Panorama

Blad 
 van 2380
Records 2066 tot 2070 van 11897
Nummer
1915, nr. 99, 9 dec. 1915
Blad
07
Tekst
PANORAMA ST. NICOLAAS OP BEZOEK. Ondanks de tijdsomstandigheden blijft St. Nicolaas ons trouw. Wat gelukkig heeten mag, want velen bezorgt hij een genoeglijken avond en menig kinderhart zou teleurgesteld zijn. indien hij voor goed wegbleef. Op onze foto ziet men den goeden Sint op bezoek bij de kleinen van de Bodaerthuizen in de Nic.-Beetsstraat te Amsterdam, waar op gewone dagen ook reeds zooveel gedaan wordt om kinderleed te verdrijven. (V.F.B.) tegen elkaar. Weer wist de oude baron hem te treffen, doch ook hij was gewond en van Charles' arm droop het bloed. De Gourvilie, dit bemerkende, sloeg met een* krachtigen uitval hem het rapier uit de hand. Vloekende bukte de ontwapende man zich en greep De Gourvilie bij diens middel. In 'zijn poging om zich uit dien greep los te werken en zich onderwijl den ouden baron van het lijf te houden, had hij den muur waar hij zich tot nog toe beschermend had weten op te stellen, verlaten, Zijn jonge tegenstander had zich weer van zijn degen weten meesterte maken, en opeens bevond De Gourvilie zich tusschen twee vuren. In dit gevaarlijk oogenblik kwam er hulp en van een onverwachte zijde. Het jonge meisje, dat doodelijk verschrikt den woedenden strijd had gadegeslagen, en het gevaar ziende, waarin De Gourvilie zich bevond, greep, impulsief, een wijnkaraf en wierp die naar Charles, die van achteren op De Gourvilie toeliep. De zware karaf trof den jongen De Longueville aan het hoofd, die daarop bewusteloos op den grond viel, bedekt door de glasscherven. ,,Bravo 1” riep De Gourvilie uit. ,,Van nu af behoort mijn leven aan u, schoone jonkvrouw! En nu nog met u, baron 1 Mij dunkt, het spel is ten einde en ik ben aan de winnende hand !” „Jou schurk !” raasde de baron, die het spel verloren zag, nu hij alleen stond tegen De Gourvilie. „Ik zal jouw vervloekten strot . . . De zin eindigde in een smartelijken kreet; het lemmet van De Gourvilie had zijn werk voltooid : de baron zakte ineen. 7 „Snel 1” riep De Gourvilie het meisje toe. „We moeten vluchten, onmiddellijk 1” „Vluchten ? Waarheen ?” stamelde zij onzeker. „Naar den markies De Saulles! Of vergis ik me? — Kom, de bedienden zullen spoedig hier zijn.” Hij nam haar op met één hand, terwijl hij in de andere zijn druipend rapier hield en spoedde zich met het meisje, dat niet den minsten weer stand bood, de zaal uit. „Snel nu. Kunt u mij den weg wijzen naar den stal, zonder dat een der bedienden ons ziet ? Een paard, en dan weg, voor men ons achtervolgen kan. Dat is onze eenige kans !*’ III. Als in een droom gehoorzaamde de jonge dame en kramp achtig De Gourville’s hand grijpende, leidde zij hem door een donkere, nauwe gang naar een binnenplein. „Duivels 1 De fortuin is met ons !” zei De Gourvilie, toen hij daar een paard zag, dat gezadeld stond, blijkbaar voor het vertrek van graaf Lacraisse. De Gourvilie zette het meisje in bet zadel, steeg zelf achxer haar op en gaf het paard de sporen, dat daarop in snelle vaart wegdraafde, nog net bijtijds om te ontsnappen aan de bedienden, die het huis uitstormden om de vluchtelingen tegen'te houden. „Het spel is nog niet gewonnen,” mompelde De Gourvilie, „als de jonge Longueville spoedig bij kennis komt, zal hij ons zeker met een aantal bedienden volgen. Duivels, dat is niet de vervolging, die ik vanmorgen bedoelde !” Hij greep de leidsels met grimmige beslistheid en ondersteunde terwijl het verschrikte half bezwijmende meisje, dat nauwelijks begreep,, wat er met haar plaats vond en zich nochtans vol vertrouwen liet wegvoeren door dien roodharigen avonturier, die den naam van haar minnaar ge noemd had. En zoo vlogen ze voort in den duisteren nacht. Het slijk EEN BELANGWEKKENDE ONTMOETING. In de schermzaal van den bekenden Amsterdamschen schermmeester Giandominici had verleden week een belangwekkende ontmoeting plaats tusschen den beroemden Belgischen schermer Selderslagen en den eigenaar van genoemde schermzaal. Op onze foto ziet men de beide schermers terwijl zij een partij fleuret geven. (V.F.B.) spatte rechts en links omhoog ; bosschen doemden op en verdwenen even snel ; voort, steeds maar voort jaagde het trouwe beest, wiens energie onder den dubbelen last langzaam maar zeker uitputte en langs wiens schoften het bloed HET VERTREK VAN DEN HEER KRAUS. De heer Kraus temidden van zijn familie aan boqrd van het s.s. „Prins der Nederlanden ’, waarmede hij Zaterdag j.1. naar Indië is vertrokken, waar zijn algemeen erkende bekwaamheden door de Ned. Indische Spoorwegmaatschappij als altijd zeer op prijs gesteld worden. (V.F.B.) droop van De Gourville’s sporen. Den driearmigen wegwijzer schoten ze voorbij en de harde effen weg toekende zich ais een eindeloozen witten draad tegen de duisternis af. De Gourvilie begon nu de wilde vaart van zijn ros wat te verminderen. Geen woord was er nog gesproken tusschen de beide rijdenden ; de stilte werd slechts verbroken door den hoefslag van het paard en het gekletter van De Gourville’s degen. Korenvelden, boerenhoeven, wijngaarden en struikgewas gingen in bonte volgorde aan hen voorbij. De minuten schenen te kruipen, de weg was oneindig. Voort, steedsmaar voort, tot, als met een schok uit een wilden droom ontwakende, De Gourvilie bemerkte dat hij met de dame in het grauwe licht van den dageraad reed. Hij veranderde zijn positie en nam zijn arm weg, waarmede hij den kostbaren last gedurende de nachtelijke uren ondersteund had. Deze beweging ontlokte hem een kreet van pijn en te gelijkertijd bemerkte hij dat zijn gewonde arm een groote donkere bloedvlek op het witte gewaad van het voor hem zittende meisje had achtergelaten. Onderwijl liep markies De Saulles ongeduldig zijn kamer op en neer. De trage minuten werden met een tikkend geluid weergegeven door de gouden pendule, waarheen de markies telkenmale en steeds ongeduldiger de schreden richtte . Tien uur — kwart over — half elf . . . en nog wachtte hij tevergeefs. De Gourvilie had toch zelf beloofd om negen uur terug te zijn. Kwart voor elf — tien minuten — vijf — toen ,,DE HILLARYS”. Door de N V. „Tooneelvereeniging”, gezelschap Heyermans, is verleden week in den Hollandschen Schouwburg te Amsterdam opgevoerd het tooneelspel in 3 bedrijven van Hougton: „De Hillarys”. Wij brengen hierboven het einde van het 3e bedrijf in beeld. Van links naar rechts: Caroline van Dommelen; Hubert Laroche; A. Zelvelder; M. Meunier-Nagtegaal; Truus Post; Frits Bouwmeester; Martha Walden; Fred Vogeding. (V.F.B.) „DE ONTROUWE . . . In Schouwburg „Frascati” te Amsterdam is Vrijdag 3 December de première gegeven van „Dt ontrouwe...?”, die zeer veel succes had. Onze foto geeft, in de bekende volgorde: Mevrouw Hulsman-Ruys; Ansje Kapper; Mevr. Blankensteyn; Louis van Dommelen; Coba Kinsbergen; Laurens Ezerman; Lageman; Barendse; Monnikendam; De Boer. (V.FB.)
PDF
Nummer
1915, nr. 99, 9 dec. 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA 8 EEN (2’/2-JARIG JUBILEUM, Ds Koninklijke Nationale Zangschool te ’s-Gravenhage vereenigde verleden week in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen een talrijk publiek om getuige te zijn van de wijze waarop bestuur en leden den directeur, den heer André Beijersbergen van Henegouwen, bij gelegenheid van zijn 121/3-jarig jubilée als directeur dier school wilden huldigen. Tijdens de huldiging'werd een feest-concert gegeven, waartoe 500 militairen gratis toegang hadden. Onze foto geeft den jubilaris temidden van het bestuur en de leden der vereeniging. {foto v. Tol.) St. NiCOLAAS EN DE JEUGD. Het St.-Nicolaasfeest in het Kinderhuis van de Aigemeene Commissie voor Kinderverpleging en Kinderbescherming van den H. Vincentius è Paulo, Biiderdijkstraat 92-94 te *s-Hage. Door edelmoedige gevers en geefsters daartoe in staat gesteld, kon het bestuur den kinderen een aangenamen dag bereiden. (foto v.Tol). Gelukkig was ik toen juist in de nabijheid van een kasteel, alwaar ik voor den nacht een schuilplaats gevonden heb.” „Wat? Plichtvergeten schavuit!” barstte de markies woedend los. „Kom je me dat zoo kalm vertellen ? Waarom daar niet naar den weg gevraagd en een versch paard geleend ?” „Dat was ook mijn plan,” antwoordde De Gourville, „maar . . . .” „Maar ? Wat maar ?” onderbrak zijn meester. „Ga voort, schurk !” „Ik werd in een heerlijk verwarmd vertrek geleid en van ging de deur open en trad de Gourville binnen. „Ha ! Eindelijk !” riep de markies verheugd uit. „Je bent twee uur over je tijd !” „Ja, edele heer ! Onderweg malheur gehad !” antwoordde De Gourville met een ondeugenden blik in zijn oogen. „Malheur gehad?” herhaalde demarkies verwonderd. „Wat voor malheur? Vertel op, kerel 1” „Ik ben verdwaald geraakt, en . . . .” „Verdwaald geraakt?” viel De Saulles opnieuw uit. „Hoe is dat mogelijk ? Ik heb je den te nemen weg nauwkeurig beschreven !” „Ja, maar verzuimd mij te zeggen, dat de landweg zich weer in tweeën splitste.” „Dus ben je te laat aan de herberg gekomen ?” vroeg de markies weer. — „Ik ben in ’t geheel niet aan de herberg gekomen ; ik sloeg den verkeerden weg in. Eerst na eenige uren bemerkte ik het, doch toen brak er een hevig onweer los, de weg veranderde in een modderpoel en tot overmaat van ramp verloor mijn paard een ijzer. BAZAR GENOOTSCHAP v. BIJBELVERSPREIDING. Een schitterende inzending op de Bazar v.h. Genootschap voor Bijbelverspreiding, die te Amsterdam gehouden wordt. Zij stelt voor een tabernakel met voorhof. Gods heiligdom tijdens den zwerftocht van het volk Israël in de woestijn, zooals dit in Exodus en Leviticus beschreven wordt. Op den achtergrond ziet men den hoogepriester. Op den vcorgrond een Oostersch huis; daarvoor de steeniging van den vloeker en van een vrouw die.overspel gepleegd heeft. De inzending, die zeer interessant is, is van den heer F. C. Neumann. EEN GEDENKSTEEN ONTHULD. Zaterdag 4 December werd te Amsterdam op de nieuwe Oosterbegraafplaats de gedenksteen onthuld namens het Nederlandsen Jongelingsverbond op het graf van den overleden bestuurder J. Ph. Marmelstein. De fraaie gedenksteen, die Marmelstein’s levensdoel vertolkt, is ontworpen door den beeldhouwer-kunstenaar L. M. v. Tetterode. TENTOONSTELLING NATUURWETENSCHAPPELIJK PIONIERSWERK. Tijdens de wetenschappelijke vergadering van de vereeniging voor geschiedenis der genees-, natuur- en wiskunde in het gebouw van den Werkenden Stand te Amsterdam verleden week gehouden, waren door de goede zorgen van het Koloniale Instituut een aantal werken tentoongesteld betreffende Natuurwetenschappelijk pionierswerk ten tijde der 0-1.- Compagnie. In het midden der foto het portret van G. ERumphius, in de 17e eeuw gouverneur van Amboina. spijs en drank voorzien. In de aangrenzende zaal vermaakten zich drie heeren met het kaartspel . . . .” „Aha! Nu begrijp ik alles! Vervloekte ellendeling!” voer markies De Saulles uit, buiten zichzelf van teleurstelling. „En toen ben jij ook gaan dobbelen en heb-ie je geheele zending vergeten. Doch — ’t is mijn schuld, ik had moeten begrijpen dat een vos wel zijn haren maar niet zijn streken verliest !” Toen ging hij voort op kalmeren doch strengen toon : „Geef me het collier terug en verlaat mijn dienst ’ Oogenblikkelijk !” „Het collier?” herhaalde De Gourville langzaam.. . . „heb ik niet meer!” „Wat zeg ie daar? Dus om de kroon op je werk te zetten heb je het collier verdobbeld? Zeg ja en ik rijg je aan mijn rapier.” „Doe dat niet, edele heer,” antwoordde De Gourville op luchtigen toon, „want ik heb iets beters dan het collier teruggebracht.” „Iets beters?” „Ja 1 De dame zelf!” klonk het lakoniek. ORELIO. ORELBQ JUBILEERT. n el was al eenigen tijd in de pen. En nu is hel er zoo goed als uil. ten 70-tal heeren niet den burgemeester aan hel hoofd hebben zich tof een comité vereenigd, met de uitgesproken bedoeling, den zanger Orelio bij zijn 40-jarig zangersschap te huldigen. Er zullen jubileum-concerfen te Amsterdam, Rotterdam, den Haag en in andere groofe steden van ons land gegeven worden. — Orelio, in 1654 in ’s Bosch, de sfad der zangers, geboren, werd voor het onderwijs opgeleid, en kreeg een aanstelling als onderwijzer in Dordrecht: daar werd zijn mooie stem „ontdekt’’; hij kreeg er zangles van mejuffrouw Mina Gips, en was een ijverig en werkend-Iid van de Dordfsche liederfafel onder leiding van Kees van der Linden. In 1666 kwam hij bij De Groot’s eerste Nederlandsche Opera. Men moet Orelio verhalen uit dien tijd hooren vertellen ; want van die Nederlandsche Opera heeft hij de heele geschiedenis meegemaakt; hij was er langen tijd de ziel van. Als Orelio meezong, kon de bureaulist rekenen op blauwe vingertoppen van het geld-tellen. Die Nederlandsche opera, — ja, dat bedenk je nu zoo niet meer, — maar dat was een onderneming van geweld. Tegenwerking van een groot publiek dat uitsluitend in het Fransch en Duifsch wilde hooren zingen. -— De eerste voorstelling van de Ned. Opera was Eaust. De hoofdrol werd door een Vlaming gezongen, Van Oss, en deze brave man werd uitgelachen om zijn uitspraak, maar toen Henri Albers als Mefisto en Orelio als Valenfijn optraden, verkeerde het lachen in bewondering, en in de pauze was de zaal voor de volgende Fausf-voorsfelling uitverkocht. En dat succes steeg en steeg, en Orelio had er, later met mevrouw Engelen-Sewing en Pauwels, het leeuwendeel van. Hij trad door den tijd in ruim 100 rollen, alleen reeds in de Nederlandsche taal, op; wie kent zijn Mefisto in „Fausf” niet, zijn Wilhelm Teil, zijn Hamlet, zijn Hans Sachs? Wij denken, een ieder opera-bezoeker moet zich die partijen van Orelio herinneren. Maar als concerfzanger mag Jef Orelio er ook wezen. Hij was een der -eersten, die het aandurfde, in zijn eigen schoone, rijke taal. het Nederlandsch, te zingen, en zijn durf werd beloond door groot succes, overal waar hij kwam. Bij de herdenking van dit zijn jubileum moge blijken, dat we allen erkentelijk zijn voor wat deze zanger, die populairder dan ooit een zanger in Holland was, ons te genieten heeft gegeven gedurende al die jaren, en dat is geen kleinigheid geweest. Kyf-Kyf ORELIO. (foto's Geveke). NEDERL. R0T0GRAVURE-MAATSCHAPP1J, LEIDEN.
PDF
Nummer
1915, nr. 100, 13 dec. 1915
Blad
01
Tekst
Een schitterende, nog nimmer gepubliceerde serie foto's van den veldtocht in Servië is in dit nummer afgedrukt. No. 100 (24b) n DEC 1915 AFZONDERLIJKE NUMMERS 7'/2 CENT A.W. SIJTHOFF'S UITGEVERS M AATSCH APP ! J - LE E N ABONNEMENT PER KWARTAAL 26 NUMMERS f 1.30 voor Sieren T en einde het abnormale stijgen der prijzen te voorkomen, heeft de regeering zich met het eiervraagstuk bemoeid. Wekelijks worden thans te Amsterdam groote veilingen gehoudert, waar duizenden stuks worden verkocht en gekeurd. Op onze foto ziet men het keuren der eieren hetgeen geschiedt door ze met een kaars te doorlichten. (Zie ook de foto’s op pag. 16)
PDF
Nummer
1915, nr. 100, 13 dec. 1915
Blad
02
Tekst
10 Een last-aufo geeft munitie over aan een boot van den etapendienst Vrijwillig L. S. Corps „Motor Vaar- en Voerwezen (Van onzen militairen medewerker.) (Nadruk verboden.) (WPS^W^iSadat reeds een Paar Jaar &e~ leden een vrij ® willig automobiel corps en motorrijderscorps werden opgericht, die thans tijdens de mobilisatie hunne belangrijke diensten aan den lande bewijzen, heeft de Directie van het Etapenen Verkeerswezen besloten deze organisatie als ’t ware uit te breiden. Het legerbestuur tracht nu tot de oprichting van een wijdvertakt lichaam te geraken, dat den naam zal dragen van Vrijwillig L. S. Corps „MotorVaar- enVoerwezen’ ’. Dus niet alleen meer te land, zooais tot dusver door auto’s en motorfietsen geschiedde, maar ook te water, door motorbooten en andere vaartuigen, zal gepoogd worden contact te krijgen met het burgerlijke element ten bate van ’s lands verdediging. Wij kunnen niet anders dan deze nieuwe organisatie met gejuich begroeten. Al te lang was ons waterland gespeend van deze hoogst nuttige instelling, die zeker in het polderterrein onmisbaar is. Dat ook het buitenland het enorme belang van ’n zoodanig corps erkent, blijkt o.a. uit het feit, dat Oostenrijk in 1911 100.000 kronen voor motorbooten uitgaf en in 1912 de helft van die som. In den tegenwoordigen oorlog nemen Duitsche motorjachten aan den strijd deel, zoowel in Vlaanderen als in Polen. Trouwens overal in de ons omringende Rijken bestaat een dergelijk lichaam. Laten wij er ons thans niet in verdiepen, waarom Nederland in deze achteraan kwam, maar veeleer bovengenoemde Directie voor haar initiatief loven. Zij heeft natuurlijk, dank zij deze mobilisatie, leeren inzien, dat meer gebruik gemaakt moet worden van onze waterwegen dan tot dusver geschiedde. En geen wonder, dat zij tot deze overtuiging geraakte. In ons polderland vooral, ligt haast elke stad en elk groot dorp aan een vaarwater. Wat ligt dan meer voor de hand dan hiervan gebruik te maken voor de defensie van Holland? In ’t bijzonder ih de Vesting Holland, zijn de waterwegen haast altijd te prefereeren boven hun collega’s te land. Bovendien liggen ze veel gedekter dan de veelal open dijken. Na het stellen der inundaties, zal een goed deel der polderwegen onderloopen, een ander deel min of meer onbruikbaar worden, zoodat dit als van zelf tot in gebruikneming der vaarwaters zal nopen. Wat een voordeel, als men dan reeds in vredestijd over een behoorlijk georganiseerd motorbootcorps beschikt; dat voor allerlei diensten kan worden gebezigd. Wij kunnen dan ook niet anders, dan de bezitters van motorbooten en andere vaartuigen met den meesten aandrang verzoeken zich op te geven als lid van het Vrijwillig L. S. Corps. Bij de Directie is een officier (de res. Ie-Luit. der L.W. Jagers Jhr. E. O. Berg van Middelburgh) werkzaam, die speciaal met de vorming van dit corps is belast. Zijn standplaats is voorloopig Delft, alwaar hij te bereiken is onder het adres: Res. le-Luit. belast met de vorming v.h. Vrijw. L. S. Corps Motor Vaar- en Voerwezen Etapendepöt. Delft. Ook de Directie roept ieders welwillende medewerking in. Reeds betuigden verschillende vereenigingen hun adhesie w.o. de Zeil-, Roei- en Motorsportvereeniging ,,de Kaag”, de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging, Beschieting van een vliegmachine. de Nederlandsche Motorbootclub; vervolgens meerdere particulieren, die reeds vroeger sympathieinet het streven hadden betuigd. Het hoeft geen betoog, dat vooral de tusschenkomst van clubs en hun organen noodzakelijk is om op de vlugste en meest doeltreffende wijze alle betrokkenen te bereiken. Op dien steun zal de Directie hoogen prijs stellen, ook . al berust na de oprichting der afdeelingen gezag en regeling geheel bij de militaire autoriteiten en Een verdacht schip wordt aangehouden door een motorboot. de door deze autoriteiten aangestelde commandanten. Door een oordeelkundige wisselwerking tusschen de vereeniging en de aangewezen militaire leiders zal spoedig kunnen worden beschikt over alle gegevens, terwijl inlichtingen en regelingen langs dezen weg op vlugge wijze ter kennis komen van alle belanghebbenden. En wat is nu het doel van dit vrijwillig L. S. Corps? De diensten, die het te presteeren zal hebben, zijn vele en velerlei. Voor wat het voerwezen betreft, is het voornamelijk het vormen van een groote geoefende reserve voor den Auto-treindienst (bestaand legeronderdeel) en het verrichten van diensten, zooais thans door het Vrijwillig Militair Automobiel- en Motorrijderscorps geschiedt (hetwelk thans bij het leger dienst doet doch in oorlogstijden belangrijk uitgebreid dient te worden). De diensten van het vaarwezeri zijn zeer verscheiden. Daar is in de eerste plaats de verkenningsdienst zoowel in de liniën en stellingen en bij het veldleger. Zeer zeker een hoogst belangrijke taak, evenals de patrouille- en bewakingsdiensten van accsssen en dergelijke. Piet vervoer van Commandanten en Staven behoort mede tot de werkzaamheden van dit corps. Meer direct voorde onmiddellijke verdediging zullen vaartuigen dienen, die gewapende piketten mitrailleurs, geschut en zoeklichten snel moeten transporteeren. Een van de meest belangrijke functies van ’t Vrijwillig motorbootcorps zal het vervoer ten dienste van het Roode Kruis en den Geneeskundigen Dienst zijn, waarop ik in een vorig artikel al eens de aandacht mocht vestigen naar aanleiding van de brochure van Dr. W. Teupken, ,,De Motorboot als vervoermiddel van den Militair Geneeskundigen Dienst”. — Welke verbintenis wordt nu door een vrijwilliger van genoemd corps gesloten? Alleen voor den duur der mobilisatie. Als eisch van toelating wordt gesteld, dat de vaardigheid en vakbekwaamheid moeten blijken uit: a. den aard van de tegenwoordige of vroegere betrekking; b, verklaringen afgelegd door tot oordeelen bevoegde personen; c. het instellen van een onderzoek ; <7. de eischén, welke voor elke Landstormverbintenis zijn of worden gesteld. De verplichte oefeningen zullen in geen geval meer zijn dan de eerste 3 maanden 5 uur per week en daarna 2 uur per week. Dit te regelen naar ieders bekwaamheden. De uniform, welke door het rijk wordt verstrekt, is dezelfde als die van andere landstormafdeelingen, doch een voorstel is in overweging tot het bekomen van een onderscheidingsteeken voor leden van dit corps. Wat de vergoedingen be treft, onderscheide men hierbij goed de vergoeding voor het gebruik van vaar- of voertuig in vredestijd en het bedrag dat het Rijk betaalt, wanneer het vaarof voertuig wordt genaderd en dus aangekocht. De vergoeding voor het gebruik in vredestijd (waaronder nu ook dit mobilisatietijdperk wordt gerekend) is slechts dienende den eigenaar geen financieel nadeel te berokkenen. Laten wij hopen, dat de Directie van het Etapen- en Verkeerswezen eer van haar werk moge hebben en spoedig met een geslaagde organisatie het Nederlandsche Volk moge verblijden tot versterking van ’s lands weermacht. De foto’s werden door den Heer Jhr. E. O. Berg van Middelburgh welwillend ter beschikking gesteld.
PDF
Nummer
1915, nr. 100, 13 dec. 1915
Blad
03
Tekst
11 PANORAMA Het 250-jarig bestaan Uniform uit de 2e helft der 18e eeuw. D en lOen December was het 250 jaar geleden dat op advies van onzen bekenden luitenant-admiraal De Ruyter een vast corps Zeesoldaten, een „regiment de marine”, werd opgericht, dat hier te lande algemeen bekend is onder den naam van mariniers. Vóór dien tijd, bestond het personeel der vloot ook uit matrozen en soldaten, doch werden de laatsten door werving tot het vereischte aantal gebracht en de rest aangevuld met soldaten van compagnieën voetvolk. Deze mannen, die meestal niet tot de beste soldaten behoorden, kwamen dan aan boord, wanneer het schip reeds zeilklaar lag en werden, in een voor hen vreemde omgeving onder hun onbekende meerderen geplaatst. Dat hun gevechtswaarde onder die omstandigheden van ons Corps Mariniers Uniform uit de 2e helft der 18e eeuw. KOLONEL LINKERS, Inspecteur van het Corps Mariniers. niet groot was laat zich begrijpen en zoo is men er toe gekomen een vast corps op te richten dat menige heldendaad in zijn annalen heeft geboekt staan. Dit corps, waarvan wij hier ter gelegenheid van zijn 250-jarig bestaan enkele interessante foto’s brengen, heeft een zeer roemrijk verleden en dient zoowel Neerlands belangen ter zee als te land. Het vormt een schakel tusschen onze zee- en landmacht en bewijst uitstekende diensten bij de verdediging van onze zeegaten, havens en inundaties, hetgeen thans ten duidelijkste tijdens de mobilisatie blijkt. Ook in onze koloniën, vooral in Nederlandsch-Indië, is hun bij de verdediging een belangrijke taak toe gewezen. Links op de foto: Kapt. Stedman, van het regiment Fourgeaud-mariniers f1772). Rechts op de foto: een marinier uit hetzelfde ^jdvak. De marinier draagt een lederen muts met oranjetak; over den schouder heeft hij kruiselings een mondzak en een hangmat. TAMBOER-MAJOOR. De door hem gedragen bandelier is nog van hetzelfde model als vóór 250 jaar. Marinier in hedendaagsch klein tenue. De zgn. hoedjesmannen, aldus genaamd naar hun hoofddeksel. Dit is de uniform der mariniers van omstreeks de helft- der 19e eeuw. (foto's „Rembrand?’.) Marinier in hedendaagsch groot tenue. 100 (24b)
PDF
Blad 
 van 2380
Records 2066 tot 2070 van 11897