|
w mei 1914 TnTï /x\ T\ Y/^:=\\TrT} A\ TV /T /\\ redactie
No. 46, 1© JAARGANG l) f44 l\Wl EN ADMINISTRATIE k A1\J ILk A doezastraat i
PRIJS BIJ NUMMERverkoop 10 CENT GEÏLLUSTREERD WEEKBLAD telefoon interc.
VOOR BELGIË No“ 1
20 CENTIEMEN UITGAVE A. W. SUTHOFF’S UITGEVERS=MAATSCHAPPIJ LEIDEN
HET DEENSCHE KONINGSPAAR
NAAR REDACTEUR TH. LINDT, KOPENHAGEN
WWWONING CHRISTIAAN X van
Denemarken en koningin Alexandrina mogen zich verheugen in
de hartelijke toegenegenheid enonx’ begrensde bewondering van hun
< onderdanen. In de twee jaar,die nu
s verliepen sinds de troonsverwissevoor staat”.
ling, heeft het koningspaar, — zonder daarom in het
minst aan de vorstelijke waardigheid te kort te doen,
— zulk een natuurlijken eenvoud van optreden aan
den dag gelegd, dat het publiek „er
Koning Christiaan heeft dién echten Deenschen zin voor humor, die
hem menig geestig woord doet zeggen.
Uit den grond van zijn hart haat
de koning de hofetiquette, die maar
al te dikwijls eischt, dat de omgeving
zich als het ware achter een masker
vertoont. Niets heeft hij liever, dan
dat het volk zich precies geeft zooals
het is, en bijzonder stelt hij het op
prijs, indien de menschen zonder
onderdanigheid tot hem spreken als
tot ieder ander. „Nu ja, u is toch
ook een „slag menschen”, moet een
bekend joviaal Deensch dokter eens
tegenover het koningspaar hebben
opgemerkt en dit vrije gezegde werd
in het minst niet beloond met ongenade maar met een hartelijk gelach.
Want het is juist, wat koningChristiaan X vóór alles verlangt: om als
een gewoon mensch beschouwd te
worden.
Koning Christiaan heeft het studenten-examen afgelegd en heeft over
het geheel een opvoeding genoten,
die juist geschikt was om den mensch
te wekken bij den jongen prins. Van
zijn vroegste jongensjaren af is hij
gelijktijdig met zijn twee jaarjongeren
broer Karei (nu koning Haakon van
Noorwegen) in de gelegen heid geweest
om allerleisporttebeoefenen, namelijk
rijden, fietsen en autoën. Toen zijn
neef, Nicolaasvan Rusland, op bezoek
kwam bij zijn grootouders, koning
Christiaan IX te Fredensborg’, NoordSeeland, gaven dejongensdaarallerlei
voorstellingen op het water.
Sport wekt nog steeds de grootste
belangstelling bij den koning; hijzelve
maakt zeil-, rij- en autotochten en is
een deskundig toeschouwer bij iederen
anderen tak van sport, als daar zijn:
voetballen, zwemmen en „vliegen”,
of welke moderne toevoeging dan ook.
De koning kreeg een grondige militaire opleiding en is officier met hart
en ziel; hij neemt dan ook deel aan
de jaarlijksche groote manoeuvres,
niet als opperste leider in naam,
maar in wezen.
Dezer dagen is het vijf en twintig
jaar geleden, dat koning Christiaan zijn militaire
loopbaan begon.
De prins exerceerde mee als gewoon soldaat maar
kreeg toch dadelijk zijn epauletten van tweeden
luitenant, opdat het niet beneden de waardigheid
der officieren zou zijn met hem om te gaan. Hier
in de kazerne, waar de prins waarlijk mannen
uit het volk leerde kennen en vriendschap sloot
met officieren of kameraad werd met menigeen,
dien hij om zijn eigenschappen van moed of karakter leerde waardeeren, heeft de prins zich gevormd tot dien minzamen vorst, die vóór alles
„gewoon mensch” tracht te zijn. In deze kringen
werd hij betiteld met den welgekozen naam van
„rechtervleugelman”; wegens zijn grootte (hij is
zeker de langste monarch van Europa) deed hij
dienst in de lijfgarde, die er heelemaal wezen mag,
wat de lengte der manschappen betreft; maar
vooral aan den rechterkant.
Met groote nauwgezetheid kwam hij zijn miliKONING CHRISTIAAN X VAN DENEMARKEN
taire plichten na en menigmaal heeft hij op wacht
gestaan voor het slot Amalienborg, waar hij toch
eigenlijk meer gezellig in den familiekring thuishoorde.
Vijf en twintig jaar geleden liet de prins zich
bij de studentenvereeniging inschrijven en menigmaal heeft hij deel genomen aan de samenkomsten
daarvan. In dezen kring hield „cand. phil. Christian” dikwijls wetenschappelijke of geestige vertoogen en gaf hierbij, zoo jong als hij was, blijk
van een menschenkennis, die den ontwikkelenden
vorst ten zeerste van dienst is geweest.
Als kroonprins richtten zijne studiën zich voornamelijk op staatswetenschap en staathuishoudkunde, zoodat hij uitstekend voorbereid was
voor de hooge taak, die hem wachtte.
Twintig April 1898 huwde de prins (die toen
nog pas numero drie aan de beurt stond als
troonopvolger, daar zijn grootvader Christiaan IX
toen nog op den troon zat) met prinses Alexandrina van Mecklenburg-Schwerin,
een zuster van de Duitsche kroonprinses Cecilia. De plechtigheid had
plaats te Cannes, waar de hertogelijke
familie villa Wenden bezit.
Een gelukkiger huwelijk kan men
zich niet voorstellen: koningin Alexandrina gaat geheel op in hetgeen
waarin haar man belang stelt. Zij is
een voorbeeldige huisvrouw en moeder. Als de koning op militaire oefeningen gaat, vergezelt ze hem zoover mogelijk te voet, of anders per
auto of rijwiel. Daar de koning zich
immers met zoo’n groote voorliefde
aan de zeilsport wijdt, heeft de
koningin dit watervermaak ook leeren liefhebben. (Wij zullen niet stilstaan bij het zeilsport-examen, waar
de koning vele jaren geleden aan
deelnam, maar willen toch nog even
meedeelen, dat hij bij deze gelegenheid zoo ongelukkig was, om
de beteekenis van de roode en
groene lantaarns te verwisselen, iets
wat zeker allernoodlottigst zou hebben gewerkt voor ieder minder voornaam candidaat, maar dat nu de
examencijfers op één na de hoogste
maakte).
De koning gaat gaarne zeilen óf
met „Rhita”, óf met de „Koninklijke Dannebrog”. Christiaan laat
dan een flinke proviandmand pakken en de familie zeilt naar het
een of ander vreedzaam plekje,
waar ze makkelijk aan land kan stappen en ongegeneerd in het grasliggen.
Het koningspaar heeft twee zoons,
den vijftienjarigen kroonprins en
den bijna veertienjarigen prins Knud,
die een even eenvoudige opvoeding
krijgen als indertijd hun vader. Ze
doen dus aan sport met hart en ziel en
zijn een paar ijverige padvinders, die
met hun heele clubje dikwijls op het
slot genoodigd worden.
Voor haar jongens is de koningin
de beste kameraad; zebemoeit zich met
heel hun ontwikkeling en leeft totaal
met hen mee en het familieleven op het
koninklijk slot is dus voorbeeldig.
Met groote belangstelling zullen de
Denen hun koningspaar volgen op hun reis naar Holland. Tusschen beide kleine rijken toch schijnt de
band in de laatste jaren hoe langer hoe inniger te
worden, want het is nu eenmaal een uitgemaakte
zaak, dat de beide naties in vele opzichten verbazend veel overeenkomst hebben, zoowel wat
taal als volkskarakter betreft. En ongetwijfeld zal
dit bezoek nog slechts dienen om dezen band
nauwer aan te halen.
|