Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1961 tot 1965 van 11897
Nummer
1915, nr. 86, 25 oct. 1915
Blad
06
Tekst
NEDERLANDSCH-VLAAMSCHE BIJEENKOMST. In den Dierentuin te ’s-Gravenhage had verleden week de aangekondigde Nederlandsch-Vlaamsche bijeenkomst plaats, die, georganiseerd door de Haagsche afdeeling van het Alg. Ned. Verbond, ten doel had een nadere kennismaking tusschen Nederlanders en Vlamingen te bevorderen. De samenkomst stond onder leiding van den heer Arnold Spoel, terwijl verschillende anderen hun welwillende medewerking verleenden. (V.F.B.) BI OSCOO P-VOO RSTELLI N GEN VOOR DE JÉUGD'. (V.F.B.) De directie van het Centraal Theater te Amsterdam is op ’t sympathieke idee gekomen om ’s Woensdags- en ’s Zaterdagsmiddags een bioscoopvoorstelling speciaal voor de jeugd te geven, waarbij dan films worden opgevoerd, die alleen voor kinderen zijn vervaardigd. Meestal zijn het bijbelverhalen en geschiedenissen van dezelfde strekking die worden vertoond. Dat de directie succes heeft met haar werk, blijkt uit onze foto. De zaal is altijd geheel bezet. De onbegrijpelijkheid van Bartelsman’s redenaties, het genot dat hij er in scheen te vinden om in raadsels te spreken, bracht me buiten mezelf van woede. Mijn eetlust werd er totaal door bedorven. ,,Je lijdt aan hersenverweeking I” beet ik hem toe. Hij stemde glimlachend in. „Maar ik niet alleen,” zei hij. „Kom mee, en ik zal je mijn plan in den trein vertellen ! ’t Is schitterend, op mijn woord. In allen geval kun jij er niets bij verliezen, vriend. Je hebt de keus tusschen hier te blijven en je blauw te schrijven voor „Panorama” of met me mee te gaan en een fortuin te deelen.” Ziende datverdere discussie nutteloos was, stond ik op, ontgoocheld en teleurgesteld. „Dat bericht dat ik heb voorgelezen is toch niet de sleutel voor de doos van Fortuna ?” vroeg ik grimmig. „Je zult toch niet willen beweren, dat je er een woord van gelooft ?” „Ik niet !” stemde hij toe. „Maar anderen zullen het gelooven ..... met onze hulp.” We reden naar het Weesperpoortstation en stapten in den trein. Het was een sneltrein, anders had ik aan de eerste halte uitgestapt, want dwazer plan, dan Bartelsman mij ontvouwde, had ik van mijn leven niet gehoord. Zoo dacht ik er eerst over en ik verwenschte hem openlijk, maar voor we Utrecht bereikten, was ik al half overtuigd dat hij toch zoo heel gek nog niet was en toen we aan de plaats van bestemming waren aangekomen, bewonderde ik hem als een genie en vroeg hem excuus voor mijn ruwe woorden. „Ons volk is voor driekwart gek,” leeraarde hij, „en daarin zijn ze niets minder dan de rest van de wereld, ’t Menschdom wil nu eenmaal bedrógen wezen. Wie verdienen het meeste geld ? Die de menigte het best bij den neus weten te nemen. Reclame, man, vol leugens en ze komen op je af als de vliegen op de stroop. Daarbij komt dat de menschen hier uit de omstreken nog zoo bijgeloovig zijn als hun voorouders uit de Middeleeuwen !” DE AANBIEDING VAN DE TEGELTA B L.EA UX DER H.IJ.S.M. De commissie uit het korps ambtenaren der Hollandsche Ijzeren Spoorweg-maatschappij, die verleden week het geschenk van het personeel, bestaande in een tweetal tegeltableaux (zie een vorig nummer), aan de directie overdroeg. De tableaux zijn geplaatst in de vestibule van het administratiegebouw der H.IJ.S.M,, Droogbak la te Amsterdam, terwijl een tweetal kleinere in eikenhouten lijst, in de directiekamer een plaats vond. Een bijgevoegd album, vervaardigd door het personeel der Maatschappij en door teekeningen verlucht, bevatte de handteekeningen der bijna 13.000 deelnemers. DE QUINNEV’S. Door „Die Haghespelers” wordt op ’t oogenblik ten tooneele gebracht het blijspel in 4 bedrijven van H. A. Vachell „De Quinney’s”. De vertaling — die uitstekend is verzorgd — is bewerkt door Anna van Gogh-Kaulbach ; de regie staat onder leiding van Eduard Verkade. De foto’s, die wij hierboven afbeelden, stellen voor, links (in de bekende volgorde): Sam Tomlin — Ph. la Chapelle ; Joe Quinney — Jan Musch. Midden : Susan Quinney — M. Schmidt Crans ; joe Quinney — Jan Musch. Rechts: Posy Quinney — Enny Vrede; Joe Quinney —Jan Musch ; Cyrus P. Hunsuber — H. Eerens. (foto’s Couvée). En hij haalde voorbeelden aan genoeg om een boek te vullen. Is Holloway niet rijk gestorven, omdat hij de menschen voor zwaar geld zijn pillen in hun maag gedraaid had ; een loffelijke daad, die nu met evenveel succes door den beroemden Pink wordt nagevolgd. Is er onder de knapste geneeskundigen één aan te wijzen, die zich mag verheugen in zoo’n stroom van patiënten als Sequah (zaliger gedachtenis) en andere wonderdokters ? „En zoo zijn er duizenden menschen,” ging Janus geestdriftig voort, „die gelooven dat die appelboom een geluksboom is, en dat hij gezegend is boven alle andere boomen: dat ze maar eruit behoeven te vallen om alles te krijgen wat ze wenschen. Wacht maar en je zult het zien ! Ik ga nu dien boom huren; plaats ér een hek omheen ; smuk de wonderlijke verhalen nog wat op en stel de menschen in de gelegenheid om voor een kwartje uit dien boom te vallen !” Hij verklaarde mij dat hij het geheele plan reeds tot in de kleinste bijzonderheden had uitgewerkt. Hij legde mij ook uit welke rol hij mij had toebedacht. Ik moest voor allerlei mogelijke en onmogelijke provinciale bladen artikelen en correspondenties Schrijven. Opdat deze artikelen beter op prijs zouden worden gesteld, dan de vele die ik om den broode geschreven had, mocht ik er geen honorarium voor vragen, daar zou hij wel voor zorgen. Hij liet het aan mijn bekende vaardigheid over mijn leugens zoo in te kleeden, dat ze vbor iedereen aannemelijk waren. „Maar dat is bedrog! Dat is een groote zwendel!” riep ik uit. ■ „Ziedaar nou het eerste verstandige woord dat ik van je hoor !” zei Janus onverstoorbaar. „Dat is me een bewijs dat je eindelijk mijn plan naar waarde leert schatten !” „O, dat heb ik dadelijk reeds gedaan,” gaf ik hem even sarcastisch terug. „Ik zag dadelijk wel in dat het eind van het succes .... de gevangenis is !” „Klets, jongenlief! Wat garandeeren wij ? Niets! Wij belooven geen gelukkige tuimelingen, en zijn er dus niet verantwoordelijk voor. We stellen alleen de gelegenheid open om te vallen, zonder verantwoordelijkheid voor de gevolgen.” „En als er een zijn nek breekt?” „Tsa! Die risico is geheel voor de liefhebbers. Bovendien, we zullen rondom den boom kussens leggen, om den val te breken !” „En als er nu niemand geluk heeft, wat dan ?” „Ha, ha! Laat dat maar gerust aan mij over, ouwe jongen. Je zult eens wat zien.” II. Delden ligt vrij ver van een groote stad af, men vindt in de naaste omgeving slechts eenige dorpen en kleine landstadjes, bewoond door een eenvoudige bevolking. We vonden spoedig de boerderij van Teun Barnhoorn doch bemerkten niets van eenige plaatselijke opgewondenheid. Bartelsman begon dadelijk onderhandelingen over de verhuring van den boom. Boer Teun stemde toe dat het bericht in de krant waarheid bevatte, alleen had de correspondent een weinig met de datums gegoocheld. Ja, hij was voor zijn val een beetje doof geweest, maar*kon nu goed hooren. De jongen, die viel toen hij aan het appelen stelen was, had later een bankje van vijf en twintig gulden gevonden, niet op den verjaardag van Teunis’ val, maar een maand later.
PDF
Nummer
1915, nr. 86, 25 oct. 1915
Blad
07
Tekst
15 PANORAMA En Janus Grup, zijn knecht, had een prijs uit de loterij getrokken, maar of hij daarvóór uit den boom gevallen was, kon hij niet bevestigen. Om te beginnen, was dit niet bijzonder aanmoedigend. De landbouwer bekende echter, dat zijn memorie niet zoo goed meer was als ze behoorde te zijn. Nu hij er nog eens goed over nadacht geloofde hij toch dat de jongen precies een jaar na hem uit den boom was gevallen. En als er in de krant stond dat Janus hun beider voorbeeld gevolgd had, dan zou hij het niet tegenspreken. Bartelsman huurde dus den boom voor drie maanden. Dit kostte hem honderd gulden, benevens een percentage van de entréegelden ; dit laatste op voorwaarde dat Teun geen woord zou reppen over de datums en steeds bereid zou zijn aan de bezoekers de waarheid van de verhalen te bevestigen. Boer Teunis was echter niet gek 1 In het huurcontract werd de bepaling opgenomen, dat Bartelsman na afloop van den huurtijd den boom weer in denzelfden goeden staat zou moeten afleveren. Het huurcontract werd geteekend en Bartelsman was zoo blij als een aap met een spiegel. Terwijl het hek rondom den boom gemaakt werd, ging het als een loopend vuurtje door den omtrek, dat de boom ongetwijfeld een magische kracht bezat. In alle provinciale bladen verschenen berichten van correspondenten uit Delden, de wonderlijkste verhalen vermeldende van den wonderboom, die in werkelijkheid een geluksboom bleek te zijn. Een man viel en vond op weg naar huis een bankbiljet van honderd gulden. Een bijzonderheid, die niet vermeld werd, was dat Bartelsman aan den gelukkigen vinder nauwkeurig de plaats voorspeld had, waar hij de honderd gulden vinden zou. Een ander persoon viel en ontving eenige dagen later een postwissel groot vijf en twintig gulden van een oud-tante uit Utrecht, van wie hij nooit gehoord had. De eerste vrouw, die het waagde uit den boom te vallen, vond toen ze thuis kwam een nieuwe naaimachine, waarnaar zij zoozeer verlangd had. Dit waren drie gevallen I Ja, Janus Bartelsman pakte de zaak goed aan, al kostte het hem een aardige som! Toen deze nieuwe gebeurtenissen alom bekend waren, werd het een stormloop naar den wonderboom; van heinde en ver kwamen de omwonenden om in den boom tèklimmen en er uit te vallen. Nu verscheen er in de dagbladen het bericht, dat boer Teunis, ten einde zijn eigendom te beschermen verplicht was geworden een hek om den boom te plaatsen en eenige personen had aangesteld om den boom te bewaken. Een bericht, dat spoedig gevolgd werd door een ander, meldende dat Barnhoorn besloten had belanghebbenden gelegenheid te geven hun geluk te beproeven, tegen betaling van ’n kleinentree, alstegemoetkoming in de kosten van het hek en van de bewaking. Nu oordeelde Bartelsman de tijd gekomen om ’n reuzenreclame in de pers te beginnen. Hij noodigde alle groote bladen en tijdschriften uit verslaggevers en fotografen te zenden, om de wonderen die dagelijks voorvielen in beeld te brengen en diegenen te interviewen, aan wie de val geluk had aangebracht en wier portret met de geldsommen die hun ten deel gevallen waren in de bladen werd bekend gemaakt. De dienaren van de koningin der aarde werden door Bartelsman rijk onthaald. Hij overtuigde hen tevens dat wat met dien boom plaats greep, iets bovennatuurlijks was, dat niemand verklareh kon. Zwendel ? Geen sprake van ! Hier stond de boom en daar waren de getuigen om het te getuigen l Eindelijk werd de boom officieel voor het publiek opengesteld. De plechtige opening had plaats op een Zondag. Delden was in feestgewaad gehuld. Duizenden menschen kwamen te voet of per rijtuig om hun geluk te beproeven. TER NAGEDACHTENIS v. Prof. M. NOORDTZIJ. Door het Studentencorps Fides Quaerit Intellectum te Kampen, werd Dinsdag 19 October namens oud-leerlingen en leden, op het graf van wijlen Prof. M. Noordtzij een gedenksteen overgedragen aan de familie van hun oud-leermeester en -eerelid. (V.F.B.} De winkelstand in Delden maakte zaken zooals hij nog nimmer gedaan had. Honderden bezoekers beklommen vol hoop den boom, vielen naar beneden en verlieten des avonds teleurgesteld het dorp. Degenen die nog geen gelegenheid gevonden hadden hun geluk te wagen, logeerden bij de inwoners, die er wel bij voeren of kampeerden in het open veld. Bartelsman was in zijn nopjes. De redactie-bureaux DE JAAR EDEN-HULDIGING. (V.F.B.} Dinsdag 19 October had in een der bovenzalen van het American-hotel te Amsterdam de officieele huldiging plaats van den wereldberoemden Nederlandschen hardrijderJaap Eden, ter gelegenheid van het feit, dat hij vóór 25 jaar zijn eersten prijs won. In het midden der foto zien wij den jubilaris met zijn vrouw. Geheel links de heer Leo Lauer, hoofdredacteur van de Revue der Sporten, aan wien het hoofdzakelijk te danken is, dat het feest zoo schitterend slaagde. werden overstelpt met berichten van personen, die een gelukkige tuimeling gemaakt hadden en met klachten van anderen die in hun verwachtingen waren teleurgesteld. De eerste berichten werden wijd en zijd bekend gemaakt, aan de klagers werd daarentegen in een korte correspondentie den raad gegeven — zich nogmaals uit den boom te laten vallen. De entrée’s stroomden binnen. In enkele dagen tijds had Bartelsman vijfhonderd gulden ontvangen ; hij had daarentegen zijn geheele erfenis in de onderneming gestoken en besteed aan de gratificaties aan de pers, de huur van den boom, het plaatsen van het hek, salarissen der suppoosten en aan ,,voêr gooien.” Met dit laatste bedoelde hij de bedragen in geld en geschenken, die aan verschillende gelukkige tuimelaars waren ten deel gevallen. Van de ontvangen entrée’s moest Bartelsman bovendien aan boer Teun een vijfde afstaan en aan mij de helft, zoodat hij in ’t geheel tweehonderd gulden overhield. Eerst nu bemerkte hij tot zijn schrik dat om zijn kapitaal terug te winnen er ongeveer vijftig duizend menschen in den boom moesten klimmen. Het zou onmogelijk zijn dat in drie maanden tijds klaar te spelen, vooropgesteld natuurlijk dat er vijftig duizend gekken te vinden waren. Dat was een groote teleurstelling voor hem ! Ja hij kon natuurlijk het entrée verhoogen of den boom na drie maanden weer inhuren, maar wat gebeurt ? Op den dertienden dag (dertien is altijd een ongeluksgetal!) valt er een kinkel, als bij toeval, uit den boom en breekt zijn nek. Dat was een strop voor Bartelsman. Het hielp niet of hij meer matrassen rondom den boom legde en den entreeprijs tot een dubbeltje verlaagde. De menschen liepen niet langer storm naar den boom. Daar kwam nog bij (een ongeluk komt nooit alleen !) dat de familieleden van den verongelukte een eisch om schadevergoeding wilden indienen, als hij hun geen tweehonderd gulden uitkeerde. Bartelsman betaalde dus, en maakte te gelijkertijd per advertentie bekend dat hij die som had uitgekeerd en genegen was dit te herhalen telkenmale als er zich een dergelijk ongeval voordeed. Dat was misdadig, want nu kwamen allerwege oude lieden aanstromp^en, oud-ooms, oud-tanies, grootvaders en grootmoeders, die door hun jongere familieleden naar den boom werden geleid en de ladder opgeholpen, in de hoopvolle verwachting dat ze een gelukkigen of ongelukkigen val zouden doen. Het liep dien verwaten bloedverwanten niet mee, want al die oudjes kwamen behouden en wel beneden. Bartelsman ontving echter weer aardig geld en begon opnieuw hoop te koesteren. In vier dagen tijd had hij driehonderd gulden ontvangen, toen viel er een kleine jongen en brak zijn arm, waardoor hij het grootste deel van zijn winst weer zag verloren gaan. Doch in den daaropvolgenden nacht trof hem een onherstelbare ramp. Er brak een hevig onweer uit en bij het aanbreken van den dag vond men den geluksboom in tweeën gespleten op den grond, getroffen door den bliksem. En om het ongeluk volkomen te maken dreef Teun Barnhoorn, die schurk, de brutaliteit zoover van Janus schadevergoeding te eischen, omdat hij niet, overeenkomstig Het huurcontract, den boom in denzelfden staat had overgedragen, als hij hem ontvangen had. Janus Bartelsman keerde naar huis terug, een wijzer man, dan toen hij vertrokken was. Hij was woedend en beweerde, dat het allemaal mijn schuld was, want als ik dat krantenbericht niet voorgelezen had, zou hij zijn vijfduizend gulden hebben opgegeten, in plaats van ze te verliezen. Ja, en als je je nu herinnert, hoe verlangend Janus was om gauw van zijn geld af te komen, wat zijn sommige menschen dan schandelijk ondankbaar. © De Schimmenspelen van Ko Doncker - Panorama-Tournée XAoeten wij onze toumée nog verder aanbevelen? Het lijkt ons overbodig: niets spreekt zoo duidelijk als het succes. Wanneer wij met Ko Doncker’s Schimmenspelen in uw woonplaats komen, ga u dan zelf van dat succes overtuigen. Ge zult dan een bon in uw nummer van Panorama vinden, die u voor slechts 50 cents toegang verschaft. De pers is vol lof: Oprechte Haarlemmer Courant (FRANS NETSCHER): . . . Onze Hollandsche chat-noir-createur, de heer Ko Doncker, heeft gisteren met zijn nieuw Schimmenspel een volslagen succes gehad. Van de schimmenbeelden, die al deze tafereelen moeten vertolken tegen ’t witte doek, waren er vele die ons zeer getroffen hebben door hun geestige contours, hun gevoelige expressie, hun artistieke opvatting en door de massa-uitdrukking die in sommige zat. Zoo was er een inval van de Hunnen, van een wilde horde van woeste, ruige ruiters, zoo mooi van geweld, zoo met prachtige silhouetten uit de optrekkende, zwarte massa, dat het wel een drama leek.. .. Amsterdammer Weekblad (de Groene): Ko Doncker is bezig met een ondernemen van Schoone Kunst. De Wetenschap herkendet gij reeds in zijn arbeid als wereldhistoricus, Maar de Schoone Kunst: die is er inderdaad. Het lééft daar achter dat zonnig-doorzichtige Napoleontische Charge. venster, het zijn geen doode poppen en hun naief, enkel vóóruit bewegen, met „stijve” ledematen zou men zeggen, is een levend bewegen van levende gestalten. Dat komt omdat de hand van een echt kunstenaar ze heeft doen worden. Want nimmer blijft dat verborgen ! Kunst is schepping, zelfs in karton. Nieuwe Haarlemsche Courant (ANDRIESSEN): Ko Doncker is een origineel man : in zijn eigenaardigdecoratieve teekeningen toont hij al zijn karakter, maar wat hem geheel en al typeert, dat zijn z’n schimmenspelen: verschijnselen van het leven in woord en beeld, — het eene illustreert het andere. Het zijn uitingen van zijn ironischartistieke natuur, zoowel zijn lakonieke, humoristische „verzen” als zijn prachtige, knap geteekende „schimmen”! Daarom zijn z’n schimmenspelen uit artistiek oogpunt allereerst zeer belangwekkend.... Ze zijn niet na te vertellen, de origineele verzen van Ko Doncker, door den dichter op zoo droog-komische, en daardoor zoo lachwekkende wijze voorgedragen. . . .
PDF
Nummer
1915, nr. 86, 25 oct. 1915
Blad
08
Tekst
O P A N O R A M A Schaffhcusen < !"x XT \ T\2t64r//$5< S' v-* — J BERN >7 • L ZWITSERLAND INNSBR -b Freibort ''Lóusanne 3 , Interlaken Bri*$ X z* 1 Cerneh / W» . < \G#ATZ 'vlbnitl .Qle'tburg U- *7 t O-Z AUessandna v. Genua vfoen/ö LIVOPNol Calyi Ba$tia\ Corsica) ö ö FLORENCE Oiiia Funfktrcken £ssek Jurk 8roa &erbic" Banjatocha Traornk\ Erlau #Koichau Qtreyk Szasz ïïfikay sufeti Debreezin \CtT* Wordein LEGEDIN trad OrawibutL Pancova. Cternowti. JLjausonburg A I R KarlsburgZ dermanstat) f\- j ' Okna \ • Ê k $ Uansladk O Kimpdunp Tir^omt Mcstar Slclatt* Ortona jPerug/a <* -7 AyoHa (IE > • X>< Sorü e .3. Germano ^poba^ Ponlynschc Eil. NAPEL E.4actisck« Eil 5 » . O^thkokot *'ï • V> % "•ƒ<*>'»/** 'A ZoilichirF^ Lz> poNAu V £6 XScuiari \s/ Drama \ Lapos Sf,ti • Kavójo ' \Arkadia Katamata JPz/özS ƒ 'Qyhaso O * , o Lemmos, Liwafötf n» (p vrtrs O ƒAZ^ s iz-'t Chios> Andros A, • (? ^Peros Sanlonr?') H E O 8ROE5SA Ko/e Suttanie K L Z E E
PDF
Nummer
1915, nr. 87, 28 oct. 1915
Blad
01
Tekst
No. 87 (18a) 28 OCT. 1915 AFZONDERLIJKE NUMMERS 7 */, CENT A.W. SIJTHOFF'S uitgevers maatschappij LEI DEN ABONNEMENT PER KWARTAAL 26 NUMMERS ï 1.30 Een historische dag voor de Alkmaarsche Kaasmarkt Links: Om half twaalf, als de kaasmarkt gewoonlijk reeds 2 uur aan den gang is, hebben de wegers en dragers nog niets te doen gehad, waarop de marktmeester het sein gaf, dat de kaas van de markt afgehaald mocht worden. — Midden: In plaats dat de kaas wordt uitgeladen, wordt zij weer ingeladen, daar de kaashandelaren weigerden te koopen. — Rechts: Een tweetal bekende kaaskoopers op de markt in gesprek met eenige boeren over den zonderlingen toestand. De Alkmaarsche kaasmarkt van Vrijdag j.I. kenmerkte zich door een absoluten stilstand. Door het plotseling sluiten der grenzen besloten de kaashandelaren op den morgen van dien dag geen kaas te koopen en dit besluit onverwijld mede te deelen aan den Bond van Zuivelfabrikanten, die onmiddellijk een vergadering hield, waarop besloten werd om, indien de handelaren bij hun besluit bleven, ook niets aan anderen te verkoopen en een afwachtende houding aan te nemen.
PDF
Nummer
1915, nr. 87, 28 oct. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 2 (Vervolg) ^^einersdorff vond zijn spraak terug: „Het was louter toeval, Bey.” „Wie Golubjew kent, gelooft niet aan toevalligheden.” „Ik kocht een plaatsbiljet voor de opera en toen ik in de loge kwam, zat daar die dame.” Töschtük vroeg verbaasd: „Kennen de heeren van den generalen staf dan niet de spionnen van den vijand ?” „Slechts gedeeltelijk. Van de gevaarlijkste hebben wij, zooals je ziet, geen flauw idee.” De Bey verzonk weer in gedachten. Na een poos stond hij op : „Ik moet nu gaan.” Heinersdorff maakte licht. Het schijnsel verblindde hem. Hij zag er verward uit. Men kon op zijn gezicht de schaamte lezen. Zijn gast ging zwijgend de kamer uit. In het vóórvertrek greep Heinersdorff de hand van zijn vriend als wilde hij die niet meer loslaten en zeide zacht : „Ik dank je, Bey.” IV. De oude knecht van den generaal antwoordde glimlachend : „De juffrouw is in den tuin, kapitein.” Heinersdorff ging langzaam en voorzichtig over de gele kiezelpaclen om zijn komst niet te verraden. Uit zijn oogen straalde het geluk. Nu zag hij haar? Zij zat op een bank onder den grooten pereboom en hield een boek in haar handen, doch las niet daarin. Ze zat daar alsof ze luisterde. Alles was doodstil. Alleen floot er een merel. Plotseling werd Hedwig Buschgart onrustig. Zij voelde zijn nadering, stond op en keek met zoekende oogen om zich heen. Nu zag zij hem. Een fijne blos steég van haar hals omhoog in haar gelaat. Zij wierp het boek weg en ging langzaam Heinersdorff tegemoet. Maar opeens snelde zij voort en vloog hem om den hals. Ze kuste hem en zeide met trillende stem: „O, ik vind ’t zoo heerlijk dat ik weer bij je ben, George.” „En ik dan !” fluisterde hij. Ze nam zijn hand en leidde hem naar de bank onder den pereboom. „Ik verlangde zoo naar je. Ik dacht dat er nooit een einde aan die drie weken zou komen1 Ik maakte mij zeer bezorgd over je.” - „Waarom, kindje ?” vroeg hij teeder. „Ik droomde zoo akelig van je.” „Nu, nu !” Hij streelde haar hand. „Had je mooi weer in Lorzana?” „Ja, dat wel, maar het was er zeer vervelend. Je kent tante Clara niet. Ze is altijd humeurig en onvriendelijk. Zij kan het met niemand lang uithouden. Ik houd ook niet erg van de zee. Die maakt me treu- >> rig. Hij zag haar aan. „Maar ’t heeft je bijzonder veel goed gedaan, lieveling, je bent heelemaal verbrand !” „Ik ben zoo gelukkig dat ik nu weer hier ben.” „Wanneer kwam je hier aan ?” „Gisterenavond. En, verbeeld je, vanochtend vroeg zag ik alweer den Keizer, maar hij keek heel bedrukt. Hij heeft zeker veel zorgen.” „Ja, hij heeft zeker zorgen,” zeide Heinersdorff nadenkend. Zij zwegen een poos. De merel jubelde onophoudelijk. „Is vader met je meegekomen ?” „Neen, hij zond mij vooruit. Hij heeft nog te werken. Hij moest naar zijn bureau.” Zij sprong op en vroeg bezorgd: OP SLUIPPATROUILLE. Twee Russische soldaten, die uitgezonden zijn om een, vijandelijke stelling te verkennen. Verborgen door het hoog-opschietende koren, de bajonet op het geweer, de oogen spiedend naar alle zijden, sluipen zij steeds nader, op elke gebeurtenis voorbereid. Ieder oogenblik kunnen zij bemerkt worden door den vijand vóór hen, mogelijk zijn zij reeds ontdekt en wordt slechts 't oogenblik afgewacht waarop zij zich het meest blootgeven, om hun den kogel te zenden, die ’n einde zal maken aan „Maar heb je al gegeten, George ?” „Natuurlijk. Blijf maar kalm zitten.” - „En koffie ?” „Later, dat heeft immers den tijd.” Hij trok haar zacht op de bank neer. „Vertel me nu eens iets van Lorzana.” „Och, daarover valt niet veel te vertellen, George. De eene dag was als de andere. Dikwijls maakte ik een zeiltochtje, maar meestal zat ik op het balkon, keek uit naar de zee, en verlangde naar jou.” Hij luisterde aandachtig naar haar heldere, liefelijke stem en hield zich heel stil om haar niet te onderbreken. Wanneer zij even ophield zeide hij : MISS EDITH CAVELL, wier terechtstelling door de Duitschers in België, in de pers druk besproken wordt. (VJP.B.) hun gevaarvolle opdracht. „Vertel nog meer.” Zij glimlachte dan even en vertelde weer van haar gebeurlooze dagen aan de Adriatische zee. Van geluk stralend keek hij haar aan en bestudeerde iederen trek van haar lief gezicht. Hij bewonderde haar kleinen trotschen mond, haar oogen, die zoo ongenaakbaar en zoo teeder konden kijken, haar mooi matblond haar, dat haar blank voorhoofd vrijliet, en het was hem als een wonderbare droom zoo naast dat meisje, het zijne, te mogen ziften. Zondagsvrede en Zondagsstilte vervulden zijn hart en bezwoeren alle onrust. Hij zeide schuchter en zachtjes : „Ik houd zoo veel van je, zoo heel veel.” Zij streek met zachte hand over zijn voorhoofd en fluisterde : „Jij, lieveling.” Daarna zei ze bezorgd : „Het duurt zoo verschrikkelijk lang eer het herfst is !” Hij hield haar hand vast in de zijne en zei : „Hoe goed zou ’t zijn als wij ai in dit voorjaar konden trouwen, maar je vader zal daarvan niets willen hooren. Hij houdt te veel van je. Hij is zelfs jaloersch op me !” „Ja, ja, ik weet ’t, hij is bang voor de eenzaamheid.” „Maar hij zal ’t toch niet eenzaam hebben als wij getrouwd zijn.” „Dat heb ik hem ook al gezegd, maar hij wil ’t niet inzien.” „Ik begrijp dat heel goed. Wanneer jij mijn dochter was, liet ik je heelemaal nooit weggaan !” Hij zag haar teeder aan. „Dan ging ik maar zonder het te vragen,” „Dat zou je niet kunnen.” Zij dacht na en zei: „Ik zou het werkelijk niet kunnen.” Dan ging ze haastig voort: „Maar ik zal toch nog een poging doen bij vader. Als hij maar eerst in een goede bui is, zal ik naar hem toegaan en zeggen dat we al in de lente trouwen willen.” Hij antwoordde, als in gedachten : „Dat zou zoo mooi zijn, dat ik er niet aan denken durf.” Zij zag hem gelukzalig aan en kuste hem op den mond. De zon ging onder en het werd plotseling vochtig en herfstachtig in den tuin. Hij zeide bezorgd: „Laten we naar binnen gaan. ’t Wordt koud.” Na eenigen tijd kwam generaal Buschgart en riep lachend tot zijn dochter: „Nu, ik ben toch laat genoeg gekomen, nietwaar ?” Zij omhelsde haar vader en vroeg zonder te begrijpen : „Hoe meent u dat, papaatje ?” „Kom, houd je nu maar niet zoo !” „Ik begrijp u werkelijk niet !” Zij keek zeer ernstig. De generaal lachte luider en knipoogde tegen zijn aanstaanden schoonzoon. „Breek je daar ’t hoofd niet over, Hedwig, ’t w-as maar scherts.” — „Maar ik wil weten, vader, wrat u er mee bedoelde ?” De generaal zei tot den kapitein : „En met zoo’n onnoozel meisje wil jij trouwen, Heinersdorff ?” Nu glimlachte Hedwig ook. „Maar zorg nu dat wij gauw7 wat te eten krijgen, kind, ik heb een vreeselijken honger.” „Dadelijk vader.” Ze snelde de deur uit. De generaal ging zitten en zeide: „De meid ziet er goed uit, wat ?” „Ja, bijzonder goed,’ ’ antwoordde Heinersdorff en zag naar de deur waardoor zij verdwenen was. De generaal zuchtte een paar maal en keek weemoedig voor zich. Heinersdorff vroeg, om zijn gedachten wat af te leiden: „Is er wat nieuws, Excellentie ?” „Bij ons is er nooit nieuws, mijn w-aarde, dat hoorde je toch te weten. Wij mobiliseeren elk voorjaar en dan, als iedereen meent : nu zal het eindelijk beginnen !, dan gaan we weer naar huis. Dat is onze beroemde politiek. Maar flink langzaam ? Het zal wel gaan ? Iedereen weet dat een afrekening met Rusland een levenskwestie voor ons vaderland is, maar niemand wil de verantwoordelijkheid dragen. Iedereen schuift ’t zijn opvolger op den hals.” „En hoe staat ’t met de vesting, Excellentie ?” „Die wordt verbouwd, natuurlijk. Wij hebben immers zoo veel geld !” antwoordde de generaal tandenknarsend — Het avondeten werd klaargezet. Gedurende het eten zeide de generaal tot zijn (V.F.B.) DE OORLOG IN HET -—RO - MAN D VA U N I L S UD T W E IG R WO—LFF
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1961 tot 1965 van 11897