|
7 PANORAMA
„NOTABELEN”.
De N.V. „Het Tooneel”, directeur W. Royaards, heeft ter gelegenheid van de plechtige opening
van haar nieuwe „home”, den Princesseschouwburg te ’s-Gravenhage, onder zeer veel belangstelling
het bekende tooneelspel „De Notabelen” voor ’t voetlicht gebracht. — Onze foto’s stellen
voor, links, (in de'bekende volgorde): johan Gobau - Olmers; Gerard Vrolik - de heer Spreeuw,
(Drogist); Willem Royaards - Burgemeester Nicolaas Spreeuw; Elias van Praag - Musch.
Foto rechts, (zelfde volgorde): Elias van Praag - Musch; Anna Tollender - Mej. Brendel;
Anna Sablairolles - Mej. Morgenrood; Gerard Vrolik - de heer Spreeuw. (Foto's Couvêe).
,,Ja, ik heb een idee! Gevaarlijke ziekten vragen gevaarlijke
remedies, burger. Als mijn plan slaagt, ben je
gered. Gebeurt dat niet, wel, dat zijn de zaken niet slechter !”
,,Simon, Simon ! Waarom plaag je me met hoop ?”
„De burger afgevaardigde Danton is een vroege opstaander,”
ging Simon kalm voort, „hij zal dus waarschijnlijk
vroeg in den morgen komen. Als dat gebeurt is alles in
orde, zoo niet . ...” hij maakte met zijn vingers een beweging
langs zijn hals, „dan zullen we samen in de kar rijden.
Nu de papieren !”
Voordat Gilbert begreep wat de soldaat uitvoerde, had
deze met zijn eene hand het slot en met zijn andere den
grendel gegrepen ; toen zijn knie tegen den deurpost zettende,
trok hij, dank zij zijn enorme kracht, de deur open.
Zonder op de verschrikte uitroepen en vragen, zoowel
van André als Gilbert te letten, verzocht hij den ouden
man alle gevaarlijke papieren te vernietigen. Gilbert gehoorzaamde
hem als in een droom, een prooi dan van hoop,
dan van vrees en klaarblijkelijk geheel beroofd van zijn
zinnen.
Jeannette richtte zich op uit den stoel, waarin André
haar geplaatst had.
,,Moed, juffrouw,” riep Simon haar toe. „We zijn bezig
uw vader te redden,, wil, terwijl wij werken, bidden dat
de hemel ons helpt. En nu, André, heb ik je hulp noodig.”
„Wat is je plan?”
„Dat zal ik je zeggen, terwijl wij het uitwerken. Kom,
we hebben geen tijd te verspillen. Bid, mademoiselle,
dat de burger-deputé Danton morgen vroeg komt, — heel
vroeg?”
111.
Of Jeannette’s gebed werd verhoord, is niet bekend,
maar het was klokke zeven uur den volgenden morgen,
toen de burger afgevaardigde Danton, vergezeld van den
burger maire Brutus en twee soldaten aan Gilbert's woning
klopten.
Zij werden opengedaan door Gilbert zelf, die op zij ging
om hen door te laten.
Danton wierp een scherpen blik op den verdachte.
,,U ziet bleek, burger !” riep hij uit met een stem als
de donder, een stem die heel Frankrijk sidderen deed.
„ja!” antwoordde Gilbert, met een zucht die volstrekt
niet gemaakt was. „Ik heb den geheelen nacht niet geslapen.
Het is een schandelijke behandeling, waaraan ik. een trouw
en loyaal patriot, mij heb moeten onderwerpen.”
„We zullen zien, we zullen zien !” antwoordde Danton.
„Maar als je bent wat je zegt, waarom vrees je, waarom
beef je dan zoo, man ?”
Gilbert sloot de deur.
TIJDELIJK GEZANTSCHAP BIJ DEN PAUS.
Bij Koninklijk besluit is Jhr. Mr. O. F. A. M. VAN NISPEN
TOT SEVENAER, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal,
benoemd tot buitengewoon gezant en gevolmachtigd
minister in tijdelijke en bijzondere zending bij den Pauselijken
Stoel. (Foto Couvêe.)
„Ik heb een goede reden om te beven. De vergissing
is monsterachtig ...”
„Kom, kom, burger,” viel Brutus in, „de burger-deputé
zal dat wel beoordeelen. Wijs’ons den weg naar de kamer
die mijn mannen hebben verzegeld.”
Gilbert begaf zich naar de trap, maar nauwelijks had
hij den voet op de eerste trede gezet of er klonk een luid
geklop door het huis.
„Wat is dat?” vroeg Danton scherp.
„Hemel!” riep Gilbert verschrikt uit, „ze zijn ontwaakt.
Dat vreesde ik al ! Gauw, burgers, gauw !” riep hij Danton
en de anderen toe op angstigen toon. „Haast u, anders
is ’t te laat en ben ik geruïneerd !”
En hij vloog de trappen op met een snelheid, die zij onwillekeurig
navolgden,
Voor zij halverwege waren, klonk er een gekraak van
splinterend hout vergezeld van woedende kreten : „Open !
Open !”
„Spoed, burgers 1” schreeuwde Gilbert met zulk een
grooten angst op het gelaat, dat de mannen hem verbaasd
achterna renden.
Zij bereikten het portaal err met een laatsten kreet:
„Haast u !” vloog Gilbert de eetkamer binnen, waaruit
de kreten schenen te komen.
Ook de andere mannen bereikten de kamer en liepen
deze door naar de deur van de alkoof. Een der paneelen
lag versplinterd en juist toen zij naderden scheen de deur
door een onzichtbare macht te schudden. Toen, met ratelend
geluid vielen slot en grendel op den grond, ter zelfdertijd
volgde met donderend geraas de zware deur, en over
die deur tuimelde een reusachtige kerel.
In een oogenblik was de razende reus overeind, vloekende
en scheldende en niet zoodra had hij den bevenden
Gilbert ontdekt of hij vloog met een woedenden kreet
op den ouden man af en greep hem bij den keel.
„Verrader! Hond! Aristocraat!” bulderde hij, terwijl
hij zijn slachtoffer in zijn ijzeren greep bijna smoorde.
Ondanks zijn verbazing beval Danton den hem vergezellenden
soldaten de vechtenden te scheiden, voordat
de bruut den ouden man mocht hebben gedood. Zij vielen
op Simon aan, die, Gilbert loslatende, de beide soldaten
van hem afschudde als een hond een paar ratten.
„Laat me begaan !” brulde hij. „Laat me dien smerigen
aristocraat leeren twee soldaten van Frankrijk achter
slot en grendel te stoppen
„Kalm, man donderde Danton, die nu meende alles
te begrijpen. „Dat is niet de schuld van den ouden man.
Er is hier iets wat nadere verklaring eischt!” En een
zijdelingsche ontevreden blik viel op Brutus, wiens gelaat
doodsbleek geworden was.
Simon scheen zich plotseling hun tegenwoordigheid
bewust geworden. Hij keek de mannen een voor een van het
hoofd tot de voeten aan en met een zucht van berusting,
Zal Brugge
ook verwoest
worden?
Deze vraag zal menigeen,
die als toerist deze
schoone stad eenmaal
bezocht, zich gesteld
hebben. En niet zonder
reden. Brugge toch ligt
slechts 25 K.M. van de
vuurlinie verwijderd en
op slechts 13 K.M. van
Zeebrugge, de stad, die
reeds meermalen een
bombardement heeft te
verduren gehad. Geen
wonder dus, dat menig
liefhebber v.oud-stedenschoon
zich met zorg
afvraagt wat het lot zal
worden van Brugge, indien
de Geallieerden
eventueel een offensief
zouden beginnen.
Zouden dan al die
mooie en grootsche gebouwen,
waaraan de
stad zoo rijk is, hetzelfde
treurig oorlogslot ondergaan van Dendermonde, Leuven, Yperen e. a.? Wij behoeven hier slechts te herin- J Brugge, in een formaat van 14x21 c.M., met verklarenden tekst in vier talen. Deze serie, die de bewondering afneren
aan het Stadhuis, het Vredegericht, het Frankenpaleis, het Gruuthusepaleis; aan de prachtige kerken St.- j! dwingt van eiken kenner, kunnen wij met gerust hart den talrijken liefhebbers van dergelijke stadsbeelden aanbeSalvator-,
Onze-Vrouwen-, St.-Jacobskapel van het Heilig Bloed; aan den grootschen, indrukwekkenden Halletoren h velen. Bij iederen boekhandelaar kan men de platen bestellen. — De linker foto geeft den lezer een kijkje op de
met zijn wereldberoemd carillon; aan het ontelbaar aantal werken van groote schilders als Memling, van Eijck, „Groote Markt” met den Halletoren; links daarvan het Gouvernementspaleis en de groote post. In net midden het
Van Oost, Gerard David en nog vele anderen, om te doen inzien dat een verwoesting van Brugge op kunstgebied ■ bekende standbeeld der Vlaamsche helden Jan Breidel en Pieter de Conink. De rechter afbeelding, voorstellend de
een onherstelbaar verlies zou beteekenen. — De afbeeldingen die wij hierboven reproduceeren, verschafte ons een Sleutelbrug, laat zien hoe karakteristiek Brugge zijn oudheid bewaarde. Hoe schilderachtig doen het die oude Vlaam
bevriend Belgisch uitgever, die behalve een serie van dergelijke kiekjes, ook een serie prachtplaten uitgeeft van ; sche trapgevels met op den voorgrond het vrouwtje in haar typisch-Bruggeschen kapmantel.
|