Panorama

Blad 
 van 2380
Records 2051 tot 2055 van 11897
Nummer
1915, nr. 97, 2 dec. 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA 8 go.................. ............... ........ op SINTERKLAAS öo ' .................................................................-on 50, hét loopt weer zoowat tegen den verjaardag van dien besten Sint. U hebt natuurlijk allemaal opgemerkt dat zelfs deze heilige man ook maar ééns in een jaar dat feest viert, evenals u en ik. Ik zeg; viert, maar eigenlijk is dat niet juist, want niet hijzelf viert zijn verjaardag zoozeer; wij doen het. Het is een gewoonte van de menschen, — een gewoonte aan de edele wiskunde ontleend, — om iemands leeftijd naar het aantal verjaardagen, dat hij achter den rug heeft, uit te. rekenen. Bij Sint Nicolaas is dat geen gemakkelijk karweitje; eigenlijk weet men niet precies wanneer die meest beminde heilige (die heilige voor alle gezindten, zeg maar,) het levenslicht aanschouwde. Er hebben n.1. verscheidene heiligen geleefd, die den naam Nicolaas droe-' gen, doch één hunner was een zéér groot kindervriend. In de eerste helft van de vierde eeuw was hij bisschop van Myra in Lycië. Er bestaan van hem merkwaardige verhalen, zoo menigmaal in den loop der eeuwen* in beeld gebracht door schilders en bezongen door poëe ten. Het meest bekende is het verhaal van den heilige met de drie jongelingen. Drie scholieren zijn op reis naar de verafgelegen school; ze hebben veel geld bij zich om den onderwijzer te betalen. Ze vragen een slachter, hen ’s nachts te herbergen ; de slachter doodt hen en neemt hun geld in bezit. Hij snijdt dan de knapen in stukken, en zout hen in in een vat, hetwelk hij op de markt te koop aanbiedt. De heilige Nicolaas. tot wien de jongelieden ’s avonds vóór het naar bed gaan, hadden gebeden, wordt door een wonder van de bloedige daad in kennis gesteld. Hij gaat naar de markt, bemerkt het vat, maakt er het teeken des kruises over, en zie, de jongelingen rijzen gezond en wel een voor een uit het vat op. Het verhaal van den armen man met de drie dochters is bijna even bekend. Wanneer de vader op het punt is, een wanhoopsdaad te bedrijven, werpt de heilige een doek vol goudstukken door het venster. Zoo doet hij drie nachten achtereen. De vader, die op den uitkijk was gaan staan om te weten wie die milde voorbijganger was, betrapt hem den derden avond, en valt den heilige weedie een meesterstuk van tooneelspelkunst was, liet hij de handen langs de zijden vallen. „Wil iemand mij eens uitlegging geven ?” vroeg hij rustig. André, die in de deuropening gestaan had en aandachtig den deurpost bekeek, riep opeens verwonderd uit: „Zeg, Simon ! De deur was verzegeld !” „Verzegeld !” herhaalde Simon verbaasd. Dan ton keerde zich tot zijn metgezel met een harden lach, die het hart van den maire van schrik deed verstijven. „Wilt u het eens uitleggen, burger Brutus ’” beval Danton op koelen toon. De maire trachtte een verklaring te geven, maar was zoo bevangen van den schrik, dat zijn verklaring den toon en vorm aannam van een verontschuldiging. Terwijl hij sprak, had Danton zich naar de alkoof begeven en keek naar binnen. Het was een flinke kamer, waarin een groot ledikant stond benevens een waschtafel. Op een stoel in een der hoeken stond een open knapzak, terwijl op den grond wapenen en militaire uitrustingstukken verspreid lagen. Toen Danton terugkeerde, had Brutus zijn verklaring geëindigd. ..En ’tis-op het praatje van dien gek, dat je mij hier gebracht hebt?” vroeg Danton op een toon, die den maire deed sidderen. „Was het om de slaapkamer van deze soldaten te verzegelen, dat je je handlangers hier vannacht heengezonden hebt ?” ,,Ik vrees dat ’t een vergissing is,” stamelde de ongelukkige Brutus. „Vergissing !” herhaalde Danton dreigend. „Het schijnt zoo 1 Van wien had je je informaties betreffende burger Gilbert?” — „Van Rodenard !” „Rodenard? Wie is Rodenard?” nend en onder een stortvloed van dankbetuigingen te voet. Er zijn nog verscheidene andere curieuze, primitiefmooie verhalen in omloop van den heiligen bisschop van Myra, en het is dus geen wonder, dat hij als de kindervriend bij. uitnemendheid herdacht wordt. De wijze, waarop die herdenking geschiedt, is echter van dien aard, dat wij daarbij nog aan wel wat anders herinnerd worden dan uitsluitend aan den heiligen bisschop ZOU HIJ NU HAAST KOMEN? van Myra. Een groot aantal gebruiken, bij de viering van het Sint-Nicolaasfeest in zwang, lijkt weinig toepasselijk voor den goedaardigen. zachten heilige. Wat b.v. heeft dat gestommel op de trappen en het vreesaanjagende kettingrammelen met den zachtzinnigen bisschop te maken? Wat beteekent die zware, verschrikkende stem als van een bullebak? Wat die roede om de „Hij was mijn beambte !” viel Gilbert nederig in. „Ik zond hem gisteren weg en waarschijnlijk uit spijt hierover beschuldigde hij mij. Ü ziet zelf, burger deputé, hoe valsch en ongegrond de beschuldiging was 1” Danton’s strenge blik was een oogenblik doordringend op Gilbert gericht en gedurende dit moment hing het lot van den ouden man aan een zijden draad. „Je hebt het gelaat van een eerlijk man,” zei Danton eindelijk, „en ziende hoe onbetrouwbaar de getuigenis is, schenk ik u de vrijheid !” „Je doet verkeerd, burger Danton !” riep Brutus woedend uit. Het gefronste gelaat van den afgevaardigde bad hem een waarschuwing moeten zijn, doch haat en woede verblindde hem. „Het is een complot 1 En ik bezweer u bij den Hemel. . . Hij ging niet verder. „Wat !” bulderde Danton. „Heeft de Conventie jou maire van Honfleur gemaakt, de driekleurige sjerp aan je borst gehangen en weet je dan zoo weinig van haar leerstellingen ? Ik hoor je aanstonds nog „Leve de koning’” roepen!” „Ik laat mij niet door jou overbluffen,” barstte Brutus los, zoo blind van woede dat hij alle voorzichtigheid uit het oog verloor. „De dagen der tvrannie zijn voorbij. Alle menschen zijn gelijk en jij zult niet den aristocraat over mij spelen in deze dagen van vrijheid 1” „juist!” antwoordde Danton op een gevaarlijk kalmen toon. „De dagen der tyrannie zijn voor altijd voorbij en we leven nu in een tijdperk van volkomen vrijheid en ter wille van deze vrijheid en opdat dwazen als jij, burger Brutus, die vrijheid niet in gevaar brengen, hebben we een aardige machine uitgevonden, waarmee wij je spoedig in kennis zullen brengen. Burgers soldaten,” ging hij met jeugd eventueel mee af te ranselen? Wat de zak om de kinderen in te stoppen? Er is geen twijfel aan, of we hebben hier te doen met overblijfselen van oud-heidensche gebruiken, welke door het Christendom zijn overgenomen. Men neemt aan, dat deze gebruiken afstammen van die van het oude winterfeest der Germanen. In Dr, Verwijs’ boekje ,,De Christelijke feesten”, in Mol’s .,Kerkgeschiedenis” en in vele andere *werken vinden wij over dit onderwerp beschouwingen, waarin de overblijfselen van heidenschen eeredienst in de Christelijke feesten wordt aangetoond. Vele voor Sinterklaas gebruikte zinnebeeldige handelingen hebben vooral overeenkomst met symbolen van den Germaanschen oppergod Wodan. Denkt b.v. maar eens, hoe Wodan zegenend en straffend in de Decembermaand door de lucht rondrijdt, op zijn witten schimmel gezeten, en gevolgd door zijn knecht Eckart. De oppergod was op dien tocht vergezeld door vele rumoerige góden, die joelend en huilend de lucht met een schriklijk geraas vervulden. Met Donar, den dondergod, die eveneens in Wodan’s feeststoet medereed, heeft de Sinterklaasviering kenmerken gemeen. Zoo wordt Sinterklaas’ mantel altijd rood voorgesteld. Ook Donar’s mantel, dien hij als god van het hemelvuur, den bliksem, droeg, was rood. Ook met Fro, den god van echt en vruchtbaarheid, vertoont Sinterklaas hier en daar gelijkenis. De heilige, de vriend der jongelieden, wordt immers ook huwelijkmaker, oudtijds „hijlicmaker” genoemd in sommige streken; hij zendt aan de meisjes speculazen vrijers, aan de jongens speculazen vrijsters, en beiden harten van suiker; ook wel harten van steen, wat een verwijt van hardheid, van onontvankelijkheid voor verklaarde en bewezen liefde insluit. Dit laatste, we bedoelen het hart van steen, gaat er den laatsten tijd meer en meer uit: de onbeantwoorde liefde wordt, naar wij vernemen, echter nog wel hier en daar aangetroffen. Wij noemden nu maar enkele gebruiken, die aan heidensche zinnebeelden herinneren, welke door de christenheid zonder meer aan de herkomst te denken, bij de feestviering voor den heiligen Nicolaas worden te pas gebracht. Die er meer van willen weten, moeten maar eens in de bovengenoemde boeken snuffelen. Daar is er heel wat over te vinden. Wij voor ons hebben daar op het oogenblik geen plaatsruimte voor. verheffing van stem voort, „arresteer dezen man ! Ik klaag hem aan als een vijand van de openbare veiligheid !” Vruchteloos waren Brutus’ protesten, vruchteloos zijn smeekbeden, vruchteloos zijn beleedigingen. Ze voerden den worstelenden man weg. terwijl Danton aan Gilbert in naam der Republiek zijn leedwezen betuigde over den last hem door de onbekwaamheid van een harer dienaren veroorzaakt. Eindelijk waren ze vertrokken en Gilbert, André en Simon stonden alleen in de kamer rondom de overblijfselen van de deur die door de krachtige schouders van den soldaat was neergeworpen. „Den hemel zij dank !” zei André. „Mijn hart is vol, mijn vrienden 1” mompelde Gilbert, en een traan glinsterde in zijn oog. „En ik heb ergen honger,” verklaarde Simon plechtig. „Roep Jeannette en laat ons ontbijten in naam der vrijheid! ” BELANGRIJK BERICHT VOOR NIEUWE ABONNÉ’S. N ieuwe abonné’s, die zich vanaf 1 Januari 1916 voor minstens één jaar op ons tijdschrift doen inschrijven, ontvangen behalve alle in de maand December nog te verschijnen nummers, ook ons speciaal Kerstnummer van grooten omvang gratis. Bovendien hebben zij recht op de in deze maand beschikbaar gestelde premies, als St-Nicolaas- en Kerstmispremie, en ontvangen zij tevens, voor zoover de voorraad strekt, ook de als bijlage bij Panorama verschenen romans op aanvrage gratis. RED. © Onze Boekentafel © Jan Toorop, door Miek Janssen. Amsterdam, L. J. Veen. it boek is uitgegeven op een wijze, den meester en zijn vereerster volkomen waardig. Het is een weerspiegeling van den ernst en de vroomheid, waarmee Toorop werkt, en die Miek Janssen vervulde toen zij over hem schreef. Zij is in den aard en de bedoeling van den grooten kunstenaar doorgedrongen met een fijnheid van intuïtie en een schérpte van begrijpen, die op een gebied, waar kunst, religie en gevoel elkaar ontmoeten, wel tot de bijzondere voorrechten der vrouw behooren. Talrijke, buitengewoon geslaagde en verzorgde illustraties versieren dit merkwaardige boek, aat onmisbaar is voor allen die de wordingsgeschiedenis van Toorop's leven en kunst willen verstaan. ‘Kinderboeken, Lelie- en Rozenknoppen. Bibliotheek voor meisjes. Deel 1: Bakvischjes, door A. de Graaff-Wüpperin ann. Geïll. door O. Geerling. Amsterdam. H. j. W. Becht. De uitgever Becht heeft reeds menige 1AN TOOROP. Bibliotheek voor jongens of meisjes samenA ,, , ’ , t qesteld: deze nieuwe is misschien wel zijn uit: „Jan Toorop , door Miek Janssen. beste. Een zeer mooie band. een welverzorgde druk op fraai papier van een aangenaam formaat — ziedaar het uiterlijk geprezen. Maar deze vlag dekt een waardevolle lading: mevrouw De Graaff wist voor en over bakvischjes te schrijven op een manier, die den recensent doet betreuren dat hij er nooit een geweest is en vermoedelijk nooit een worden zak Een van de liefste en beste meisjesboeken die dit jhar ons gebracht heeft; het doet aan het werk van Tine van Berken denken, maar in overeenstemming gebracht met den geest van onzen tijd, die hooger eiscben stelt. De vijf volgende deelen van deze zeer laag geprijsde Bibliotheek geven aanleiding tot gespannen verwachting. Voor School en Huis. Versjes van Anna Sutorius, teekeningen van B. Midderigh-Bokhorst Erven Martin G. Cohen; Amsterdam - den Haag. Zes gecartonneerde deeltjes, die er van binnen al even aanlokkelijk uitzien als van buiten. Tegenover elk versje van Anna Sutorius een gekleurde plaat van mevrouw Midderigh. Een betere samenwerking van kunstenaressen hadden de uitgevers niet kunnen treffen, en zij hebben bovendien het hunne gedaan om deze uitgave tot een zeer artistieke te maken. Het lijkt wel of de uitgevers van kinderboeken zich met den dag hooger eischen gaan stellen, en deze fijn en gevoelig geïllustreerde werkjes voor kinderen van zes tot tien jaar leggen daarvan een fraai getuigenis af. Wij bevelen ze zonder voorbehoud aan. Illustratie uit: „Wimmie op de wandeling”. van zes tot tien jaar. L. J. Veen; Amsterdam. Illustratie uit: „Bakvischjes”, door A. de Graaff. Een alleraardigst boek, met vertellingen van Henriëtte Dietz, Cath. van Rennes, Marie Leopold e,a„ geïllustreerd doorRie Cramer, L. W, R. Wenckebach, Nelly Spoor enz. Deze namen zeggen genoeg. Het is een verzameling van sprookjes en verhalen, gedichtjes, muziek en platen, die den uitgever eer aan doet. Wat wordt er op dit gebied toch veel voor onze kinderen gedaan! Boekenier moest het in zijn jeugd met een centsprent van jan den Wasscher stellen ... Maar het is veel beter zoo ! Een prettige St. Nicolaas. kinderen — moge hij u Veen’s Vertelselboek brengen! BOEKENIER. NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN.
PDF
Nummer
1915, nr. 98, 6 dec. 1915
Blad
01
Tekst
No. 98 (23b) 6 December 1915 AFZONDERLIJKE ABONNEMENT PER KWARTAAL 26 NUMMERS 7'/2 CENT ..VERSCHIJNT 2 M/X/XL. PER W EE EE NUMMERS f 1.30 A.W. SIJTHOFF'S UITGEVERS M AATSCH APP 1J - LE ! D E h DE RECRUTEERINGS-CAMPAGNE IN ENGELAND in Engeland, dat onder zijn liberaal ministerie geen algemeenen dienstplicht wil invoeren, worden alle mogelijke middelen toegepast om de jonge mannen, die door hun leeftijd en lichaamsontwikkeling het meest geschikt zijn hun home en vaderland te verdedigen, tot vrijwillige dienstname te bewegen. Jonge bekoorlijke meisjes — oude grijze heeren, ie meestal oud-gedienden zijn, en verder alles wat „leeft” tüsschen deze beide uitersten, hebben zich tot taak gesteld de bloem van Engelands jongelingschap tot dienstneming over te halen. Doch dat is de primitieve, maar tevens ook geraffineerde wijze van bewerken, die meestal op straat plaats heeft. Daarnaèst worden de groote meetings georganiseerd, waar ministers, dames en van het slagveld teruggekeerde officieren en soldaten spreken over het landsverdedigingsvraagstuk, waar de volksliederen gespeeld worden en op en vijan buitgemaakte zegeteekenen dienst doen voor „reclame.” Op de foto hierboven b.v. ziet men een der groote kanonnen van den Duitsehen kruiser „Emden , die tijdens de meeting moet spreken door het oog tót het hart der aanstaande vrijwilligers. Een sergeant van het 19e Londen-regiment tracht in Trafalgar-Square recruten voor het leger te winnen. Een kanon, dat door de manschappen van zijn regiment bij Loos is veroverd, dient hem ais platform om op te spreken. Een soldaat die tijdens een meeting-met-muziek nieuwe recruten tracht te winnen voor het 19e Londen-regiment. Ook hier dient een kanon, dat door de manschappen van dat regiment is veroverd, als „reclame”.
PDF
Nummer
1915, nr. 98, 6 dec. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 10 ’t‘Kolkje - /Pmsterdam, ONZE GRAFISCHE KUNSTENAARS. Toren te ypmersfoort. D. HARTING. et is zoo begrijpelijk dat een etser als Harting zich in t bijzonder aangetrokken voelt tot onze oude stadshoekjes, ergens aan n stille gracht. Hij is een kunstenaar met een scherpen blik, een ordenenden smaak, een vaste hand ; hij houdt van de aarzellooze lijn en den strakken omtrek. Aan die eigenschappen komen de pannen daken, de baksteenen muren, het rimpellooze water in hun kantigheid en onbewogenheid tegemoet. Er is geen weiteling in Harting s etsen; hij duldt geen vaagheden, niets onverantwoords ; en daar hij de techniek van zijn vak grondig kent, kan hij zich zulk een strengheid tegenover zichzelf veroorloven. Elke nieuwe ets wordt voor hem een belangrijk vraagstuk, dat hij tot in de puntjes wil oplossen, zonder toegeven of zwakheid tegenover de moeilijkheden, die hij vrijwillig zoekt. Wij hebben met het bovenstaande oprechten lof bedoeld. Want in dezen tijd van artistieke verdwazing, nu Jan-en-alleman schildert zonder de grondbeginselen van ’t vak geleerd te hebben, is t een vreugde te zien dat er nog, zij ’t etsend, aandacht gewijd wordt aan grondige teekenkunst. Het lijkt vreemd dat in een land, welks groote meesters zich allereerst als teekenaars hadden bekwaamd, geklaagd moet worden over het ontbreken van teekentechniek, maar de meerderheid der inzendingen op de epidemisch wordende tentoonstellingen van den laatsten tijd rechtvaardigen die klacht. Wat zou het publiek in de concertzaal wel zeggen, als daar eens een pianist zulk slecht pianospel liet hooren als er in de tentoonstellingszalen teekenkunst geboden wordt? Een pianist die Liszt speelde zonder ooit vingeroefeningen te hebben verricht? Onze lof evenwel is eenzijdig, en men zou er uit kunnen afleiden dat wij in Harting s werk indirect koelheid, gemis aan fantazie wilden aantoonen. Want kunst is niet alléén techniek, ze is ook persoonlijkheid. Ze is het waargenomene, maar zooals het filterde door de gevoelige ziel van den kunstenaar. Wie Harting s werk aandachtig beziet, zich ontvankelijk er tegenover en kostbaar beginnen te worden, zal men het zich niet beklagen er te rechtertijd de hanc stelt, ziet ai dra hoezeer zijn vaardigheid getemperd wordt door zijn op gelegd te hebben. En alles behoeft immers niet aan den muur te hangen I sentiment. In die roerlooze huizen, over die eenzame stadstuinen. West-Singel - yPmersfoort. Sprookje, Een portefeuille met prenten en etsen laat zich des winteravonds zoo genoeglijk doorbladeren. langs dat effen water, waart wel de geheimzinnigheid en de weemoed van een verganen tijd, die door het moderne leven weldra ook uit deze laatste schuilhoeken verdreven zal worden. De composities^ van Harting hebben een innerlijkheid die tot beschouwen en nadenken brengt; is het niet de diepere persoonlijkheid van den maker die daarmee tot ons spreekt? Evenals een vorige maal, willen wij ook thans een opwekking tot het verzamelen dezer belangrijke etsen niet achterwege laten. Wanneer de tijd komt dat ook van onze jongere kunstenaars sommige bladen zeldzaam Cangegracht - TPmersfoort.
PDF
Nummer
1915, nr. 98, 6 dec. 1915
Blad
03
Tekst
11 PANORAMA De wraak van Jim den Clown u Een verhaal uit het circus-leven door JAN KASTEELEN . DO------------------------------------------- ,-------------------------—QC ~<*e voorstelling was in vollen gang. Een woelige [> wals klonk uit de hooggelegen orkestruimte. Scherp snerpte telkenmale een zweepslag; het was de directeur die zijn Arabische hengsten vertoonde, en herhaaldelijk klonk een foaxxiWtfircmsÖ gekjap Van de duizenden handen rondom, terwijl voetengetrappel de houten stellages daverend dreunen deed. Wanneer de directeur zou zijn afgewerkt, moest Jim de clown dadelijk optreden, want er mocht geen oogenblik van stilstand zijn in de snel elkaar opvolgende nummers. Gekleed en gepoederd stond Jim nu gereed nabij de stallen. Met de handen op den rug ineengeslagen leunde hij tegen een pilaar, en sprak op fluisterenden toon met Mira, de „wonderful cyclist,” een der grootste attracties van het programma. En niet slechts van dat programma was zij de groote attractie, ook Jim was zeer onder den indruk harer bekoorlijkheid. En verwonderen kan dat .niemand, die de knappe, donkere vrouw met haar lenig figuur in haar costuum van saumonroze zijde hare waarlijk ongeëvenaarde fietstoeren verrichten zag. Wanneer een uitbundig handgeklaphaar dan terugriep, en zij verscheen metsierlijke soepele passen binnen de piste, terwijl een blanke glimlach in haar roze gezichtje verscheen, en zij kushanden naar het publiek lanceerde, waren de menschen opgetogen. Thans, bij haar gesprek met Jim, was er echter geen zweem van die beminnelijke vroolijkheid op haar mooie gezicht te bekennen. Eersomber kon haar gelaat heeten, terwijl zij nu en dan een snellen blik vol vrees wierp naar Jim. „O, Mira, Mira,” zei de clown op hartstochtelijken toon, „ik wil alles doen wat je van me verlangt; je zult een heerlijk leven bij me hebben. Ik verdien geld genoeg voor ons allen. Jij en je kleine Bob behoeven met jullie flying act” niet meer op te treden, wat trouwens een gevaarlijk werk is. al.........” „Het is heelemaal niet gevaarlijk.” viel de fietsrijdster in. ,,de stellages zijn sterk en worden goed opgesteld. D’r is niets geen gevaar bij, en dat weet jij heel goed. . .” „Maar als er ook maar iets weigert”, deed Jim in zijn wensch om haar vrees voor haar métier in te boezemen, opdat ze zich dan zonder middelen van bestaan, aan zijn echtelijke zorg zou vertrouwen, „als er ook maar iets weigert, als er een schroef afbreekt, als er éen staaf knapt, dan ben jij of Bob, of bent jelui mogelijk allebei morsdood.” „Als, als. .. .” antwoordde met een matten glimlach de jonge vrouw, „als.... als de hemel invalt, hebben we allemaal een blauwe muts op.” „Maak geen grappen, Mira,” zei Jim nu op onheilspellenden toon, terwijl hij het gepoederde voorhoofd diep rimpelde, en de oogen 'n tragische uitdrukking kregen, wat ’n vreemd, benauwend contrast vormde bij de met roode en blauwe Grimnessesluis te Amsterdam. — D. Harting. driehoeken beschilderde wangen, „maak nu geen grappen, * nü niet, Mira ... of... of.. er gebeurt iets.........” Dan, eensklaps op vleienden, overredenden toon, zei hij : „Word mijn vrouw, Mira. Ik houd zoo van je.........Je bent me toch ook niet ongenegen.........” Eensklaps houdt Jim op. Een aanvallig knaapje van ’n jaar of zes. met een kastanjebruinen krullebol en een frisch snoetje, gekleed in een violet zijden acrobatenpakje, is naar Mira komen toeloopen. Ze streelt met teederheid de wangen van het kind, en is als in zijn aanblik verzonken ; het is Bob. haar zoontje ; naar Jim kijkt ze nu niet meer op, het is of hij niet meer bestaat. En deze, met een grijns van boosaardigheid, waarbij de roodgeverfde mond zich nog verbreedt in het witgepoederde gezicht, bromt: „Die jongen., dat is het eenige wat haar schelen kan . . . . " Een oorverdoovend applaus breekt los, dof dreunt het als gedonder door het gebouw, en in wilden ren komen de hengsten de manége uitloopen, worden door stalknechts aan den teugel gegrepen en staan. Jim loopt op een drafje den doorgang in om zijn komisch intermezzo te gaan uitvoeren, maar bij een knaap, die tegelijk met Bob is binnengekomen, en nu achter de groep pikeurs hem afwacht, toeft hij een oogwenk om hem snel te kussen. Dan rolt hij als een levenlooze bal over de piste heen in het zand, terwijl hij een heel repertoire van de allerzotste geluiden daarbij hooren laat. II. Het is pauze. Het orkest zwijgt. Het publiek gaat de stallen zien, of verspreidt zich in de ruime foyers en gangen ; anderen weer begeven zich naar buiten om in naburige koffiehuizenzich een weinig te verkwikken.Het is stil in de groote, ruimte; ronde veriaten ligt een wijle de gele vlakte der manége temidden van den wijden cirkel der ledige amphitheaters. Al heel spoedig echter komt er vertier ; paarden sleepen een vracht van planken en staven, stutten en palen aan, en een zwerm van mannen begint bedrijvig af te laden en te sorteeren. Het is een gedraaf en geschreeuw, een gezwoeg en geklauter, dat, zoo oppervlakkig aangezien, wanordelijken woest ''aandoet, maar blijkbaar in den grond stelselmatig geregeld is, want eerder dan iemand zulks had kunnen verwachten, is er een reusachtig toestel ' opgebouwd. Het is een steil afhellende baan, die vanuit den nok van den circus met een stompen hoek in een der doorgangen naar de stallen uitloopt. De geheele baan bestaat uit twee deelen, namelijk een onderstuk, dat eiken avond wordt opgesteld, en een bovendeel, dat aan het dak van het gebouw is bevestigd. Deze twee onderdeden vormen te zamen één lange baan, maar zijn niet geheel tegen elkander geplaatst zoodat de baan onderbroken wordt door een ruimte van zoowat twee meter. Dit getimmerte dient voor Mira en Bob’s „flying act”. Langs deze ' baan kwam de mooie slanke Mira eiken avond op haar glinsterende fiets naar beneden schieten als een bliksemstraal, en alsof dat nog niet genoeg was, na eenig verstellen der baan, wat uit het versmallen der onderbreking bestond, kwam in een stalen wagentje ook de kleine Bob langs die zoogenaamde „voie coupie” omlaag storten. En meer 98 (23;))
PDF
Nummer
1915, nr. 98, 6 dec. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 12 VERDWIJNEND AMSTERDAM Panorama, genomen vanaf 'net dak van de diamantslijperij Boaz op Uilenburg, van een gedeelte van Amsterdam, het bij velen bekende en schilderachtige Uilenburg, dat weldra onder sloopershanden vallen zak (V.F.B.) N1EUW-AMSTERDAM. Waar vroeger verschillende oude, bij Amsterdammers zoo goed bekende gebouwen stonden, ais Zeemanshoop, Gramp & Cretoir, Hagemins enz., verrijst thans op den Pam ’n groot kleerenpaleis v.d. firma Peek & Cloppenburg. (V.F.B.} nog dan Mira’s waagstuk viel de rit van den lieven knaap in den smaak van het publiek. Het was dan ook het aangrijpendst oogenblik van den geheelen avond, als door den helschen gloed der electrische booglampen het wagentje met het aardige kind kwam neerstuiven, gelijk den dood tegemoet, terwijl na fel geschetter van koper het orkest volkomen zweeg. En iedereen zweeg dan. Men hoorde slechts het gierend schuiven der wielen langs de gladde baan, den korten slag van het voertuigje als het na de onder breking weder op de baan neerkwam, en het doffe plofje wanneer het aan het einde van zijn roekeloozen tocht op de matrassen landde. Dan ging een groote zucht, die als een windvleug was, door de sensatie-hongerige menigte. Temidden der mannen, die druk met het stellen der staven en verbindingen bezig zijn, is ook Jim, de Clown. Bij een zoo vele handen eischend werk helpen ook alle artisten mede, en den betrouwbaarsten en hen is opgedragen de verbindingen goed na te zien, opdat alles wèlsluitend en veilig om te berijden zijn zal. Zoo behoorde Jim ook tot de paar helpers, die na den rit van Mira de stutten bij de onderbreking meer tot elkaar brachten en den kleinen vloer op die stutten legden, waardoor de opening in het baanvlak smaller werd. De fiets sprong namelijk over een vrij breede opening heen, maar voor het vierwielig wagentje zou dat te gevaarlijk zijn, daar het dan wel eens uit de richting raken kon en omlaag storten. De toebereidselen voor Mira’s rit zijn gereed ; de mannen ruimen gereedschappen en ladders weg. Jim met een blauwlinnen pantalon en kiel, zooals alle helpers dragen, over zijn satijnen hansop, staat met de handen in de broekzakken nabij de matrassen, en kijkt de steile, schelverlichte witte baan op. Zijn gelaat heeft een sombere uitdrukking. Nerveus kauwt hij op een cigaret. Telkenmale veranderend van houding, lijkt hij een prooi aan een innerlijken strijd. Weer kijkt hij omhoog, de steile breede baan op, en nu rilt hij even, onmerkbaar. ,,Het is bet eenige wat haar schelen kan : die jongen,” mompelt hij, ,.het eenige wat haar wellicht weerhoudt DE STROOBORD-FABRICATI E IN BEELD Op deze pagina reproduceeren wij een aantal interessante foto’s, die de fabricatie van het bekende brengen, een industrie, die duizenden in ons land een broodwinning verschaft. Onze afbeelding hierbo voorraden stroo, die. per schuit aangevoerd, op bewerking te wachten liggen. handigsten onder stroobord in beeld ven vertoont de groote DE STROOBORD-FABRICATIE IN BEELD. Het geperste stroo wordt ter verdere bewerking naar de fabriek gebracht. „Altijd en altijd die jongen” bromt hij woedend. En zich weer omwendend naar zijn plaats van daareven, lispelt hij : ,,Zoowaar, zoowaar, ik dóe het.” Jim was als vele clowns een eenzelvig somber mensch. Een dagelijksch vermaak voor de gansche stad, was deze man voor zichzelven echter eer droevig dan luchthartig. Somber en hartstochtelijk van aard, kon hij in de eenzaamheid van zijn niet zeer vreugdevol leven urenlang aan de onbillijkheid van zijn lot zitten peinzen, en o, hoe vaak had hij zichzelven beloofd, het geluk eindelijk eens te vermeesteren, hoe ver en onbereikbaar het zich ook aan hem vertoonde. Den laatsten tijd, sinds hij Mira had leeren kennen, wist hij wat zijn levensgeluk was, en hij had zichzelven een duren eed gezworen nu doortastend te zijn, opdat zijn geluk hem niet ontglippen zou. Ah, dat zij hem bij haar kind achterstelde. . . Had hij niet evenzeer een kind, dat hij met groote liefde liefhad. En toch ... was zijn Dick zijn oogappel niet, zoogoed als zij haar Bob verafgoodde. Ja, in werkelijkheid hield hij nog meer van zijn kind dan zij van het hare. Hij zou zijn jongen niet in een wagentje die steile baan laten afrijden. Niet dat daar zoo’n gevaar wellicht bij was, maar als je je kind werkelijk beminde, zag je overal gevaar in, zou je hem dat besparen .... Zoo mijmerend is hij weer langs de kleedkamer geloopen. En nog steeds staat de beminde Mira met den arm om haar knaapje gestrengeld en liefkoost zijn wangen. ,.Vervloekt, vervloekt,” gromt Jim, wanneer hij ze dan arm in arm ziet loopen naar de houten achtertrap die naar het platform boven in het gebouw voert, vanwaar zij elk op hun beurt straks zullen komen neersuizen voor de vervaarde blikken der menigte. Het orkest zet een joligen marsch in. Nog meer lichten floepen aan ; een zoeklicht-apparaat steekt zijn roerloozen maanhellen stralenbundel door alles henen. Het gebouw glanst van verguldsel en rijke kleurpartijen. De overvolle amphitheaters rondom zijn als hellende wanden van boven tot onder met menschengezichten bekleed. Na den marsch klinkt een daverende dans, en temidden daarvan ziet het publiek plotseling boven op het platform DE STROOBORD-FABRICATIE IN BEELD. De stroomassa wordt tot een vloeistof verwerkt, waarin tevens weder oude stukken carton gemengd worden. om mij . . . Een zeer smartelijke trek komt op zijn gelaat, als had hij een hevige lichamelijke pijn te verduren. „Ach, ach, het is zóó toch geen leven ; er gebeure wat wil, maar zóó houd ik het geen dag meer uit. Mijn bestaan zonder Mira is een afschuwelijke kwelling.” Hij doet nu eenige passen heen en weer, kribbig wendt hij zich af van het thans weder binnenstroomend publiek, waarvan sommigen hem herkennen en aan elkander aanwijzen. Wrevelig keert hij zich om, baant zich een weg door de menigte. Langs de kleedkamer gaand, ziet hij door de geopende deur Mira en haar zoontje gereed staan om bij de eerste waarschuwing op te treden. Hij ziet, hoe de moeder met innige teederheid den jongen tegen zich aandrukt en hem de wangen streelt. En het is of een giftige pijl hem treft. Hij siddert. DE STROOBORD-FABRICATIE IN BEELD. De trein rijdt de fabriek binnen om het papier bij wagonladingen gelijk weg te halen. (foto's V.F Dj
PDF
Blad 
 van 2380
Records 2051 tot 2055 van 11897