|
PANORAMA
DE DOCHTER VAN DEN TAM BO ER-M AJOO R.
Het operettegezelschap van Nap de ia Mar voert thans met enorm succes in den CircusSchouwburgte
Rotterdam de bekende operette van Offenbach: De dochter van den TamboerMajoor
op. De muzikale leiding berust bij den knappen kapelmeester H. Davids. Nap de la
Mar heeft van den Tamboer-Majoor een pracht-grime gemaakt; de regie berust bij hem. Alle
medewerkenden maken van hun rollen dat, wat het zijn moet, zooaat het geheel een welgeslaagde
opvoering is. Geen wonder dat iederen avond de schouwburg bijna is uitverkocht.
De operette gaat vanaf 16 November in Scala in den Haag, waar 8 paarden en stukken geschut
ten tooneele zullen komen.— Foto links: Beppie de Vries als Stella, de dochter van aen
Tamboer-Majoor; midden: Groep der medewerkenden aan het slot der laatste acte; rechts:
Nap de la Mar als Tamboer-Majoor Monthabor. {foto's Wolf.}
divan in haar kamer, haar baljapon nog aan, haar waaier in de eene,
slap afhangende hand, met de andere het hoofd steunend ; de tuindeuren
stonden open, de nachtlucht deinde met bloemengeur naar
binnen. In den tuin daarnaast hoorde ze stemmen-klank, daarboven
opnieuw langs zijn mond, toen hij vervolgde : „maar
voor mij is er veel veranderd . . . .”
Ze zag hem aan met een korte beweging van
schrik, maar dorst de woorden niet uiten die op haar
lippen beefden. Beiden zwegen ze enkele oogenblikken
; Erik zag van ter zijde op haar neer, starend
als in herinnering ; hij zag den vagen angst die snel
haar wangen hooger kleurde. Een glimlach verteederde
even den bitteren trek om zijn lippen.
Eindelijk vroeg ze, en haar handen bewogen zich
onrustig in haar schoot: „maar Erik .... nu heb je
toch het hoogste bereikt .... Hoe kan je anders dan
gelukkig zijn ?”
Hij lachte kort en schamper. Maar dadelijk daarop
nam zijn gezicht de zachte, trouwhartige uitdrukking
aan die ze zoo goed kende, van jaren geleden ....
Hij legde een seconde zijn hand op haar arm : „zeker...
. waarom zou jij dat niet gelooven .... In
onze droomen van tien jaar geleden trouwden we
uit liefde 1 Maar de tijd spot daarmee, brengt overwegingen
van stand en geld . . . .” Hij zweeg
weer, als moe en onverschillig.
Een afschuw schokte door haar heen. ze wilde
spreken, hem zeggen dat dit niet mocht.... maar
hij zag het kijken en fluisteren der menschen, en hij
schudde, met een lichte rilling, de* weekheid van
zich die hem een oogenblik, in herdenking van wat
geweest was, doorvloeide . . . Hij stond op, en boog,
en legde de hand op den arm van zijn bruid, die hem
genaderd was, hem zoekend, verwonderd waar hij
bleef....
En Elli zag hem in een snelle wals de zaal doorwervelen.
Onbeweeglijk, met starren angst in de oogen,
bleef ze zitten, onmachtig op te staan. Langzamerhand
meer bewust wordende van de dingen om zich
heen” voelde ze opnieuw het vreemde, afzonderlijke
leven van snel-gewisselde glimlachjes, van half-gefluisterde
spotwoorden, dat vreemd-geheimzinnig
door de zwoele zaal zweefde.
III.
De meeste gasten waren heengegaan, de ouderen
bijna allen; reeds vonkten de sterren zwakker,
scheen in de verte
dageraads-rood zich
tegen ’t nacht-zwart
te • strepen. In de
danszaal brandden
nog enkele lichten ;
doodsch waren nu
de. schaduw-hoeken,
en waar het licht
scheen leek alles nu
verfomfaaid, versuft
en flets ; het bruidspaar
was heengegaan,
eenige bedienden
veegden serpentines
op een hoop,
ruimden half-leege
glazen op.
Vijf of zes paren,
enkele groepjes jongelui
wandelden door
den tuin, nog niet
kunnende scheiden,
verkoeling zoekend
in de nanacht-luwte;
hier en daar, aan den
achterkant der huizen,
blaakten verlichte
vensters, van
gasten die ter ruste
gingen.
Elli lag op den
DE SCHIPBRUG NABIJ ARNHEM INGEZAKT.
Toen^erleden week een trein der Betuwsche Stoomtram, waarmede proefritten werden gedaan, over de Rijnbrug te Arnhem reed, bezweken eenige brugschepen onderden
last. Goor den lagen waterstand lag de brug zeer diep en het tweede brugsiuk iets hooger dan het gedeelte aan den wal. Toen nu de trein bij den terugrit het tweede brugvak
op zou rijden, kantelde het eerste schip van dit vak. waardoor de trein terugreed en de steunpunten van de vóór liggende drie schepen, die ten deele ook kantelden, bezweken.
Het brugdek met de tram erop zonk daardoor naar beneden. Persoonlijke ongelukken zijn niet voorgekomen; het verkeer-naar de overzijde geschiedde met een veerpont
terwijl de scheepvaart geen belemmering behoefde te ondervinden, daar een brugvak was uitgedreven. Direct na het ongeval is men begonnen de schipbrug weder in bruikbaren
staat te brengen.
VOOR HONDENLIEFHEBBERS.
Van bevriende zijde zond men ons bijgaande foto’s van de Blenheim Spaniël, Barnburgs
Ella met haar beide jongen. De vader is Bonny „Prince Joy”. Beide oüders zijn in Engeland
geboren en werden steeds met le prijzen bekroond. De Blenheim Spaniël is een van de
vier soorten der Toy Spaniëls, die zich slechts door een verschil in kleur van elkaar onderscheiden.
Dit speciale ras, dat wit en oranje van kleur is, heeft zijn naam te danken aan
het Blenheim-paleis, den zetel van den hertog van Marlborough. Vroeger werd de Blenheim
Spaniël voor verschillende doeleinden gebruikt en was het een zeer gezocht jachthondje,
doch tegenwoordig is het slechts een geliefkoosd dameshondje, daar het een van de
trouwste en aanhankelijkste rassen is. — Op de bovenste foto ziet men Barnburgs Ella
met haar beide jongen, op de onderste de laatste afzonderlijk in hun mandje.
uit soms helderen lachjubel ; het troepje jongelui
dat nog niet wilde scheiden, en nu waaierwuivend
door den tuin wandelde, had haar eerst tegengehouden
toen ze wilde weggaan, gezegd dat ze blijven
moest — maar ze had geantwoord dat ze heel moe
was, en slapen ging, en na een kort afscheid was
ze door het oude poortje in den tusschenmuur gevlucht.
Het was haar onmogelijk nu, na dezen avond,
te praten en vroolijk te zijn.
Nog bonsden zijn laatste woorden in haar
ooren .... Dat was dus mogelijk, dat bestónd dus:
voor eeuwig je leven aan een ander leven verbinden
— zonder ideaal, zonder wijding, zonder
liefde, om overwegingen die buiten je gevoel stonden 1
Uiterlijk,het hoogste bereiken, innerlijk een laagheid
begaan, uit berekening 1
Ze had het wel vaag geweten : dat iemand trouwde
uit eigenbelang, zich voor zijn leven verbond om
overwegingen van materieelen aard, zonder liefde . . .
Ze had wel gehoord van menschen die in het huwelijk,
ais in een kansspel, hun eigenwaarde verdobbelden
.... Maar was het mogelijk dat Erik dit deed1,
Erik, de held van haar jonge-meisjesjaren — de man,
dien ze zóo hoog had gesteld, dat zelfs de gedachte
nooit in haar was opgekomen hem voor zichzelf
te begeeren ?
Wel moest dan het leven hem wreed geslagen
hebben, wel moest veel teers en moois in hem gestorven
zijn, dat dit gebeuren kon !
Maar dit was verschrikkelijk, dit mocht niet, dit
mócht niet gebeuren ! Er moest iets gedaan, gezegd
— er moest gehandeld worden 1 Wie dit zag, dit wist
— en zweeg .... was een lafaard 1 Maar zag dan
niemand het, wist niemand dat vreeselijke, had
niemand den angst, de klemmende benauwing gevoeld,
die door de zaal had gezweefd dien avond ?
Zouden al die menschen deze misdaad onverhinderd
laten gebeuren, zou niemand ook maar een poging
doen om zich te verzetten ?
Ze was opgestaan, stikkend in de benauwenis
van dit afschuwelijke oogenblik .... Wie wist. . . .
en zwéeg.... was een lafaard 1 Dat alleen voelde
ze, dat alleen leefde in haar.
Ze ging den tuin in, stootte het poortje open. Nog
klonken lachende
stemmen, schuifelde
voetengestap. Door
de gesloten gordijnen
van Eriks kamer
bfonk lamplicht.
Zou ze er heen
gaan . . .. ? De twijfel
vervaagde, nauwelijks
gerezen. Natuurlijk
zou ze gaan
— was ze niet, vroeger,
honderdmaal die
tuintrap opgeloopen,
had ze niet honderdmaal
die deuren opengestooten,
hem met
een vroolijk : „daar
ben ik !” verrast,’en
uren met hem op
zijn kamer zitten
babbelen ? Waarom
ook nu niet — nu
geen lust, nu plicht
haar den weg wees 1
Ze tikte.........de
deur week . . . Erik,
den rug naar haar
toe, stond over een
koffer gebogen; kledingstukken,
boeken,
lagen rondom ver-
|