Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1896 tot 1900 van 11897
Nummer
1915, nr. 78, 27 sept. 1915
Blad
05
Tekst
13 PANORAMA Militaire Sportfeesten te Leiden V^oensdag 22 September is te Leiden op het Schuttersveld een militaire- en sportuitvoering georganiseerd, die in één woord, een succes is geweest. Het feit, dat de Koningin, de Koningin-Moeder. Prins Hendrik en talrijke autoriteiten de festiviteiten bijwoonden, alsook dat de baten ten voordeele kwamen van het Leidsche Steuncomité, deed menigeen te eer besluiten de schitterend geslaagde demonstratie bij te wonen. Prachtig najaarsweder begunstigde de. uitvoering van het uit talrijke en zeer verschillende afdeelingen bestaande programma, waarvan wij op deze pagina enkele nummers in beeld brengen. Links: Aankomst van H. M. de Koningin en Z. K. H. Prins Hendrik aan de koninklijke tribune. Midden: De Koningin op weg om het blokhuis te bezichtigen (zie ook de voorpagina). Rechts: De Koningin in de loopgraven. (V.F.B.) altijd. Maar dat zou niet fair zijn. Ik ben. . . . een pauper en heb schulden. In maanden heb ik geen schilderstuk verkocht.” ,,je zult rijk en beroemd zijn als ik terugkom,” zei ze. ,,Zoo rijk en beroemd dat je mij vergeten zult zijn.” Ik kon dat niet ongestraft laten. Ik nam haar in de armen, doch op datzelfde oogenblik een stap op de trap hoorende duwde ik haar haastig weg achter een scherm. Het atelier was nu bijna geheel in het duister gehuld. We hoorden een haastigen tred op het portaal, de deur ging open, een man sloop naar binnen, keek rond en verborg zich toen achter de overgordijnen van een der ramen „Wie is daar?” riep ik scherp. Ik hoorde een geschuifel en liep op het raam toe. De man schoof de gordijnen op zij en trad te voorschijn. „Ik ben onschuldig,” pleitte hij. „Ik zweer je dat ik onschuldig ben. Ik heb niets, onderzoek me. ’t Is waar, geloof me. Ze beschuldigen mij van diefstal. Ze achtervolgen me,” Ik hoorde zware voetstappen in de hal beneden. ,.‘t ïs een politieman. Ik was ellendig en had de dwaasheid om weg te loopen. Er is gestolen in eenhuisaan deoverzijde. De agent zag mij, ik dacht dat hij mij kende. Maar ik heb niets, verberg mij. Ik zweer, ik heb niéts ; ’t is waar ...” Hij kon bezwaarlijk iets groots gestolen hebben, want zijn armoedig jasje was nauw om z’n mager lichaam toegeknoopt en zijn smeekende oogen waren angstig op mij gericht, toen ik licht ontstoken had. MILITAIRE SPORTFEESTEN TE LEIDEN. Het meest belangrijke nummer van het programma was de overvalling van een blokhuis dat een étape-spoorweg beveiligt. Vooral deze, op bedrieglijke wijze nagebootste oorlogsépisode, werd door H.M. de Koningin en de talrijke aanwezigen met groote belangstelling gevolgd. Links : Bij de nadering van den vijand zendt de commandant van het blokhuis een lorrie met een mitrailleur de baan op om den vijand te verrassen. (V.F.B.) Midden: Bij de besluiping van het blokhuis gelukt het een vijandelijke patrouille, gedekt door tonnen, te naderen en daarmede, zij het ook ten koste van verliezen, een noodbrug te slaan. Rechts: Gymnastiekoefeningen met geweer door 200 man van het 4e regiment infanterie, onder leiding van Kapitein Leers, MILITAIRE SPORTFEESTEN TE LEIDEN. (V.F.B.) Wat moest ik doen ? Volgens recht diende ik hem aan het gerecht over te leveren, maar de man zag er zoo meelijwekkend uit, dat ik het niet over mij kon verkrijgen. Mijn besluit stond vast. Snel plooide ik de gordijnen om hem toe. „Excuseer, mijnheer, heeft iemand u lastig gevallen ?” vroeg een stem aan de deur. Het was de politieagent. „Er is hier in de buurt gestolen. Een gouden plaat of bord. Een bediende zag het en maakte alarm. Ik had hem in de gaten aan den hoek . .. Hij was buiten adem en het zweet stroomde hem langs het gelaat. Ik keek rond, de gordijnen aan het venster waren weer gesloten en bewogen niet meer. „Jij valt mij lastig,” viel ik hem in de reden. In allen geval kon de man de dief niet zijn. Hij kon geld, juweelen gestolen hebben maar een gouden bord had hij niet kunnen verbergen. „Ja, je valt ons lastig,” zei nu Vera plotseling te voorschijn tredende. Ze richtte zich nu tot mij. „Ik moet nu gaan, Keith l Vaarwel!” De politieman mompelde een verontschuldiging en klom de trap op een verdieping hooger ; Vera begaf zich met mij naar beneden. Terwijl wij beneden aan de deur stonden en elkander „vaarwel” en nog eens „vaarwel” zeiden, kwam de agent van boven af. „Goeden avond, mijnheer ! Goeden avond, juffrouw 1” „Goeden avond, agent 1” Een hoogst interessant en keurig uitgevoerd nummer van het programma: Patrouillerijden door onderofficieren van de Veld-artillerie, die een verkenningstocht met hindernissen maakten. Een zestal medailles waren door de officieren der Veld-artiilerie voor deze oefeningen beschikbaar gesteld. MILITAIRE SPORTFEESTEN TE LEIDEN. Gezamenlijk hindernisspringen door officieren der veld-artillerie, wat op keurige wijze werd verricht, (foto „Rembrandf')
PDF
Nummer
1915, nr. 78, 27 sept. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA Ook Vera verliet haastig het huis en ik begaf mij langzaam naar boven. Zoozeer waren mijn gedachten vervuld van mijn eigen verdriet, dat ik den vluchteling geheel vergeten was. Hij kwam vanachter het gordijn te voorschijn, toen ik mistroostig op een stoel was neergevallen. „God zegene u, mijnheer 1” teemde hij. „Kom hier!” beval ik. Ik liet mijn beide handen langs hem heengaan, betastte hem overal, doch hij had niets, in geen geval een gouden bord onder zijn kleeren verborgen. „Ga heen1 Ik heb meer gedaan voor jou, dan ik verantwoorden kan/’ zei ik. „Ga nu heen !” Even aarzelde hij. „ I k zie dat ik den agent terug zal moeten roepen,” zei ik. Dit dreigement was voldoende. Snel verliet hij mijn atelier en even snel was ik hem vergeten ; mijn eigen verdriet vervulde mij te zeer. Een uur daarna, misschien langer, ’k weet ’t niet. want men let niet op den tijd als men droef-onbeweeglijk zit te staren naar iets wat men niet ziet, na geruimen tijd dan, werd ik uit mijn droevig gepeins opgeschrikt door een zwaren stap op de trap. Het was Foss. Ik keek op, onze oogen ontmoetten elkander» „Keith Radley,” zei hij» „ken je de menschen die boven je wonen ?” Ik keek hem wantrouwend aan. Had hij Vera uit mijn woning zien komen ? Was het een strikvraag om achter de waarheid te komen ? „Ja!” antwoordde ik kort. „Herinner je je dat Fairford-presenteerblad ?” vroeg hij. „Dat in goud filigraan, dat je zoo bewonderde, toen je laatst bij mij was ?” ,,Ja 1” zei ik weer, „Dat is gestolen! Het werd schoongemaakt, het keukenraam stond open. De keukenmeid zag een hand door het venster en gaf een schreeuw. Ze zetten den dief dadelijk na en hij is in dit huis geslopen, ten minste — dat gelooven we. Heb jij iets gehoord ?” „Ik heb den dief niet gezien,” antwoordde ik kalm. „Ah 1 Gezien niet, maar wel gehóórd 1” riep hij uit. „Neen !” „Hij verborg het tusschen zijn jas; de meid zag het!” Maar ik had den man overal betast en zijn ribben gevoeld. Hij kon onmogelijk het blad bij zich gehad hebben. Foss ging voort; „Wie wonen hierboven ?” „Juffrouw Kingham, beeldhouwster; Abington, de handelsreiziger en Withington en Kemble, artisten.” „De dief moet zich hier in huis ergens verscholen hebben, dat weet ik zeker,” zei bij, „die politieagent is een sukkel, maar hij is nu op zijn hoede.” „Zoo !” „Is er iemand hierboven dien je verdenken kunt ?”. „Neen !” „Hm !” ging Foss voort. „Er zal hier aanstonds een detective van Scotland Yard komen. Ik hoop dat je jezelven voldoende zult kunnen verdedigen.” „Wat ? Verdenk je mij ?” vroeg ik verbaasd. „Ja, om twee redenen. Artisten zijn dwaas genoeg om een dief te herbergen, als ze niet desperaat genoeg zijn om zelf te stelen !” Prof Dr. C. W. J. W. J.GEESINK. HET S.S, „KONINGIN EMMA” GEZONKEN. Het s.s. „Koningin Emma’’ van de Stoomvaartmaatschappij „Nederland*’, is nabij Long-Sand (één der vóór de Theemsmonding liggende zandbanken ten Zuiden van Harwich) op een mijn geloopen en gezonken. Alle passagiers en opvarenden zijn gered. Het schip» dat in 1913 werd gebouwd en een der nieuwe dubbel-schroefstoombooten der Maatschappij was, was den 19en Augustus van Batavia naar Amsterdam vertrokken. (V.F.B) „Dus u verdenkt mij, mijnheer Foss?” „Ik zou niet verwonderd zijn, als je om mijn huis sloop, om een geheim tête a tête met Vera te hebben,” hernam hij. „Ik verwacht niet dat je veel om mijn waarschuwing geven zult. Je zoudt een onderhoud met haar stelen als je kon.” Hij lachte grimmig en vroeg toen plotseling : „Heb je haar gezien, sedert je mijn brief ontvangen hebt ?” „Mijnheer Foss, de deur staat achter u open !” zei ik. „Waarom lieg je niet en zegt „neen” ? Dus je hebt haar gezien. Waar? Hier of. . Zijn gelaat was rood van woede. Langzaam naderde hij J. JONGEPIER. Zondag 19 Sept. herdacht Prof. Dr. C, H. J. W. J. GEESINK, hoogleeraar in de Godgeleerdheid aan de vrije Universiteit te Amsterdam, het feit dat hij vóór 25 jaar het ambt van hoogleeraar aanvaardde. Aan Jhr. Mr. W. H. HOEUFFT te Middelburg, werd op zijn verzoek eervol ontslag verleend als rechter aan de rechtbank aldaar. ... 23 September vierde de heer j. JONGEPIER, rijksboekhouder le kl. te Den Haag. zijn 4O~jarig jubileum als ambtenaar in rijksdienst mij en ging voort : „Ben je in mijn huis geslopen, Keith Radley ?” Ik leunde achterover in mijn stoel. „Het is een voorrecht van den ouderdom dat u de jeugd ongestraft beleedigen mag,” merkte ik op. „Je weet dat je veilig bent. Als je dertig jaar jonger was, smeet ik je van de trappen.” „Dat zou een dief zijn rechter, die hem veroordeelt» ook doen, als de bewaking het niet verhinderde,” merkte hij lachend op. „Jij bent arm en wanhopig. Zag je het presenteerblad, toen je op Vera wachtte ?” „Pas op 1 Ik mocht eens vergeten dat je zestig bent,” dreigde ik en stond op. „Je moest liever gaan voor ik ’t doe !” Zijn oogen keken onderzoekend mijn atelier rond. Hij luisterde niet naar mij. Ik had evengoed tegen de muren kunnen praten. Opeens liep hij op het raam af en schoof de gordijnen opzij. Daar! Onder het venster, rechtop tegen den muur gezet, stond het Fairford schenkblad! Toen ik het prachtige gou den smeedwerk zag, begreep ik' dadelijk wat er gebeurd was. De dief had het onder zijn jas verborgen gehad, toen hij binnenkwam. Hij had zich toen onmiddellijk achter het gordijn verborgen en het daar neergezet. Geen wonder dat hij aarzelde en naar de portières keek, toen ik hem wegstuurde. „Zoo 1 De schoelje had het dus toch !” riep ik woedend uit. „Het was donker toen hij binnenkwam en had het reeds verborgen, toen ik licht opstak.” „De rand van het blad kwam net onder het gordijn te voorschijn,” zei Foss, ging naar de deur en sloot die. „Het was stom van jou, Keith Radley.” „Hoe kon ik dat weten ?” protesteerde ik. „Het oog van een artist moest den glimmen den rand gezien hebben. Je had wel een betere schuilplaats mogen opzoeken!” merkte hij koeltjes op. „Wat wil je zeggen ...” Ik keek hem ten hoogste verbaasd aan. „Mijn wantrouwen was reeds eerder opgewekt. Nu weet ik het zeker,” ging hij voort. „Wel, heb je nog iets te zeggen voor ik den politieman roep ?” „Roep hem, als je plan hebt jezelvenjbelachelijk te maken,” zei ik berustend, ziende dat het hem ernst was en dat ik mij in een lastig parket gebracht had. „Ik zat hier in het donker. Een man komt hier binnen en verbergt zich achter het gordijn. Hij zweert mij dat hij niets gestolen heeft. De agent was gemakkelijk te overbluffen. Toen deze weg was, heb ik den man zorgvuldig gefouilleerd. Hij had geen gestolen voorwerpen bij zich. Het is nu natuurlijk gemakkelijk te begrijpen, wat hij deed.” „Mijnheer Radley.” merkte Foss schamper op, „ik dacht dat je artist was en niet een schrijver van sensatieromans.” „Geloof je mij niet ?” riep ik uit, half woedend, half lachende, „Waarom zou ik dat ?’* vroeg hij kalm. „Ik moet óf nou je gelooven en niet gelooven Keith Radley van daarstraks, óf vice-versa. Daar straks zwoer je dat je den dief noch gezien noch gehoord had. Nou zeg je . . „Ik Heb je gezegd, ik wist niet dat hij de dief was.” „Ik vraag je excuus’ Ik zie wel je bent .geen schrijver. Dan zou je nooit zulken onzin hebben uitgekraamd ! Een grap moet aanneembaar zijn, al is ze nog zoo gezocht. Ik veronderstel dat je gedacht hebt, dat die kerel, die een anders kamer binnensluipt en een gestolen voorwerp achter een gordijn verbergt en zwoer dat hij niets had, de minister van justitie was! Je zult voor den rechter een geloofwaardiger verhaaltje moeten verzinnen, of bekennen. Ik nam mijn hoed en liep naar de deur. „Wel ?” vroeg hij, mij aanstarende. „Doe het gas uit als je weggaat,” zei ik. „Goeden avond !” Ik opende de deur. Hij ging naar ’t raam en deed dit open. „Er staat beneden een politieagent. Als je een voet in de straat zet zal hij je arresteeren. Je doet beter niet weg te gaan, Radley !” „Heb je lang genoeg voor gek gespeeld ?” vroeg ik. „Probeer maar niet mij te overbluffen, Radley, dat gebeurt toch niet. Het spijt me voor je, waarachtig, maar . .” „Houd je deelneming maar voor je zelf,” riep ik uit, woedend en beleedigd. „Heel goed, maar ...” — Hij aarzelde. INWIJDING VAN HET NIEUWE CLUBGEBOUW VAN „NEREUS”. Verleden week is in tegenwoordigheid der leden en talrijke genoodigden het »naar de eischen des tijds verbouwde clubgebouw van de Amsterdamsche roeivereeniging „Nereus” op plechtige en feestelijke wijze ingewijd. Links: Het verbouwde clubgebouw. Rechts: De ter gelegenheid van de inwijding gehouden clubtocht, waaraan door zeer veel booten werd deelgenomen. (V.F.B.) Jhr. Mr W H. HOEUFFT
PDF
Nummer
1915, nr. 78, 27 sept. 1915
Blad
07
Tekst
15 PANORAMA VOOR ZWEMLIEFHEBBERS, Bovenstaande opname, gemaakt in de Zeister Zweminrichting, werd ons van bevriende zijde toegezonden.niet het verzoek tot plaatsing in Panorama. Men vestigde in ’t bijzonder onze aandacht op de krachtige houding van den geoefenden duiker (boven), die van den duiktoren springt, in tegenstelling met de slappe figuur— men lette vooral op de houding der beenen van den ondersten zwemmer, die van ’t plankier tracht te duiken. ZEILWEDSTRIJDEN VAN „DE MAAS’*. Eert overzicht van de verleden week Zondag tusschen het Kralingsche Veer en Bergambacht gehouden Zeilwedstrijden van de Koninklijke Roei- en Zeilvereeniging „De Maas”. Op den voorgrond „Psyché” (eigenaar J. C. Haentjes te Rotterdam), 2e aangekomene. „Ik wil je toekomst niet vernietigen. Je bent jong. Je kunt naam maken,” ging hij snel voort. ,,Er is veel goeds in je. Ik geef toe, je zit in moeilijkheden. Je hebt dringend geld noodig. Vera maakte je wanhopig. Ik wil je een voorstel doen : Zweer dat je Vera zoolang je leeft niet meer ontmoeten of schrijven zult en ik zal je niet aan de politie overgeven.” Ik lachte hem in zijn gezicht uit. „Zoo, zoo, is dat de bedoeling ! Jij . . .” „Jongen,” viel hij mij in de rede op buitengewoon milden toon, „zie je toestand kalm onder de oogen. Je kunt niet verwachten dat ik je bakersprookje gelooven zal. Zal de rechtbank je gelooven ? Reken er maar niet op. „En als ik nu een getuige heb, een onverdachte getuige,” riep ik uit. „Wat dan?” GROOTE MANOEUVRES TE OUDENBROEK. De hierboven en -onder gereproduceerde foto’s, genomen tijdens de onlangs gehouden groote manoeuvres te Oldenbroek, werden ons van geachte zijde toegezonden, met verzoek ze een plaatsje te geven in ons blad. Wij voldoen gaarne aan dit verlangen en vertrouwen dat ook onze abonné’s met „Een getuige?” stamelde hij. Vera had alles gezien en gehoord, haar getuigenis zou mijn onschuld bewijzen, doch tevens haar toekomst vernietigen. Ik kende Foss te goed, om niet te weten, dat hij zijn voornemen onverbiddelijk zou uitvoeren. Niets zou hem hiervan terugbrengen. Hij had zijn besluit genomen en al mocht de hemel vallen, al mocht hij er zelf berouw over hebben, hij zou nimmer, nimmer zijn woord breken. Vera zou alles verliezen. Vera niet in staat om in eigen onderhoud te voorzien, gewend aan een leven van luxe, zou zonder een cent achterblijven. Arm, zooals ik. Wat kon ik haar aanbieden, ik die nauwelijks mijzelf onderhouden kon ? Ik kon mijzelven vrijmaken ten koste van baar, door haar heur erfenis te ontnemen. Zou de werkelijke dief mij ter hulp komen ? Dat kon ik nauwelijks gelooven. Ik kon dus slechts mijn woord stellen tegenover het overtuigende bewijsstuk van Foss: het op mijn kamer gevonden gouden presenteerblad. Vera zou ’t nimmer te weten komen. „Een getuige! Een onverdachte getuige!” herhaalde Foss. „Ja. De . . . dief zelf!” zei ik. Nu schoot hij in een lach, een lach van verlichting. Hij wist evenals ik dat mijn veronderstelling weinig waarschijnlijk was. Zelfs in mijn eigen ooren klonk ze belachelijk. „Ik hoop voor jou, dat je hem vinden zult,” zei hij ernstig. Daarna iets op een papiertje krabbelende, vouwde hij ’t dicht met een cent erin, floot en wierp het uit het raam. „De agent ?” vroeg ik. Hij knikte. Ik kwam terug in mijn kamer en hing mijn hoed aan den knop van een ezel. „Dan zal ik hier op hem wachten,” zei ik. Een lange stilte volgde. Toen kwam Foss naar mij toe. „Ik zal je niet aan de politie overleveren,” zei hij langzaam. „Ik heb wat anders bedacht, wat beters. Het geeft mij niets of ik je al in de gevangenis weet. Maar het geeft mij u/el wat als Vera weet wat je bent: een dief. Ik heb om haar gezonden.” Ik sprong op. „Waarvoor?” „Om haar te doen zien wat een verachtelijke leugenaar en dief je bent,” zei hij. „Het is hard om een jong meisje haar ideaal te ontnemen, maar dit plan is nog het beste,” „Het is schandelijk wreed, mijnheer Foss,” barstte ik woedend uit, en mijn gedachten werkten inmiddels snel. Ik moest haar komst verhinderen, verhinderen dat hij haar vertelde wat gebeurd was. „Wreeder dan je naar de gevangenis te sturen ?” „Ja,” zei ik moedeloos. „Mijnheer Foss,” ging ik na een oogenblik zwijgens voort, „ik heb je een dienst te vragen. Laat Vera niet hier komen, . . . zeg haar niets en ik zal afInteresse deze opnamen, die onze weermacht in actie toonen, zullen bezichtigen Links: het afschieten van een 12-c.M.-kanon; midden: het nazien en repa reeren van een defect geraakt machinegeweer; rechts: het afvuren van een ander type 12-c.M.-kanon. stand van haar doen.” — „Wel, wel! Wat ’n nobele zelfopoffering voor een eerlijk man,” zei hij op insinueerenden toon. „Dat hindert niet,” ging ik voort. „Ik . . ” „Als je onschuldig was aan den diefstal, zou je er zeker van zijn dat Vera je zou gelooven. Je zoudt mij zeggen naar den duivel te loopen. Je zoudt ...” Het was waar. Ik zag geen weg meer om hem te overtuigen. „Ik beken schuld I” zei ik. „Te laat 1” antwoordde hij. „Vera komt daar reeds aan.” „Ga naar beneden,” pleitte ik. „Zend haar terug. Ik beken schuld. Ik geef de gevangenis de voorkeur boven . . „Je hebt gehoord van den diefstal thuis, Vera?” zei Foss snel. „Ik heb den dief en het gestolene gevonden. Daar staat de dief!” ging hij voort op mij wijzende. „Dief en leugenaar, GROOTE MANOEUVRES TE OLDENBROEK. Links: hef in stelling brengen van een machinegeweer; rechts: de uitwerking van een machinegeweer wordt door eenige officieren gadegeslagen.
PDF
Nummer
1915, nr. 78, 27 sept. 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA 16 Mevrouw Kneppelhout Hemelsche Berg. — Gezicht op ’t park en ’t huis. !P\en I7en September LI. werd mevrouw de weduwe Mr. J. Kneppelhoutvön Braam te Oosferbeek 90 jaar. Op zichzelf beschouwd is dit feit niet belangrijk genoeg om het in een tijdschrift als het onze te publiceeren, maar het geldt thans een uitzonderingsgeval. Mevrouw Kneppelhout toch is de eigenaresse van het prachtige, door geheel Nederland bekende landgoed „den Hemelsehen Berg , waarvan velen, zéér velen in ons land en niet hef minst de bewoners van Oosferbeek zelf — hebben genoten. Mevrouw Kneppelhout heeft altijd hare heerlijke bezitting, die ongeveer 60 bunder groot is, voor hef publiek opengesteld, en daardoor velen aan zich verplicht en niet hef minst de bewoners van Oosferbeek. ’f Is dan ook geen wonder, dat de geachte jubilaresse dien dag namens de burgerij van Oosterbeek werd gehuldigd en door den burgemeester, Jhr. Nedermeyer Ridder van Rosenfhal, werd gelukgewensehf. Mevrouw Kneppelhout had vele bloemstukken in ontvangst te nemen, terwijl haar als huldeblijk der burgerij een monument werd aangeboden, dat nog dit jaar op ’f meest idyllische plekje van ’t landgoed zal worden opgerieht, In hef jaar 1654 kwam de Hemelsche Berg NEDERL. BOND TOT KINDERBESCHERMING. Het Bestuur van den Nederl. Bond tot Kinderbescherming op de verleden week in het gebouw van den Hoogen Raad te ’s-Gravenhage gehouden vergadering. fV.P.B.) Hemelsche Berg. — De bloemstukken in de hall. in ’f bezit van de. tegenwoordige eigenaresse, terwijl deze in 1655 smartelijk werd getroffen door het overlijden van haren echtgenoot, den bekenden schrijver (onder den pennenaam Klikspaan) van Studentenleven en -typen. In 1656 werd hef oude huis afgebroken en met den bouw van het tegenwoordige begonnen. 25-JARIG BESTAAN St.-ELISABETHGESTICHT TE AMSTERDAM. Woensdag 22 September was het 25 jaar geleden dat het St.-Elisabethgesticht aan de Mauritskade te Amsterdam 25 jaar bestond. Feestelijkheden hadden ter herdenking van dit feit niet plaats. Hierboven de bewoonsters van het gesticht in de smaakvol versierde hal. (V.F.B.) Vera ! Hij heeft bekend. Eerst loog hij, een armzalige leugen, een belachelijke leugen, Vera I” „Vera, wil je dadelijk heengaan,” beval ik. „Ik verzoek je van de woorden van den heer Foss geen notitie te nemen I” Maar nu verloor hij zijn geduld. „Daar is hij nou, de man, van wten jij denkt dat-ie je liefheeft,” ging hij buiten adem voort. „Een dief, een leugenaar, een verachtelijke lafaard.” „Geef hem geen antwoord, lieve 1 Ga heen 1” bad ik. Ze lette niet op mijn verzoek, maar keerde zich met van verontwaardiging schitterende oogen tot haar pleegvader. „De getuige... de getuige, waarvan hij verhaalde, was ik!” riep zij uit. „ Ik was hier ! Ik kwam om hem vaarwel te zeggen. Ik wist niets van je brief. Het was niet zijn schuld ! ik kwam hier zonder dat hij er te voren van wist. Ik was hier I Ik zag den dief. Ik sprak met den agent. Vraag het hem maar, als je me niet gelooft! Hij zag mij . . „Zag de agent je?” herhaalde hij. „O ja, ik spreek de waarheid,” ging ze verwijtend voort. „Vera, ga heen 1” zei hij stotterend, „’t Is goed ! Zij ging heen, „Waarom zei je mij dat niet ?” vroeg hij na een pauze. „Ben je je brief vergeten ?” was mijn wedervraag. „En jij . . jij hadt de gevangenis willen ingaan?” „Het is al wat ik doen kan voor Vera 1” antwoordde ik. GRONDWETTELIJKE GELIJKSTELLING VAN MAN EN VROUW. Donderdagmiddag 23 September werd het hoofdbestuur van de „Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht”, ter aanbieding van het door deze vereeniging in 1914 op touw gezette volkspetitionnement voor grondwettelijke gelijkstelling van man en vrouw, door den Min, v. öinnenl. Zaken aan diens Dep. in buitengewone audiëntie ontvangen, (K.F.B.) EEN KLEEREN PALEIS. Het nieuwe, onlangs gereedgekomen gebouw van het Magazijn „Nederland” der firma Kattenburg op den hoek van de Spuistraat te ’s-Gravenhage, {V.F.B.) LANDBOUWTENTOONSTELLING TE ALKMAAR. Een overzicht van de Woensdag 22 September onder begunstiging van uitstekend weer te Alkmaar gehouden Landbouwtentoonstelling, Het aantal inzendingen — waaronder zich prachtig rasvee bevond — was zeer groot, terwijl ook de belangstelling voor de expositie de verwachtingen niet teleurstelde. (V.F.B.) Weer een lange pauze. „Jongen, jij. . . jij kunt mij nooit vergeven,” stamelde hij. „Ik zal je vergeven op één voorwaarde,” antwoordde ik, CONCOURS-HIPPIQUE TE WAGENINGEN. Begunstigd door prachtig herfstweer werd 22 September te Wageningen het jaarlijksch concours-hippique gehouden der Vereeniging tot bevordering der Paardenfokkerij in Gelderland. Hierboven „Jonkvrouw” (eigenaar Joh. Lamers), de winster van den eere-prijs, een groote Zilveren medaille, uitgeloofd door H. M. de Koningin, fKF.S.) „dat Vera’s komst hier, haar niet zal worden aangerekend ; dat je haar niet onterven zult; dat. .” „Mijn woord breken . .. een valsche eed doen,” riep hij uit. „Ik had ’t vergeten ! Ik zwoer I Ze zou niets erven I Ze heeft je gezien zonder mijn toestemming . . . Hij praatte voort, onsamenhangend op een toon vol zelfverwijt. Hij vroeg zijn brief terug, las en herlas hem. „Hij bindt me . . bindt me. Ik kan niet terug,” kreunde hij. „Mijn arme kleine Vera! Goede God 1 wat heb ik gedaan I” Zonder acht op mij te slaan, liep hij de kamer uit, de trap af, het gouden presenteerblad onder den arm. Ik zag van uit mijn raam de politieagent en een detective op hem toeloopen. „Ik vond ’t boven op ’t portaal in een hoek geworpen,” hoorde ik hem zeggen en daarop liep hij naar huis. Nog dienzelfden avond ontving ik den tweeden brief in mijn leven van Percy Foss. „Vera heeft een middel gevonden om de werking van dien „noodlottigen brief te niet te doen zonder mijn woord te „breken. Ze heeft haar vertrek uitgesteld tot morgen of „een paar dagen later. Kom vanavond nog eens bij mij „om over de zaak te praten. Vera heeft voorgesteld, ,»Keith, nu ik mijn geld niet aan haar kan nalaten, tot ,,mijn erfgenaam te benoemen, den man dien zij eenmaal ,,zal trouwen. Het blijkt uit alles wel dat jij dat wezen ,,zult, en aat zal me genoegen doenl Percy Foss.” NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN,
PDF
Nummer
1915, nr. 79, 30 sept. 1915
Blad
01
Tekst
No. 79 (14a) 30 SEPT. 1915 AFZONDERLIJKE NUMMERS 7‘A CENT . W S IJ ~r H O F= f= ’ S UITG&V/ER.S MAATSCHAPPIJ - L_ E I D E. fS ABONNEMENT PEK KWARTAAL 26 NUMMERS f 1.30 Ministeriëel bezoek aan ’t Vliegkamp te Soesterberg Vrijdag j.L brachten de minister van Oorlog, generaal Bosboom, en de minister van Marine, kapitein ter Zee Rambonnet, vergezeld van hunne adjudanten, onderscheidenlijk de kapitein van Everdingen en luit. ter zee le klasse de Jager, een langdurig bezoek aan het vliegkamp te Soesterberg. Na het terrein, de toestellen, de gebouwen, enz. in oogenschouw te hebben genomen, maakten de ministers en hunne adjudanten vliegtochten mede. Links boven : Min. Bosboom met den lsten luitenant der luchtvaartafdeeling van Heijst gereed tot opstijgen; rechts boven : Minister Rambonnet met luitenant Thomson even vóór de opstijging. Links onderaan: Minister Bosboom met luitenant van Heyst op 100 meter hoogte; rechts onderaan : de Minister Rambonnet met luitenant Thomson op 150 Meter hoogte een bocht nemend. Groep van Nederlandsche Vliegofficieren met de ministers Bosboom en Rambonnet en Mevr. Walaart—Sacré. 1ste rij v. 1. n.r.: 2e. Lt. Hofstee; Lt. ter Zee 2e klas Doorman; Ingenieur Vreeburg; Kapt. Walaart—Sacré, Comm. der Luchtvaartafd.; Bosboom, Min. van Oorlog; Mevr. Walaart—Sacré; Rambonnet, Min. van Marine; Lt. ter Zee 2e klas Thomson; 1ste Lt. van Heijst; 1ste Lt. A. Coblijn; 1ste Lt. Bruggeman, V. M. A. K.; 2de rij v. 1. n. r.: 1ste Lt. Daendels; 2de Lt. van Wulfften Palthe; Kapt. van Everdingen. Adjudant v. d. Min. van Oorlog; Kapt. Verhoef, V. M, A. K.; Lt. ter Zee 1ste klas de Jager, Adjud. v. d. Min. van Marine; 1ste Lt. L. E. Coblijn; Officier-Mach. Steensma 3de Rij v. 1. n. r.: Lt. ter Zee 2de klas Nieuwenhuis; 1ste Lt. Polis; 1ste Lt. Steub; 1ste Lt. Roeper Bosch; Kapt. O.-I.-L. Darlang; Lt. ter Zee 2de klas Muller. De met een kruisje gemerkte officieren zijn degenen die bij het Maandagmiddag j.1. plaats gehad hebbende vliegongeluk in de nabijheid van De Bilt, ernstige verwondingen bekwamen.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1896 tot 1900 van 11897