|
PANORAMA
Teleurgesteld maar niet ontmoedigd steeg De Gourville
ar en besloot naar den weg te vragen en zoo mogelijk een
versch paard te leenen om het doel van zijn bestemming
alsnog te bereiken. Op zijn kloppen kwamen er eenige bedienden
met toortsen, die hem van zijn paard ontlastten,
lerwijl een hem voorging en hem naar een zaal bracht alwaar
drie mannen, aan een tafel gezeten, hun tijd met kaartspelen
zoek brachten. Bij De Gourville’s plotselinge binnenkomst
stonden de mannen verrast op, De binnentredende bemerkte
met één oogopslag aan het rijke intérieur, de schilderijen,
gobelins, huisraad en de groote sommen gouds die op de
tafel lagen, dat hij in de woning was van een rijken landedelman.
„Je koos een slechten avcnd uit voor je
tocht, monsieur!” zei de oude, dien De Gourville
voor den eigenaar van het landgoed
hield.
„Inderdaad, het weer lijke me al evenmin
als de weg, want ik ben verdwaald/*
„Je bent daardoor te meer welkom in
mijn huis,’* an twoordde de ander weer met
een welwillendheid in zijn stem. die in tegenspraak
was met de sinistere uitdrukking
van zijn gelaat. „Ik ben baron de Longueville
!”
De Gourville boog.
„Ik dank u. baron ! Mijn naam is Jean
de Gourville. Ik was op weg naar de herberg
„De gouden Sporen” genaamd, die ik reeds
bereikt zou hebben, als ik niet verdwaald
was geraakt
„De herberg bevindt zich hier in den omtrek,
maar niet aan dezen weg. Niet bekend
hier, zou u een
heelen omweg
moeten maken en
niet voor den
ochtend uw bestemming
bereiken,
wat met dit
hondenweer ondoenlijk
is. Mijn
huis staat u daarom
vannacht ten
dienstel”
De Gourville
boog weer.
„Uw gastvrijheid
is mij zeer
welkom, want
mijn paard heeft
een ijzer verloren
en loopt kreupel,
zoodat ik het
niet langer berijden
kan.”
„We zullen dit
morgen vroeg
verhelpen. Rust
intusschen wat
uit, terwijl ik
eenige ververschingen
laat komen.”
Een vlammend
vuur, een koude
kip en een flesch van baron’s oude bourgogne
schonk De Gourville nieuwe geestkracht.
Terwijl hij at en nadacht over wat
hem te doen stond, werd in de aangrenzende
kamer het spel voortgezet en vond onze
reiziger gelegenheid meer in ’t bijzonder
waar te nemen in welk gezelschap hij geraakt
was. Een der drie mannen was
klaarblijkelijk de zoon van den baron,
een schrale jongeman van ongeveer acht
en twintig jaar met een bleek, onheilspellend
gelaat als zijn vader.
„Net een paar om eens mee te vechten,”
peinsde De Gourville.
De derde persoon was een groote, plompe
landedelman uit den omtrek, comte Rupert
Lacraisse, die niet de beschaafde manieren,
maar ook niet het ongunstige gelaat had
van zijn speelgenooten.
Het spel werd, onder den invloed van
den wijn, voortgezet met een hartstocht
die zelfs De Gourville verbaasde. Het geschuif
van de kaarten, het rinkelen van
het geld en het gescherts van de spelers
bereikten als welbekende klanken het oor
van De Gourville, bij wien de passie voor
het dobbelspel met vernieuwde kracht naar
voren trad.
TENTOONSTELLING VAN OORLOGSPRENTEN IN HET STEDELIJK MUSEUM.
Zaterdagmiddag werd in het Stedelijk Museum te Amsterdam geopend de internationale tentoonstelling van oorlogsprentkunst, welke georganiseerd
werd door de Vereeniging „Kunst aan het Volk”. De tentoonstelling, waarvan reeds nu kan worden verklaard, dat zij een succes is, geeft een aangrijpend
beeld van de ellende, die door den oorlog over de wereld gekomen is en biedt bovendien een uitstekende gelegenheid de verschillende
Hij had geld, het goud van markies De Saulles brandde hem
in den zak en zijn vingers tintelden om het er uit te halen,
in spijt van zijns meesters strenge vermaningen.
Hij streed met de grootste inspanning tegen zijn oude
ondeugd : de verleiding was echter te groot voor De Gourville,
die nog nooit in zijn leven een passie onderdrukt had.
Toen hij zijn maal geëindigd had, voegde hij zich bij de
anderen door wie hij luidruchtig werd uitgenoodigd. Het
volgende oogenblik schitterde zijn' goud op de tafel en één
vooj' één vielen de kaarten voor hem neer: zijn laatste
aarzeling was overwonnen ; belofte en zending waren vergeten.
Gedurende eenigen tijd was De Gourville met zijn koel
hoofd in het voordeel tegen zijn verhitte tegenstanders en
zijn bescheiden som geld werd gestadig grooter. De flesch
ging lustig rond en ook De Gourville raakte verhit zoowel
door den wijn als door zijn geluk. Na een uur keerde dit echter
en zijn winst was spoediger verdwenen dan ze gekomen
was. Dit deed hem zijn koelbloedigheid verliezen ; hij wendde
wanhopige pogingen aan het verlorene te herwinnen, wat
slechts ten gevolge had dat zijn goud des te sneller van hem
naar graaf Rupert en den baron verhuisde.
Opnieuw streek de baron een stapeltje goud naar zich toe
en De Gourville, van woede en teleurstelling op de lippen
bijtende, wierp juist de kaarten neer. als hij even opziende, aan
het eind der zaal, onbeweeglijk en van de anderen onopgeMej.
m. a. adriani. J. M. v. POEL. Dr. p. oudschans.
Te Den Haag is in den ouderdom van 76 jaar overleden Mej. M. A. ADRIANI, oud-directrice van de inrichting
voor oogiijders aan de Laan van Meerdervoort te ’s Hage, ridder in de orde van Oranje-Nassau. — De heer
J. M. v, d. POEL. inspecteur der Posterijen en Telegrafie te Groningen, herdacht 1 December zijn 40-jarig
ambtsjubileum. 21 December a.s. hoopt de heer Dr. P. OUDSCHANS te Ginneken, een der oudste prakti
seerende geneesheeren van ons land. zijn 60-jarig jubileum als arts te vieren.
kunstenaars-temperamenten en -sentimenten te vergelijken.
TENTOONSTELLING VAN OORLOGSPRENTEN IN ’T STEDELIJK MUSEUM.
Een groep van autoriteiten en genoodigden, die bij de opening van de internationale tentoonstelling
van oorlogsprentkunst in het Stedelijk Museum te Amsterdam tegenwoordig waren. (Y.F.B.J
merkt, een jonge dame zag staan. Haar zeldzame schoonheid.
die niets heeft van de Longuevilles, treft hem zoo, dat
hij haar een oogenblik als verbluft blijft aanstaren. De zoon
van den baron, zijn blik volgende, merkt nu ook de binnengetredene
op.
„Vader,” fluisterde hij voorovergebogen naar den baron,
„daar is nicht Louise.”
„Louise !” riep de oude heer scherp uit, „’t is hier geen
plaats voor jou 1 Waarom kom je ons hier lastig vallen ? Wil
je ons geluk doen keeren ?”
„Ik meende niets kwaads, oom 1 Ik wist niet dat u
bezoek had. Ik werd zoo angstig alleen op m?n kamer.”
„Praatjes ! Ga heen. meisje 1 Kom, monsieur De Gourvdle.
wat zet u ?”
De Gourville was genaderd tot zijn laatste vijf-franc-stuk.
Met den moed der wanhoop nam hij de kaarten op. Van den
storm die in hem woedde, was op zijn onverstoorbaar gelaat
niets te zien. Met fiere onverschilligheid wierp hij zijn
goudstuk op de tafel.
„Poeh ! Niet meer ?” vroeg spottend de jonge baron.
„Dat is kinderspel I”
„Ha, ha, ja, kinderspel !” stemde de oude heer lachend in.
„Kom. monsieur De Gourville, ik zal je een voorbeeld geven.”
En hij deed een flinken greep in zijn goudhoop.
De Gourville beefde van ingehouden hartstocht. Hii had
prachtige kaarten in de hand, het geluk
scheen hem weer toe te lachen edoch,
zijn geld was op. Daar schoot hem plotseling
een denkbeeld door het verhitte brein, gewaagd,
lichtzinnig ; — hij aarzelde, terwijl
het hart hem in de keel klopte.
„Kom, vooruit met je louis d’orl” galmde
de slome Lacraisse.
De laatste aarzeling was overwonnen. Met
een ruk haalde De Gourville het étui met het
diamanten collier te voorschijn en wierp het
open op tafel. De steenen schitterden als vuur.
„Kinderspel, zeg je !” pochte hij. „Ik zet
dit collier tegen jullie schamel goud’ Ik tart
jelui 1”
De baron en zijn zoon deinsden terug als
hadden ze een slag ontvangen. Met wijdgeopende
oogen. sprakeloos, en een uitdrukking
van haat op beider gezichten,staarden
ze eerst het kleinood en dan elkander aan.
„Mijn collier 1” klonk
(KP.B.)
het opeens van de
lippen der jonge
dame, die op de
tafeltoeliep,doch
midden in het
vertrek staan
bleef.
„Bandiet!”
gierde de baron,
van woede bui
ten zichzelf. „On
beschaamde
schurk 1 Het bewijsvan
je struikrooverij
ons in
het gelaat te durven
slingeren 1
Maar nu hebben
we je, en je zult
met je leven voor
deze onbeschaamdheid
betalen
!” en zijn
stoel omverwerpende,
sprong hij
op en trok zijn
degen.
Als een bliksemstraal
drong
de waarheid in
De Gourville’s
hersenen door:
dat was dus de
dame, die door
den markies bemind werd en blijkbaar
door haar oom-voogd in afzondering gehouden
werd, als bruid voor zijn zoon. En
hij, ezel, slingerde zijn vijanden het collier
in het gezicht en verraadde hun daardoor
het geheim van de liefde dezer maagd I
„Zooals je wilt!” bulderde hij, te gelijkertijd
opspringende en zijn rapier trekkende.
„Trek 1 Charles !” riep de baron. „Trek,
voor de eer van ons huis. Trek, Lacraisse !
als je je bij ons voegen wilt!”
„Duivels vloekte De Gourville. „We
spelen nog. maar de inzetten zijn verhoogd
: jullie levens tegen het mijne ...
Hij pareerde een uitval van den baron,
te gelijkertijd een stoel opnemende om
een aanval van graaf Rupert af te weren.
De jonge De Longueville sloop rond om
hem van achteren aan te vallen.
Drie rapieren vlamden dreigend De
Gourville tegen, wiens hart opsprong van
strijdlust. Hij was opeens weer de duellist,
de roekelooze vechtjas uit de Rue
St. Croix, voor wien het gevaar slechts
bekoring had om het gevaar dat er aan
verbonden was.
„Lafaard 1” schreeuwde De Gourville,
terwijl hij zich snel omkeerde en den stoel met zoo’n kracht
naar den jongen baron wierp, dat deze op den grond viel.
Op hetzelfde oogenblik verwondde de degen van den ouden
heer hem in den linkerschouder.
„Het eerste bloed is u, baron ! Pas op nu !” zei hij en viel
met kracht op hem aan.
Lacraisse kwam zijn gastheer te hulp, doch De Gourville
had hem in ’t oog. Bliksemsnel het rapier van den baron
neerslaande, een schijnbeweging, stak hij Lacraisse zijn degen
in de borst. Zwaar viel deze neer. Onderwijl was de jonge
Charles van zijn val opgerezen en de drie degens kletterden
|