Panorama

Blad 
 van 2380
Records 676 tot 680 van 11897
Nummer
1914, nr.16, 15 april 1914
Blad
07
Tekst
 
PDF
Nummer
1914, nr.16, 15 april 1914
Blad
08
Tekst
OOALS de eerste zwaluw geen lente maakt, zoo is het wel heel zeker dat de eerste toiletten niet noodzakelijk de ,,Mode” voor ’theele seizoen behoeven te zijn. En dan, kunnen we nog van ,,de” Mode spreken? Parijs, dat sedert eeuwen hét monopolie van „chic” en ,,bon ton” had, Parijs dat alléén heerschte over de ijdelheid van oude en nieuwe wereld, Parijs dreigt overschaduwd te worden. Kent ge niet, ge hebt ze in iedere stad, die fijne, oude winkels van óppersten goeden smaak? In hun stemmige etalages lagen een paar stukken, maat duur en bijzonder. Groote magazijnen kwamen, met schreeuwerige uitstalkasten, met vertoon van wassen poppen en protsig veel licht. .. Maar ze bleven d e adressen van goed allooi. .. Tot op een onzalig oogenblik ze meenden te moeten meegaan met hun tijd — en deden als de andere. Toen was het uit, werden ze één van de vele. Ziet, zoo was het met Parijs. Sedert onheugelijke tijden was het de bakermat van alle voornaamheid en distinctie. Zijn modekunstenaars stoorden zich aan niets, zochten schoonheid en harmonie en Europa’s en Amerika’s ijdelheid boog eerbiedig en onderdanig voor zijn uitvindsels. Maar allengs, na 70, leefde Berlijn op, begon Weenen over de mode te denken, als een mogelijk middel tot vermeerdering van eigen industrie, voelde ook New-York een beetje, het vernederende van als groote stad als hoofdstad van zoo machtig land, voor een levensonderdeel, dat tóch weer, door zijn nauwe betrekking tot de nijverheid niet te gering geacht diende, afhankelijk te zijn van Parijs. Weenen, Berlijn, New-York lanceerden op eigen houtje modes en modetjes met meer of minder succes. Berlijn maake fiasco, daartoe (tot het uitvinden van uiterst raffinement in kleeding en materiaal daarvoor) t’HLocle is Berlijn te jong, te pas rijk geworden, te weinig zeker van wat schoonheid is. Weenen had meer succes, maar toch bleef wat daar gelanceerd werd, een mode van minder allooi, een grove mode van opvallenden rijkdom en opdringerigheid. Bleef New-York! De Yankee, —dat wonderlijk mengsel van alle nationaliteiten, dat zoo snel zich een eigen cachet heeft weten te geven, slaagde beter, zoolang die mode die van daar kwam haar cachet van strenge, starre eenvoud en krachtige lijnen behield. We zagen overal in Europa de tailleur zegevieren voor den morgen, we namen hun shirt-blouses over, hun stofsluiers in vreemde kleuren, hun schoenen en lange mantels, hun „confortable elegance”. Maar Parijs met zijn groote distinctie bleef tot voor eenige jaren d e stad vanwaar de echte goede smaak kwam. En nu dreigt Parijs zijn alleenheerschappij te verliezen. De groote faiseurs zoeken niet meer naar schoonheid en distinctie, ze laten hun gedegenereerde fantasie den vrijen loop en hebben aanvankelijk nog succes met hun „toquades” die ze ons als ,,de” mode willen opdringen. Ik heb toch met eigen oogen in een loge van de opera zien zitten, de nieuwe, mauve, groene, blauwe en roode pruik .. . ,,Le joli bouquet” zei een actrice... en ze meende het. Dót is zoo treurig. NewYork overtreft daarin Parijs, het vindt niet noodig vier kleuren over vier vrouwen te verdeelen, het geeft brutaalweg aan ééne ’t recht de tricolore te dragen, ,,the stars and stripes pruik” (streepjes, loopen wèl te verstaan èn door de pruik en door de joffer) in rood, wit en blauw met zilveren sterren, daarbij blauwe wenkbrauwen en oogharen en vuurroode mouche de beauté. .. Smaken verschillen ! En hoewel voor geen kleintje vervaard, zie ik vooreerst van de tricolorepruik af. Hoe smaken verschillen ... I Let alleen maar eens op de keuze van mannequins. De Fransche zijn pptelées met guitige oogen, brutale neusjes. De Amerikaansche, hoekig en beenig en sentimenteel als de juffrouw met den Watteauhoed in paille d’Italië met de enorme cachepeigne van roze rozen en zwart fluweel. Dat is een van de lievelingsmodellen van dezen zomer. Of ze iedereen goed staan? Mijns inziens moet men héél jong, héél frisch en heel slank zijn voor zoo’n zomersch dingske op straffe van anders een „vieille sotte” te schijnen, Maar ik heb kwaad gesproken van Parijs. In de collectie leelijke dingen zijn uitzonderingen. Er zijn nog faiseurs en faiseuses die niet meedoen aan de jacht op excentriciteiten. Een bewijs: deze foto(No.3)genomenvanMe,le.Dornac,genomen om haar jeutig hoedje van schotschen tango taffetas, een bonnet? Een capeline? Van beide iets, ook iets van den zuidwester met den heel smallen rand voor, waarop de twee naïve bouquetjes. Het hoedje is geteekend (als ieder kunstwerk) Cora Marson. Hoe geraffineerd coquet staat op dien ernstigen tailleur de dunne negligente, witte fichu. Betty Daussmond (foto No. 1) is een tweede bewijs dat alle distinctie nog niet door „drölerie” verdrongen is. Ziet ze er niet uit om er mee van door te gaan in haar doodeenvoudige autojapon, die ’t midden houdt tusschen een mantel en een japon? In peau de pêche waarschijnlijk, beige met een iets somberder streep, de bolero opgeknipt en nauw de taille rakend, ’n satijnen kraag in coque de roche, ceinture dito met wit linon streepen en verder de palmbladversiering van soutache. De ceinture sluit achter onder de bolero, de japon van voren, ’t Hoedje van repssatijn met vruchtengarnituur van voren. De nieuwste tasch met artistiek monogram. Foto No. 2 is een raadsel dat Maison Carlier ons opgeeft. Een jong weeuwtje? Een boetvaardige Magdalena? Een .. . ! Houdt maar op. Ge raadt ’t nooit, ’t Is een doodgewone autohoed in geplooid stroo met satijnen rand met wolversiering en marronkleurige mousselinen sluier, die natuurlijk in den auto lang niet zoo keurig blijft zitten. ,,La mystérieuse” noemde een schilder de foto... Houdt het u voor gezegd en weet wèl dat het mysterie nog steeds een ontzettende macht uitoefent en een grosse charme heeft als de „candeur”, (waarvoor ik op het oogenblik geen hollandsch woord weet) waarvoor Jeanne Sabrier hier met succes poseert in haar Alleraardigst toilette van Bourniche. (foto No. 4) Een grondvorm van mastic satijn, de rok van achter gedrapeerd, even onder de heup gehouden in strakken band van dwars genomen stukken schotsch lint, afgezet met witten rand die dan weer door een band effen stof met dubbel randversiersel afgezet, saamgehouden worden. Over den breeden rand valt, als een slappe panier dan, het bovendeel der rok. Hetzelfde smalle bandversiersel vinden we op het in V-vorm uitgesneden vest. Een smal tullen kraagje staat achter, een beetje van den hals af, als beschermend uit. Een guitig hoedje van gedrapeerd stroo, gros grain, met links een smal opgeslagen randje van dubbel satijn en rechts enorme aigrette zwarte paradis, gemonteerd in twee touffes. Foto acht is een New-Yorksche samenstelling van een Amerikaansche, een Fransche en een Engelsche zotheid. Het bri11 antengedoe in schoenen is verleden jaar in NewYork een rage geweest. Twee milliardairsvrouwen wedijverden om de duurste schoenen. Mrs. A. verschijnt op een diner met schoenen waarvan de hakken bezet waren met sterren van robijnen, afgezet met brillanten en haar concurrente had rozen van roze en grijze parels in platinahakken. ’t Randje langs den inzet alleen is nieuw aan deze „sotternije”. Fransch, en elegant, is het kruislint. K')Stbaar en onpraktisch. Engelsch is de twintig centimeter nooge hak. Ik weet hoe moeilijk het is iets nieuws te '..^den, maar een gevoel van angst bekruipt me, als il^denk aan de armoe die dergelijke uitvindsels ten grondslag ligt. En leelijk is het en onnatuurlijk! Neen dan de kanten slobkous. Gruwelijk duur, maar aardig op het velouren schoentje, en wat een mogelijkheid tot varieeren 1 Van de sterke degelijke vilaude, langs Cluny en Bruges, Malines en point de rosé naar Chantilly of de vreemde Spaansche kanten. In effen kant of in combinaties van kant, tulle, galon, weet ik wat al. Maar o jé, ’t is gevaarlijk, als niet alles daarbij even fijn en elegant is; als de kanten onnutjes niet altijd onberispelijk proper zijn, wordt het zoo gauw „dirty finery” en dat is het hatelijkst soort chic wat er bestaat. Een zwaluw brengt geen voorjaar, een excentriciteit vormt geen school, regeert niet als ,,de” mode de ijdelheid van allen. Onze foto’s bewijzen dat er buiten „Poiret” met zijn dolle creaties nog elders heil te vinden is. Bernard en Béchoff, ze blijven nog trouw aan hun echt Fransch ideaal van chique distinctie — Léoutine Talbot en Louison, ze brengen nog altijd modellen die ,,1’élégante de bon aloi” zonder angst genomen te worden voor wat ze niet is, dragen kan. ELLEN FOREST.
PDF
Nummer
1914, nr.16, 15 april 1914
Blad
09
Tekst
WERELD-PANORAMA PRINS FERDINAND VAN ROEMENIË NAAR RUSLAND. Vergezeld van zijn zoon Carol heeft Prins Ferdinand van Roemenië een bezoek gebracht aan den Tsaar van Rusland. Dit bezoek moet in verband staan met huwelijksplannen van Prins Carol met een der dochters van den Tsaar. Hierboven de aankomst te St.-Petersbug. (foto Bulla Trampus). DE REIS VAN DEN DUITSCHEN KEIZER. De Duitsche Keizer, die, zooals men weet, een reisje heeft gemaakt naar Korfoe, heeft ook een bezoek gebracht aan Venetië. Wij geven hierboven een foto van de aankomst van Keizer Wilhelm in de gondelstad. ÖÊ MEETING IN HET HYDE PARK. De vorige week is in het Hydè Park een meeting gehouden door de Ulstermannen waar staatslieden als Carson, Balfour en andere nog eens gewezen hebben op het ernstige van den toestand. Wij geven hierboven een foto waarop men „Koning” Carson op het platform ziet staan, de reusachtige menigte toesprekende. VOTES FOR WOMEN. Bij de Ulster-meeting zijn enkele leidsters van de suffragettes op het platform geklommen en wilden de menigte toespreken, wat hun door de politie werd belet. Op bovenstaande foto ziet men,,Generaal” Drummond door de politie wegvoeren. GROOTE AARDBEVING IN JAPAN. Wederom is Japan geteisterd, eerst door een uitbarsting van een vulkaan, nu door een verschrikkelijke aardbeving, waardoor de huizen totaal zijn vernield en vele menschen zijn omgekomen. Uit bovenstaande foto uit Akita spreekt voldoende, hoe groot de ellende is. PROF. HUBERT HERKOMER t die te Devonshire op 65 - jarigen leeftijd is overleden. Bovenstaande foto is genomen naar een door hem zelf vervaardigde lithographie. EEN CONCOURS VAN BÉBÉ’S. Onder de auspiciën van het Dagblad „Petite Mère” is er te Parijs een concours van bébé’s gehouden. Dit concours heeft ’n enorm succes gehad, daar meer dan 1000 Parijsche bébé’s aan de jury getoond werden. Op onze foto ziet men de jury, die bestond uit Dr. Deon en Dr. Dupré, professor aan de Medische faculteit. PRINS PHILIPP VON SACHSEN-KOBURG GOTHA, de senior van het huis Koburg-Gotha, vierde een dezer dagen zijn 70en geboortedag.
PDF
Nummer
1914, nr.16, 15 april 1914
Blad
10
Tekst
EZE tentoonstelling omvat voor het grootste gedeelte portretten, verder interieurs en nog enkele stillevens en studies buiten» Over het algemeen is bij deze portretten in de eerste plaats naar eene goede gelijkenis gestreefd, dus voldaan aan den eersten © PORTRETTEN-TENTOONSTELLING VAN 1. G. VAN CASPEL. KUNSTZAAL V. DELDEN — ROKIN 126 T.O. NED. BANK. AMSTERDAM. © eisch van een goed portret. Ieder dïe zijn portret laat schilderen is er op gesteld, dat het haar of hem weergeeft, mogen we zeggen — zooals de boertjes doen, die bij den schilder staan kijken als hij op hun erf een studie maakt — ,,krèk meneer, ’t is krèk.” Dit nu is voor iemand, die als van Caspel debuteert een groote stap in de goede richting. Bij voortgezette studie, als de gelijkenis voor hem een gegeven is geworden, dat hij gemakkelijk oplost; als hij in zooverre de techniek meester zal zijn, dat zijn blik zich verruimen kan en van den persoon, wiens beeld hem tot studie werd, ook iets afspiegelt het innerlijk leven betreffende, dan zal zijn werk aan rijpheid winnen. I. G. v. Caspel. Portret van Henri Polak. De manier van schilderen is vlot, vooral zijn opmerkingsgave, die hem spoedig kleine bij-omstandigheden doet zien, verleidt hem tot gemakkelijk, we zouden haast zeggen eenigszins oppervlakkig neerschrijven van zijne indrukken. Toch belooft zijn werk voor de toekomst nog menige verrassing. We zouden later vele van dergelijke Interieurs willen zien, als de artist die luchtig neergezette partijen I. G. v. Caspel ,,Moederweelde”. hooger heeft opgevoerd en zijn kieur door hooge nuanceeringen heeft gebracht tot eene delicate uiting van artistieke waarneming. En dat kunnen we van den artist, die met veel talent sommige doeken vervaardigde, verwachten. E. Y. ONZE NIEUWE WEDSTRIJD. ET is lente! In heel de natuur ontluikt het jonge leven. Straks tooien zich de boomen met bloesem en trekken weide en veld weder het bloemenkleed aan. En de mensch, die, de lange wintermaanden door, op deze lentevreugd gewacht heeft, snelt naar buiten om nieuwe levenssappen op te doen, de jaarlijksche verjongingskuur door te maken. Daar komen prachtige brokken natuur waar te nemen, al dan niet gestoffeerd, voor wie met de camera gewapend er op uit trek,t. Wij openen dus een w'edstrijd in het maken van - NATUUR-OPNAMEN. - De deelneming staat open aan iedereen, beroepsfotografen zoowel als liefhebbers. De foto’s moeten uitmunten door scherpte, afwerking en goeden smaak. Zij mogen van elke grootte zijn, doch bij voorkeur niet te klein. Liefst bezige men voor het afdrukken ook geen linnen-papier of eenige andere papiersoort die een zoogenaamde korrel-heeft. De opnamen moeten nieuw zijn. Reeds vroeger gereproduceerde of in den handel gebrachte foto’s zijn van mededinging uitgesloten. De Uitgevers van „Panorama” verwerven het auteursrecht van de met den len prijs en de 2e prijzen bekroonde opnamen en hebben recht op de negatieven daarvan, die op aanvraag moeten worden toegezonden. Dit auteursrecht betreft niet enkel de openbaarmaking in „Panorama”, doch ook andere doeleinden. Voor niet bekroonde opnamen zal bij plaatsing in „Panorama” het gebruikelijk honorarium worden betaald. De Wedstrijd is opengesteld tot 1 Juni a. s. Inzendingen moeten, goed verpakt, worden gericht aan: Redactie „Panorama”, Leiden, terwijl op de buitenzijde het woord: „Wedstrijd” duidelijk moet worden aangebracht. Bij elke inzending voege men een duidelijk adres van den inzender en bij elke foto een duidelijke aanwijzing van de voorstelling. — PRIJZEN. = De eerste prijs bedraagt ƒ30.—. Er zijn 2 tweede prijzen elk ten bedrage van ƒ15.—. Voorts worden nog 2 derde prijzen uitgeloofd van elk ƒ7.50 en 5 vierde prijzen van elk ƒ5.—. Wij dringen er ten zeerste op aan, met het oog op het mogelijk maken van een snelle beoordeeling, dat men met de inzending niet wachte tot den laatsten dag. Later dan 31 Mei a. s. ontvangen inzendingen blijven buiten beoordeeling.
PDF
Nummer
1914, nr.16, 15 april 1914
Blad
11
Tekst
| HET VOORJAAR EN DE HEERENMODE | IJN praatje over heerenmode heeft succes gehad. Er zijn onder deheerenlezers van Panorama velen (waarlijk, ik heb er nooit aan getwijfeld) die zich geen ,,vervelende kwast’ vinden wanneer zij zorg aan hun uiterlijk besteden, door acht te slaan op snit en soort bij hun kleeding. Er zijn in werkelijkheid nog te veel mannen, vooral in ons landje, die zich ervoor schamen, wanneer zij zulks doen. Alsof de kleêren niet den man maken! Wanneer de seizoenen wisselen, ^niet wanneer de kalender het gelieft te decreteeren) dan gaan wij behoefte gevoelen om bij onzen kleermaker aan te loopen. Wij praten met hem over een zomercostuum, een nieuwe overjas, sportkleeding, al naar gelang onze behoefte is en ... onze beurs. Of we wandelen naar een confectie-magazijn, laten ons voorleggen wat daar gereed is gemaakt en verheugen ons in het feit dat die confectie zich aldoor zeker en almaar beter aan onze eischen aanpast en niet alleen aan onze eischen, maar aan onze edele vormen evenzeer. Maar vqor wij dat doen, moet Panorama met zijn mededeelingen komen, zoodat wij weten waarop wij te letten en waarover wij te praten hebben. Al te angstige naturen bezorg ik met dit voórjaarspraatje geen kippenvel. Integendeel. Zij zullen intens verheugd zijn wanneer zij hooren, dat ook dit seizoen de heerenmode geen wereldomverwerpende veranderingen in de heerengarderobe voorschrijft en zij dus niet met de hand in het haar behoeven te zitten over de vraag w’at zij met af hun oude kleeding zullen doen. . * * * Ik laat bijzonderheden volgen. * Bij de overjas teekent zich de rugnaad tot aan de taille al, zonder nog het effect van een gekleede jas te geven. De paletot wordt niet al te wijd gedragen; twee zijnaden loopen van de taille naar beneden. De revers tamelijk diep, de arm van onder omgeslagen, rechte zakken, knoopen bedekt. Een door Men s Wear gebracht model heeft bijgaand afgebeelden vorm. Een deel dezer modellen vertoont opslagen op den arm, doch schijnt deze mode niet algemeen te zullen worden. De gekleede jas gaat weer met den cutaway (vooral diep ingesneden revers, rond, met een vest van onder rondgesneden, dat van boven even te zien komt) concureeren. Men maakt de modellen wat eleganter. Het bevreemdt mij niets dat dit kleedingstuk inde mode terugkomt. De in een vorig n°- aangekondigde spitsomgeslagen boorden-dracht is. er door. Hiernevens een plaatje uit de „Clothier and Furnisher om aan te toonen hoe dit model gedragen wordt, ajourbewerkte sok voor heerendracht I In de „Herrenmode”, het aardige vakblad voor de heerenkleeding. Voor ons Hollanders is een nieuwe jas, die in Engeland opgang schijnt te vinden van beteekenis. Men draagt bij regenweer over de overjas een heel dunne waterdichte stof zoo dun dat men er den vorm en de kleur doorheen ziet en bij verandering van getij de regenbedekking in zijn zak kan steken. Daar is wat voor te zeggen, vindt ge niet? Om u de hoedenmode onder de oogen te brengen knipte ik uit de Dry Good Economist een paar modellen van stroohoeden en uit Men s Wear het nieuwe model „dop’hoed uit zijden peluche gemaakt. Voorspellen is een gewaagde liefhebberij, doch ik geloof niet al te veel te zeggen, wanneer ik beweer, dat dit model en zeker deze stofin Holland niet al te veel opgang zullen vinden! De slappe hoed hierbij gereproduceerd bevalt mij als model beter, dat losse lint geeft aan het model iets vlugs en dat hebben wij bij deze hoeden noodig. De hooge hoed dat mij aan verschillende gegevens hielp, vond ik een model van een dassen - bevestiger dat mij practisch leek; het is een band met veer die onder om de das wordt gelegd en van achter een schuifje heeft om aan het hemdsknoopje te bevestigen. Vooral bij sportkleeding lijkt mij dit een goede en bruikbare vinding die volgens het blad uit Amerika wordt geïmporteerd. Het colbert is wat onze oostelijke naburen zoo grappig pakkend noemen, „die grosze Mode . Er wordt van alle zijden gestreefd om er iets bijzonders van te maken. Als modekleur wordt groen genoemd, ook ruiten waarin bruin, zwart en wit domineeren. Men heeft wat het getal der knoopen betreft de keuze. Er worden van een tot zes knoopen gedragen. Het model dat als t meest elegante door de vaklieden wordt geprezen is met één rij van drie knoopen. Niet alleen bij den colbert, doch ook bij den morningcoat (cutaway) zijn de revers rondgesneden. Bij den heel donkeren, naar het zwart overgaand aan de heupen nauwsluitende colbert wordt een lichtgrijze broek gedragen. zal ook dezen zomer als gekleed veel gedragen worden, ook met den cutaway. Uit een advertentie van een hoedenfabrikant knipte ik bijgaand model, terwijl de Dry Good Economist mij aan een model van een „ajour ’ - sok hielp. Een beetje erg „fatterig” zoo n Wanneer nu bij al die mooie voorjaars-nieuwigheden het zonnetje niet wegschuilt dan is er een kansje dat de „man zijn veroveringstocht met succes kan beginnen. De lente, de tijd van liefde en nieuwe minnebanden, is aangebroken. L.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 676 tot 680 van 11897