|
PANORAMA 8
” . OM DE KRÖÖn7~
LYRISCH DRAMA IN 5 BEDRIJVEN VAN FRANQOIS COPPÉE.
I
n het Circus Oscar Carré is door het Tooneelgezelschap van den Rotterdamschen Schouwburg-Circus,
directeur M. Spree, opgevoerd het beroemde lyrische drama van Fran^ois Coppée: „Om de Kroon”,
een der bekendste werken — ook in ons land — van den grooten Franschen schrijver. Er gaat van dit stuk, dat
een drama is van strijd, van kracht en krijgsmanstaal, een machtige romantische bekoring uit, die niet
nalaat invloed uit te oefenen’op de toeschouwers. Onze foto's vertoonen: Links, in de bekende volgorde:
Prins Constantijn - M. Spree; Militza - Mevr. Spree. Midden: Het laatste bedrijf: de dood van Prins
Constantijn. Rechts: Mevr. Spree als Militza. {foto s Laddê).
nu weer omzichtig, ijverig een opening zoekende in de
stalen borstwering vóór hen. Door deze tactiek werd
de toestand van den chevalier aanmerkelijk gevaarlijker.
Het eischte al zijn vaardigheid en volharding deze twee
V1JF-PROVINCIENTOER.
De heer en mevr. van Kempen, van de'Koninklijke Amsterdamsche Roei- en
Zeilvereeniging „De Hoop", in hun wherry „Baby", waarmede zij alle trajecten
van den vijf-provinciëntoer, welke van 15 Juni—15 Sept. 1915 is gehouden,
gedeeltelijk roeiende, gedeeltelijk zeilende aflegden.
*
van hem af te houden. Doch zelfs één tegen twee, en deze
twee waren geen te verachten tegenstanders, handhaafde
hij de reputatie die hij als schermmeester in Frankrijk
gewonnen had.
De allee was zoo smal dat hij in staat was de beide mannen
steeds voor de punt van zijn degen te houden. De
aanvaller rechts van hem, dit bemerkende, trachtte achter
hem om te sluipen, doch een snelle uitval van St. Cyr verhinderde
hem in dit voornemen.
Plotseling in het heetst van den strijd, zonder de minste
waarschuwing, trokken de beide aanvallers zich terug met
iets ais ontzag in hun houding.
De chevalier, een nieuweren truc vreezende, hield hen
nauwkeurig in ’t oog, steeds op zijn hoede.
De mannen letten echter niet meer op hem, doch staarden
met open mond naar de heg aan hun rechterzijde, als
hadden ze een geestverschijning gezien.
IV
Met een dwaas, niet te verklaren gevoel van de tegenwoordigheid
eener machtige persoonlijkheid, wendde hij het
hoofd in dezelfde richting en — een ontzag zooals hij nog
nimmer gekend had doortrilde zijn geheele wezen. Daar,
boven de haag zag hij een gelaat, koud, onbeweeglijk,
gebiedend, een gelaat dat hem scheen te versteenen:
het gelaat van den keizer.
Zich langzaam omkeerende liep hij naar een opening
in de heg en kwam hierdoor in de allee.
St. Cyr’s blik volgde hem.
Het scheen hem onmogelijk de oogen van dezen man
af te houden.
Hij wendde zich zelfs om, als door een machtigen magneet
aangetrokken, zoodat hij met zijn rug naar zijn aanvaller
gekeerd stond.
De keizer, de kin op de borst gezonken, de handen op
den rug, naderde de plek.
De korte stok waarmee hij gewapend was, bewoog zich
heen en weer langs zijn langen mantel als de staart van
een woedenden leeuw.
Met ’n wenk van z’n hoofd beval hij den beiden aanvallers
te vertrekken, die hieraan onmiddellijk gevoig gaven, het
lijk van hun kameraad medenemende.
St. Cyr was nu alleen met den keizer.
Voor het eerst boog de chevalier het trotsche hoofd en
de punt van zijn degen zonk tot op den grond alsof ze van
lood was.
Daar voor hem, ongewapend en aan zijn genade overgeleverd
stond de man, tegen wiens leven hij had samengespannen
en hij kon den arm niet opheffen, het was alsof
hij verlamd was.
De keizer stond in een onbeweeglijke houding, volkomen
meester van den toestand.
„Zoo, monsieur le chevalier,” zei hij eindelijk en ieder
woord klonk snijdend als een mes. „Terwijl er vijanden
van Frankrijk te bevechten zijn, terwijl er roem op ’t slagveld
behaald kan worden, is het aan het verraad dat je je
VIJF-PROVINCIËNTOER.
De heer en mevrouw Dr. R. J. Th. Meurer, en hun zoons in
de wherry „Rujamanik’', waarmede zij alle trajecten van den
toer roeiende aflegden.
zwaard gewijd hebt. De leden van uw familie, monsieur,
waren gewoon hun wapenen voor edeler doel te gebruiken.”
De chevalier was verstomd. De onweerstaanbare magische
VIJF-PROVINCIËNTOER.
De heer J. H. Roosenboom uit Utrecht, lid van het Comité voor Wherrywedstrijden,
in zijn sloep „Beatrix”, die alle trajecten van den vijf-provinciëntoer
met buitenboordmotor aflegde.
tooverkracht die van den keizer uitging, had ook hem overwonnen.
Vernederd, beschaamd, nauwelijks wetende wat hij deed,
zonk hij op een knie en zijn degen bij de punt vattende,
bood hij hem den keizer aan.
Een vreemde ondoorgrondelijke glimlach speelde om des
keizers lippen. Zijn groote menschenkennis had hem met
een enkel woord een dubbel doel doen bereiken : hij had
een vijand ontwapend en een vriend gewonnen. En hij
stelde prijs op zulk een kampioen dien hij in deze troebele
tijden zeer noodig had.
„Behoud uw degen, monsieur le chevalier,” zei hij.
„Hij is, zooals ik zelf gezien heb, een machtig wapen, als
hij bestuurd wordt door een arm als de uwe. Treed in
mijn dienst en ik beloof u hij zal gebezigd worden op een
wijze zijner waard.”
„Hij is tot uw dienst van af dit oogenblik, Sire!”
'„Sta dan op, monsieur de St. Cyr, of zsfl ik zeggen gr. . . .”
„Neen, Sire,” viel de chevalier in, „laat mij bekend blijven
als St. Cyr, ten minste tot ik den naam dien ik verbeurd
heb, weer waardig ben!”
■ ~ .............................................................................................................................—.................-......... ........... .................................... ...................... -.... -
Onze Panorama-Tournée met het Schimmenspel van Ko Doncher
ÖCr
AAnze tournée wordt voortgezet en is een succes! Wanneer de plaats uwer inwoning aan de beurt is, let dan vooral op den bon die in uw exemplaar van Panorama zal liggen,
en die u recht geeft op een toegangsbewijs voor slechts 50 cents! — Ziehier wat de pers van Ko Doncker’s Schimmenspelen zegt:
De Telegraaf (CORNELIS VETH):
. . . Het is inderdaad de moeite waard, want wat Doncker
op het gebied van schimmen laat zien, wordt steeds
fijner en rijker. Het behoort tot de weinige zeer genoeglijke
dingen, die een uitgerust seizoen brengt, dit fraai
en vermakelijk schimmenspel, dat verleden jaar „de liefde
door alle tijden” en nu de schilderkunst met luchtige
scherts behandelt.
De Nieuwe Rotterdammer (JOH. DE MEESTER):
... De schimmen zijn geheel naar het voorbeeld, dat
indertijd de Chat Noir heeft gegeven van schalkschheid,
welke kunstwaarde heeft. De oubollige gedachte van „de
liefde door den loop der tijden’’ bleek uitgebeeld in grappig,
guitig, geestig verzonnen, maar fijn, bevallig, sierlijk ge
Öestorminq van Oen öriel.
sneden, soms prachtig tegen den lichten achtergrond
uitkomende figuren . . .
Het Nieuws van den Dag (J. H. RÓSSING):
De vertooning van Liefdes Schimmenspel kroont den
dichter, den zanger, den teekenaar, den humorist, den
illusionist, den ventriloquist, den „oberlicht-inspector”, den
albeheerscher Ko Doncker. Men looft zijn grappige verzen,
zijn mooie en fijne beeldengroepen — bijzonder dat
van Egypte en het keurige en fijne Japansche theehuis
— men is overbluft door zijn soms diepe stem, als komend
uit de ingewanden der aarde, en opgetogen als hij
zijne muziek, trommel, viool en clavecimbaal laat juichen
over liefde’s heerlijkheid. Ko Doncker brengt door zijn
gedicht ons uit ’t donker tot het licht. . .
NEDERL. ROTOGRAVDRE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN.
|