Panorama

Blad 
 van 2380
Records 716 tot 720 van 11897
Nummer
1914, nr.18, 29 april 1914
Blad
15
Tekst
Een interessante afdeeling. Zelf vervaardigd speelgoed uit de meest eenvoudige grondstoffen. Fragment van een modelschoollokaal. SCHOON HEID in ONDERWIJS en OPVOEDING iJE moderne industrieele maatschappij zegt tot den opvoeder: geef mij bruikbare menschen. Zij zegt niet: geef mij menschen. Zij heeft bruikbare personen noodig; bruik- “ baar als rechtsgeleerde, groen tekweeker, militair. Wat kan het haar schelen of deze bruikbaarheden vóór alles mensch zijn?*’ Met deze woorden kenmerkt Dr. Bierens de Haan in zijn brochure „Opvoeding en Schoonheidszin” de richting waarin het onderwijs zich noodgedwongen bewegen moet door den immer feller wordenden strijd om het bestaan, welke al maar meer kundigheid en knapheid veigt, al maar meer de menschen als bruikbare werktuigen verlangt en waartoe reeds een africhting op de schoolbanken begint. Het is vooral tegen dit africhten en volpompen dat de Vereeniging voor Schoonheid in Opvoeding en Onderwijs zich keert. Tien jaar lang reeds streeft zij er naar om in het kinderleven de kiemen te leggen voor wat schoonheidszin en idealisme. Geen geschikter plaats daarvoor dan de school indien althans een frissche ommekeer dit inderdaad kan, de school van Ligthart (nog onlangs door de Koningin bezocht) bewijst dit. En op een tentoonstelling, in de Paaschweek in Den Haag door bovengenoemde afdeeling ingericht, was er veel dat verrassend genoemd mag worden. In bijna alles lag een frissche tegenstelling met de sleur en het banale van vroeger. Om een sprekend voorbeeld te noemen: de handwerken. In plaats van de vroegere, vervelende en nuttelooze proeflappen, is nu hetzelfde patroontje en dezelfde-steek verwerkt tot een eenvoudig gebruiksdingske, doch meermalen met een smaakvol resultaat. Dat juist handenarbeid zoo uitermate geschikt is om den schoonheidszin aan te kweeken sprak uit tallooze voorwerpen door verschillende leerlingen zelf vervaardigd. Van een simpel stukje karton en wat grijs linnen’worden aardige vloeiboeken, mappen enz. gemaakt; van wat riet de fijnste mandjes gevlochten; een oude lei tot een aardig lijstje omgezet; van planken een sleutelrekje, een boekenstandaardje, een sierlijk doosje En curieus is het te zien hoe geboren aanleg zich uit bij het boetseeren in klei. De interessante collectie van diverse modellen en „ontwerpen” trok bepaald de aandacht. Hardenarbeid, het wordt hier getoond, ontspant den geest en kweekt den zin voor ’t eenvoudige en schoone aan. Hoe buitengewoon leerrijk zijn de kartonnen modellen van woningen; hoe sober en sierlijk een kartonnen ameublement van gebruiks-meubelen. Dat het onderwijs zelf zich langzamerhand meer algemeen gaat aanpasseri aan deze meer idieële richting, toonen de artistieke prentenboeken en wandplaten. Ook hierin frischheid en fijnheid. En vooral ook het schoollokaal zelf. De schaduw in het kinderleven: de school, berust op twee donkere punten: de te verwerken leerstof en de ongezellige localiteit. De eerste verandert: de tweede volgt. Op de tentoonstelling was een model-schoollokaal. Licht en vriendelijk was het. Frissche, zachte kleuren gaven rust aan de oogen. Bloemen tierden langs de ramen. Aan den wand hingen artistieke platen en op een breede plank prijkten eenvoudige vaasjes met ontluikende takken. In zulk een lokaal zal meer dan ergens anders het kind ontvankelijk zijn voor de schoonheid welke de onderwijzer het tracht mee te geven voor zijn toekomin leerplan en schoolinrichting dit mogelijk maakt. Dat stig leven van zorg en strijd. C. V. Cartonwerk dat den smaak ontwikkelt voor sierlijke en toch practische meubelen. ....... Een Indisch dorp in carton door leerlingen zelf gemaakt tot beter begrip van de inrichting. (Richting en school Ligthart.) BOETSEERWERK VAN KINDEREN. Eenvoudige en sierlijke gebruiksvoorwerpen uit goedkoope grondstoffen. Hierin kan de schoonheidszin van het kind zich het best uiten.
PDF
Nummer
1914, nr.18, 29 april 1914
Blad
16
Tekst
EEN BLADZIJDE VOOR DE JEUGD Van het “Knopje, dat geen geduld had, om het voorjaar af te wachten. Er was eens een groote, oude kerseboom, die met zijn tallooze bruine knoppen-kinderen wachtte op het heerlijke voorjaar 1 Eén knopje echter was er bij, dat verging van ongeduld, zóó nieuwsgierig was het, hoe de lente er toch wel uit zou zien; de lente, waar het de storm zoo dikwijls van had hooren vertellen, als hij suizend door de kale takken streek. Daarom strekte en rekte het zich al in zijn bruin omhulsel, èn . . . . op zekeren dag viel dit af en piepte ons knopje te voorschijn. Verwonderd wreef het zich de oogen uit, daar het eerst bijna verblind was door een schitterenden zonnestraal, die onmiddellijk het hulpelooze knoppenkindje met zijn warmen kus begroette. O, wat werd het ons kleine ding zalig te moede : al die pracht en heerlijkheid om zich heen ! De voorjaarswind en de nieuwsgierige musschenkinderen hadden ook weldra het knoppenwonder ontdekt en wilden het eens wat naderbij bekijken, want allerliefst zag het er uit in zijn geurig, teer-groen bloesemkleed. Ze waren ook net goede speelkameraadjes voor het kleine, onbesuisde ding en de vriendschap was weldra gesloten. Zingend en tjilpend zetten de vogeltjes zich op de takjes, daar rond om heen, en de wind, die vroolijke kameraad, schommelde ze lustig op en neer; soms héél hoog, tot aan het zalig-genietende knoppenkind. Ongelukkig was het knopje wel een beetje voorbarig geweest, — zooals het zoo menig jong ding gaat, — want, toen het nog heerlijk vroolijk aan het spelen was, kwam daar van den eenen kant de Avond aangeloopen 1 Daar had Knopje nu nog heelemaal niet van gehoord en het ontstelde dus niet weinig, toen de Zonnestraal opeens sprak : „Nu moet ik weg” — en de vogeltjes tjilpten : „Wij ook !” — en de wind riep : „Ik ga mee, maar morgen kom ik toch terug en dan zullen we ons spel weer hervatten. Maar ga nu gauw, Knopje, en dek je warm toe, want de nacht zal héél koud zijn.” Knopje wist niet, hoe het ’t had, toen het opeens zoo eenzaam achter gelaten werd en èlles, wat het nog zooeven helder en vroolijk verlicht had gezien, nu somber, grauw en donker werd ! Toen barstte arm Knopje in tranen uit. Een geweldige angst vervulde het arme kleine bloesemhartje. Waarom hadden ze het hier dan ook zoo liefdeloos alleen achtergelaten ? .... En wat kwam er nu zoo zwaar aangestampt? O jè, het was al haast vlak bij ! „Ken je me niet, jou eigenwijs ding?” hoorde het een knorrige stem naast zich vragen. „Ik ben de Vorst en zulke neuswijze kindertjes, die zoo maar zonder Moeders permissie de wijde wereld ingaan en in mijn gebied doordringen, ben ik gewoon altijd flink te straffen. Tegelijkertijd voelde het arme bloesemkind zich in een ruwe, ijskoude hand gepakt, dat het over heel zijn lichaampje rilde en beefde, en ten laatste verstijfde van kou. Maar of het nu al bad en smeekte en bittere tranen stortte .... het hielp allemaal niets : De Vorst was onvermurwbaar I Hij scheen integendeel genoegen te vinden in die kwelpartij, en kneep arm Knopje in beentjes en armpjes en liet onder anderen den grooten teen van zijn linkervoetje zóó geweldig in den knel zetten, dat Knopje niet anders meende, of het zou nu sterven 1 . ... Maar de nacht ging voorbij en nam den Vorst mee. Die moest Knopje toen wel vrij laten, maar het arme ding was met recht meer dood dan levend! Wie zou het helpen in den nood ? Het bloesemkleedje hing hem los om ’t verstijfde lichaampje. En wat een schande, als het zoo gezien werd I Ja, er was er maar één, van wien het uitkomst kon verwachten, en dit was : de oude Kerseboom. Tot hèm zou ’t noodlijdende ding zich dan ook maar wenden en het toonde diep berouw over zijn eigenmachtig handelen, waardoor het den goeden oude zoo zeer bedroefd had. Maar de Kerseboom liet zijn kind niet voor nietssmeeken. Het was al genoeg gestraft voor zijn onbezonnenheid. „’t Schijnt nu eenmaal zoo te moeten zijn, dat men slechts door schade èn schande wijs wordt; waarom zou er dan uit het lichtzinnig Knopje niet een flinke kers kunnen worden ?” dacht de oude boom bij zich zelven, want hij had al zoo veel gezien van zijn leven en wist dus al eenigszins, hoe het in de wereld toegaat. Knopje zou zich alleen met een wat nederiger lot moeten tevreden stellen : Zoo’n geurig bloesemkleedje kon hij ’t nu niet meer geven, maar het zou een. dik, warm dek krijgen, waarmee het tegen alle ruwheid van het klimaat gevrijwaard was. Heerlijk deed hem dit ook aan, zoodat bij het aanbreken van den ochtend ons arm Knoppenkind Weer een beetje in zijn fatsoen was. Maar de ware levenslust ontbrak hem toch ! Die zou óók wel weer komen, als eerst zijn vrienden er maar weer waren. Eindelijk: daar hadt je den Wind I Maar wat zette die een oogen op, toen hij ons Knopje zoo veranderd zag I Hij vatte echter dadelijk de ware toedracht der zaak en hij zou zich haasten, er de vogeltjes van op de hoogte te brengen. Op een enkelen wenk van hem kwamen die al heel gauw naderbij gevlogen en maakten zich dol-vroolijk over het leelijke jonge ding, dat nu heelemaal niet meer paste in den prachtigen, zonnigen lentetijd. Zóó iets had Knopje toch niet verwacht: dat je vrienden zoo wreed konden zijn; en zachtjes begon het te huilen, •met een èrg, èrg droevig gezichtje ! Zou de Zonnestraal hem nu ook zoo meedoogenloos in den steek laten, nu ze hem allen zoo hardvochtig den rug toekeerden ? En dèt, nu hij juist zoo’n behoefte had aan wat liefde en vriendelijkheid ? . ... Neen maar, dat kon ook niet! Van den Zonnestraal hoefde ze zoo iets niet te verwachten. Op dién had Knopje dan ook zijn laatste hoop gevestigd. In dezen vriend had het zich dan ook niet bedrogen, want op eenmaal voelde het zich innig-warm bestraald en kon hij zijn arm, bezwaard hartje uitstorten, terwijl hem troostvolle woorden en beloften werden toegesproken. Vriend Zonnestraal zou hem wel helpen groeien en bloeien, als hij slechts geduld had I' Dit klonk bemoedigend, niet waar? En weldra begon hij er dan ook weer zóó vroolijk en levenslustig uit te zien, als maar verwacht kon worden van zoo’n kleinen voorjaarsbode. Het was ook wel een beetje nieuwsgierig om eens te weten, hoe het er eigenlijk wel uitzag, dat de anderen zoo op eenmaal niets meer van hem weten wilden. „Bekijk je dan maar eens in het spiegeltje hier tegenover,” zei de Zonnestraal en wees in de richting van een dauwdroppel, die vonkelde als een diamant, in ’t heldere licht. Dit deed het nu ook en het schrok geweldig, toen het zich zelven zag : „Jéminoosje wat was het toch leelijk ! Met een zóó onooglijk grijzen kiel kan ik toch onmogelijk mee voorjaar vieren,” riep het kleinmoedig. Toen sprak de Zonnestraal, die ’t toch zoo goed met ons Knopje meende: „Hoe kun je toch zoo ijdel wezen ? Weet je wel, dat je dan eerst echt léélijk en onuitstaanbaar bent ?. ... Want dit bewijst, dat je sléchts aan je zelven denkt, in plaats van je te verheugen over al het moois om je heen, en blij te zijn, dat je althans érgens toe dienen kunt.” Die ernstige woorden stemden het Knopje tot nadenken; en omdat het tot ’t juiste inzicht geraakte van zijn eigen nietigheid, begreep ze dat het er ook niet zoo zeer op aankwam, of zoo’n klein ding nu al een beetje mooier of leelijker was. Liever zou ze genieten van al het andere schoon en profiteeren van de lekkere, warme zonnestralen, die voor haar toch net zoo goed schenen ! De slapende broertjes en zusjes begonnen nu ook te ontwaken en op een goeden ochtend werden ze allen gezamenlijk tot nieuwe pracht en heerlijkheid gewekt. Daar was een vroolijkheid en vertier in den ouden boom; een geuren en bloeien en kweelen en kwinkeleeren 1.... Knopje wilde dan uit zijn schuilhoek alles waarnemen; maar ’t kon zélve toch onmogelijk verborgen blijven en nu leek het wel, of ’t lieve leven van plagen en kwellen weer op nieuw zou beginnen. Knopje was echter dit maal verstandiger; het ken den anderen immers tot leer strekken, dacht hij, als het hun eens iets van zijn wedervaren meedeelde ? En dit deed het dus ook. Hun eenig verwijt was nu nog: „Maar hoe kon je dan toch zoo dom zijn ? Je wist immers wel dat je nu voor niemands genoegen meer bloeien kon, en dat ook geen bijtje zich meer aan je zal willen verkwikken !” Maar ons Knopje hield zich maar alleen aan de blijde woorden van den Zonnestraal. Het bleef dus goedsmoeds en liet de anderen maar praten. Toen nu alle lentekinderen bij elkaar waren, gaven zij, — gelijk alle jaren — den menschenkinderen een groot feest. Stralende van genot liepen die in de heerlijke Meizon en luisterden naar het verkwikkelijk gezang in beemd en bosch. Nu gaf de oude Kerseboom zijn kinderen een ander gewaad. Jullie kent immers allemaal het raadsel : „Eerst wit als was, Dan groen als gras, Dan rood als bloed, Smaakt den kinderen goed 1” Uit ons Knopje was nu ook een wonderschoone kers geworden, die met haar dikke bolle wangetjes alle andere nog overtrof. Nog een paar daagjes mochten ze gezamenlijk plezier hebben, maar toén werd er op een goeden ochtend een lange ladder tegen den boom gezet; de tuinder klom er tegen op en plukte met nijvere handen de donkerroode vruchten, de een na de ander, die hij alle bij elkaar, in een groote mand verzamelde. Het dochtertje van den tuinmansbaas stond met verlangende blikken naar boven te kijken. „Och ja,” dacht de kers, die eens het bewuste Knopje was geweest, „kwam ik maar bij dat aardige meisje te land 1 Die heeft zelf net zoo’n kersemondje; precies voor ons bestemd I” Nauwelijks had ze die gedachte in haar kersentaai geuit, of ze werd reeds door den tuinder gegrepen en naar beneden geworpen, waarop ze ook waarlijk in den lachenden kindermond verdween. Het kersepitje, dat van de sappige vrucht overbleef, werd vol verbazing bekeken; want wat was dit rood 1 Dit komt, het was eens Knopjes bevroren teen geweest 1 Vroolijk wierp het kind de grappige pit met een boog de hoogte in waarna ze op den grond terecht kwam. Hier bleef ze nu net zoo lang liggen, tot op een goeden dag een menschelijke voet ze vast in den grond trapte. Na langen, langen tijd groeide er een Kerseboompje uit. Niemand begreep, hoe dat daar kwam. Ieder jaar droeg het de heerlijkste vruchten en altijd, als het voorjaar weer kwam en de kleine knoppenkinderen ongeduldig werden, vertelde het de oude geschiedenis: „Van het Knopje, dat geen geduld had.” Ttersetak, vrucht dragend. xXj" © “Naar © het Sosch S ep, piet en Claar, ©ie waren vroeg Tiet pa naar ’t bosch gegaan 8n rennend*en stuivend, Tiet ’t staarde wuivend £iep Tikkie, hun hondje,vooraan; ©iep in ’twoud Tusschen het hout ©aar gaan prettig spelen; Ze dansen en xingen Ze stoeien en springen En Claartje mag hoekjes verdeelen. O „‘Kom, bindersf’ &ei pa „’Jk loop Jullie na ,, Tiaar 2>ep riep: „Nee, verstoppertje „O, pa, da’s xoo leuk” (doen!” Toe ... tl achter dien beuk... Wij verschuilen ons dan in ’t groen. Tiet wangetjes rood 8n voetjes moe busten xe eindelijk uit op ’t mos. Tiaar Tikkie, hun hond, Tiet de tong uit x’n mond ftent er nog dapper op los. O 8n toen xe xaten Zoo xoet bij elkaar, Toen xette vader x’n kiektoestel klaar. Titer xien jullie nu; Öep, Claartje en piet TiaarTkkie,’thondje,datxienjullie niet! Tlarie
PDF
Nummer
1914, nr.18, 29 april 1914
Blad
17
Tekst
PARSI VAL-M Al FESTSPIELE TE ROTTERDAM. Te Rotterdam zal op 4 en 6 Mei door het opera-ensemble van het Elberfelder Stadttheater worden opgevoerd de beroemde opera Parsival van Richard Wagner. De muziek wordt toevertrouwd aan het Concertgebouw-Orkest terwijl de heer Jacq. Urlus als gast medezingt. Wij geven Arthur von Gerlach, wien een woord van lof toekomt omdat hij, ondanks de reusachtige kosten, toch de opvoeringen hierboven van 1. n. r. Jacq. Urlus; Intendant heeft aangedurfd; Hans Erl, Gurnemanz. DEMONSTRATIE AUTO-BRAN DSPUIT. De vorige week, is te ’s-Gravenhage een demonstratie gehouden met een auto-brandspuit, fabrikaat Bussing en afkomstig van de firma Verwey en Lugard. Deze brandspuit kan een snelheid bereiken van pl.m.40 K.M. p. uur en heeft een waterreservoir van pl.m. 350 L. GEDENKSTEEN ALMA TADEMA. Den 17en April is aan het geboortehuis van den beroemden schilder Alma Tadema te Dronrijp een gedenksteen onthuld als hulde aan zijn nagedachtenis. TORPEDO'S TE MAASTRICHT. De vorige week hebben verschillende torpedobooten een bezoek gebracht aan Maastricht. Wij zien op bovenstaande foto de aankomst van de „Makjan”; het afdeelingsbestuur van „Onze Vloot” heeft officieren en manschappen een feestelijke ontvangst bereid. STANDBEELD DESCARTES. Op het Newtonplein te ’s-Gravenhage is een monument geplaatst voor den beroemden geleerde Descartes. (foto A. Schouten, 's-Hage.) ONZE NIEUWE WEDSTRIJD. Men zie de bijzonderheden van onzen nieuwen foto-wedstrijd. DE TUNNEL. Onze lezers ontvangen hierbij de 4 pagina s van het romanbijvoegsel ,,De Tunnel’ , die in een onzer vorige nummers hebben ontbroken. Tevens 4 nieuwe pagina s. p. J. KIVERON. Woensdag 15 April is de heer P. J. Kiveron gehuldigd ter gelegenheid van het feit dat hij zijn zilveren jubileum vierde als dirigent van „De Adelaar” te Weesp. DE TUBERCULOSE-BLOEM. Het verkoopen van bloemen, waarvan de opbrengst ten goede komt aan het bestrijden van de vreeselijke ziekte de tuberculose, heeft ook ditmaal weer op ruime schaal plaats gehad, zoodat gelukkig wel weer een flink batig saldo zal zijn te boeken. DE ADRI AANSTICHTING. Te Hillegenberg is 23 April een inrichting geopend voor lichamelijk achterlijke kinderen, om deze een ambacht te Ieeren en zoo mogelijk te genezen.
PDF
Nummer
1914, nr.18, 29 april 1914
Blad
18
Tekst
HET WERELD- PANORAMA VERTREK VAN HET E N G ELSC H E KON I N GS PAA R Verleden week hebben de koning en koningin van Engeland een bezoek gebracht aan Parijs. Wij brengen hierbij het oogenblik in beeld, waarop de Koning bij zijn vertrek den militairen groet aan zijn land brengt. Op den achtergrond Dover Castle. KONINGIN VICTORIA VAN SPANJE, gehuld in den oud-Spaanschen mantel, groet vanuit de koninklijke loge de menigte, die haar gedurende het stierengevecht in de arena te Madrid enthusiast toejuicht. DE REIS VAN HET ENGELSCHE KONINGSPAAR. De koning en koningin van Engeland met Sir Grey aan boord van het schip dat hen naar Frankrijk brengt. Onze foto is genomen op de reede van Dover. DE REIS VAN MARKIES SAN-GIULIANO. Aankomst van markies San-Giuliano, minister v. buitenl. zaken van Italië, te Abbazia, waar hij op het station ontvangen wordt door graaf Berchtold, minister v. buitenl. zaken van OostenrijkHongarije. Zooals men weet, is deze reis van groot politiek belang. HET ENGELSCHE KONINGSPAAR TE CALAIS. De Engelsche koning inspecteert de te zijner eere opgestelde eerewacht te Calais. Het is wel eigenaardig, dat, waar de Triple Alliance nauwer wordt aangehaald doordat de ministers van deze Staten met elkaar confereeren, dit bij de Triple Entente gebeurt doordat de vorsten zelf elkaar een bezoek brengen. KONING ALPHONS XIII VAN SPANJE. verlaat de Kerk te Calatrava, waar hij den dienst bijwoonde op Goeden Vrijdag. De Koning is omringd van de ridders van Santiago en Calatrava. VER KI EZI NGSCAM PAGN E IN FRANKRIJK Teneinde zijn politiek programma uiteen te zetten voor de verkiezingen op 26 April 1.1., had prins Victor-Napoleon een brief gericht aan generaal Thomassin. Deze brief werd met andere verkiezingsbiljetten in ’t openbaar aangeplakt. DE FEESTEN TE MONACO. Ter gelegenheid van de 25-jarige regeering van Albert I, vorst van Monaco, hebben er te Monaco verschillende feesten plaats gehad. Wij geven hierboven een overzicht van het plein, gedurende het défilé van den optocht. Op den voorgrond meisjes in ’slands kleederdracht nationale dansen uitvoerende. DE VLUCHT VAN SCHEIDER. Hierboven geven wij een bijzonder fraai geslaagde opname van de vlucht van den vliegenier Scheider, in een Fransch-Engelsche hydro-aeroplane.
PDF
Nummer
1914, nr.18, 29 april 1914
Blad
19
Tekst
Groeneveld, Ruempol & C°. Telefoonnummers 4827 en 10421. Telegram-Adres: Prins Hendrikkade 68. AMSTERDAM. Electro-Techniseh Bureau. VELDRUM. N.V. KUNSTHANDEL ESHER SURREY HELMSTRAAT 2 - SCHEVENINGEN TENTOONSTELLING G. MORGENSTJERNE MUNTHE GEDURENDE MEI 1914 DE PROTECTOR ZUIDBLAAK 70a - ROTTERDAM VAN WERKEN VAN AUG. W. VAN VOORDEN VAN 15 APRIL TOT 15 MEI ASSMAN & Co. Zuiveraars, KEIZERSGRACHT 310. Int. Telef. 4202. AMSTERDAM. DEN HAAG. Bekroond 1878 - 1895 1906 - 1912. DAGELIJKS GEOPEND VAN 10-5 BEHALVE OP ZON- EN FEESTDAGEN ZONDAGS VAN 2-4 Stoomboot-Maatschappij „CARSJENS” ■ Leiden Salonboot vanaf Leiden dagelijksch vertrek 12 uur terug 4.30 Fabriek van Corsetten voor verkromming van den rug. D. B. KAGENAAR Jr. X HERENGRACHT 13. AMSTERDAM Vraagt stalen en modeplaten van onze voorjaars en zoiuer-nouveautês voor costumes en blouses: CrêSon, imprimés, Duchesse, Chinés, Crêpe deChine, chweizer Mousseline, etc. vanaf 65 cents per Meter in zwart, wit, en gekleurd. Wij leveren uitsluitend gegarandeerd solide zijden-stoffen direct aan particulieren, franco en vrij van rechten aan huis. Schweizer & Co., Luzern H 9 (Zwitserland) NAAR DE KAGER- EN BRAASSEMERMEREN „CROWN” VULPEN DE BESTE! Prijsc. b. d. Boekhandel of franco v. d. Crown Pen Co. (Agency) Singel 180 Amsterdam. Dames! Vanaf f 1.50 zend ik U franco huis een MOOIE HAARVLECHT volgens toegezonden staal. Van uitgevallen Haren worden mooie Vlechten gemaakt a f 1.—- H. DE GROOT, Koperwerken van de Ateliers ==„CUPRERA” .............. «■OOI ’s-GRAVENHAGE, Telephoon 826 i NIEUWE MOLSTRAAT 6-8 Eau „Castello” (MOURA - PORTUGAL) Krachtdadig bij lever-, blaasen nierziekten. Zeer versterkend en zuiver voor de Maag. Men kan het enkel gebruiken en wordt een h e e r l ij k e drank wanneer men het aanmengt met melk, citroen, Siroop, Wijn, Cognac, Whiskey etc. Generaal- Vert. voor Nederland. N.V. v. h. Henri Sanders 22 Heefengracht, Amsterdam. Depothouder'. Henri Sanders, Apotheker, Rokin ö, Amsterdam. KUNSTTANDEN EER5TE QUAUTE’T MET 10 ^AA« • GARANTIE - • * •. • a:fl.i5O per tand VASTf FFRSTt MlACWEPK ALLEEN CEINTUURBAAN N* ÖS AMSTERDAM JOH.P. WIJNMAN Zij, die in werkelijkheid genezing willen vinden bij kaalhoofdigheid of ontijdig uitvallen van *t haar, wenden zich in vertrouwen totJ. OERATI, Haarkundige, Amsterdam, Zoutsteeg 4. Aan hen, die na onderzoek tot behandeling worden aangenomen wordt herstel gegarandeerd. Het „Nieuws van den Dag’’ schreef onder meer: Een feit is’t dat onderscheidene hier wonende personen van allerlei leeftijd getuigen door hem weder in het bezit van den haardos te zijn gekomen. ROTOGRAVURE is het IDEAAL-PROCÉDÉ voor elk soort DRUKWERK Or
PDF
Blad 
 van 2380
Records 716 tot 720 van 11897