|
PANORAMA 14
net zoo hard als zij verlangde, dat wist Loesje zeker.
En terwijl Loesje sprak met haar poppen over den vader,
die weg was, lag de Moeder stil op den divan, en dacht
en dacht, zooals ze al zoovele weken en maanden gedacht
had aan haar groote verdriet. Ze kón niet spelen met Loesje,
zooals ze wel graag wilde, ze was misschien geen goede
moeder, ze was ook geen goede vrouw geweest, zei de wereld.
Ze had zichzelf leeren kennen in de maanden, dat
haar man nu weg was, Paps, zooals Loesje altijd zei. ,,O
Paps” kreunde ze zacht, en dieper drukte ze haar hoofd
in de zijden divan-kussens. — Zij was altijd een verwend,
heerschzuchtig persoontje geweest, en toen ze verloofd
was met Dick, waren er ook al vaak onenigheden geweest.
Maar ze dacht altijd, dat het wel beter zou gaan, als ze
maar eens getrouwd was. Ze hielden
toch immers van elkaar, o,
ze hield dol, dol-veel van Dick.
Maar toen ze getrouwd waren, ging
het niet beter. Ze huiverde even,
toen ze eraan dacht, hoe gauw ze
ontdekt hadden, dat ze niet bij
elkaar pasten. Zij met haar nonchalance
irriteerde Dicks correctheid
voortdurend, maar het ergste
was, dat hun beider heerschzuchtige
naturen voortdurend in botsing
kwamen. Ze kón het optreden
van Dick niet uitstaan, dan werd
ze direct stuursch of driftig. En
wat een scènes waren er al geweest
... En wat haar altijd doldriftig
maakte, was, dat ze wist,
dat Dick de sympathie van allen
had, van hun kennissen-kring, ja,
zelfs van haar ouders. Dick wist
zich te beheerschen, toonde de
wereld altijd hetzelfde rustige, kalme
gezicht. Dick werd geprezen omzijn
zakenkennis, om
zijn ferm optreden
in de zaak,
om de gezonde
ideeën, die hij
had, en zij.. . zij
werd overal excentriek,
eigenzinnig,
trotsch
gevonden. O,ze
wist het wel, dat
de kennissen
Dick beklaagden
en haar veroordeelden.
Hun ongelukkig
leven
was geen geheim
gebleven, zooals
Dick gewild had.
En dat was haar
schuld. Ze had
zich nooit kunnen
beheerschen.
Na een scène
thuis was ze in
gezelschap óf opvallend stil, óf
abnormaal vroolijk, óf ze flirtte
met heeren, die haar totaal niets
interesseerden, en Dick, Dick waar
ze toch alleen van hield, negligeerde
ze beleedigend.
Toen Loesje geboren moest worden,
ging het goed. Dick was lief
en zacht en verdroeg al haar grillen
en kwam tegemoet aan al haar
buitensporige eischen. Maar toen
Loesje er was, vervreemdden ze
van elkaar. Dick hield dol van
Loesje, die, toen ze grooter werd,
veel meer met Paps babbelde, en
vèel vertrouwelijker met Paps was
dan met haar. O, ze voelde het
wel dat Loesje veel meer van Dick
hield, en als het heldere stemmetje
zong: „Daar komt Paps” en de
vlugge voetjes naar de deur holden
om toch gauw bij Paps te zijn,
dan werd ze jaloersch, jaloersch
op de groote innigheid tusschen
Dick en Loesje.
Als dan later Loesje binnenkwam op Paps schouder, en de
krulletjes zoo hèel dicht tegen het donkere, ferme gezicht
waren aangedrukt, dan keek ze koud naar het lieve tooneeltje
en knikte stuursch tegen Dick, ofschoon haar heele
hart verlangde, er naar smachtte, om opgenomen te worden
in hun groote vertrouwelijkheid, in hun groote liefde.
En zoo was het langzamerhand gekomen, dat Dick en
zij zoo ver, zoo ver van elkaar afstonden, dat de kloof niet
meer te overbruggen scheen. En toen was die ander gekomen.
Nerveus streek de slanke hand het haar uit de
oogen, en woqlde in de schitterend gebloemde, zachte
divan-kussens.
O, die ander, die ouder was dan zij, die kalme, rustige
persoonlijkheid, zoo geheel het tegendeel van haar. Ze
logeerde bij kennissen van Dick en haar, waar zehaar ook het
eerst ontmoetten. Dick sprak vèel met haar, dien eersten
avond, en op weg naar huis zei hij enthousiast: „Vind
je die Emma Faessen niet echt sympathiek ?” — „Ik vind
haar leelijk en oud” had ze minachtend gezegd, en Dick
BELGISCHE GEÏNTERNEERDE STUDENTEN AAN DE TECHNISCHE HOOGÊSCHOOL.
Ongeveer een vijftigtal Belgische geïnterneerden, die in hun land technische studenten waren, zijn in de gelegenheid gesteld, de lessen te volgen aan de Technische Hoogeschool te
- ...................... „Tent” in het Agnetapark aldaar, door de directie van de Gist- en Spiritusfabriek te hunner beschikking gesteld. Op onze foto ziet men dit gebouwtje
rechts op den achtergrond.
Delft. Zij zijn gehuisvest in de
(foto ..Rembrandt.'*)
had verder gezwegen. En tóch was ze jaloersch geweest,
en de avondep wanneer ze met elkaar in aanraking kwamen,
en ze Dick en die andere in rustig-vertrouwelijk gesprek
zag, waren een marteling voor haar. Dan ging ze in *t oogloopend
flirten om Dick te ergeren. Wat een onhoudbare
tijd was dat geweest ! Tot de dag kwam, waaraan ze niet
dan met een rilling terug kon denken, ’s Middags was ze
boodschappen gaan doen, alleen, ze had zich verlaat,
en haastte zich naar huis. Toen had ze opeens voor zich
uit Dick en die ander zien loopen in druk vertrouwelijk
gesprek. Eerst was ze blijven staan, omdat ze dacht niet
verder te kunnen, toen had ze den eersten, den besten atax
aangeroepen, en was zoo thuisgekomen. Ze had gèen gedachten
meer. Ze zag alleen Dick en die ander, aldoor
NEDERLANDSCHE BOND VOOR VROUWENKIESRECHT.
Te 's-Gravenhage had op 13 dezer een Propaganda-kunstavond van dezen Bond plaats waarop een toepasselijk blijspel van de hand van
' ; „De Notabelen van Stikkum” door het dilettanten-Igezelschap „Fritomya” werd opgevoerd. Hierboven een kijkje in de
goed gevude zaal. (foto „Rembrand?*}.
haar jaarvergadering,
VEREENIGING VAN NEDERL. WERKGEVERS.
Dinsdag hield de Vereeniging van Nederl. Werkgevers in de „Harmonie” te Groningen
die door een honderdtal leden bezocht was.
Dick en die ander. En toen Dick, na wat haar een eeuwigheid
scheen, thuiskwam, was ze uitgebarsten. Alles wat ze kon
zeggen om Dick te kwetsen en te beleedigen, had ze gezegd,
tot Dick opeens bruusk inviel: „Maar wat wil je toch
van me ? Is dat nu alleen, omdat ik met Emma Faessen
gewandeld heb?”
„Gewandeld” ... ze had schamper gelachen, en toen
opeens minachtend-kalm gezegd: „Het kan me feitelijk
ook niets schelen, met wie je wandelt hoor! Het laat me
koud, wat jij doet I”
. „Meen je dat, meen je dat, zeg?”
„Ja zeker. Wou je het nog eens hooren ? Het is me totaal
onverschillig, wat jij uitvoert, hoor!” En tergend-kalm
de bloemen verschikkend in een vaas, had ze herhaald,
„totaal onverschillig.”
— Den volgenden dag zei hij haar, dat hij naar Indië
ging, om daar voor zijn zaak nieuwe connecties aan te
knoopen. Toen hij het zei, koud, ongenaakbaar, had het
hart haar in de keel geklopt van angst, dat hij weg zou gaan,
voor goed. En bijna heesch had ze gevraagd: „Wanneer
kom je terug?” — „Als je me noodig hebt?* Waaróm
had ze toen niet gezegd dat ze hem noodig had, dat ze
hem altijd noodig zou hebben, haar flinken sterken man,
dat ze niets, niets was zonder hem ? Waarom had ze inplaats
daarvan minachtend haar mondhoeken naar beneden
getrokken, een gewoonte van haar, waarmee ze Dick altijd
ergerde? Ze wist het niet, ze wist het niet, en weer
zei ze zacht-verlangend : „O Paps” — En verder doorleefde
ze alle bijzonderheden van die laatste dagen samen.
Hoe de twee weken, die hij nog bleef, druk voorbij gingen
met pakken en het in orde brengen van zijn zaken in Holland,
hoe hij steeds vermeed met haar alleen te zijn. Tot twee dagen
voor zijn vertrek. Toen was hij binnengekomen voor de
thee, en was op den divan gaan liggen, waar zij nu lag,
en had zijn zwarte hoofd gedrukt
in de kussens, waarin zij nu haar
verlangen uitsnikte, en had haar
aangezien met zijn mooie, donkere
oogen, lang en * ernstig. Waarom
was ze tóen niet naar hem toegegaan,
en bij hem neergeknield, en
waarom had ze hem toen niet
toegefluisterd, dat ze haar best zou
doen, beter en liever voor hem te
zijn, als hij maar bleef, bleef bij
Loesje en haar. Ze was zoo nerveus
geweest, dat ze de zilveren suikertang
bijna fijn kneep in haar handen,
en opeens, — het was of een
ander het zei — had ze gezegd :
„Ga je alleen?”
„Hoe bedoel je ?”vroeg hij nog
verwonderd.
„Nu, ik dacht, dat je misschien
je sympathie meenam.”
„Bah, wat min”, was zijn eenig
antwoord. En hij had haar alleen
gelaten met het bewustzijn, dat
ze haar kans tot
verzoening verworpen
had.
En toen hij
twee dagen daarna
vertrok, had
Loesje zoo gehuild,
dat Paps
wegging, dat hij
zich opeens
bruusk had omgekeerd,
maar ze
had nog wel zijn
krampachtigen,
drogen snik gehoord.
Daarna wist
ze heel weinig
meer. Ze had
heele dagen in
volslagenapathie
op den divan gelegen.
Zich met
niets bemoeiend.
Haar Moederwas
komen logeeren. Het had haar koud
gelaten, en ze had zich stug in
zichzelf teruggetrokken. Tot zijn
eerste brief kwam, een kort, zakelijk
schrijven, met alleen aan
het slot eenige lieve woordjes voor
Loesje. Eerst had ze den brief
woest verfrommeld, en toen was de
reactie gekomen, en had ze gehuild,
gehuild, tot ze niet meer kon. En
wat haar Moeder ook gedaan had
om haar te kalmeeren, niets hielp,
tot opeens de woorden tot haar
doordrongen : „Ik zal Dick schrijven,
dat hij terug moet komen,
want zoo gaat het niet langer.”
Toen was ze opeens kalm geworden,
heel kalm, en nadrukkelijk
had ze gezegd: „Wanneer .U dat
doet, Moeder, dan ga ik direct
weg, direct, en u ziet me niet
terug.”
En daarna was ze kalm geworden,
had later met haar Moeder
visites gemaakt, overal ingaand op de belangstellende
vragen naar Dick. „Ja, het ging hem heel goed. De reis
was schitterend.” „Wanneer hij terugkwam?” — „O, dat
wist ze nog niet.” — „Of ze zich niet alleen gevoelde ?” —
„Ja zeker, maar ze had toch altijd Loesje.” —
En zoo gingen de dagen monotoon voorbij. Juffrouw Faessen
bracht haar afscheidsvisite. Ze wilde eerst belet geven,
maar ze bedacht zich en ontving haar vriendelijk. Ze kón
het ook, want ze was niet jaloersch meer, op niemand. Ze
voelde niets meer dan alleen een groeiend, steeds groeiend
verlangen naar Dick. — Toen vertrok haar Moeder, en
ze bleef over met Loesje, die aanhankelijk en lief was,
maar een klein, gesloten natuurtje, dat weinig met haar
over Paps sprak. En toch vaak was Loesje haar te druk,
want het liefst lag ze op haar divan te droomen en te denken
aan Dick. Nu was hij vier maanden weg en ze kreeg met
elke mail zijn zakelijke brieven, met nooit een lief, teeder
woordje voor haar, waarop ze steeds kort antwoordde,
dat zij en Loesje het heel goed maakten. Maar.... en energiek
richtte ze zich op.... in haarschrijfbureautje lag haar dagboek,
|