Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1921 tot 1925 van 11897
Nummer
1915, nr. 81, 7 oct. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 6 DE BELGEN IN ONS LAND. Groep van onderwijzers die les geven in het Belgisch Interneeringskamp te Zeist. In ’t midden zittend de heer Buysse uit Brussel, directeur van de gezamenlijke scholen. (foto Coerdès en Smeets). en dat het beest in ’t geheel niet gesproken had. Zoo iets was trouwens ook ónmogelijk......... Er werd gescheld, drie maal werd er heel nijdig op de electrische bel gedrukt en nog eens toen ik op weg was naar de deur. Ik deed open en een vreemdsoortig mannetje stond voor mij,... De man had een eivormig hoofd, zijn puntige kruin was onbedekt en geheel kaal, alleen rond den schedel was een rand lang haar, dat zoo vuil was dat er de oorspronkelijke kleur niet meer van te onderscheiden viel. Zijn gezicht had veel overeenkomst met een pas beploegd land, zóo veel rimpels waren er op. Op zijn neus, die veel te lang was voor zijn smal gezicht, droeg hij een bril met groote ronde blauwe glazen, waarachter zijn oogen vreemd glansden. Zijn lichaam was ook niet in evenredigheid met zijn hoofd, het was veel te klein, terwijl zijn armen te lang en zijn beenen te kort waren. Zijn kleeding was haveloos en beslist vies. „Ik ben professor Walker van Mariahof. . Ik ben een experiment kwijt” zeide de man heel snel met hooge, harde, eentonige stem. Laat ik u even zeggen wat Mariahof is, voor ik verder vertel. Mariahof is een landhuis, dat drie kwartier loopen van mijn villa afstaat en waarvan de zonderlingste verhalen in omloop zijn. Dit komt hoofdzakelijk, omdat het huis achter hoog geboomte ligt en de boomen bovendien nog omringd zijn door een zeer hoogen muur ; terwijl geen der menschen uit den omtrek ooit iemand uit of in Mariahof heeft zien gaan. Dit is alles wat ik van het landhuis wist op het oogenblik dat ik met den bewoner ervan in kennis kwam. „Zoo”, snauwde ik de onsympathieke verschijning toe, „ik heb met jouw experiment niets te maken.” Professor Walker scheen door mijn antwoord geïrriteerd te zijn en streek met zijn groezelige handen voortdurend door zijn weinige haren terwijl hij antwoordde : „Maar ’t is hier, want volgens de logica der psychische eigenschappen van ’t huisdier moet m’n experiment hier zijn, daar jouw huis’t dichtst bij Mariahof gelegen is 1” Er ging mij een licht op. Van de geleerde phrase had ik alleen begrepen, dat hij een huisdier zocht en daar een kat onder deze categorie van dieren gerekend wordt, zou het niet onwaarschijnlijk zijn dat hij m’n spookkat met zijn experiment bedoelde. „Zoek je een kat?” De professor lachte en schudde zijn vreemden kop snel op en neer. „Kom dan maar binnen . . . !” Ik besloot voorloopig niet tegen hem te zeggen dat het beest dood was ; ik wilde eerst het mijne er van weten. Met een verfijnde wreedheid genoot ik van het vooruitzicht hoe de kerel zou schrikken als ik hem zeide dat zijn experiment niet meer leefde, want hij moest een groote waarde aan de kat hechten, daar hij, toen ik hem binnenliet, onmiddellijk zeer geagiteerd begon te roepen „Minka, Minka”. „Zeg, ga eerst wat in de zijkamer zitten om uit te rusten. Je zal wel moe zijn . . .” Ongaarne ging hij zitten en rusteloos keek hij langs den grond. Opeens voegde hij me toe: „Zeg, jij hebt krabben op je gezicht 1 zeker van Minka.” Toen begon hij te lachen als een idioot. ,,Ja — het dier liep in den regen en toen ik het wilde oppakken heeft ’t mij gekrabd”. DE GASFABRIEK TE ZAANDAM. ïn tegenwoordigheid van het dagelijksch bestuur der gemeente, de commissie voor de bedrijven, de ambtenaren, werklieden en een groot aantal genoodigden is Vrijdag 1 October te Zaandam op eenigszins feestelijke wijze het feit herdacht, dat deze gemeente de aldaar bestaande gasfabriek in eigen exploitatie heeft genomen. (V.F.B.) EEN AFSCHEID. De heer H. Harms (x), die den leden van het Amsterdamsche brandweercorps gedurende 23 jaar les gaf in de verschillende vakken van het lager onderwijs, heeft met ingang van 1 October den dienst der gemeente Amsterdam verlaten. Bij. zijn vertrek werd hij door den commandant der brandwacht op hartelijke wijze toegesproken. (V.F.B.) „Zeer merkwaardig ; even opteekenen,” merkte de professor op, terwijl hij een smerig schrijfboekje uit zijn zak haalde en iets opschreef; „’t is beslist nog een gebrek, dat voldoende demonstreert dat de weefsels van dieren- en menschenhersenen niet sympathiseeren .... Die storing moet ik weg maken ...” Hij vertelde mij nog een hoop geleerdheid op een toon van groote zelfingenomenheid. Aanvankelijk dacht ik er niet veel bij na, maar later begon ik van dien vent te walgen, waarvan ik echter nog niets liet merken toen ik hem hem in de rede viel: „Je Minka spreekt tóch, dat is al een groot resultaat.” ,,Ja . . . Ja. Mijn experiment kan met enkele woorden zijn wenschen en emoties zeggen ... Maar nu je ’t toch weet, wil ik je zeggen, dat jij de eenige gelukkige sterveling bent, die het resultaat van mijn dertigjarige studie gezien hebt. . . Dertig jaar heb ik er naar gestreefd om dieren met een menschelijk denkvermogen te begieten. In breede trekken zal ik je m’n creatie beschrijven, détails laat ik achterwege, je zult ze toch niet snappen .... Kijk, het is zóó gegaan: toen Minka een paar dagen oud was, nam ik het dier mede naar het ziekenhuis, waar juist een landlooper gestorven was aan een verwonding .... Ik nam een klein deel van de hersenen van den „gezonden” doode en bracht dat met behulp van electriciteit in functie. Den schedel van de kat opende ik en nam er een even groot volume uit, plaatste de menschelijke hersenen in de vrij gekomen ruimte en sloot den schedel weer. Nu bracht ik een fusie in de functie van beide weefsels tot stand en kreeg het resultaat dat zich naast het dierlijk instinct ook menschelijke gedachte formeerde. Ik moet het zóó ver krijgen dat . . .” Gedurende dat walgelijke verhaal, zat de kerel zoo zelfvoldaan en arrogant te lachen, dat ik mijn woede niet meer meester kon blijven en hem in zijn kraag pakte, naar de kamer sleurde waar de doode kat lag en terwijl ik zijn kop op ’t cadaver drukte, schreeuwde ik: „Daar ligt je experiment — Ik heb het dood geslagen, monster I” Den kerel liet ik los, hij trilde over al zijn leden, toen hij de doode kat opraapte. Verwilderd staarde de professor mij een oogenblik aan, en gilde toen: „Jij hebt al mijn arbeid van dertig jaar ineens ongedaan gemaakt.... Dat heb jij gedaan ....!” ,,En jij, monsterachtige geleerde, hebt in één nacht m’n haar wit laten worden en van een oer-gezonden kerel een zenuwlijder gemaakt... En ruk nou uit, verachtelijk individu . . . .” BURGEMEESTERS EN SECRETARISSEN IN ZUID-HOLLAND. Onder voorzitterschap van den heer A. R. Zimmerman (x), burgemeester der gemeente Rotterdam, vergaderde Zaterdag 2 October in het sociëteitsgebouw der Rotterdamsche diergaarde de Provinciale Vereeniging van burgemeesters en secretarissen in Zuid-Holland. Hierboven een groep der vergaderden. (V.F.B.) EEN 25-JARIG JUBILEUM. (V.F.B.) De onderlinge Brandweerclub te Rotterdam herdacht verleden week onder vele blijken van belangstelling van de zijde der Rotterdamsche burgerij den dag waarop zij voor 25 jaar werd opgericht.
PDF
Nummer
1915, nr. 81, 7 oct. 1915
Blad
07
Tekst
7 PANORAMA n EEN TRICOTFABRIEK UITGEBRAND. Zaterdagmiddag is de Ned. tricotfhbriek der N. V. Valton & Zonen, gelegen aan den Amsteldijk, onder Nieuwer-Amstel, door een feilen brand geheel verwoest. De schade is meer dan aanzienlijk; naar schatting bevond zich in de kelders voor een waarde van f 60.000.— aan ruwe katoen, waarvan geen draad is drooggebleven. (V.F.B.) VAARDIGHEIDSPROEF VAN HET NED. OLYMPISCH COMITÉ. (foto's Hijmans). Zondag 3 October is vanwege het Nederi. Olympisch Comité een welgeslaagde vaardigheidsproef in ’t wielrijden gehouden op den straatweg van Leiden naar Utrecht, beginnend bij paal 21 tot paal 61, vormende een afstand van 80 K.M., die moest worden afgelegd in 4!/2 uur. Van de 161 deelnemers, kwamen 132 precies op tijd aan’t eindpunt aan. Links : de leiders van den tocht. Zittend v.l.n.r. de heeren J. H. Kits ; P. T. de Jong ; H. Boogers. Staand in dezelfde volgorde : A. P. J. Aarse ; P. J. Adriaan. Rechts : De deelnemers aan den tocht poseeren in Zomerzorg, te Leiden, voor onzen fotograaf. Weer greep ik den kerel in zijn nek, sleurde hem de gang in en wierp hem de deur uit. Toen den volgenden nacht weer de maan scheen was een plek aan den horizon vuur-rood van laaiende vlammen. Men zeide dat Mariahof in brand stond .... Mijn zenuwgestel was zoo geschokt, dat ik meer dan drie maanden in een sanatorium verpleegd moest worden. Na mijn herstel werd mij verteld, dat geheel Mariahof tot op den grond was afgebrand en dat men tusschen het puin een verkoold menschenlijk en verschillende cadavers van dieren gevonden had. Professor Walker had zijn laboratorium in brand gestoken en zich met zijn experimenten levend laten verbranden. Dnieuwe Hoed @iets kon mevrouw Jansen afbrengen van haar idee, dat een nieuwe hoed alleronontbeerlijkst was voor haar geluk. Tegelijkertijd was mevrouw Pietersen tot in haar ziel overtuigd, dat zonder een nieuwen hoed, het voor haar een onmogelijkheid was, om op klaarlichten dag haar hoofd buiten te steken Vreemd genoeg deden de beide dames deze wereldschokkende ontdekking precies op hetzelfde oogenblik. Sommige lezers zullen dit misschien als een bloot toeval beschouwen ; bij mij bestaat evenwel de rotsvaste overtuiging dat dit een nieuw bewijs is van de theorie van het telepathische verband tusschen twee verwante zielen; tusschen twee boezemvriendinnen, wat de *beide dames in werkelijkheid waren. Het mag misschien als een ander toeval beschouwd worden, hoewel het op zichzelf niets opmerkelijks is, dat de echtgenooten der beide dames de meening waren toegedaan, dat het vrouwelijk schoon hunner betere helften door een nieuwen hoed niet meer kon worden verhoogd, weshalve ze heel vriendelijk maarniet minder beslist weigerden den wensch financieel te steunen. ,,Als je een nieuwen hoed verlangt, Marie,” zei mijnheer Jansen, „zul je hem zelf moeten betalen.” „Tenzij je hem zelf betaalt, Mina,” zei de heer Pietersen, „zul je met een nieuwen hoed nog een jaar moeten wachten.” M r. A. J. T. VERHEVEN VAN ESTVELTt In den ouderdom van 74 jaar Ds. R. VISSCHER. te Tilburg overleden de heer Mr. A. '9 J. T. VERHEVEN VAN ESTVELT, kantonrechter te Boxmeer, ridder de Orde van den Nederlandschen Leeuw. — Ds. R. VISSCHER, predikant der Ned. Herv. Kerk te Leidschendam, vierde een dezer dagen zijn 25-jarig jubileum als predikant aldaar. Iedereen die de vrouwelijke standvastigheid kent, waar het een nieuwen hoed betreft, zal begrijpen, dat een dergelijke weigering slechts ten gevolge had, dat het verlangen nog des te grooter werd. Er mocht van komen wat wilde, al zou de wereldorde er door worden omvergeworpen, OPENING PHARMACEUTISCH LABORATORIUM TE UTRECHT. Verleden week is in tegenwoordigheid van talrijke autoriteiten het nieuwe Pharmaceutisch Laboratorium der Utrechtsche Universiteit aan de Catharijnesingel aldaar, met een redevoering van den hoogleeraar-directeur, Prof. Dr. N. Schoorl, op plechtige wijze geopend. Hierboven een foto genomen tijdens het ter gelegenheid van de opening gegeven diner, waaraan tal van professoren, lectoren, autoriteiten, genoodigden enz. deelnamen. een nieuwen hoed zouden ze hebben, beslist. verklaarden de dames Drie dagen reeds was de vrede tusschen de echtelieden Jansen verstoord en gedurende datzelfde tijdsverloop heerschte er stilte, benauwende stilte in den huize Pietersen. Op den morgen van den vierden dag eindelijk verwaar digde mevrouw Jansen zich haar man triumfantelijk de woorden toe te voegen : „Ik ga vandaag een nieuwen hoed koopen, Jansen, en jij kunt je geld houden !” „Het doet me genoegen dit te hooren, lieve 1” antwoordde de heer Jansen op zoetsappigen toon. Dienzelfden morgen aan het ontbijt werd door mevrouw Pietersen de stilte verbroken met de woorden : „Pietersen, jij kan je verwenschte geld oppotten, jou vrek I Ik koop vandaag zelf een nieuwen hoed !” „Een zeer kordaat besluit, waaraan ik mijn bewondering niet onthouden wil,” was het sarcastisch bescheid van het hoofd des gezins. Dien namiddag ontmoette mevrouw Jansen mevrouw Pietersen. „Wel, dat is een verrassing,” zei de eerste. „Ik was juist op weg naar je toe, lieve !” „Hoe gelukkig dat we elkander ontmoeten,” antwoordde de tweede. „Ik stond te wachten op de tram om naar je toe te gaan 1” „En ik stapte juist uit de tram om naar een nieuwen hoed te zien !” „Wel, da’s merkwaardig 1” riep mevrouw Pietersen uit. „Ik wilde juist ook naar een hoed kijken.” „Bij Cornelissen moeten keurige hoedjes te koop zijn. Echte snoesjes!” „Cornelissen ? Wel, daar dacht ik juist aan eens te gaan kijken?” „Welnu, laten we dan samen gaan 1” „Welzeker, natuurlijk. We kunnen eens kijken. En als er niets is dat ons bevalt. . . .” „We behoeven niet te pen.” „Natuurlijk niet 1” Ze stapten den winkel nen. De modiste kwam naar voren. „Dag, dames! Wat is er van uw dienst ?” zei ze glimlachend. „Mijn vriendin heeft een nieuwen hoed noodig 1” zei mevrouw J ansen. „’t Is, hm, mijn vriendin, die een nieuwen hoed hebben moet!” verklaarde nu mevrouw Pietersen. Juffrouw Cornelissen boog. koobinzelf OPENING PHARMACEUTISCH LABORATORIUM TE UTRECHT. Een extérieur van het nieuw geopende gebouw. DE PRINCESSESCHOUWBURG TE ’S-GRAVÉN H AGE. Hierboven een foto van het gebouw van den Princesseschouwburg te ’s-Gravenhage, waarvan de officteele opening binnenkort zal plaats hebben. Ter gelegenheid van deze inwijding zullen wij in ons blad nog enkele intérieur-opnamen enz. plaatsen. (foto Hijmans)
PDF
Nummer
1915, nr. 81, 7 oct. 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA 8 FERDINAND, Korting van Bulgarije. VORSTEN, VAN WIER HOUDING VEEL. AFHANGT. FERDINAND, Koning van Roemenië. CONSTANTIN, Koning van Griekenland. „Dat zijn dus twee nieuwe hoeden I” „Ik wilde mevrouw Pietersen met u in kennis brengen,’’ hernam nu weer mevrouw Jansen. „Ik kom u een nieuwe klant brengen, juffrouw Cornelissen!” zei mevrouw Pietersen. De modiste boog. „Uitstekend I” riep ze uit. „Welken 'prijs verlangt u te besteden ?” „O, ik heb geen hoed noodig,” antwoordde mevrouw J ansen haastig. „Het is voor mijn vriendin !” „In ’t geheel niet!” verklaarde mevrouw Pietersen. „Het is mijn vriendin, die een hoed wenscht te koopen.” „Heb ik jou niet hier gebracht?” vroeg mevrouw Jansen, zich opwindende. „Neen, ik heb jou hier gebracht !” was het even vinnige bescheid. Mevrouw Jansen keert zich verwoed om en verlaat haastig den winkel, de deur achter zich dichtwerpende. Mevrouw Pietersen staart haar heensnellende vriendin een oogenblik verbaasd na, en volgt haar voorbeeld, na de modiste een stijf knikje gegeven te hebben. Mevrouw Jansen ging rechts. Mevrouw Pietersen gaat links. „Wat ’n gierig serpent,” zegt de eerste in zichzelf, „om te denken dat ze voor niemendal een hoed zou krijgen door er mij voor te laten betalen.” „Gemeene kat!” mompelt de ander. „Te kaal om zelf een hoed te koopen, zou ze er een willen hebben, door er mij een aan te smeren.” In de tram haalde mevrouw Jansen uit haar taschje een advertentie te voorschijn, die ze uit het ochtendblad HAAGSCHE VAKSCHOOL. VOOR MEISJES. De Bond van Vereenigingen tot het geven van Vakonderwijs, bracht op 2 October een bezoek aan de Haagsche Vakschool voor Meisjes, aan de Louise Henriettestraat te ’s-Gravenhage. Hierboven een groep der bezoekers,' met in het midden der foto (staand, zonder hoed), de directrice der School, mejuffrouw Berghuis. geknipt had. Ze las deze nogmaals vol spijt en teleurstelling: „Cornelissen en Baarman, hoedenmodisten, Nieuwstraat „20, telef. 208, berichten de ontvangst van nieuwe winterhoeden. Tevens hebben zij de eer haar geachte .Cliënteele mee te deelen dat zij haar voor elke nieuwe klant die bij haar een hoed in den prijs van f 20 of daarboven koopt, een van haar smaakvolle Parijsche hoedjes „dernier cri” geeft.” Ze frommelde het papier ineen en vertrapte het onder haar voet. Mevrouw Pietersen, eveneens woedend en teleurgesteld huiswaarts keerende, verscheurde dezelfde advertentie in honderden stukjes. En onderwijl vroegen de modisten Cornelissen en Baarman zich af of hun inval succes zou hebben. Onze Fotografiewedstrijd. H iermede berichten wij den deelnemers aan onzen fotografie-wedstrijd, dat de bekroonde inzendingen in een der eerstvolgende nummers zullen worden bekend gemaakt. Hoewel nog dagelijks talrijke, niet-bekroonde inzendingen teruggaan, is de jury met haar taak nog niet zoo ver gereed gekomen, dat reedsz/wde uitslag kan worden medegedeeld. HAAGSCHE VAKSCHOOL. VOOR MEISJES. Hierboven enkele intérieur-opnamen van de Haagsche Vakschool voor Meisjes, die een goeden kijk geven op de strekking van het aan deze uitmuntende inrichting gegeven onderwijs. Foto links: Een blik in de keuken, waar den meisjes het bereiden van verschillende spijzen onderwezen wordt. Rechts: Hoe den meisjes de omgang met kinderen geleerd wordt. (foto's ,,Rembrandt") NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN.
PDF
Nummer
1915, nr. 82, 11 oct. 1915
Blad
01
Tekst
ABONNEMENT PER KWARTAAL 26 NUMMERS f 1.30 (Zie foto's en beschrijving op peg 16) HET NIEU\A/STE SCHILDERIJ VAN K. KLINKENBERG. (Met toestemming van GOUPIL & Cie., Den Haag) STADSGEZICHT TE ROTTERDAM.
PDF
Nummer
1915, nr. 82, 11 oct. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 10 ONZE GRAFISCHE KUNSTENAARS - C.. VAN DER WINDT D e Leidsche schilder Chris van derWindt, vooral bekend als kundig en gevoelig aquarellist, heeft ook veel ge­ ëtst. V an zijn uitgebrefd etswerk is een groot gedeelte, zoo niet het grootste, verloren gegaan; Van der Windt is zelden of nooit met zijn eigen werk tevreden, zoodat hij tal van platen, nauwelijks gereed, weer afsleep of in de poreuze potten gebruikte die hem voor het opwekken van eiectricitert te pas kwamen — want tusschen het werken door legt hij een huiselijke telefoon- of lichtleiding aan, zoo hij al niet met zijn astronomischen kijker bezig is, de maan fotografeert, of zijn buitenboord-motor laat snorren. Van enkele dier platen zijn afdrukken blijven bestaan, maar ook hiervan hebben er weer gediend om ’n sigaar aan te steken, zooals er beschilderde paneeltjes onder de bijl zijn geraakt als er kachelhout ontbrak. Ofschoon de directie van den kunsthandel Goupil —• die ons het materiaal afstond, waarmee we deze pagina illustreeren en waaronder zich een ets bevindt die in slechts één afdruk bestaat — op een dertigtal der mooiste platen beslag legde en daarvan een oplage in omloop bracht, blijft het etswerk van Van der Windt zeldzaam; van elk dezer platen werden slechts twaalf afdrukken gemaakt. Het mag dus niet zoo algemeen bekend zijn als zijn waterverfteekeningen —. het behoorde even begeerd en gezocht te wezen. Van der Windt mag dikwijls klagen dat hij in zijn werk de stemming niet bereikt die hij gevoelt en uit te drukken zoekt, als teekenaar kent hij geen moeilijkheden; de techniek is hem aangeboren, met het métier is hij door en door vertrouwd. Men hoort hem dan ook nooit mopperen over slecht licht, weerbarstig papier, onbruikbare verf —« hij zoekt de gebreken bij zichzelf. En het was een lust hem zijn eerste etsen te zien afdrukken met een oude kopieerpers; ja, we meenen zelfs dat er daarvóór nog een stadium was waarin, bij gebrek aan beter, eenige stevige slagen met ’n houten hamer het verband tusschen plaat en papier moesten tot stand brengen. Merkwaardig genoeg waren die vroege etsen de minste niet, en het schijnt wel of de etstechniek Van der Windt niet meer zoo meesleepte toen hij over uitgezóchte papiersoorten en de hulp van de modernste persen, de bekwaamste drukkers kon beschikken. Voor verzamelaars — van de goede, oude soort: die er een portefeuille voor aanleggen — heeft het een groote aantrekkelijkheid wanneer interessante of waardevolle prenten moeielijk te vinden zijn ;• het spoort hun ijver aan, scherpt hun speurzin en leidt tot aangename voldoeningen wanneer een verborgen exemplaar zich ten lange leste vinden iaat. Er wordt zooveel, en zooveel van onwaarde, verzameld, dat deze ijver zich wel eens een betere zaak mocht waardig toonen. Wat zouden de collectionneurs van lucifersdoosjes en tramkaartjes ervan denken, zich voortaan op ’t bijeenbrengen van zeldzame prenten toe te leggen? Zouden niet zijzelf en onze grafische kunstenaars erbij gebaat zijn? Het moet een genot zijn in de portefeuille te bladeren en zich van elk blad de geschiedenis te herinneren: waar ’t gevonden werd en na hoeveel moeite.... In sommige collecties bevinden zich zeer zeker merkwaardige stalen van Van der Windt’s etskunst — niemand echter bezit ook maar de helft van ’t complete werk. Ziehier dan een gebied waarop naarstig zoeken rijk beloond kan worden, want eenmaal zal men elkaar deze intieme, met zooveel kennis en smaak geëtste bladen betwisten. J. T.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1921 tot 1925 van 11897