|
PANORAMA 16
en te weinig geheeld om er vrijuit over te kunnen spreken.
„Ik heb zijn graf niet kunnen vinden,” zei hij. „Harold
is in handen van een vijandige bende gevallen .... Deze
bloemen groeiden in zijn woning te Loango, waar hij zich
het laatst bevond.”
„Is dat alles?”
De roodgeschreide oogen schenen in zijn ziel te willen
lezen.
„Dat is alles 1” antwoordde hij.
Hij zag dat zij hem niet geloofde, dat zij gevoelde
dat hij iets achterhield. Zij scheen echter te begrijpen,
dat dit slechts iets was wat haar meer pijn zou gedaan
hebben, en daarom aanvaardde zij zijn medelijden stilzwijgend.
Behalve een enkelen brief aan Charlie gaf Harold geen
enkel teeken van leven. Vrijwillig gaf hij alles op, terwille
van de vrouw die hij liefhad. Geen sterveling wist wat
hem dit offer kostte. Somtijds bleek Charlie uit een enkel
woord in die brieven iets van dat onduldbaar lijden.
Zoo leefde Granville jaren in Afrika. Hij durfde zich
niet dichter naar huis te begeven en troostte zich met het
schrijven van wetenschappelijke werken. Maar met de
jaren werd het verlangen naar zijn geboortegrond den
vrijwillig verbannene te sterk. Hij kon zichzelf nu ook
beter vertrouwen ; niet dat zijn verlangen naar Marion
verminderd was, dat kon nimmer, maar de jaren van
strijd hadden hem zijn zelfvertrouwen en meesterschap
„Dorpsdansje” uit: „Kindervreugde”. Ie bundel.
over zijn wil teruggegeven. En zoo reisde hij door Italië
Oostenrijk en Frankrijk en steeds meer naderde hij zijn
geboortegrond, tot hij eindelijk in Engeland aankwam.
Hij wilde zich verborgen houden in Londen wat hem
in die metropool niet moeilijk vallen zou, meende hij.
Zoodra hij aankwam, ging hij op weg naar zijn vriend.
De beide mannen hadden elkaar sedert hun afscheid in
Loango, tien jaar geleden, niet gezien, en Harold hunkerde
naar den greep van een vriendenhand. De kans om Bicknell
thuis te treffen was niet groot, want hij was meestentijds
Leida de Jongh, Thommy, een meisjesleven. Met
platen. Rotterdam, D. Bolle.
ï eida de «Jongh is een naam dien we voor onze kinderen onthouden
moeten. Ze weet natuurlijk en onderhoudend te vertellen en
schrijft een zoo makkelijken stijl, dat het onder ’t lezen wel lijkt
of we haar stem hooren. Ze geeft ons de eenvoudige geschiedenis
van Thomasine Vermeer, die gelukkig bij den veel „leukeren’
naam Thommy genoemd wordt, en deze geschiedenis boeit van
het begin tot het eind, ofschoon er geen romantische gebeurtenissen
of schokkende avonturen in voorkomen. Dit dunkt ons juist
de groote verdienste van dit mooie boek, en de lezer van Onze
Boekentafel zal al gemerkt hebben, dat we bij voorkeur boeken
aanbevelen die in het gewone leven van alledag spelen; aan
roovers- en indianenverhalen moet onze jeugd nu maar eens ontgroeien.
Thommy is een meisje van vleesch en bloed, geen bovenmenschelijke
heldin, en de goede invloed dien ze op haar kameraadjes
heeft, zal niet nalaten ook gunstig te werken op de vele
jonge lezers en lezeressen die we dit boek met St. Nicolaas toewenschen.
Dit „meisjesleven” is vol fijne en fijngevoelde fooneelfjes,
waaruit onze kinderen niet anders dan goeds kunnen leeren.
De uitgave is uitmuntend verzorgd; aan een modern kinderboek
worden hooge eischen gesteld wat de uitvoering betreft, en —
het moet ook dik zijn! Nu, de heer Bolle heeft eer van zijn
werk, dat van binnen en buiten de kritiek kan weerstaan.
Illustraties uit: „Thommy”.
PLECHTIGE UITVAART
VOOR Z Exc. Mr. L.. H. W. REGOUT.
In tegenwoordigheid van talrijke autoriteiten en de familie is verleden week
in de Kerk van O. L. Vrouwe van Goeden Raad aan het Bezuidenhout te
’s-Gravenhage een plechtige H. Mis van Requiem opgedragen voor Z.Exc.
Mr. L. H. W. Regout, in leven buitengewoon gezant en gevolmachtigd
minister van H. M. de Koninqin in bijzondere zendinq bij den H. Stoel.
(foto v. Tol.)
op reis. Aan zijn woning gekomen vernam Granville nochtans
tot zijn blijdschap dat Charlie in Londen, hoewel
momenteel niet thuis was.
Thommy
EEN MEISJESLEVEN
ROTTERDAM.- D. BOLLE.
Voorzijde band „Thommy, een meisjesleven”.
Nannie van Wehl, Het moeilijke begin. Met illustraties
van Willy Sluiter. Amsterdam, L. J. Veen.
\ 7an dik gesproken! Hoe ziet de uitgever Veen er kans toe,
v zulk een lijvig deel, op zulk mooi papier, in deze dure tijden
voor zoo lagen prijs aan te bieden ? Onwillekeurig weegt men het
boek eens op de hand, over dit record nadenkend, alvorens de
lezing te beginnen. Hoe hef zij, eenmaal aan ’t lezen, komt men
tot de overtuiging dat de tweede druk van dit boek volkomen gerechtvaardigd
is: aan zulk overdacht ernstig werk is behoefte.
Want ernstig is Hef moeilijke Begin; hef heeft dien mineuronderfoon
die alle boeken van mevrouw Van Wehl kenmerkt.
Maar laten we dadelijk zeggen dat de oudere meisjes, voor wie
hef bestemd is, en die we zoo graag toewenschen dat ze lang
jong mogen blijven, er ook genoeg in vinden zullen waarom ze
harfelijk en gezond lachen kunnen. Alleen — de schrijfster wil
ze er toch even op voorbereiden dat het leven nu eenmaal niet
louter zang en dans is. Wanneer ze het uitgelezen hebben, zullen
ze hef niet bij haar kinderboeken zetten, maar ’t een plaatsje geven
op de groofe-menschenplank. En menigeen zal vragen: „toe,
moeder, leest u dit ook eens?’ Want Het moeilijke Begin
is bijna een roman. Ook de anderen mogen en kunnen bef lezen.
Hef zal hun leeren wat er in onze opgroeiende, mensch-wordende
kinderen omgaat, en hoe ook zij hun strijd en hun verdriet hebben,
zwaarder dikwijls dan de onze, omdat het leven hen nog
niet hard en op alles voorbereid heeft gemaakt.
Het is een goed ding, dat er hoe langer hoe meer voor de
jeugd geschreven wordt door menschen, die niet alleen de techniek
van hef schrijven verstaan, maar die zich ook ernstig rekenschap
geven van de oude, niet altijd nagevolgde uitspraak dat het
beste voor onze kinderen nauwelijks goed genoeg is. Nannie van
Wehl vat haar taak aldus op en helpt zoodoende die der ouders
NEDERL. R0T0GRAVURE-MAATSCHAPP1J, LEIDEN.
Granville trad binnen, hij zou op zijn vriend wachten
en amuseerde zich onderwijl met het inspecteeren van de
verschillende kamers met de vele bekende dingen, die hij
zich nog uit vroeger jaren herinnerde. Hij nam een sigaar
uit een kistje op den schoorsteenmantel en zette zich neder
in een gemakkelijken stoel bij den haard. De reeks van
lijdensjaren, die verloopen waren, sinds hij het laatst
op deze plaats gezeten had, was opeens verdwenen. Hij
droomde van een gelukkigen tijd die ver achter hem lag.
Daar klonken voetstappen op de gang ; de knop van de
kamerdeur werd haastig omgedraaid en ’n vrouwenstem riep:
„Charlie wil je eens spoedig komen zien, de kleine Harold
is niet wel ! Heb je mijn brief niet ontvan ....?”
Zij hield plotseling op, toen ze niet Charlie maar iemand
anders, weggedoken in den gemakkelijken stoel gewaarwerd.
Harold durfde zich niet bewegen. Hij kende de stem
maar al te goed en bad in stilte dat zijn vriend mocht
binnenkomen en haar meenemen voor zij zijn gelaat gezien
had.
Maar neen, de stilte die volgde, werd’ verbroken door
een geritsel van naderende vrouwenkleeren, dichter, steeds
dichter.
Niet dan nadat zij vlak voor hem stond, durfde hij het
hoofd opheffen. Toen zag hij de verwondering en ’t ongeloof
in haar oogen plaats maken voor herkenning, blijde
herkenning — geen schrik, geen afkeer ; niets daarvan!
Niets dan innige liefde straalde hem tegen. Deze vreeselijk
verminkte man, die zijn vriend schrik en afschuw had
ingeboezemd, kon slechts liefde en diep medelijden wekken
in het hart van de vrouw. Met een zachten kreet zonk
ze voor hem op de knieën neer, den verlamden arm aan haar
borst drukkende ; en het was op het door de vlammen
verminkte deel van zijn gelaat dat zij hem de teederste
kussen gaf.
Zoo wist Harold dat zijn opoffering te vergeefs was
geweest.
verlichten. Wanneer we nu nog zeggen dat Willy Sluiter voor
bandversiering en plaatjes zorgde, dan is, waf dit betreft, lof
overbodig.
Kindervreugde, tweestemmige Iiedjes met pianobegeleiding;
woorden en muziek van H. J. van der Kraan,
geteekend door B. en J. Midderigh-Bokhorst. Ie en 2e
bundel. Uitgave van G. B. van Goor Zonen, Gouda.
r\eze Kindervreugde is ook een recensentenvreugde. Want
het is een genot een boek in banden te krijgen waarvan ’t
rondom bekijken al zoo de moeite waard ’is, dat je er geheel voor
gewonnen bent eer je nog van den inhoud hebt kennis genomen.
Zie toch eens aan hoe elk onderdeel van deze twee smaakvolle
bundeltjes overdacht en verzorgd is ! Het kan niet anders of de uitgever,
de dichfer-componisf en de feekenaars moeten bijeengekomen
zijn met den lust en den wil om nu eens een harmonieus en vlekkeloos
geheel te maken, waarvan in de eerste plaats het artistieke uiterlijk
hun voldoening zou geven. En de uitgever heeft gezegd: „gaan
jullie je gang maar - als ’t mooi is, wordt ’t wel verkocht ook!”
Hoe het nu mogelijk is dat zoon bundeltje maar cent kost
— ja, dat is zijn geheim.
Sla nu eens op goed geluk een bladzij op: hef notenschriff.de
letter (die misschien waf rustiger had kunnen zijn) de ragfijne,
allerliefste teekeningen, de randversiering, die telkens met het onderwerp
in verband is gebracht — waar ge ook kijkt zijn eenheid
en sierlijkheid te waardeeren.
En merkt ge wel, dat we nu op weg zijn den inhoud om den
vorm te vergeten? Aan de piano dus! De melodieuze inleiding
pakt al dadelijk, de zangwijzen zijn niet zoo heel gemakkelijk. maar
liggen toch in ’t gehoor, en ’t duurt niet lang of de kinderen
hebben ze in ’t geheugen ook.
Is het geen goed ding in deze tijden van zorg onze kinderen
aan ’t zingen te zetten, opdat zij — en wij door hen — een
oogenblik vergeten hoe moeilijk en vol angstige verwachtingen
’t leven is ?
Wij moeten het Goudsche uitgevershuis, dat zijn oude traditie
zoo hoog weet te houden, voor deze waarlijk superieure uitgave
dankbaar zijn. BOEKENIER.
„Illustraties uit: „Het moeilijke begin”.
|