Panorama

Blad 
 van 2380
Records 2021 tot 2025 van 11897
Nummer
1915, nr. 94, 22 nov. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 10 KUSTVERLICHTING Een der f N NEOEM.ANOSCME KUST De vuurtoren te Goeree. De eenige toren van beton. Een der vijf lichtschepen, die voor onze kust liggen. ooit is de wereld-zeevaart aan zooveel gevaren blootgesteld geweest als in deze dagen. Dreigde in vroeger tijden het gevaar hoofdzakelijk op zee zelve door de vijandelijke vloot en de kaapvaart, in onzen modernen tijd is niet alleen die onveiligheid op zee verergerd door onzichtbaar patrouilleerende, onverwachts of in 't geheel niet opduikende onderzeeërs en ver- raderlijke mijnen — ook van andere zijde wordt de scheepvaart be- | NOO*O*EC iemmerd. Vanuit de lucht door luchtschepen en vliegmachines, die kwistig bommen strooien. Vanaf het land door dooving van de kustlichten, die anders hun verre stralenbundels als waarschuwende seinen over het don- kere watervlak zwaaien. Terwijl anders de geheele kustlijn van West-Europa. Engeland inbegrepen, één lijn is van duizenden lichtende punten, van duizenden lichtflikkeringen, is die lijn nu onderbroken. Slechts hier en daar, b.v. aan onze kust, cirkelt de lichtstreep door den nacht. Overigens is het egaal-donker, zonder dat iets den overgang van zee in land of de plaats waar men is, bepaalt. Men hoort en leest meer van de gevaren door on- derzeeërs, mijnen en luchtschepen, omdat zij actiever zijn. De passieve rol der gedoofde vuren" is minder bekend. Toch is die rol ongetwijfeld van beteekenis, omdat zij de oriënteering ten zeerste belemmert. Hoe groot die beteekenis is of zijn kan, zal men beter be- grijpen, als men zich rekenschap geeft van het belang der kustverlichting in normale tijden. In het onder- staande geven we daartoe een en ander over de Hol- landsche kustverlichting. Ook die is nu gedeeltelijk gedoofd, wat we echter uit een oogpunt van strategie buiten beschouwing laten. IN OORLOGSTIJD De hoogste vuurtoren van ons land: de 60 M. hooge toren te Kijkduin. fN.-H.) Een lichtboei in volle zee wordt nagezien. den bekenden Brandaris), IJ muiden en Westkapelle, welke onder de sterkste der wereld gerangschikt kunnen worden. Deze lichten toonen elke 5 seconden een lichtbundel van 15 millioen kaarsen sterkte, telkens gedurende Vio seconde zichtbaar. Behalve deze drie reuzen treft men zeer belangrijke en krachtige verkenningslichten aan op de torens van Schiermonnikoog, Ameland, Vlieland, Eierland (Texel), Kijkduin (bij den Helder), Scheveningen, Hoek j van Holland, Westhoofd (Goeree), en Westschouwen. • O Hoe de kust van Nederland in vredestijd voorzien is van lichten. De rosetten rond de vuurtorens geven het aantal, den duur en de groepeering der in een minuut waar te nemen schitteringen en verduisteringen weer. De buitenste cirkellijnen geven de zichtverheid weer in normale omstandigheden, de andere lijnen onder andere omstan- digheden. De gestippelde lijnen staan op de lichten der lichtschepen. Wanneer we het aantal lichten, die ais evenzoovele seinen en oriën- teeringspunten langs de Nederlandsche kust, de oevers der zeemonden en benedenrivieren en in de vaarwaters zijn aangebracht, tezamen tellen, dan komen we tot het respectabele getal van 461 lichten. We beginnen met dit aantal te noemen om een indruk te geven van wat er voor een veilige, nachtelijke scheepvaart noodig is. Het spreekt echter vanzelf, dat zich onder deze lichten een groote verscheidenheid zoowel van groote als in beteekenis voordoet. In de eerste plaats zijn er de groote „verkenningslichten", als voornaamste punten van de Hollandsche kust vèr vanuit zee te zien. De voornaamste hiervan zijn de electrische blik- semlichten van Terschelling (op Hoe de optiek in haar geheel de lichtbron omringt. De vraag zal rijzen, hoe al die lichten in den nacht te onderscheiden zijn, m. a. w. hoe de zeeman kan op- maken welk licht hij waarneemt ? Dit onderscheid is gelegd in de opeenvolging der schitteringen. Terwijl die van de drie hoofdlichten, zooals gezegd, gelijk is (om de 5 sec. éen schittering van 1 /io sec.) geeft b.v. de toren van Scheveningen viermaal achtereen om de drie en een halve seconde een lichtzwaai, doch is dan gedurende 10 seconden duister. De toren aan De Hoek geeft twee flikkeringen kort na elkaar en is dan weer langeren tijd duister. Voor het overige verwijzen wij naar het interessante schema, hiernevens gereproduceerd, waarop verschillende karakters" zijn afgebeeld, benevens de zichtsverheid. Tevens zien we hierop ook lichten, vèr in zee, vóór de kustlijn, aangeduid. Dat zijn de z.g. lichtschepen, de eenzame wachters op zee, buiten de banken, die onze kust onveilig maken, ten anker liggende. Deze lichtschepen zijn tevens voorzien van krachtige sirenen en onderzeesche klokken, waardoor de scheepvaart hen ook in den mist kan opzoeken en daarna opnieuw koers zetten naar een ander doel. Voor het binnenloopen van de zeegaten en het aan- doen van havens dient een heel stelsel van kleinere (secundaire) lichten, waaronder vele twee aan twee opgesteld, geleidelijnen vormen. Zulk een paar geleide- lichten staan eenige honderden meters uit elkaar in de richting van de as van het vaarwater. Het voorste is laag, het achterste hoog geplaatst. Zoolang men deze lichten boven elkaar ziet, bevindt men zich in de geleidelijn. Op het punt, waar deze geleidelijn gevaarlijk wordt en dus verlaten moet worden, wordt men gewaarschuwd door een zoogen. verklikkerlicht, of vindt men een nieuw stel geleidelichten. Waar de as van een vaarwater niet of bezwaarlijk vanuit de kust door een geleidelijn aan te geven is, worden lichtboeien (met gas gevulde, drijvende lichamen, waarop een lantaarn met gloei- licht en lens) verankerd, die ook gebezigd worden om uit- stekende zandbanken, wrakken of andere gevaarlijke punten kenbaar te maken. Langs de Nederlandsche kust en in onze vaarwaters zijn ruim honderd De bekende Brandar een lichtsterkte heeft s op Terschelling, welke van 15 millioen kaarsen. De ijzeren lichttoren aan den kop van de pier te Hoek van Holland. Op deze foto is ook duidelijk het reddingstoestel te zien, na de ramp van de „Berlin" aangebracht. Ook de misthoorn is boven in den toren te zien. De gedeeltelijke optiek van een vuurtoren met pharo- linelamp. Uit de foto blijkt treffend de verhouding van 't kousje tot 'tlenzenstel. Door het draaien der grond plaat, ontstaan de telkens terugkeerende schitteringen.
PDF
Nummer
1915, nr. 94, 22 nov. 1915
Blad
03
Tekst
11 PANORAMA AMERIKA GAAT ZICH WAPENEN van zulke lichtboeien uitgelegd. Zoo steventeen schip in den donkeren nacht door menigvuldigelichtenvangroote verscheidenheid, geleid tusschen verraderlijke zandbanken en langs andere gevaarlijke hindernissen, even zeker als bij klaarlichten dag naar veilige haven * * * Vijftien millioen kaars schreven we hierboven. Het begrip van zoo’n lichtsterkte is niet te omvatten, lijkt zelfs ongelooflijk als men het licht ziet, zoowel op het water als van heel nabij in den torentop, temidden van het schitterend lenzenstel. Het is juist dit lenzenstel, dit „optiek”,welke de lichtkracht van de lichtbron verduizend-, vertienduizend - voudigt. Zulk een optiek is een samenstel van lenzen en prisma’s waardoorhet naar alle zijden uitstralende licht van de lichtbron wordt opgevangen en door breking en terugkaatsing in een grooter of kleiner aantal lichtbundels wordt gecondenseerd. Elke vierkante c.m. glas van een lens of prisma geeft nagenoeg evenveel licht in de richting van de lichtas als een vierkante c.m. van de lichtbron. Daar het oppervlak der lenzen en prisma’s duizenden malen grooter is dan het oppervlak der lichtbron, zoo is ook de lichtsterkte in bundels enorm veel grooter dan die der lichtbron. Door verschillende opstellingswijzen der lenzen en prisma’s om de lichtbron, kan men groote verscheidenheid bereiken in de groepeering der bundels, waardoor bij de draaiing de lichten het hierboven besproken verschillend karakter toonen. We verwijzen alweer naar ons schema. Zoodoende wordt in den nacht de plaats, in welker nabijheid de zeeman zich bevindt, nauwkeurig aangeduid. Althans in vredes-tijd. De houding die Amerika in dezen oorlog op zich genomen heeft, brengt mede dat het zich op alle gebeurtenissen, die daaruit kunnen voortvloeien, moet voorbereid houden. De protesten die het als groote Natie de wereld inzendt, telkens wanneer een der strijdende partijen een daad tegen het oorlogs- of volkenrecht begaat, moeten, willen zij niet alleen wóórden zijn, gerugsteund worden door een leger en vloot, die in ’t uiterste geval, aan het in deze nota’s geëischte, klem kunnen bijzetten. Want dit heeft deze oorlog ons vooral geleerd: het oorlogs- en volkenrecht is het recht van den sterkste. Hoe grooter en sterker de weermacht is, die een land tot zijn beschikking heeft, hoe meer het zijn rechten kan eischen en handhaven. Dit nu heeft Amerika ook ingezien en het heeft gehandeld naar de lessen die het uit dezen oorlog geput heeft. Op welke wijze het dat gedaan heeft kunnen onze lezers zien uit de foto’s die wij op deze pagina reproduceeren, en die een overzicht geven van de weermiddelen te land en ter zee, waarover Amerika thans beschikt. Dat deze nog steeds worden uitgebreid, is natuurlijk onnoodig te zeggen. Hierboven een foto die een der groote kanonnen in beeld brengt, welke op verschillende plaatsen langs de kust zijn opgesteld, om landingen of aanvallen van een vijandelijke vloot af te slaan. Wij Hollanders gaan gaarne prat op dingen die wij evengoed of beter hebben dan andere landen. Soms is die trots op zijn plaats, dikwijls niet. Op zijn plaats is hij echter waar het ons stelsel en de kwaliteit der Het geheel moderne slagschip „Michigan”. verlichting van onze zandige kust en van onze moei- den lijke stroomen betreft. Vooral in de laatste jaren is die verlichting veel verbeterd. Voor ’n groot deel is dit te danken aan de oprichting van een centraal proefstation voor de kustverlichting Daargelaten de nauwkeurige controle die daardoor zoowel over het nieuw aangeschafte als over hetindienst zijnde materieel mogelijk is, worden daar ook oude toestellen verbeterd en nieuwe inrichtingen uitgedacht en beproefd. Zoo heeft aan deze inrichting een onderzoek omtrent petroleum-gloeilichtals lichtbron voor bewaakte en nietelectrische verkenningslichten plaats gehad, waarvan het resultaat is geweest, dat hier te lande voor dit doeleen lichtbron van eigen constructie kon worden ingevoerd, waarvan de lichtsterkte nagenoeghetdubbele is van de bekende buitenlandsche lampen van dien aard. Als niet te onderschatten voordeel konden die inrichtingen bovendien hier vervaardigd worden en wordt hiervoor als brandstof een product, pharoline, gebezigd, dat ook hier uit residu van Ned.-Indische ruwe benzine wordt afgedistilleerd. Ofschoon niet in direct verband staand met ons onderwerp, willen we toch hierbij memoreeren, dat alle gegevens ons door den chef van het proefstation, den heer Van Braam van Vloten, met de grootste bereidwilligheid werden verstrekt. ♦ * * Om terug te keeren tot ons uitgangspunt — is het wonder, dat de oorlogvoerende landen hun lichten dooven, ondanks de belemmering van eigen scheepvaart daardoor ontstaan, en zelfs ten koste van de risico wat betreft het verlies van schepen, zooals b.v. Engeland, dat, zooals men zegt, er twee kruisers door verloor! Hoeveel meer zou er vernield zijn en hoeveel meer menschenlevens zouden er te betreuren zijn, als behalve door het kompas den vijandelijken schepen weg gewezen ware door de wenkende lichtbundels. V. BI Een der groote kustbatterijen van ter zijde gezien. Duidelijk komt op deze foto de reusachtige lengte van het kanon uit. De eerste vaart van het nieuwe slagschip „Nevada”. Dit schip, dat 27.500 ton meet, is een der modernste oorlogsschepen ter wereld. Een mijnenlegger, waarmede drijvende en geankerde mijnen worden uitgezet ter verdediging van de kust. 94 (21b)
PDF
Nummer
1915, nr. 94, 22 nov. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 12 LUSTRUM-TENTOONSTELLING „ARCH ITECTURA ET AMICITIA.” Gaven wij in een vorig nummer reeds een foto betreffende de opening der tentoonstelling, die ter gelegenheid van het 12de Lustrum van het genootschap „Architectura et Amicitia’’ gehouden wordt, hierboven bieden wij onzen lezers een serie opnamen aan van het tentoongestelde werk. Links: een prachtig stuk beeldhouwwerk, gedacht als hoekversiering, van Hildo Krop, beeldhouwer te Amsterdam. Midden: Zaalwand en doorzicht van een der zalen; aan den wand Cartons van Toorop. Rechts: ontwerp geboetseerd in was, voor een autogaragehandel te Utrecht, door J. F. Staal Jr., architect te Amsterdam, (foto's Bern. F. EUers.} Jchaal I 8° - LIEFDE EN HAAT no .................... ................. ■ oo voor oog en tand voor tand !” dat was het wat ik acht jaar geleden zei, toen de vonk ontbrandde, die tot een vuur zou worden — een vuur van haat. „Oog voor oog en tand voor tand !” dat is het wat ik thans zeg, nu eindelijk dat vuur gebluscht is in bloed. We zijn nu quite, Hans Haarsma! Ik zwoer het! Ik heb woord gehouden. Ze is dood, dood als mijn hoop, die jij doodde acht jaar, neen, acht eeuwigheden geleden. Wat ? Het verleden is voorbij ; we leven in het heden. Ik, in mijn triumf, heb jou terugbetaald, Hans Haarsma, met jaren van nameloos zelfverwijt, dat jij zult lijden. Wat jou het liefste op aarde was is dood — gedood door jouw eigen hand. „Toeval! Treurig, vreeselijk ongeluk!” zal de wereld roepen. Ze is dood ! Zij, de vrouw, die ik beminde, de vrouw die hij mij ontstal en die hij nu gedood heeft. Ik veronderstel dat als iemand dit lezen zal, hij zal denken dat ik krankzinnig ben. Dwaas, ik ben niet gekker dan hij. Hu ! wat werkt het tikken der klok op mijn hersenen. Tik, tik, tik, een onafgebroken, rustelooze voetstap van den tijd op den weg der eeuwigheid, die zij is binnengetreden. Laat mij vertellen. Acht jaar geleden was zij twintig en ik vijf en twintig. De wereld was toen schoon. De levenszon scheen klaar en warm ; de hemelen waren blauw en in onze harten bloeiden de rozen der liefde. „Je zult eenmaal een groot acteur worden,” zeiden de menschen mij. Een groot acteur. Ha ! En vandaag? Maar er is nog tijd genoeg om over vandaag te spreken. Laat mij denken aan toen ! Hoe mooi ze was ! Hoe lief ! Hoe edel ! Met haar speelde ik als de wind met een aeolusharp. Zij inspireerde mij ieder woord, ieder gevoel. Het was geen tooneelspel, het was leven ! Wat maalde ik om een gebrekkige mise-onscène, om primitieve hulpmiddelen ! Ik begrijp niet waarom ik dit alles schrijf, waar iedere letter mij zielesmart geeft, ieder woord mij mijn hartebloed kost. Doch ik kan, ondanks de schrijnende pijn, mijn hand niet weerhouden mijn gedachten neer te schrijven. Als ik op zie van mijn schrijven vervormen de bloemen van het behang aan den muur zich tot de omtrekken van haar gelaat, zooals ik haar zag als Desdemona in „De Moor van Venetië”. Het was in dat seizoen, dat Zn/ kwam, Hans Haarsma, met zijn lachende oogen, zijn knap gelaat en flinke houding. „Adonis” noemde zij hem, toen ze hem voor’t eerst zag. En de eerste maal dat ik haar zag, noemde ik haar Venus. Venus en Adonis! En de Godin der Liefde ligt dood en in haar plaats regeert de Godin der Wrake. Den eersten keer dat ze in elkanders oogen blikten, had er een verandering plaats. Ik voelde het. Het was of er een levensvonk schoot van den een naar den ander en op haar weg mij neersloeg. Venus en Adonis! Welken man en vrouw pasten deze namen ooit zoo goed als dezen twee. Zij wist dat ik haar beminde ; en zij had mij lief. Hoe dikwijls had ik haar dit niet laten zeggen. Trouwen ? — Dat moest nog wachten, totdat onze positie zeker genoeg was om ons dit te veroorloven. Maar toen kwam hij ! Zonder een beweging van zijn hand, zonder rechts of links te zien, nam hij als een overwinnaar bezit van het T~^eze nuffige vereeniging, opgericht door wijlen Baronesse van Brienen-van Tuyll, stelt zich fen doel kleedingstukken fe doen maken en verzamelen, teneinde deze uit te reiken aan weldadige inrichtingen en wijkvereenigingen van alle gezindten die daaraan behoefte hebben. De belangstelling in dit bij uitstek liefdadige werk is door den oorlog niet op den achtergrond gedrongen; integendeel overtreft hef getal ontvangen kleedingsfukken nog belangrijk dat van het vorige jaar. De galerijzaal in hef Paleis fe ’s-Gravenhage is door H. M. de Koningin welwillend afgestaan tot het verzamelen, sorteeren en verzenden der goederen; Hare Majesteit stelt veel belang in dit werk en is de tentoongestelde kleedingstukken komen bezichtigen. Mevr. Roëll-v. Lennep, secretaresse en penningmeesteresse der vereeniging, die onvermoeid werkzaam is voor het goede doel en aan wier toewijding ook dit jaar weder groofendeels het volkomen bereiken daarvan te danken is, stelde ons in staat een kijkje in de galerijzaal te nemen. Daar lagen de duizenden kleedingstukken en dekens op eerbiedwekkende stapels, gesorteerd en van etiketten voorzien; tal van dames waren al vroeg in den morgen ijverig bezig daaruit groote pakken samen te stellen voor de verschillende gezinnen, instellingen enz. Mevr. Koëll vergunde ons een paar opnamen te maken, en toen wij heen gingen was f met ’t voornemen onzen lezers aan te raden: wordt lid van de Ned. Naaiwerk-Vcreen'- ging (secr. Mauritskade 21, s-H i< ei De bijeengebrachte kleedingstukken worden op lange tafels naar de soorten gerangschikt. en ge verricht een goed werk 1 Voor ieder gezin, iedere instelling of stichting wordt een pak gemaakt, dat die goederen bevat waaraan zij in ’t bizonder behoefte hebben. De pakken worden voor de verzending gereed gemaakt. De Ned. Naaiwerk- :: Vereeniging ::
PDF
Nummer
1915, nr. 94, 22 nov. 1915
Blad
05
Tekst
13 PANORAMA OVERZICHT DER TENTOONSTELLING. Kunstnijverheid bij Hirseh D e bekende Amsterdamsche firma Hirseh & Cie. heeft een dezer dagen enkele salons in haar Modepaleis aan het Leidsche plein gereserveerd voor Hollandsche Kunstnijverheid, wel wetend, — de firma Hirseh kent haar tijd en haar menschen, — dat het publiek in dezen St.-Nicolaastijd wei graag in de winkels waar het pleegt te komen iets extra’s vindt, en dan extra verheugd is wanneer dat extra’s iets bijzonder degelijks en goeds en moois blijkt te zijn. Zoo vinden wij dan in de salons, waar men komt met de lift aan den Leidscheplein-ingang, de keur van kunstnijverheid-producten, aardewerk, dat er wezen mag van „De Distel” te Amsterdam en „St. Lucas” te Utrecht, benevens het sierlijke blauw van Joost Thooft en Labouchère te Delft, geestige weefsels, kussens en gobelins, van de Haagsche Kunstweefschool, een prachtige collectie kanten van de Haagsche kantwerkschool, aangevuld — en dit is het eenige niet-zuiver-Hollandsche in de verzameling — met een voorraad kant, vervaardigd door Belgische kantwerksters. Een bijzondere attractie is de groote (V.F.B.) collectie batiks van Mevrouw Wegerif-Gravestein te Apeldoorn. Mevrouw Wegerif heeft zich beheerschen ...... «... w,» ___ ____ ___ __ __ roem niet. I n tegendeel," nóg~rnée^^ herhaaldelijk vroeger van haar zagen, heelt zij in de thans bij Hirseh geëxposeerde stalen van haar kunst weten te bereiken een 'vlammende kleurenweelde, een gloéienden overvloed van 'tinten, een geestige speling van vervloeiingen en craguelé-toevalligheden. Al met al, een tentoonstellinkje, dat bij Hirseh, de moeite waard om er een paar middagen door te brengen. HET BATIKWERK VAN MEVROUW WEGERIF. (V.F.B.) al sedert jaren, de sterke reputatie verworven, in en buiten ons land, door de vlammende kleurschakeeringen, die zij in haar batiks weet te brengen, door haar spelen met het zoo uiterst moeilijke procédé, door haar geestig jerschen van het aan de batiktechniek eigenaardige „craquelé”, dat zij gebruikt als middel om haar gebatikte stoffen te maken levend en tintelend als marmer. En het werk dat zij thans bij Hirseh laat zien, beschaamt waarlijk haar ... --- van haar 'zarrAn hApft vil in Ha fhan« hiï Hirc-rh npAïnospftrdft slfllen van haar kunst weten te bereiken een vlammende kleurenweelde, een oloeienden hart, dat mij toebehoorde. O, die blik ! Die vervloekte blik had mijn noodlot bezegeld. ,,George, ’t is niet dat ik jou minder liefheb, maar ik bemin hem meer. Kun je je dat indenken ? Probeer het ! Jij trachtte altijd te begrijpen, doe het ook nu. Jij leefde altijd voor mijn geluk, mijn geluk was de zon die den middag van jouw leven maakte. Dat was ’t wat je me telkens zei. Wil je me nu aan mijn geluk helpen ?” En toen ik haar antwoordde : „Ga — naar — jouw — geluk!” las zij in de pauzes tusschen de woorden, de gedachten die mijn hersenen als gloeiende lava vulden. „Mijn geluk ! Mijn geluk! Mijn geluk was ’t wat je zei!” riep ze uit. „Het. was jouw geluk, jouw geluk waaraan je voortdurend dacht. Het .klonk zoo poëtisch en was zoo prozaïsch ! Het was niet aan de zon dat jij dacht, jmaar aan jouw middag. Het was niet mijn geluk, maar ’t jouwe, waarvoor je steeds leefde. Mijn geluk bestond slechts uit woorden. Zoolang als ik mijn geluk in jou vond, was je tevreden, maar nu een ander mijn geluk uitmaakt. . . .” „Ga naar je geluk !” viel ik haar in de rede. Zij ging. Maar voor ze ging, had ze mij de waarheid verteld, de bittere, vernederende waarheid, de waarheid die een orkaan in mijn ziel deed opsteken, waardoor de rozen der liefde, die daar jaren gebloeid hadden, werden weggerukt, niets latende dan dorren grond, slechts geschikt voor den haat, die daar weldra welig opschoot. Dat is acht jaar geleden 1 Het was mij onmogelijk te blijven, waar hij en zij te zamen waren. Ik verliet het gezelschap en verdween en hij kwam in mijn plaats; doch nimmer speelde hij Romeo of Othello zooals ik hem gespeeld had. Nimmer kon hij ’t verdriet weergeven, dat ik toonde, als hij beroofd was van de talige nabijheid van de vrouw, die hij beminde. Heen. Bij mij heerschte de vrees haar te zullen verliezen Ie bedrijf, v. I. n.r.: Ph. la Chapelle - Red. Cyrie zóó, dat ik zelfs in het spel, als zij mij beval te gaan, gevoelde dat niet de acteur tot krankzinnigheid en wanhoop gedreven werd, maar de man, de mensch zelf. En nu waren de maanden en jaren van eenzaamheid die leidden tot krankTENTOONSTELLING BINNENHUIS. In het Binnenhuis te Amsterdam wordt een tentoonstelling gehouden van kunstwerken, ten doel hebbende de Fransch-Russische ambulance, die zal worden uitgezonden door een comité waarin bekende Nederlanders zitting hebben, te steunen. Wij geven hierbij een hoekje van een der smaakvo (V.F.B.) lle zalen van het Binnenhuis. zinnigheid en dood werkelijkheid voor mij geworden. Ik was verbannen. Doch in het oogenblik van mijn verbanning uitte ik de verwensching dat ik mij op hem zou wreken, dat ik haar van hem zou wegnemen, zooals hij haar van mij genomen had. Ja, oog voor oog en tand voor tand, wonde voor wonde en buile voor buile. Voor de vrouw die ik minde, de vrouw die hij liefhad. Ik zwoer het. Ik heb woord gehouden. zoo moeilijk zijn. DE MAGIËR. De begaafde Engelsche auteur en filosoof G. K. Chesterton, heeft indertijd een boek geschreven over en tegen Bernard ,Shaw, den bekenden Engelschen schrijver. Na zijn kritiek, die niet bepaald zachtzinnig te noemen was, is Chesterton uitgedaagd, zélf een tooneelstuk te schrijven. Hij dèed het en zóo is „De Magiër” ontstaan,’n bijzonder stuk, vol diepe en verrassende gedachten. Die Haghespelers voerden het Zaterdagavond 13 November voor een meer dan stampvol huis in Den Haag op. Onze foto’s geven, links: Ed. Verkade - de Vreemdeling; Midden: het Smith; Hans Bruning - Dr. Grimsharpe; Enny Vrede - Patricia Carleon; Herman Kloppers - Morris Carleon; Cor Ruys - De Hertog. Rechts: Enny Vrede als Patricia Carleon. (foto's Couvëe) Zij trouwden en ik ging heen, verbannen uit den hemel naar de hel. De weg naar de hel is gemakkelijk, zegt men. De Hemel alleen weet hoe moeilijk ik hem vond. In mijn wilde wanhoopsvlagen had ik steeds het zelfde visioen : haar gelaat met de zachte gevoelvolle oogen, waarmee ze mij tot in de ziel keek. „Niet ter wille van jmij!” hoorde ik haar dan roepen. „Word weer je zelf!” Ik sloot mijn oogen en mijn ooren, somtijds verdween het visioen en hoorde ik de stem niet meer, doch op andere tijden werd het van kwaad tot erger. Het geld dat ik bespaard had om een nestje te bouwen, was spoedig verdwenen. Waarom zou ik het besparen, waar ik niemand meer had om mijn woning te deelen ? Toen het geld verteerd was, trachtte ik opnieuw werk te vinden, maar men schudde overal het hoofd. Een man, die aan den drank verslaafd geraakt was, was niet meer geschikt voor het tooneel. Het ging hard bergafwaarts. Doelloos, zorgeloos, gedachtenloos, leefde ik voort, slechts éen ding voor oogen houdende: wraak ! Wraak aan hem ! Neen, niet aan haar, aan hem ! Aan hem, die mij beroofd had van het eenige wezen waarvoor ik leefde. Hij was de schuld van mijn ellende, niet zij. Onlogisch, onbillijk, misschien! Het kan me niet schelen. Ik ben geen rechter, ik kan niet logisch denken. Ik ben een man — een man die beminde, een man die nu haatte en gewroken wilde worden....... Ik ben thans gewroken, ofschoon hij het niet weet nog, en zij het nooit weten zal. RECTIFICATIE. Omtrent de moeilijke omstandigheden waarin zich de beroemde harpist Klicka zou bevinden, blijken wij door onzen correspondent verkeerd te zijn ingelicht. Gelukkig kunnen wij mededeelen, dat deze omstandigheden niet Red.
PDF
Nummer
1915, nr. 94, 22 nov. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 14 Op 13 en 14 November onder voorzitterschap is in van den heer VRIJZI N N IG-DEMOCR ATISCH E BOND. „Musis Sacrum” te Arnhem de algemeene vergadering gehouden van den Vrijzinnig-Democratischen Bond ziet men o.a. de Kamerleden de (V.F.B.) Hoe zouden ze in mij den man herkend hebben, voor wien haar liefde het levenslicht was? Toen was ik jong, zwart, krachtig, een acteur van het eerste plan, vol vooruitzichttên. En vandaag — ben ik oud, gebroken, met een baard, grijs voor mijn tijd, ’n onaanzienlijke tooneelknecht op wien niemand let. Dat was ik tót vandaag. Maar nü, vannacht, ben ik de Koning derWrake! Het is geen wonder dat ze mij niet herkenden ; die laatste acht jaren hebben mij zoodanig veranderd, dat ik mijzelven niet meer ken. Hoe rustig is de nacht; het maanlicht schijnt in mijn kamertje ; een zacht wit licht als de dood. Het is juist zulk een nacht als toen het krankzinnige in mij stierf en ik mij er rekenschap van begon te geven, dat ik steeds dieper wegzonk en mij daardoor steeds meer verwijderde van de mogelijkheid om mij te kunnen wreken. „Om mij te kunnen wreken moest ik weer terug in den cirkel, waarbinnen zij hun leven leefden, het koste wat het koste ! Ik moest weer terug naar ’t tooneel waar ze waren, al was het niet meer in de positie van vroeger.” Dat was het wat ik tot mijzelven zei, morgen, middagen avond. Van af dat oogenblik dronk ik geen drup meer. Ik deed alles, wat mijn hand maar vinden kon. Ik werkte en zwoegde en slaafde en terwijl ik werkte fluisterde een zachte stem mij voortdurend in het oor : „Oog voor oog en tand voor tand ! Voor een wonde een wonde ! Voor een buile een buile I” Ik zal nimmer den dag vergeten dat ik als tooneelknecht werd aangenomen in den schouwburg van het provinciestadje M. Ik begreep wat een strijdros voelen moest, dat voor een omnibus gespannen, de krijgsmuziek weer hoort. Mijn hoofd is versuft van de emoties en de overspanning, maar ik wil niet eindigen, voordat ik alles heb neergeschreven, wat ik schrijven wilde. Stap bij stap wist ik mijzelven op te werken uit het moeras, waarin ik gezonken was. Van den kleinen schouwburg ging ik naar ’n grooteren, in ’n grootere stad, totdat ik de betrekking kreeg, die ik thans bekleed. Geen belangrijke betrekking, maar een die aan mijn doel heeft beantwoord. Acht jaren geleden een bemind en gezien acteur, thans een tooneelknecht! Maar als acteur faalde ik, terwijl ik als nederig requisiteur ben geslaagd. Maandagavond kwamen ze in den schouwburg ; ze hadden een engagement voor een maand. Eindelijk hadden onze wegen, na acht jaren, elkander weder gekruist. Was het toeval? Of het Noodlot? In het laatste bedrijf van het drama, waarin zij de hoofdrollen vervulden moest de man de vrouw, die hem verlaten wilde, dooden, Neen, het was geen toeval, maar een onafwijsbare beschikking van het Lot.................................................. .... . Wat is het lang geleden, dat ik het laatste neerschreef, wat heb ik lang stilgezeten, om nog éénmaal in gedachte te doorleven wat van Maandag tot op heden is voorgevallen. Het was op een Woensdag, dat ze van mij heenging ; het is op Woensdag dat ze van hem is heengegaan. Venus en Adonis ! Ze was even schoon op acht en twintig jarigen leeftijd, als toen ze twintig was ; neen, schooner, mr. L. N. Roodenburg, lid der Tweede Kamer. Op de voorste heeren Koster, Marchant, Roodenburg, Ketelaar en Limburg. veel schooner ! Er was een groot geluk in haar oogen ; een verheerlijking op haar gelaat, een gratie in al haar bewegingen. Haar stem was zachter, voller, rijker, ronder dan ooit te voren. Een herboren Venus, een Venus met moederliefde. En hij ? Hem hadden, evenals haar, de jaren slechts voordeel gebracht. Hij leefde in haar leven. Hij zorgde voor haar alsof ze zijn kind was, zoowel als zijn vrouw ! Den eersten avond, dat ik hem de revolver gaf, beefde zijn hand. Ik hoor haar nóg lachend tot hem zeggen : „Ben je nog steeds bang, liefste?” En zijn antwoord: „Ik zal iederen nacht vreezen. tot ons engagement ten einde is.” GEEN ALLEDAAGSCH PUBLIEK. De Abessiniërs, die op reis van den dierentuin Hagenbeek naar hun vaderland, eenigen tijd te Amsterdam vertoeven (zie ook de foto in een onzer vorige nummers) hebben ter herinnering aan hun bezoek aan onze hoofdstad eenige inkoopen gedaan in het Magazijn de Bijenkorf, waar zij voor onzen fotograaf poseerden. „Malle jongen !” riep ze hem over haar schouder toe, terwijl ze optrad, „het zijn maar losse patronen !” Losse patronen ! Vanavond was er een scherpe in. Ik deed ze in de revolver en overtuigde mij, dat ze niet weigeren zou. Mijn hand beefde niet, toen ik hem de revolver gaf. Hij hoorde de stem niet, die in mijn oor fluisterde : „Oog voor oog en tand voor tand.” Zij speelden, o, hoe speelden zij ! Vuur Scheen te komen van zijn lippen, gloeiende lava van de hare. Toen lichtte hij de hand, die het wapen omklemde omhoog. Er klonk een kreet; daarna een schot; toen weer een kreet en de val van een lichaam. „Dood aan de vrouw met haar trouweloos hart!” riep hij uit. Toen zakte het scherm. Het applaus was reusachtig I nj Er werd gehaald en nog eens gehaald; op en neer, op en neer, alsof het publiek niet te bevredigen was. En onderwijl kleurde langzaam ’n dunne roode straal kleederen en vloer. Hij zag het en het publiek zag het. Er klonk ’n kreet van afgrijzen uit den schouwburg, van voren, van achteren, er klonk ook een kreet van * wanhoop over het tooneel van hem! De revolver van zich werpende, viel hij voor haar neer en nam haar in de armen. Het was een afgrijselijke kreet, doch hij werd overstemd door de intens vlijmende stem aan mijn oor: „Oog voor oog en tand voor tand !” Eindelijk was ik gewroken. Zijn hand had het levenslicht gedoofd van het licht van zijn leven. Zijn hand had de vrouw gedood, die hij beminde, die hem beminde, die ik beminde ! Hij had haar nu verloren, evenals ik haar verloren had, maar hij had nu voor zich acht jaren, die ik achter mij gelaten had. Heb ik ze werkelijk achter mij gelaten ? Is mijn verdriet werkelijk ten einde ? Wat is het dat mij op dit oogenblik, het uur van mijn triumf, de ziel beknelt, de slapen bonzen doet? Wroeging? Ben ik zijn tweelingbroeder in wanhoop en verdriet? Ik heb het neergeschreven ! Hoe verschilt het van wat ik had willen schrijven. Het is geschreven niet met inkt, maar met mijn hartebloed, niet met woorden, maar met de ellende mijner ziel. En nu ligt ze daar, dood, in de kleine kamer waar ze haar heenbrachten. Ze voerden hem weg na het eerste uur, toen zijn wanhoop was overgegaan in tranenloos verdriet. Zij is nu alleen in de kleine kleedkamer. Ik wil naar haar toegaan en bij haar zitten. Misschien zullen haar gesloten oogen zien in den dood wat ze niet zagen in het leven. Misschien zal ze mij nu herkennen ! Ze moet mij herkennen. Ik wil deze bekentenis meenemen en in haar gevouwen handen leggen. En dan? En dan ! In het requisietenruim ligt de revolver in een kleine lade van den schoorsteenmantel. En daar is, in een verborgen hoek, nog een patroon, die geen losse patroon is. Nu weet ik waarom ik dit alles heb neergeschreven van het begin tot het einde ! Ofschoon haar oogen gesloten zijn, zal ze kunnen lezen wat deze bladzijden bevatten, zal ze leeren begrijpen, het namelooze leed, dat ik die acht jaren doorleefd heb. Laat ze het weten ! Ik voel mij nu zoo vreemd te moede. Alle haat is verdwenen, mijn eenzaamheid voorbij. De wereld is voor mij veranderd. Mijn ellende heeft een eind genomen ! En nu wil ik opstaan en zacht gaan naar die kamer, uit het bleeke maanlicht in den donkeren nacht, terwijl die zachte stem mij steeds in het oor blijft suizen, alle andere dingen op aarde verdringende : „Oog voor oog en tand voor tand !” DUITSCHE INTRIGES IN AMERIKA. Zooals men weet is de Amerikaarïsche justitie op het spoor gekomen van een zeer uitgebreide organisatie, welke hoofdzakelijk gericht was tegen den aanmaak van munitie in Amerika voor de Geallieerden. Het onderzoek inzake deze samenzweringen is thans in vollen gang. Op onze foto ziet men de hoofdpersonen van het proces, V.l.n. r.: Tay, Walter Scholz en Paul Deache, DE BELGEN IN NEDERLAND. Hef Belgische Comité te Rotterdam dat voor de aldaar vertoevende Belgen uitnemend geslaagde feestelijkheden organiseerde ter gelegenheid van den verjaardag van Koning Albert. Zittend: 1. De Belgische Senator, Hermans Ansloos, voorz.: 2. Van Gestel, le Secr.; 3 R. van Loo, consul, vice-voorz. en voorz. v.h. Belgisch onderwijs te R’dam; 4. d’Ammar, 2e Secr. Op den achtergrond geïnterneerden, tijdelijk studenten a.d. Ned. Handelshoogeschool te R’dam, met hun commandant-kapitein (achter den voorz.). (foto Wolf)
PDF
Blad 
 van 2380
Records 2021 tot 2025 van 11897