Panorama

Blad 
 van 2380
Records 671 tot 675 van 11897
Nummer
1914, nr.16, 15 april 1914
Blad
02
Tekst
Royal Worcester & Bon Ton Corsets. De NIEUWE MODELLEN volgen de natuurlijke lijnen van het lichaam en geven een GRACIEUS, EENVOUDIG FIGUUR zonder weerga. GEGARANDEERD VOOR PASVORM, KWALITEIT EN AFWERKING. De CAW’s VULPENHOUDER IS DE BESTE. Verkrijgbaar bij iederen Boekhandelaar, alle Perry-magazijnen en de Importeurs Blikman & Sartorius, Rokin 17, Amsterdam. NIEUWE MODELLEN in alle prijzen VERKRIJGBAAR IN OE VOLGENDE A’dam, Magaz. „De Bijenkorf”, Damrak. Tel. 6068 en 2639. -- RoyalCorset Store, Kalverstr. 194.Tel 9969. — A la Taille Elegante, Utrechtscbestr.58 T. 3921. Aalten, J. Leerink. Amersfoort, Laurens J. Luycx. Aikmaar,B.W. G. Lienesch. Aimeio, J. C. Heemann. Apeldoorn, Magazijn de Nouveauté’s. Arnhem, A» Bastiaanse. Assen, A. van der Laan. Beverwijk, Wed. J. M. Schippers-Majoor. Bergen-op-Zoom, Derwig v. Genk. Bolsward, B. J. Zantman. Boskoop, Gebr. v. d. Geur. Breda, J. A. Joosen. Burg-Texel, M. Kuip. Bussum, „Au Bon Marché”, K. W. Tobias, Culemborg, „De Kleine Kapel”. Coevorden, Bulthuis— Smeman. Delft, H. Revermann. Deventer, H. & L. Elfrink. Doetinchem, G. Kutten — Hilferink. Dordrecht, C. Hiensch. Ede, A. Kloosterboer. Eindhoven, Gêz. Peeters. Enkhuizen, B. Ph. Frese. Enschedé, A. J. Welier. Goes, N.V. voorh. F. Q.C. den Hollander. Gorinchem, J. A. Polak. Gouda, H. C. Werning. Groningen, CorBet Royal, Héerestraat 104. Den Haag, A. Bastiaanse, Piet Heinstr. 92. Haarlem, F. Wisbrun & Liffmann. Harderwijk,H. DirksenMzn. Harllngen, N, Kruisweg. Heerlen, V. Spaetgens— Verheggen. Heerenveen, J. H. Leefsma. Den Helder, H. Spruit. Helmond, J. A. Hattink. Hengelo (0.), H. H.Bouke. ’s-Hertogenbosch, Taverne & De Meere. Hilversum, A. Vlaanderen. — K. Tbijssen & Co, Hoorn, 8. I. De Vries. Kampen, Magaz. „De Vlijt”, Joh. Kalter. Koog a. d. Zaan,Jb.Carbaat Leeuwarden, A. Joosten & Co. Leiden, Beuzemaker & Co. Lisse, E. Tissing. Lochem, A. van der Heide, firma M. Gorter. Maastricht, C. Janssen, Markt. Meppol, „De Kleine Kapel”, Sch. Goldsteen. Middelburg, H. Meijer. Nijmegen, Firma Wed» Haspels, Burchtstraat 16-18. Telefoon 163. Oosterhout, Jan Oomen. Qudenbosch, w. Willemse. Oude Pekela, M. Polak Zonen. Oudshoorn, Fa. Niekerk & v. d. Boom. Roermond, P. Henssen Smitshuijzen. Rosendaal, Mais. Schul Srs. Rotterdam, H. Spruyt v. Rietschoten, Huogstr. 268. Stoom Meubel- en Beeldenfabriek J. Baptist Vallessia -> Amsterdam MAGAZIJNEN: SINGEL 428, 430, 432. OPGERICHT 1851. SLAAPKAMERAMEUBLEMENTEN. PAARDENHAAR- EN KAPOK-MATRASSEN. GEGARNEERDE WIEGEN. WOLLEN EN DONZEN DEKENS. :: DIVANS. CATALOGUS OP AANVRAAG 3_ MACHINES, in ÉÉN PLAATSEN s Schagen, J. H. Schené; Schiedam, J. G. Jacobs. Sittard, H. S. Jaspers— Coenen. Sneek, Gebr. van Bergen. Steenwijk, Mathgs v. Goor. Terborg, D Gantvoort J.G.zn Terneuzen, H. M. Voerman—De Pauw. Tiel, Gebr. Levy. Tilburg, R. Gerritse-Smits. Utrecht, A. Bastiaanse. Venlo, Gez. v. d. Grinten. Veendam,Doornbosch & Co. Vlaardtngen, Blum & Van Hattum, Vilssingen, Au Bon Marché. Fa. A. de Mareas. Waalwijk, F. L. Rath. — G. Verkade. Wageningen, F. W.Wessels. Weesp, Wed. F. Wierper. Weert, Frans van de Laar. Wildervank, D. M. de Leve. Winschoten, T. de Vrieze. Woerden, D. Engel Wormerveer, Wed. w. Bakker. IJmuiden, M. G. van Praag. Zaandam, Magazijn „De Modegids”. Zaltbommel, J. B. .1. Zoetmulder. Zandvoort, Ant. Rakels. Zeist, A. Wijnands, Mag. De Kroon. Zierikzee, J. H.Heimbach. Zutphen, Christ. Gruyters. Zwolle, J. J. v. Oostveen. WEIGERT IEDERE NAMAAK. ADJUSTO, het ideaal Corset voor forsche en corpulente dames, model 609, als afbeelding. Juist uitgekomen. Van achteren met elastiek-geeren. Van voren met verstelbare trekbanden, waardoor de omvang der heupen van 3 tot 12 cM. verminderd wordt. Onmisbaar voor grootere figuren. In prima grijs en wit contil, gegarneerd met solide broderie, f 1O In prima écru-leder-satin, voor het eerst uitgebracht, f 12.£»O. De nieuwe Prachtcatalogus is thans verschenen. Franco op aanvraag aan de Firma Origineele, Eenige Vacnum-Veger ter wereld met verbonden — completen — Rol-Schnier. (Niet enkel een aangehechten borstel). Stofzuiger èn Rol-Schuier zijn elk afzonderlijk bruikbaar of in combinatie. De SVVEEPER-VAC. is wereld-beroemd om mechanisch* volmaakte constructie, fijnste materiaal, gemakkelijke behandeling en krachtige werking. Zuigt minstens 1 kop-vol stof uit schoonste kleed — zelfs NA kloppen of andere reiniging. Verzamelt alle draden. Reinigt grondiger dan JElectrische machine . Namaaksels lekken alle, zijn waardeloos De SWEEPER-VAC. iade Eeilige „3-in 1” VaeuumSweeper. schr#/.- „ Echte Sweeper-Vac. Alleen 50 B. Van-der-Takstraat R’dam. Vraagtstalen en modeplaten van onze voorjaars en zomcr-nouveautés voor costumes en blouses: CrêSon, Imprimés, Duchesse, Chinés, Crêpe de Chlne, chweizer Mousseline, etc. vanaf 65 cents per Meter in zwart, wit, en gekleurd. Wij leveren uitsluitend gegarandeerd solide zijden-stoffen direct aan particulieren, franco en vrij van rechten aan huis. Schweizer &Co., Luzern H 9
PDF
Nummer
1914, nr.16, 15 april 1914
Blad
03
Tekst
SCHOONMAAK De Schoorsteenveger, iet waar, heeren, wij zijn het, onder, mannen er volmaakt over eens, dat die grcote voorjaars-schoonmaak onzer woningen — soms een najaars-schoonmaak óók nog! — volstrekte onzin is. Wel hier en ginder! als een huis dag in dag uit behoorlijk schoongehouden wordt, waar moet dan het vuil vandaan komen? Nu ja, we hebben altijd bij hoog en bij laag volgehouden dat vegen (kuischen zeggen onze Vlaamsche broeders) en stof afnemen eigenlijk niets anders was dan stof verplaatsen, zelfs al werden alle deuren en vensters bij die bewerking opengezet. Doch laten we het elkander maar bekennen, die bewering heeft veel van haar beteekenis verloren sedert onze dienstboden zich niet langer van boender of veger, doch van een stofzuiger bedienen, tenzij de stofverwijdering worde opgedragen aan een of anderen ondernemer en zijn knechts. Neen, met dat oude praatje komen we tegenwoordig niet ver meer bij moeder-de-vrouw, gesteld al dat wij bij dit beduidende vraagstuk van de schoonmaak al iets in te brengen hebben. (Niet veel, hè?). Toegegeven, het is niet pleizierig wanneer onze werkkamer overhoop gehaald wordt en een sooit van orde gebracht in den chaotischen toestand waarin wij zoo wèl den weg wisten. Want die wanorde was voor ons de orde. We wisten in het donker een brief, een boek, een brochure te vinden • in minder minuten dan een ander er dagen voor noodig zou hebben. Doch als er schoonmaak geweest is, vinden we Zola naast Jean Baptiste Say, Vondel is terechtgekomen tusschen staatkundige brochures, een verhandeling over sport heeft een werk van Mevr. Besant tot buurman gekregen en een bundel reproducties naar Rembrandt zwerft ergens boven op een kast, met een kaart van Java, die aan den wand heeft gehangen, doch waarvan de hangertjes in den schoonmaakstrijd gebleven zijn. Potlooden zijn verdwenen, de aschbak is zoek geraakt. En in de plaats van de geuren van uw pijp is er een lucht van boenwas en zeepsop. Gij foetert wel even, als elk jaar, maar als uw vrouw, met opgeruimd gelaat, u vraagt of nu alles er niet proper en helder uitziet, dan gunt ge haar een goedkeurend gemompel en bewijst haar de eer van een woord van lof om de frisch gewasschen gordijnen. Want zóó zijn we. In den grond van de zaak weten wij dat de schoonmaak het onvermijdelijke, het onontkombare is. Wé hebben zelf schuld. In een vol jaar hebben we onze bureaux, onze lessenaars, hermetisch gesloten gehouden tot we eindelijk verplicht waren, als een failliet, om de sleutels af te geven aan de curator-huisvrouw. En er was heel wat rommel in! 'Sigarenasch, papiersnippers, gebruikte postzegels die we bewaarden voor iemand wiens naam ons ontgaan is, aanteekeningen die reeds lang gediend hebben, afgeloopen abonnementskaarten en de hemel moge weten wat niet al. Wij bewaarden in onze kleerkast oude huisjasjes die niet meer dienen, stroohoeden die geel werden van het liggen, boorden die te nauw werden, dassen die afgedragen waren. Daar moest dan toch ééns een razzia onder gehouden worden. En zoo hebben we de schoonmaak — zonder welke, naar oude traditie, geen behoorlijke Paaschviering mogelijk schijnt —leeren beschouwen als een dier petites misères de la vie, waartegen we telkens weder optornen, maar die we ten slotte aanvaarden omda' er dan toch ook wel eenige bekoring in ligt. Tfoe de ‘Kunst mishandeld wordt. Zeker, het is niet pleizierig te moeten arbeiden en de maaltijden te moeten gebruiken in een kamer zonder gordijnen, waarvan de vensters met witkalk zijn bestreken, voor het inkijken van de buren, waarin de tafel en eenige stoelen het simpele ameublement uitmaken, waaruit alles is weggenomen wat maar schoongemaakt en gepoetst kan worden. Gij beeft om het lot van uw oude Delftsche pullen en borden en slaakt een zucht van verlichting, wanneer ze weer rustig hun plaats hebben op het buffet of aan den wand. Gij voert telkenjare een strijd met uw echtvriendin om wat er al dan niet vernieuwd moet, of er gewit, geverfd moet worden. Maar gij erkent al spoedig, dat zij het ook niet „over den balk gooit’1, dat zij elk dubbeltje tweemaal omdraait, dat zij vernieuwingswonderen weet te verrichten meteen beperkt crediet — en gij eindigt met te betalen, in het bewustzijn, dat het erger had kunnen zijn. öehelpen is de boodschap. Ouderwetsche Gla&enwasscherij
PDF
Nummer
1914, nr.16, 15 april 1914
Blad
04
Tekst
PANORAMA Zonneschermen ophanqen, Gij waardeert de zachte schapenvacht, die het oude kleedje voor uw ledikant heeft vervangen. Gij ergert u wel om een witten veeg op de mouw waarmede gij tegen den versch gewitten muur hebt gewreven, maar de blinkende helderheid doet u aangenaam aan. En als gij wordt uitgenoodigd tot de inspectiereis van den kelder naar den zolder, plaatsen in uw woning die ge maar eens per jaar bezoekt, dan gevoelt ge, al wilt ge het misschien niet erkennen, den adem van verfrissching en verjonging en komt uw woning u voor als toen ge er de trouwe kameraacj, die haar jaarlijkschen schoonmaak-hoogtijd vierde, als uw jonge vrouw binnenbracht. In den helderen spiegel, waarop jenever en krijt hun werk hebben gedaan, ziet ge nauwelijks meer de griiiende haren om uw slapen, ’t Is alsof gij zelf de verjongingskuur hebt ondervonden, alsof er een klein lentewonder aan u geschied is. Mijne heeren, dat wonder is veiricht met stoffer en blik, met spons en zeemlap, met witkalk en boenwas, met zeeppoeder en verf. Gij hebt de wonderdoende fee vlak bij de hand. Kus haar — en grom niet! 'Kleedenhloppen op dak. BIJNA VERSPEELD. OORSPR SCHETS VAN M. MURIELS. N nou is ’t uit. Nou heb ik er genoeg van. Dan maar scheiden. Dat is beter dan altijd in onmin te moeten leven” riep Arnold Hoekstra met een driftig gebaar in een stoel neervallend. „Arnold” zei zijn moeder. „Stel je toch niet zoo driftig aan, vertel me eens. ...” „Mij aanstellen? Nee, ik bèn driftig .. . en .. . vertellen wat moet ik nog vertellen. Dat ze altijd met dien vent, dien Van Wijnen loopt te wandelen? Nou dat heb ik haar gewoon verboden vanmorgen, en toen zei ze: dat ze deed, wat ze wou, terwijl ik van te voren had gezegd, dat mijn geduld ten einde was.” ,,En wat nu?” vroeg Mevrouw. „Wel, ik vraag scheiding aan.” „En Annie? Vindt ze het goed?” „O. ze zei niets. Natuurlijk vindt ze het heel goed. Ze geeft immers geen zier om mij. Hoe heb ik dat toch ooit kunnen denken . .. „Nu — in ’t begin — toen jullie pas getrouwd waart, en daarvóór, hield ze wat veel van je, dèt kun je niet tegenspreken, maar jongen, was je toen ook niet anders tegen haar dan nu? Denk je er nog wel eens aan, wat haar moeder zei, toen je trouwde; dat je zoo lief en zacht kon zijn, als je maar wou, maar als ze werd getergd, of in haar eer geraakt, was ze heel moeilijk, kon ze wel eens ontèmbaar schijnen. Je moet ook niet vergeten, dat ze altijd wat verwend was thuis — je wist dat toch vooruit en------- ” „O ja, ik heb zeker geen geduld genoeg gehad, hè? O, moeder, u weet niet, wat ik heb verdragen maar deze week hoorde ik er buitenshuis over praten en toen heb ik haar gezegd: ik wil niet meer, dat je met Van Wijnen op straat loopt.” „En wat zei ze daarop?” „Wat ze zei? O, ’t maakte mij helsch : dat dit mij niet aanging, omdat ik dan zelf maar eens met haar mee moest gaan, ik die nooit een uur over heb. Maar ze ging weer, ze zag hem in ’t park, geloof ik. Toen heb ik gezegd dat ’t maar uit moest zijn, dat we maar van elkaar moesten gaan — maar dat ze zich schamen moest voor den kleinen jongen, die later begrijpen zou------- ” „Hoe kón je dat zeggen, Arnold. Nu begrijp ik, dat ze er niets tegen zei. Voel je niet, jongen, wat dat voor haar vrouwelijk eergevoel moet zijn geweest, toen jij zóó praatte?” „Eergevoel? Als ze dat had zou ze niet zoo doen en zichzelf in opspraak brengen.” „Is ’t wel zoo erg als je denkt ? Me dunkt, Van Wijnen kun je vast vertrouwen. Bovendien is hij je vriend. — Als je aan mij de heele zaak eens overliet, ik zou------- „Nee moeder. Ik heb ’t nou gezegd, en zoo blijft het. Dan had ze me maar moeten gehoorzamen. Geen bemiddeling meer nu. Ik zou me voor mijn vrouw moeten buigen? Dat nooit.” „Ééns heb je ’t toch moeten doen, toen je haar vroeg, maar — — je praat nu zoo onzinnig omdat je driftig bent. Als je nadenkt------- ” „Ik wil niet meer nadenken, iK heb mijn besluit immers genomen”. „Alleen dan nog een vraag. De jongen, wat zal er met hem gebeuren, hij is pas 3 jaar, denk daar toch aan. Als hij van zijn moeder moest------- ” Mevrouw Hoekstra had een gevoelige snaar geraakt bij haar wèl koppig-driftigen, maar toch goedhartigen zoon. Hij werd wat bedaarder en zei, met iets weeks in zijn stem : „U weet wel, wat me dat kost, Moeder, maar — den jongen laat ik haar. Mijn rechtvaardigheidsgevoel zegt me, dat het zoo moet — en ik heb me geërgerd, zoo vaak ik het anders zag gebeuren. — Bovendien : al mag zij dan geen goede vrouw voor mij zijn — een goede moeder voor Karei is zij wel. Ik heb haar alléén laten beloven, dat ze hem niet zou leeren, later met haat of verachting zijns vaders naam te noemen.” Mevrouw Hoekstra voelde de tranen in haar oogen branden, toen ze keek naar den jongen man vóór haar, wiens gebogen houding en gefronst voorhoofd meer deden denken aan iemand, die van een lief bezit afstand doet dan aan een die bezig is, een juk af te schudden. Zij stond op en met zachte hand zijn dik zwart haar wat wegstrijkende, zei ze op meewarigen toon: „Arnold, jongen, je zult er later zooveel spijt van hebben.” „Moeder, asjeblieft niet sentimenteel nu. Dat is, wat ik op ’t oogejiblik het minst kan verdragen.” Ze schrok van zijn hardheid en zijn strak opeengeklemde lippen ziende, begreep ze pas goed, hoe het hem ernst was. „O,” dacht ze, „als Annie wist, hoe roekeloos ze gespeeld heeft” — want het stond bij Mevrouw Hoekstra vast, dat haar schoondochter nooit bedoeld had haar man van zich te vervreemden en daarom trachtte ze ook van de zaak te redden wat te redden viel. „Je had ook nooit eens tijd voor je vrouw, Arnold,” verweet ze zacht. „Het was voor haar en Karei toch, dat ik zoo werkte. Had ik dan soms heele dagen met haar moeten gaan wandelen?” „Luister eens,” zei Mevrouw op geheel anderen toon, ziende hoe haar tegenspraak hem prikkelde. „Laten we de zaak eens practisch behandelen. Je zult scheiding aanvragen. De reden is, dat je ’t niet met elkaar kunt vinden? Denk je nu, dat je zoo gauw klaar zult zijn en dan ’t schandaal hier? En waar blijf jij zoolang? Hier bij mij, in dezelfde stad waar zij woont? Hoor eens: Je zei voor veertien dagen dat je patroon zoo graag wou, dat jij. al was ’t maar voor ’n jaar, naar Indië zou g'aan in zijn dienst en je dan een prachtig salaris bood. Als je nu eens zei, dat je wou gaan voor een jaar, voor twee jaar — zoolang als je wilt. Annie krijgt in dien tijd geen taal of teeken van je, en jij niet van haar. Dat is evengoed als scheiding, maar minder opzienbarend Als je dan terugkomt kun je, als je soms beiden spijt had ...” Arnold dacht na. Hij zou dan heel gauw weg kunnen gaan en Annie, &ls — ja &ls ze nog van hem hield, zou zwaar genoeg gestraft zijn — maar vooral het laatste argument van zijn moeder woog zwaar, (zonder dat hij ’t zich wilde bekennen): als hij eens spijt kreeg, zou hij alles nog ongedaan kunnen maken. Tien dagen later zat hij op een boot van den Rotterdamschen Lloyd, dié hem naar Indië brengen zou. Hij had nog maar enkele koele woorden van afscheid met zijn vrouw gewisseld, en zijzelf had geen enkele poging gedaan om hem terug te houden. Want zij was geen vrouw, die bedelen kon, om wat zij haar recht achtte. Maar toen hij eindelijk, op ’t laatste oogenblik haar toch even de hand reikte tot afscheid, bleef haar hand lang in de zijne. Twee jaar bleef hij in Indië. Maar toen werd het verlangen hem te sterk en op een goeden dag stond hij weer ÏZ^-----G
PDF
Nummer
1914, nr.16, 15 april 1914
Blad
05
Tekst
1 flX !..1 fsAJ EL k Uit het Volle Leven KON. SCH ERPSCHUTTERSGILDE ,,OEFENING EN VERMAAK” TE ’SHAGE. Het Kon. Scherpschuttersgilde vierde 5 April j. 1. zijn 75-jarig jubileum. Wij geven hierboven een foto, vervaardigd tijdens de receptie in het Hotel de Twee Stéden ; van rechts naar links zittend de Heeren: Lintz, oud lid; van Bergen Henegouwen, eerelid; van den Bergh, Secretaris; de Burgemeester Jhr. Mr. van Karnebeek; Galjaard, President; van Gogh, Penningmeester; Brosch, Commissaris, (foto M. M. Couvee,) REUNIE NED. M OTO R W I E L R IJ D E R SV E R E E N I G I N G. Ter opening van het seizoen heeft bovengenoemde vereeniging te Apeldoorn een reunie gehouden, waartoe uit alle oorden des lands deelnemers waren opgekomen. Er waren ruim 200 motorrijwielen en bovendien nog een twintigtal grootere en kleinere wagens. SPOORWEGONG ELU K. Tengevolge van verkeerden wisselstand werden den 4 en April bij Halfweg 7 goederenwagens uit de rails geworpen; de locomotief groef zich in het zand. Onze foto geeft een overzicht over de gevolgen van het ongeluk, die gelukkig tot het materiaal beperkt bleven. BRAND TE M EERSEN - WEERT. In de papierfabriek van de Gebr. Tielens te Meersen-Weert heeft de vorige week een reusachtige brand gewoed, waardoor de geheele fabriek is vernield. Een persoon van 60 jaar liet ongelukkigerwijze het leven; 300 werklieden z-ullen geruimen tijd werkeloos zijn. ■ Jhr. P. M. G. VAN FISENNE, oud-lid van de Prov. Staten en de Eerste Kamer is de vorige week op 76-jarigen leeftijd te Rijswijk overleden. KON. EXPORTACADEMIE TE FIUME (HONG.) Professoren en studenten van deze Academie maken een reis door West-Europa en hebben ook ons land bezocht, teneinde zich op de hoogte te stellen van zijn-eigenaardigheden. Onze foto geeft de groep genomen tijdens het bezoek aan het Vredespaleis. H. VIJN, oud-burgemeester en gemeente-secretaris is den len April in den ouderdom van 79 jaar te Twisk overleden. MINISTERIEEL BEZOEK TE SCHIEDAM. Het bezoek van Z. Exc. den Minister van Oorlog aan de Hoogere Burgerschool te Schiedam, waar Z. Exc. de gymnastiekoefeningen volgde. Links de gymnasten, rechts Z. Exc. met autoriteiten. GEDENKSTEEN L1ZE HAMEL. Op het graf van Lize Hamel is doorhaar oud-collega’s van de N.V. Tooneelvereeniging een gedenksteen geplaatst, waarvan hierboven een foto. HET STERVENSUUR VAN NAATJE. Naatje van den Dam is niet meer. Op 8 April des morgens te zeven uur is zij, bijna onopgemerkt, van haar voetstuk getakeld en behouden op den beganen grond gebracht. Met haar is een brok Amsterdam verdwenen, dat dikwijls het mikpunt is geweest van allerlei spotternijen. KON. KANTWERKSCHOOL TE SLUIS. Op de tentoonstelling, die van 31 Mei tot 30 October te Nottingham (Eng.) wordt gehouden, zal Nederland worden vertegenwoordigd door dne meisjes van de Kon. Kantwerkschool te Sluis. Op onze voorpagina geven wij het portret van deze dames. Met recht: Holland op z’n breedst. *
PDF
Nummer
1914, nr.16, 15 april 1914
Blad
06
Tekst
PANORAMA bij zijne moeder in de kamer zonder haar vooraf zijn komst te hebben gemeld. „Arnold, jij?” „Dag Moeder! U bent ouder geworden in die twee jaren. Of schrikt u zoo van mij?” „Ja. Maar toch verwachtte ik je eerstdaags want er was heimwee in je laatste brieven.” „Zóg u dat? Waarom schreef u dan nooit eens iets over haar, moeder?” „Omdat je nooit naar haar vroeg. Je zult je toch buigen Arnold. Zij is niet meer het verwende, ietwat wispelturige meisje (was ze dat eigenlijk wel ooit?),maar een vrouw, een vrouw die haar plichten weet, maar ook haar rechten kent.” „Ik zal me ook buigen. Ik ben van plan van avond nog naar haar toe te gaan, en te zeggen, dat ik alles heb vergeten en vergeven, Hoe is Karei geworden?” * „Een schat van een jongen. Maar laat ik nu gauw iets voor je gereed zetten, dan kun je dadelijk gaan met den trein die over een goed half uur vertrekt.” „Woont ze dan niet meer hier?” „Neen, ze is naar Katwijk verhuisd. Daar woont ze dicht bij ’t strand, in een aardig huis, dat ze ’s zomers grootendeels verhuurt. De meeste gasten zijn nu weer heen.” „Maar waarom doet ze dat? Ik heb haar toch geregeld het geld gestuurd, dat ze vroeger had en nu is het gezin een man kleiner.” „Zeker weet ik het niet, maar ik denk, dat ze nooit van dat geld gebruik maakt en in haar eigen onderhoud tracht te voorzien. Ééns heb ik er haar over gesproken en toen zei ze: „Moeder, ik leer vast. Later zal ik het toch ook moeten doen.” Arnold voelde zich onbehaaglijk en bracht het gesprek op een ander onderwerp. „Is Karei altijd nog goed gezond en Annie?” „Annie is lang ziek geweest!” „Annie ziek? En wat scheelde ze? Duurde het lang? Is ze nu weer geheel beter?” „Het begon, toen jij een paar weken weg was en het heeft maanden geduurd, éér ze weer geheel op streek was. Zenuwoverspanning zei de dokter!” „En dat u mij daarvan niets schreef!” „Annie wilde het niet hebben. Jij moest voor de zieke niet doen, wat je voor de gezonde niet over had, dat zijn haar eigen woorden.” Het werd Arnold weer onbehaaglijker. Net alsof hij het niet zoo gemakkelijk zou hebben, straks als hij bij zijn vrouw kwam. Hij had een sneltrein en anderhalf uur later stond hij voor het huis, waar zij wonen moest — zijn vrouw. — Hij belde aan. Een vreemde deed open, en het deed hem onaangenaam aan, te moeten vragen, of Mevr. Hoekstra hier niet woonde? Ja, de trap op! Hij had tweemaal moeten schellen als hij nóg eens .... Maar hij antwoordde, dat hij dan wel naar boven zou loopen. Boven aan de trap bleef hij even staan, ’t Was al donker nu. Door een deur die op een kier stond zag hij een lichtschijnsel, en hoorde hij stemmen, wèlbekende stemmen. Toen opeens vermande hij zich, en stapte naar binnen. In den hoek tegenover de deur zat Annie op een laag stoeltje, en voor haar was een kleine jongen bezig, die probeerde op haar schoot te klimmen. Telkens als hij er bijna bovenop was, zakten haar knieën neer, en rolde hij er af. Een luid gekraai en geschater was het gevolg. Plotseling keek de moeder op. „Karei, je vader,” zei ze, en een vluchtig rood van schrik overtoog haar gelaat. De kleine jongen had zich wel omgedraaid. Toen opeens met een kreet van verrassing vloog hij op zijn vader af. „O Pappie, Pappie, ben je nou eindelijk gekomen,” en met de armen in de hoogte, een luchtsprong makend: „Vang me nou, en licht me dan eens hoog op. Zóó, o ja, zóó kan Mammie het niet. En nou een pak, voor alles dat je gestuurd hebt.” En met de mollige armpjes stijf zijns vaders hals omklemmend zoende hij hem op beide wangen. „O lieve Pappie ik ben zoo blij, ik pak je stijf hè? Nog stijver?” en zijn hooge fijne stemmetje had even rust, onder de stevige omarming, die al zijne kleinekereltjes-kracht eischte. Toen zette Arnold het levenmakertie neer, en ging naar Annie, Hij voelde, hoe de kleine jóngen hem stond na te kijken, alweer verlangend naar het oogenolik dat pappie mammie zou gezoend hebben — dan kwam zijn beurt immers weer. „Dag Annie! Hoe gaat het met je?” Strak en stijf klonk zijn stem. Heel anders dan hij had gewild, en bedoeld. Hij voelde, dat hij haar een kus moest geven, om het kleine ventje, dat stond toe te zien. Hij legde de hand op haarschouder, en zoende haar op het voorhoofd. „Pappie, heb u nog veel voor me meegebracht ook?” „Ja” — zei hij toonloos. Hij schaamde zich. Dat hij daar ook nooit aan gedacht had zijn jongen wat te sturen. Maar morgen zou hij in de stad veel aardige dingen gaan koopen! „Maar je hebt toch al zoo veel gehad, Karei” zei Annie, om toch ook eens wat te zeggen. „Ja,” zei ?t kind, en op den grond vallend en kopjeover buitelend tot hij bij een kastje terecht kwam. „Kijk, het staat net allemaal,bij elkaar, allemaal uit Indië, de beesten en de stal, en .. ..” Arnold zag zijn vrouw aan. Dus daar had zij zelfs voor gezorgd. Ze was dan wèl trouw haar belofte nagekomen. Hij stond nog steeds, en zij vroeg hem niet te gaan zitten. Nu liet hij zich op een stoel midden in de kamer neervallen. „Karei”, zei Annie, „je bent zoo druk, ’t Is al lang je tijd om naar bed te gaan. Zeg je vader goenacht.” Arnold zag den blik van teleurstelling in de jolige bruine kijkers, maar gehoorzaam kwam het kind toch naar hem toe. „Nacht Pappie. Als ik morgen wakker word, ben je d’r nog, hè? Mammie, nou hoef ik vanavond niet te bidden voor Pappie in het verre land, want. ...” „Toe nu, we gaan, schat,” — even wendde zij zich tot Arnold, — „over een half uurtje ben ik terug.” Hoekstra hoorde nog het onregelmatig gestommel van kindervoetjes op een trap —- toen daalde de stilte in de kamer.... Hoe was alles anders gegaan dan hij zich gedroomd had. Met open armen en betraande oogen zou zijn vrouw op hem toegeloopen zijn en zich neerbuigend en haar genadig op de wang kussend, zou hij zeggen „stil maar, kindje, ik heb je al lang vergeven.” En nu — hij had een gevoel of niet zij, maar hijzelf de schuldige was. Ja zijn moeder mocht wèl zeggen „een vrouw die haar plichten weet maar ook haar rechten kent.” — Hoe had hij zijn plicht tegenover haar verzuimd. Alléén had' zij voor het kind te zorgen gehad — alléén was zij geweest in een lange ziekte, hij had zelfs niet naar haar gevraagd. Er kwam een vreemde, ongekende gewaarwording over hem. Hij voelde zich niet meer de verongelijkte, niet de genadige schuldvergever, neen, hij was zelf de schuld, de oorzaak van alles. Hij had zijn vrouw nooit naar waarde geschat, maar met zijn geluk gespeeld en haar alleen gelaten. O, als zij het hem eens niet vergaf, als zij eens zij: „’t 1^ nu zoo lang goed gegaan zonder je .. . Hij stond op, eh ging de kamer op en neer loopen. Als zij nu maar kwam. Alles zou hij doen om haar te winnen, alles. Als zij maar niet zoo strak en starend ging zitten als daarnet, want hoe zou hij dan den moed hebben haar te naderen. „Hij slaapt,” zei Annie, de kamer inkomend. „Nu al?” vroeg hij. „Je zult wel moe zijn. Is hij altijd zoo druk?” Zij zweeg — keek hem alleen maar aan, half vragend half verwonderd, een nauw merkbaren glimlach om den fijnen mond. Hij begreep haar. Zelf vond hij ’t ook gek, nu zoo gewoon te gaan staan praten, nu ze eindelijk weer samen waren. Nu moest immers de verklaring komen? Maar hij kón geen woorden vinden. Toen verbrak zijzelf de spanning van hun zwijgen. „Laten we kort en zakelijk, vooral zakelijk zijn,” zei ze „dat is het beste. Waarom ben je gekomen? En voor hoe lang? En wat ben je van plan?” .... Hij was nog niet in staat een woord uit te brengen. Hoe kon zij toch zoo koel zijn, dacht hij en keek naar haar op, zag het beven barer lippen — haar trillende oogleden .... Toen nam hij haar bij de hand, en bracht haar weer in het lage stoeltje, schoof een voetkussen ervoor, waarop hijzelf ging zitten en legde zijn armen over haar knieën, de handen saamgevouwen. „Ik kan niet goed met je praten, als we staan,” zei hij. Ze spot-lachte even, wat zenuwachtig. Zóó zaten ze immers vroeger altijd als hij eens iets heel liefs wilde zeggen, vroeger in hun korten, maar gelukkigen engagementstijd ........ Maar ze hield zich weer flink. „Nu?” vroeg ze. „Eerst wou ik jou danken,” zei hij nu beter durvende, „omdat je zóó je belofte bent nagekomen. Dat welkom van het ventje, ik zal het nooit vergeten, en ik ben je zoo dankbaar, dat je zóó goed voor hem hebt gezorgd, je zoo gegeven hebt aan hem, onzen jongen.” „Maar dat is mijn eigen zaak” antwoordde ze stug, „waarom zou ik niet goed voor hem zijn.” „Annie, toe, wees niet zoo vreemd. Ik — ik wou je eigenlijk iéts anders zeggen. Ik weet dat ik je schandelijk verwaarloosd heb, ik weet dat ik onrechtvaardig geweest ben toen, en ik voel nu zoo goed dat ik jou niet waard ben, dat je — en zijn stem trilde van ingehouden smart — dat ’ je in je hart me verachten moet, maar — als je denkt, dat ik met een schat van liefde, met een leven van toewijding en zorg, eenigszins zou kunnen goedmaken wat ik misdeed, als er in jou nog eenige genegenheid voor mij is -— als —” Nu was haar trots gebroken. Groote tranen rolden langs haar wangen, en heel haar lichaam schokte krampachtig toen ze haar beide armen om zijn hals sloeg en fluisterde: „Eindelijk, lieveling, eindelijk heb ik je weer terug.” DE HONDENTENTOONSTELLING TE HAARLEM. De -vorige week is te Haarlem de 6e Internationale Hondententoonstelling gehouden. Wij geven hierboven 2 foto’s; op de eerste heeft men een overzicht tijdens de keuringen, op de tweede ziet men een paar fraaie barzois.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 671 tot 675 van 11897