des morgens te baden, dat de kinderen van mijnheer Y ontzettend ongezeggelijk zijn en er steeds op uit zijn om bij mijnheer A, die 2 kamers verder woont, te spionneeren. In een moment weet u de geheele kroniek scandaleuse van het hotel, indien zij u al niet vooraf verteld is en verder weet u dat het eten er vrij goed, d.w.z. in zuiver Hollandsch overgezet: iets beter dan ongenietbaar is. Maar dat alles is slechts materieele ellende! of eerlijk gezegd: absoluut geen ellende want het is de gewone toestand en met eene doodsverachting een betere zaak waardig schikt u zich als nieuweling in al deze dingen, want u ziet immers dat de oudere lui er ook in leven, enz. Zelfs zoo aan te zien heel goed leven, want na verloop van 2 maanden weet ook u niet beter of het hoort zoo. En het is maar gelukkig dat wij ons al die kleine ongerievelijkheden en al die zoogezegde Europeesche fraaiigheden kunnen ontzeggen, want anders ging een mensch hier zeker 20 jaar voor zijn tijd dood. Opmerkelijk is het en ik zelf heb het honderden malen gezien, dat de pas in Indië aangekomene het lastigste en onverdraagzaamste is tegenover zijn medemenschen, terwijl het toch in zijn lijn ligt om zooveel mogelijk zijn buren, die evenals hij in het huis en toch buiten het huis wonen, te vriend te houden, want hij is enkel en alleen op hen aangewezen. De oorzaak van dit euvel ligt m. i. in het feit dat deze menschen zich als een soort steunpilaren van de Indische maatschappij beschouwen en in Indië zijn gekomen om daar dat varkentje eens even te wasschen; ze zijn eenigszins over het paard getild door hunne familieleden, die zoo’n flinken zoon hebben die naar Indië gaat voor deze of gene Maatschappij en die vanaf het schip reeds heeft geschreven dat hij met het Maleisch al aardig overweg kan I Als de stakker eenmaal een beetje is ingeburgerd dan ziet hij zelf ook hoe bespottelijk hij zich heeft aangesteld en meestentijds kan hij zich dan niet indenken dat hij ook zoo geweest is en toch zooveel veranderd is: evenmin begrijpt hij dat de lui toen hij nog pas heel kort hier was hem toch geholpen hebben! KODAK.
PDF
Nummer
1914, nr.25, 17 juni 1914
Blad
18
Tekst
HÉT ZOMERVERBLIJF DER KONINKLIJKE FAMILIE HET LOO. ZOOALS HET ER NA DE VERBOUWING EN RESTAURATIE THANS UITZIET. Foto opgenomen door het „Haagsch Illustratie- en Persbureau”, met vergunning van HM de Koningin Aard der verbouwing: linker- en rechtervleugels zijn geheel gerestaureerd en verfraaid, over het geheel talrijke vensters aangebracht. Het middenhoofdgebouw werd een etage hooger gemaakt, waartoe het bovengedeelte en dak geheel is weggebroken. Het Paleis is thans aanmerkelijk hooger geworden. Links en rechts zijn de voor de vleugels staande boomen verwijderd en is een nieuw park aangelegd. Buiten de hekken werden groote, nieuwe vleugels gebouwd voor het personeel. 2$ ide Zigeunerin “Hoe twee dappere soldaten door een mooie vrouw verschalkt werden — en van het geheim t dat sij met een van beiden had. ©oor ‘Kapitein Oswald ©alias, -......L.... . ........ (Vervolg) AAAA/VuWUV oen stak hij zijn sigaar weer in zijn mond. Hij was blijkbaar niet in een mededeelzame bui. Er kwam een leelijke grijns op het verweerde gezicht van den sergeant. „Als U dat dansende vrouwmensch soms bedoelt, luitenant De Lisle keerde zich driftig om. Toen bekoelde zijn woede ineens. Al was zij nog zoo mooi, een dansend vrouwmensch was zij toch! — „Nu sergeant,” zei hij kortaf, „wat is er met haar?” „Neem mij niet kwalijk, luitenant. Ik dacht dat U naar haar vroeg.” „En wat dan nog?” „Niets luitenant, alleen maar dat zij weg is.” „Weg!” zei de officier onthutst. „Ja luitenant. Zij en de man met de gitaar. Ik vroeg haar de fandango voor ons te dansen, maar zij vloog op als buskruit en ik dacht dat de man van woede zou stikken. Lieve hemel, wat een taal sloeg hij uit!” Vol ergernis beet de Lisle op zijn lippen. „Welke richting zijn zij uitgegaan?” vroeg hij haastig. De sergeant wees den weg naar Almeida af. De Lisle vloekte binnensmonds. „Waarom hebt ge hun dat niet belet?” vroeg hij streng. „Omdat het mij niet bevolen was, luitenant,” antwoordde de sergeant gekwetst door het optreden van den officier. En oolijk voegde hij er aan toe: „Bovendien dacht ik dat het vrienden van U waren.” „Hoe lang zijn zij onderweg?” „Zoowat twee uur.” „Wij zouden hen dus nog in kunnen halen,” sprak de Lisle in gedachten. „Zij doen niet meer dan drie mijl per uur.” Hij dacht aan de dunne schoentjes van het meisje. Zij deugden vast niet om een stoffi gen Spaanschen landweg af te loopen. Naar alle waarschijnlijkheid zou zij haar schoenen en kousen wel uitdoen. „Mischien halen wij ze in,” bracht de sergeant in het midden, „maar misschien ook niet. Als we nagaan wat een rit de paarden al achter den rug hebben, zou ik wel denken van niet.” „Wat bedoel je? Zij zijn toch te voet?” „O heere neen, luitenant,” antwoordde de sergeant en schudde zijn grijs hoofd. „Je wilt toch niet beweren dat zij paarden hebben?” zei de Lislehoonend. Het idee alleen vond hij al ongerijmd. „Nee, luitenant. Paarden hadden zij niet,” hernam de sergeant, die aan zijn ras getrouw niets meer losliet dan wat hem rechtstreeks gevraagd werd. „Wat dan wel? Alle duivels, spreek toch op!” „Muilezels.” „Muilezels?” „Ja, luitenant, muilezels. En zulke mooie als ik nog nooit gezien heb.” De jonge officier stampte hard op den grond, zoodat zijn sporen kletterden. „Alle manschappen dadelijk in ’t zadel, sergeant. We moeten deze menschen inhalen 1” De sergeant grinnikte in zichzelf en door de een of andere verborgen oorzaak 'weerkaatste zijn glimlach op ’t gelaat van den steeds zwijgenden herbergier. Binnen drie minuten was de kleine troep dragonders voor het wijnhuis opgesteld. Met gefronste wenkbrauwen besteeg de officier zijn merrie. „Een, twee, drie, rechtsomkeert. Voorwaarts, Marsch!” commandeerde hij. Met de Lisle voorop, reden de soldaten den weg af in een wolk van stof gehuld. De herbergier stond op, nam zijn sigaar met een zwaai uit zijn mond en grijnslachte. „Los Inglesos, wat zijn ’t toch uilen!” zei hij. IV. Het liep tegen den avond van den volgenden dag toen de Lisle en zijn soldaten kletterend door de slecht geplaveide straten van het dorp Pomale reden. Grijs en dreigend zag het kasteel Pomale, dat scherp omlijnd tegen de roode avondlucht afstak, van zijn rotsachtige verhevenheid op het omringende landschap neer. Nu de jonge officier het einde van zijn tocht naderde, trachtte hij de beste manier te bedenken om zich van zijn opdracht te kwijten. Bij zijn vertrek had alles hem zoo eenvoudig toegeschenen, maar nu was hij zoo onzeker hoe te handelen. Ten eerste moet hij het pakje, dat in zijn sabeltasch zat, aan de markiezin overhandigen. Tot zoover waren er geen moeilijkheden „als de bewuste dame tenminste op het kasteel aanwezig is”, sprak hij tot zichzelf. „Zoo niet, wat dan? Dat had ik wel eens mogen vragen. Daarna moet ik haar verzoeken met mij mee terug te gaan, wat evenmin moeilijkheden oplevert, altijd als zij er is... . maar, gesteld dat zij weigert aan mijn uitnoodiging gehoor te geven, dan moet ik geweld gebruiken en dit gedeelte van de opdracht bevalt mij niet.” Hoe meer hij erover nadacht, hoe minder aanlokkelijk GEMEENTELIJKE THEETUIN EN RESTAURANT „DE BOSCHJES VAN POOT” TE 'S-GRAVENHAGE. Dit fraaie gebouw, dat in een prachtige omgeving ligt, is door de gemeente voor den tijd van 20 jaar verpacht. (foto J. B. Hijmans). het hem voorkwam. Aangezien die gedachte hem zeer onaangenaam was, verdiepte hij zich er maar niet verder in, maar hield zich liever bezig met de vraag of de bewust dame jong of oud, leelijk of mooi zou blijken te zijn. Dit zou hij echter spoedig genoeg weten als hij haar zag en zoo zette hij ook die gedachte uit zijn hoofd. Er viel geen spoor van het dansende meisje en haar metgezel te bekennen en de enkele vragen die hij aan voorbijgangers gedaan had, hadden tot geen bevredigend resultaat geleid, iets wat hem onrustig stemde. Toen zij het dorp door waren, liep de weg tusschen twee lage heuvels en maakte een zeer sterke kromming. De beide voorrijders waren de bocht om en uit ’t gezicht verdwenen, toen zij eensklaps in woeste vaart terugkeerden. De Lisle liet halt houden en wachtte. „De vijand!” schreeuwde een der terugkeerende soldaten. Nauwelijks had deze kreet weerklonken, of een sterke bende huzaren in de lichtblauwe uniform der bereden jagers kwam in ’t zicht. Voor beide partijen was de weg te smal om zich op te stellen, iets wat de jonge officier met voldoening opmerkte. Zijn hart klopte van opwinding. Hij rees half op in zijn stijgbeugels en keek om. „Trekt ’t zwaard,” beval hij, „voorwaarts, aanvallen I” De dragonders gaven hun paarden de sporen en stormden voorwaarts. Het was onbezonnen, op het roekelooze af.... maar wanneer overwoog onstuimige jeugd gevolgen? — Het bloed joeg de Lisle door de aderen; het jubelde in hem door de opwinding van den krijg. De knappe donkere aanvoerder der Fransche troep sperde zijn oogen verwonderd open, toen hij het handjevol Engelschen zag dat op hen atstormde. Met een schok ontmoetten de aanvoerders elkaar; de degens kruisten onder luid gekletter. De Fransche aanvoerder haalde zijdelings uit en trachtte de Lisle in het voorbijgaan te raken. Met een woesten lach pareerde de jongeling den stoot, wendde met een snelle teugelen kniebeweging de kleine merrie om en zoo stonden de beide mannen vlak tegenover elkaar en zwaaiden met hun degens als dorschvlegels. De Engelschen telden een tegen tien. De helft viel — de overigen vochten door. „Geef u over, monsieur!” riep de Fransche officier. „Als gij aan de galg hangt,” antwoordde de Lisle, hem een rechtstreekschen stoot toedienende. (Wordt Vervolgd). RAADGEVING. \^/ij geven den koopers van onze losse nummers in overweging zich op ons blad te abonneeren, daar zij dan alle nummers direct na verschijning thuisbezorgd krijgen en zij er dus verzekerd van zijn op het eind van het jaar alle afleveringen te bezitten, teneinde deze te laten inbinden.
PDF
Nummer
1914, nr.25, 17 juni 1914
Blad
19
Tekst
Qan de jeugdige Vriendjes en Vriendinnetjes van „panorama”. EL, jongelui, hoewel „Panorama” nog zeer jong is, (het moet zijn eerste verjaardag nog vieren), ben ik er zeker van dat het bij jelui al een goede bekende geworden is, of beter nog: een goede vriend. Ik stel me voor hoe jullie met verlangen naar elk nieuw nummer uitziet om de vele-mooie platen te bewonderen. Is dat niet zoo? Ja-a! De platen zijn heel mooi, maar ... e ... Wat, maar ... e? Ziet u, we bedoelen, — we kunnen ’t vaak niet goed begrijpen; ’t is meestal zoo geleerd, eigenlijk alles voor groote menschen gedrukt, enne... we zouden zoo graag... Aha, ik begrijp je al, vriendjes, jelui zoudt zoo graag willen, dat er in ons Tijdschrift ook een plaatsje voor jullie werd ingeruimd, een Kinderrubriek, nietwaar? Welnu, dat heeft de Redactie van „Panorama” al eerder begrepen en daarom besloten voortaan geregeld om de twee of drie weken eene bladzijde ruimte voor jullie af te staan. De Redactie heeft echter ook begrepen, dat jelui aan een bladzijde ruimte, dat wil zeggen, aan een onbedrukte bladzijde al heel weinig zoudt hebben en dus heeft ze aan mij gevraagd om die ruimte voor jelui te vullen met... Ja waarmee eigenlijk? Noemen jelui maar eens wat op! Met verhaaltjes! En plaatjes!... Grappige plaatjes! Enne... aardige versjes! En prijsraadsels!! Zoo! J ullie willen lezen, kijken en prijzen sleepen. ’t Is knap! Weten jullie soms nog meer? Ja? — Nee? Nu, dan zal ik nog wat zeggen. We zullen zooveel mogelijk aan de geuite verlangens voldoen door het plaatsen van aardige verhaaltjes, zoo mogelijk met daarbij passende plaatjes. Maar we zullen ook jelui aan het werk zetten, door je af en toe, vooral als de winteravonden naderen, het een of ander te leeren maken wat nuttig of aardig is. Voorts zullen we in een hoekje van deze bladzijde, die we ,;Het vroolijke hoekje” zullen noemen, allerlei anekdoten, kunstjes, rebussen, raadsels enz. opnemen, op voorwaarde dat jullie hierop ijverig je best zult doen. En nu ik jullie dat alles verteld heb, neem ik afscheid voor dezen keer met den wensch, dat we spoedig dikke vrienden ïjiogen worden. OOM TOM. ©e verstrooide rekenaar. Jan is op school een boUeboos in de wiskunde. Velen van jelui weten zeker wel dat dit erg moeilijk is; Voor Jan evenwel niet, hij snapt het direct en als de andere kinderen een vraagstuk niet weten op te lossen, dan weet Jan het. Nu heeft Jan verleden week een zusje gekregen, ’n snoes! Jan was in de wolken, alle jongens moesten ’t natuurlijk weten. Dat zijn hoofd nu niet naar leeren stond, zullen jelui wel begrijpen. En hij had juist dien morgen wiskunde. De onderwijzer roept Jan voor de klas om op het bord een vraagstuk uit te werken. En Jan schrijft: ,,Maar Jan,” zegt de Meester. „Hoe heb ik ’t nou? Wat heb je daar nu opgeschreven?” Jan kijkt zijn onderwijzer aan en toen weer naar het bord en roept dan met een kleur op het gezicht: „O, Meester, ik heb de namen van mijn zusje opgeschreven !” Nu keek de meester ook eens goed en ja, daarstonden warempel drie meisjesnamen: de voornamen van Jan’s zusje . . . ; Doen jullie nu eens je best om ook te weten te komen, hoe het zusje van Jan heet. Degenen die het niet raden kunnen, zullen we het den volgenden keer vertellen! ...=■■ ........- ......... Wim in een zeepbel. J e hebt zeker allen wel eens zeepbellen geblazen I Aardig werkje! En wat ’n prachtige kleuren in zoo’n zeepblaas. Jammer dat ze zoo gauw uit elkander spatten, juist als ze op z’n mooist zijn. Binnenkort zal ik jullie eens leeren, hoe je zeepbellen maken kunt, die niet zoo gauw uiteenspatten. Maar nu zal ik je eerst eens een grapje vertellen van Wim. Wie Wim is? Een neefje van me! Wim kende het kunstje ook om heel stevige zeepbellen te maken, nog beter dan ik. En toen heeft Wim .... Maar laat me nu van begin af vertellen. Ze zeggen thuis allen dat Wim fhet maar gedroomd heeft, maar Wim heeft mij stellig verzekerd, dat het heusch waar gebeurd is. Eenigen tijd geleden had Wim zijn Vader uit de krant hooren voorlezen, dat een professor een middel had uitgevonden om heel sterke zeepbellen te maken, zóó sterk, dat ze niet kapot te slaan waren; en heel groot, zóó groot dat je er wel in staan kon. Je begrijpt, dat was net iets voor Wim. Den volgenden dag kocht hij een steenen pijp en maakte een fijne zeepsop (’t recept krijgen jullie later wel van me). Hij zocht een stil plekje op en dacht bij zichzelven: „laat me ereis kijken of ik het ook niet kan.” In het begin was ’t echter niks gedaan, ’t Lukte niemendal! De zeepbellen waren alle even klein en barstten dadelijk uit elkander. Neen, maar, dat was toch om woedend te worden Wim was heel teleurgesteld, alleen Jo, zijn zusje, vond die mooie ballen erg leuk en klapte in de handen van de pret, vooral als ze een heel eind de hoogte in gingen. Maar Wim was buiten zichzelf van kwaadheid. Hij stopte zijn pijp weer in het zeepsop en blaasde uit al zijn macht, blaasde dat zijn koonen zelf ballonnetjes werden. Maar wat is dat? De zeepbel wordt grooter en grooter f en Wim ging steeds voort met blazen. Hij blaasde tot hij geen adem meer had. En de bal groeide maar, groeide steeds en werd zoo groot, dat Jo er een beetje bang van werd. Nu zag Wim het ook! Sapperloot wat ’n reuzenbel! Veel grooter dan hij zelf. Vol verwondering staart hij naar de kleurige blaas; de pijp valt hem uit den mond; hij wil die grijpen, struikelt en valt,. .. valt midden in de zeepbel, die zich rondom hem weer sluit. Wim is gevangen, opgesloten in de blaas. Eerst vond hij ’t leuk. Hij was er trotsch op een zeepbel gemaakt te hebben, nog grooter dan hijzelf en waar hij in kon ronddansen. Maar toen hij er weer uit wilde en bemerkte dat de wanden van de blaas zoo hard als glas geworden waren, werd hij toch ’n beetje bang. Jo was heel erg geschrikt. Ze begon te gillen, dat Mina, de meid, haastig de keuken uit kwam loopen. „Wel, heb ik van m’n leven!” riep Mina uit, terwijl ze van verbazing de handen in elkaar sloeg. „Wat heeft die kwajongen nu uitgevoerd? Goeie hemel! Wat zal mevrouw er wel van zeggen? Ik dacht wel dat hij iets in ’t schild voerde. Hij was zoo stil!” Ze probeerde de bel kapot te slaan, maar dat lukte haar niet en nu liep ze haastig heen om Wim’s moeder te halen. Toen Mama kwam en den toestand zag, was ze radeloos. Ze trachtte de zeepbel stuk te slaan, maar tevergeefs. „Had Papa dat bericht van dien professor maar niet voorgelezen, dan zou er niets gebeurd zijn. Ga gauw Papa halen!” Toen Willem’s Vader even later binnentrad, was hij heelemaal niet ontdaan. „De jongen is een genie!” riep hij uit. ,,Ik ben trotsch op hem. Ik heb van die zeepbellen al heel wat gelezen, doch ik kon ’t maar niet gelooven. We moeten dadelijk een portret van hem laten maken.” „Daar is geen haast bij,” antwoordde Moeder boos. „O, mijn arme jongen, mijn arme Wim. We krijgen hern er nooit meer uit.” „Praat er toch niet over, om hem er weer uit te halen,” zei Papa weer. „De jongen heeft een prachtstuk gemaakt. We behoeven met hem de kermissen maar af te reizen en onze fortuin is gemaakt.” „Ach, ach/’ zuchtte Mama. ;,En waar moet de arme jongen dan van leven? Hoe krijgt hij te eten?” „Eten?” riep Vader uit. „Eten? Daar bemoei ik me niet mee!” En toen begon Moeder en zusje hard te huilen. Wim had alles gehoord, en ook hij stond op ’t punt te gaan schreien, toen hij opeens een prachtig idee kreeg. Hij buitelde om in den bal en deze begon daardoor te rollen. En Wim ging voort den bal rond te wentelen tot deze tegen de gloeiende kachel aanbotste. Daar kon de bal niet tegen en krak! hij spatte uit elkaar en Wim rolde op den grond. Maar ’t mooiste van de grap is nou, dat niemand er iets van weet. Vader niet, en Moeder niet, en Mina niet! Ze zeggen allen dat hij ’t maar gedroomd heeft. En zelfs Jo, dat ondeugend nest, lacht hem uit. als hij over die wonderbaarlijke zeepbel begint te praten. Doch Wim zegt dat ze hem allen voor den gek houden, want dat het echt gebeurd is. ’®. Machinaal gebogen hoeken — Scheuren of bersten totaal uitgesloten ~"daar het hout uit slagen bestaat kruiselings watervast over elkaargelijmd SPANEN DOOZEN van TRIPLEX HOUT SIERLIJK LICHT STERK SPECIAAL FABRIKAAT OER . r\C I FT” CARTONNAGEFABRIEK ..ULLT I Lijders aan de Sokkenziekte!! Wanhoopt niet — Er is genezing! Draagt uitsliiitend de orlgineele Amerikaansche CARL FRESCHL Garantiesokken. Bij slijtage binnen zes maanden, en krijgt U direct nieuwe Sokken of Kousen geheel gratis. CARL FRESCHL origineel fabrikaat te Amsterdam verkrijgbaar bij de firma M. A. E. KALKER, 104106 Kalverstraat. 1--------------------------------------------------------------------------------------------- Elp __ Li0 Ha A.R Ofe WAART. JH COMPLÉTE M£UBILEERING|r*j|l iSINQÊL.29. " AMSTÊKDAM 11 TCL II 1 ||B VHflAÜT GEÏLL PRUSCOURANTlf T jSfy Sirio&u su 2 min-van af Lasèa IL1* RONDE. UJTH-K£RK CéNTR-. STATIOM ... KUNSTTANDEN EERSTE QUALITEIT MET 10 JAAR GARANTIE A: Fl. 1.50 PER TAND VASTE PRIJZEN EERSTE KLAS WERK. ALLEEN CEINTUURBAAN NO. 85 AMSTERDAM. JOH. P. WIJNMAN.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 831 tot 835 van 11897