|
16
DE „ZEEAREND” !N DE MAASHAVEN OMGESLAGEN.
Het lichten van het s.s. „Zeearend”, dat met een lading riet aan boord, in de Maashaven te Rotterdam, is omgeslagen. Op de linker foto ziet men
het schip half gelicht, terwijl men bezig is de lading te bergen. De rechter afbeelding toont de electrische pomp in werking, waarmede het water uit
het schip werd gehaald. Deze pomp verwerkt per uur 250.000 M3 water.
PANORAMA
In verloren
oogenblikken, als
Loesje onrustig
sliep, schreef ze
in haar dagboek
al haar wanhoop,
al haar angst;
en soms snikte
ze het uit op de
beschreven bladen
: ,,O God,
het kan toch
niet, het mag
toch niet, dat
Loesje niet beter
wordt. Ik voelde
me zoo goed, zoo
goed. En waarom
moet ik nu
zóo gestraft worden.........”
Maar dan
richtte ze zich op
methaarherwonnen
veerkracht
en ging weer
kalm bij Loesje’s
bedje zitten en
legde de koele hand op het gloeiende koortshoofdje en wachtte,
wachtte, of de koorts nu eindelijk niet af zou nemen, of
dat .... en dan drukte ze haar tanden in de onderlip,
om toch vooral niet weer te huilen. Toen tien lange, bange
dagen voorbij waren, begon de koorts af te nemen. Langzaam
knapte Loesje op en toen de kleine meid voor het eerst
weer opzat, schreef ze den laatsten zin in haar dagboek.
En daaronder liet ze Loesje met groote, kromme potloodletters
schrijven : „Paps, kom je asjeblieft gauw bij Mammy
en Loesje terug?”
En zoo verzond ze het!
Na twee weken was Loesje weer de oude, dartelden de
vlugge voetjes weer door het huis, schalde het zangerige
stemmetje eiken dag: „Komt Paps nu vandaag, Mammy?”
„Vandaag nog niet, Loesepoes.”
„Maar toch gauw, hè Mammy ?”
„Ja kindje, heel gauw hoor!” — „En gaat Paps dan nooit
meer weg ?” — „Nee, nooit meer, hoor lieveling.”
Toen Loesje weer naar school ging, hervatte ze haar
werk op kantoor. — „We hebben u gemist Mevrouw”,* zei
mijnheer Mulder hartelijk. Bleeker dan vroeger, het gezichtje
smaller geworden, dook ze weg in den clubstoel,
waar ze het eerst in gezeten had, maar haar oogen glansden
bij hetJdee, dat ze straks Loesje zou halen uit school,
dat Loesje haar te gemoet zou springen, en aan haar arm
gaan hangen en vertellen honderd uit over de juffrouw en
de vriendinnetjes.
Langzaam en aandachtig las ze de correspondentie van
maanden door, en ze gaf zich met haar geheele hart aan de
zaak, om toch-vooral op de hoogte te zijn van alles, als
Dick terug was. Als Dick terug was...........
Den volgenden dag kwam er een telegram : „Ben op
de terugreis Koningin Emma.” — Dién dag kon ze niet
werken, ging ze wandelen ver buiten de stad, kwam ze
Loesje van school halen met gloeiende wangen en stralend
gezicht. — „Wat ben je mooi, Mammy” zei Loesje verrukt.
En toen juichte ze bijna : „Loesepoes, nu is Paps gauw bij
ons hoor!” —
Het eerst keek ze ’s morgens de scheepsberichten na.
Hij kwam dichter bij, eiken dag dichter. Maar wat duurde
het nog lang ! Ze werkte energiek naast mijnheer Mulder
voort, speelde thuis veel met Loesje, luisterde met onuitputtelijk
geduld naar Loesje’s gesnap over Paps, hoe ze
met Paps zou spelen en wandelen, en dat haar Paps toch
veel liever was dan die van Marietje, of Zus, of Catootje.
Dan lachte ze en soms danste ze met Loesje door de kamer,
om uiting te geven aan haar verlangen en haar geluk.
Ook bezocht ze de kennissen, die haar het sympathiekst
geweest waren, toen Dick er nog was. En als haar stralend,
elegant persoontje binnenkwam, zoo geheel verschillend
van de grillige, trotsche nerveuze vrouw van een jaar
geleden, dan verwonderden velen zich over die groote verandering.
En altijd dieper glansden de oogen, en altijd
gelukkiger lachte haar gezichtje, wanneer ze voor de zooveelste
maal herhaalde: „Ja, Dick komt met de Koningin
Emma terug. Ik verwacht hem nu met een dag of tien” —
En als er eens een stem ironisch zei: „U zult wel verlangen
zeker?” dan antwoordde ze zoo spontaan-gelukkig : „Of
ik verlang? O Mevrouw, ik verlang ontzettend,” dat de
aangesprokene geheel ontwapend dacht : „Zouden we ons
zóo in haar vergist hebben ?”
En eindelijk kwam de dag, dat zij en Loesje bloemen
gingen bestellen. Een weelde van bloemen moest ze in huis
hebben. En samen met Loesje versierde ze de kamers,
’s Avonds om 6 uur zou Dick aankomen, en om 5 uur
ging ze zich kleeden ; buiten gierde de wind, en vielen de
EEN SLEEPBOOT GETAKELD.
Een hoogst interessante foto genomen tijdens het aan boord van het s.s.
„Kambangan” brengen van de sleepboot „Hector”, die bestemd is voor Indië.
Het aan boord hijschen geschiedde met een der reusachtige kranen van
de Nederlandsche Scheepsbouwmaatschappij te Amsterdam. (V.F.B.)
herfstbladeren neer in den tuin. Maar binnen was alles
zomer en licht en warmte. — Loesje danste al rond in haar
witte jurkje, de vlugge blauwe strik springend op en neer
in haar blonde krullen.
„O Mam, wat een mooie japon, Mammy,” schalde ze
aldoor bewonderend. Ja, het was een mooie japon, een,
die ze voor vandaag had laten maken. Schitterend kleedde
haar de groene Liberty-zij, met de breede ceintuur en den
rijken kanten
kraag.
„Mam, die is
voor u, die moet
u dragen”, vleide
Loesje, en lachend
stak ze,
staande voor den
hoogen spiegel,
de bloem van
Loesje in haar
ceintuur. Ze wist
het, dat ze Dick
zou charmeeren
met haar uiterlijk,
en ze wist
het ook, dat Dick
haar veranderd
zou vinden, heel,
heel veel veranderd
. .
Toen nam ze
Loesje bij de
hand en gingen
ze naar beneden,
waar ze met verrukking
rondkeek
in de kamers
vol bloemen, en steeds nog iets te verschikken vond, opdat
alles toch nog maar mooier en schitterender zou zijn.
Plots hield een auto stil. . . Ze hield Loesje, die weg wou
hollen, stevig bij de hand vast, en toen ging de deur open.
en daar stond Dick, groot, flink, gebruind. Ze hoorde
Loesje’s stemmetje : „Paps, Paatje.” En toen voelde ze
zijn sterke armen om haar heen en ze kon niets doen dan
huilen, snikken van blijdschap met haar gezicht tegen zijn
schouder. En zoo zacht en teer fluisterde zijn stem : „Vrouwtje,
m’n eigen lieve vrouw,” dat ze opeens vond, dat dat
geluk haast te groot was...........
Maar Loesje dwong om Paps, en ze kon zich langzaam
herstellen. Aan tafel kon ze niet eten en ze keek hem maar
aan met haar glanzende, blijde oogen en als hij haar over
tafel heen toeknikte met z’n innigen blik, dan glimlachte
ze terug, lief en vól overgave ....
Toen Loesje naar bed was, bleven ze samen in de geurige
kamer vol bloemen, en^heel dicht leunde zijn donkere hoofd
naast haar blonde kopje in de divan-kussens.
„Dick?” vleide haar stem zacht. — „Ja vrouwtje?”
„Je bent nu niet bang meer voor de toekomst met mij,
hè ? — Ik zal heusch heel erg mijn best doen hoor !”
Hij lachte en kuste de heldere oogen dicht.
Maar ze richtte zich weer op. „Ik moet toch nog iets
zeggen Dick. Ik . . ik was al lang niet meer jaloersch op
Emma Faessen, hoor ! En ik zou haar graag eens weer
willen ontmoeten. En ik ben veranderd hoor Dick, heusch.”
„Lieveling, je dagboek heeft me immers alles gezegd.
Toen heb ik je zoo goed begrepen. En je weet toch, dat ik
direct weggegaan ben, toen ik het gelezen had. Ik heb
alle verdere zaken in Indië maar schriftelijk afgedaan,
om toch maar gauw, gauw bij je te zijn.”
„O Dick I” en de fijne handen drukten de zijne.
„En toen ik las hoe ziek Loesje geweest is, toen vond
ik je zoo’n dapper vrouwtje, omdat je dat zoo kranig
alleen gedragen hebt.”
„’t Was wel een wanhopige tijd, Dick.”
„Maar het is nu voorbij, hè lieveling? En in ’t vervolg
zullen wij altijd samen zijn, en zul je je man nooit meer
laten gaan, hè ?”
„Nooit meer Dick. En ik mag je in zaken blijven helpen,
nietwaar? Ik vind het zóo heerlijk.”
„Natuurlijk mag je dat. Ik heb nooit geweten, dat ik
zoo’n business-vrouwtje had.”
Even hing de innige stilte om hen heen. Toen zei zijn stem
plotseling, heesch van ontroering :
„God, wat hèb ik naar je verlangd, vrouw, vrouwtje ...”
„O, en ik dan Dick . . .”
De groote schemerlamp wierp haar zacht-rose schijnsel
door de kamer, en verleende haar gezichtje een wondere
bekoring ; de bloemen geurden en nijgden de kopjes zegenend,
en terwijl ze zich oprichtte en zijn donkere hoofd
innig tusschen haar handen nam, zei ze zacht: „Nu ben je
gelukkig met me, hè Dick? Nu ben je gelukkig, hè?” ....
en dan, weer door zijn sterke armen omvat: „O Dick........ ”
RECTIFICATIE. De in ons vorig nummer gereproduceerde foto’s der
Schilderijententoonstelling van Piet Rackwitsz, zijn niet van M. M. Couvée,
zooals wij abusievelijk vermeldden, doch van de „Vereenigde Foto-Bureaux”.
De panorama-Tournée met Ko Doncker’s Schimmenspel
Een ridder, onledig met ’t steekspel.
W
ij hebben u reeds verteld dat wij met Ko Doncker en zijn Schimmenspel door Nederland reizen.
Het is echter misschien niet overbodig u nogmaals te wijzen op de éenige gelegenheid die wij u
thans aanbieden: als abonné op Panorama kost u de toegang tót de voorstelling slechts 50 cents.
Let dus op den bon, dien ge in uw exemplaar zult vinden liggen zoodra het schimmenspel in de plaats
uwer inwoning vertoond wordt. Ko Doncker’s schimmen, kunstig en smaakvol gesneden, hebben tevens
een humoristischen kant, die nog sterker spreekt door den steun der muziek en de geestige declamatie
van den teekenaar. Het is een eigenaardig genot naar zijn kunst te gaan zien en hooren ; nu eens
zijt ge in stille bewondering voor de prachtige poëtische schim van het Japansche theehuis of de geweldige
silhouet van de voorbijstormende Hunnen, dan weer moet ge het uitschateren om den droog-komieken
tekst dien Doncker zoo leukweg voordraagt. — Vergeet vooral niet het tekstboekje te koopen ; ge
kunt er Doncker’s verzen nog eens in nalezen en u verbazen welke groote effecten hij met eenvoudige middelen
weet te verkrijgen. De schimmenspelen zijn niet alleen een allervermakelijkste tijdpasseering, zij zijn ook het
werk van een begaafd kunstenaar dat voor de beroemde Parijsche silhouetten in den Chat-Noir niet onderdoet.
Tijgers, door negers aan het zeel
meegevoerd.
NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN.
|