|
PANORAMA 8
go.................. ............... ........ op
SINTERKLAAS
öo ' .................................................................-on
50, hét loopt weer zoowat tegen den verjaardag
van dien besten Sint. U hebt natuurlijk
allemaal opgemerkt dat zelfs deze heilige
man ook maar ééns in een jaar dat feest
viert, evenals u en ik. Ik zeg; viert, maar
eigenlijk is dat niet juist, want niet hijzelf
viert zijn verjaardag zoozeer; wij doen het.
Het is een gewoonte van de menschen, — een gewoonte
aan de edele wiskunde ontleend, — om iemands leeftijd
naar het aantal verjaardagen, dat hij achter den rug heeft,
uit te. rekenen. Bij Sint Nicolaas is dat geen gemakkelijk
karweitje; eigenlijk weet men niet precies wanneer die
meest beminde heilige (die heilige voor alle gezindten,
zeg maar,) het levenslicht aanschouwde. Er hebben n.1.
verscheidene heiligen geleefd, die den naam Nicolaas droe-'
gen, doch één hunner was een zéér groot kindervriend.
In de eerste helft van de vierde eeuw was hij bisschop
van Myra in Lycië. Er bestaan van hem merkwaardige
verhalen, zoo menigmaal in den loop der eeuwen* in beeld
gebracht door schilders en bezongen door poëe ten.
Het meest bekende is het verhaal van den heilige met
de drie jongelingen. Drie scholieren zijn op reis naar de
verafgelegen school; ze hebben veel geld bij zich om den
onderwijzer te betalen. Ze vragen een slachter, hen ’s nachts
te herbergen ; de slachter doodt hen en neemt hun geld
in bezit. Hij snijdt dan de knapen in stukken, en zout
hen in in een vat, hetwelk hij op de markt te koop
aanbiedt. De heilige Nicolaas. tot wien de jongelieden
’s avonds vóór het naar bed gaan, hadden gebeden, wordt
door een wonder van de bloedige daad in kennis gesteld.
Hij gaat naar de markt, bemerkt het vat, maakt er het
teeken des kruises over, en zie, de jongelingen rijzen gezond
en wel een voor een uit het vat op.
Het verhaal van den armen man met de drie dochters
is bijna even bekend. Wanneer de vader op het punt is,
een wanhoopsdaad te bedrijven, werpt de heilige een doek
vol goudstukken door het venster. Zoo doet hij drie
nachten achtereen. De vader, die op den uitkijk was gaan
staan om te weten wie die milde voorbijganger was, betrapt
hem den derden avond, en valt den heilige weedie
een meesterstuk van tooneelspelkunst was, liet hij de
handen langs de zijden vallen.
„Wil iemand mij eens uitlegging geven ?” vroeg hij rustig.
André, die in de deuropening gestaan had en aandachtig
den deurpost bekeek, riep opeens verwonderd uit:
„Zeg, Simon ! De deur was verzegeld !”
„Verzegeld !” herhaalde Simon verbaasd.
Dan ton keerde zich tot zijn metgezel met een harden
lach, die het hart van den maire van schrik deed verstijven.
„Wilt u het eens uitleggen, burger Brutus ’” beval Danton
op koelen toon.
De maire trachtte een verklaring te geven, maar was
zoo bevangen van den schrik, dat zijn verklaring den toon
en vorm aannam van een verontschuldiging.
Terwijl hij sprak, had Danton zich naar de alkoof begeven
en keek naar binnen. Het was een flinke kamer, waarin
een groot ledikant stond benevens een waschtafel. Op een
stoel in een der hoeken stond een open knapzak, terwijl
op den grond wapenen en militaire uitrustingstukken
verspreid lagen.
Toen Danton terugkeerde, had Brutus zijn verklaring
geëindigd.
..En ’tis-op het praatje van dien gek, dat je mij hier
gebracht hebt?” vroeg Danton op een toon, die den maire
deed sidderen. „Was het om de slaapkamer van deze soldaten
te verzegelen, dat je je handlangers hier vannacht
heengezonden hebt ?”
,,Ik vrees dat ’t een vergissing is,” stamelde de ongelukkige
Brutus.
„Vergissing !” herhaalde Danton dreigend. „Het schijnt
zoo 1 Van wien had je je informaties betreffende burger
Gilbert?” — „Van Rodenard !”
„Rodenard? Wie is Rodenard?”
nend en onder een stortvloed van dankbetuigingen te voet.
Er zijn nog verscheidene andere curieuze, primitiefmooie
verhalen in omloop van den heiligen bisschop van
Myra, en het is dus geen wonder, dat hij als de kindervriend
bij. uitnemendheid herdacht wordt.
De wijze, waarop die herdenking geschiedt, is echter
van dien aard, dat wij daarbij nog aan wel wat anders
herinnerd worden dan uitsluitend aan den heiligen bisschop
ZOU HIJ NU HAAST KOMEN?
van Myra. Een groot aantal gebruiken, bij de viering
van het Sint-Nicolaasfeest in zwang, lijkt weinig toepasselijk
voor den goedaardigen. zachten heilige. Wat
b.v. heeft dat gestommel op de trappen en het vreesaanjagende
kettingrammelen met den zachtzinnigen bisschop
te maken? Wat beteekent die zware, verschrikkende
stem als van een bullebak? Wat die roede om de
„Hij was mijn beambte !” viel Gilbert nederig in. „Ik
zond hem gisteren weg en waarschijnlijk uit spijt hierover
beschuldigde hij mij. Ü ziet zelf, burger deputé, hoe valsch
en ongegrond de beschuldiging was 1”
Danton’s strenge blik was een oogenblik doordringend
op Gilbert gericht en gedurende dit moment hing het lot
van den ouden man aan een zijden draad.
„Je hebt het gelaat van een eerlijk man,” zei Danton
eindelijk, „en ziende hoe onbetrouwbaar de getuigenis is,
schenk ik u de vrijheid !”
„Je doet verkeerd, burger Danton !” riep Brutus woedend
uit. Het gefronste gelaat van den afgevaardigde bad hem
een waarschuwing moeten zijn, doch haat en woede verblindde
hem. „Het is een complot 1 En ik bezweer u bij
den Hemel. . .
Hij ging niet verder.
„Wat !” bulderde Danton. „Heeft de Conventie jou maire
van Honfleur gemaakt, de driekleurige sjerp aan je
borst gehangen en weet je dan zoo weinig van haar leerstellingen
? Ik hoor je aanstonds nog „Leve de koning’”
roepen!”
„Ik laat mij niet door jou overbluffen,” barstte Brutus
los, zoo blind van woede dat hij alle voorzichtigheid uit het
oog verloor. „De dagen der tvrannie zijn voorbij. Alle
menschen zijn gelijk en jij zult niet den aristocraat over mij
spelen in deze dagen van vrijheid 1”
„juist!” antwoordde Danton op een gevaarlijk kalmen
toon. „De dagen der tyrannie zijn voor altijd voorbij en
we leven nu in een tijdperk van volkomen vrijheid en ter
wille van deze vrijheid en opdat dwazen als jij, burger
Brutus, die vrijheid niet in gevaar brengen, hebben we
een aardige machine uitgevonden, waarmee wij je spoedig
in kennis zullen brengen. Burgers soldaten,” ging hij met
jeugd eventueel mee af te ranselen? Wat de zak om de
kinderen in te stoppen?
Er is geen twijfel aan, of we hebben hier te doen met
overblijfselen van oud-heidensche gebruiken, welke door
het Christendom zijn overgenomen. Men neemt aan, dat
deze gebruiken afstammen van die van het oude winterfeest
der Germanen. In Dr, Verwijs’ boekje ,,De Christelijke
feesten”, in Mol’s .,Kerkgeschiedenis” en in vele
andere *werken vinden wij over dit onderwerp beschouwingen,
waarin de overblijfselen van heidenschen eeredienst
in de Christelijke feesten wordt aangetoond.
Vele voor Sinterklaas gebruikte zinnebeeldige handelingen
hebben vooral overeenkomst met symbolen van
den Germaanschen oppergod Wodan. Denkt b.v. maar
eens, hoe Wodan zegenend en straffend in de Decembermaand
door de lucht rondrijdt, op zijn witten schimmel
gezeten, en gevolgd door zijn knecht Eckart. De oppergod
was op dien tocht vergezeld door vele rumoerige
góden, die joelend en huilend de lucht met een schriklijk
geraas vervulden.
Met Donar, den dondergod, die eveneens in Wodan’s
feeststoet medereed, heeft de Sinterklaasviering kenmerken
gemeen. Zoo wordt Sinterklaas’ mantel altijd rood voorgesteld.
Ook Donar’s mantel, dien hij als god van het
hemelvuur, den bliksem, droeg, was rood. Ook met Fro,
den god van echt en vruchtbaarheid, vertoont Sinterklaas
hier en daar gelijkenis. De heilige, de vriend der jongelieden,
wordt immers ook huwelijkmaker, oudtijds „hijlicmaker”
genoemd in sommige streken; hij zendt aan de
meisjes speculazen vrijers, aan de jongens speculazen
vrijsters, en beiden harten van suiker; ook wel harten
van steen, wat een verwijt van hardheid, van onontvankelijkheid
voor verklaarde en bewezen liefde insluit.
Dit laatste, we bedoelen het hart van steen, gaat er den
laatsten tijd meer en meer uit: de onbeantwoorde liefde
wordt, naar wij vernemen, echter nog wel hier en daar
aangetroffen.
Wij noemden nu maar enkele gebruiken, die aan heidensche
zinnebeelden herinneren, welke door de christenheid
zonder meer aan de herkomst te denken, bij de
feestviering voor den heiligen Nicolaas worden te pas
gebracht. Die er meer van willen weten, moeten maar
eens in de bovengenoemde boeken snuffelen. Daar is er
heel wat over te vinden. Wij voor ons hebben daar op
het oogenblik geen plaatsruimte voor.
verheffing van stem voort, „arresteer dezen man ! Ik
klaag hem aan als een vijand van de openbare veiligheid !”
Vruchteloos waren Brutus’ protesten, vruchteloos zijn
smeekbeden, vruchteloos zijn beleedigingen. Ze voerden
den worstelenden man weg. terwijl Danton aan Gilbert
in naam der Republiek zijn leedwezen betuigde over den
last hem door de onbekwaamheid van een harer dienaren
veroorzaakt.
Eindelijk waren ze vertrokken en Gilbert, André en
Simon stonden alleen in de kamer rondom de overblijfselen
van de deur die door de krachtige schouders van den
soldaat was neergeworpen.
„Den hemel zij dank !” zei André.
„Mijn hart is vol, mijn vrienden 1” mompelde Gilbert,
en een traan glinsterde in zijn oog.
„En ik heb ergen honger,” verklaarde Simon plechtig.
„Roep Jeannette en laat ons ontbijten in naam der vrijheid! ”
BELANGRIJK BERICHT
VOOR NIEUWE ABONNÉ’S.
N
ieuwe abonné’s, die zich vanaf 1 Januari 1916 voor
minstens één jaar op ons tijdschrift doen inschrijven,
ontvangen behalve alle in de maand December
nog te verschijnen nummers, ook ons speciaal Kerstnummer
van grooten omvang gratis. Bovendien hebben
zij recht op de in deze maand beschikbaar gestelde
premies, als St-Nicolaas- en Kerstmispremie, en ontvangen
zij tevens, voor zoover de voorraad strekt, ook
de als bijlage bij Panorama verschenen romans op
aanvrage gratis. RED.
© Onze Boekentafel ©
Jan Toorop, door Miek Janssen. Amsterdam, L. J. Veen.
it boek is uitgegeven op een wijze, den meester en zijn vereerster
volkomen waardig. Het is een weerspiegeling van den ernst en de
vroomheid, waarmee Toorop werkt, en die Miek Janssen vervulde toen
zij over hem schreef. Zij is in den aard en de bedoeling van den grooten
kunstenaar doorgedrongen met een fijnheid van intuïtie en een schérpte
van begrijpen, die op een gebied, waar kunst, religie en gevoel elkaar
ontmoeten, wel tot de bijzondere voorrechten der vrouw behooren.
Talrijke, buitengewoon geslaagde en verzorgde illustraties versieren
dit merkwaardige boek, aat onmisbaar is voor allen die de wordingsgeschiedenis
van Toorop's leven en kunst willen verstaan.
‘Kinderboeken,
Lelie- en Rozenknoppen. Bibliotheek
voor meisjes. Deel 1: Bakvischjes,
door A. de Graaff-Wüpperin
ann. Geïll. door O. Geerling.
Amsterdam. H. j. W. Becht.
De uitgever Becht heeft reeds menige
1AN TOOROP. Bibliotheek voor jongens of meisjes samenA
,, , ’ , t qesteld: deze nieuwe is misschien wel zijn
uit: „Jan Toorop , door Miek Janssen. beste.
Een zeer mooie band. een welverzorgde
druk op fraai papier van een aangenaam formaat — ziedaar het uiterlijk geprezen.
Maar deze vlag dekt een waardevolle lading: mevrouw De Graaff wist voor en over
bakvischjes te schrijven op een manier, die den recensent doet betreuren dat hij er
nooit een geweest is en vermoedelijk nooit een worden zak Een van de liefste en
beste meisjesboeken die dit jhar ons gebracht heeft; het doet aan het werk van Tine
van Berken denken, maar in overeenstemming gebracht met den geest van onzen tijd,
die hooger eiscben stelt.
De vijf volgende deelen van deze zeer laag geprijsde Bibliotheek
geven aanleiding tot gespannen verwachting.
Voor School en Huis. Versjes van Anna Sutorius, teekeningen
van B. Midderigh-Bokhorst Erven
Martin G. Cohen; Amsterdam - den Haag.
Zes gecartonneerde deeltjes, die er van binnen al even aanlokkelijk
uitzien als van buiten. Tegenover elk versje van Anna Sutorius een
gekleurde plaat van mevrouw Midderigh. Een betere samenwerking
van kunstenaressen hadden de uitgevers niet kunnen treffen, en zij
hebben bovendien het hunne gedaan om deze uitgave tot een zeer
artistieke te maken. Het lijkt wel of de uitgevers van kinderboeken
zich met den dag hooger eischen gaan stellen, en deze fijn en gevoelig
geïllustreerde werkjes voor kinderen van zes tot tien jaar leggen
daarvan een fraai getuigenis af. Wij bevelen ze zonder voorbehoud aan.
Illustratie uit: „Wimmie op de wandeling”.
van zes tot tien jaar.
L. J. Veen; Amsterdam.
Illustratie uit:
„Bakvischjes”, door A. de Graaff.
Een alleraardigst boek, met vertellingen
van Henriëtte Dietz, Cath. van Rennes,
Marie Leopold e,a„ geïllustreerd doorRie
Cramer, L. W, R. Wenckebach, Nelly
Spoor enz. Deze namen zeggen genoeg.
Het is een verzameling van sprookjes en
verhalen, gedichtjes, muziek en platen,
die den uitgever eer aan doet. Wat wordt
er op dit gebied toch veel voor onze kinderen
gedaan!
Boekenier moest het in zijn jeugd met een centsprent van jan den Wasscher stellen
... Maar het is veel beter zoo !
Een prettige St. Nicolaas. kinderen — moge hij u Veen’s Vertelselboek brengen!
BOEKENIER.
NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN.
|