|
PANORAMA 10
Overzetten van paarden met vlotten. — De afvaart.
'-"^^an bijzonder belang zijn in dezen oorlog
breede wateren, als rivieren, kanalen, inundaties,
enz., voor de verdediging des lands
gebleken. Zoowel in het Westen als in het
Oosten wordt telkens achter die ‘ breede
waterwegen stand gehouden, zoodat ze als
’tware de verdedigingslijn aangeven. Nu weder gaat de ïsonzo
een belangrijke rol in de krijgsverrichtingen spelen en ik
hoef slechts namen als de Maas, Yser, Aisne, Oise, Marne,
Weichsel, San, Bzura enz., te noemen om er U van te
overtuigen van welk enorm gewicht deze wateren voor
de defensie des lands zijn geweest en nog zijn.
En geen wonder! Zij toch vormen een natuurlijke hindernis
die niet gemakkelijk te passeeren is, wanneer de
verdediger in de gelegenheid is geweest de
in tijd van vrede bestaande overgaansmiddelen,
m. a. w. de bruggen, te vernielen.
Dan immers moet de aanvaller in het gezicht
van snelvuurgeweren en -kanonnen zoo’n
overgang forceeren en ieder zal inzien welk
een geweldige worsteling dit vereischt, waar
het hem al moeilijk valt in het open veld
een verdedigende stelling te veroveren.
Het eenige bezwaar voor den verdediger
zou kunnen zijn, dat deze geen troepen genoeg
heeft om een eenigszins lange waterlijn
naar behooren te verdedigen, zoodat de aanvaller
van het moment der verrassing gebruik
kan maken om snel troepen naar den
anderen oever te brengen, die zich daar
kunnen nestelen. Maar zooals de toestand
tegenwoordig is, zijn de rivieren en kanalen
in dezen oorlog telkens met succes verdedigd
en is het voor een aanvaller een haast ondoenlijke
taak deze wateren over te trekken,
wanneer de verdediger op zijn tellen let.
Toch zal natuurlijk de aanvaller pogingen
aanwenden en voor een energiek leger is niets
onmogelijk, maar groot zullen de offers ontegenzeggelijk
zijn.
Steeds zal de aanvaller verrassend moeten
optreden, den verdediger in het onzekere
dienen te laten, waar hij zijn grootste kracht
zal inzetten om op die wijze succes te kunnen
behalen,
I n groote verhoudingen moeten een of meer
bruggen geslagen of de vernielde hersteld
worden. Meestal zal men tot het eerste besluiten,
omdat slaan in het algemeen vlugger
gaat dan herstellen.
Het spreekt van zelf, dat die brugslag beveiligd
behoort te worden, m. a. w. er moeten
troepen op den anderen oever zijn, die den
vijand een eindweegs terugwerpen of een
opdringen tegengaan. Dit heet het vormen
van een bruggenhoofd, waarachter de pontonniers
of pioniers rustig de brug kunnen
bouwen. Dit vormen van een bruggenhoofd
is de taak van het eerste échelon, zoo spoedig
mogelijk versterkt door andere afdeelingen,
zoodat tenslotte de hoofdmacht veilig over
de brug kan trekken.
Hoe komt nu dat eerste
échelon aan den tegenovergestelden
oever, wanneer er
van een brug nog geen sprake
is? Daartoe staan den troep
verschillende middelen ter
beschikking. Cavalerie in
klein verband kan overzwemmen,
waarbij het personeel
b.v. in vouwbooten
gezeten is. Maar voor deze
manoeuvre moet alles meewerken
o.a. de gesteldheid
der oevers, het weer enz.
Het liefst maakt men van
particuliere vaartuigen gebruik,
daar dan het pontonmaterieel
beschikbaar
blijft voor den onmiddellijken
brugslag. Is evenwel
geen particulier vaartuig
aanwezig, dan dienen de
pontons aangesproken te
worden.
De enkele ponton gebruikt
Het overtrekken
van breede waterwegen
(Van onzen militairen medewerker)
men niet gaarne voor deze doeleinden; deze ligt te rank
op het water en kan ook maar enkele infanteristen vervoeren.
Beter voldoen z.g. gekoppelde pontons (twee pontons,
welke door middel van brugplanken stevig aan elkaar
gesjord worden) en vlotten van twee pontons (zie de
foto’s). Het vervaardigen van een vlot duurt langer, omdat
hier ook onderliggers aan te pas komen en een brugdek
wordt gemaakt. Daar tegenover staat echter, dat met
een vlot ook paarden en voertuigen overgebracht kunnen
worden. Heeft men dus enkel infanterie over te brengen
dan zijn gekoppelde pontons te verkiezen, anders moet
men zijn toevlucht tot vlotten nemen. Doch dan zijn
voor het vervoer van paarden en voertuigen ook aanleghoofden
noodig.
De gekoppelde pontons kunnen 40 geheel uitgeruste
manschappen overzetten. Een vlot van 2 pontons 50 infanteristen
of 6 paarden (zie de foto’s) of een voertuig
en 4 paarden met manschappen of 24 wielrijders. Bij
het vervoer der paarden dringen de beesten tegen elkaar,
zooals de foto’s duidelijk te zien geven. Waarschijnlijk
oefent de breede waterbaan een eenigszins bevreesd makende
invloed op hen uit. Zet men echter naast de hoofden
der buitenste paarden een paar man, dan zijn ze
spoedig gekalmeerd.
Gebruikt men een vak van 4 pontons, dan kunnen
TIJDENS DEN BRUGSLAG,
DE BRUG IS GEREED.
Overzetten van paarden met vlotten. De overvaart.
zelfs 100 man of 12 paarden overgebracht worden. Doch
de vervaardiging van zoo’n vak duurt ook weer langer.
En men moet juist van het moment der verrassing gebruik
maken om troepen naar den anderen oever te
brengen.
Eenmaal daar genesteld, is reeds veel gewonnen.
Hoe heeft nu het overbrengen van het eerste échelon
plaats, wanneer men over het noodige ovetzetmaterieel
beschikt ? Nogmaals moet op het verrassende der overbrenging
gewezen worden als eerste factor voor succes.
Ook het aanvoeren of gereedmaken der overzetmiddelen
dient dus zoo gedekt mogelijk te gebeuren. ’sNachts omwindt
men de geluidmakende deelen als riemen, beugels,
enz, met lappen, stroo, biezen of touwwerk. Een pontonnierofficier
is belast met de voorbereiding en
de leiding van het inschepen. Hij moet precies
weten, hoeveel elk vaartuig kan bevatten en
hij mag het sein tot afvaren niet geven, vóórdat
alle vaartuigen daartoe gereed zijn.
Daarna roeit elk vaartuig naar zijn aan genen
oever aangewezen plaats, in den regel recht
tegenover de plaats van inscheping gelegen.
De riemen worden zoo stil mogelijk in en uit
het water gebracht. Zoo veel mogelijk moet
in ééne lijn gevaren worden ; op deze wijze
wordt bij ontdekking het vaartuig, dat het
dichtst bij genen oever is, niet alleen doel
van het vijandelijk vuur, terwijl voorts een
zoo groot mogelijk aantal troepen gelijktijdig
den vijandelijken oever bereiken.
Een vaarlichaam, dat ontdekt en beschoten
wordt, zal zoo snel mogelijk den vijandelijken
oever trachten te bereiken. Kogelgaten in de
ponton onder de waterlijn worden met een
stuk hout voorloopig gestopt.
Voor de volgende échelons vaart elk
vaarlichaam zoo snel mogelijk tusschen zijn
laad- en losplaats heen en weer. Heeft het
eerste échelon den tegenovergestelden oever
bereikt, dan zal het beproeven zich zoo snel
mogelijk uit te breiden om de pontonniers
in de gelegenheid te stellen de brug voor
de hoofdmacht te slaan.
Dit eerste échelon, dat vreeselijke verliezen
zal lijden, wanneer de verdediger op zijn
„qui vive” is, moet onmiddellijk door volgende
afdeelingen versterkt worden, wil de
geheele onderneming niet mislukken.
Ook de pontonniers moeten het slaan van
de brug zeer snel verrichten, opdat de hoofdmacht
den zich op ’s vijands oever bevindenden
troepen tijdig te hulp kan komen.
Het overschrijden van militaire bruggen
behoort door de troepen op de voorgeschreven
wijze te geschieden, daar anders de
kans bestaat, dat de brug niet tegen het
vervoer bestand is.
Zoo is in het algemeen het samendringen
van passeerende infanterie op de brug ten
strengste verboden, omdat dan de brug ter
plaatse overmatig wordt belast en de mogelijkheid
geboren wordt dat
ze bezwijkt.
Enkele pontonniers nemen
in de pontons plaats en
zorgen, dat deze niet te
sterk schommelen, waartoe
ze, zoo noodig, wanneer de
waterdiepte het toelaat,
boomen of haken in den
grond steken. De infanterie
marcheert uit den pas; de
cavalerie stijgt af; de stukrijders
blijven te paard, omdat
ze dan het voertuig
beter kunnen besturen.
De grootste stilte wordt
in acht genomen, opdat de
commandant der brug en
diens personeel in de gelegenheid
zijn, zich desvereischt
verstaanbaar te
maken.
CAVALERIE TREKT OVER DE GESLAGEN BRUG.
|