Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1996 tot 2000 van 11897
Nummer
1915, nr. 91, 11 nov. 1915
Blad
01
Tekst
No. 91 (20a) 11 NOV. 1915 AFZONDERLIJKE NUMMERS 7‘/2 CENT VERSCHIJMT 2, MAAL PER WEER A . W . SIJTHOFF'S UITGEVERS MAATSCHAPPIJ- LEIDEN ABONNEMENT PER KWARTAAL 26 NUMMERS f 1.30 Wedstrijden Zuidholllandsche Jachtvereeniging Door de Zuidhollandsche Jachtvereeniging zijn in de Paddocks nabij Wassenaar, onder begunstiging van mooi najaarsweer, zeer geanimeerde wedstrijden gehouden, waarvoor de belangstelling zeer groot was. — Hierboven de opstel-race. De deelnemers ontvangen van een dame een som ter berekening of een andere opgave. Zij moeten deze onder het rijden uitwerken en zoo snel mogelijk weer naar het eindpunt terugkeeren. Musical chairs, het bekende gezelschapsspelletje, waarbij elf personen tien stoelen tot hun beschikking hebben en elk moet trachten er een te krijgen. Wie geen stoel weet te bemachtigen, is verliezer. In een salon is dit spelletje echter heel wat gemakkelijker, dan met een onwillig paard aan den teugel. {Foto's „Rembrandt") Springen over hindernissen door dames. Hindernis-springen voor heeren.
PDF
Nummer
1915, nr. 91, 11 nov. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 2 (Vervolg) dakovitch vroeg verwonderd aan den wachtmeester Gmitsch, die op den vleugel stond : „Wat beteekent dat nu, broertje ? Hebben we oorlog met de Serviërs ?" De wachtmeester antwoordde: „De grens is afgesloten/' „Waarom ?" „Er mogen geen varkens meer ingevoerd worden." „Stomme kerel," zei Milan verachtelijk. „Vraag het den luitenant, als je me niet gelooft." Vidakovitch vroeg het den luitenant en kreeg hetzelfde antwoord. Toen ging hij op zijn wagen zitten, zweepte woedend de paarden en reed naar Semlin, naar den on - derschout. De onderschout zei betreurend : „Daar is niets aan te veran deren,mijn besteVidakovitch. Servische varkensmogenniet meer ingevoerd worden." „Wie kandat verbieden ?" vroeg Milan, onnoozel als ’n pasgeboren kind. „De Regeering/’ „Wat voor ’n Regeering ?" „De Regeering in Budapest en Weenen." „Waarom verbiedt de Regeering het ?’’ „Omdat ze de binnenlandsche varkens wil beschermen." „Dat begrijp ik niet." „De Servische varkens zijn te goedkoop." Milan Vidakovitch begreep van dat alles geen woord. „Hoelang blijft de grens gesloten ?’’ „Ik weet ’t niet," zeide de onderschout. „Wie weet ’t ?" „Ik weet het niet." Toen zette Milan zich op den trein en reisde naar Budapest, om aan de Regeering te vragen hoe lang zij de grens afgesloten wilde houden. De Regeering zeide dat ze het niet wist. Hij ging naar Weenen. Hij had het vaste voornemen den Koning persoonlijk te vragen hoelang deze de Servische varkens niet in het land wilde toelaten. Men verhinderde den Koning hem te woord te staan. Milan Vidakovitch reisde naar huis terug. Hij schreeuwde, hij raasde, hij vloekte. Het hielp hem niets. De grens bleef gesloten. Toen hij ’s Maandags naar Servië uitzag waren er wijd en zijd geen boeren en geen varkens te zien. Hij vroeg den veearts: „Begrijp jij ’t, Zsiga?" „Vervloekte honden zijn ze allemaal bij elkaar," brulde de veearts, als er niemand in de buurt was. Milan Vidakovitch had zich nooit om de politiek bekommerd. Hij gaf den Pope wat; hem toekwam en betaalde de belastingen die men hem oplegde. Hij had zich nooit zorgen gemaakt over de grenzen van zijn vaderland en met iedereen in goeden vrede geleefd, met de Serviërs, met de Hongaren, en met de Duitschers aan wie hij zijn varkens verkocht. Maar nu ontwaakte een doffe, machtelooze toorn in hem. Hij gevoelde die grensversperring als een maatregel die tegen hem persoonlijk gericht wras, om hem te ruïneeren en te vernietigen. Toen men als gewoonlijk de belasting van hem eischte, weigerde hij te betalen. „Wanneer de Regeering mij tot een bedelaar maakt, mag zij ook geen belasting van mij vorderen," schreeuwde hij in het bewustzijn van zijn goede De Czaar van Rusland (x) temidden van troepen. Rechts van den Keizer staat de VAN HET RUSSISCHE LEGER. een groep hoofdofficieren, gefotografeerd tijdens een wapenschouwing over de naar het front vertrekkende Czarewitsch, zijn zoon, eveneens gekleed in de uniform van een kozakkenofficier; rechts graaf Grabbe, een der bevelvoerende officieren. recht. — Toen legde men beslag op zijn landerijen. Hij moest betalen. Nu begon hij zijn vaderland te haten, innig-verbeten en kwaadaardig. Hij legde de handen in den schoot en liet zijn toorn koken tot hij gaar was. Hij had, evenals zijn vrienden, andere zaken kunnen beginnen. Hij had inplaats van in varkens in ossen en paarden kunnen handelen. Hij deed ’t niet. Hij trotseerde het vaderland en wachtte tot de grens weer geopend zou worden. De wachttijd verkortte hij zich met drinken en spelen. Hij verdronk volgens de rij zijn komkommervelden en zijn wijngaarden en zijn paarden, maar zijn hart werd steeds vertwijfelder en wraakzuchtiger. Ook zijn Servische schoonzoons waren te gronde gegaan. Toen de jonge Ilija eerste-luitenant was geworden, nam Vidakovitch een grootsch besluit. Hij verkocht de rest van zijn bezittingen en trok met het weinige geld naar Weenen, naar zijn zoon. Hij wilde zich wreken op het vaderland dat zijn leven verwoest had. Hij zocht en vond spionnageverbindingen. Het was een dronken-makend, weldadig gevoel voor hem, dat hij nu vergelding kon oefenen. Ilija Vidakovitch was een goede jongen, maar zwak en lichtzinnig en op genot uit. Hij gevoelde zich ook niet als Oostenrijker, niettegenstaande de strenge jaren op de cadettenschool. Hij droeg de uniform van Oostenrijksch officier, zonder daarover veel na te denken. Hij was een goed soldaat, die nauwkeurig zijn dienst deed, maar zijn hart was bij de vrouwen en de kaarten. Hij verzette zich eerst met handen en voeten toen de oude Vidakovitch voorzichtig en behoedzaam met zijn wraakplannen voor den dag kwam. Maar de oude had een onfeilbaar middel om hem gauw' murw en meegaand te maken : hij gaf hem geen geld. Van zijn traktement kon Ilija niet leven zooals hij gewoon was. Hij werd zeer spoedig een willoos werktuig van zijn vader, die den geheelen spionnendienst samenstelde en leidde. Ilija bracht alleen de berichten aan, die aanvankelijk slecht betaald werden, want wat kon ook een jonge eerste-luitenant verraden ? Maar later werd hij slim en brutaal en deed steeds betere diensten. Het zaakje werd met den tijd heel goed, bijna zoo goed als de handel met Servische varkens, en scheen geheel ongevaarlijk voor hem te zijn, want hij trad bijna nooit met zijn lastgevers in onmiddellijke verbinding. Zijn vader verzorgde alles. Hij verzond de berichten en beheerde het geld. Ilija wast nooit wat het verraad opleverde; hij wilde het ook niet weten. Hij vergenoegde zich met het ruime zakgeld, dat zijn vader hem toestopte. De oude Milan Vidakovitch woonde natuurlijk niet met zijn zoon samen. Hij huisde in een oud gebouw op de Vleeschmarkt, midden in de stad. Zijn woning lag op de vierde verdiepingen zag er armzalig en klaaglijk uit. Ze bestond slechts uit een donkere, smerige kamer en een keuken. In dit obscure huis op de Vleeschmarkt kwram Sofia Golubjew binnen, nadat zij kapitein Heinersdorff verlaten had. Zij was den langen weg te voet gegaan om te kalmeeren en haar stormende gedachten te temmen. De oude Vidakovitch keek voorzichtig door zijn kijkraampje, vóórdat hij de deur opende. Toen hij mevrouw Golubjew zag, zonk hij weg in deemoed en eerbewijzen. „De Heer zegene uw komst" zei hij onderdanig en sloot zorgvuldig de huisdeur. Zij kwam de kamer binnen, die naar kouden sigarettenrook en een walmende petroleumlamp stonk, en riep zenuwachtig: „Open het raam! Het is hier niet om uit te houden." Hij opende gehoorzaam het venster. Ze ging zitten en staarde in de lamp. Milan bleef voor haar staan en wachtte. Eindelijk vroeg hij nieuwsgierig en een beetje benauwd : „Waarmee kan ik u dienen ?" Zij scheen hem niet te hooren. Ze dacht ingespannen na. Na een poos herhaalde hij zijn vraag. Zij beval : „Haal je zoon Hij vrbeg verschrikt : „Is er iets gebeurd ?’’ „Haal jezoori. Ik moet met hem spreken." Hij weifelde. „Ik weet niet, of hij thuis is." „Hij. is thuis." Hij trok langzaam zijn jas aan. Ze riep ongedurig : „Haast je wat. Neem een auto." Vidakovitch was vast besloten geen auto te nemen. Hij zou niet zoo dom zijn, door zulke weelderige uitgaven verdenking te wekken. „Hij moet dadelijk hier komen, maar dadelijk. U hoeft niet met hem mee te komen, ik moet hemalleenspreken." Hij sidderde van woede. „Heb je ’t begrepen ?" „Ik heb het begrepen". Milan Vidakovitch ging weg, om. zijn zoon te zoeken. VII. lederen Vrijdag kwam kapitein Heinersdorff met eenige vrienden en bekenden in een oud gezellig burger koffiehuis in het stadscentrum te zameji. Het was een berookt, laaggewelfd lokaal uit den goeden ouden tijd, zonder pretenties en bescheiden en zonder muziek. Overdag kwamen er de kleine zaken-menschen uit de omgeving om er hun zwaarte koffie te drinken of er even ’n kort namiddagspelletje tarok te doen, dat minstens drie uren duurde. De andere stamgasten waren gepensionneerde hoofdofficieren, oude, ontevreden hofraden, knorrige hoofdadministrateurs en dergelijke verbitterde en vermolmde menschenafval. ’s Nachts was het koffiehuis meestal ledig en eenzaam. Altijd was er slechts één clubje. Vrijdags waren het de officieren, op een anderen dag schilders, dan weer ingenieurs of ambtenaren van de rechtbank. Wanneer iemand toevallig ’s nachts het koffiehuis binnenkwam, moest hij den indruk krijgen dat hij in een verlaten gezelschap geraakt was. Maar er kwam niemand. Alleen de huurkoetsiers, wier standplaats op den hoek van de straat was, kw'amen nu en dan stampend binnen om een groot glas zwarte koffie met rum te drinken. Toen Heinersdorff het koffiehuis binnen kwam, twee dagen na het bezoek van mevrouw Golubjew, vond hij reeds de geheele club bijeen. Men was zeer op hem gesteld in dezen kring als een der vertrouwbaarste en meest belovende jonge officieren en men verweet hem zijn late komst. Majoor Homann zeide verontschuldigend : „U vergeet altijd, heeren, dat Heinersdorff ge­ ëngageerd is." Toen werden allen toegevend en vergaven ’t hem. De kring bestond met uitzondering van twee burgers, uit slechts officieren, die voor ’t meerendeel tot den generalen staf behoorden. xMleen de ritDE OORLOG IN HET DUISTER ROMAN VAN LUDWIG WOLFF
PDF
Nummer
1915, nr. 91, 11 nov. 1915
Blad
03
Tekst
3 PANORAMA meester Jenö von Faludi diende bij dén troep. De leden van den staf. zooals zij daar om de ronde tafel zaten, gaven een beeld in ’t klein van de verscheidenheid der volken voor wie de Donau-monarchie een vaderland was. Kapitein Woldrich was een Tzech, majoor. Homann een Puitsch-Bohemer. Kapitein Fankhaiiser een Tiroler, majoor Malinowski een Pool, kapitein Cirnonega was afkomstig uit Görg en Heinersdorff uit Noord-Oostenrijk. De burgers waren Karl Schrottwinkel, een zeer begaafd schilder, die tegelijk de bloeddorstigste en strijdlustigste reserve-offieier van het OostenrijkHongaarsche leger was, en
PDF
Nummer
1915, nr. 91, 11 nov. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 4 1I HET ONGEVAL. MET DE „MONNIKENDAM”. Het van Buenos Ayres te IJmuiden binnengekomen stoomschip „Monnikendam” heeft vermoedelijk door onderstroom of onjuiste.stroomberekening nabij of op de Noordpier te IJmuiden gestooten, waardoor de voorpiek averij beliep. Gelukkig was het zicht goed en de zee kalm, waardoor het ongeluk betrekkelijk goed afliep en geen persoonlijke ongevallen te betreuren zijn. Het schip stond onder bevel van kapt. Dekker en was geladen met regeeringshaver. MINISTERIEEL. BEZOEK AAN DE M ACH I N ISTENSCHOOL TE DORDRECHT. De Minister van Marine heeft, vergezeld van zijn adjudant, een bezoek gebracht aan de onlangs geopende Marine-Machinistenschool en de Middelbaar Technische School te Dordrecht — Hierboven den Minister (in burger), temidden van een groep autoriteiten. V.F.B.) DE GROOTE DAAD DOOR J. T. VAN LEIDEN 3O-JARIG BESTAAN MANNENZANGVÉREENIGING „CRESCENDO”. Ter gelegenheid van haar 30-jarig bestaan op Zondag 14 November a.s., zal de Haagsche Mannenzangvereeniging „Crescendo”, directeur de heer L. C. Keereweer, haar 16e Volksmatinée geven in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te, ’s-Hage. De jubileerende vereeniging behaalde gedurende haar bestaan verschillende aanzienlijke prijzen en was de voorgangster der zangvereenigingen in het geven van de Volksmatinées, die den laatsten tijd zoo populair geworden zijn, {foto Hipnans.) schreven die door zijn moed en zijn edelen aard al menigmaal andere menschen van onheil, armoede, dood of schande had weten te redden; telkens als de nood het hoogste was, wist hij door een groote daad tijdig hulp te brengen. ,,Je bent pas zeventien jaar, je weet nog zoo weinig van het leven,” hoorde ze haar ouders dikwijls zeggen, wanneer ze over iets wilde meepraten waarvan ze, volgens het oordeel van volwassenen, geen verstand had. Het kon zijn — maar zóóveel zag ze wel van het leven, dat het daarin heel anders toeging dan in de boeken die men haar te lezen gaf. Waarom vonden de personen, van wie ze las, altijd ruimschoots gelegenheid tot edele zelfopoffering en groote daden ? Ze had hen zoo graag willen navolgen, iets verrichten waarvoor de heele wereld haar dankbaar zou zijn — niet uit ijdelheid, niet om de eer, maar omdat ze diep in haar hart den drang tot helpen, redden, troosten gevoelde. En nooit gaf het toeval haar een kans. Het moest toch wel heerlijk zijn : met verloochening van eigen belangen een medemensch uit gevaar, ellende of verdriet terug te brengen tot het geluk! Zijn leven te richten op een mooi doel! Toen ze nog op school ging — ’t was nu al wel tien jaar geleden — had ze eens een heelen dag bij het goud-getraliede kooitje gezeten, waarin een kleine gele kanarie onrustig van het eene stokje op het andere tripte. Ze had naar de vogels in den tuin gekeken, en was na eenig nadenken tot de slotsom gekomen, dat de kanarie een beklagenswaardig schepsel was. Die zat in de nauwe kooi, en daarbuiten zongen en stoeiden de tuindeuren waren wijd opengeslagen. Buiten stond alles roerloos in den feilen zonneschijn; de gepleisterde muren sloegen een schreeuwend-wit licht van zich af, en het droog-geschroeide kiezel op de tuinpaden glinsterde met parelmoer-kleuren. Maar de groote, knoestige kastanjeboom stond onwrikbaar in hetstriemende zonne-vuur; hij spreidde zijn dicht bladeren-scherm uit, waar het licht slechts hier en daar groenig doorheen-nevelde; en zoo kwam het dat de tuinkamer wegschool in een koele schemering, waar alleen nu en dan een zonnestraal in lijnde. Elli lag op de kanapé, het hoofd op de linkerhand gesteund ; de rechter, die het boek vasthield waarin ze al een half uur niet meer las, raakte haar knieën, die ze opgetrokken had om gemakkelijker te liggen. De kamer was koel, maar toch voelde ze zich loom, en niet in staat tot bezigheid van eenige beteekenis; en daarom had ze al den heelen morgen zoo gelegen, eerst lezend, toen starend in den tuin. Over allerlei dingen had ze gedacht, en soms waren ’t heel wonderlijke dingen geweest, die vanzelf in haar hoofd kwamen, zonder dat ze zich voorgenomen had daar nu eens 'over te denken. In het boek, dat ze had liggen lezen, werd een man beDs. E. POSTMA. 12 Nov. a.s. hoopt de heer Ds. E. POSTMA te Blauwkapel den dag te herdenken, waarop hij vóór 50 jaar zijn ambt als zoodanig aanvaardde. Door den heer J. Marcus te Amsterdam wordt een bijzonder fraaie medaille in den handel gebracht, die op zeer oorspronkelijke wijze de vredesgedachte propageert. EEN NIEUWE R.K. H U IS H O U DSC H O O L TE DEN HAAG. Een kijkje in de keuken van de verleden week nieuw geopende R.K. Huishoudschool te ’s-Gravenhage. J. H. VAN BALEN, t Te Arnhem is op 64-jarigen leeftijd overleden de bekende schrijver van jongensboeken en reisverhalen, de heer J. HENDRIK VAN BALEN. EEN VIJFENTWINTIGJARIG JUBILEUM. Een groep van genoodigden, personeel en leerlingen, gefotografeerd ter gelegenheid van het jubileum aan de Thimotheus-school te Den Haag, waarvan Mejuffrouw Knap 25 jaar directrice is. (K.P.B.)
PDF
Nummer
1915, nr. 91, 11 nov. 1915
Blad
05
Tekst
5 PANORAMA BELGRADO ONDER DUITSCHE BEZETTING. De drukte aan de haven van Belgrado (de hoofdstad van het Servische Koninkrijk) waar de krijgsbenoodigdheden en levensmiddelen worden aangevoerd, die benoodigd zijn voor den Duitsch-Oostenrijkschen veldtocht tegen Servië. (V.F.B.} ’T PALEISTE BELGRADO VERWOEST, Een foto van de troonzaal van het Koninklijk paleis te Belgrado, die door een bom gedeeltelijk is verwoest. Een der wanden is bijna geheel weggeslagen, terwijl ook de kroon ernstig beschadigd is. (V.F.B.) DE BRUG OVER DE SAVE BIJ BELGRADO. Ter vervanging van de groote steenen brug die de beide Save-oevers nabij Belgrado verbond en die de Serviërs in den aanvang van den oorlog reeds lieten springen, hebben de Duitsch-Oostenrijksche troepen thans een houten schipbrug geslagen, waarover het troepenverkeer plaats heeft. (V.F.B.) vrije vogels, zijn kameraden, fladderden lustig van boom tot boom, snoepten van kersen en broodkruimels, en vlogen dan juichend en van niemand afhankelijk de zon tegemoet. Toen had ze het deurtje van de gevangenis opengemaakt, en de kleine kanarie was door het venster naar buiten gevlogen. Ze had gemeend hem dankbaar te hooren tjilpen, en ze was overtuigd geweest dat ze een goed werk had verricht. Haar eerste groote daad ! Maar toen waren haar moeder en haar zusters thuis gekomen ; die waren boos en bedroefd geweest, en hadden haar harde woorden gezegd. Toen ze daarop, diep teleur gesteld, in snikken was uitgebarsten, had haar vader haar op zijn schoot genomen, en haar uitgelegd dat ze het kanarietje volstrekt geen dienst had bewezen, want dat het nooit geleerd had voor zichzelf te zorgen, en dat het in den winter de gezellige warme kamer zou missen en erbarmelijk doodvriezen. Dat was Elli’s eerste groote mislukking geweest, een teleurstelling die langer en heviger op haar bleef inwerken, dan men in haar omgeving ooit vermoedde. Nu, in de drukkende zomerwarmte, nu ze er niet tóe komen kon iets uit te voeren, en ze alleen maar lui op de kanapé kon liggen, en nadenken over allerlei vragen die ze zich stelde, kwam die geschiedenis met de weggevlogen kanarie haar weer duidelijk voor den geest. Ze herinnerde zich ook, dat ze er over gesproken had met Erik, wiens ouders al jaren lang in het naastliggende huis woonden. Erik had als jongen altijd met Elli gespeeld en gewandeld, ofschoon hij tien jaar ouder was dan zij ; hij was stil en zacht als een meisje, en hij had haar allerlei aardige spelletjes geleerd en wonderlijke sprookjes verteld: hoe je van wat zand en wat takjes een heel park kon aanleggen, met beeken, vijvers en watervallen ; hoe er kaboutertjes woonden in ieder konijnenhol en een elf in eiken rozeknop. In den muur tusschen de twee tuinen was een laag, oud poortje ; na schooltijd of in de vacantie kwam Erik aan het poortje kloppen; dan deed Elli hem open, en ze speelden en dwaalden in den tuin, tot de zon onderging. schepen, die men gedeeltelijk uitloopers van de stellingen der Een hoogst interessante foto van de landingsplaats der Gealliëerden op Gallipoli. De haven is vergroot door heeft doen zinken, een maatregel die van groot practisch nut is gebleken te zijn. Op den voorgrond de landingstroepen. „Als je maar eerst getrouwd bent,” had Erik gezegd, „dan leer je wat opoffering en groote daden zijn. Dan kun je elkaar helpen en troosten en steunen, juist zooals ze in de boeken doen.” Zou het zoo zijn ? Erik v
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1996 tot 2000 van 11897