Panorama

Blad 
 van 2380
Records 711 tot 715 van 11897
Nummer
1914, nr.18, 29 april 1914
Blad
10
Tekst
PANORAMA doen. Ik durf alles aan — het kan mij niet slechter gaan, dan het vanavond ging.” Toen ontvouwde de Professor zijn plan. Hij stelde voor, dat Kid zijn compagnon zou worden. Binnen tien minuten zou de ongelukkige tegenpartij van de kampplaats weggedragen worden en de Professor en Kid zouden de winst samen deelen. ,,Bedoel je, dat ik al na de eerste ronde overwinnaar zou zijn?” vroeg Kid in de hoogste verbazing. ,,Ik weet niet, hoe lang een ronde duurt, ’ antwoordde de Professor, „maar ik garandeer u, dat u den man binnen dertig seconden zult neerslaan.” ,Kan ik nu misschien al een kleine dosis van het middel probeeren?” vroeg Kid, die zijn glas uitgedronken had en zich weer gesterkt voelde. „Goede hemel, neen!” zei de Professor verschrikt. „De eerste uitwerking zou zijn, dat u mij en iedereen in de nabijheid onmiddellijk zoudt vermoorden. Dat is het eenige nadeel van het Elixer en u moet er altijd goed aan denken, dat gij uw tegenstander aankijkt, wanneer gij een dosis inneemt, want anders zoudt ge met een ander gaan boksen.” „Zoo”, zei Kid aarzelend, „in orde, ik zal het probeeren. Morgenavond moet ik tegen Stoker Hartley boksen in de Cosmopolitan. Kom daar om acht uur met het drankje.” In zeer zenuwachtigcn toestand ging de Professor den volgenden avond naar de kampplaats en het publiek, dat getroffen werd door zijn zonderlinge verschijning, noemde hem „vadertje”, en raadde hem vriendelijk aan om „naar huis te gaan en op het kind te passen”. Om de waarheid te zeggen, zag hij er idioot uit in zijn rood en zwart gestreept tricot dat hij aangetrokken had inplaats van zijn zwarte jas en het cnderscheidingsteeken van zijn nieuw beroep, een niet al te schoone handdoek, zwaaide voortdurend heen en weer. Hij was nu echter uit voor zaken en bij de waarschuwing van den scheidsrechter: „Iedereen, die er niet noodig heeft, moet uit de kampplaats,” plaatste hij vlug het fleschje tusschen de lippen van Kid B. Juist, toen geroepen werd: „Tijd!” begon zich de uitwerking van het Elixer bij Kid te doen gevoelen en hij kwam in hevige botsing met Stoker Hartley, die langzaam van zijn zetel was verrezen. Deze had niet lang tijd om na te denken, wat hij doen kon, want onmiddellijk daarop kreeg hij een stoot onder zijn kin, die hem naar den anderen kant deed vliegen, waar hij tegen den grond viel. Toen hij een minuut later weer opstond, overwoog hij bij zichzelf, dat zijn kleedkamer een geschikte plaats zou zijn om over de zaak te denken en hij week uit in de richting daarvan, terwijl Kid nog steeds met zijn vuisten werkende het strijdperk ronddraafde. . Nog heden ten dage spreekt het volk over de merkwaardige verandering, die er bij Kid had plaatsgegrepen en hoe hij van een onbeteekenend bokser ineens de beste was geworden, maar weinigen wisten de ware reden van zijn wonderbaarlijk succes. Waaraan zij het ook mogen toegeschreven hebben, zij zullen nooit zijn uitnemende bekwaamheden op boksgebied in verband gebracht hebben met dat kleine, zwakke mannetje, dat hem steeds vergezelde. Gedurende twaalf maanden had Kid nu reeds overal succes gehad. Bij de knock-out-route had hij vijftien partijen gewonnen bij de eerste ronde en er maar twee verloren, welke nederlagen het gevolg waren van disqualificaties, omdat hij voortging zijn tegenstanders slagen toe te brengen, wanneer hij ze al tegen den grond geveld had. Dat kwam, omdat Kid. onder den invloed van het Elixer, bleef slaan naar alles, wat zich bewoog, zoolang hij zich in het strijdperk bevond. Over het geheel had hij, sedert hij den Professor had leeren kennen, merkwaardig veel succes gehad, zoodat zij reeds de groote som van £ 8000 verdeeld hadden. Toen de Professor er in geslaagd was om een match vast te stellen tusschen Kid en den bekenden John Jackson, den zwarten wereldkampioen, toen schudden de menschen het hoofd. Hoewel Kid prachtig gebokst had, overschatte hij zich toch wel, als hij het durfde opnemen tegen den onoverwinnelijken neger; maar de Professor glimlachte geheimzinnig. Hij slaagde erin om een som van £ 10.000 bij elkaar te verzamelen voor den overwinnaar — aan den verliezende dacht de Professor niet, dat kwam niet bij hem op. „Het is een bof!” zei de Professor tegen Kid — de woordenkeus van het kleine mannetje was jammerlijk achteruitgegaan sedert zijn kennismaking met de bokswereld. „Tienduizend pond — dat is voor ieder vijfduizend.” Kid, die een heelen juwelierswinkel aan zijn vinger had, haalde ontevreden zijn neus op. ,>Ja, ja,” zei hij, „jij krijgt de helft van de winst en je doet er niets voor.” „Doe ik er riiets voor!” riep de Professor. „Wat zou er van je geworden zijn zonder mijn Elixer.” „Je bent toch niet zoo gek om te gelooven, dat ik alles aan jouw Elixer, zooals je het noemt, te danken heb”, zeide Kid. „Geen haar op mijn hoofd denkt daaraan, oude gek. Waardoof ben ik zoo vooruitgegaan? Omdat ik zoo uitstekend boks. Omdat ik de beste bokser van de wereld ben. Ja! dat ben ik”. „Zonder mij zou je nog maar tien punten halen in zes ronden, zooals je deed, toen ik je leerde kennen”, smaalde de Professor. „Hou je mond,” schreeuwde Kid. ,,lk weet het best, wat ik kan. Om de waarheid te zeggen, jouw Elixer is geen cent waard. Nu weet je het!” „Heel goed, heel goed!” zei de Professor woedend. „Vecht dan met John Jackson zonder het te hebben ingenomen, maar dan wil ik geen aandeel in de winst hebben.” Kid dacht een minuut lang over de zaak, maar schudde toen zijn hoofd. „Neen”, antwoordde hij, „ik zal de gewone dosis innemen, omdat ik daar nu eenmaal aan gewoon ben, maar niet, omdat ik geloof, dat het iets zal uitwerken”. De Professor zuchtte — hij had al gedurende eenigen tijd gemerkt dat het hoofd van Kid op hol was, en het werd hem duidelijk, dat op den een of anderen dag toch hun voordeelig compagnonschap zou ontbonden worden. Dat beteekende voor hem heel veel, want Kid had nu naam gemaakt. Als Kid met hem brak, dan zou de Professor opnieuw moeten beginnen met den een of anderen weinig bekenden bokser, die niet zooveel geld zou kunnen verdienen. Hij troostte zich echter met de gedachte, dat hij toch stellig £5.000 zou verdienen aan de bokspartij met den neger. De strijd tusschen Kid Bosher van Engeland en John Jackson van Amerika, die plaats had in een groot openluchtcircus, trok zooveel volk als ooit gebeurd is bij een bokspartij. Gedurende de laatste week voerden de treinen voortdurend een groot aantal sportliefhebbers aan en het stuk land geleek op een militair kamp door zijn vele witte tentjes. Er werden fabelachtige prijzen voor de plaatsen betaald en de kleine Professor genoot een groote voldoening, toen hij met een automobiel de arena binnenreed, terwijl het onbetaalbare fleschje in zijn zak rustte, Kid zat aan zijn zijde, terwijl hij als een koning tegen het publiek boog, dat aan iederen kant van den weg stond en dat maar weinig notitie nam van het tengere, onbeduidende mannetje naast hem, waaraan hij toch zijn roem te danken had. Hij had in den laatsten tijd veel Zie vervolg pag. 16. BERNHARD KELLERMANN, de auteur van „De Tunnel . R EEDS toen wij in een onzer vorige nummers de aankondiging deden, dat het ons plan was om als gratis bijvoegsel van Panorama den nieuw verschenen roman van Bernhard Kellermann „De Tunnel te geven, bereikten ons vele blijken van instemming van onze abonné s, die het boek reeds hadden hooren noemen in den kring van familie of kennissen, en daardoor reeds wisten van welken buitengewonen inhoud het was. Deze bijvalsbetuigingen werden nog bijna verdubbeld gedurende den tijd dat wij nu geregeld elke week een losse aflevering van den roman bijvoegen. Wij durven het dan ook gerust te zeggen, zonder bevreesd te zijn voor pedant te worden aangezien, dat onze abonné’s onze keuze ten zeerste op prijs stellen en dat de roman met spanning wordt gelezen. Ja, de schrijver van „De Tunnel” werd onzen lezers zoo sympathiek, dat vele abonné’s ons om eenige biografische bijzonderheden over Bernhard Kellermann verzochten. Aanvankelijk hebben wij deze per post medegedeeld; daar echter voortdurend aanvragen bleven inkomen, vonden wij het raadzaam de gegevens, ons op welwillende wijze door Bernhard Kellermann verstrekt, naast zijn portret in Panorama af te drukken. Nu kunnen alle abonné s, die gaarne eens iets over hem zouden willen vernemen, maar door beschroomdheid of gebrek aan tijd ons niet wilden of konden vragen, er hun voordeel mede doen. Bovendien, ligt er niet een zekere bekoring in, het leven van de waardigste vertegenwoordigers der menschheid te vernemen? Wij laten hier dan, vertaald, de mededeelingen volgen uit het leven van Bernhard Kellermann, zooals hij ze ons mededeelde: Den 4en Maart van het jaar 1879 werd hij te Fürth geboren. Zijn vader was ambtenaar, terwijl zijn voorouders frankische, protestantsche boeren waren. Nadat hij een middelbare school had doorloopen, legde hij zich toe op de studie van de schilderkunst. Zijn neiging voor literatuur kreeg echter weldra de overhand; hij ging eenigen tijd in München studeeren, waar hij zich, na afloop van zijn studietijd, als schrijver vestigde. Zonder gevolg echter, en hij was genoodzaakt een plaats als leeraar op een middelbare school aan te nemen. Zijn eerste romans echter, die hij tusschen zijn 22e en 24e jaarschreef, gaven hem de zoo lang begeerde vrijheid terug. Geruimen tijd vertoefde hij in het buitenland, o.a. te Rome, Parijs en Londen, terwijl hij een reis om de wereld deed en een poos in Japan en New-York leefde. De volgende romans zijn door hem uitgegeven: Yester und Li; Ingeborg; Der Tor; Das Meer; Der Tunnel. Verder zagen nog 2 reisbeschrijvingen van hem het licht, nl. „Ein Spaziergang in Japan en „JapanischeTanze”. Tegenwoordig woont hij te Berlijn. Als bijzonderheid deelen wij hier nog mede, dat „De Tunnel de grootste oplaag heeft gehad van alle tot dusverre verschenen werken. Zegt dit niet reeds genoeg?
PDF
Nummer
1914, nr.18, 29 april 1914
Blad
11
Tekst
(Foto Tepej. KOLKJE IN EEN DER WEILANDEN VAN HET LANDGOED „NIJENBEEK”
PDF
Nummer
1914, nr.18, 29 april 1914
Blad
12
Tekst
----------------- - , . „ . .. ........... PANORAMA ===== ■ ■ ........... ........... meer vertrouwen gekregen in zijn eigen krachten en hij was er bijna van overtuigd, dat de Professor slechts een bedrieger en kwakzalver was en nu mee profiteerde van de spieren van een geducht bokser — genaamd Kid Bosher. Toen de twee hoofdpersonen, uitgedost in prachtige costuums hun respectievelijke plaatsen innamen in de kampplaats, ontstond er een groote stilte onder het reusachtige publiek en er werd nu een groot gedeelte van een uur in beslag genomen door eenige boksers, die vroegere, tegenwoordige en toekomstige boksgrepen vertoonden, wat heelemaal niet noodig was en die niemand wenschte te zien. Toen verlieten zij de kampplaats en de scheidsrechter stond op. „Iedereen, die er niet noodig heeft, uit de kampplaats”, en zij die er nog waren, haastten zich weg. De Professor echter bleef er. Hij nam het hoofd van Kid vast, liet het de richting van den neger uitzien, goot eenige druppels van het Elixer tusschen zijn lippen en sprong weg. Pief — paf — poef! De glimlach van John Jackson stierf weg op zijn gelaat en hij keek verschrikt rond om te zien, wat er voor een berg op zijn hoofd was gevallen. Hij zag een kleine gestalte als een electrische vonk naar zich toe komen vliegen en wilde probeeren haar een stoot toe te brengen. De gestalte bonsde tegen den muur^ Jackson hief dadelijk zijn pijnlijk hoofd op en toen schoot de gedaante hem weer voorbij. Niemand kon duidelijk zien wat er eigenlijk gebeurde — daartoe ging alles te gauw. Onmiddellijk daarna had Kid Bosher van Engeland het wereldkampioenschap behaald na een strijd van drie seconden. Er was een oorverdoovend gejuich en de Professor baande zich een weg naar de kampplaats om Kid, bij wien de uitwerking van het Elixer aan het verdwijnen was, de hand te schudden. „Gefeliciteerd”, riep hij, „wat deedt je dat met een gemak. Ik zal gauw de dollars gaan halen, terwijl jij je verkleedt.” „Je blijft er af!” riep Kid woedend. „Je blijft met je vingers van de duiten af — zij zijn van mij!” „Wat!” schreeuwde de Professor. „Ik moet er mijn deel van hebben !** „Je hebt er geen recht op,” smaalde Kid. „Ik heb zelf den strijd gewonnen en daar heeft het Elixer van jou heelemaal geen deel aan gehad. Pak je weg, versta je? Ik heb met jou afgedaan — leelijke bedrieger!” De Professor was buiten zichzelf van verbazing. Talrijke gevoelens bestormden hem> waaronder woede, wanhoop, teleurstelling en verslagenheid zich mengden. Hij raasde en hij tierde, totdat het de aandacht van het publiek trok, dat reeds bezig was om wegv te gaan, maar nu bleef, omdat het hoopte tot slot nog een aardig gevecht te zien. Het scheen, dat dat kleine zwakkelingetje door dat het tegen den wereldkampioen durfde beginnen, zelfmoord pleegde en zij verheugden zich erg op dat schouwspel. Kid, die nu tot het uiterste was gebracht was, sloeg den Professor in het gezicht en de kleine man volgde nu de gewoonte, die hij aangenomen had wanneer hij in gevaar was, instinctmatig greep hij naar zijn kostbaar fleschje. Oogenblikkelijk had hij zijn plan gemaakt —hij zou zijn aanspraken op de £ 10.000 laten varen, om l^id te kunnen vernederen — en hij bracht het fleschje aan zijn lippen. Toen, met een wilden kreet, sprong hij op Kid toe als een wilde tijger Het is nutteloos te trachten een beschrijving te geven van het gevecht dat nu plaats had, want sedert den Tweeden Pruischen-oorlog was iets dergelijks niet gezien op deze wereld. Het was of men tienduizend lichtstralen zag spelen met een menschelijk lichaam en alles wat de versteende toeschouwers konden zien, was een groote stofwolk, waartusschen men de jaspandjes van den Professor zag fladderen. Vijf minuten later waren zeven dokters bezig met het hoofd van Kid Bosher en toen deze na zes pijnlijke maanden van zijn bed opstond, maakte zijn hoofd een hoek van vijfenveertig graden met zijn lichaam en liep hij tot het einde van zijn leven als iemand, die bijna verlamd is. De Professor is stil gaan wonen in een afgelegen Engelsche streek, waar hij leeft van het vermogen, dat de overwinningen van Kid hem had aangebracht. Nadat hij op zoo opzienbare wijze den wereldkampioen te Colorado verslagen had, werd hij belegerd door allerlei menschen, die hem rijkdommen voorspiegelden, als hij wilde boksen, maar hij weigerde op de onderhandelingen in te gaan, daar hij voor zijn laatste gevecht met zijn compagnon de laatste dosis van zijn Elixer had ingenomen en niet, zooals de ongelukkige Kid, vertrouwde op zijn eigen krachten zonder de wonderlijke vloeistof.
PDF
Nummer
1914, nr.18, 29 april 1914
Blad
13
Tekst
PANORAMA De japon met strooken. „Maar luister toch eens, Bess” — „Kom je al je beloften zoo na als deze? Den eersten keer, dat ik je iets vraag —” Bessie, op het punt in snikken uit te barsten, was onweerstaanbaar. Maxwell wist, dat zij veel doorstaan had gedurende de maanden die zij op zee hadden doorgebracht en dit nog wel om zijnentwil. In werkelijkheid was het ook slechts een kleinigheid wat zij vroeg; namelijk, dat bij zich zou interesseeren voor dit wrak, dat niets menschelijks meer had dan zijn uiterlijk voorkomen. „Maar wat kunnen we dan doen ? Wanneer wij hem hier vandaan halen, kun je er zeker van zijn, dat hij terug zal gaan, vanneer hij weer bijkomt. Komaan, vraag me iets anders of zeg me, wat we in dit geval kunnen doen en ik zal mijn uiterste best doen.” „Deze man zegt, dat ge heel gauw weg moet gaan,” waarschuwde Ah Foo. „Hij houdt er niet van, dat ge hier zoo’n tijd staat te praten.” „Ja, we zullen gaan. Zie je nu wel, Bess, hij is boos; het is zeer gevaarlijk die kerels te dwarsboomen. Tien tegen een, dat die man voor hem een goudmijn is, daar hij al zijn geld hier verspilt —” „Jack, als je hem hier eens vandaan haalde en hem in staat stelde; zich te beteren. Ik geloof niet, dat er iemand zoo hopeloos verloren is, dan dat hij niet op de een of andere manier zich weer kan beteren. Als je hem eens bij je aan boord nam op de Shining Light —” „Wat? Wel kind, je ijlt. Wat voor goed zou je er mee uitrichten, door hem aan boord te nemen?” „We zouden hem kunnen helpen, om weer een goed mensch te worden; op zee kan hij geen opium krijgen, hij zou het zonder moeten stellen en hij zou het vurig verlangen ernaar overwonnen hebben, voordat we thuis waren.” Garneering van kleine, ronde, dicht bij elkander gezette knoopjes. Maxwell wreef zijn kin, terwijl hij keek naar het ontoonbare wrak, dat voor hem lag. Hij had in zijn leven vele doorbrengers gezien en hij had maar weinig medelijden met hen; hij wist, dat ze het zichzelf aandeden en het was zijn principe, dat degeen, die vrijwillig bergafwaarts ging, terwijl de gelegenheid om op te klimmen vlak voor hem lag, het maar zelf moest weten. Maar nu pleitte Bessie zoo dringend voor hem, terwijl haar mooie oogen gevuld waren met tranen en zij er onweerstaanbaar uitzag. „Wel, we kunnen er eens over denken. We kunnen hem wel als steward of zoo iets gebruiken, nietwaar? We kunnen hem, wanneer hij beter is, wat werk geven en hem zoo zijn eigen brood laten verdienen. Maar ik waarschuw je vooruit, dat zooiets hier nooit op aarde gebeurt. Iemand, die zoo laag gezonken is, kan nooit tot zijn vroegere hoogte weer opklimmen.” „Ik denk van wel; in ieder geval hebben wij dan het onze gedaan, Jack. Neem hem nu mee.” „Goed dan; maar tien tegen één dat het een onaangenaam standje zal geven. Ik moest je maar liever eerst wegbrengen, zoodat jij veilig aan boord bent.” Maar dan kwam hij weer voor een nieuwe moeielijkheid te staan. Hij bezat menschenkennis genoeg om te weten, dat, wanneer hij de kit zoolang verliet als noodig was om zijn vrouw naar de „Shining Light" te brengen, men den ongelukkige verwijderen zou en aldus buiten zijn bereik brengen. Bijna was hij geneigd, zoo te doen en dan later aan Bess te vertellen, dat, toen hij terugkwam, de man verdwenen was. Wijde tuniek op een nauwsluitende onderjapon. Door de welwillende bemiddeling van het magazijn „De Bijenkorf” ontvingen wij de op deze pagina geplaatste modefoto’s, genomen te Longchamps. Men zag veel wollen, zijden en moiré stoffen dragen. De hoofdrol speelde echter de Tafta geborduurd en broché, alsook de Inprimé op chiné. Er werd veel marine-blauw gedragen alsmede enkele andere, sombere kleuren. Om af te zetten wordt weer passementerie gebruikt; ceintuurs zijn met parelen en borduursel. Nieuw zijn de echt Chineesche borduursels. Maar hij keek haar eens aan en zag, hoeveel verdriet baar dat zou doen. „Ah Foo, zeg dezen man, dat ik een van deze personen hier wil meenemen,” zei hij plotseling. Ah Foo maakte tegenwerpingen. De eigenaar van de kit ging te keer als een booze aap. Maxwell, die niets in ’t geheim wou doen, stapte over de onzindelijke brits heen en nam den uitgeteerden kerel in zijn armen. „Wijs mij den weg naar buiten,” beval hij. Hij was eigenlijk boos op zichzelf, dat hij het werkelijk deed, maar hij kon niet anders doen, daar Bessie al zijn bewegingen volgde. Zij vertrouwde, dat hij hoog genoeg stond om zooiets te doen, en daardoor voelde hij zich werkelijk zoo edel, als zij dacht, dat hij was. Maar de Chinees was er de man niet naar, om een zoo kostbaar bezit zoo gemakkelijk uit de handen te geven. Hij bromde in zichzelf, begaf zich naar een donkeren hoek en kwam terug, naar voren springende met een valsche uitdrukking op zijn gelaat, terwijl hij in de gespierde rechterhand een mes hield dat haast zoo groot was als een zwaard. < „Hij zegt, dat hij je vermoorden zal, als je dien man aanraakt,” zei Ah Foo, terwijl hij zich zoo gauw mogelijk terugtrok. Maxwell dacht in deze beruchte kit het eerst aan zijn vrouw en vrees greep hem aan. Maar hij bezat veel tegenwoordigheid van geest; hij wierp zijn beschermeling over rijn breeden linker schouder, stak zijn rechterhand in zijn zak en de Chinees sprong terug opliet gezicht van een kleine revolver. Maxwell had al veel ondervonden Driedeelige japon : rok, blouse en cape. en wist, dat degeen, die gewapend is, dikwijls het recht aan zijn zijde heeft. „Wanneer je dichterbij komt, zal ik schieten,” riep hij uit. De Chinees begreep zijn woorden niet, maar wei zijn bewegingen. Hij trok zich terug en Maxwell, zijn vrouw voor zich uit duwende, verzocht Ah Foo hen weer veilig buiten te brengen. Elk oogenblik verwachtte hij geschreeuw achter zich te hooren, maar er gebeurde niets. De eigenaar van de opiumkit was klaarblijkelijk bang voor ruchtbaarheid. Ongemoeid bereikten zij de openbare straat en daar huurden ze een voorbijgaand rijtuigje, dat hen naar Dockland en de „Shining 'Light" bracht. „Welnu, wij hebben hem, maar God weet, wat we met hem moeten beginnen,” zei de kapitein, terwijl hij zijn buit in de kleine hut neerlegde. „We zullen weer een mensch van hem maken,” zei Bessie Maxwell. „Later zal je heel blij over dezen dag zijn, Jack.” Maxwell twijfelde eraan, terwijl hij keek naar het hoopje mensch. Niet voordat het schip geladen was en weer de haven verlaten had, kreeg Jem Baker zijn verstand in zooverre terug, dat hij kon beseffen, dat er iets buitengewoons met hem was gebeurd. Hij had uren van doodsangst gekend als hij, ontwaakt zijnde, om nieuwe hoeveelheden van het verderfelijke opium riep en het niet kon krijgen, dan had hij helsche pijnen geleden. De Chinees had hem altijd een nieuwen voorraad opium verstrekt, wetende, dat dit de eenige manier was, om hem vast te houden, totdat al zijn geld op was. Maar toen de „Shining Light" zachtjes voortdreef, met een stevige bries in zijn gezwollen zeilen, werd het hem duidelijk, wat er gebeurd was. (Wordt Vervolgd.) „De Mode” in West-Europa.
PDF
Nummer
1914, nr.18, 29 april 1914
Blad
14
Tekst
BLOEIENDE KERSEBOOM ©loeiende Vruchtboomen, OT de Voorjaarsweelde, die ons elk jaar opnieuw in verrukking brengt, behooren zeker wel in de eerste plaats onze bloeiende vruchtboomen genoemd te worden. Wat een prachtig gezicht levert een bloeiende appelof pereboom niet op 1 En dan al die rijkbloeiende kerseboomen, vooral in die streken waar deze groote en kleinere boomgaarden vormen. Behooren de Kersen reeds tot de vroegbloeiende boomen evenals de perziken en abrikozen, die nog vroeger bloeien, toch is er nog één boom, die meer als sierboom in parken en tuinen wordt aangeplant, die het van alle deze nog wint en reeds einde Maart, begin April zich tooit métfraaie, witte bloesems, die bijzonder fraai afsteken bij de dan nog bladerlooze boomen en struiken. Die boom is deSierp r uim, Prunus Pisardi, die minder om de vruchten dan wel om het fraaie roodbruine blad en den vroegen bloei wordt aangeplant. Onder de vele kersensoorten zijn de Mei- of Maai-Kersen wel de Bloeiende peretak. Bloeiende appeltak. (foto's Tepe). meest bekende en ook de meest gezochte en lekkerste. Ze rijpen echter niet in de Meimaand maar eerst later in den maaitijd, vandaar de naam Maaikers, waarvan men ten onrechte Meikers heeft gemaakt. Perziken en abrikozen bloeien reeds veel eerder dan de Kers en worden meestal als leiboomen of spalieren tegen muren of schuttingen aangeplant. Aan beide geve men een warm beschut plaatsje op het Oosten, het Zuiden of het Zuidwesten. Wanneer men er bij het planten de noodige zorg aan besteed willen ze op iederen grond wel groeien. In warme zanderige gronden die tevens kalkhoudend zijn, zullen ze echter minder van de vorst te lijden hebben dan in zware leem- of kleigronden. Een doelmatige bemesting is voor den goeden groei een vereischte. Men geve ze echter nooit verschen onverteerden mest, daar deze in de meeste gevallen de zoo verderfelijke gomziekte veroorzaakt. Kersen nemen ook eiken grond voor lief maar aan een warmen leem- of kleigrond geven ze toch de voorkeur. Voor een plaatsje in de zon zijn ze zeer dankbaar. Morellen daarentegen, die ook meestal als spalier tegen muren of schuttingen worden geplaatst, houden meer van een beschaduwd plekje zoodat deze bij voorkeur aan de noordzijde van een muur of van een gebouw geplaatst worden. Als de Kersen en Morellen zijn uitgebloeid, dan staan gewoonlijk de meeste pruimen en peren nog in vollen bloei. De Pruim houdt nog meer dan de Kers van een warm, gematigd klimaat, willen hare vruchten tot volkomen rijpheid komen. Sommige pruimensoorten willen echter juist beter groeien daar, waar het klimaat kouder en ruwer is. De bodemgesteldheid is bij de pruim van grooten invloed. Zoowel op zand- als op leem- en kleigrond kan men pruimen met succes aanplanten. Men zorge er echter voor dat de grond voldoende vochtig is en voorzien van de noodige voedingsstoffen, waarop het juist bij de pruim zeer aankomt. Zonder geregelden toevoer van de noodige meststoffen zal een pruimeboom weinig of geen vruchten voortbrengen. De Peer verlangt een goeden, krachtigen,, vooral matig vochtigen, diep-losgemaakten grond. Op magere gronden willen geen peren groeien en ook een al te natte grond is voor peren niet geschikt. Klei- en leemgronden, vruchtbare zandgronden, humusrijke kalkgronden, welke alle niet te koud en voedzaam, diep omgespit, liever vochtig dan te droog moeten zijn met een doorlatenden ondergrond, dat zijn gronden die voor peren bijzonder geschikt zijn. In vele streken van ons land bevinden zich groote uitgestrekte boomgaarden, beplant met peren- en appelboomen, waarvan de vruchten, meestal in publieke veiling, worden verpacht en meestal goede prijzen opbrengen. De appelboom komt het laatst van al onze vruchtboomen in bloei, wanneer de meeste pereboomen reeds zijn uitgebloeid. Hij neemt niet iederen grondsoort voor lief, doch verlangt elk jaar, wil hij goede en vele vruchten voortbrengen, een doelmatige, zich aan den grond aanpassende, rijkelijke bemesting. Apeldoorn, Maart 1914. R. TEPE. Bloeiende perzikketak.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 711 tot 715 van 11897