Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1951 tot 1955 van 11897
Nummer
1915, nr. 85, 21 oct. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 4 WANDÉLTOCHT DEN HAAG HOEK VAN HOLLAND EN TERUG. Een 25-tal vrijwillige landstormers van de afdeeling Den Haag, hebben model bepakt, onder leiding van den heer B. Veen en den korporaal Crooy een wandeltocht gemaakt van Den Haag naar Hoek van Holland en terug. Gemiddeld is van 6 tot 61/2 K.M. per uur geloopen. Hierboven de deelnemers, {foto Hijrnans) ! HOE ZICH NIEUWE STADSBEELDEN ONTWIKKELEN. Nu het voormalig Departement van Buitenlandsche Zaken op het Buitenhof te ’s-Gravenhage wordt afgebroken, krijgt men vanaf de Gevangenpoort door een nieuwen verbindingsweg, een direct uitzicht op het Spui. (foto „Rembrandt”) ^^^^alsche slang 1” De chevalier de St. Cyr, bij welken naam hij bekend was in het begin van het eerste keizerrijk, stiet dit woord uit met een «****» woede> die getuigde van het war. me bloed, dat hem door de aderen bruiste. Het fijne geurige briefje, dat hem zooeven overhandigd was en dat een uur vroeger door hem teeder gekust zou zijn, lag nu ineengefrommeld in zijn hand, een kleine keurig verzorgde, lenige, maar toch gespierde hand ; een hand sterk als staal, zooals chirurgen en schermmeesters bezitten. Met een toornige beweging wierp hij het briefje op den grond en ging langzaam naar het raam. Hij was bedrogen, schandelijk bedrogen en nog wel door een vrouw. Dat was de gedachte die op dit oogenblik zijn hersenen bezighield. De jonge, schoone gravin De Launay, die Versailles kort te voren bij storm veroverd had, was betooverend genoeg om minder vurige minnaars dan hij aan haar voeten te brengen. In haar eigen kring regeerde zij onbetwist. Zij was de grootste attractie buiten de onmiddellijke hofsfeer, waarvan zij zich trotsch verwijderd hield. Er werd zelfs gefluisterd dat zij de napoleontische dynastie niet gunstig gezind was, dat zij in haar hart den Bourbons toegedaan was en haar woning een verzamelplaats was van ontevredenen en samenzweerders. De chevalier de St. Cyr, jong, knap en ridderlijk, was door haar ontvangen met een beminnelijkheid, die jaloerschheid had gewekt bij menigen minder gelukkigen bewonderaar. Van het eerste oogenblik af trachtte zij hem aan zich te binden. Hij was onderhoudend en interessant en ontzag geen gevaar. Bovendien was er een romantische geheimzinnigheid rondom hem, want St. Cyr was klaarblijkelijk een aangenomen naam en zijn tegenwoordigheid te Versailles scheen in verband te staan met een geheime missie, waarvan HET NIEUWE GEBO Eenige vrienden van de Vereeniging te ’s-Gravenhage te klein worden, aankoop van het UW VAN HET ROODE KRUIS. „Het Roode Kruis’’, welker bureaux in het Voorhout hebben de vereeniging de gelden aangeboden tot perceel Princessegracht 27. {foto „Rembrandt") TENTOONSTELLING SCHILDERIJEN N E DE R LA N DSC H E ZEEHELDEN. Door de firma Kleykamp te ’s-Gravenhage is een tentoonstelling georganiseerd van schilderijen van Nederlandsche Zeehelden uit de 17de eeuw en hun tijd. De opbrengst komt ten goede aan het Haagsche Steuncomité. Deze expositie zal daarom bijzonder belangrijk zijn, omdat het aan H. H. M. M. de Koningin en Koningin-Moeder behaagd heeft, eenige schilderijen in te zenden, die anders nergens voor het publiek te bezichtigen zijn. De foto’s, die wij hierboven reproduceeren, stellen voor, links: een collectie miniaturen, waaronder een van Petito. toebehoorend aan H. M. de Koningin. Midden-boven: Portret van Prins Willem den Tweeden. Daaronder: Portret van Willem den Derden. Rechts: De vierdaagsche Zeeslag. (foto's ..Rembrandt.") de aard hem alleen bekend was. Ondanks haar onweerstaanbare coquetterie was de chevalier niet blindelings in haar net gevlogen. Daar was hij de man niet naar, om zich als de eerste de beste in haar armen te werpen. Zijn avontuurlijk leven had hem bedachtzaam gemaakt en hij was op zijn hoede voor haar; doch de listen van een schoone vrouw, die klaarblijkelijk belang stelde in alles wat hem betrof, hadden zijn gereserveerdheid overwonnen. Daar was zelfs zijn van nature teruggetrokken persoonlijkheid, niet tegen bestand geweest op den duur. Langzamerhand was hij meer en meer haar sympathie voor hem, als ongeveinsd gaan beschouwen en had hij, in vertrouwe lijke gesprekken, wanneer hij de bekoring van haar schoonheid als een zinnenbeneveling in zich voelde opkomen, haar dikwijls dingen verteld, die beter voor haar verzwegen hadden kunnen blijven. Dit was het begin geweest. Gaandeweg had St. Cyr de voorzichtigheid uit het oog verloren, zijn argwaan was verdwenen en in een oogenblik van zwakheid, toen hij geheel door haar bekoorlijkheid gevangen was, had zij hem het geheim weten te ontlokken, dat geen ander zelfs met de punt van het zwaard uit zijn keel zou hebben gewrongen. Dit zou noodlottig voor hem worden. En wat dit geheim dan wel was ? De chevalier de St. Cyr, dit werd gezegd in Versailles, was de afstammeling van een oud adellijk Fransch geslacht, zijn stamboom was lang en schitterend. De tradit van zijn geslacht waren bij hem vast ingeworteld en hij aanschouwde met jaloersche oogen de even snelle als wonderbaarlijke verrijzenis van den man uit het volk, den Corsikaan, tot de opperste macht. Dat was hem een doorn in het oog. Deze overweldiger, wiens ongebreidelde heerschzucht het hartebloed van Frankrijk had afgetapt, moest beslist van zijn troon worden rteergeworpen. Het kostte wat het kostte! ’n Vriend gewonnen» Episode uit het Eerste Keizerrijk.
PDF
Nummer
1915, nr. 85, 21 oct. 1915
Blad
05
Tekst
5 PANORAMA SLACHTOFFERS VAN DEN OORLOG. Veel wordt in Engeland gedaan om de dienstneming in het leger te bevorderen, veel wordt er echter ook gedaan om het lot te verzachten van hen, die hun opoffering voor het vaderland met verminking moesten bekoopen. Feesten van allerlei aard worden georganiseerd, om den gewonden hun leed draaglijk te maken; zelfs leert men in den oorlog blindgeworden soldaten.... dansen. Of dit nu echter wel zoo geschikt is, om hun het gemis der oogen minder te doen gevoelen, valt o. i. te betwijfelen. OORLOGSELLEN DE. De bevolking van ’t bezette gebied in N.-Frankrijk lijdt zeer onder den oorlogstoestand. Burgers, die in gewone tijden een goed bestaan hebben, zijn thans dikwijs gedwongen den Duitschers om een stuk brood te vragen, willen zij niet van honger omkomen. (V.F.B.) ÉEN OOSTEN RIJKSCH E BATTERIJ ZWAAR GESCHUT. Een Oostenrijksch-Hongaarsche batterij 15 c.M.- houwitsers, verdekt opgesteld aan het front in Galicië. De kanonnen zijn door ingraving bijna geheel voor het oog van den vijand verborgen. De houwitser dien men boven-midden op de foto ziet, wordt juist door de bedieningsmanschappen geladen. In ’t midden der afbeelding staat de batterijcommandant met zijn adjudant. EEN FRANSCH LUCHTSCHIP BUITGEMAAKT. Een Fransch luchtschip, dat gedurende een verkenningstocht boven de Duitsche linies genoodzaakt was te daten, en door de Duitschers werd buitgemaakt. MUNITIE-AAN MAAK IN FRANKRIJK. Bovenstaande foto, welke werd genomen in een Fransche fabriek tot het aanmaken van geschutsprojectielen, vertoont een projectiel van zeer groot kaliber, terwijl de werklieden bezig zijn de laatste hand eraan te leggen.
PDF
Nummer
1915, nr. 85, 21 oct. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 6 4-0 JAAR BURGEMÉESTER. Op 15 October was het 40 jaar geleden dat de heer A. Eriks, burgemeester werd van de gemeente Petten. Dit heuglijk feit werd door de inwoners op feestelijke wijze gevierd. Links: een wagen uit den op dien dag gehouden optocht, voorstellende het reddingswezen te Petten. Rechts: een aardige groep Noordhollandsche boerinnen. * (V.F.B.J Tot dit doel had hij zich verbonden met andere ondernemende mannen, die insgelijks op den tiran gebeten waren. Hun doel was den keizer gevangen te nemen of te dooden eri aldus Frankrijk te bevrijden van den vloek die er op rustte. Hun plannen waren zorgvuldig uitgesponnen, het geheim angstvallig bewaard en zij wachtten slechts op een gelegenheid om hun slag te slaan. Edoch — aan den vooravond van hun gewaagden aanslag brak er een donderbui los, die hen, met uitzondering van St. Cyr, naar alle uiteinden van Frankrijk deed uiteenstuiven. Een uur geleden had de chevalier van een vriend, den jongen Berchigney, die insgelijks in het complot was, een dringenden en ontstellenden brief ontvangen, waarin hem werd meegedeeld dat gravin De Launay in geheimen dienst was van den keizer en dat haar huis een hinderlaag was, waar door de bekoorlijke gastvrouw aan haar samenspannende aanbidders hun geheimen ontstolen werden. Elk woord dat St. Cyr haar verteld had, elke. mededeeling was overgebracht. De keizer was in het bezit van de namen van elk der samenzweerders. Hij hield ze in de holte van zijn hand en dat die hand nog niet dichtgeknepen was, kwam misschien omdat hij de samenzweerders vatten wilde op het oogenblik dat zij hun slag wilden slaan. Berchigney deelde zijn vriend verder mee, dat hij en de anderen hun heil in een onmiddellijke vlucht gezocht hadden en raadde hem aan geen tijd te verliezen hun voorbeeld te volgen. * Terwijl St. Cyr raasde van woede over den verraderlijken streek dien de schoone gravin hun gespeeld had, ontving hij van haar een vertrouwelijk briefje, waarin ze „haar lieve vriend” meedeelde, dat de argwaan van den keizer was opgewekt en dat diens gerechtsdienaars hem reeds bewaakten. Het was gevaarlijk, heel gevaarlijk om zich buiten zijn woning te begeven en zij bad haar „lieve vriend” thuis te blijven en niet naar zijn vrienden te gaan tot zij hem kon verzekeren dat het gevaar voorbij was. De chevalier doorzag den truc. Het was een nieuwe hinderlaag. Waarschijnlijk was het bekend dat de andere samenzweerders lont geroken hadden en gevlucht waren, en wilden ze zich ten minste van éen hunner verzekeren. Hij moest in zijn woning gearresteerd worden. Hij was snel besloten. Hoewel al zijn vrienden waren gevlucht en hij nu alleen overbleef om den storm het hoofd te bieden, verbood zijn trots hem Versailles te verlaten zonder de verraderlijke slang nog eenmaal ontmoet en haar heur schandelijk gedrag voor de voeten te hebben geworpen. Het was een stoutmoedige daad, maar stoutmoedigheid was een van zijn deugden. Zijn gepluimden hoed opnemende zettehij dien zwierig op het hoofd en verliet zijn woning. II. De onaangename, ijzig koude winterdag liep ten einde, toen St. Cyr zich naar buiten begaf. Eenmaal op straat kwam zijn gewone koelbloedigheid weder terug. Opgesloten in zijn kamers, belemmerd door de overdadige meubelen partij te trekken van zijn vaardigheid met den degen, zou hij in zeer ongunstige conditie zijn geweest als zijn vijanden hem overvallen hadden. GELDERSCH-OVERIJSELSCH E VEREEN. VAN PREDIKANTEN. De vergadering van de Geldersch-Overijselsche Vereeniging van Predikanten, te Arnhem op 14 dezer gehouden. (V.F.B.) Maar buiten, in de open lucht, voelde hij dat hij opnieuw en vrij uit kon ademen. Meester op den degen als hij was, tegen wien elk beproefd schermer het steeds had moeten afleggen, was hij zich bewust van zijn macht en bekwaamheid, die nu elk oogenblik onbeperkt te zijner beschikking waren. De straten van Versailles gaven in dezen tijd een even schilderachtig als opwindend schouwspel te zien. Oorlog hing er in de lucht. Bij iederen stap ontmoette men de schitterende uniformen der keizerlijke gardes, de groene van VERZORGING VAN DOOFSTOMME EN BLINDE KINDEREN. De Vereeniging tot verzorging van doofstomme en blinde kinderen „Effatha”, hield op 14 dezer te Utrecht een algemeene vergadering. de pioniers, de witte der lanciers, de artillerie-officieren in hun sobere, maar nette zwart-met-goud-gegalonneerde kleedij. Menige trotsche uitdagende blik werd op hem geworpen en door hem met een even uitdagenden terugbetaald. Ieder van hen, neen, elk paar van hen, zou hij gaarne met de punt van zijn degen ontmoet hebben. Hen vreesde hij niet, maar wel het verraad. Een aanval van achteren, een mantel over zijn hoofd geworpen en dergelijke onridderlijke aanvallen. Ondanks zijn onversaagdheid was hij te voorzichtig de woning van de gravin de Launay op zijn gewone nonchalante wijze te naderen. Hij wist dat overal op straat zich spionnen bevonden, vermomd als eenvoudige burgers; zelfs op dit oogenblik werd hij misschien door vele oogen bespied. Hij liep op zwak ijs en alle mogelijke voorzorgen dienden dus genomen te worden. Toen* hij eindelijk het huis bereikt had, wikkelde hij zich in zijn mantel, drukte zijn hoed diep in de oogen en stapte, na den conciërge een trotsch knikje gegeven te hebben, de vestibule binnen. Onaangediend binnentredende, liep hij voort met den beslisten stap van iemand, die een vast doel voor oogen heeft. De gravin de Launay doorliep de schitterend gemeubelde vertrekken, door zilveren lampen in een zacht roseachtig schijnsel gehuld, toen het zachte geluid van een openende deur haar snel het hoofd deed omwenden. Als vastgenageld bleef zij staan en haar schoon gelaat verstarde, want daar in de deuropening stond de elegante chevalier de St. Cyr, nu niet galant buigende, maar hoog opgericht, streng, dreigend. „U hier, chevalier ?” vroeg ze, in haar verrassing haar waakzaamheid uit het oog verliezende. Een bittere lach speelde om de lippen van den chevalier. Hij had haar verrassing gezien, den schrik op haar sprekend gelaat, de onzekerheid in haar houding. Als hij nog aan haar verraad getwijfeld had, was hij nu overtuigd. Hij trad de kamer binnen en boog. „Geen wonder dat u verrast is, madame,” zei hij trots en afgemeten. „U was zoo goed mij in uw briefje aan te raden in huis te blijven ; ik wenschte echter niet in een hinderlaag gelokt te worden.” In koele afwijzende houding, als verwachtte zij een aanval, stond ze daar en zag hem aan. „U spreekt in raadsels, mijnheer,” kwam het verachtelijk van haar lippen. „Misschien wilt ge u nader verklaren.” „Zijn er verklaringen noodig, madame ?” Ik dacht van niet I” „Spreek duidelijk 1 Waar doelt u op ?” „Op de gevaren die mij op dit oogenblik omringen.” „Deze gevaren zijn ongetwijfeld een gevolg van uw eigen roekeloosheden,” antwoordde zij met bewonderenswaardige zelfbeheersching. „Roekeloosheden ? Zeg liever: dwaasheden 1 We zijn roekeloos als we te groot vertrouwen stellen in vrienden ; dwaas als het een vrouw betreft.” Een snelle doordringende blik gaf haar zekerheid omtrent hetgeen zijn geest bezighield. Op een of andere wijze had hij vernomen, welke rol zij gespeeld had en op de hem eigen onverschrokken manier had hij zich tegen het gevaar gekeerd en haar opgezocht om haar verraderlijk gedrag haar voor de voeten te werpen. Deze overweging deed haar het masker afwerpen. Met een harde vijandige schittering in haar oogen, oogen die anders zoo zacht en betooverend konden schijnen, naderde ze hem. Zij scheen besloten zijn trots en stoutmoedigheid neer te drukken door hem de hopeloosheid van zijn toestand te doen kennen. Hem te doen sidderen zou haar een ongekend genot geven. „Zoo! De chevalier de St. Cyr dacht zich bekwaam genoeg met zijn zwakke krachten den strijd aan te binden tegen den grooten keizer ?” klonk het schimpend. „Binnen een uur zal hij het vernietigend gewicht voelen van de stalen vuist!” De slag trof geen doel. Het was of een dolk van glas brak op een maliekolder. „De woede van een leeuw 1 Laat hem razen zooveel hij wil, hem kan men ridderlijk te gemoet treden,” antwoordde hij. „Het is tegen valschheid van de slang dat men op zijn hoede moet zijn.” De trots in haar blik was verdwenen. Haar
PDF
Nummer
1915, nr. 85, 21 oct. 1915
Blad
07
Tekst
PANORAMA A. D. SCHOOLEMAN. S. SITTERS. . nenlucht kwam hem te gemoet. Een gevoel van veiligheid werkte kalmeerend op zijn zenuwen. Misschien zou het hem toch nog gelukken aan zijn vijanden te ontkomen. Eindelijk bereikte hij een open plek, waar een pad naar boven liep over een kleinen heuvel, aan den voet waarvan zich een ruïne bevond, waarschijnlijk het overblijfsel van een lustoord der vroegere Fransche koningen. Getroffen door het schouwspel van verlatenheid en verDe heer A. D. SCHOOLEMAN, onderafdeelingschef bij de Maatschappij tot exploitatie van Staatsspoorwegen, afdeeling Fractie te Zwolle, gaat 1 November a.s. eervol met pensioen den dienst der Mij. verlaten. — De Eerwaarde heer S. SITTERS, oppervoorzanger der Israëlitische Gemeente te Leeuwarden, herdacht verleden week onder vele blijken van hoogachting zijn 50-jarige ambtsvervulling, waarvan 35 jaar in bovengenoemde gemeente. zelfvertrouwen was geknakt. Zij huiverde van het hoofd tot de voeten van woede en schaamte. Den vinger naar hem uitstrekkende, zoodat de mouwen van kostbare oude kant terugvielen en haar fraai gevormde armen te zien kwamen, wees ze hem gebiedend de deur met de woorden: „Ga, mijnheer ! Ga, naar uw dood !” Met bevallige galanterie boog de chevalier voor haar en verliet statig en kalm het vertrek, een glimlach van voldoening op de lippen. De ontmaskering van zijn vijandin was balsem geweest voor zijn gewonden trots. III. HART NIBBRIG. + A. HURKS. P. H. A. VAN HOGERLINDEN, f THÉCLA BRUCKWILDER. De bekende lieder- en oratoriumzangeres, Mevrouw THÉCLA BRUCKWILDER, uit Brussel, die onlangs met zeer veel succes in het Kurhaus te Scheveningen zong, zal onder leiding van het Internationaal Concert- en Theaterbureau de Haan & Co., een tournée maken door ons land. Haar eerste concert zal zij geven te’s-Gravenhage in Diligentia. (foto Vermeulen). — Op 49-jarigen leeftijd overleed te Laren de bekende kunstschilder HART NIBBRIG. Zijn opleiding ontving hij aan de Rijks-Academie. Als figuurschilder begonnen, legde hij zich voornamelijk op net landschap toe. Van richting behoorde hij tot de modernen, d.w.z. hij trachtte door een systematische kleuropvatting naar groot licht in zijn werk. Toen hij weer in de buitenlucht en in de schaduw van de rustige straat was, stond opeens het gevaarlijke van zijn positie hem weer duidelijk voor oogen. Hij had nu in de gravin een bittere en onmeedoogende vijandin gekregen. De keizer zelf was minder te vreezen dan dit woedende, wraakzuchtige creatuur. Eén verkeerde stap, één aarzeling, en het was met hem gedaan. Zijn leven hing af van den eersten stap. Waar moest hij dien stap heenrichten ? Naar zijn kamers terugkeeren ? Daar was niet aan te denken. Waarschijnlijk werden ze op dit oogenblik bewaakt door geheime politie. Hij bleef een oogenblik staan, de hand onder de kin. Voor hem, achter hem, aan alle zijden wachtte hem het gevaar. Met het instinct van een man, wiens leven herhaaldelijk in gevaar is geweest, scheen hij de tegenwoordigheid van zijn vijanden te voelen. Daar schoot hem opeens iets te binnen. Hij herinnerde zich een kleine herberg buiten Versailles, waar hij en zijn vrienden elkander meermalen hadden ontmoet, om verdenking af te wenden. Den kastelein kende en vertrouwde hij. Een goed paard, het eenige wat hij thans noodig had, kon hij daar krijgen. Dus naar die herberg! De kortste weg lag door het oude hertenpark. Met nog een laatsten doordringenden blik op de vensters van gravin De Launay’s woning spoedde hij zich haastig voort. Zoolang hij zich in de straten bevond, was hij op eiken overval voorbereid. Van onder den breedgeranden zijn oogen, eiken donkeren hoek doorvorschende of er zich , wellicht een of meer vijanden verborgen hielden. Doch ofschoon menigeen de fiere ridderlijke verschijning nastaarde, werd hem niet het minste in den weg gelegd. Den hoofdingang van het park vermijdende, richtte hij schreden naar een klein zijpoortje. Eenmaal binnen spoedde hij zich tusschen het houtgewas door zoo snel het hem mogelijk was. Hij ontmoette geen levende ziel. Na de drukte in de straten, was de rust hier voor hem een verlichting. Een heerlijke den- 14 October herdacht de heer A. HURKS te Breda den dag waarop hij voor 60 jaar in dienst trad van de firma Wagemakers aldaar. — Te Arnhem overleed de heerP. H. A. v. HOGERLINDEN, hoofdcommies ter gemeentesecretarie aldaar. De overledene was een zeer gezien burger van Arnhem. gankelijkheid, dat deze ruïneaanbood, bleef hij een oogenblik staan. De plek maakte indruk op zijn gemoed. Rondom de ruïne groeide hoog struikgewas doorsneden van smalle paden. Een dezer paden sloeg hij in. Nauwelijks had hij een dozijn passen voortgeloopen of ’n zwak, maar onmiskenbaar geluid drong tot hem door. Het was het geluid van een gespoorden hak op den bevroren grond. In een oogwenk had hij zich omgekeerd, de hand aan zijn rapier. Vlak bij de ruïne, langs het pad dat hij juist gekruisd BEUKENOOTJES ZOEKEN IN HET HAAGSCHE BOSCH. hoed glinsterden had, kon hij drie hoofden boven de haag zien uitsteken. De schurken hadden hem zeker gevolgd. Met het instinct van een geboren schermmeester om onmiddellijk het gevaar te verkennen, deed hij zijn mantel af en wikkelde dien om zijn linkerarm. Het volgende oogenblik had hij zijn gevreesden degen getrokken en wachtte zijn aanvallers af. Geen oogenblik te vroeg! Als afgesproken slopen de drie kerels op hem af. Hun voornemen was duidelijk. De chevalier las het in den vijandigen blik hunner oogen, in hun dreigende gelaatstrekken. Er volgde geen uitdaging, geen bevel zich over te geven. De aanvallers kenden klaarblijkelijk de reputatie van dezen man en dachten hem te overmeesteren in een gezamelijken, woedenden aanval. Iets als een gevoel van verlichting doortintelde den chevalier, toen hij de mannen zag naderen. Het was een vreeselijk ding voort te vluchten, omringd door verborgen, ongeziene vijanden, niet wetende van waar de slag komen zal; doch het is iets heel anders zijn vijanden van aangezicht tot aangezicht te zien met ongeveer een meter staal in de hand. Met het lichaam voorovergebogen voor den aanval, op zijn hoede, stond hij daar hen op te wachten. Laat ze komen binnen het bereik van zijn degen en lenig als een panter zal hij op hen afspringen. Eindelijk valt de eerste, de stoutmoedigste uit, en tracht hem een steek toe te brengen. Hij betaalt deze daad * duur. Zijn rapier ontmoet slechts een . soliden, dik opgerolden mantel, doch op hetzelfde oogenblik is hij het doelwit van den zelden falenden degen des chevaliers. De kerel is onmiddellijk buiten gevecht gesteld. Diens rapier stak intusschen nog in den mantel en St. Cyr, vreezende dat dit hem in zijn beweging zou belemmeren, wierp den mantel van zich. Zijn geestdrift nam oe. Zijn oude, toomelooze stoutmoedigheid kreeg weer de overhand over hem. Hij schoot in een spottenden lach. „Eh bien, messieurs?” riep hij den beiden anderen aanvallerstoe, die door het ongeluk, hun strijdgenoot getroffen, een oogenblik uit het veld geslagen (Foto v. Tol). waren. „Zullen we opnieuw beginnen ? Ik ben tot uw dienst. Ik wacht reeds !” Zij hadden geen aansporing meer noodig. Beiden tegelijk schoten ze op hem toe. Zij vielen hem aan met een woede, )m die blijkbaar ten doel had hem te overweldigen, voordat hij gelegenheid had zijn meesterschap op den degen te toonen. Het was een even zeldzame als opwindende strijd. Staal kletterde tegen staal in de koude avondstilte; de heete adem ontvlood als een lichten damp den neusvleugels der strijdenden, hun oogen schitterden in het half duister. De degens flikkerden als bliksemstralen. De aanvallers, teruggedrongen bij hun eerste pogingen, vochten zijn W. O. A. KOSTER. t lid der Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het district Assen benoemd, ter vervanging van den heer Mr. van Deventer, de heer M. O. A. Koster. (V.F.B.) MOEDER JOHANNA BAL.JON, Verleden week heeft Moeder Johanna Baljon, Directrice van het Diaconessenhuis te Rotterdam, afscheid genomen als zoodanig. Behalve het Bestuur van het Diaconessenhuis en de zusters, waren ook vele vrienden en familieleden tegenwoordig. {foto Berssenbrugge.) ' ONTSNAPTE KRIJGSGEVANGENEN. Verleden week kwam te Sittard een drietal Russen aan die uit het krijgsgevangenenkamp te Königsbrück (Duitschland) waren ontvlucht. Den geheelen afstand hadden zij te voet afgelegd, waarbij zij aan menig gevaar slechts ternauwernood waren ontsnapt. Toevallig bevond zich te Sittard een tweetal Hollandsche globetrotters — twee padvinders uit Rotterdam, die ongeveer ons geheele land hadden afgeloopen — die met de Russen op onze foto vereeuwigd werden. (V.F.B.)
PDF
Nummer
1915, nr. 85, 21 oct. 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA 8 ” . OM DE KRÖÖn7~ LYRISCH DRAMA IN 5 BEDRIJVEN VAN FRANQOIS COPPÉE. I n het Circus Oscar Carré is door het Tooneelgezelschap van den Rotterdamschen Schouwburg-Circus, directeur M. Spree, opgevoerd het beroemde lyrische drama van Fran^ois Coppée: „Om de Kroon”, een der bekendste werken — ook in ons land — van den grooten Franschen schrijver. Er gaat van dit stuk, dat een drama is van strijd, van kracht en krijgsmanstaal, een machtige romantische bekoring uit, die niet nalaat invloed uit te oefenen’op de toeschouwers. Onze foto's vertoonen: Links, in de bekende volgorde: Prins Constantijn - M. Spree; Militza - Mevr. Spree. Midden: Het laatste bedrijf: de dood van Prins Constantijn. Rechts: Mevr. Spree als Militza. {foto s Laddê). nu weer omzichtig, ijverig een opening zoekende in de stalen borstwering vóór hen. Door deze tactiek werd de toestand van den chevalier aanmerkelijk gevaarlijker. Het eischte al zijn vaardigheid en volharding deze twee V1JF-PROVINCIENTOER. De heer en mevr. van Kempen, van de'Koninklijke Amsterdamsche Roei- en Zeilvereeniging „De Hoop", in hun wherry „Baby", waarmede zij alle trajecten van den vijf-provinciëntoer, welke van 15 Juni—15 Sept. 1915 is gehouden, gedeeltelijk roeiende, gedeeltelijk zeilende aflegden. * van hem af te houden. Doch zelfs één tegen twee, en deze twee waren geen te verachten tegenstanders, handhaafde hij de reputatie die hij als schermmeester in Frankrijk gewonnen had. De allee was zoo smal dat hij in staat was de beide mannen steeds voor de punt van zijn degen te houden. De aanvaller rechts van hem, dit bemerkende, trachtte achter hem om te sluipen, doch een snelle uitval van St. Cyr verhinderde hem in dit voornemen. Plotseling in het heetst van den strijd, zonder de minste waarschuwing, trokken de beide aanvallers zich terug met iets ais ontzag in hun houding. De chevalier, een nieuweren truc vreezende, hield hen nauwkeurig in ’t oog, steeds op zijn hoede. De mannen letten echter niet meer op hem, doch staarden met open mond naar de heg aan hun rechterzijde, als hadden ze een geestverschijning gezien. IV Met een dwaas, niet te verklaren gevoel van de tegenwoordigheid eener machtige persoonlijkheid, wendde hij het hoofd in dezelfde richting en — een ontzag zooals hij nog nimmer gekend had doortrilde zijn geheele wezen. Daar, boven de haag zag hij een gelaat, koud, onbeweeglijk, gebiedend, een gelaat dat hem scheen te versteenen: het gelaat van den keizer. Zich langzaam omkeerende liep hij naar een opening in de heg en kwam hierdoor in de allee. St. Cyr’s blik volgde hem. Het scheen hem onmogelijk de oogen van dezen man af te houden. Hij wendde zich zelfs om, als door een machtigen magneet aangetrokken, zoodat hij met zijn rug naar zijn aanvaller gekeerd stond. De keizer, de kin op de borst gezonken, de handen op den rug, naderde de plek. De korte stok waarmee hij gewapend was, bewoog zich heen en weer langs zijn langen mantel als de staart van een woedenden leeuw. Met ’n wenk van z’n hoofd beval hij den beiden aanvallers te vertrekken, die hieraan onmiddellijk gevoig gaven, het lijk van hun kameraad medenemende. St. Cyr was nu alleen met den keizer. Voor het eerst boog de chevalier het trotsche hoofd en de punt van zijn degen zonk tot op den grond alsof ze van lood was. Daar voor hem, ongewapend en aan zijn genade overgeleverd stond de man, tegen wiens leven hij had samengespannen en hij kon den arm niet opheffen, het was alsof hij verlamd was. De keizer stond in een onbeweeglijke houding, volkomen meester van den toestand. „Zoo, monsieur le chevalier,” zei hij eindelijk en ieder woord klonk snijdend als een mes. „Terwijl er vijanden van Frankrijk te bevechten zijn, terwijl er roem op ’t slagveld behaald kan worden, is het aan het verraad dat je je VIJF-PROVINCIËNTOER. De heer en mevrouw Dr. R. J. Th. Meurer, en hun zoons in de wherry „Rujamanik’', waarmede zij alle trajecten van den toer roeiende aflegden. zwaard gewijd hebt. De leden van uw familie, monsieur, waren gewoon hun wapenen voor edeler doel te gebruiken.” De chevalier was verstomd. De onweerstaanbare magische VIJF-PROVINCIËNTOER. De heer J. H. Roosenboom uit Utrecht, lid van het Comité voor Wherrywedstrijden, in zijn sloep „Beatrix”, die alle trajecten van den vijf-provinciëntoer met buitenboordmotor aflegde. tooverkracht die van den keizer uitging, had ook hem overwonnen. Vernederd, beschaamd, nauwelijks wetende wat hij deed, zonk hij op een knie en zijn degen bij de punt vattende, bood hij hem den keizer aan. Een vreemde ondoorgrondelijke glimlach speelde om des keizers lippen. Zijn groote menschenkennis had hem met een enkel woord een dubbel doel doen bereiken : hij had een vijand ontwapend en een vriend gewonnen. En hij stelde prijs op zulk een kampioen dien hij in deze troebele tijden zeer noodig had. „Behoud uw degen, monsieur le chevalier,” zei hij. „Hij is, zooals ik zelf gezien heb, een machtig wapen, als hij bestuurd wordt door een arm als de uwe. Treed in mijn dienst en ik beloof u hij zal gebezigd worden op een wijze zijner waard.” „Hij is tot uw dienst van af dit oogenblik, Sire!” '„Sta dan op, monsieur de St. Cyr, of zsfl ik zeggen gr. . . .” „Neen, Sire,” viel de chevalier in, „laat mij bekend blijven als St. Cyr, ten minste tot ik den naam dien ik verbeurd heb, weer waardig ben!” ■ ~ .............................................................................................................................—.................-......... ........... .................................... ...................... -.... - Onze Panorama-Tournée met het Schimmenspel van Ko Doncher ÖCr AAnze tournée wordt voortgezet en is een succes! Wanneer de plaats uwer inwoning aan de beurt is, let dan vooral op den bon die in uw exemplaar van Panorama zal liggen, en die u recht geeft op een toegangsbewijs voor slechts 50 cents! — Ziehier wat de pers van Ko Doncker’s Schimmenspelen zegt: De Telegraaf (CORNELIS VETH): . . . Het is inderdaad de moeite waard, want wat Doncker op het gebied van schimmen laat zien, wordt steeds fijner en rijker. Het behoort tot de weinige zeer genoeglijke dingen, die een uitgerust seizoen brengt, dit fraai en vermakelijk schimmenspel, dat verleden jaar „de liefde door alle tijden” en nu de schilderkunst met luchtige scherts behandelt. De Nieuwe Rotterdammer (JOH. DE MEESTER): ... De schimmen zijn geheel naar het voorbeeld, dat indertijd de Chat Noir heeft gegeven van schalkschheid, welke kunstwaarde heeft. De oubollige gedachte van „de liefde door den loop der tijden’’ bleek uitgebeeld in grappig, guitig, geestig verzonnen, maar fijn, bevallig, sierlijk ge­ Öestorminq van Oen öriel. sneden, soms prachtig tegen den lichten achtergrond uitkomende figuren . . . Het Nieuws van den Dag (J. H. RÓSSING): De vertooning van Liefdes Schimmenspel kroont den dichter, den zanger, den teekenaar, den humorist, den illusionist, den ventriloquist, den „oberlicht-inspector”, den albeheerscher Ko Doncker. Men looft zijn grappige verzen, zijn mooie en fijne beeldengroepen — bijzonder dat van Egypte en het keurige en fijne Japansche theehuis — men is overbluft door zijn soms diepe stem, als komend uit de ingewanden der aarde, en opgetogen als hij zijne muziek, trommel, viool en clavecimbaal laat juichen over liefde’s heerlijkheid. Ko Doncker brengt door zijn gedicht ons uit ’t donker tot het licht. . . NEDERL. ROTOGRAVDRE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1951 tot 1955 van 11897