Panorama

Blad 
 van 2380
Records 2086 tot 2090 van 11897
Nummer
1915, nr. 102, 20 dec. 1915
Blad
03
Tekst
11 PANORAMA DE UITTOCHT UIT HET BEZETTE GEBIED. Uit de berichten in de pers blijkt, dat de Duitsche overheid het noodiq oordeelt, dat vrouwen en kinderen enkele gedeelten van het bezette gebiea van N.-Frankrijk verlaten. Of deze gedwongen exodus in verband staat met den door enkele oorlogscorrespondenten verwacht wordenden grooten slag in ’t westen, waarvoor de Duitschers reeds maatregelen zouden treffen, óf dat de voedingskwestie dok hier een rol speelt, is natuurlijk niet met zekerheH fe zeggen. Het wil ons echter voorkomen, dat de reden van dezen nieuwen maatregel ons niet lang meer zal verborgen blijven. — Op onze foto ziet men een dergelijken stoet menschen onder geleide van Duitsche militairen hun woonplaats verlaten, (V.F.B.) kamers genomen *had in het Badhotel te Petmouth. Het aanbod van Sir Thomson om ook te blijven logeeren sloeg hij af en hij begaf zich op weg naar zijn hotel. Hij staarde het rijtuig der Thomsons na en peinsde : „Het zou mij niets verwonderen als deze ondernemende gelukzoeker Lydia voor zich tracht te winnen!” En onbewust nam hij een stramme houding aan en balde de vuisten. De geheele volgende week sloeg hij den heer Sequeira zorgvuldig gade, die zich hoe langer hoe meer in de gunst der schoone Lydia zocht te dringen. Kelworth was voortdurend op zijn post. Hij zat vadsig in een gemakkelijken stoel, rookte sigaretten en toonde weinig belangstelling. In werkelijkheid ontging hem niets, en was zijn geest voortdurend bezig, ten einde zich zekerheid te verschaffen of Lydia in den ex-president haar toekomstigen echtgenoot zag. Zijn nieuwsgierigheid werd spoedig en zeer tot zijn genoegen bevredigd. Op een namiddag zat Lydia aan haar schrijfbureau. Sequeira en Kelworth stonden aan de open tuindeuren, terwijl lady Thomson in een laag stoeltje een roman las. „Ik heb een dringende uitnoodiging van Ada Pomeroy ontvangen om haar in Devonshire te komen opzoeken, lieve!” zei ze tot mevrouw Thomson. — De beide mannen aan het raam keken elkander onwillekeurig aan. ..Maar je gaat toch niet, kindlief?” vroeg lady Thomson. Lydia lachte en liet een pas geschreven briefje zien. Lady Thomson keek het in en las : „Lieve Ada, het spijt me je te moeten teleurstellen ! Ik heb reeds een heel ander reisplan vastgesteld en weet nog niet hoe lang ik zal wegIn die plaatsen in DE UITTOCHT UIT HET BEZETTE GEBIED. N.-Frankrijk, welke aan een spoorlijn liggen, gaat de uittocht geregelder en zijn de menschen in de gelegenheid hun bagage met den trein mede te geven. (V.F.B.) blijven, ik zal je als gewoonlijk verrassen. Uw liefhebbende Lydia Desmond.” Lady Thomson keek Lydia onthutst aan. „Maar, lieve, waarom toch weer dat dwaze reizen ? Men zou denken dat na je ondervinding in Turkije en Marokko „O, maar dat overtreft alles,” riep Lydia uit, „en mijn bestemming is nog een geheim. Ik vertrek overmorgen.” „Maar waarom dien haast ?” Lydia wierp een vluchtigen blik op de beide mannen. „Verandering, lieve mevrouw, verandering,” zei ze luchtig. Thony Kelworth herademde. Lydia vreesde klaarblijkelijk een aanzoek van Sequeira; in allen geval wilde ze den ex-president ontsnappen en na een half jaar, als hij, Thony, haar weer mocht ontmoeten, zou hij zijn aanzoek herhalen. Sequeira was zeer teleurgesteld. Hij betuigde haar zijn groote spijt over haar haastig vertrek. Lydia lachte slechts, maar zei niets. Thony wist haar een oogenblik alleen te treffen. „Ik ben zeer verheugd dat je heengaat,” zei hij eerlijk. „Nu ik het niet zijn mocht ben ik blij dat het de ex-president niet is.'Ik wou dat ik iets doen kon, waardoor ik indruk op je maakte,” voegde hij er warm aan toe. „Ik geloof niet, dat je dat kunt, Thony. Je sigaret zou uit kunnen gaan en dan zou je middenin je handeling moeten ophouden om ze aan te steken, of iets van dien aard,” antwoordde ze lachend. Hij schudde zijn hoofd over haar, waarop zij nog harder ging lachen. Toen keerde hij zich om en ging heen. zouden zijn. gedoemd wanneer zij in hun vaderland bleven. Daarom hebben velen het besluit genomen hun land te verlaten en elders hun fortuin te zoeken. Lange stoeten sombere, door smart en ontbering verouderde en vergrijsde menschen, ziet men weder langs de wegen trekken, op weg naar ’n nieuw vaderland en ’n nieuw „home”. Waar dat wezen zal ? Zij weten het niet, evenmin als zij het einde weten van de ellende die als een vloedgolf over hun land is komen rollen. (V.F.B.} 102 (25b) DE TOENEMENDE EMIGRATIE UIT RUSLAND. De verwoestingen, die de Russen in eigen land'bij den opmarsch der Duitschers hebben moeten aanrichten, verwoestingen. waardoor geheele nijverheidscentra tot ruines geworden zijn, zijn natuurlijk mèt de algemeene malaise welke op industrie- en handelsgebied in een oorlogvoerend land heerscht, oorzaak dat talrijke Russische gezinnen, die hun vroegere woonplaatsen weder hadden opgezocht, door gebrek aan werk tot een aigeheelen ondergang
PDF
Nummer
1915, nr. 102, 20 dec. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 12 Daar het SIR JOHN FRENCH, de opperbevelhebber der Britsche troepen in N.-Frankrijk en Vlaanderen, die op eigen verzoek van zijn commando is ontheven. Veld maarschalk French is thans benoemd tot veldmaarschalk-opperbevelhebber van de troepen in 't Vereenigd Koninkrijk. Ook de heer Sequeira ging nadenkend zijns weegs, doch opeens kreeg hij een idee, dat hem deed glimlachen. Een brutaal onbeschaamd stukje uithalen was geheel in zijn lijn. En dit was een onbeschaamd stukje en wat meer is, het had de verdienste succes te zullen hebben. Hij dacht nog eenigen tijd na met het resultaat dat hij den volgenden dag Lydia een onderhoud verzocht, „Ik hoor dat u morgen via Southampton en Havre naar Parijs vertrekt,” begon hij. ,,Nu kwam er een plan bij mij op. dat mij oneindig genoegen zou doen. Het is dit : In plaats met de gewone scheepvaartgelegenheid over te steken, noodig ik u uit den tocht met de „Catharina” te doen. Het bespaart u de moeite eerst naar Southampton te gaan en geeft mij een genoeglijken dag. We zullen vroeg vertrekken, zoodat u nog voor den avond in Havre zijt. Het zal een gezellig partijtje zijn met den heer en mevrouw Thomson en de anderen. Wat dunkt u ervan ?” „O, heerlijk ! Het is heel vriendelijk van u !” antwoordde Lydia. „De vriendelijkheid is geheel aan uw zijde,” zei hij galant. „Zend morgen vroeg uw kamenier met de koffers en kom zelf, laat ons zeggen om tien uur I ik heb het gewaagd er reeds met lady Thomson over te spreken. Ze was verrukt en hoopte dat u komen zoudt. Ik ga nu de andere vrienden uitnoodigen.” Na dit tot een goed einde te hebben gebracht, keerde de vriendelijke Sequeira naar de woning der Thomsons. waar hij logeerde terug. De vrouw des huizes was juist dien morgen voor eenige dagen op reis gegaan, zoodat het betwijfeld mocht worden of de belofte aan het zeereisje deel te nemen wei werkelijk door haar gegeven was. Hij was dien dag druk in de weer met het arrangeeren van allerlei zaken, en eindelijk vond de klok van zes uur hem te Petmouth in druk gesprek met Alvaro Bardosa, den kapitein van de „Catharina”. Nu gebeurde het dat eenige minuten over zessen lord Kelworth het Royal Hotel verliet om nog voor het diner een kleine wandeling te maken. Hij had besloten den volgenden dag het plaatsje te . verlaten. Na een sigaret te hebben opgestoken, wandelde hij den boulevard geheel af en zette zich daar op de helling van een duin neder. Het strand was hier geheel verlaten. Neen. toch niet, want er klonken in zijn nabijheid stemmen. „’t Is zoo eenvoudig mogelijk, waarde Bardosa, alles past in elkaar Lord Thony onderdrukte een kreet, want hij herkende de stem van Sequeira. Ze zaten aan de andere zijde van den duinrug. Wat er volgde, verraste hem nog meer. Het was zijn gewoonte niet den luistervink te spelen, doch na de eerstvolgende zinnen, spande hij zich in opdat geen woord hem zou ontsnappen. „Ik zal morgenochtend om negen uur op het jacht zijn, begrepen Bardosa?” Lord Thony begreep dat het gesprek ten einde liep en kroop voorzichtig de helling af, om niet opgemerkt te worden. Gelukkig kozen de mannen den tegenovergestelden kant, zooals Kelworth aan hun verwijderende voetstappen bemerkte. „Wel, sapristi'?” mompelde de jonge man eindelijk, terwijl hij een nieuwe sigaret opstak. „Die zaak moet eens goed overdacht worden 1” DE DUITSCHE VROUW EL N O EL OORLOG. Nu bijna alle mannen, die maar eenigsztns geschikt zijn voor den krijgsdienst aan het front of in het veroverde gebied vertoeven, wordt tot zelfs het zwaarste werk in Duitschland door vrouwen verricht. Onze foto’s toonen dat Links: Vrouwen onder toezicht van een heihaas bezig met het heien van palen. Midden: zelfs graafwerk wordtdoor vouwen verricht. Rechts: de vrouw als p'ostconöucteur. (foto's V.F.B.) HELT SUEZ-KAN AAL. Panorama van het Suez-kanaal, waarop in verband met de actie der Duitschers tegen Egypte thans bij vernieuwing de aandacht wordt gevestigd. ~ passeeren van het kanaal nu gevaarlijk is. besloten reeds verschillende Engeische Stoomvaart-Maatschappijen voortaan om de Kaap te laten varen. DE KRIJGSBUIT. Op het station Kruschewatz (midden-Servië) vonden de Duitsche troepen bij de bezetting groote krijgsvoorraden, die slechts gedeeltelijk onbruikbaar waren gemaakt. We geven hierboven een foto van een trein met kanonnen en mitrailleurs, die thans tegen de Geallieerden dienst zullen doen. LUIT-GEN. DOUGLA^. H AIG, die benoemd is tot opperbevel hebber der Britsche troepen vai het front in N.-Frankrijk en Vlaan deren, ter vervanging van Sir Johr French. Douglas Haig, die der 19en Juni 1861 geboren werd. heef een schitterende militaire loopbaar achter zich, tijdens welke hij aai verschillende veldtochten in de Brit sche koloniën deeinam. Tl Hij vergat het diner dat op hem wachtte er wandelde eenige maler peinzend het strand langs. „Het zou haar een goede les zijn.” mompelde hij. ..Maar hoe. ter wereld, krijg ik het gedaan ?" Eindelijk keerde hij naar zijn hotel terug en liep in de vestibule tegen een stoeren man aan van ongeveer vijf en dertig jaar met een gebronsd, gladgeschoren gelaat. „Hallo ! John ! Wat, voor den drommel, voer jij hier uit ?” John Gilfort, kapitein-ter-zee bij de koninklijke Marine schudde hartelijk de hem toegestoken hand. ,,lk heb met de „Shooter”. waarover ik het bevel voer, patrouilledienst in het Kanaal. Ik ben hier in den namiddag even binnengevallen. Heb je ons niet zien komen ?” ,,Ah ! Ja ! Die kleine torpedojager !” riep zijn lordschap uit. ..Klein is hij, maar ook een jager ! Hij loopt met gemak vijf en twintig knoopen per uur ; een snelheid die we in een oogwenk tot acht en twintig kunnen brengen. Je moet eens met me aan boord gaan. dan kun je ereis rondkijken.” .Jij moet eerst met mij meegaan en dineeren. Of heb je dienst ?” De commandant van de „Shooter” schudde het hoofd, 'waarop lord Kelworth hem bij den arm nam en zich-met hem naar de eetzaal begaf. Terwijl ze de zaal binnentraden, kwam er een idee in hem op zoo prachtig, dat hij zelf een oogenblik versteld bleef stilstaan. Toen schoot hij in een lach. „John.” riep hij uit. „ik geloof dat de engelen je hierheen gebracht hebben. Jij bent net de man. dien ik noodig heb'!’’ IL Een paar minuten voor tienen den volgenden morgen stond de heer Fernando Sequeira in een blauw zeemanspak op het dek van de „Catharina” en keek oplettend naar een kleine boot, die juist de landingspier verliet en zich naar het jacht begaf. Een paar minuten later lag de boot langs het jacht en stapte Sequeira naar de trap om Lydia welkom te heeten. Terwijl beiden het dek langs wandelden, begonnen de machines te stampen en werd het anker opgehaald. „Lady Thomson wacht in het salon, uw dienstbode! is met uw koffers aangekomen. Dezen weg uit !” zei hij met een glimlach. Hij trad het salon binnen en zij volgde. Er was niemand 1 Zij keek verwonderd rond.
PDF
Nummer
1915, nr. 102, 20 dec. 1915
Blad
05
Tekst
PANORAMA ..Misschien is zij in de bibliotheek/’ meende hij. ..Excuseer mij een oogenblik !” Hij keerde zich snel om en verliet het vertrek, de deur achter zich sluitende. Lydia min of meer verrast, nam op een der luxueuse rustbanken plaats. Ze wachtte vijf minuten, toen voelde ze het jacht zich in beweging stellen. Ze stond op en door een der vensters naar buiten starende, zag ze de kust langzaam wegdoezelen. Het jacht stoomde de open zee in. Wederom verliepen er een tiental minuten • en ze begon het vreemd te vinden dat niemand haar kwam opzoeken. Eindelijk stond ze op en besloot zelf naar hen toe te gaan. Ze liep naar de deur ... die was gesloten. In de grootste verbazing deed ze een stap ÉEN GEDÊNKTEEKEN ONTHULD. Op 16 December is op het graf te Loosduinen van eenige Engelsche matrozen, die in October 1914 verongelukt zijn bij het torpedeeren van de 3 Engelsche oorlogsschepen Hogue, Cressy en Aboukir, een gedenkteeken geplaatst, waarvoor de gelden zijn bijeengebracht door het lle Bataljon Jagers te Loosduinen. Op onze foto ziet men, geheel rechts, rnaj. Boellaard, comm. van het He bat, jagers, die het woord voerde alvorens het gedenkteeken werd geplaatst, (foto Hijmans.) Hij trad eenige stappen nader en stond vlak voor haar. ,,lk leerde u liefkrijgen.” zei hij rustig, ,,en u wilde van mij weggaan. Dat kon ik niet verdragen en toen bedacht ik deze kleine . . . laat ik zeggen : manoeuvre !” Lydia was zeer bleek geworden, maar ze hield zich moedig. „Wat belachelijke onzin is dat, mijnheer? Breng mij bij de anderen, onmiddellijk 1” Hij schudde het hoofd. Er zijn geen anderen; ik ben met u alleen vertrokken,” zei hij koeltjes. Het salon scheen om haar rond te draaien bij deze woorden. Ze had al haar geestkracht noo dig. ,,Vertrokken — alleen met mij ? Absurd ! Hoe durft u dat?” De ex-president glimlachte zelfgenoegzaam. dan op te sluiten in het salon ?” — ,,Een beetje ongewoon wel, maar — ik kon het niet helpen.” „Kon u ’t niet helpen ?” vroeg ze ten hoogste verbaasd. „Wat voor reden kan er zijn voor zoo’n behandeling?” EEN AANGESPOELDE MIJN VERNIETIGD. Onder groote belangstelling van de inwoners is Woensdag 15 Decembe een Engelsche contact-mijn, die te Scheveningen was aan land gespoeld, door eenige torpedisten der marine onder leiding van den luitenant Roezen daal, vernietigd. { terug. Toen draaide ze nogmaals aan de kruk, neen. er was geen twijfel aan : de deur was op slot. Nu was Lydia een moedig, zelfstandig meisje, en niet gauw uit het veld geslagen, doch nu zonk ze in een stoei neer en haar toestand overdenkende, kon ze een gevoel van onrust niet verbergen. Wat moest dat beteekenen? Een halfuur ging voorbij, toen werd de deur plotseling geopend en verscheen Sequeira glimlachend in de opening. .Eenige verklaring zou mij welkom zijn. mijnheer Sequeira,” zei Lydia trotsch en uitwendig kalm, hoewel ze innerlijk ontroerd was. „Is ’t niet een beetje ongewoon Men dame te inviteeren aan boord van een jacht en haar HET NIEUWE GEBOUW van het ROODE KRUIS. Verleden week heeft Z. K. H, Prins Hendrik het nieuwe gebouw van het Roode Kruis te ’s-Gravenhage, dat zeer fraai is ingericht en 'aan aileeischen voldoet, officieel in dienst gesteld. Onze foto geeft de werkkamer van Z. K. H. den Prins. (V.F.B,} .EERSTE ONDERLINGE AANNEMERSVERZEKERINGS-MAATSCHAPPIJ DE ZWOLSCHE” Door de „Eerste Onderlinge Aannemers-Verzekeringsmaatschappij de Zwolsche” te Zwolle is op 13 December een nieuw administratiegebouw in gebruik genomen, waarvan wij hierboven een afbeelding brengen. „Ik heb meer gewaagde dingen gedaan in mijn leven.” merkte hij op. Toen zich neerzettende, de beenen over elkander, vervolgde hij; „Luister, de toestand is zoo! U wilde uw lieve vriendin niet vertellen waar u heen ging, Herinnert ge uw brief nog aan mevrouw Pomeroy? „Ik zal u als gewoonlijk verrassen.” Welnu, dit is de verrassing. U is met een vrijen wil aan boord gekomen en niemand weet dat u hier is.” „En mijn meid ?” vroeg Lydia op zwakken, wanhopigen toon. HET NIEUWE GEBOUW VAN HET ROODE KRUIS. Links: De werkkamer van den Secretaris Jhr. Marei. Rechts; een hoekje van de keurig ingerichte vergaderzaal. (foto's V.F.B.)
PDF
Nummer
1915, nr. 102, 20 dec. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 14 „Die vergezelt u, natuurlijk I” antwoordde Sequeira. „Nu is dit mijn plan : Mijn vriend markies De Vasco heeft mij zijn jacht voor onbepaalden tijd geleend. Hier aan boord is de moeder van den kaptein, dona Maria Bardosa. Zij zal u tot gezelschap zijn, totdat wij trouwen ... „Trouwen ?” herhaalde Lydia. „Ja, binnen enkele dagen in Vigo of te Lissabon, zooals je wilt 1” ging hij voort. „Daarna stoomen we naar ZuidAmerika. O, wat een heerlijke tijd zal er dan aanbreken.” „Maar ik weiger,” riep Zijn oogen fonkelden onheilspellend. „Maar, mijn lieve kind, zie je dan niet, hoe lief ik je heb ? Nu ik zooveel heb gewaagd voor je, zul je mij niet weigeren,” ging hij zoetsappig voort. „Je kunt mij niet weigeren. Herinner je eigen je woorden maar: „ik zou ’n man kunnen liefhebben, die mij wegvoerde tegen mijn wil en mij dwong hem te trouwen ; die mij zoo liefhad, dat hij alles voor mij zou wagen .”” „Heb je dat gehoord?” riep ze verschrikt uit. Hij knikte vergenoegd. „Ik stond om een hoek van de veranda en hoorde alles en dat gaf mij dit schitterend idee !” Schitterend idee ! Zij huiverde. „En denk eens na wat we samen kunnen bewerkstelligen ? Met de hulp van uw geld, uw millioenen (excuseer mijn zakelijke toespeling) zal ik weer president van Paragua worden. En jij zult mijn vrouw, de schitterende ster in het paleis te Sangaro zijn. Wat een leven kan ik u geven. Een leven vol kleur en beweging.” ‘„Er is mij te veel beweging in het leven te Paragua,” hernam zij. „O, maar ’t is juist een leven voor een vrouw vol geestkracht ! Je zult mij niet weigeren ! Zal ’t te Vigo zijn ? Herinner je je eigen woorden 1” „Ik zei dat ik zoo’n man zou kunnen liefhebben, maar ik heb u niet lief !” riep ze uit. „Het gaat niet, mijnheer Sequeira! U moet mij dadelijk terugbrengen voor het te iaat is en u in onaangenaamheden komt.” Hij schudde het hoofd en lachte. „Neen, ik bemin u te zeer. Bovendien, ik zal in geen onaangenaamheden komen. Denk maar eens na : u kwam hier geheel met uw vrijen wil en ik heb niemand anders uitgenoodigd. Och, kom, waar is uw gezond verstand ? Je zei dat je den man zoudt liefhebben, die je wegvoerde en nu ik het gedaan heb, weiger je.” Hij liep naar de deur. „Zal ik dona Maria Bardosa naar je toe sturen?” vroeg hij. „Neen, keer terug, dadelijk !” „Foei, schaam je ! Denk er aan hoe lief ik je heb en wat een heerlijk, schitterend leven we beiden zouden hebben. Denk aan het paleis te Sangaro, na het leven op uw landgoed. En bovenal, denk aan mij als aan een man die geen dingen begint en ze half onvoltooid laat, omdat een dame wat — weerspannig is. Au revoir ! Ik zal u niet meer lastig vallen, tot u me noodig heeft. Ja, ik denk, dat Vigo het best geschikt is. Denk er eens over na! Je zult toegeven, ik weet ’t zeker.” Hij verdween en Lydia zonk in een stoel neer om na te denken over haar onaangename positie. Die man had haar ontvoerd en dat in de twintigste eeuw, in het Kanaal. Hoe meer ze nadacht, hoe meer ze inzag, hoe hulpeloos zij was. Hij had haar overwonnen, doch in plaats hem ook maar eenigszins lief te hebben, haatte zij hem. De morgen ging langzaam voorbij. Een enkele maal kwam hij bij haar en vroeg haar of hij dona Maria zenden moest, doch ze gaf hem een kort weigerend antwoord. Hij glimlachte en zei, dat hij haar een lunch zou zenden. Deze kwam weldra en ze at’n gedeelte ervan, en dronk ’n weinig wijn, om haar geestkracht wat op te wekken. Kort daarop trad haar kamenier binnen ten hoogste ontdaan. Het was haar niet vergund geweest eerder te komen, zei ze. Tot haar groote ontsteltenis brak haar dappere, zelfstandige, jonge meesteres in een vloed van bittere tranen uit. „’t Is vreeselijk, Anna!” riep ze uit. „Wat is er, juffrouw ? O, ga toch niet zoo voort!” zei het meisje. Lydia droogde haar tranen. „Breng mij naar mijn hut,” verzocht zij. „Je kent den weg!” DE NIEUWE BURGEMEESTER VAN BREDA Verleden week had de plechtige installatie plaats van den nieuwen burgemeester van Breda, den heer Mr. E. O. J. M. Baron van Hövell tot Westerflier. Zittend, met ambtsketen om, de burgemeester. (V.F.B.) „Ik ben daar den geheelen morgen opgesloten geweest. ’t Is hier vlak bij, juffrouw !” In trotsche houding volgde Lydia haar kamenier het dek over naar haar hut. Daar binnengetreden sloot ze de deur en grendelde ze. Toen zette ze zich neer om na te denken wat haar te doen stond. De middag ging stil voorbij doch tegen den avond kwam er een boodschap van Sequeira, waarin hij haar vroeg of ze hem de eer wilde aandoen met hem en dona Bardosa te dineeren. Ze weigerde HET DELFTSCH STADHUIS VAN SUIKER. In het Filiaal van de Coöperatie „Voorzorg”, MiddeHandspiein te Rotterdam, is ter bezichtiging gesteld het door den banketbakker E. A, Bosson te Rotterdam geheel van suiker vervaardigde Stadhuis van Deift. Het kunstwerk is door den burgemeester en het gemeentebestuur van Delft bezichtigd, die hun hooge ingenomenheid met de gelijkenis en afwerking betuigd hebben. en weer verliepen er eenige uren. Tegen negen uur ontsloot ze de deur van haar hut en trad op het dek. Het was een heerlijke nacht. Terwijl ze daar stond aan de verschansing, kwam Sequeira uit een der dekhutten. Hij was in avondtoilet en rookte een sigaar. Zij richtte zich in haar volle lengte op en keerde zich tot hem. „Mijnheer Sequeira, ik vraag u nu voor de laatste maal mij onmiddellijk aan wal te brengen I” DE ZAAK SCHRÖDER. De belangstelling voor het gerechtshof te Amsterdam op het oogenblik dat de uitspraak in het geding van den hoofdredacteur van de Telegraaf, den heer Schröder, verwacht werd. (K.P.B.) Hij keek haar bewonderend aan en glimlachte. „Ik hoopte al dat uw gezond verstand zou zijn teruggekeerd,” zei hij met een zucht. Zij stampte met den voet. „O, als ik slechts één vriend aan boord had !” riep ze uit, terwijl haar oogen fonkelden van verontwaardiging. „Ik mag me dien naam misschien niet toeeigenen, maar ik ben nochtanstot uw dienst! ’' riep een bekende stem. Beiden, Lydia en Sequeira keerden zich ten hoogste verbaasd om. De deur van een der andere dekhutten was geopend en lord Thony stond voor hen. Hij was nu niet de keurig gekleede Kelworth, dien zij kenden, maar stak in een ruw blauw zeemanspak en een paar zware laarzen. „Duizend verontschuldigingen, Sequeira, voor deze onverwachte verschijning,” zei hij op vroolijken toon. „Je hadt mij al zoo dikwijls op je jacht genoodigd en bemerkende dat van morgen om vijf uur door verscheidene zeelui een groote hoeveelheid voedsel aan boord werd gebracht, besloot ik met hen naar het jacht te gaan. Je ziet ik ben er geheel op gekleed. Wat zeg je van de grap ?” Sequeira antwoordde niet, maar staarde den jongen Engelschman onafgebroken aan. „Je was nergens te zien,” ging Lord Thony voort, „daarom deed ik uit nieuwsgierigheid een der hutten open en ziende dat ze niet gebruikt werd, ging ik er binnen viel in de kooi neer en vermoeid door het vroege opstaan misschien was ik dadelijk ingeslapen en ... . nu ben ik hier !” „Na zestien uur geslapen te hebben,” zei Sequeira sarcastisch. „Ja, zoo af en toe!” antwoordde Lord Kelworth met een spottende tinteling in de oogen. Hij wendde zich tot Lydia, die hem aanzag met een geheel nieuwe uitdrukking in haar blik. Ze had hem kunnen omhelzen in haar groote vreugde over zijn verschijning. Sequeira deed een langen haal aan zijn sigaar. „Denk je wellicht dat je mij belachelijk hebt gemaakt, mijn jonge, ondernemende vriend ?” vroeg Sequeira op koelen toon. „Een zeer delicate vraag, vind u niet!”'zei lord Thony lachende. „Ik wil je er maar op wijzen,” ging Sequeira voort, „dat ik in mijn kwaliteit van president met ernstiger dingen te doen heb gehad, dan deze. Ik wil je even meedeelen wat ik met je doen zal. Ik zal je gedurende vier en twintig uur doen opsluiten en je dan op een eenzame plek aan de Spaansche kust aan land zetten. Je zult eenigen tijd noodig hebben, de bewoonde streken te bereiken, denk ik, en als je dan eenige vragen gedaan worden, dan ben je daar uit zucht tot avonturen en met je vrijen wil, begrepen ? Wat denk je van dat plan ?” Lydia deed een kreet van"schrik hooren. „Dat zul je niet durven doen !” riep ze uit. „Mijn lieve kind, ddt heb je al zoo dikwijls gezegd. Heb ik je niet meegedeeld dat ik al heel wat ernstiger dingen onder de oogen heb gezien ? Nu, lord Kelworth, ik zal een paar van mijn mannetjes roepen. Ik vertrouw dat je ons geen last zult veroorzaken.” Lord Thony stapte op de verschansing toe. Hij nam een lange lijn uit zijn zak, maakte hieraan een soort koker vast en haalde eindelijk een revolver te voorschijn en richtte die dreigend op Sequeira. „De man die mij de eerste drie minuten in den weg komt. zal spijt hebben van zijn handeling!” „Thony, doe dat ding weg !” riep Lydia vol angst uit. „Je zult moeten toegeven ; ze zijn met zoovelen !” „Heb je maar drie minuten noodig?” vroeg Sequeira spottend. „Ja, meer niet ! Haal intusschen je mannetjes maar !” antwoordde de jonge lord op denzelfden toon. Sequeira wendde zich af met een lach en begaf zich naar beneden, naar het scheepsvolk. ïn een oogenblik lag Kelworth op de knieën en maakte iets aan de verschansing vast. Toen stak hij een lucifer aan. „Waar is vriend Sequeira ?” vroeg hij rondkijkende aan de verbaasde Lydia. „Ik zou graag willen dat hij dit zag. Hé, Sequeira!” riep hij met den brandenden lucifer in de hand. Hij bukte zich en toen de ex-president aan de deur van het salon verscheen met een paar Portugeesche zeelieden, had hij het genoegen een vuurpijl te zien wegvliegen, het donkere luchtruim in.
PDF
Nummer
1915, nr. 102, 20 dec. 1915
Blad
07
Tekst
15 PANORAMA „Leuk, vind je niet?” vroeg Kelworth onverstoorbaar. „Wat beteekent dat ?” riep Sequeira woedend uit, haastig naar voren stappende. Kelworth hield hem echter dreigend de revolver tegen. „O, niets bijzonders,” antwoordde hij. „Alleen dat binnen twintig minuten, tien misschien, de torpedojager „Shooter” ons praaien zal, om eenige passagiers over te nemen. Hij loopt zoowat dertig knoopen, zooals je weet, en volgt ons op een korten afstand.” Sequeira keerde zich om en keek over den achtersteven van het schip. In de verte blonk een helder licht laag op het water. Hij stak een sigaret op en wendde zich tot lord Thony. „Vriend, je hebt me geslagen,” zei hij lakoniek. „Dat dacht ik ook!” klonk het even kort. Sequeira gaf order te stoppen en binnen enkele minuten lag de torpedojager naast het jacht. Lydia’s koffers waren reeds aan dek gebracht. „Kan ik van dienst zijn ?” klonk John Gilford’s krachtige stem van den torpedojager. „Ja, een dame aan land brengen. John !” riep lord Thony terug. Sequeira legde een vinger op Lydia’s arm. ____ „Wil je van besluit veranderen ? ik kan je een prachtige toekomst aanbieden I” Lydia kon een lach niet weerhouden ; zijn onbeschaamdheid was grenzenloos. „Neen,” antwoordde ze. ,,Ik geloof dat mijn toekomst in Engeland ligt.” „Welnu, veel geluk dan 1 Ik hoopte nog wel, dat mijn truc u zou bevallen. Het spijt me ... . het begon zoo goed en dan de vooruitzichten 1” zei de ex-president droevig. Het kleine gezelschap betrad het dek van den torpedojager. „Vaarwel, Sequeira 1” riep lord Kelworth, toen de beide schepen zich van elkaar verwijderden. ,,Ik zal goed uitzien naar je naam bij de eerste gebeurtenissen in Paragua. Je bent een groot man in jouw soort !” De torpedojager draaide rond en zijn schroeven begonnen te werken. „Wat is het dichtstbij, John?” vroeg Kelworth. „Plymouth 1 We zijn er binnen een halfuur!” Lydia staarde stilzwijgend het jacht na, dat in de duissternis verdween, toen, zich omkeerende, legde zij haar hand op lord Thony’s arm. „Dat was een benauwde dag,” zuchtte ze. „Ja, en een erg drukke .... voor een lotus-eter !” voegde hij er aan toe. Er was een oogenblik stilte, in welke alles wat ze dien dag doorleefd had aan haar geest voorbij toog. „Ik weet niet, hoe je het ten uitvoer bracht, maar het was heel knap van jou, Thonylief 1” barstte ze eensklaps los. „En .... ik wil je bekennen, dat ik mij geheel in jou vergist heb en ... . (er was weer een pauze) en als je me nog hebben wilt, dan .... kun je me trouwen 1” De laatste woorden kwamen er haastig uit. Lord Thony’s hand omsloot de hare. Hij keek rond en zag John Gilford naderen . . „John ! Wensch ons geluk 1” riep hij uit. „We trouwen nog deze maand. Menschen met drukke bezigheden als wij, mogen geen tijd verliezen. DE 100.000 door JOB STEYNEN zat in een derdeklas-coupé van den laatsten trein naar A. Het derde-klas-reizen heeft, gelijk alles in de wereld, zijn voor en zijn tegen, hé? Ik zal al de vooren nadeelen hier ter plaatse niet gaan uitzoeken, noch determineeren ; alleen een voordeel dat aanleiding tot dit verhaal werd, moet ik noemen: men heeft kans op de houten banken een genoeglijke mededeelzaamheid aan te treffen, welke men op de weeke kussens — de vaagbruine der tweede, de roode der eerste — tevergeefs zoeken zal. Tegenover mij in het matig verlichte hokje zat mijn eenige medereiziger, een man van ten naastebij zestig jaar. Hij had een van die plezierige gezichten-, welke voor tooneelspelers als de grond-type van den kleinen rentenier, den burrivieren, is het land (V.F.B.) OVERSTROOMiNGEN RONDOM DEN BOSCH. Door den aanhoudenden regenval der laatste dagen en het voortdurend wassen der rondom ’s-Hertogenbosch voor een groot gedeelte overstroomd. german, die er „bovenop” gekomen is, gelden, en wiens grime, haardracht en gelaatsexpressie door hen zoo gaarne worden nagebootst. Huidskleur roze, schedel rond, neus klein, haar peper en zout, mond wijd, tanden vrij gaaf, bakkebaarden, of zoogenaamde „handvatsels”, wit, oogen blauwgrijs als vaatwater. Jas, broek en vest van zwart laken ; boord liggend; das tusschen vest weggezakt; schoenen model en omvang citybag, hoed zwart, bol, stijf en karakterloos. We waren al een heelen tijd in druk gesprek. Dat was zoo P. H. VAN THIEL. G. C. V. SCHÖFFER. De heer P. H. VAN THIEL. deurwaarder bij de Arrondissernents-Rechtbank te ’s-Gravenhage, ter standplaats Leiden, zal op 23 December 1915 den dag herdenken waarop hij vóór 25 jaar als zoodanig werd benoemd. Te Scheveningen is op den leeftijd van 74 jaar overleden de heer G. C. V. SCHÖFFER, oud-chef-firmant van ’t bekende huis Hofmann Schöffer & Co. te Amsterdam. Op kunstgebied was de heer Schöffer in de hoofdstad een zeer bekende persoonlijkheid. vanzelf aangekomen. Hij had eerst gezegd, dat het mooi weer was, (— iets wat door sommige lieden als een banaliteit wordt aangemerkt, maar dat heel niet is; immers welke aangelegenheid ter wereld ziet kans, zooveel menschen uit alle klassen en standen, van beiderlei kunne en van alle staatkundige richting, voor zich te interesseeren als juist het wèer?) Daarna was er over de dure levensmiddelen gepraat, en het gesprek was zóó allengs gekomen op vroeger OVERSTROOMINGEN RONDOM DEN BOSCH. Nog een kiekje van het overstroomde gebied rondom den Bosch. jaren, vergeleken met onzen tijd; een vergelijking, die, zoo zij door oudere menschen wordt ter sprake gebracht, steeds in het voordeel van ons voorgeslacht uitvalt. Ik bereidde me er dus reeds op voor. door mijn reismakker het thans levende geslacht tot in het weerzinwekkende te hooren kleineeren als lichtzinnig, hoovaardig, verspilzuchtig en erger, waartegen onze voorvaderen en -moeders dan als vlekkeloos reine zielen zouden afsteken ; en ik was niet weinig verbaasd, toen ik mijn overbuur hoorde verklaren, dat het in zijn jeugd nu ook zoo’n algemeene braafheid niet geweest was als sommige bejaarde lieden het wel wilden doen voorkomen .... Ik zat er waarlijk van te kijken. Zoo’n renegaat! Die man had nu ook geen korrel korpsgeest, om zóó opzienbarend zijn eigen generatie te gaan afkammen. De gezellige baas knipoogde eens, als had hij mijn overdenkingen verstaan, beproefd en geschikt bevonden om er den draak mee te steken. —■ „Ouwe koffie”, zoo luidde zijn diagnose, —• „ouwe koffie, mijn beste meneer. Mijn vader zaliger sneed tegèn mij al net zoo goed op over den tijd van zijn jeugd. Dat is altijd zoo geweest. En goed bedoeld, hoor, daar twijfel ik niet aan, maar je moet dat allemaal niet gelooven. Toen ik een jongen was, had je even goed lichtzinnige menschen als tegenwoordig. Evèn goéd, zeg ik . . .” Of ik in Lieveen bekend was, vroeg hij, —- het dorp in den omtrek van-A? „Neen, ik ben er niet bekend,” zei ik. „Nou. dan zult u ook de geschiedenis van Tjebbe Schout niet kennen.” „Dat was me anders iets,” voegde hij er bij met een leutig knipoog, wat zooveel beduidde als dat hij klaar lag om van wal te steken. Ik zei, dat ik heel graag het verhaal eens hooren zou, en mijn genoeglijke reismakker begon te vertellen : ,,Tjebbe Schout was schippersknecht. Maar niet een van de keurige, propere soort zooals je er tegenwoordig aantreft ; menschen, die als ze passagieren met hun blauwe serge pakjes en sportpetten voor den fijnsten meneer niet onderdoen ; neen, hij was van een soort zooals je er vroeger aantrof, die waar ze ook gaan een doordringende lucht van teer en zeildoek meebrengen, en een half ons Oldenkott tegelijk in hun mond steken ; kerels die broeken dragen zoo wijd, dat ze wapperen op hun schoen, en je naar voèten compleet zoeken moet; en in hardblauwe boezeroenen en met stugge zwarte flambards op, in één woord ware, onvervalschte schippersknechts met al hun ap- en dependentiën. Hij verdiende een weekloon van vier gulden vijftig, en als het bar druk was, kwam er 27 centen voor overwerk bij. Hij had nooit meer verdiend, wel jarenlang minder, maar hij had kans gezien daarvan een vrouw en een heel hoopie kinderen te onderhouden, en behalve dat zoowaar ook nog in de staatsloterij te spelen. En tamelijk grof ook. Hij was begonnen met twintigjes, later tientjes, en toen hij er jarenlang met eigengeld of kleine prijsjes was uitgekomen, had hij het lef een héél lot te nemen. Daar had de man alles opgezet; daar leefde hij voor ; de gedachte aan de kans, dat hij nogeens ooit een fikschen prijs trekken zou bezielde hem als het ware bij zijn zware werk en gaf hem op voorhand al een soort van heimelijke hoovaardigheid tegenover zijn baas en alle verdere menschen, die zich wat beter konden roeren dan hij. Op een ochtend, dat hij aan het laden was, en aldoor maar van den wal naar boord groote zakken steenkool sjouwde, zag hij ineens zijn vrouw naar den wallekant rennen. „Tjebbe ! Tjebbe 1” gilde ze of ze bezeten was, en ze zwaaide met haar armen van geweld. Toen hij schuinsweg opkeek, onder zijn zware vrachtje uit, schreeuwde ze: „Gooi weg dien zak. Gooi weg. We benne rijk. We hebbe de f 100.000!” Als ik zeg, dat Tjebbe een beroerte van blijdschap kreeg, ddn lieg ik. Maar als ik zeg, dat hij géén beroerte kreeg, dan lieg ik ook. Want de schipper, die het bijwoonde, vertelde later, dat Tjebbe’s beenen een seconde-lang bliksemsnel heen en weer wapperden, en de zak steenkolen op zijn nek een soort van zware bibberatie kreeg, maar dat was alles ; hij heeft dus mogelijk een korten attak vaneen beroerte gehad, die dan, om zoo te zeggen, in de geboorte verstikt is. Toen smeet hij den zak steenkolen neer of het een vod zonder waarde was, liep naar den wal, loog tegen zijn vrouw, dat hij er niks van geloofde, was echter in een oogwenk overtuigd, voerde met (V.F.B.) haar samen een heidenschen
PDF
Blad 
 van 2380
Records 2086 tot 2090 van 11897