Panorama

Blad 
 van 2380
Records 681 tot 685 van 11897
Nummer
1914, nr.16, 15 april 1914
Blad
12
Tekst
HET R.K. ZIEKENHUIS TE ENSCHEDE. Den 2en April is te Enschede het R.K. Ziekenhuis geopend, van welk gebouw wij hierbij een foto geven. N elk geval vind ik liegen getuigen van lafheid^ vooral bij een man, dèt is mijn opinie,” en een korte, energieke knik met het mooie hoofd van Mrs. Versey bekrachtigde deze, hare woorden. ,,Ach, wie kan er zich tegenwoordig op beroemen steeds rond voor de waarheid uit te komen,” bracht de flegmatieke Mi. Steer hiertegen in. ,,Ik voor mij geloof niet, dat er nog menschen zijn, die onder alle omstandigheden van ’t leven de waarheid en niets dan de waarheid durven zeggen.” Mrs. Versey keek uitdagend het gezelschap, dien avond in haar salon bijeengekomen, rond, doch niemand wierp zich als kampvechter voor één der partijen op. Ze wendde zich dus zelf naar Mr. Steer. ,,Ik weet dan toch beslist, sir, dat mijn lieve man” en een droeve trek kwam op haar gelaat, toen zij over haar echtgenoot sprak, ,,nooit of te nimmer tot een leugen zijn toevlucht heeft genomen. Dat te denken ware een smet op zijn nagedachtenis werpen.” „Ik twijfel er geen oogenblik aan, lieve mevrouw, maar uw echtgenoot was een uitzondering op den regel, dat weten allen van ons, die de eer gehad hebben hem te kennen.” „Wat is uw opinie, kapitein Grange, ik geloof, dat u dan ook tot die uitzonderingen behoort, waarover Mr. Steer daareven sprak,” zei de gastvrouw tot een oud militair, die met aandacht het gesprek had gevolgd. „Wat zal ik zeggen, mevrouw,” en zijn eerlijke, staalblauwe oogen rustten op haar rhet een raadselachtige uitdrukking, „ik ben het zeker met Mr. Steer eens, dat het in ’t leven vaak heel, heel moeilijk is, zelfs voor een man. een eerlijk man, de waarheid te spreken. Ik weet dat bij ondervinding en als het u allen interesseert de geschiedenis, aan die ondervinding verbonden, re hooren, wil ik ze graag vertellen.” Oogenblikkelijk waren allen een en al aandacht, want kapitein Grange kón vertellen en toen het gansche gezelschap zich tot een gezellige groep om hem heen verzameld had, begon hij de ontroerende episode uit zijn krijgsmansleven: „De geschiedenis dateert uit den tijd van den Opstand. Nog één maand en de dag, waarnaar ik zoo reikhalzend had uitgezien was daar, de dag, waarop ik naar het Moederland zou terugkeeren. Toen brak die vervloekte Opstand uit onder de .Symoas, den bloeddorstigsten stam in de nabijheid van ons bouwvallige fort te Gyzon en ik heb dien laatsten maand vaak gedacht, dat ik „Old England” nooit zou terugzien. We waren met ons dtieen-zestigen, vijftig Engelschen en dertien trouwe Sheiks en we maakten in den korten tijd van drie uren ons oude fort zoo weerbaar mogelijk. Majoor Grave had ons in een heel korte, kernachtige toespraak op het binnenplein duidelijk gemaakt, dat een wanhopige verdediging DAMES-HOCKEY OP HET IJS. Hierboven een foto van de Brusselschè Ladies-ice-hoc.keyclub, die bij de laatstgehouden wedstrijden het kampioenschap heeft behaald. onze eenige hoop op redding in zich sloot en we waren allen besloten ons leven zoo duur mogelijk te verkoopen. Ik wist echter, doch ik wist het ook maar alleen, dat zich onder ons mannen een lafaard bevond. Toevallig kende ik hem nog uit mijn schooljaren, den jongen Gobbins, en hij was steeds een lafaard en gluiper geweest. Te dom of te lui voor eenige burgerlijke betrekking, dacht hij, dat men in dienst zijn hoofd niet behoefde te gebruiken of zijn luiheid kon botvieren; om kort te gaan, hij teekende, doch had op overplaatsing, zóó ver van de beschaafde wereld niet gerekend. Ik besloot hem streng in ’t oog te houden. Nauwelijks hadden wij onze voorbereidende maatregelen genomen of we zagen op eenige mijlen afstand de zwarte duivels naderen en laat in den namiddag van denzelfden dag waren we omsloten door een cordon, dat geen drie-en-zestig man, wie het ook waren, zouden kunnen verbreken. We bemerkten al heel spoedig, dat ze ons wilden doodhongeren; ze voorkwamen op die wijze verlies aan strijdkrachten en een bode naar het naaste fort, dat twee dagen rijden verwijderd was, konden we volgens hen niet zenden, daar niemand het fort kon verlaten zonder hun aandacht te trekken. Zij hadden echter niet gerekend op onzen nooduitgang, die slechts aan de bezetting van het fort bekend was en bestond uit een volkomen door struikgewas verborgen poortje, juist hoog genoeg om een man op handen en voeten doorgang te verleenen. Daarop bouwde onze oude majoor zijn plan, toen hij een bode uitzond om hulp te halen in het naaste fort. Een paard mede te nemen was ondenkbaar; we zouden het niet buiten den muur kunnen brengen zonder opgemerkt te worden, want de inboorlingen waakten als bloedhonden. Ongelukkigerwijze koos de majoor den jongen Gobbins voor deze zware taak. Het was een taak waarbij een sterke man al zijn zenuwen en krachten zou noodig hebben en de jonge Gobbins was op ’t oog een krachtig man. Wat kon ik doen ? Sprekende bewijzen van zijn lafhartigheid had ik niet en voor beschuldigingen, onder omstandigheden als de onze, waren wel degelijk gegronde bewijzen noodig. Dwars door de vijandelijke linie en daarna minstens vier dagen loopen langs ongebaande wegen. O, hoe wenschte ik, dat de majoor Gobbins had zien verbleeken, toen hij het bericht van den Opstand vernam en welk een gevaarlijk licht er in zijn oogen kwam toen hem zijn opdracht werd gemeld. Ik verdubbelde mijn waakzaamheid en verloor Gobbins geen minuut uit het oog vanaf den middag, dat hij de order had ontvangen tot op den avond, dat hij vertrekken zou. Volgens onze berekening hadden we nog een dag of tien levensmiddelen, wanneer we het tenminste zuinig aanlegden en in ’t gunstigste geval kon er in zes a zeven dagen hulp zijn. De Symoas hadden drie stukken geschut van licht kaliber, die we duidelijk konden waarnemen. Wie ze hun geleverd heeft is mij tot op heden een raadsel gebleven. Ze wisten ze ook wel te bedienen, maar durfden ze niet naar voren brengen. Hunne eerste poging daartoe kostte hun namelijk een tiental kanonniers. De avond viel. De regen sloeg door de vinnige windvlagen tegen de ruiten van het wachthuis en de duisternis daarbuiten zou binnen het uur ondoordringbaar zijn. Gobbins wachtte. Zijn bleek gelaat was kalm, alsof hij een vast plan uitwerkte en toen het oogenblik gekomen was drukte hij aan allen de hand en verdween zwijgend in de richting van de sluippoort. De duisternis was echter niet alleen hem, doch ook mij gunstig, want geen drie meter achter hem volgde ik en eenige seconden nadat het poortje achter hem gegrendeld was, ontsloot ik het en was weer in zijn nabijheid, wat ik afleidde uit het geluid van brekende takjes en twijgen. De weg door het struikgewas kon nog minstens een kwartier worden gevolgd en we konden de kampvuren der Symoas, die thans zóó nabij waren, dat ik de gestalten daaromheen duidelijk kon onderscheiden, rechts van ons laten liggen. Inplaats daarvan echter bemerkte ik, dat Gobbins een andere richting was ingeslagen en een oogenblik daarna zag ik zijn gestalte boven de struiken zich oprichten en met groote sprongen het vuur naderen. Tegelijkertijd stiet hij een waarschuwenden kreet uit en zwaaide een witten doek boven het hoofd, waarvan de halve wilden waarschijnlijk niet eens de beteekenis bebegrepen. Één seconde en mijn revolver was op hem aangelegd, het schot knalde, doch de woede maakte mijn hand onvast en ik miste. Toen was hij buiten schot. De om het vuur zittende wilden sprongen op, verrast door den kreet en den knal van den revolver en bleven in afwachtende houding staan, tot Gobbins genaderd was. Ze dachten waarschijnlijk, dat ook hi. het schot had gelost, doch een oogenblik later had hij hen blijkbaar ingelicht en de geheele bende stormde naar het struikgewas. Ik had de sluippoort echter al bijna bereikt en was na enkele minuten in veiligheid. Wat Gobbins’ plan was zijn we nooit te weten gekomen, hij wilde óf om zijn eigen leven te redden de Symoas door het poortje toegang verleenen, óf onze strijdkrachten en zwakke punten aan den vijand verraden. Het eerste plan was reeds verijdeld, het andere konden wij hem niet beletten. De woede van de kameraden te beschrijven toen zij het verraad vernamen ligt niet in mijn macht, maar ware hij op dat oogenblik in ons midden geweest, hij zou de Engelsche soldaten voor bloedhonden hebben gescholden. Intusschen bemerkten wij reeds den volgenden dag, dat de vijand aanwijzingen ontving, want volgens alle regelen der kunst brachten zij hunne kanonnen in verdekte stelling naar voren en wierpen, zij het ook ten koste van veel menschenlevens, aarden wallen op. Thans hadden ze vrij schot op den ouden muur, die dan ook niet lang weerstand bood, en na een klein uur een bres vertoonde van een paar meter breedte. We hadden ons allen, nu nog slechts een dertig man sterk, op dit zwakke punt verzameld en waren besloten ons tot het uiterste te verdedigen en daarna als mannen te sterven. Afs een zwarte golf rolde de massa op ons aan. Kalm richtten wij en elk van ons trof zijn man. Tot tweemaal toe sloegen wij den aanval af. Onze gelederen dunden zichtbaar. De derde aanval was voor hen beslissend. Wij trokken ons terug op het fort. Binnen enkele oogenblikken werd de zware poort met boomstammen ingeloopen, doch een salvo deed de wilden nogmaals terugdeinzen. We
PDF
Nummer
1914, nr.16, 15 april 1914
Blad
13
Tekst
PANORAMA wisten, dat dit het laatste was, dat niets ons meer wachtte dan een soldatendood. We retireerden naar de zoogenaamde eetzaal, de deur daarvan was namelijk het stevigst, en wachtten, thans nog met ons zeven Engelschen en twee Sheiks tot ook deze deur zou bezwijken. Lang duurde dit wachten niet. Na enkele vergeefsche pogingen sprong zij open en zagen we in de van woede vertrokken gelaatstrekken der vijanden. Ze stieten een vreugdegehuil uit, dat niets menschelijks meer had, toen ze het armzalig overschot van de fortbezetting in ’t oog kregen. We wachtten ze op met onze slagsabels in de vuist; onze ammunitie was verschoten. Ik zag den majoor vallen, hij stierf als een held; ik zag twee kameraden sneuvelen, toen voelde ik een duizelenden slag op het hoofd; alles werd bloedrood, toen zwart voor mijn oogen. Ik dacht dat dit de dood was.... Toen ik mijn oogen opsloeg bogen zich gestalten in de bekende uniformen van mijn kameraden over mij heen. Wazig meende ik er in de verte meerdere te onderscheiden, toen verdween alles weer in een nevel. Den volgenden dag voelde ik mij echter al veel beter. Ik vernam, dat, helaas voor bijna allen te laat,, toch hulp van het fort was komen opdagen. Men scheen daar toch op de een of andere wijze van onze hachelijke positie bericht ontvangen te hebben. Ook vertelde 'men mij, dat deSymoas op hun vlucht waarschijnlijk geen tijd hadden gehad een krijgsgevangene te vermoorden, doch hem eenvoudig aan een boom hadden gebonden, zoodat hij gemakkelijk door de soldaten kon worden bevrijd. Ik begreep, dat dit Gobbins moest zijn en tevens begreep ik, dat de Symoas hem met opzet ongedeerd hadden gelaten, wel wetend welk lot hem wachtte, wanneer hij in onze handen viel. „Hoe is de naam van dien krijgsgevangene?” vroeg ik gretig. ,,Gobbins.’’ „Laat dien man onmiddellijk arresteeren. Vlug! Op mijn verantwoording!” Het gewicht, dat ik in mijn woorden wist te leggen scheen zijn uitwerking niet te missen, want na een kort bevel verwijderden zich twee mannen en verschenen na een oogenblik met den lijkbleeken Gobbins, vergezeld door een mij onbekend majoör. Bij deze episode wil ik niet lang stilstaan, ze is te pijnlijk. Gobbins bekende alles. Nóg zie ik hem, sidderend van het hoofd tot de voeten, voor het front komen. De knoopen van zijn uniform waren afgerukt. Twaalf scherpschutters namen hem in hun midden en na een oogenblik hoorden we den knal. Er was een verrader minder op de wereld.... Een sergeant bracht mij een brief. ,,De lafaard verzocht mij U dezen brief te geven en U te vragen hem te bezorgen omdat U toch naar het vaderland en naar de plaats gaat-, waar hij woonde.” Ik nam hem met tegenzin aan. „Aan mijn lieve Ouders”, las ik. Ik werd dus verondersteld den brief persoonlijk af te geven. Toch werd mijn hart eenigszins verteederd. Ik kende zijn ouders van vroeger jaren. Ik besloot den brief te bezorgen. * * * Acht weken later liep ik op den vriendelijken landweg, die het dorp, waar Gobbins’ ouders woonden, en het onze, met elkaar verbond. Ik zou niets vertellen; alleen den brief afgeven en dan weggaan, zoo had ik bij mijzelf besloten. De beide oudjes woonden op een kleine villa en zijn oude moeder zelf deed mij open. Ik begreep niet hoe zulk een lafaard zoo een lieve moeder hebben kon! „O, Dick,” zei de oude dame, ze herkende mij direct van vroeger/ bovendien wist de geheele naaste omgeving, dat ik was thuisgekomen, zooals dergelijke dingen altijd bekend zijn op het platte land. „O Dick,” zei ze, „ik weet dat Charly dood is,” en groote tranen welden in haar oude oogen, ,,en jij was ook daar, o, toe, vertel mij alles, Dick, alles.” „Hier is een brief, mevrouw, hij vroeg me of ik dien bezorgen wilde,” antwoordde ik kort. Ze was naar binnen gegaan en ik volgde haar schoorvoetend, op haar verzoek. Ik had waarachtig medelijden met het arme moedertje. Ze las den brief en zonk zwaar in een armstoel neer, waar ze zacht snikkend zitten bleef, het gelaat in de handen verborgen. De brief viel op den grond en daar ik veronderstelde, dat het een vaarwel was, las ik hem. Hij was niet lang: „Lieve Ouders, Wanneer U dezen brief leest zal ik dood zijn Dit was mijn eenige uitweg. Ik heb u veel verdriet en zorg berokkend. Vergeef het Uw eenigen zoon. Ik weet niet hoe mijn dood zijn zal. doch ik hoop den moed te vinden om te sterven als een dapper soldaat. Ik omhels U beiden. Uw Charley.” Het was een kinderlijke brief en ik ontroerde er van tot in het diepst van mijn hart. .„O jongen, dacht ik, waarom heb je dan dien moed niet gevonden? Waarom hèb je jezelf zoo ellendig laf gedragen?” De oude dame bemerkte, dat ik onder den indruk was en zag mij met haar door tranen benevelde oogen zóó in-treurig aan, dat ik, door medelijden bewogen, haar hand vatte en die zacht drukte. We hoorden plotseling schreden op het grintpad, de deur werd geopend en de oude vader Gobbins zag met bevreemding zijn vrouw en mij aan. „Dag Mr. Grange,” zeide hij, mij eveneens onmiddellijk herkennend. „U heeft zeker bijzonderheden over den dood van onzen Charley aan mijn vrouw verteld? Vóór twee weken vonden we hem gemeld op de lijsten der gesneuvelden.” „Neen,William,” antwoordde zijn vrouw zacht, „mijnheer Grange heeft nog niets van onzen held verteld; maar U wilt het wel doen, nietwaar?” vroeg ze mij met een smeekende uitdrukking op haar lief gerimpeld gelaat. „Is hij gestorven als een dapper soldaat?” vroeg de oude man gretig en ik zag in hunne oogen, dat een verhaal van den juisten toedracht hun dood zijn zou. Ik kon het voor God en mijn geweten niet verantwoorden den weg naar het graf voor die beide oudjes zóó moeilijk te maken en toen........... plotseling wendde de oude verteller zich tot onze gastvrouw, „toen Mrs. Versey, heb ik gelogen! Ik heb verteld, dat hij gestorven was als een held vechtend, tot het laatste toe, als een tijger; ik weet niet wat ik nog meer verteld heb, maar ’t was één groote leugen, mijn gansche verhaal aan die beide gretig luisterende oudjes. Ze knikten elkaar toe en door de tranen in hunne oogen zag ik glinsterenden trots over hun eénigen, dapperen jongen, waarvan ze wel veel ver driet hadden beleefd, maar die het nu toch we» > goed had gemaakt.... Toen ik den landweg terug ging naar ons dorp, had ik geen berouw, dat ik gelogen had en zoolang ik die twee oude, trotsche gezichten voor mij zie, waarop het verdriet werd afgewisseld en ten laatste overwonnen door den trots, zoolang zal ik nooit berouw hebben, en die twee oudjes zal ik voor mij zien, mijn gansche leven. Dit is de eenvoudige, ware geschiedenis,” besloot kapitein Grange. „Kunt U mij de groote leugen van mijn leven vergeven, Mrs. Versey?” vroeg de kapitein. „Ik beschouw mijzelf nog als man van eer!” Haar oogen stonden vol tranen en ze reikte den ouden militair haar beide handen. De leidende personen van den Veldtocht. UIT ALBANIË Het is in Albanië nog verre van rustig en het is den nieuwen vorst ondanks de hulp van Essad Pacha nog niet gelukt de zoo gevreesde Epiroten te overmeesteren. Integendeel, indien de berichten waarheid bevatten, zijn de Epiroten aan de winnende hand; alle troepen zijn daarom gemobiliseerd en de taak voor onze Nederlandsche officieren is verre van gemakkelijk. Naar de laatste berichten verluiden zijn noch de mogendheden van den Driebond noch die der Triple Entente geneigd in deze Epirotische kwestie.afzonderlijk tusschenbeide te komen. De mogelijkheid bestaat, dat zij zich onderling zullen verstaan, waarna zij gemeenschappelijk zullen optreden. Op onze eerste foto zien wij kolonel de Veer en kapitein Thomson in gesprek met Essad Pacha. Albaneesche Vrijwilligers. De gevangengenomen Ernin Reschid met zijn manschappen. Albaneesche vrijwilligers op weg van Durazzo naar Valona.
PDF
Nummer
1914, nr.16, 15 april 1914
Blad
14
Tekst
LIBERTYs TASSCHEN VAN STERK SUEDELEER IN BRUIN,GRIJS* GROEN 25 BIJ 18 % IN BRUIN & GROEN 22 BIJ 10 c/m IN BRUIN, GRIJS & GROEN 21 BIJ 21 % Fl. 3.90 Fl.2.75 upra Costuums Confectie, doch volmaakte pasvorm. SUPRA COSTUUMS geven den drager dat onbeschrijfbare stempel van gratie en houding, waaraan men terstond den correcten man herkent. _-.5__.195 SUPRA COSTUUMS vernietigen elk vroeger vooroordeel tegen confectie en het bewonderenswaardige systeem, waarop ze vervaardigd worden, verzekeren een onberispelijken pasvorm voor elk figuur. :: :: Men lette o.a. op de breede belegsels, de prima voering en de verdere duurzame wijze van bewerking. Zichtzendingen door het geheele land. EENIGE VERTEGENWOORDIGERS IN NEDERLAND METZ&CO LEIDSCH ESTRAAT AMSTERDAM EN HOOGSTRAAT 10 ’s GRAVEN HAGE L ROTTERDAM - AMSTERDAM - DEN HAAG UTRECHT - HAARLEM. AAN DEN RAND VAN DEN AFGROND ------------------------ DOOR FRANK H SHAW ------------------------ ■AAR ik durf niet te gaan,” zei Mevrouw i Maxwell, terwijl ze een beetje huiverde bij de ! gedachte. „Is het daar niet verschrikke- : lijk ?” Haar echtgenoot, een grooteen luchti hartige man, kapitein Maxwell van teShining Light, lachte. ..Welneen — heelemaal niet, beste kind. Integendeel, je zult er een heel gewoon soort van hol vinden, niet overmatig zindelijk; maar wat gevaar betreft —” „Ik dacht heelemaal niet aan het gevaar, Jack. Maar om menschen te zien — menschelijke wezens — die gedaald zijn tot het pijl van redelooze dieren, verslaafd als zij zijn aan dat vreeselijke, schandelijke bedwelmende middel!” „Het zijn maar Chineezen, Bessie; en een Chinees is geen werkelijk menseb. Kom, je kunt niet naar huis gaan en vertellen, dat je in China geweest, bent en geen opiumkit gezien hebt.” „Neen; ik geloof niet, dat ik dat doen kan. Zij verwachten natuurlijk een volledige beschrijving van alles. Ja, ik zal meegaan, beste; maar ik hoop, dat het niet te afschuwelijk zal zijn.” Haar echtgenoot verzekerde haar lachend, dat zij niet bang hoefde te zijn, en hun besluit was dus genomen. De Shining Light had nu iets langer dan een jaar de golven van drie groote oceanen doorkliefd; en Mevrouw Maxwell, die getrouwd was, den dag, voordat de reis begon, had nog niet genoeg van de wonderen van de zee. Zij hield van haar ontelbare wisselende stemmingen; haar stem spoorde haar hart tot dapperheid aan, zelfs wanneer hevige stormen op haar uitgestrekte oppervlakte woedden; de lange, tropische nachten vervulden haar met een rijkdom van liefde voor haar grooten en dapperen echtgenoot. Zij deden heel veel ondervindingen op, terwijl het schip van de eene streek naar de andere voer : van Kaapstad naar Mauritius, van Mauritius naar Australië, daarvandaan naar Chili; maar nu had het schip een haven bereikt, die heel veel aantrekkelijks beloofde en hierin ook niet teleurstelde. Het meisje — meer was het niet — had genoten van de vreemde klanken en haar oogen hadden zich verlustigd aan nog vreemder tafereelen; de geheimzinnige wonderlijkheid van het Oosten greep haar aan, en vervulde haar met ontzag. „We zullen vanavond gaan,” zei Maxwell. „We moeten het ijzer smeden, terwijl het heet is. Je zult pleizier hebben op dien tocht; slechts weinig vrouwen komen in de gelegenheid om een echte opiumkit te bezoeken, en als de oude Ah Too niet een beetje verplichting aan mij had, dan geloof ik niet, dat het ons toegestaan zou worden er te komen.” Bessie Maxwe/1 probeerde er erg verheugd uit te zien, maar dit mislukte haar.volkomen. Zij zou veel liever het voorgenomen uitstapje niet meegemaakt hebben; maar zij wilde den man, die haar een nieuwen hemel en een nieuwe aarde verschaft had, niet zoo teleurstellen. „Ben je niet blij, dat de eigenaars je toestaan om te komen?” vroeg haar echtgenoot verliefd. „Zij maken niet dikwijls een uitzondering op den regel, dat vrouwen geen toegang hebben. Ik heb nooit geweten, dat het varen zoo prettig was, als het gebleken is te zijn, lieveling.” Zij waren nog verliefd genoeg op elkaar om deze verzekering met een kus te bezegelen. „Ik begrijp niet, hoe ik het zoo lang heb kunnen uithouden, zonder getrouwd te zijn.” zei Maxwell op gelukkigen toon. „Ik houd toch zoo veel van je, Bess; en er is niets in de wereld, dat ik niet voor je zou willen doen, niets.” „Dat beweer je; dat heb je al dikwijls beweerd. Ik zou wel eens willen weten, of je het doen zoudt, als ik je eens vroeg, iets groots voor mij te doen,” fluisterde zij, terwijl ze naar hem opkeek. „Natuurlijk zou ik het doen, behalve als je vroeg, of ik het varen wou opgeven. Dat kan ik niet doen. Dat beteekent heel wat voor mij, de zee; en dat weet je evengoed als ik.” „De zee beteekent voor mij ook heel wat, Jack. Tenminste zoolang wij samen op zee kunnen blijven. Neen; ik wil je niet vragen haar op te geven, zoolang ik met je mee kan blijven gaan: maar als ik eens heel graag iets zou willen — heel graag?’* „Dan heb je er slechts om te vragen, liefste. Alles, zelfs de helft van mijn koninkrijk, dat niet erg uitgestrekt is, want ik kan het met mijn twee handen omvatten.” En hij sloeg zijn arm dicht om haar middel. Zij maakten een grapje van de zaak, want het leven was een lange, blijde droom voor hen. Het schip had meestal gevaren door wateren, die door de zon beschenen werden; zij hadden geen last met de bemanning gehad; alles was zoo voorspoedig gegaan, als het op zee maar eenigszins gaan kan; met juist genoeg kans van gevaar, om het paar nog nauwer aan elkaar te verbinden. Het was een donkere avond, toen zij in de Chineesche haven aan land gingen; en Bess Maxwell drong zich dicht tegen haar echtgenoot aan, terwijl stille, geheimzinnige gedaanten haar voorbij gingen op de niet verlichte wegen die liepen van Dockland naar het hart van de rumoerige stad. Zij hadden zonderlinge streken van de stad bezocht; zij hadden haar gezien in het voile licht van een zomermaan, bont, onzindelijk, maar toch schiiderachtig en zij hadden zich afgevraagd, wat er achter de geheimzinnige gezichten van de bewoners schuilde. Zij hadden tezamen een Chineesch theater bezocht, zij hadden een uitstapje op de rivier gemaakt in tooverachtige bootjes; zij hadden de wonderlijkste dansen gezien; in één woord, zij hadden alle bezienswaardigheden gezien en nu gingen zij de laatste groote merkwaardigheid zien. Maxwell hield stil bij een klein winkeltje, daf er uitzag als dat van een handelaar in curiositeiten, en riep luid den naam Ah Too. Een oude bewoner van het Hemelsche Rijk kwam buigend naar hem toe; zijn gezicht was even scherp van lijnen als dat van zijn ivoren poppetjes. „Wel, Ah Too, krijgen we nu het opiumschuiven te zien ? Mijn vrouw is met mij meegekomen en wij zouden graag alles ervan willen zien, zoolang het tenminste niet stuitend is.” „Ik zal u allemaal goede dingen laten zien,” zei Ah Too. „Kom maar met mij mee, kapitein Maxwell, ik zal u een heele massa van het opiumschuiven laten zien.” Zij volgden hem door allerlei vreemde gangen, waar het naar rottende planten rook, langs zonderlinge, geheimzinnige huizen, waar nooit eenig licht te zien was, tot zij aan een vuile straat kwamen, vuiler nog dan de andere, waar een dof gemompel van menschelijke stemmen Bessie herinnerde aan den ouden boomgaard thuis, waar de bijenkorven stonden. Zij drong zich dicht tegen Maxwell’s arm aan, terwijl vermomde gedaanten geruischloos langs hen heen slopen; in het diepst van haar hart was zij doodelijk verschrikt en bij iederen ademtocht wenschte zij, dat zij nooit in dezen tocht had toegestemd. „U hoeft niet bang te zijn, er zijn geen slechte menschen hier,” zei Ah Too, terwijl hij aan een deur klopte, die even zacht openging, als men dat in sprookjes leest. Een gezicht, dat sprekend geleek op dat van hun gids, keek naar buiten; er werd een haastig gesprek gewisseld, toen de deur geopend werd. Een vreemde doordringende geur trof den neus van bet meisje voortdurend; het was een bijna ondragelijke, walgelijke lucht; zij moest ervan hoesten; haar oogen vulden zich met tranen. Maxwell trad het eerst binnen — en terwijl hij rondkeek, snoof hij de zware lucht in „Dat is opium,” legde Ah Too uit, „veel menschen rooken het hier; het is hier een goede, groote plaats ervoor; soms neem ik ook een klein pijpje.” Het vertrek verschilde maar weinig van elke andere opiumkit: de bezoekers hadden hetzelfde waas van geheim* zinnigheid, voorzoover ze tenminste wakker waren; dezelfde kale, lage ruimte, hier en daar voorzien van matten; de overblijfselen van de benoodigdheden voor het afschuwelijke genot waren door de kamer verspreid. „Nu moet u goed opletten; zij zullen u laten zien, hoe opium gerookt wordt,” zei hun gids, op de manier van een baas bij een kijkspel. (Wordt vervolgd).
PDF
Nummer
1914, nr.16, 15 april 1914
Blad
15
Tekst
Groeneveld, Ruempol & C°. Telefoonnummers 4827 en 10421. Telegram Adres: Prins Hendrikkade 68. AMSTERDAiM. Electro-Technisch Bureau. VELDRUM. KOPERWERK VAN DE ATELIERS „CUPRERA” s-Gravenhage, Nieuwe Molstraat 6-8. Tel. 826 Corsetten voor verkromming van den rug. D. B. KAGENAAR Jr. N. HEERENGRACHT 15. AMSTERDAM Direct uit Zwitserland Wij hebben de eer U mede te deelen, dat onze nieuwe fabriek met toonzaal en modelkamers einde MAART is geopend Belangstellenden noodigen wij beleefd tot een bezoek uit. Hollandsehe Industrie, eigen ontwerp en fabrikaat. Catalogus E wordt op aanvraag franco toegezonden DE DIRECTIE Pukkels, Bloedvinnen en Pulsten. Glimmen der huid. Roode huid en roode neus. Ter bestrijding hiervan gebruikt men met succes Tevens verfrisschend en aangenaam in het gebruik. Door H.H. Doctoren aanbevolen!! Hoofddepöt: Lab. „SEMIRA”, Amsterdam, Keizersgracht No. 8. PRIJS / 1.50 per flacon. Zwitsersche borduursels worden franco en vry van invoerrechten aan huis geleverd. Japonnen vanaf Blouses vanaf fl. 5.75 fl. 1.95 Kinderjurken vanaf fi. 2.90 Beste kwaliteit Zwitsersch borduursel op batist, voile, crêpon, linnen en op de ailernieuws e soorten zyde. Pary.sche modeplaten met stalen col lectie 69 van borduursels franco op aanvraag Onze geborduurde japonnen en blouses zyn ongemaakt. Knippatronen worden echter by bestelling in elke gewenschte maat geleverd. Safweger&Co. 'Zwitserland^ Eau „Castello” (MOURA - PORTUGAL) Krachtdadig bij lever-, blaasen nierziekten. Zeer versterkend en zuiver voor de Maag. Men kan het enkel gebruiken en wordt een h e e r 1 ij k e drank wanneer men het aanmengt met melk, citroen, Siroop, Wij n, Cognac, Whiskey etc. Generaal- Vert. voor Nederland. N.V. v. h. Henri Sanders 22 Heerengracht, Amsterdam. Depothouder'. Henri Sanders, Apotheker, Rokin 8, Amsterdam. P. 3. VAN PINXTEREN, Tailleur. Keizersgracht 17. AMSTERDAM. Telefoon 6713. A. Abonnement voor één jaar B. f5.50 per maand, bij vooruitbetaling. Een Kostuum, een Demisaison en een Pantalon, óf een Kostuum en Winterjas. f7.50 per maand, bij vooruitbetaling. Een Jacquetkostuum. een Colbertkostuum, een Pantalon en een Fantasie vest of twee kostuums en een Demisaison. De goederen blijven het eigendom van de geabonneerden. Dames-Mantelkostuums dezelfde conditiën. DIT IS NU DE SCHEERZEEP die U noodig hebt; met de ERASMIC zeep kan men zich gemakkelyk en vlug scheren. Daarom is deze zeep in het praktische Engeland dan ook ingeburgerd. Overal verkrygbaara 0.60. loasterbusjes franco tegen mzeadingvas 0.15 Van de allecnüertegenrDoordigers voor Nederland: Firma B. jELNDERSM k, Soeek:den Haag, i 2,CoraehsSpeetmaoslraat Roomboter Schaap& Co. :: NUNSPEET :: AMSTERDAM, v. Woustraaf 12, DEN HAAG, - Frankenslag 312. KUNSTTANDEN EERSTE QUAliTElT MLT 10 JAA« . > . GARANTIE A‘FL.150 PER TAND VASTE PRIJZEN EERSTE MlASATEFK ALLEEN CEINTUURBAAN N? ö5 AMSTERDAM JOH.P. WIJNMAN Stoomboot-Maatschappij „CARSJENS - Leiden :: NAAR DE KAGER- & BRAASSEMERMEREN :: SALONBOOT vertrekt dagelijks 12 uur van Leiden - Terug 4.30 uur AMSTERDAM W.P. AmsterdamW.P. vertr. 8.37 v.m., 1.48 en 4.00 n.m. 3 Verbindingen dagelijk in ruim 3/4 uur ROTTERDAM MAAS op Zonen Feestdagen. Rotterdam M. vertr. 8.30 v.m., 12.00 en 4.00 n.m. AUBRY SISTERS* „Greaseiess Cream” Eene aangename verrassingwacht zelfs de meest verwende vrouw, gezien de plotselinge, aanzienlijke verbetering, die haar teint en gelaatsuitdrukking ondergaat, onmiddellijk na gebruik, van deze beroemde, Amerikaansche MasASTRA SANITAIRE STOFWERENDE VLOEROLIE. Chemische Fabriek „HET GOOI” BUSSUM v.h. Hilversum. sage- en Schoonheidscrème. Bij alle goede Coiffeurs en Parfumeurs. Fl 0,45 p. tube, fl. 1.15 p. pot. Vraagt onze gratis geïll. brochure. „AUBRY SISTERS* AGENCY” Corn. Schuytstr. 2 Amsterdam Telefoon 3403 Z. VOOR ALLE AFWIJKINGEN van den NORMALEN HAARGROEI WENDE MEN ZICH TOT DEN HOFKAPPER JUSTMAN JACOB. ’S-GRAVENHAGE. BROCHURE GRATIS CONSULT fl.- De meest geliefkoosde chocolaad der kinderen is C. Jdfnin’S Lievelingstablet, 10 Cts. per stuk. Verkrijgbaar in de 90 Filialen in Nederland. BANDEN Verkrijgbaar bij iederen Rijwielhandelaar. R. S. STOKVIS&ZONEN Ltd. =ROTTERDAM = 1 CERATI Haarkundige Amsterdam heeft de practijk hervat! „Kijk eens. zuster, daar vliegt geen enkel stofje!” ,,Ja Betje, dat komt omdat de vloeren zijn geolied met „ASTRA”, dit is hygiënisch en gezond. geb!^Vincent/ ZBuitentiavenweg 132 Schieelam -Telefoon Ns 14 Eab^iek van Gcsm : eren Hekken & .SouEDE INSCHUIFHEKKEN OOK ASSMAN & Co. Zuiveraars, KEIZERSGRACHT 320. Int Telef. 4202. AMSTERDAM. DEN HAAG. Bekroond 1878 - 1895 1906 - 1912. GESCHIKT VOOf^AESWlTINq VAN Baikons & - IJVEREN Ve^anDA'S . Kljnstsmeedue^kEN. Allhs EET^TE XVEgJC • HOERA!» Wat een blijdschap: voor 20 Cent 10 Likdoorns en Eeltknobbels kwijt, bij den Drogist G. CHALLA, Leliegracht 44. Amsterdam. Oranjezalf, tegen huiduitslag 47j/2 ct. p. pot. VAN DR. MED. FICHTEL HET PLANTAARDIG POEDER VOOR LIJDERS AAN SUIKERZIEKTEN. Bij suikerziekte heeft het eene verrassende uitwerking zonder strenger diëet. Snelle afname van de afscheiding van suiker. Vermindering van den dorst, verbetering van den algemeenen toestand. Generaal-Vertegenwoordiger voor Nederland: N.V. v. h. HENRI SANDERS, 22 Heerengracht, Amsterdam.
PDF
Nummer
1914, nr.16, 15 april 1914
Blad
16
Tekst
 
PDF
Blad 
 van 2380
Records 681 tot 685 van 11897