|
11 PANORAMA
%
riezoo, we zitten er maar weer middenin, in den herfst, en de winter is op komst.
De menschheid. (ons welbekend, want we hooren er allen toe, lezeressen, lezers, uit-
, gevers, tof schrijvers en schrijfsters), — de menschheid begint met te grasduinen in
kast en koffer en haalt de warmer kleedingstukken te voorschijn en keurt en herkeurt
die eens. De jassen en pakken van den echtgenoot en vader en die van den zoon
kunnen er, op een uitzondering na. nog wei mee door. De kwaliteit wasgoed,
de snit min ol meer „neutraal” gehouden, zoodat je niet merkt dat hef uit
A het vórige winterseizoen stamt. Maar met de bullen van ma en dochters is het
anders gesteld; die zijn „uit de mode”. Weet u wal dat zeggen wil, „uit
de mode” te zijn ? Dat is een van de miserabeiste, meest kleineerende oordeelvellingen,
die men over iemand uiten kan. Ik heb een gróót dichter gekend,
die zich tot in alle eeuwigheid met iemand brouilleerde, omdat die iemand
hem in een gezelschap had toegevoegd, dat hij „uit de mode” was....
De mode. de nieuwheid dus.. . Wie kent het oude wijsje niet:
Ah, madame la Nouveauté.
Demeurez dans nofre patrie,
J^yPlus que 1 esprit et la beauté
yJVous V serez toujours chérie.
Het niéuwe, als zoodais
iets aantrekkede
eerste
'Os'
(/ nig,
uiflu.r, ,a lijks,
■ F
plaats ook al omdat
hef niét banaal
is.
OM < rn •'7
ceintuur is van zwart fluweel. De rok
heeft breede zwart fluweelen banen en
maakt daardoor een zeer rijken, voornamen^'?
indruk. Het kraagje is versierd met een goudborduursel
en in de borsfopening is het veel
gedragen lint verwerkt, dat ook tot de nieuwste
modesnufjes behoort, van taffetas met picof rand.
Een schuin gezette fluweelen baret doét er verdienstelijk
bij. — Op onze tweede kiek ziet
men een allergeestigst wit avondpakje, de rok
is van mousseline de soie, en origineel versierd
met zilveren lintlusjes, de ceintuur is van hetzelfde
zilveren lint op eenvoudige wijze samengesteld.
Onder den mousselinen rok is een eveneens
witte onderrok van taffetas; ook de taille is van
sober verwerkte witte taffetas; aan de ingehaalde
korte mouwen zijn nabij den elleboog een paar
rosé rozen aangebrachf. Het geheel van onze
derde opname lijkt ons al zeer goed geslaagd.
Het is een costuum van zwarte faille met een
„tablier* en „bas de la taille” van zwart velours,
omboord met een goud borduursel. Het fraaie
bont van skuriks en de gracieus gedragen hoed
— een donkerzijden canofier met fluweel omboord.
en eenvoudig met een strik om den bol
opgemaakt, — voltooit dit werkelijk bekoorlijk
toilet. — De zelfde jongedame in haar
witte mousseline de soie avondjapon heeft
een donker satijnen avondmantel, met skunks.
P kraag en manchetten omgeworpen, en zag
er toen zöö aardig uit, dat de camera er
weer bij te pas moest komen, en zij één
twee drie door
daarvan ziet
ib
A
1
Km
\\
D i'-'x.Zy » > > e kijk- en koopgrage dames drentelen
langs de trottoirs, neuzen voor de vitrines
^//y der groofe magazijnen, gaan naar binnen en oriën- * AA
\7Z y* tecren zich met hulp van hef. al of niet, vriendelijk yA • *,
'L ' personeel. In dergelijke gevallen geniet de fea bij Hirsch • V?
& Co., de fea met mode-revue, zeker de voorkeur bij A
onze dames.
Wat toch is practischer dan een nieuwe mode eerst eens
door een ander te zien dragen, alvorens je zelf je moet
wagen aan een proel „aan den lijve”. Waf toch is genoeglijker
dan in een keurig milieu van hef Hirschgebouw gezellig
met honderden te ziften theedrinken, gebakjes eten, en zoo
k 2 genoeglijk koutend de voorstelling bij te wonen, . .. niet
van verzen-voordracht, theaterstuk of muziekprogramma,
maar van iets veel dierbaarders: van de nieuwste
vX creaties op modegebied. De mannequins maken II aan
F
%
het schrikken, de
schok is fè hevig.
Wie even bedenken wil, dat de rok, eens zoo
nauw als de pijp van een middelmatige heerenpantalon,
nu mateloos wijd is. Je beeft ervan.
Niets meer of niets minder. Op mijn vraag, hoeveel
die weidsche wijdheid, in cijfers uifgedrukt, dan
wel bedroeg, vernam, ik dat die soms . . . 7 M.
beliep. Daarbij zijn de nieuwe modellen der rokken
kórt, zeer korf. Maar in dat handbreedtetje
goed, dat het verschil fusschen een langen en een
korten rok uitmaakf, zit hef hem niet; dat mag
geen naam hebben, tegenover de massa stof.
die in de wijdte wordt besteed, en daar nu vanzelf
de mantels over die wijde rokken ook wijd
zijn, voelt iedereen, die maar even koopman is,
(mag ik ook koopvrouw zeggen ?) dat de sfoffenfabrikanfen,
door de modes van de vorige seizoenen,
de nauwe nesterige rokken, waaraan nauwelijks
een paar duimbreed stof ging, — tot verzet
gedwongen, nu hun schade eens eventjes dubbel
en dwars inhalen. — We kiekten eenige der
jonge dames, die ons op de revue met hun nouveauté
s aan den lijve verheugen kwamen. Zie me
eens op onze eerste kiek de ampelheid van
wat de jonge dame draagt. Het gelijkt een
draperie in opfima forma. De stof ervan
is zwarte faille, eenvoudig maar
x . (of liever: dus) smaakvol afgezef
iz /Vl_. met zwart fluweelen strooken aan
—- schouder en polsen en ook de
As
0
de gretige lens werd gepakt. Hef resultaat
U op onze vierde kiek. — En eindelijk kunnen
wij 11 nog een mantelcostuumpje laten zien. dat, eerlijk
bekend, ons zelf het water in den mond doet komen.
Zie me eens hoe fraai die bruine, soepele stof
neerhangt. Hef is velours de laine, en niets
went zich dan ook juist zoo uitmuntend voor
* dergeiijke pakken als deze stof. Bemerk eens
wat een aardige mouwen, kraag, zakken. En de
uitgeschulpte rok . . . het is een lieve lust om
te zien. Aan het hoedje van
zwarte panne hangt de nieuwe
soort voileffe, die iets op de
maskers der bijenteelers
lijkt, vindt
IS) jifeysenie,?
y
o
haar
Zoo hebber,
wij u, lieve
lezeressen,
thans weer
n overzicht
gegeven van
hetgeen de Mode,
de Koningin, die over
de meeste en trouwste
onderdanen regeert, in
voorzienigheid heelt uitgedacht aan
fraaiigheid'en doelmatigheid voor
het komende najaar. Wij twijfelen
niet, of haar smaak zal ook de
uwe worden en mocht u in hef
begin waf „vreemd” tegenover deze nieuwe mode
staan, bedenk dan slechts dat hef „nieuwe’’ — wij
bedoelen natuurlijk wat vorm en snif betreft, er
gauw genoeg afgaat en u zich er spoedig op zult
betrappen, dat u er al zoo aan gewend is, dat u hef oudere, hef vroegere, leelijk
gaaf vinden. Waf de kleuren betreft,. . men draagt een verscheidenheid, niet om op
te noemen. Maar w ij d, w ij d dat is hef parool; alleen de tailles zijn nauw. Bij de
wandelcostuums worden geen lage schoenen meer, doch uitsluitend laklaarzen gedragen.
De Mode is niet zoo onhebbelijk, ze weet van „leven en- laten leven”, en bevoordeelt
zoo naast de lakenfabrikanten ook de leèrfabrikanten. Ze is nu eens voordeelig
voor dezen dan voor genen, en als wij weten hoe we met haar moeten omspringen,
is ze voor ons ook voordeelig, doet ze ons wat men noemt „voordeelig uitkomen”.
(De foto’s bij dit artikel zijn van den heer Bern. F. Eilers). W1LY,
a
88 (18b)
Najaarsmode
|