|
PANORAMA 16
„PANORAMA-KUNSTVERZAMEL1NG
Iste SERIE”
De stroom van aanvragen om de eerste serie van onze „Panorama-kunstverzameling”,
die wij als St-Nicolaas- en Kerstmispremie voor onze abonné's
beschikbaar stelden, blijft steeds aanhouden. Met elke post bereiken
ons honderden aanvragen, en het is te voorzien dat de eerste serie, waarvan
d voorraad reeds nü door de talrijke aanvragen zeer beperkt is, spoedig
geheel op zal zijn. Wie dus nog van deze gelegenheid om een zeldzaam
fraaie verzameling kunstplaten te bekomen, wenscht gebruik te
maken, raden wij dringend zijn bestelling direct te zenden aan de administratie
van ons blad. Hierboven beelden wij de vóórzijde af van de
portefeuille, waarin de platen worden afgeleverd.
„Maar ik ben niet van plan juffrouw Lensveld
te trouwen/’
„En ik vrees dat ik mijn neef zal moeten
trouwen, ten minste als hij mij hebben
wil, anders wordt hij onterft.”
„Bespottelijk ’ Dat schijnt zoo'n ziekelijk
idee van erftantes te zijn. A propos, hoe heet
je tante ?”
„Jansma!” antwoordde ze zonder aarzelen.
„En hoe heet je zelf? Ook zoo?”
Ze knikte, terwijl haar oogen van ingehouden
pret schitterden.
,,En je voornaam ?”
„Raad maar, als ie wilt!”
..Amanda?” vroeg hij. „Je moet Amanda
heeten, dat is de juiste naam voor een wezen
zoo lievenswaardig, zoo frisch, zoo zacht, zoo
koel.”
„’t Lijkt wel boter!” mompelde ze glimlachend
in zichzelf. Daarna op luider toon :
„Wat kan je prachtig raden 1” Ze sloeg de
oogen neer.
„Mag ik je Amanda noemen ?”
„Als .... je het wenscht,” kwam het zacht
van haar lippen.
„En wil je mijn vrouw worden ?” drong
hij verder aan.
„Ik kan niet .... het zou schandelijk wezen
tegenover mijn neef. En .... u handelt
ook niet mooi tegenover uw verloofde.”
„Verloofde? Ik heb mij nog niet verloofd.”
,.ïn allen geval mag u haar dan toch niet
in ’t onzekere laten.”
„Ik zal naar haar toegaan en de zaak
uitmaken. Ze verlangt een persoonlijk onderhoud,
welnu, ze zal het hebben.” — „Wanneer? Morgen?”
„Als ik je dat beloof, zul je dan lief tegen mij zijn ?”
„Mi schien — als je geweest bent. Ik zal zien!”
„En mag ik dan hopen, Amanda? Lieveling?”
„Het is mijn tijd ! Vaarwel I”
„Laat mij je thuis brengen 1 Ik heb je nog geen enkele
maal tot aan huis gebracht.”
„Neen, vandaag niet ’ Misschien morgen als je bij juffrouw
Lensveld geweest bent.”
Die halve belofte spoorde De Groot aan den volgenden
dag het reeds lang uitgestelde bezoek te brengen. Aan de
woning van juffrouw Lensveld gekomen, werd hij op zijn
schellen in een ernstig gemeubelde kamer gelaten, blijkbaar
een studeervertrek. Op een stoel lagen een paar handschoenen
en een rijzweep en op de tafel een boek, getiteld „De emancipatie
der vrouw.” De jonge man haalde ongeduldig
de schouders op. Eindelijk trad er een slanke jonge dame
binnen. Ze was stijf gekleed in een eenvoudig mantelpak,
de oogen waren verborgen achter een paar groote blauwe
brilleglazen, terwijl ze het haar in een grooten smakeloozen
knoop op het hoofd droeg.
..Mijnheer De Groot?” klonk het op korten scherpen toon.
Karei boog. — „U komt mij waarschijnlijk spreken
over de erfenis,” ging juffrouw Lensveld voort.
„Het spijt mij dat ik u hierover moet lastig vallen. Ik
hoopte dat het per brief kon worden afgedaan.”
„Dank u 1 Ik stond er op, de zaak mondeling te behandelen.
Ik wil u wel bekennen, dat ik hiermee niet in ’t minst
op het oog had een huwelijksaanzoek uwerzijds uit te lokken,
ïk heb andere aspiraties!” Haar oogen dwaalden vari de
zweep naar het boek. „Ik begreep nochtans dat ik niet het
recht had, uit persoonlijke overwegingen, uw recht op
uw deel der erfenis in den weg te staan. Daarom ben ik
bereid als u ’t wenscht, met u te trouwen, op voorwaarde,
dat we elkander dadelijk na het huwelijk vaarwel zeggen.
U ontvangt dan uw erfdeel, dat u anders zou ontgaan.”
De Groot stond onthutst op.
„Ik ben werkelijk beschaamd door uw edelmoedig aanbod.
Ik moet u evenwel bekennen dat ik u kwam bezoeken
met het doel u mee te deelen dat ik van de erfenis afzie*
Ik heb .... hm ! .... ik ben niet meer vrij
„A zoo!” zei juffrouw Lensveld op gedempten toon,
terwijl ook zij opstond en naar het raam liep, waar ze
eenige oogenblikken stilzwijgend naar buiten in den fraai
aangelegden tuin staarde. „Mag ik haar naam weten ?”
EEN MERKWAARDIGE WORTELGROEI.
Een typisch en merkwaardig voorbeeld van den wortelgroei van een boom biedt een den,
op het z.g. „Fort Java” nabij Apeldoorn. Meer dan 1 meter staan de wortels vrij, om
vervolgens horizontaal zich te vereenigen in den stam.
vroeg ze eindelijk. — „Ze heet Amanda Jansrna!”
„Waar woont ze ?”
„Hier in den omtrek !”
„Ik ken hier niemand op het dorp die zoo heet!”
EEN ZELDZAME KIEK.
Toen Jaap Eden verleden week te Groningen was om aldaar gehuldigd te
worden, wilde het toeval dat er juist genoeg ijs was om onzen kampioen
de gelegenheid te geven nog eens in zijn geboorteplaats op de schaatsen
te komen, van welke zeldzame gebeurtenis onze fotograaf gebruik maakte
hem te kieken. (V.F.B.)
„Ja, zij moet toch hier wonen ! Zij .... e .... ik weet
niet precies waar zij woont. Ik ... . ontmoette haar eenige
dagen geleden hier bij toeval!” stotterde De Groot en hij
vond dat hij een allerongelukkigst figuur sloeg.
„Als u haar woonplaats niet weet, hoe wilt
u dan nader kennis met haar maken ?”
„Ja, hm, dat mag de Hemel weten. Misschien
ontmoet ik haar een dezer dagen wel!”
antwoordde hij weifelend.
„Waarschijnlijk kan ik u helpen.” klonk
het opeens op geheel veranderden toon van
juffrouw Lensveld’s lippen, terwijl ze zich omkeerde
en den blauwen bril afnam. Karei keek
haar verrast aan ! Waar was die onmogelijke
baardot gebleven?
„.Amanda •” riep hij verheugd uit.
„Johanna, als je blieft ' Gewooniiik Janna
genoemd.”
„Maar je zei . . .
„Ik zei dat je mocht raden !”
„Maar je liet toe dat ik je Amanda noemde.”
„Het was zoo’n mooie naam en je zei dat
die volkomen bij mijn uiterlijk paste.”
„Maar . . .
„We hebben onze zaken nog niet afgehandeld.
Neem je mijn voorstel aan ?”
„Ja, maar zonder de beperkende voorwaarde
!” zei hij overmoedig.
Hij greep haar beide handen. „Zeg, Johanna,
je hebt nog geen „ja” gezegd.”
„Ik vrees,” zei ze onderdanig, „dat ik mijn
neef moet trouwen, anders ontgaat hem de
erfenis.”
Een schaduw verduisterde zijn gelaat. Hij
liet haar handen los en hernam op ernstigen
toon :
„Johanna, lieveling, ’t is toch niet daarom
dat je toestemt, wel ?”
Zij kneep hem in den arm en wilde wegvluchten.
Hij ving haar op.
„Janna, geef antwoord?” smeekte hij.
„Malle jongen !” fluisterde zij. terwijl ze de armen om
zijn hals sloeg.
ERNEST EN CLAIRE.
ERNEST EN CLAIRE - „centraal” - den haag
I
k had op deze verrassing niet gerekend’ Na geruimen tijd de rustige en steeds bijzonder prettig met bloemen en ranken versierde
zaal binnentredend, waar je stappen verdoffen in de dikke mollige tapijten-loopers op den grond, klonk de muziek mij tegemoet
van het Tziganen-orkestje. En de warme, volle klank van het snaren-instrument — ’k weet niet hoe zoo’n ding heet, — dat de
zoete violen, de ernstige cello begeleidt, en als 'n klokkenspel diep en bronsachtig van toon in de luxe-omgeving van zacht-gekleurde
tapijten, bloemen en last not least elegante vrouwen, wel als uit de stemming der zaal zelve scheen voort te komen, zooals bloemengeur
in ’n gevulde serre. En in deze atmosfeer van onbezorgdheid, van, weldoende en weldadige intérieur-intimiteit, waar je jezelf
koesteren voelt, door het afwezig-zijn van alle business-gejaagdheid, van alle knagende kleine dagelijksche beslommeringen, waar
je ie voelt, na de herfstachtige regen-kilheid der straten, het zenuwachtig teiefoongejengel aan je oor van de telefoon op je bureau,
hef gure tochten op de trambalccns, als plotseling verplaatst in de zorgeloosheid van het op comfort en leven-genieten bedachte
luxe-leven. En de plotselinge overgang, de muziek, die je, levensliefde streelt, en je levensbegeerte opwekt, de rust en de weelde,
het. maakt je geheel gereed om te genieten van eenige, in de stijl der omgeving passende dansnummers, en hoe verfijnder je
stemming, hoe kritischer je oordeel over ’t dansen, dat niet altijd met ’t subtiele en verfijnde van je stemming harmonieerde. Wat
niet altijd mogelijk kan zijn ! Maar ditmaal, de zorgen afgeschud, mij leven latend, door de muziek gewiegd, zou de verrassing m’n
deel worden, waarop ik niet had gerekend! Emest en Claire! Het program geeft hun die namen, maar nooit ben ik zoo opgetogen
geweest, heb ik mij door het dansen, dit moderne dansen, zoo ingenomen gevoeld, als door dit aller charmantste paar. da^t
wel te dansen schijnt op de rhythme van hun eigen jonge blijheid en wederkeerige bekoring!
Wat ’n blijheid, wat 'n weldoende charme gaat er van hen uit! Het ongedwongene, het gracieuse, het stijlvolle losse, het geestige
van hun dansen, het schoone bewegen, (even gewoon bij hen, als bij de meesten onzer het leelijke bewegen.) het heeft het prettige,
het opgeruimde, het blije van het natuurlijke, gepaard aan het kunstzinnige van het bewust cultureele! Het is van ’n bijzondere
bekoring! Zij, Claire, is als ’n pop van Saksisch porcelein. zoo broos en teer. Alles is even fijn aan d’r, het rosé van het pakje, met
de saumon kousjes, het is allemaal even vederlicht en charmeerend, en d’r dansen is het dartelen van ’n vlinder vaak gelijk.
Ze weet ’n zeer aanminnige blijheid te wekken in haar lucht gedans, dat is als het zuiver bewegen op ’n rhythme, door de uiting
van intens levensgenieten geïnspireerd. Wat Ernest betreft, waardiger partner is niet denkbaar. Emest is een oeuvre d’art. En de
bijzondere prestatie van hun Ait-Wiener Walzer legt, meer dan iets, van hun prestaties ’n waardig getuigenis af. Een paar. dat met
’n beminnelijkheid en charme is toegerust, als om de menschen er grondig van te doordringen, dat het nog mogelijk is, in menschen
welbehagen te hebben, mits zij in elkander nog wat welbehagen hebben kunnen, ’n Boodschap die niet geheel ontijdig komt in deze
rumoerige dagen van strijd. Het dansen van Ernest en Cfaire behoort tot wat ik in dit genre aan zéér goeds gezien heb. Het is
af, en de charme die er van uitgaat is volkomen. Ze koesteren onze stramme Hollandsche zielen, en wié kan ondankbaar zijn voor
wat warmte, in ons guur klimaat? - Met de Encla’s, waarover ik reeds vroeger schreef en wmarmede zij deze maand samen optreden,
vormen zij ’n geheel, dat den goeden smaak, waarmede de Centraal-5 O'clocks in de Hofstad worden gegeven, weer volkomen bevestigt,
' ‘ OI-DEVANT.
LES ENCLA’S.
NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN
|