Panorama

Blad 
 van 2380
Records 2056 tot 2060 van 11897
Nummer
1915, nr. 98, 6 dec. 1915
Blad
05
Tekst
13 PANORAMA EEN ADELLIJK VERPLEEGSTER Marie Antoinette, hertogin van Mecklenburg-Schwerin. zuster van Prins Hendrik der Nederlanden, als verpleegster in dienst van haar vaderland. de schoone Mira op haar blikkerende fiets : een tooverbeeld schier onwezenlijk in den vasten feilen schijn, v-an het zoeklicht. De wilde dans breekt af zoo plots alsof alle muzikanten daar met éenen slag gedood zijn. en in de doodelijke stilte komt Mira als een verblindende straal omlaag flitsen. Een donderend applaus barst los, en tegelijk zet het orkest zijn schaterend-helderen dans weer in. Het is dan, dat jim en Aro. de parterre-acrobaat, lenig en snel als apen langs de breede baan omhoog klimmen tot aan de opening. 2e halen dubbele eindstutten uit, en leggen daar een vloer over, wat de opening aanmerkelijk versmalt. Dan glijden beiden als katten omlaag. Beneden gekpmen maakt Aro salto op salto boven de matras, en er wordt gelachen en gepraat, en niemand let bijzonder op Jim-, die met een verwrongen gelaatmasker en onbeheerschte schreden wat ter zijde gaat, den man, die, door niemand gezien, de afgrijselijke misdaad heeft verricht : een stut nabij het open gedeelte is niet bevestigd ; daar zal straks, wanneer er iets over henengaat. de vloer bezwijken en dat iets zal omlaag storten en te brijzel vallen .... En schijnbaar kalm staat die man daar als gewoon, gereed bij de matras : alleen de oogen zijn als van een waanzinnige in hallucinatie gericht op het hoogste punt van de hellichte baan, het nog hellerlichte platform, waar elk oogenblik argeloos glimlachend zijn arme slachtoffer verrijzen zal om zich tegelijk in den dood te storten, onontkoombaar. 111. Achter het platform is in zijn wagentje de kleine Bob door zijn moeder gereed gezet voor den rit. Het karretje werd tegengehouden door een korte lijn. waarvan het uiteinde om een bolder aan een der palen onder de stellage was gewonden. De moeder behoefde, na haar eigen neerdaling, slechts om te loopen en de houten achtertrap alleen maar voor een deel te beklimmen ; onder de stellage kon ze dan op een bevestiging van haar roep ,,klaar?” het touw {osmaken, en het wagentje zette zich in beweging. E LECTR 1 CITEIT IN HET LEGER. Tot het opwekken van electrischen stroom, dien de strijdende legers voor verschillende doeleinden benutten, hebben de Duitschers achter het front een centrale opgericht. — Onze foto geeft een kijkje in zoo’n primitieve inrichting achter de strijdiinie in Noord-Frankrijk. (V.F.B.) Verder behoefde ze naar het kind, wèlafgericht als het was, niet om te zien. Alles liep steeds uitmuntend en ordelijk, met de stiptheid van een goed uurwerk. Maar dezen avond zou het anders zijn. Reeds menigmaal hadden Bob en Dick, die groote vrinden waren, de mogelijkheid bepraat, dat de laatste toch eigenlijk even goed den tocht zou kunnen maken als de eerste. Het was Dick die er steeds op aangedrongen had, maar tot nog toe was ’ter nooit van gekomen. Dick durfde best, en Bob. die dat wel wist, gunde het hem eigenlijk niet. Wel had hij al eens vage toezeggingen gedaan, maar als het erop aankwam, had hij het toch nooit goed gevonden dat Dick zijn plaats innam. Dezen avond had echter Dick allen weerstand van zijn vriend overwonnen door hem een geschenk in uitzicht te stellen, een reep ACHTER DE STRIJDLINIE IN N.-FRAN KRIJK. Een „snapshot”, genomen in een stad achter het front in N.-Frankrijk. juist op het oogenblik dat een Duitsche granaat een der huizen in de straat in brand zet. De twee vrouwen, die hard wegioopen, behooren tot de weinige bewoners der stad. die gebleven zijn. Het grootste deel der inwoners is uit vrees voor levensgevaar de stad ontvlucht. melkchocolade, een dikken van tien cents. Met dit kostelijk stuk gewapend, had de koene Dick de achtertrap beklommen, en kwam op het laatste oogenblik hijgend en blazend op het platform aan. ,,Kom eruit. Toe, toe, kom eruit,” riep hij zijn makkertje ZOEKLICHT IN DE LOOPGRAVEN. Tegen het vallen van den avond wordt door de Duitschers in de loopgraven een zoeklicht opgesteld, dat den sector, van waaruit men een nachteiijken overval verwacht, met zijn lichtbundels van duizenden kaarsen sterkte op 't kritieke oogenblik hel verlicht. {V.F.B.) toe. ,Jaaa,” plaagde Bob. ,,dat zou je wel willen, hè? Nou maar, ’t zal niet gaan.” ..Hi hi,” deed Dick, en hield zijn vrindje de kostelijke versnapering onder den neus, ,,hihi. Dat lust je niet, hè ?” ,,Geef op,” zei Bob. en greep er begeerig naar. ,,Ja, op je oog,” hernam Dick. ,,eerst eruit komen.” ,,Nou, goed dan, jó. Als je dan met alle geweld wil, mij best.” ‘ En de knaap stapte niet zonder eenigen tegenzin uit het wagentje, want hij gunde de eer niet aan zijn kameraad ; de zoete bekoring van den reep had echter zijn ijverzucht doen verdwijnen. Snel nam Dick nu zijn plaats in. en wachtte met een trotsch uittartend gezicht en toch wel een beetje bang tevens, den roep van Bobs moeder. ,,Als zij ,,klaar?” roept,” zei Bob, ..dan hou jij je snavel toe, en dan antwoord ik.” ..Klaar?” klonk het onder den vloer. ,,Ja?” riep Bob terug voor Dick, die trouwens geen antwoord had kunnen geven, zoozeer was die daar ineens benauwd geworden, wat hij echter tot geen prijs had bekend, al ware zijn leven errftee gemoeid geweest Dat was er trouwens mee gemoeid ! En de bleeke man daar beneden, zag . . . zag . . . hij kon het niet gelooven, en tóch was het zoo ... hij zag op het platform een wagentje den schellen zoeklichtstraal binnenrijden en den dood tegemoet, en in dat wagentje zat . . . zat wie daar door niemand verwacht werd. Maar reeds zwijgt de muziek, en, in de doodelijke stilte klinkt het gegolf van vliegenssnelle wielen over hout. En als verdwaasd staart de menigte naar een zot gebarend man, die met sprongen als een panter langs de helsch lichte baan omhoog ijlt naar de open plek, waar tusschen neergebogen planken zijn kind diep omlaag is gestort, in den dood. HOE N I ET-ONTPLOFTE GRANATEN ONSCHADELIJK WORDEN GEMAAKT. „Blindganger” noemen de Duitschers de vijandelijke granaten, die niet tot ontploffing komen. Om evenwel noodlottige gevolgen te voorkomen — bij de minste aanraking kan zoo’n projectiel reeds explodeeren — worden dergelijke niet-ontplofte kogels door deskundigen tot explosie gebracht. Onze foto’s toonen op welke wijze dit gevaarlijke werk wordt verricht. Op de bovenste afbeelding ziet men hoe de granaat wordt uitgegraven, terwijl de onderste foto in beeld brengt hoe men het projectiel door middel van een lont laat ontploffen. (V.F.B) WAT OP HET SLAGVELD BLIJFT... Een gruwelijk oorlogsbeeld, dat weergeeft hoe de Franschen een Duitsche loopgraaf vonden, nadat deze door hen genomen was, nè een voorbereidend bombardement.
PDF
Nummer
1915, nr. 98, 6 dec. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 14 VAN BESLUIT VERANDERD §5fgal ik ’t licht aansteken, juffrouw ?” ,,Ja, Marie!” Johanna ontwaakte uit haar droomerijen, waarin een brief, dien ze dien namiddag ontvangen had, haar had gebracht. Ze keek uit het venster naar het in den schemer wegdoezelende landschap. Ze was een wees en leefde alleen met een paar dienstboden. „Marie, kijk eens, wat is dat voor een roode streep in de lucht ?” ,,Het lijkt wel brand, juffrouw. Ja zeker,” ging het dienstmeisje voort, naar den flikkerenden rooden gloed ziende, „’t is brand 1 Het lijkt de boerderij van boer Bartels wel.” „Bartels? ïs dat die norsche oude man met dien rooden neus ?” „Ja, juffrouw, die is ’t 1” Fransche. dames leggen „Denk je dat zijn huis in brand staat ?” „Ja, juffrouw ! Hij is erg gehaat in den omtrek. Misschien heeft iemand het wel in brand gestoken.” „Kunnen we geen hulp verleenen ? Er is zeker hier geen spuit in de buurt ?” Dr. h. p. van Mr. m. a. swellenPRAAG. f GREBEL. t Te Oudewater is op ruim 88-jarigen leeftijd overleden de heer Dr. H. P. VAN PRAAG, de oudste praktiseerende arts in Nederland. De heer van Praag had een grooten naam als specialist voor lever- en galziekten, waarvan de faam ook tot in het buitenland was doorgedrongen. — In den ouderdom van 69 jaar is te Amsterdam overleden de heer Mr. M. A. SWELLENGREBEL. De overledene, die in 1846 te Amsterdam werd geboren, promoveerde in 1870 aan de Universiteit te Utrecht tot doctor in de rechten en werd in 1877 griffier bij het eerste kantongerecht te Amsterdam. „Neen. juffrouw, het spuitenhuis staat wel een uur wijd hier vandaan. En ’t is boer Bartels’ plaats, da’s zeker. Daar komt Tijs Bolt, zijn knecht, hard aanloopen !” „Laat ons gaan zien, wat er gedaan kan worden,” zei Johanna, terwijl ze een avonddoek omsloeg. Toen zij de boerderij naderden, zagen ze een menigte menschen druk in de weer met emmers water de vlammenzee te blusschen, waarvan de hitte den omstanders het gelaat verschroeide. „Is er niemand in huis?” vroeg Johanna aan een boerenknecht, die met open mond het ongewone schouwspel stond gade te slaan. „Da weet ik nie, juf! Us gleuven dat-ie binnen is, maar as-ie binnen was, zou ie wel buuten kommen.” „Bedoel je dat er nog iemand in het huis is ? En doen jullie dan geen moeite om dat te onderzoeken ?” ,WuIlie hebben wijf en kinders, juf,” antwoordde een der waterdragers. „Buur Jaap zegt, dat de boer er niet is : maar Tijs z’n knecht heit ’m, zeit-ie, ’t erf op zien zwaaien, zoo dron ken as een zwijn, eskeseer, juffrouw, — hij leit zeker binnen zijn roes uit te slapen !” „Waar kan hij zijn ?” vroeg het jonge meisje kortaf. ..Daar boven de deel GROENTEN-VOORZIENING. In den Haag is een strijd uitgebroken tüsschen het Gemeentelijk Voedingscomité en de groentenhandelaren, welke iaatsten weigeren de z.g. Rijksgroenten tegen de aangegeven prijzen te verkoopen. op grond dat de winst voor den tusschenhandel te gering zou zijn. In verband hiermede ligt de Gemeentelijke Opslagplaats aan het Zieken, zooals op onze foto is te zien, overvol. (foto „Rcmbrandt" EEN ÉNGELSCH SOLDATENGRAF IN NOORD-FRANKRIJK. bloemen op de graven van Engeische soldaten, die in een gemeenschappelijk, graf rusten achter de strijdlinie in Noord-Frankrijk. waor de ladder staot. Piet Joosten klauterde naor boven, maar zag niemendal en de smoek joeg ’m weer naor benejen 1” „Je moet weer naar boven gaan ! Wat? Wil geen enkele van jullie mannen het wagen ? Lafaards ! Dan ga ik zelf. Als de man in huis is, moet hij gered worden.” De dorpelingen aarzelden. Ze twijfelden of boer Bartels thuis was. Bovendien, de man was om zijn ruwheid en hardvochtigheid algemeen gehaat, en er was menigeen die zijn dood als een welverdiende straf der Voorzienigheid zou hebben beschouwd. „Goede hemel ’ Zijn jullie mannen en weiger je een medemensch te redden 1 Marie volg me 1” En haar sjaal in een der emmers water doopende, sloeg ze den natten doek rondom haar hoofd en schouders en liep de ladder op, voordat een der mannen haar had kunnen tegenhouden. Marie, geprikkeld door het moedige gedrag van haar meesteres, volgde deze zonder aarzelen. In de kamer aangeland, waar de rook wat verminderd was, vlogen ze deze door naar de achterkamer en daar ineen bedstede zagen ze den boer liggen in een zwaren dronkemansroes. Met bovenmenschelijke inspanning sleepten ze den dronkaard het bed uit, de kamer door naar het venster en riepen om hulp. In een oogenblik waren er nu hulpvaardige handen genoeg om den zwaren last van de beide meisjes over te nemen. „Ga jij het eerst, Marie,” zei haar meesteres, en zonk, nu de actie voorbij was, bewusteloos neer. Het moedige gedrag van Johanna Lensveld en haar dienstbode stond den volgenden dag in al zijn bijzonderheden in de dagbladen vermeld, en kwam aldus ter kennisse van Karei de Groot, die zijn stamcafé binnentrad, toen het in een vriendenkring werd voorgelezen. „Sapperloot, wat ’n mannetjesputter !” riep degeen die het bericht voorgelezen had. „Of eigenlijk is ’t een wijfjesputter !” „Wat is er aan de hand, Van Kampen ?” vroeg De Groot. „Een dronken beest van een boer steekt zijn huis in brand. Geen mensch weet zeker of hij thuis is of niet en nu klimt een meisje door het venster naar binnen en sleept hem uit het brandende huis, terwijl de dorpelingen er als uilskuikens naar staan te kijken.” „Een flinke meid!” merkt een der vrienden op. ..Hoe heet ze ?” „Johanna Lensveld of juffrouw Janna, zooals ze op het dorp genoemd wordt,” was het antwoord. Karei de Groot deed een uitroep van verbazing hooren en keek over Van Kampen’s schouder. „Een zuur, onbehouwen creatuur, een soort manwijf, denk ik,” zei hij kort. „Wat scheelt De Groot ?” vroeg Van Kampen, toen deze haastig de zaal verliet. „Hij heeft een erfenis te goed,” zei een der andere vrienden, „op voorwaarde dat hij met een zeker meisje huwt. Ik vermoed dat die juffrouw Johanna Lensveld het bewuste meisje is.” „Wel, da’s toch geen reden om ’t kind te verwerpen,” P. VAN HOEK. R. J. A. DIEPEN. Den lsten December was het 25 jaar geleden dat de heer P. VAN HOEK. directeur-generaal van den Landbouw, in dienst van den Landbouw trad. toen hij de betrekking van Landbouwconsulent bij de Noordbrabantsche Maatschappij van Landbouw aanvaardde. Gedurende zijn functie heeft de heer van Hoek zich doen kennen als een voortvarend en werkzaam man met ruimen en practischen blik. — Tot lid der Eerste Kamer is door de Provinciale Staten van Noord-Brabant gekozen de heer R. J. A. DIEPEN van Tilburg. merkte een ander op. — „De Groot denkt er anders over. Hij bewondert zachte naturen, echt vrouwelijke vrouwen ; en houd mij ten goede, die juffrouw Lensveld lijkt me een echte dragonder” antwoordde de eerste. Onderwijl stortte De Groot de fiolen van zijn toorn uit op het hoofd van den notaris, die hem van zijn erfenis en de daaraan verbonden voorwaarden had kennis gegeven. „’t Is te erg! ’t Is schandelijk, om iemand te willen koppelen aan een vrouw, en wat voor een, die hem nu al tegenstaat 1” „Zou je eerst niet eens kennis met haar maken ?” vroeg de oude heer kalm. „Zij verlangt in allen geval een persoonlijk onderhoud!” De Groot stemde eindelijk nurks toe en begaf zich den volgenden dag op weg naar het dorpje O„ waar hij in het dorpslogement afstapte en logies bestelde. Daar hoorde hij nadere bijzonderheden omtrent den brand en het bewuste meisje. Zij had een slanke gestalte (dus zooiets als een slijpplank, meende De Groot); een lief blozend gezichtje (d.w.z. een paar bolleheine-koonen) en leefde alleen (dat was een bewijs van haar mannelijk, onnatuurlijk karakter). Hij was in een booze luim, toen hij den land-
PDF
Nummer
1915, nr. 98, 6 dec. 1915
Blad
07
Tekst
15 PANORAMA EEN KORTE VREUGDE. Maandag 29 November was de ijsbaan te Leiden gedurende eenige uren geopend waardoor de talrijke liefhebbers van de ijssport in de gelegenheid waren hun hart op te halen. Helaas was de invallende dooi oorzaak, dat de vreugde slechts van korten duur was. (V.F.B.) TYPISCH-AMERIKAANSCH « Onze foto brengt een typisch-Amerikaansche sport in beeld: het houden van wedstrijden met speelvaartuigen. Deze wedstrijden wekken in het land der Yankees heel veel belangstelling en geven natuurlijk weer aanleiding tot wedden, „de” hartstocht van den Amerikaan. (V.F.B.) weg afwandelde, die naar de villa van juffrouw Lensveld voerde. Terwijl hij in gedachten verzonken het binnenpad volgde, hoorde hii opeens een zwakken kreet van schrik en zag hij op het aangrenzende weiland een jong meisje dat angstig het land over vluchtte, nagerend door een koe, die in moederlijke bezorgdheid voor haar kalf, de aanwezigheid van de jonge dame blijkbaar verkeerd begreep. Het meisje was vreeselijk verschrikt en riep luid om hulp. ,,Niet wegloopen 1” riep De Groot het meisje toe, terwijl hij haastig op het hek toeliep, dat het weiland afsloot. Zijn woorden gaven haar blijkbaar haar moed terug, ten minste zij bleef staan en keerde zich om, terwijl ze haar parasol beschermend voor zich uitspreidde. In een oogenblik was de jongeman het hek over gesprongen en bevond hij zich naast het bevende meisje. De koe daarentegen had zich afgewend, toen zij bemerkte dat haar kind geen gevaar dreigde en was haar gestoorden maaltijd weer voort gaan zetten. „Het gevaar is al voorbij !” „O, ik dank u. Ik was vreeselijk verschrikt. Het is dwaas, dat weet ik. maar ik ben erg bang voor koeien.” Karei de Groot keek met welgevallen naar het jonge meisje, zoo bekoorlijk in haar vrouwelijke hulpeloosheid. Zij was hem heel wat sympathieker dan die man-wijven. Hij keek haar nogmaals heimelijk van ter zijde aan. Zij was ontegenzeggelijk ‘ bekoorlijk. „Mag ik u vergezellen tot u veilig over het weiland is?” vroeg hij. . Zij bloosde allerliefst en stemde toe. Hij waagde het haar te vragen of zij in den omtrek woonde. „Ja, voor korten tijd . . antwoordde zij schuw. „Dan zal ik misschien het geluk hebben u meermalen te ontmoeten.” Zij bloosde weer en stamelde : „Misschien wel ?” Haar metgezel was verrukt. Een jong meitje moet heerlijk kunnen blozen, meende hij, en hij dacht met ergernis aan de ruwe, plompe figuur die zijn onbekende bruid natuurlijk hebben moest. En terwijl hii van het jonge meisje afscheid nam kwam sterker dan te voren het besluit in hem op, de hem opgedrongen vrouw inclusief den bruidschat af te wijzen. „In allen geval ga ik haar vandaag niet bezoeken,” besloot hij. „Dat zou mij het genot van deze heerlijke ontmoeting totaal bederven. Morgen is nog tijds genoeg.” Den volgenden morgen was hij echter minder dan ooit geneigd om zijn nicht het uitgesteld bezoek te brengen. Hij doorliep het dorp en den omtrek in alle richtingen, in de hoop het meisje van den vorigen dag weder te ontmoeten. En werkelijk, het geluk was hem gunstig: op een kruispunt van wegen zag hij in een der lanen zijn schoone TENTOONSTELLING BUSTE Dr. R. D. M. VERBEEK. In den grooten Koninklijken Bazar. Zeestraat te ’s-Gravenhage, wordt vanaf 1 December geëxposeerd het jongste werk van Charles van Wijk: een marmeren buste van den geoloog Dr. R. D. M. Verbeek. Deze buste .werd onzen bekenden landgenoot aangeboden door vrienden en vereerders op zijn 7Osten verjaardag en zal eerlang geplaatst worden in de Indische Afdeeling van het Geol. Museum der Technische Hoogeschool te Delft. (foto „Rembrandt".) onbekende aankomen. Zij scheen verrast en bloosde nog bekoorlijke? dan te voren. Samen wandelden ze voort, vroolijk babbelend. Ook den volgenden dag kwamen zij elkander „toevallig” tegen, iets wat zich eenige dagen herhaalde en Karei de Groot begon zich er langzamerhand rekenschap van te geven, dat hij tot over zijn ooren verliefd was geraakt. Hij zuchtte. Zij vroeg hem met een bezorgden blik wat er aan scheelde en nu vertelde hij. haar zijn leed ; ze kenden elkaar nu al heel goed na drie dagen. Met belangstelling hoorde zij hem aan. „En nu moet ik haar tegen wil en dank een bezoek brengen.” „Hoe weet je dat ze zoo leelijk is als je haar nog niet gezien hebt ?” Het meisje schoot plotseling in een schaterlach. De Groot keek haar verwonderd aan. „Neem me niet kwalijk,” zei ze verontschuldigend. „Je zei het zoo comisch. Vertel me eens,” ging ze voort, „hoe denk je wel dat ze er uitziet ?” „Wel ’t lijkt me een groot plomp schepsel met koonen als een melkmeid en een gang als een'varken !” „O !” riep het meisje uit. „Wat scheelt er aan ?” „Niets... ik prikte in mijn vinger. Je zoudt je toch wel eens kunnen vergissen. Je deed beter eerst eens kennis te maken. En bovendien dient het nergens toe een fortuin weg te gooien als zij je hebben wil.” „Ik wou ze zoo goed was om me niet te willen hebben,” ging hij haastig voort. „Het staat me nu meer dan ooit tegen” (met een zijdelingschen blik op zijn gezellin), „ik zal naar haar toegaan en weigeren, dat is ’t beste, want als zij weigert, vervalt het geld aan liefdadige instellingen; als ik daarentegen weiger krijgt zij de erfenis.” „En stel je nu voor dat zij je hebben wil ?” „Dat doet er niet toe,” verklaarde hij. „Ik wil niet met haar trouwen 1” „Waarom niet ?” „Begrijp je dat niet ?. . . . Omdat ik jou heb leeren kennen.” „O, maar wij .... u .... ik wil zeggen, u weet nog niet eens wie ik ben.” ' „Dat hindert niet. Ik weet dat ik je liefheb en met je trouwen wil, als je mij hebben wilt,” ging hij stoutmoedig voort. „St 1 Ik mag niet naar je luisteren, want ik ben reeds half verloofd met een neef. . . .” Karei stond verslagen. — „Heb ie hem lief 1” „Dat weet ik nog niet,” klonk het twijfelachtij. „Ik heb mijn tante, aan wie ik alles te danken heb, op haarsterfbed beloofd, hem te zullen trouwen. U ziet, ik bevind mij ongeveer in dezelfde omstandigheden als u !” TURKIJE EN DE OORLOG. Een processie te Constantinopel van Turksche priesters, onder geleide van soldaten, ter gelegenheid van het afsmeeken van den zegen op de wapens en ter propageering van den heiligen oorlog. (V.F.B.) DE TOESTAND IN SERVIË. Serven van dienstplichtigen leeftijd worden onder Duitsche militaire bewaking naar concentratiekampen achter het front gebracht. (V.F.B.)
PDF
Nummer
1915, nr. 98, 6 dec. 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA 16 „PANORAMA-KUNSTVERZAMEL1NG Iste SERIE” De stroom van aanvragen om de eerste serie van onze „Panorama-kunstverzameling”, die wij als St-Nicolaas- en Kerstmispremie voor onze abonné's beschikbaar stelden, blijft steeds aanhouden. Met elke post bereiken ons honderden aanvragen, en het is te voorzien dat de eerste serie, waarvan d voorraad reeds nü door de talrijke aanvragen zeer beperkt is, spoedig geheel op zal zijn. Wie dus nog van deze gelegenheid om een zeldzaam fraaie verzameling kunstplaten te bekomen, wenscht gebruik te maken, raden wij dringend zijn bestelling direct te zenden aan de administratie van ons blad. Hierboven beelden wij de vóórzijde af van de portefeuille, waarin de platen worden afgeleverd. „Maar ik ben niet van plan juffrouw Lensveld te trouwen/’ „En ik vrees dat ik mijn neef zal moeten trouwen, ten minste als hij mij hebben wil, anders wordt hij onterft.” „Bespottelijk ’ Dat schijnt zoo'n ziekelijk idee van erftantes te zijn. A propos, hoe heet je tante ?” „Jansma!” antwoordde ze zonder aarzelen. „En hoe heet je zelf? Ook zoo?” Ze knikte, terwijl haar oogen van ingehouden pret schitterden. ,,En je voornaam ?” „Raad maar, als ie wilt!” ..Amanda?” vroeg hij. „Je moet Amanda heeten, dat is de juiste naam voor een wezen zoo lievenswaardig, zoo frisch, zoo zacht, zoo koel.” „’t Lijkt wel boter!” mompelde ze glimlachend in zichzelf. Daarna op luider toon : „Wat kan je prachtig raden 1” Ze sloeg de oogen neer. „Mag ik je Amanda noemen ?” „Als .... je het wenscht,” kwam het zacht van haar lippen. „En wil je mijn vrouw worden ?” drong hij verder aan. „Ik kan niet .... het zou schandelijk wezen tegenover mijn neef. En .... u handelt ook niet mooi tegenover uw verloofde.” „Verloofde? Ik heb mij nog niet verloofd.” ,.ïn allen geval mag u haar dan toch niet in ’t onzekere laten.” „Ik zal naar haar toegaan en de zaak uitmaken. Ze verlangt een persoonlijk onderhoud, welnu, ze zal het hebben.” — „Wanneer? Morgen?” „Als ik je dat beloof, zul je dan lief tegen mij zijn ?” „Mi schien — als je geweest bent. Ik zal zien!” „En mag ik dan hopen, Amanda? Lieveling?” „Het is mijn tijd ! Vaarwel I” „Laat mij je thuis brengen 1 Ik heb je nog geen enkele maal tot aan huis gebracht.” „Neen, vandaag niet ’ Misschien morgen als je bij juffrouw Lensveld geweest bent.” Die halve belofte spoorde De Groot aan den volgenden dag het reeds lang uitgestelde bezoek te brengen. Aan de woning van juffrouw Lensveld gekomen, werd hij op zijn schellen in een ernstig gemeubelde kamer gelaten, blijkbaar een studeervertrek. Op een stoel lagen een paar handschoenen en een rijzweep en op de tafel een boek, getiteld „De emancipatie der vrouw.” De jonge man haalde ongeduldig de schouders op. Eindelijk trad er een slanke jonge dame binnen. Ze was stijf gekleed in een eenvoudig mantelpak, de oogen waren verborgen achter een paar groote blauwe brilleglazen, terwijl ze het haar in een grooten smakeloozen knoop op het hoofd droeg. ..Mijnheer De Groot?” klonk het op korten scherpen toon. Karei boog. — „U komt mij waarschijnlijk spreken over de erfenis,” ging juffrouw Lensveld voort. „Het spijt mij dat ik u hierover moet lastig vallen. Ik hoopte dat het per brief kon worden afgedaan.” „Dank u 1 Ik stond er op, de zaak mondeling te behandelen. Ik wil u wel bekennen, dat ik hiermee niet in ’t minst op het oog had een huwelijksaanzoek uwerzijds uit te lokken, ïk heb andere aspiraties!” Haar oogen dwaalden vari de zweep naar het boek. „Ik begreep nochtans dat ik niet het recht had, uit persoonlijke overwegingen, uw recht op uw deel der erfenis in den weg te staan. Daarom ben ik bereid als u ’t wenscht, met u te trouwen, op voorwaarde, dat we elkander dadelijk na het huwelijk vaarwel zeggen. U ontvangt dan uw erfdeel, dat u anders zou ontgaan.” De Groot stond onthutst op. „Ik ben werkelijk beschaamd door uw edelmoedig aanbod. Ik moet u evenwel bekennen dat ik u kwam bezoeken met het doel u mee te deelen dat ik van de erfenis afzie* Ik heb .... hm ! .... ik ben niet meer vrij „A zoo!” zei juffrouw Lensveld op gedempten toon, terwijl ook zij opstond en naar het raam liep, waar ze eenige oogenblikken stilzwijgend naar buiten in den fraai aangelegden tuin staarde. „Mag ik haar naam weten ?” EEN MERKWAARDIGE WORTELGROEI. Een typisch en merkwaardig voorbeeld van den wortelgroei van een boom biedt een den, op het z.g. „Fort Java” nabij Apeldoorn. Meer dan 1 meter staan de wortels vrij, om vervolgens horizontaal zich te vereenigen in den stam. vroeg ze eindelijk. — „Ze heet Amanda Jansrna!” „Waar woont ze ?” „Hier in den omtrek !” „Ik ken hier niemand op het dorp die zoo heet!” EEN ZELDZAME KIEK. Toen Jaap Eden verleden week te Groningen was om aldaar gehuldigd te worden, wilde het toeval dat er juist genoeg ijs was om onzen kampioen de gelegenheid te geven nog eens in zijn geboorteplaats op de schaatsen te komen, van welke zeldzame gebeurtenis onze fotograaf gebruik maakte hem te kieken. (V.F.B.) „Ja, zij moet toch hier wonen ! Zij .... e .... ik weet niet precies waar zij woont. Ik ... . ontmoette haar eenige dagen geleden hier bij toeval!” stotterde De Groot en hij vond dat hij een allerongelukkigst figuur sloeg. „Als u haar woonplaats niet weet, hoe wilt u dan nader kennis met haar maken ?” „Ja, hm, dat mag de Hemel weten. Misschien ontmoet ik haar een dezer dagen wel!” antwoordde hij weifelend. „Waarschijnlijk kan ik u helpen.” klonk het opeens op geheel veranderden toon van juffrouw Lensveld’s lippen, terwijl ze zich omkeerde en den blauwen bril afnam. Karei keek haar verrast aan ! Waar was die onmogelijke baardot gebleven? „.Amanda •” riep hij verheugd uit. „Johanna, als je blieft ' Gewooniiik Janna genoemd.” „Maar je zei . . . „Ik zei dat je mocht raden !” „Maar je liet toe dat ik je Amanda noemde.” „Het was zoo’n mooie naam en je zei dat die volkomen bij mijn uiterlijk paste.” „Maar . . . „We hebben onze zaken nog niet afgehandeld. Neem je mijn voorstel aan ?” „Ja, maar zonder de beperkende voorwaarde !” zei hij overmoedig. Hij greep haar beide handen. „Zeg, Johanna, je hebt nog geen „ja” gezegd.” „Ik vrees,” zei ze onderdanig, „dat ik mijn neef moet trouwen, anders ontgaat hem de erfenis.” Een schaduw verduisterde zijn gelaat. Hij liet haar handen los en hernam op ernstigen toon : „Johanna, lieveling, ’t is toch niet daarom dat je toestemt, wel ?” Zij kneep hem in den arm en wilde wegvluchten. Hij ving haar op. „Janna, geef antwoord?” smeekte hij. „Malle jongen !” fluisterde zij. terwijl ze de armen om zijn hals sloeg. ERNEST EN CLAIRE. ERNEST EN CLAIRE - „centraal” - den haag I k had op deze verrassing niet gerekend’ Na geruimen tijd de rustige en steeds bijzonder prettig met bloemen en ranken versierde zaal binnentredend, waar je stappen verdoffen in de dikke mollige tapijten-loopers op den grond, klonk de muziek mij tegemoet van het Tziganen-orkestje. En de warme, volle klank van het snaren-instrument — ’k weet niet hoe zoo’n ding heet, — dat de zoete violen, de ernstige cello begeleidt, en als 'n klokkenspel diep en bronsachtig van toon in de luxe-omgeving van zacht-gekleurde tapijten, bloemen en last not least elegante vrouwen, wel als uit de stemming der zaal zelve scheen voort te komen, zooals bloemengeur in ’n gevulde serre. En in deze atmosfeer van onbezorgdheid, van, weldoende en weldadige intérieur-intimiteit, waar je jezelf koesteren voelt, door het afwezig-zijn van alle business-gejaagdheid, van alle knagende kleine dagelijksche beslommeringen, waar je ie voelt, na de herfstachtige regen-kilheid der straten, het zenuwachtig teiefoongejengel aan je oor van de telefoon op je bureau, hef gure tochten op de trambalccns, als plotseling verplaatst in de zorgeloosheid van het op comfort en leven-genieten bedachte luxe-leven. En de plotselinge overgang, de muziek, die je, levensliefde streelt, en je levensbegeerte opwekt, de rust en de weelde, het. maakt je geheel gereed om te genieten van eenige, in de stijl der omgeving passende dansnummers, en hoe verfijnder je stemming, hoe kritischer je oordeel over ’t dansen, dat niet altijd met ’t subtiele en verfijnde van je stemming harmonieerde. Wat niet altijd mogelijk kan zijn ! Maar ditmaal, de zorgen afgeschud, mij leven latend, door de muziek gewiegd, zou de verrassing m’n deel worden, waarop ik niet had gerekend! Emest en Claire! Het program geeft hun die namen, maar nooit ben ik zoo opgetogen geweest, heb ik mij door het dansen, dit moderne dansen, zoo ingenomen gevoeld, als door dit aller charmantste paar. da^t wel te dansen schijnt op de rhythme van hun eigen jonge blijheid en wederkeerige bekoring! Wat ’n blijheid, wat 'n weldoende charme gaat er van hen uit! Het ongedwongene, het gracieuse, het stijlvolle losse, het geestige van hun dansen, het schoone bewegen, (even gewoon bij hen, als bij de meesten onzer het leelijke bewegen.) het heeft het prettige, het opgeruimde, het blije van het natuurlijke, gepaard aan het kunstzinnige van het bewust cultureele! Het is van ’n bijzondere bekoring! Zij, Claire, is als ’n pop van Saksisch porcelein. zoo broos en teer. Alles is even fijn aan d’r, het rosé van het pakje, met de saumon kousjes, het is allemaal even vederlicht en charmeerend, en d’r dansen is het dartelen van ’n vlinder vaak gelijk. Ze weet ’n zeer aanminnige blijheid te wekken in haar lucht gedans, dat is als het zuiver bewegen op ’n rhythme, door de uiting van intens levensgenieten geïnspireerd. Wat Ernest betreft, waardiger partner is niet denkbaar. Emest is een oeuvre d’art. En de bijzondere prestatie van hun Ait-Wiener Walzer legt, meer dan iets, van hun prestaties ’n waardig getuigenis af. Een paar. dat met ’n beminnelijkheid en charme is toegerust, als om de menschen er grondig van te doordringen, dat het nog mogelijk is, in menschen welbehagen te hebben, mits zij in elkander nog wat welbehagen hebben kunnen, ’n Boodschap die niet geheel ontijdig komt in deze rumoerige dagen van strijd. Het dansen van Ernest en Cfaire behoort tot wat ik in dit genre aan zéér goeds gezien heb. Het is af, en de charme die er van uitgaat is volkomen. Ze koesteren onze stramme Hollandsche zielen, en wié kan ondankbaar zijn voor wat warmte, in ons guur klimaat? - Met de Encla’s, waarover ik reeds vroeger schreef en wmarmede zij deze maand samen optreden, vormen zij ’n geheel, dat den goeden smaak, waarmede de Centraal-5 O'clocks in de Hofstad worden gegeven, weer volkomen bevestigt, ' ‘ OI-DEVANT. LES ENCLA’S. NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN
PDF
Nummer
1915, nr. 99, 9 dec. 1915
Blad
01
Tekst
No. 99 (24a) 9 DEC. 1915 AFZONDERLIJKE NUMMERS 7‘/2 CENT \/ ee rsch iu rsnr 2 MAAL. PER w EN ABONNEMENT PER KWARTAAL 26 NUMMERS f 1.30 A.W. SIJTHOFF'S U ITGEVERS M AATSCH APPIJ - LEI DEN DE DUITSCH-00STENRIJKSCHE ACTIE TEGEN SERVIË Gevangengenomen Serven worden, na in de registers te zijn ingeschreven, naar de concentratiekampen gevoerd. Gevangene Serviërs koopen langs den weg brood van boerenvrouwen. Op bijna iedere dorpsstraat in Servië ziet men' dergelijke treurige stoeten gevangenen, die slechts door één gedachte: voedsel, in hun doffen staat van apathie en verslagenheid worden beheerscht. De uitwerking van het Duitsche zware belegeringsgeschut op de vestingwerken van Belgrado. Servische boerenvrouwen voorzien de Duitsche bezettingstroepen van drinkwater. Een oorlogs-stemmingsbeeld te Belgrado: een winkel die ingericht is als stal voor de paarden der cavaleristen. Het lossen van granaten achter de Duitsche linies. Een hoogstgevaarlijk werk! Een bergplaats voor ammunitie, door zandzakken bomvrij gemaakt, achter hef Duitsche front in Servië.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 2056 tot 2060 van 11897