Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1936 tot 1940 van 11897
Nummer
1915, nr. 83, 14 oct. 1915
Blad
05
Tekst
5 PANORAMA als je lacht. Je zult mijn model verschrikken.” Charibdis keerde zich haastig om en deinsde achteruit voor den uitgestrekten arm van een ledepop, gekleed in de uniform van een politieagent. „Hè, daar schrik ik van,” zei hij. „Voor den Heiligen Hermandad heb ik altijd ontzag.” „Zeg, Lou, we weten niet wat we dragen zullen op het gemaskerd bal van de Beerninks. Hoe ga jij ?” „Dat weet ik nog nietI” „We ontmoetten Harmans daar straks. Hij sprak over een toreadorkostuum. Dat zal hem wel goed staan, denk ik! We hebben hem er tusschen genomen !” „Waarover ?” „Wel, over dien bankzwendel! Een zekere Tasman, een bankemployé heeft zijn firma opgelicht voor een paar ton. Heb je ’t niet gelezen ? Het heeft in de ochtendbladen gestaan. We vroegen Harmans wanneer hij naar Amerika vlucht ?” Allen lachten. „Stel je voor de solide, 4 TROEPEN DER GEALLIEERDEN LANDEN TE SALONIKI. Gezicht op de buitenhaven van Saloniki, waar de troepenlanding der Geallieerden plaats vond. De soldaten kampeeren voorloopig buiten de stad; het spoorwegstation ïs niet door hen bezet. (Saloniki is de höofdstad van het voormalig Turksch-Macedonische wilajet Saloniki, aan de Golf varf dien naam. De stad. die in 1913 Grieksch werd, telt ongeveer 98.000 inwoners. De troepenlanding had plaats om de Bulgaarsche actie tegen Servië, zoo noodig, te stuiten). wensch niet verantwoordelijk gesteld teworden voor jullie dwaasheden !” „Neen, je hebt al genoeg aan die van jezelven. Kun je ons niet helpen met een of ander ? We zitten bedenkelijk op zwart zaad !” Louis lachte. ’t Was niet de eerste maal dat de tweelingen met een dergelijk verzoek tot hem kwamen. Soms, als het niet mogelijk was zich met een grap eraf te maken en Scylla en Charibdis in werkelijkheid „den . bodem hunner schatkist zagen,” zooals zij gewend waren een gebrek aan klinkenden munt aan te duiden, hadDuinstee hen wei eens met een voorschot geholpen. „Je kunt die politieuniform krijgen 1 — Wacht,” ging hij voort. „Ik heb een idee!” „Wel ?” „Zijn jullie kerels voor een goede grap te vinden ?” De tweelingen glimlachten over deze onnoodige vraag. „Als jullie mij helpen, zullen we Harmans een fijne kool stoven.” DE VERKEERSWEGEN AAN HET OOSTELIJKE FRONT. Door den slechten toestand waarin de wegen aan het Oostelijke front verkeeren, gaat het vervoer van gewonden en oorlogsmateriaal dikwijls met ontzettende moeilijkheden gepaard. Vaak zijn de verbindingswegen zoo slecht, dat groote afstanden op vlotten en schuiten moeten worden afgelegd. respectabele Harmans beschuldigd van zoo iets,” gierde Scylla. „Ik geloof niet, dat hij ooit schuld gemaakt heeft in zijn leven. Die andere snuiter zat er dieper in. Bepaald een vrouw in ’t spel. Hij zal wel een jaar of zeven krijgen.” „Hou nou op met je gezwam ! Wat zullen we dragen op het bal ? Heb jij geen idee voor ons, Lou ? Laten we alle drie hetzelfde kostuum nemen !” „Dank je wel!” zei Duinstee. „Ik EEN OORLOGSGRAF-. Een afschuwelijk tijdsbeeld : een der vele oorlogsgraven, zooals deze in de strijdende landen zijn aangelegd voor de in den o'orlog gevallen soldaten. Eenvoudig houten kruisen, in onafzienbare rijen oprijzend, zijn ter nagedachtenis aan de voor hun vaderland gesneuvelden, op de graven opgericht. NA DEN AANVAL. Een Oostenrijksche batterij zwaar geschut, na een afgeslagen aanval der Russen. (V.F.B.).
PDF
Nummer
1915, nr. 83, 14 oct. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 6 TENTOONSTELLING VAN SCHILDERIJEN VAN RIET RACKWITSZ. In de kunstzaal „Pictura”, Noordeinde 144 te ’s-Gravenhage, is thans een aantal schilderijen van Piet Rackwitsz te zien, een jong en talentvol schilder, die de laatste jaren hard gewerkt heeft en nu de resultaten daarvan aan het publieke oordeel onderwerpt. Er is in zijn ruige, krachtige penseelstreek iets zeer aantrekkelijks, vooral omdat de teekening niet onder de breedheid verloren gaat. — Het is ons een genoegen zijn werk in de belangstelling der Panorama-lezers aan te bevelen. (foto's Couuêe) ,,Gewoonlijk in politiek, doch niet altijd l” Er was een pauze. Scylla schoot in een lach. „’t Zal een lolletje wezen voor den armen Harmans 1” zei hij. Charibdis aarzelde. Ook Charibdis aarzelde. „Als ’t maar niet gevaarlijk is!” „Dat is ’t niet,” verzekerde Louis, bij wien ’t idee steeds vasteren vorm kreeg. „Het zal alleen Harmans een beetje belachelijk maken ; den volgenden dag zal hij er om lachen.” „Welnu, laat hooren !” „Die bankdiefstal en de politie-uniform brachten mij op het denkbeeld,” legde Louis uit. „We zullen ons verkleeden als politieagenten, dat wil zeggen, ik ga als inspecteur en we zullen Harmans arresteeren op het bal!” „Harmans arresteeren ?” „Ja, onder de voorgewende beschuldiging van diefstal, opEEN CRITIEK MOMENT. Verleden week bemerkte men op ’n bouwwerk aan de Amstélstraat te Amsterdam, dat een der aangrenzende perceelen op het punt van instorten stond. Door het nemen van tijdige maatregelen wist men ongelukken te voorkomen. (V.F.B.) „We zullen er last mee krijgen,” zei hij. „Geen sprake van,” lachte Louis. „Kom, laten we het doen. Als we hem weggevoerd hebben, zullen we hem alles uitleggen en gaan dan samen weer naar het bal terug. „Ik stem toe 1” riep Scylla uit. „Durf jij ’t niet aan, Chari ?” „Aandurven ?” zei Charibdis. „Wat denk je van me ? Vooruit I” Zoo begon de grap 1 III. Het bal was een groot succes. Greta Beernink was bekoorlijk in haar 18de eeuwsche kostuum en met haar lange gepoederde krullen. Haar vader als admiraal De Ruyter keek met vaderlijken trots zijn dochter na, terwijl zijn vrouw, ongemakkelijk zich voortbewegende in hoepelrok en puntlijf, aan de deur der zaal de honneurs waarnam. De wals liep ten einde. De Hongaarscjie kapel achter de palmengroep versnelde het tempo, de veelkleurige dansende paren dwarrelden rond als de figuren in een kaleidoscoop. Het slotakkoord klonk en Greta en haar cavalier stonden stil in het midden der zaal. „Ik geloof dat alle genoodigden gekomen zijn,” zei ze, toen ze wat op adem gekomen was. „Ik heb echter de tweelingen nog niet gezien. U, mijnheer Mosman ?” „Neen,” was het antwoord. „Ik geloof niet dat het beroemde tweetal al gekomen is. Ook Duinstee en Harmans heb ik nog niet gezien.” Greta kleurde. „Mijnheer Harmans heb ik gesproken. Hij is de toreador daar in ’t rood. Ik heb den volgenden dans met hem. Mijnheer Duinstee schreef dat hij later zou komen.” Mosman lachte. „Daarom zijn de twee laatste dansen op uw balboekje met een kruisje gemerkt,” zei hij. „Neen, juffrouw, ik ben nie4 boos! Madr daar komt uw volgende cavalier.” Karei Harmans voegde zich bij hen, het schilderachtige kostuum van den stierenvechter kleedde hem uitstekend. „Loop niet weg, Mosman om mijnentwil,” zei hij. „Mijn recht begint pas bij den volgenden dans.” „De tusschentijd is neutraal,” merkte Greta op, „zoodat ik nu twee dansers te gelijker tijd heb.” „Duinstee is er nog niet,” zei Harmans. „Ik ben benieuwd wat zijn artistiek talent voor een oorspronkelijk kostuum zal hebben uitgedacht. Het zal wel iets kunstzinnigs en onbegrijpelijks zijn, evenals zijn schilderstukken.” Greta lachte. De dans begon weer en terwijl de toreador zich met zijn 18de eeuwsche dame in de rij schaarde, zocht Mosman naar zijn dame, die op zijn balboekje zich als „Geisha” geteekend had. Aan de deur die naar de restauratiezaal voerde, zag hij de gastvrouw in gesprek met een bediende en blijkbaar zeer opgewonden. Ze zag Mosman en riep hem tot zich. „Ik begrijp er niets van,” zei ze. „Frans zegt dat er in de vestibule drie mannen van de politie zijn, die wenschen toegelaten te worden.” DE NEDERLANDSCHE GEZANT BIJ HET BRITSCHE HOF IN DEN HAAG. Donderdag j.1. is in „Hotel des Indes” te ’s-Gravenhage afgestapt Jhr. Mr. De Marees van Swinderen, Nederlandsch Gezant te Londen. Onze foto werd genomen op het moment dat de gezant het ministerie van Buitenlandsche Zaken verlaat, na een aldaar gebracht bezoek, (foto Sijes) „VAN ALKMAAR BEGINT DE VICTORIE.” De herdenking op 8 Oct. i.1. van de verlossing der stad Alkmaar in 1573, toen de burgers dier stad hun veste met moed en beleid hebben verdedigd tegen Don Frederik de Toledo, den zoon van den Hertog van Alva, zoodat het beleg na verloop van bijna 7weken moest worden opgebroken en men terecht zeide: „Van Alkmaar begint de Victorie”. Op bovenstaande afbeelding ziet men de in een feestelijke stemming verkeerende burgers der stad Alkmaar geschaard om het Vrijheidsbeeld, op ’t oogenblik dat dit plechtig wordt bekranst. (V.F.B.) DE APPELOOGST. In de Betuwe en langs den IJsel brengt de appeloogst thans weder een groote bedrijvigheid; tientallen handen vinden arbeid in de boomgaarden met ’t plukken der rijpe vruchten.(V.F.B.) lichterij of zoo iets. We voeren hem voor de oogen van het gezelschap weg, voor iemand wat «eggen kan.” „Hij zal bemerken dat het een grap is !” „Niet als we goed vermomd zijn. Baard en pruik zal maken dat je eigen moeder je niet herkent.” „Maar de politie arresteert toch gewoonlijk niet in uniform !” „Waarschijnlijk gasten in kostuum 1” „Neen, ze komen uit naam van den officier van justitie 1” „Daar komen ze !” fluisterde de bediende. Een inspecteur van politie naderde, een lange militante gestalte met een grijzen baard. Hij salueerde. „Vraag excuus, mevrouw!” zei hij met gedempte stem.'„Ik DE PRINS-HENDRIKSTICHTING. De vorige week was het 40 jaar geleden, dat de Prins-Hendrikstichting te Egmond aan Zee, gevestigd werd. Wij geven hier een groepje bewoners van het tehuis: oude, stoere zeerobben, onder gezelligen kout vereenigd in de duinen in de omgeving van het gebouw. (V.F.B.)
PDF
Nummer
1915, nr. 83, 14 oct. 1915
Blad
07
Tekst
7 PANORAMA „DE DUIVEL IN DE DOOS”. Een aardige voorstelling van „De Duivel in de Doos”, gegeven door de leerlingen van de Gooische School te Laren, ter gelegenheid van (V.F.B.) moet uw medewerking vragen bij de uitoefening van mijn last !” „Wat kan ik voor u doen ?” vroeg mevrouw, terwijl haar hoepelrok trilde van de agitatie. „Niets,” antwoordde de inspecteur, „dan u rustig houden en mij niet hinderen.” Hij wenkte met de hand en twee politieagenten kwamen in ernstige houding aanstappen. De dans was in vollen gang, nochtanswierp menig paar nieuwsgierige blikken op de drie zwijgende politiemannen aan de deur. Eindelijk was de dans ten einde en begaf de menigte zich naar de restauratiezaal. Op dat oogenblik stapte Duinstee naar voren en plaatste zich in de deuropening tusschen de beide zalen. Dit was een kritiek oogenblik. Als hij herkend werd door een der gasten, was de grap uit. Hij stond daar onbeweeglijk, streng. Daar naderde Greta met haar toreador; ze keek den inspecteur nieuwsgierig aan. Deze zag haar blijkbaar niet, maar vestigde een doordringenden blik op haar cavalier. Ze sidderde onwillekeurig. Nu stapte de inspecteur vooruit. „Karei Harmans?” vroeg hij op zachten maar duidelijken toon, terwijl hij met de hand naar hem wees. „Die ben ik !” antwoordde de toreador, bleek wordende. Greta hing aan zijn arm. „Het spijt me, onaangenaam te zijn,” zei de inspecteur, „maar ik heb bevel u in hechtenis te nemen!’ „Waarvoor ?” stamelde Harmans. „Wegens diefstal!” luidde het antwoord. „Mijn mannen wachten in de gang, wilt u goedschiks volgen ?” „’t Is een vergissing 1” riep Greta uit. „Wie beschuldigt hem ?” „De directie der Bankinstelling, waaraan hij verbonden is,” zei de inspecteur weer. „Wilt u ons volgen, mijnheer?” De toreador stond een oogenblik bewegingloos. Hij staarde naar de hand op zijn arm als in een droom, rilde en strompelde voorwaarts. De inspecteur wenkte, de beide politieagenten traden binnen en voordat een der verbaasde gasten goed begreep wat er plaats greep, had de treurige groep de zaal verlaten. Het geheele voorval was in enkele minuten afgespeeld. Buiten stond een rijtuig, de vier mannen stapten in, de deur sloeg dicht en voort ging het. „Wanneer werd het ontdekt ?” vroeg opeens de beschuldigde met zwakke stem. De gewaande politieagenten keken verbaasd op. „Ik moét u waarschuwen,” zei de inspecteur, „dat al wat u zegt, tegen u zal worden aangevoerd.” LYDIA LYTA. Verleden week gaf de intelligente kunstenares, Lydia Lyta, onder leiding van het internationaal Concert- en Theaterbureau De Haan en Co., een klassieken dansavond in „Diligentia” te 's-Gravenhage. Het talrijke publiek was zeer enthousiast gestemd over haar bijzonder expressieve dansen, (/otg H. Bickhoff) het 10-jarig bestaan dezer inrichting. „Ik weet ’t,” kreunde de gevangene, „’t Is me onverschillig. Ik zal bekennen ! Ik walg van alles !” In de duisternis van het rijtuig heerschte een drukkende stilte. Voor een oogenblik hoorde Duinstee niets dan het EEN BEETHOVEN-HUIS. Model voor een Beethoven-huis, ontworpen door den bekenden architect H. P. Berlage. Het ontwerp is ten geschenke gegeven aan het Nederl. Museum voor Geschiedenis en Kunst te Amsterdam, waar het thans is tentoongesteld. (V.F.B.) kloppen van zijn eigen hart. Zwak kon hij de gelaatstrekken onderscheiden van de tweelingen, verwrongen onder hun helmen door den onverwachten keer dien de zaak nam. Doch Harmans begon weer met droeve eentonige stem, terwijl de anderen die luisterden, sprakeloos waren door den gruwelijken ernst van het geval. „Ik wist dat het moest uitkomen. Ik hoopte nog alles te kunnen herstellen, maar nu is ’t te laat. O, wat ben ik een dwaas geweest! Ik wist niet dat de directie mij wantrouwde!” — „Greta!” mompelde hij. Charibdis boog zich voorover. „Om ’s hemelswil, laat hem ophouden, Lou !” fluisterde hij. Duinstee hoorde niets. Droevig keek hij naar de ineengedrongen figuur naast zich. „Hoe kan ik hem nu alles uitleggen,” dacht hij. „Wat moet ik doen ?” Harmans praatte weer, blijkbaar in zichzelf. „Het is alles Duinstee’s schuld,” mompelde hij. „Hij was altijd zoo royaal en ik wilde niet voor gierig gehouden worden, Toen ging ,,MIJNHEER SERJANSZOON." Een scène uit het door de N. V. „Het Tooneel" opgevoerde tooneelspel „Mijnheer Serjanszoon”. V. 1 n. r.: Julia de Gruyter — Petite Cousine ; Willem Royaards — Mijnheer Serjanszoon ; Marie Verstraete — Filmeele. MAGDA JANSSENS als Clotilde in „De Parisienne”, dat op het oogenblik door de N. V. „Het Tooneel” wordt ten tooneele gebracht, (foto's Couvée). ik speculeeren, verloor ; begon weer en verloor weer. O, wat een gek, wat ’n gèk ben ik geweest.” Duinstee veegde zijn voorhoofd af. Hij haatte zichzelf voor de rol die hij in dit drama speelde. Al zijn lichtzinnigheid had hem verlaten ; schaamte en verdriet vervulde hem. Het rijtuig naderde Duinstee’s kamers. Het oorspronkelijke plan was geweest de politie-uniformen voor een ander kostuum te verwisselen en met Harmans terug te gaan naar het bal, nadat de grap was uitgelegd. Toen het rijtuig stil hield, sprong Duinstee er uit. „Kom mee,” zei hij tot Harmans en deze stapte gedwee uit. Ook de tweelingen wilden volgen doch Duinstee sloeg het portier dicht. „Jullie gaat naar huis,” zei hij gejaagd, „trekt die vervloekte pakken uit en gaat naar bed. En denk erom : je mond houden, geen woord tegen geen mensch !” „Maar ...” begon Scylla. „Loop naar den duivel!” viel de ander in. „Laat mij met hem alleen ! ’t Was mijn grap,” voegde hij er woest bij. Het rijtuig reed weg. Duinstee keerde zich tot den ongelukkige, die daar naast hem stond, onbeweeglijk, de kin op de borst. „Volg me!” zei Duinstee kort. Hij trad het huis binnen en begaf zich naar zijn atelier. Harmans volgde. De kamer was in ’t duister. Hij draaide het electrisch licht aan. „Ga zitten !” Harmans viel in een stoel neer. Duinstee keek hem nadenkend aan. Eindelijk richtte de ander ’t hoofd op ; ’n uitdrukking van verrassing kwam op zijn gelaat. Hij streek met de hand over de oogen en keek den gewaanden inspecteur aan. „Dit is de kamer van Lou Duinstee,” zei hij aarzelend. De imitatie-inspecteur knikte. „Ik ben Lou Duinstee !” zei hij kortaf, terwijl hij baard en pruik afwierp. Harmans stond langzaam op en keek hem aan met starenden blik. „Jij!” hijgde hij. „Ik. . . deed het. . . voor een grap !” zei Duinstee hortend. Harmans viel weer in zijn stoel neer. „Een grap !” mompelde hij. „Ik .... ik begrijp niet. . . die andere politiemannen . . . .” „Het waren geen politieagenten ! Het waren de tweelingen. Het was mijn idee ! Ik drong ze om mee te doen.” — „Wel,” zei hij eindelijk, „wat verder ?” Duinstee antwoordde niet, maar stapte in somber gepeins de kamer op en neer. Eindelijk bleef hij voor Harmans stilstaan. „Vertel op,” riep hij uit. „Om ’s hemelswil, vertel mij alles!” Harmans aarzelde. „Ik heb je gezegd,” begon hij eindelijk nederig, „ik hoopte alles te hebben goedgemaakt voor het was uitgekomen.
PDF
Nummer
1915, nr. 83, 14 oct. 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA 8 PROPAGANDA-TENTOONSTELLING VAN HET CENTRAAL. COMITÉ VOOR DRANKBESTRIJDING. Te ’s-Graven,hage is den 9en October een propaganda-tentoonstelling geopend, uitgaande van het Centraal Comité voerd wordt. Onze afbeeldingen lichten een en ander nader toe: links een kijkje op de tentoonstelling ; zittend Mej. voor Drankbestrijding. De expositie, die tot 25 October zal gehouden worden, heeft voornamelijk ten doel den slechten A. W. de Vletter, secretaresse; staand de heer L. J. Klinkenberg, voorz.; rechts: de uitwerking van den alcohol invloed te demonstreeren, dien de alcohol op het menschelijk lichaam uitoefent. Bovendien wordt er een volledig op hart en maag: in de bekende volgorde: een gezond hart; een door alcohol verwoest hart; een gezonde maag overzicht gegeven van den strijd tegen den alcohol, zooals deze door de verschillende aangesloten organisaties ge- en een door alcohol verwoeste maag. (foto's Hijwans) En nou heb jij het uitgebraeht door jouw vervloekte grap !” Zijn oogen'schoten vuur ; doch een oogenblik later overviel hem weer zijn moedeloosheid. „Wat nu ?” vroeg hij weer. Duinstee viel in een stoel neer. „Verbeel je!” zei hij nadenkend, „jij van alle menschen... Karei, ik wou, bij den hemel, liever dat je dood was. Ik wilde dat ik gestorven was, voor ... ik het uitvond.” Harmans kleurde. Hij scheen te willen antwoorden, maar Duinstee vroeg opeens : „Hoeveel ?” „Hè, wat ?” stamelde de ander. „O, je bedoelt wat ik . . . ruim dertig duizend gulden !” Duinstee liet een gefluit hooren, toen bleef hij in gedachten voor zich uitstaren. Harmans sloeg hem nauwlettend gade. Harmans vond dat zijn gelaat er betrokken en bleek uitzag. „Door het toeval kwam ik te weten, dat jij een dief, een gemeene dief bent!” Harmans wilde opvliegen, maar wist zich te beheerschen. „Je hebt het alleen aan mij bekend. Niemand weet ’t, behalve de tweelingen en die zullen hun mond houden. Ik zal het als een grap uitleggen, maar jij moet weg ! Je ziet dat toch zelf in, niet waar ? Je moet vluchten !” „Vluchten ?” vroeg Harmans. „Waarheen ?” „Waarheen je zelf wilt. Naar de maan voor mijn part, maar weg moet je, dat is mijn voorwaarde !” „ Jouwvoorwaarde ? Wat voor voorwaarde ?” „Ik zal morgenochtend mijn bankier opbellen.” Hij zweeg en verdiepte zich in berekeningen. „Ja, zoo is ’t! Ik zal het geld opvragen en het jou sturen. Morgen. Jij kunt hiermee het tekort dekken, daarna verlaat je het land. Morgenavond verwacht ik dat je vertrokken zult zijn. Begrepen ?” Harmans stond op. „Duinstee,” zei hij en zijn stem klonk onvast, „ik ga heen ! Wil je me voor ’t laatst de hand geven ? Dank-je 1 Ik kan je natuurlijk niet zeggen wat ik gevoel. Er is geen andere 75-JARIG BESTAAN SYNAGOGE TE WEESP. De feestelijk versierde Synagoge te Weesp ter gelegenheid van haar 75-jarig bestaan. (V.F.B.) weg. Je heb.t je spel gewonnen!” Hij keek zijn medeminnaar veelbéteekenend aan ; geen van beiden had den naam genoemd, die hen voortdurend op de lippen zweefde. VEREENIGING „N EDERLAN DSCH FABRIKAAT”. Vrijdagavond vergaderde in het nieuwe gebouw der firma Heystee, Smit & Co., aan de Heerengracht te Amsterdam, de vereeniging „Nederl. Fabrikaat”, afdeeling Amsterdam. Deze eerste alg. vergadering had plaats onder voorzitterschap van den heer Th. F. A. Delprat. (x) (V.F.B.) een vloek in een hoek van het vertrek. De ochtendschemering vond hem half gekleed, ontdaan en slapeloos zijn kamer op en neer wandelen. Zoo eindigde de grap 1 III. Dienzelfden dag ontving hij een brief van den volgenden inhoud : Waarde Lou, Door dezen heb ik het genoegen je kennis te geven van mijn verloving met Greta Beernink. Wensch mij geluk, ouwe jongen, en wees niet boos over mijn geluk. Het is vannacht gesloten, nadat ik je verlaten had. Ik ben van jou weer naar het bal gegaan, juist bijtijds om te voorkomen, dat de geheele partij door jouw grap gestoord werd. Iedereen was ontdaan ; ik legde de zaak in ’t kort uit en eind goed al goed. Alleen de heer en mevrouw Beernink zijn over jouw grap, die bijna hun partij bedierf, niets te spreken. Maar je hebt de zaak ook verkeerd aangepakt. Je laat, nota-bene, aan de hand waarmee je me arresteert, je welbekenden zegelring zitten. Ik doorzag dadelijk het complot. De rest was toen gemakkelijk en ik vlei me dat ik minstens een even goede acteur ben geweest als jij en je twee satellieten. Ik geloof tevens dat ik van jouw grap meer genoegen heb gehad dan jij zelf. Is ’t niet zoo ? Toch was je prachtig in je rol. Ik wij beiden, brengen je hierover ons compliment. Aangenaam zal het ons zijn als je bij ons huwelijk bruidsjonker wilt zijn. Je doet hiermee het grootste genoegen aan je toegenegen Karei Harmans. „Bliksemsche kerel. .. mompelde Duinstee. T\o Ooncher’s Schimmenspelen „Geef een zoo goed mogelijke verklaring van de zaak als je kunt.... Laat.... laat niemand de ware toedracht vernemen!” Duinstee schudde het hoofd. „Het heeft geen nut je te bedanken,” hernam Harmans. „Vaarwel!” Louis Duinstee kon niet antwoorden. Hij staarde de schitterend gekleede figuur, die een uur geleden nog zoo vol levenslust was na, terwijl deze als een gebroken man het atelier verliet. Toen was hij alleen. Werktuiglijk begaf hij zich naar zijn slaapkamer en begon .zich te ontkleeden. Toen zijn oog even later viel op de uniform, die hij zoo juist had uitgetrokken, wierp hij ze met Ooze Tournee met Ko Doncker’s Schammemispelleini A. W. Sythóff’s WW, beiden. ---------------- .-----------------.——.— I ________________________________._ Voorzijde van het programma. W ie Ko Doncker’s welbekende Schimmenspelen niet uit eigen aanschouwing kent — en dat zullen er niet velen zijn — heeft er toch over gelezen in Panorama, Ons nummer van 30 Augustus wijdde een geheele pagina aan deze even vermakelijke als artistieke vertooningen, een moderne herleving van de oude Chineesche Schimmen. — Wij hebben een overeenkomst met Ko Doncker gesloten, en onder de leiding van Panorama bereist hij nu de voornaamste plaatsen van ons land. Het succes begon met Leiden en Dordrecht; Haarlem, Utrecht, Amersfoort en een reeks van andere steden zijn aan de beurt. In de eerste plaats is met deze tournee een verrassing voor de abonné’s op Panorama bedoeld; zij betalen slechts 50 cents entrée, terwijl voor het overige publiek de toegangsprijs f 1.— bedraagt. In de plaatsen waar Ko Doncker optreedt, zullen de abonné’s een bon bij hun exemplaar van Panorama gevoegd vinden, alsmede een opgave van den boekhandel waar zij voor dien bon een toegangsbewijs a 50 ets. kunnen verkrijgen. Onzen lezers wordt dus aangeraden goed naar dien bon uit te zien; de gelegenheid, om tegen zulk een lagen prijs een zoo vermakelijke en tevens als kunst zoo hoog staande voorstelling bij te wonen, keert niet meer terug. Achterzijde van het programma. NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN.
PDF
Nummer
1915, nr. 84, 18 oct. 1915
Blad
01
Tekst
In dit nummer is de volledige uitslag van onzen Fotografie-Wedstrijd vermeld No. 84 (16b) lö October 1915 AFZONDER. LIJKE NUMMERS 7 */, CENT ABONNEMENT PER KWARTAAL 26 NUMMERS f 1.30 A.W.SIJTHOFF’S UITGEVZER.S MAATSCHAPPIJ- LEI D E "IN 'T ZONNETJE” Deze foto’ ingezonden door den heer W.J. VAN 'T PAD, van Loonstraat 110. Den Haagverwierf in onzen Foto-wedstrijd den TWEEDEN prijs. Hef formaat van de met den eersten prijs bekroonde foto belette ons, deze op de voorpagina te reproduceeren. (Voor de verdere bekroonde inzendingen zie men pag. 3, 4 en 5.)
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1936 tot 1940 van 11897