|
PANORAMA
rumoer door de tentenstraten,
en de brooddronkenheid wis
aanstekelijk. Kanjers van jongens
met groote petten op, timmerden
on het oog hunner
breedgerokte. vriendinnen op de
koppen van Jut, of vertoonden
in de schiettenten hun kunststukken,
zoodat het voortdurend
door de drensende muziek
heen knetterde als een snel en
scherp pelotonvuur. In de poffertjes-
en wafelkramen, aan de
zuur- en vischtenten werden de
versnaperingen in meer dan
overvloedige mate verorberd;
helgele biertjes en paarsroode
limonades werden bij groote
hoeveelheden geplengd, en in
de kakelbonte spullen, bloedverstijvende
tooverhuizen, in
naïef gedécoreerde omgeving
vergaapten de kleine-kinderen,
die men in het gewone doen
groote-menschen noemt, zich
aan de dolle grimassen en jolige zwetserijen van dedikarmige
athleten, schoone juffers in tricots en gelukzalige hansworsten.
In een hoekje, niet ver van den ernstigen silhouettenknipper,
den artist. die den ergsten rumoeren ontvluchtte,
stond Aagje, de daghit. Ze was bleek en sproeterig, flauwe
oogjes kwijnden onder witte wenkbrauwen, het geelwitte
hoofdhaar was piekerig en iel, en eindigde in een vlecht,
niet grooter dan een middelmatige wijsvinger.. Het platte
dunne lijfje werd strak omspannen-door een blauwkatoenen .
jurkje dat te kort was, zoodat er van onder uitspichtten
de vormelooze beentjes met groote wijde rijglaarzen. Op
het kleine arme hoofd stond een oud zwart zijden hoedje
met een aigrette versierd, en die bekronende, gehavende
EEN PORCELEI N GROEP,
opgesteld door den heer W. van den Heuvel en vertoond op een kunstavond;
gegeven te Baarn ten bate van het Pensioenfonds en de kas der
Nederl. Vereentging tot bescherming van dieren, afd. Gooi en Eemiand.
aigrette was wel het allerbelachelijkst van dit heele sjle
mielen-verschijninkje.
Er waren heel wat kennisjes voorbijgekomen, en bijna
allen aan den arm van’jongens, lachend en stoeiend met roode
pretgezichten. Van haar had echter niemand notitie genomen,
en wanneer er een haar aleens aankeek, was het om haar
uit te lachen. En toch, wat zou ze ook graag meedoen ;
dat wilde gehos en gestamp trok haar niet aan, maar er waren
toch ook vele paartjes, die rustig zich vermaakten, eens
een ritje in den draaimolen mee deden, wat rondwandelen,
alles bekijken op zichzelf was toch ook al een heel pleizier
in een tent hier of daar door vaardigheid en goed
geluk een prijsje trachtten te winnen, en dan in een biertentje
of melkhuis gingen uitrusten van al de pret.
Maar niemand nam er ook maar de geringste notitie van haar.
Was ze te bedeesd ? Moest ze brutaler zijn. zooals al die anEEN
60 K.M. WANDELTOCHT.
De Haagschs Sportvereeniging „Steeds Voorwaarts” organiseerde Zondag 12 December een
wandeltocht van 60 K.M, over Rotterdam, Zoetermeer en Zegwaard. De deelnemers, 35 in getal,
vertrokken 's morgéns half 8 van hotel Terminus en arriveerden, zonder uitvallers, ’s middags
om half zes weder aldaar. (Foto Hijmans.}
25-JARIG BESTAAN AMSTERDAMSCH A C APPELLA-KOOR
Verleden week herdacht het bekende a Cappeila-koor onder leiding van den heer Antoon Averkamp. het feit, dat het vóór 25 iaat werd gesticht.
Onze foto geeft een groep der leden met in het midden, zittend, den directeur A. Averkamp. (V.F.jS.)
deren ? Ze poogde zich wel wijs te maken, dat dit de eenige
oorzaak was, maar in den grond begreep ze wel. dat baar
uiterlijk de jongens niet aantrok. Het was altijd zoo geweest,
en zou wel altijd zoo blijven, zoo poogde ze zich wel eens
te ... . troosten, maar .... ze was jong. achttien jaar
nauwelijks, en dan kan je toch den kamp.met het leven
nog maar niet opgeven, al ben je een arm, onooglijk meisje5
je wil toch ook ièven, je wil toch ook iets. al is het nog zoo
luttel, medegenieten van al de vreugden, die het bestaan op
de wereld bieden kan.
Zoo stond ze weer hier, als .het ware te wachten op de kans
van haar geluk. Ach, ze zou met zoo weinig tevreden zijn ;
een buurjongen, die met haar eens in den draaimolen zitten
ging; één die haar meenam om haar op een bordje poffertjes
te trakteeren. .... het zou al een zalige gebeurtenis zijn.
maar wiè zou haar met haar magere gezicht en haar zonnesproeten
nog trakteeren ? , . . .
Zoo stond ze temidden van de vroolijke -drommen, en
tobde, tobde maar aldoor verder ....
Toen, Ineens, begon de droom, die werkelijkheid was,
maar zoo mooi, zoo verrukkelijk, dat het een droom geleek.
Neiis uit den kruidenierswinkel kwam op haar toe. Hij was
alleen. Kranig zag hij eruit .met zijn Zondagsche pak en
zijn sportpet, en hoe sjiek, die sigaret in zijn mond. Hij
hoefde niet opzij te gaan voor den lijnsten meneer.
nWat sta je daar alleen, Aag,” begon hij op vriendelijken,
ietwat beschermenden toon.
,?Ik . ... ik wacht/' antwoordde ze bedremmeld, niet
goed wetend wat ze zei,
J?Op wien ?” malde hij. op superieure wijze glimlachend
om haar verwarring en stumperigheid.
Toen. ineens, had het meisje een oogenblik van flinkheid
in haar anders zoo slappe, baloorige leventje : „Op jou",
zei ze.
Ze schrok er zelve van. Hoe durfde ze zóó iets vreeselijks ?
Maar toen hij den arm door den hare stak, en haar lachend
en pratend naar een poffertjeskraam leidde, huilde ze bijna
van blijdschap. Hij was zoo vriendelijk voor haar als nog
nooit iemand in haar heele leven geweest was. „Ik bemin
hem”, zei ze zacht in zichzelve, en de woorden mochten aan
een goedkoopen roman ontleend zijn, de gemeendheid,
de waarachtigheid was er niet minder om.
Ze aten ieder een bordje, Nelis dronk bier.
Ze had een hoogroode kleur van blijdschap, toen ze aan
Nelis' arm de kraam kwam uitstappen. En hij ? Alsof het
niet op kon. zoo kuierde hij met haar naar een hoepla-tent.
„Zes ringe voor ’n dubbeltje” gilden de .jongens.
„Eens probeere ?” deed Nelis.
„Ik durf niet,” aarzelde -Aagje.
„Geef mij er zes/' gebood Nelis den jóngen. En met
de ringen in de hand vroeg Nelis haar, met een blik van
geblaseerdheid al de kostelijke
stukken karaffen, wekkers,
vazen, en verdere heerlijkheden
omvattend, wat ze nu
wel zou willen winnen. Met
glinsterende oogen stond het
meisje alles te bekijken, en
wees toen op een houten klokje,
dat met koper gemonteerd was.
„Wat ’n pronkstuk'/ zei ze
vol geestdrift, „hè, wat zou
ik dat graag hebben . ..”
„Gooi dan een van deze
zes ringen erover heen. en je
hèbt het/’ zei Nelis lachend.
„Ik durf niet/’ weifelde
Aagje, Hij deed het haar
voor, en miste. Maar hij vond
dat heelemaal niet zoo erg. •—
„Zoo, nou jij.”
- En ’t meisje wierp de ringen;
ze deed het met een ernst als
hing haar leven ervan af. Ze
beefde van inspanning, en transpireerde
onder haar zware zijden
hoedje, Drie misten, de vierde ring was raak : daar lag hij
rondom ‘t prachtige klokje, precies zoo rond ’t voetstuk heen,
als was hij door een zorgzame hand daar neergelegd. Het
meisje deed haar oogen dicht. Ze twijfelde of ze wel goed
had»gezien, maar een van de jongens gaf haar het klok’je.
„Een klok! Wat moet jij nou met ’n klok !” schaterde hij.
Het meisje drukte het klokje tegen zich aan. alsof ze het
knuffelen wilde. Het was haar wonderlijk te moede, zoo
gelukkig was ze nog nooit geweest; de wereld had voor haar
in nauwelijks een uur een geheel ander aspect gekregen.
„Wat moet jij nou met 'n klok.” lachte hij nogeens, en
ze antwoordde met een gemeenplaats, een zegswijze van het
volk. doch haar extatisch gelukkige gezicht gaf een nieuwe,
RHYTHMISCHE DANSEN,
onder leiding van Mejuffrouw Dora Werst, gegeven op een kunstavond ie
Baarn. ten bate van hei Pensioenfonds en de kas der Nederi. Vereeniging
tot bescherming van dieren, afd. Gooi en Eemiand.
voor haar diepe beteekenis daaraan : „Het is het eerste
stuk in m’n huishouden,” zei ze.
Nelis keek haar aan. Hij verschrikte van haar opwinding,
haar begeesterde gezicht, haar wonderlijke houding en
bewegingen. En hoe vreemd het ook lijkt, hij was bang van
haar. Wat had hij aangehaald ? Zijn vriendelijkheid was
voorbij, hij gaf allengs stroever en stroever antwoorden,
zweeg eindelijk geheel. Toen loosde hij haar met ’n smoesje.
En Aagje wandelde als verdwaasd naar huis. De schoone
droom, de schoonste van haar leven, was uit. Ze was wakker
geworden. En hoe ? Met het klokje tegen haar slungelige
lijfje geperst, liep ze verwezen voort, en huilde tranen met
tuiten. Thuisgekomen klom ze dadelijk de trap op naar haar
zolderkamertje, en op de poovere tafel bij haar bed zette ze
met bevende hand het klokje neer, het eerste stuk in haar
huishouden, dat tevens ook het laatste wezen zou.Want
nooit in haar leven nam er één jongen meer notitie van haar.
EEN JEUGDIG SPORTSMAN.
De li-jariqe jan Kortvinke, "bekend door zijn kraniae prestaties op verscheidene wandeltochten, heeft onder controle
van een tweetal bestuursleden van „H.A.V.” erfden bekenden „Sport Opa,” (staande tusschen de twee dames)
weder een aardige wandeling volbracht. In 7 uur 32 min., een rust van 35 min. inbegrepen, marcheerde hij heen
en terug Den Haag-Rotterdam. Verder Hepen Zondag van dezelfde vereeniging de heeren J.W. Veitman en Van
Taanon.~(in gezelschap van de dames Veitman en Vermeulen per rijwiel) var; oen Haag naar Adam (60 K.M.) »n
7 uur 42 min (/ofe Hifmans )
NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIj, LEIDEN.
|