|
PANORAMA 6
NEDERL, BURGER XI "NEDERL. MILITAIR XI CS 15.
Zondag 24 Oct. werd op het H. V. V.-veld te ’s-Gravenhage de wedstrijd gespeeld
tusschen het burger en militaire elftal. Hierboven het militaire elftal. Zittend.
Ie rij. in de bekende volgorde: Van der Wolk, Houtkooper, Buitenweg. Vos. Kant.
Middelste rij: Launspach" De Korver. Van der Nagel. Staand: Scheidsrechter Tromp,
De Pauw, v. d. Weerd en Van Suchtelen..
van dit zijn slachtoffer. Doch tegelijk klonk een
luide klets. De man, op gansch andere wijze
dan verwacht werd op den onheschoften blik
reageerend, had Theodoor een harden klap op
de wang toegediend.
Een paniek ontstond, en zulks niet ’t minst
in den verschrikten geest van Theodoor, die
met de beide handen voor het gelaat gedrukt
zat te kreunen van pijn. Ik maakte als metgezel
van den miskenden hypnotiseur een figuur als
een zaag, en had den jonkman gaarne geloosd,
indien ik maar iemand in dit zaaltje, ja, in
de gansche wereld geweten had, aan wien ik
hem in dit uur had kunnen voorstellen, m. a. w.
overdoen.
Toen hij wat bijkwam, vroeg ik of hij pijn
had.
„Neen, dat niet zoozeer,” kermde hij, „dat niet
zoozéer.'.
Tot zoover de herinnering aan mijn vriend
Theodoor.
©
NEDERL. BURGER XI~NEDERL. MILITAIR XI C6~“1).
Het Burgerelfta! (zie ook foto hiernaast): le rij, (v. I. n. r.): Rappard,
De Jong, Van Lingen, Japikse, Buwalda. Staand: Denis, Bosschart,
Van Herrsert, Bouwmeester, N. Bouvy en Maas. (Foto's Sijes).
De schrikkelijke Theodoor oefende zich op de andere
bezoekers in zijn nabijheid, en ik moest bekennen dat
zulks lang niet mis was. De machtige oogen openden zich
snel tot wijdsten diaphragma-stand, dan, roef! sprongen
de oogleden als afsluiters ervoor. Het was alles nog een
spek Maar straks . . . straks . . .
Tot onze verontschuldiging moet ik hier even inlasschen,
dat we intusschen beiden nog ettelijke apéritiefs hadden
geplengd.
Daar ging de deur open. Een stevige, gezonde kerel
trad binnen. Hij droeg een bril. Onmiddellijk nam Theodoor
hem onder vuur ; met oogen zoo groot als rijksdaalders
fixeerde hij hem. De man bemerkte het, knipte even met
de oogen, sloeg ze dan plotseling neer.
„Ik hèb hem,” fluisterde Theodoor met opeengeklemde
tanden.
De man leek even te aarzelen, keek snel naar de oogen,
die hem onafgebroken fixeerden, en trachtte ze te weerstaan.
Tevergeefs. Hij moest den blik afwenden. Langzaam
stapte hij voort, en werkelijk, ofschoon er nu ook elders
plaats voor hem was geweest,
hij kwam in de richting van
Theodoor. „Daar komt hij. Er
is geen ontkomen aan,” beet de
menschentemmer mij toe.
Nog meer naderde de man,
doch zonder op te kijken naar
de machtige oogen geschiedde
dit. Langzaam maar gewis kwam
hij naar den fatalen hypnotiseur.
„Wat zeg je ervan ?” fluisterde
deze zeer zacht. Ik zei
er niets van, met ademlooze
spanning tuurde ik naar den
gefixeerde, die naderde, naderde,
naderde. Hij was nog slechts
een vijftal passen van de machtige
oogen verwijderd. Dan nog
slechts vier. Drie. Twee. Eén...
„Ziezoo,” blies de machtige
even zacht als hoovaardig, en
gelijk de overwinnaar zijn knie»
edelmoediglijk weder van den
verslagene licht, zoo lichtte Theodoor
als het ware den blik
Z. D. H. Mgr. AUG. JOS. CALLIER,
Bisschop van Haarlem, Assistent-Bisschop bij den Pauselijken troon, begeeft
zich naar de kerk van den Heiligen Jacobus den Meerdere aan de Parkstraat
te 's-Gravenhaae. Z. D. H. vertoefde een geheele week in de hofstad, om
in verschillende kerken het Heilig Vormsel toe te dienen, (foto v. Tol.}
O. M. DE MUNNICK.f Dr. L. v. DOESBURGH t
Te ’s-Gravenhage is op den leeftijd van ruim 74 jaar overleden de heer
O. M. DE MUNNICK, oud-gouverneur van Sumatra's Westkust. De overledene.
die 9 Mei 1841 te Batavia werd geboren, was ridder in de Orde
van den Nederlandschen Leeuw. — De heer dr, L. VAN DOESBURGH,
een bekend en geacht ingezetene van Heemstede, is aldaar op 78-jartgen
leeftijd overleden.
JUBILEUM „EUDOKIA”.
Verleden week werd het 25-jarig bestaan herdacht van de Rotterdamsche Ziekeninrichting „Eudokia”. Talrijke
de burgemeester en diens vrouw, eenige wethouders enz., waren op de vergadering, die ter herdenking van dit
wnnrdig. Onze foto geeft een groep der verpleegsters, verbonden aan deze belangrijke
IhhhlhinHilHOhh!!h!nullilHOH{hhiiMHSHH|{h!ilhiRHUÜï!hlhlhhiHHillHhhOih=!iSiüill!Öhi!hhi»iSilf}hy!lhhll»Hi!HlllOhihlii-iin={illOOhhi)uHHlH:hHhhi;H«iSll!Üill^^
Een Miskende Liefdesapostel
DOOR HENKIE ,
^^^g^^j^enk er om, Betje, dat je daar nu niet in huis
*' va|t ajs een 40jje koe>” zei Janus Huisman
tegen zijn zuster, terwijl hij achterover geleund
in zijn stoel, de beide duimen in zijn vestzakken
stak. „Je zou op die manier alles
bederven.”
„Ik verzoek je die mooie vergelijkingen maar op jezelven
toe te passen,” antwoordde juffrouw Betje. „Bovendien
weet ik nog niet eens of ik wel ga.”
„Je hebt niets anders te doen,” ging Janus voort, zonder
aan de opmerking van zijn zuster de minste aandacht te
besteden, „dan er iederen avond een visite te maken van een
halfuur en dan heel vleiend over mij te spreken. Je zult
spoedig indruk op haar maken. „Ik kan me niet begrijpen,”
begin je, „dat mijn broer Janus nog niet getrouwd is. Hij kan
aan iederen vinger een vrouw krijgen.” ”
„Wat ’n schandelijke leugen 1” valt Betje oprecht maar
oneerbiedig in.
„Dat weet ik nog niet,” zegt Janus beleedigd.
„Ik wel !” is het lakonieke antwoord.
„Nou goed, noem ’t dan een leugen,” stemde Janus toe,
„dat beteekent niemendak In de liefde, evenals in den oorlog,
is alles geoorloofd. Je zult je verbeelding een beetje moeten
laten werken, als je plan hebt om ’t goed te doen.”
„Ik heb plan om niets te doen,” antwoordde juffrouw
Huisman beslist.
„Nou, je gaat er dan heen,” ging haar broeder onverstoorbaar
voort, „en vertelt haar wat een beminnelijk humeur
ik heb.”
„Waarom zeg je ’t haar zelf niet ?” vroeg juffrouw Betje.
„ . .En dan zeg je haar wat ’n verdriet het je doet, dat je
niet altijd voor me kunt blijven zorgen. „De arme jongen,”
zeg je dan, „wat zal hij het eenzaam hebben als ik weg ben.
Hij is net de man om weg te kwijnen als hij niemand heeft
om lief te hebben.” ”
Juffrouw Betje keek eens even naar de omvangrijke figuur
van haar broeder en veroorloofde zich een kort sarcastisch
lachje.
„Zeg ereis,” zei ze scherp, „als je voortgaat met zulken
onzin uit te kramen, dan wil ik er niets mee te doen hebben.
Laten we nou even gezond praten. Jij wilt Naatje Stuifzand
trouwen ?”
„Ja!”
„En je hebt geen lèf genoeg om d’r zelf te vragen, omdat
je bang bent, dat ze je zal afschepen ?”
„J. . a. . a, —- zoo ongeveer!” bekende Janus.
„En daarom wil je hebben dat ik af en toe eens bij haar
vader aanloop,” ging Betje voort, „en een goed woordje voor
je doe?” — „Niet te openlijk,” merkte Janus op. „Het
moet niet in de gaten loopen.
Ik zou willen dat je haar geest
een beetje beïnvloedde, zonder
haar te laten merken ...”
„Ik zou willen dat je je eigen
geest beïnvloedde en zelf je
zaakje in orde bracht,” viel
juffrouw Betje hem in de reden.
„Zie je me soms voor een volslagen
gek aan ?”
„O, nee, nee !” protesteerde
Janus, terwijl hij ostentatief het
hoofd schudde. „Ik wou je maar
eenige wenken geven.”
„Ik heb geen wenken van
jou noodig,” was het vinnige
antwoord, „wat ik noodig heb
is ....”
Hier hield ze op en keek den
kleinen corpulenten man met
haar koele oogen aan.
„Wel?” vroeg Janus, met
eenigen angst in zijn stem.
Zijn zuster beschouwde hem
autoriteiten, o.w. dr. Abr. Kuijper, nOg eenige OOgenblikken Stiljubileum
werd gehouden, tegen- ?. , °
instelling. (V.F.B.} zwijgend.
EEN NIEUW STADHUIS. (V.F.B.)
Het nieuwe, onlangs gereedgekomen stadhuis te Heeswijk,
gebouwd door den heer Geressen, architect te 's-Hertogenbosch.
|