|
15 PANORAMA
En Janus Grup, zijn knecht, had een prijs uit de loterij getrokken,
maar of hij daarvóór uit den boom gevallen was,
kon hij niet bevestigen.
Om te beginnen, was dit niet bijzonder aanmoedigend.
De landbouwer bekende echter, dat zijn memorie niet zoo
goed meer was als ze behoorde te zijn. Nu hij er nog eens
goed over nadacht geloofde hij toch dat de jongen precies
een jaar na hem uit den boom was gevallen. En als er
in de krant stond dat Janus hun beider voorbeeld gevolgd
had, dan zou hij het niet tegenspreken.
Bartelsman huurde dus den boom voor drie maanden.
Dit kostte hem honderd gulden, benevens een percentage
van de entréegelden ; dit laatste op voorwaarde dat Teun
geen woord zou reppen over de datums en steeds bereid
zou zijn aan de bezoekers de waarheid van de verhalen
te bevestigen. Boer Teunis was echter niet gek 1 In het
huurcontract werd de bepaling opgenomen, dat Bartelsman
na afloop van den huurtijd den boom weer in denzelfden
goeden staat zou moeten afleveren.
Het huurcontract werd geteekend en Bartelsman was
zoo blij als een aap met een spiegel. Terwijl het hek rondom
den boom gemaakt werd, ging het als een loopend vuurtje
door den omtrek, dat de boom ongetwijfeld een magische
kracht bezat. In alle provinciale bladen verschenen berichten
van correspondenten uit Delden, de wonderlijkste verhalen
vermeldende van den wonderboom, die in werkelijkheid
een geluksboom bleek te zijn.
Een man viel en vond op weg naar huis een bankbiljet
van honderd gulden. Een bijzonderheid, die niet vermeld
werd, was dat Bartelsman aan den gelukkigen vinder
nauwkeurig de plaats voorspeld had, waar hij de honderd
gulden vinden zou. Een ander persoon viel en ontving eenige
dagen later een postwissel groot vijf en twintig gulden
van een oud-tante uit Utrecht, van wie hij nooit gehoord
had. De eerste vrouw, die het waagde uit den boom te vallen,
vond toen ze thuis kwam een nieuwe naaimachine,
waarnaar zij zoozeer verlangd
had.
Dit waren drie gevallen I
Ja, Janus Bartelsman pakte
de zaak goed aan, al kostte
het hem een aardige som!
Toen deze nieuwe gebeurtenissen
alom bekend waren,
werd het een stormloop naar
den wonderboom; van heinde
en ver kwamen de omwonenden
om in den boom tèklimmen
en er uit te vallen.
Nu verscheen er in de dagbladen
het bericht, dat boer
Teunis, ten einde zijn eigendom
te beschermen verplicht
was geworden een hek om
den boom te plaatsen en
eenige personen had aangesteld
om den boom te
bewaken. Een bericht, dat
spoedig gevolgd werd door
een ander, meldende dat
Barnhoorn besloten had belanghebbenden
gelegenheid
te geven hun geluk te beproeven,
tegen betaling van
’n kleinentree, alstegemoetkoming
in de kosten van
het hek en van de bewaking.
Nu oordeelde Bartelsman
de tijd gekomen om ’n
reuzenreclame in de pers te
beginnen. Hij noodigde alle
groote bladen en tijdschriften uit verslaggevers en fotografen
te zenden, om de wonderen die dagelijks voorvielen
in beeld te brengen en diegenen te interviewen,
aan wie de val geluk had aangebracht en wier portret
met de geldsommen die hun ten deel gevallen waren
in de bladen werd bekend gemaakt. De dienaren van
de koningin der aarde werden door Bartelsman rijk onthaald.
Hij overtuigde hen tevens dat wat met dien boom
plaats greep, iets bovennatuurlijks was, dat niemand
verklareh kon. Zwendel ? Geen sprake van ! Hier stond
de boom en daar waren de getuigen om het te getuigen l
Eindelijk werd de boom officieel voor het publiek opengesteld.
De plechtige opening had plaats op een Zondag.
Delden was in feestgewaad gehuld. Duizenden menschen
kwamen te voet of per rijtuig om hun geluk te beproeven.
TER NAGEDACHTENIS v. Prof. M. NOORDTZIJ.
Door het Studentencorps Fides Quaerit Intellectum te Kampen, werd
Dinsdag 19 October namens oud-leerlingen en leden, op het graf van wijlen
Prof. M. Noordtzij een gedenksteen overgedragen aan de familie van hun
oud-leermeester en -eerelid. (V.F.B.}
De winkelstand in Delden maakte zaken zooals hij nog
nimmer gedaan had.
Honderden bezoekers beklommen vol hoop den boom,
vielen naar beneden en verlieten des avonds teleurgesteld
het dorp. Degenen die nog geen gelegenheid gevonden hadden
hun geluk te wagen, logeerden bij de inwoners, die er
wel bij voeren of kampeerden in het open veld.
Bartelsman was in zijn nopjes. De redactie-bureaux
DE JAAR EDEN-HULDIGING. (V.F.B.}
Dinsdag 19 October had in een der bovenzalen van het American-hotel te Amsterdam de officieele huldiging plaats van den wereldberoemden Nederlandschen
hardrijderJaap Eden, ter gelegenheid van het feit, dat hij vóór 25 jaar zijn eersten prijs won. In het midden der foto zien wij den jubilaris met zijn vrouw.
Geheel links de heer Leo Lauer, hoofdredacteur van de Revue der Sporten, aan wien het hoofdzakelijk te danken is, dat het feest zoo schitterend slaagde.
werden overstelpt met berichten van personen, die een
gelukkige tuimeling gemaakt hadden en met klachten
van anderen die in hun verwachtingen waren teleurgesteld.
De eerste berichten werden wijd en zijd bekend gemaakt,
aan de klagers werd daarentegen in een korte correspondentie
den raad gegeven — zich nogmaals uit den boom
te laten vallen.
De entrée’s stroomden binnen. In enkele dagen tijds
had Bartelsman vijfhonderd gulden ontvangen ; hij had
daarentegen zijn geheele erfenis in de onderneming gestoken
en besteed aan de gratificaties aan de pers, de huur van
den boom, het plaatsen van het hek, salarissen der suppoosten
en aan ,,voêr gooien.” Met dit laatste bedoelde hij de
bedragen in geld en geschenken, die aan verschillende
gelukkige tuimelaars waren ten deel gevallen. Van de
ontvangen entrée’s moest Bartelsman bovendien aan boer
Teun een vijfde afstaan en aan mij de helft, zoodat hij in
’t geheel tweehonderd gulden overhield. Eerst nu bemerkte
hij tot zijn schrik dat om zijn kapitaal terug te winnen
er ongeveer vijftig duizend menschen in den boom moesten
klimmen. Het zou onmogelijk zijn dat in drie maanden
tijds klaar te spelen, vooropgesteld natuurlijk dat er vijftig
duizend gekken te vinden waren.
Dat was een groote teleurstelling voor hem ! Ja hij kon
natuurlijk het entrée verhoogen of den boom na drie maanden
weer inhuren, maar wat gebeurt ? Op den dertienden
dag (dertien is altijd een ongeluksgetal!) valt er een kinkel,
als bij toeval, uit den boom en breekt zijn nek.
Dat was een strop voor Bartelsman. Het hielp niet of
hij meer matrassen rondom den boom legde en den entreeprijs
tot een dubbeltje verlaagde. De menschen liepen
niet langer storm naar den boom. Daar kwam nog bij
(een ongeluk komt nooit alleen !) dat de familieleden van
den verongelukte een eisch om schadevergoeding wilden
indienen, als hij hun geen tweehonderd gulden uitkeerde.
Bartelsman betaalde dus, en maakte te gelijkertijd per
advertentie bekend dat hij die som had uitgekeerd en genegen
was dit te herhalen telkenmale als er zich een dergelijk
ongeval voordeed.
Dat was misdadig, want nu kwamen allerwege oude
lieden aanstromp^en, oud-ooms, oud-tanies, grootvaders
en grootmoeders, die door hun jongere familieleden naar
den boom werden geleid en de ladder opgeholpen, in de
hoopvolle verwachting dat ze een gelukkigen of ongelukkigen
val zouden doen. Het liep dien verwaten bloedverwanten
niet mee, want al die oudjes
kwamen behouden en
wel beneden.
Bartelsman ontving echter
weer aardig geld en begon
opnieuw hoop te koesteren.
In vier dagen tijd had hij
driehonderd gulden ontvangen,
toen viel er een kleine
jongen en brak zijn arm,
waardoor hij het grootste
deel van zijn winst weer
zag verloren gaan.
Doch in den daaropvolgenden
nacht trof hem een
onherstelbare ramp.
Er brak een hevig onweer
uit en bij het aanbreken van
den dag vond men den geluksboom
in tweeën gespleten
op den grond, getroffen
door den bliksem.
En om het ongeluk volkomen
te maken dreef Teun
Barnhoorn, die schurk, de
brutaliteit zoover van Janus
schadevergoeding te eischen,
omdat hij niet, overeenkomstig
Het huurcontract, den
boom in denzelfden staat
had overgedragen, als hij
hem ontvangen had.
Janus Bartelsman keerde
naar huis terug, een wijzer
man, dan toen hij vertrokken
was. Hij was woedend en beweerde, dat het allemaal
mijn schuld was, want als ik dat krantenbericht niet
voorgelezen had, zou hij zijn vijfduizend gulden hebben
opgegeten, in plaats van ze te verliezen.
Ja, en als je je nu herinnert, hoe verlangend Janus was
om gauw van zijn geld af te komen, wat zijn sommige
menschen dan schandelijk ondankbaar.
©
De Schimmenspelen van Ko Doncker - Panorama-Tournée
XAoeten wij onze toumée nog verder aanbevelen? Het lijkt ons overbodig: niets spreekt zoo duidelijk als het succes. Wanneer wij met Ko Doncker’s Schimmenspelen in uw
woonplaats komen, ga u dan zelf van dat succes overtuigen. Ge zult dan een bon in uw nummer van Panorama vinden, die u voor slechts 50 cents toegang verschaft.
De pers is vol lof:
Oprechte Haarlemmer Courant (FRANS NETSCHER):
. . . Onze Hollandsche chat-noir-createur, de heer Ko
Doncker, heeft gisteren met zijn nieuw Schimmenspel een
volslagen succes gehad. Van de schimmenbeelden, die
al deze tafereelen moeten vertolken tegen ’t witte doek,
waren er vele die ons zeer getroffen hebben door hun
geestige contours, hun gevoelige expressie, hun artistieke
opvatting en door de massa-uitdrukking die in sommige
zat. Zoo was er een inval van de Hunnen, van een wilde
horde van woeste, ruige ruiters, zoo mooi van geweld,
zoo met prachtige silhouetten uit de optrekkende, zwarte
massa, dat het wel een drama leek.. ..
Amsterdammer Weekblad (de Groene):
Ko Doncker is bezig met een ondernemen van Schoone
Kunst. De Wetenschap herkendet gij reeds in zijn arbeid
als wereldhistoricus, Maar de Schoone Kunst: die is er
inderdaad. Het lééft daar achter dat zonnig-doorzichtige
Napoleontische Charge.
venster, het zijn geen doode poppen en hun naief, enkel
vóóruit bewegen, met „stijve” ledematen zou men zeggen,
is een levend bewegen van levende gestalten. Dat komt
omdat de hand van een echt kunstenaar ze heeft doen
worden. Want nimmer blijft dat verborgen ! Kunst is
schepping, zelfs in karton.
Nieuwe Haarlemsche Courant (ANDRIESSEN):
Ko Doncker is een origineel man : in zijn eigenaardigdecoratieve
teekeningen toont hij al zijn karakter, maar
wat hem geheel en al typeert, dat zijn z’n schimmenspelen:
verschijnselen van het leven in woord en beeld, — het eene
illustreert het andere. Het zijn uitingen van zijn ironischartistieke
natuur, zoowel zijn lakonieke, humoristische
„verzen” als zijn prachtige, knap geteekende „schimmen”!
Daarom zijn z’n schimmenspelen uit artistiek oogpunt
allereerst zeer belangwekkend.... Ze zijn niet na te vertellen,
de origineele verzen van Ko Doncker, door den dichter
op zoo droog-komische, en daardoor zoo lachwekkende
wijze voorgedragen. . . .
|