Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1891 tot 1895 van 11897
Nummer
1915, nr. 77, 23 sept. 1915
Blad
08
Tekst
PANORAMA Ö VÓÓR DE OPENING DER KAMERS. Reeds dagen vóór de opening der Kamers van de Staten-Generaal. bevinden zich de armsten der armen op het Binnenhof, om de kaarten, welke toegang geven tot de zaal bij de opening, te kunnen bemachtigen, teneinde ze voor een goed prijsje aan de liefhebbers te kunnen verkoopen. {foto Hijmans). SLUITING DER ZITTING VAN DE STATEN-GEN ERAAL. Minister Cort van der Linden verlaat, na in naam der Koningin de zitting van de Staten-Generaal op Zaterdag 18 September voor gesloten te hebben verklaard, het gebouw der Staten. (FotoSijes) O mtrent den grooten componist Wagner zijn er een aantal anecdotes in omloop. Hier is er een uit die vele: Wagner was met den musicus Liszt samen naar de première van zijn meesterwerk „Tristan und Isolde” gegaan in de groote Opera te Berlijn. Het was nogal warm in de zaal, en Wagner, die transpireerde, haalde zijn zakdoek voor den dag om er zich het voorhoofd mee af te vegen. Een luid gegichel klonk uit den mond van een tweetal nuffige, dwaas-modieus geEEN ZELDZAAM JUBILEUM. Onder vele blijken van belangstelling werd 10 September door Diakenen der Nederduitsch Herv. Gemeente te Zutfen het feit herdacht, dat het aan deze diaconie behoorende Oude-Vrouwenhuis in de Groenesteeg 500 jaar geleden werd opgericht en tevens dat 50 jaar geleden deze stichting van de Halterstraat naar de Groenesteeg verplaatst werd. Hierboven het college van diakenen en een groep van de bewoonsters van het Oude-Vrouwenhuis. kleede dames vlak achter hen. Dit gichelen gold den zakdoek van Wagner, een bontgeruiten doek, zooals de meester, die maar weinig aan het uiterlijk hechtte, ze altijd bij zich droeg. Liszt, die een geestdriftige bewonderaar van den grooten componistwas, werd zeer boos. Hij nam den zakdoek uit de hand van zijn roemrijken buurman, en reikte hem aan de dames over, op bitsen toon haar toevoegend: „Hier, als jelui dien zakdoek zoo vermakelijk vindt, mogen jelui hem wel houden ; het nageslacht zal er niet zoo om lachen als om jullie zotte jurken en linten.” DE EERSTE VAKSCHOOL VOOR KLEERMAKERS TE ARNHEM. Te Arnhem bestaat sinds 1903 een. Vakschool voor Kleermakers, die op initiatief van den heer W. A. Coopman, hoofd van de firma W. A. Coopman en lid van den Gemeenteraad, werd opgericht in een gemeentegebouw. Thans is de school, die zich in veler sympathie mag verheugen, overgebracht in een eigen gebouw aan de Rietmarktstraat bij den Boulevard. Links: het bestuur der school. Voorzitter de heer W. A. Coopman. Rechts: het schoollokaal, dat ruimte en leergelegenheid biedt voor 60 leerlingen. AMSTERDAMSCH E WIELERBAAN. De deelnemers aan de. Zondag j.1. op de Amsterdamsche Wielerbaan gehouden wedstrijden. Van links naar rechts: G. Schuiling; P. Moeskops, winnaar van den wedstrijd voor profs en onafhankelijken over 1 K.M.; J. de Crasto; L. Didier. MILITAIRE WATERSPORTFEESTEN. Te Wormerveer zijn deze week door de militairen watersportfeesten georganiseerd, die zeer in den smaak vielen. Hierboven een opname, genomen gedurende den zwemwedstrijd. {V.F.B.) ROEIWEDSTRIJDEN VAN „DE LAAK”. Groep van bestuursleden en deelnemers aan de verleden week gehouden roeiwedstrijden van de Haagsche Roeivereeniging „De Laak”. 1 F. C. van der Meer van Kuffelen. 2. Dr. B. Borneman. 3. F. Sillem. 4. Mr. A. J, Ellens. 5. F. J. van Paasschen. NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN. De zakdoek van Richard Wagner
PDF
Nummer
1915, nr. 78, 27 sept. 1915
Blad
01
Tekst
Zie de hoogst interessante, op pag. 13 gereproduceerde serie foto’s van de Militaire Sportfeesten te Leiden. PsÜl No. 78 (13b) 27 SEPT. 1915 ABONNEMENT PER AFZONDER­ * f/'-'7 KWARTAAL LIJKE NUMMERS 7l/2 cent Gei llustreerd-weekblad 26 NUMMERS f 1.30 A . W. SIJTHOFF'S U 1 T G E. 'C E R S MAATSCHAPPIJ - LEID EIH (Kereewfgefe Fotcbureaux) De Militaire Sportfeesten te Leiden op Woensdag 22 September. H. M. de Koningin met de Militaire Autoriteiten in de loopgraven van het in staat van verdediging gestelde blokhuis, waarvan de inname het laatste nummer van ’t programma vormde. (Zie ook de hoogst interessante serie foto’s met beschrijving- op pag. 13)
PDF
Nummer
1915, nr. 78, 27 sept. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 10 Voor onze Dames De nieuwe Dameshoeden ——------ Hierboven een aardige mode-afbeelding voor den komenden winter. Deze zeer gekleede mantel is gemaakt van zwart pluche. Het is een eenvoudig kimono-model met een klokschoot en een breede ceintuur, die op zij sluit en meteen de sluiting voor den mantel vormt door twee knoopen. De kraag en manchetten zijn van bont, evenals de rand van onderen. Een zwart zijden rok met witte strepen staat er hoogst elegant bij, terwijl de moderne zwarte hoed, die heel eenvoudig gegarneerd moet worden, den indruk van het ge • heel nog verhoogt. ;anneer men öm dezen tijd aan het zeestrand en in de boschrijke vüiabuurten en -dorpen al die menschen — dames zoowel als heeren — in hun bloote hoofden *) ziet rondkuieren, zou men zoo denken, dat de hoeden voor beide seksen fataal „d’r uit” zijn; dat geen fabrikant van hoofddeksels het uit dien hoofde meer in zijn hoofd hoeft te krijgen, nieuwe vormen van hoofddeksels te wrochten, want dat de heerschende mode hem, in hoofdzaak althans, het hoofd, (i.c. het bloote hoofd) zal bieden. Zoo’n man moet het hoofd stooten, dat kan je hem op een briefje geven. Zoo denkt de argelooze althans. Maar het komt anders uit. Alles werd trouwens door sommige hoedenfabrikanten op haren en snaren gezet, om de blootshoofdsche menschen te bekeeren van de dwalingen huns weegs. Ja, er waren zelfs wetenschappelijke bladen, die het geleerde hoofd in deze voor hen toch ijdele materie dompelden, en zoowaar heele artikelen, door zeer geleerde heeren onderteekend, publiceerden, waarbij het blootshoofds gaan, als ongezond en roekeloos veroordeeld werd. Zoo lazen wij met een aplomb, een betere zaak waardig, beweerde wijsheden omtrent het feit, dat de hedendaagsche huiszit- en zakenmenschen met hunne door de binnenhuizen verweekte bollen niet gewend zijn aan temperatuurswisselingen, aan tocht, aan frissche windspelen en een verkoudheid in een ommezientje hen te pakken heeft, waarbij dan komt, dat ’n verwaarloosde verkoudheid een ijselijken hoop narigheden, ja, levenslange kwalen en vroegtijdigen dood na haar sleept. Bedenkt men, — luister naar dezen geleerde — hoe verpest de atmosfeer der groote steden is, dan gevoelt men eerst recht het gevaar der infectie. En ten slotte is het, door geen hoofddeksel voor onze evennaasten afgesloten zweet, een haard van onreinheden. Het zweet van den teringlijder b.v. krioelt van tuberkelbacillen. . .. Wij zetten hier de mededeelingen van dezen professor stop, en laten aan onze lezeressen de critiek op zijne stellingen Over, om intusschen er aan te herinneren, dat het maar niet alleen de hoedenfabrikanten zijn, die kunstmatig het dragen van hoofddeksels animeeren. In de dames zelf zit gelukkig ook nog wel de liefhebberij, om, — buiten de vacantie- en heete uitgaansdagen om — zich liefst ,,gekleed” te vertoonen, en vooral gekleed met dat wat hun waarlijk ,,kleedt?” En wat ter wereld, zoo vragen wij ons af, kleedt waarlijk bekoorlijker dan een wèlstaand hoofddeksel. . . Wij voor ons weten vast en zeker, dat al onze lezeressen er zoo over denken, en de eerstvolgende eeuwen wel niet van gedachte in dit opzicht veranderen zullen, want hoezeer de huidige tijdsomstandigheden ook van invloed op de wereldkaart mogen zijn, de staalkaart van mode-artikelen zal er niet door in den uithoek van de vergetelheid worden geduwd. Neen, de vrouw moet en zal er goed en aantrekkelijk uitzien, daarmede staat of valt, niet minder dan door een wereldkrijg, de heerschende orde der dingen. En dit alles is zoo en zal altijd zoo blijven om de even eenvoudige als onomredeneerbare reden, dat de aard der vrouw de grondslag van dit alles is. De ware vrouw heeft, behalve andere plichten, vooral ook deze plicht, den meer zakelijken en onverschilligen mannen dagelijks te wijzen op het genoeglijke, het rustige, het zorgvolle van de schoonheidszin, en dat maar niet met woorden, met wijze of onwijze lessen, met zin- of met ónzinspelingen, neen, door de macht van het voorbeeld, door de overtuigende charme harer eigen verschijning. En dat daarbij, buitenshuis althans, de hoed... de, zeg maar gerust, hoofdrol speelt, zal een ieder gaarne erkennen. ♦) Bij eenig nadenken bespeurt de lezeres, dat deze uitdrukking meer op het spraakgebruik berust en hier slechts bedoeld wordt „blootshoofds”. (foto's Joh. en deze nog wel in opvallende fraaie kleuren; ook stellen an zeer varieerenden vorm, aigretten, zullen veel worden geDeze afbeelding geeft ons een bijzonder mooi avondtoilet te zien. Het is gemaakt van witte zijde, terwijl de garneering bestaat uit kant en een ceintuur van licht gekleurde zijde. De rok bestaat uit drie strooken, die ruim uit-staan. Uit de driekwart mouw komt een breede strook van fijne kant, waarboven een plooiseltje van zijde is aangebracht. Ook het kanten vestje wordt geplooid en voltooid door een kraag van tule en een van zijde. We wisten dus heel zeker, onzen lezeressen een genoegen te verschaffen door ons op een betrouwbare plaats op de hoogte te gaan stellen van wat er dit najaar al zoo gedragen zal worden op het délicate hoedengebied. Zeer groote zoowel als kleine vormen zullen in aanzien zijn; voor sommige gezichtjes staat (de lezeres kan zich daarvan op onze kieken overtuigen) voor sommige gezichtjes doet de groote hoed het beter, voor andere de kleine vorm. Er wordt een groote verscheidenheid van kleuren gedragen, waarvan als het chiqueste worden aangemerkt: nègre (bruin), beige en cérise-rood, het laatste ook wel zweemend naar het paarsere „grosseille”. De vormen zijn voor de grootere hoeden alle variaties van den matelot, of z.g. canotier, ook wel den, iets zwieriger, Rembrandt-vorm; de kleinere zijn vrijwel alle in het toque-model. Heel groot en heel klein is het parool; tusschensoort of middelmaat (de befaamde middelmaat, die, naar de oude zegswijze, de straat versiert,) zal men dit jaar tevergeefs zoeken. Als garneering zal men veel bloemen' zien, vooral rozen en chrysanten, gitten \ dragen, staand of als gjrneeringom den bol gelegd ; voorts is de veer nog in aanzien; de struisveer en paradis, respectabel fijne en dure hoofd-versierselenalszij zijn, hebben zich niet weg laten dringen. En gelukkig maar, want ik ken nog maar weinig sierlijker garneeringen dan juist die strufeveeren, soepel neerhangend of in omhoogstaande trotsche panache of amazone. Het materiaal van den hoedvorm zelf is vilt of fluweelen overtrek. Doch laat mij eerst onze verschillende modelletjes aan U voorstellen. De eerste foto is die van een zwart fluweelen ronden matelot met hier en daar uitgesneden rand, welke uitsnijdingen versierd zijn met struisgarnituren en zijden strikjes. Rond den bol een gitten krans. De binnenkant van den rand is eveneens van zwart fluweel. No 2. is een canotier van zwart velours met grijzen velours binnenrand ; de bol is van afloopenden vorm. De garneering bestaat uit een lichtgrijsstruisveergamituur dat als schuim zoo licht en luchtig zich om den bol slingert en neersliert van den rand. Rechts is dat garnituur afgemaakt met stalen agraafjes. Deze agraafjes zal men dit jaar evenals gittengarnituurtjes veel als garneersel zien. Onze derde foto is die van een donkerbruinen fluweelen Clocke-hoed met slappen bol, beigen fluweelen binnenrand. De rand is ingehaald, gebouillonneerd. De versiering is een tweetal struisveeren in beige en donkerbruin ombré. Deze hoed heeft een vorstelijk aanzien. Onze vierde kiek vertoont U een kleinen matelot, een werkelijk hondje van een hoedje, van zwart velours de Lyon ; het. snoesje is versierd met een bandeau van witte aigrettes-crosses, voor en achter afgemaakt met witte veeren toefjes. De vijfde foto stelt een toque voor, voor cerise-fluweel, naar achter in kuif gedrapeerd. De versiering is een garnituur van naturel groene pauwenveeren dat met de zwarte opstaande glinsterende krullen voorop, prachtig doet, en sierlijk zijwaarts om den bol heenligt. En hiermede sluiten wij voor deze keer weder onze reeks opnamen ; ge ziet, er is verscheidenheid genoeg, dames ; evenals er onder U verscheidenheid van . . . gezichtjes en gezichten is, waarop, elk naar zijnen aard, een der nieuwe modelhoeden een goed figuur zal maken. En nu, tot ziens, lieve dames. Beste groetjes voor u allen. WILLY. Bickhoff).
PDF
Nummer
1915, nr. 78, 27 sept. 1915
Blad
03
Tekst
11 PANORAMA Een jonge schaapherder met zijn kudde op een landweg door de Drentsche heide In het Sparrenbosch ffoio ’s A. F.) IQ (13b)
PDF
Nummer
1915, nr. 78, 27 sept. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 12 Y ’N GETUIGE. Naar het Engelsch van A. C. GREENWOOD. Sglannacht verlaat yera je stacj en gaat een reis ondernemen, ten einde haar algemeene ontwikkeling bij te brengen en haar opvoeding te voltooien. Zij heeft mij beloofd je niet te schrijven, Het is niet omdat ik je niet lijden mag, De redenen van mijn besluit zijn deze: jullie beiden zijt jong en jij Keith Radley, bent arm. Vera zal nu de kans hebben iemand te ontmoeten die een betere partij voor haar is. Indien ze na achttien maanden vanaf heden jou verkiest boven de jongemannen met wie zij kennis gemaakt heeft, dan zal ik mijn toestemming niet langer onthouden. Maar — (let wel op mijn woorden) als zij jou schrijft of ziet buiten mijn wil vóór December 1916, dan trek ik DE OORLOG OP DE RIVIER DE TIGRIS. Gezicht op de Tutksche kanonneerboot „Marmariss”, liggende in den mond van de rivier de Tigris aan de Perzische Golf. De Turken hebben het schip aan den grond gezet en het, na het onbruikbaar te hebben gemaakt, verlaten. De „Marmariss” was in 1907 gebouwd, liep 14 knoopen, had 6 kanonnen en 1 torpedo-lanceerbuis. mijn Jhanden van jullie beiden af. Ik ben een rijk man, zooals je weet en Vera is mijn pleegdochter. In gewone omstandigheden zal niets haar in den weg staan mijn vermogen te erven, jij alleen kunt dit verhinderen, Radley. Denk niet dat ik op mijn besluit terugkom. Wees niet zoo dwaas te hopen. Ik doe het niet. Percy Foss. EEN OBSERVATI E-POST. Tot het verkennen van den omtrek wordt door de Duitschers een veelvuldig gebruik gemaakt van op wielen geplaatste ladders, die zij gemakkelijk. overal met zich mee kunnen voeren en die dikwijls uitnemende diensten bewijzen aan de verkenners. (V.RB.) ONTSNAPTE RUSSISCHE KRIJGSGEVANGENEN. Verleden week kwamen te Sittard een viertal Russen aan, die ontsnapt waren uit het gevangenenkamp te Nothberg bij Eschweiler (D.). Inwoners van Sittard voorzagen de door hun moeilijke en gevaarlijke reis iritgeputte mannen, die zoo spoedig mogelijk hun vaderland zullen trachten te bereiken. van voedsel. Driemaal las ik in mijn duister atelier dezen brief, dit ultimatum door. Vanuit het venster waarvoor ik zat, kon ik Foss’ deftig huis zien. Welvaart en armoede wisselden elkaar af in Chelsea. — December 1916 1 Het scheen voor mij, verliefd als ik was, hongerende naar haar bezit een tijdstip dat nimmer zou aanbreken. St.-Juttemis! Achttien maanden, meer dan vijfhonderd dagen. DE VELDTELEFOON. Een van de belangrijkste hulpmiddelen tot het overbrengen van bevelen in oorlogstijd is zeker wel de veldtelefoon, die gedurende dezen krijg meermalen onschatbare diensten heeft bewezen en dientengevolge bij alle strijdende legers tot groote volmaaktheid is opgevoerd. — Hierboven de veldtelefoon in het Russische leger. Van uit den schemer op den achtergrond kwam het geluid van een dichtklappende deur, het geritsel van vrouwekleederen. Ik sprong op, voor mij stond Vera, zonder hoed en alleen een avondmantel los omgeslagen. „Ik moet weg, Keith.. naar ’t buitenland. Hij heeft het bemerkt. Ik mag niet schrijven. Ik . . ,.Ik weet alles, liefste 1” Ik hield haar den brief voor. ,,Lees dit,” zei ik, ,,en dan moet je heengaan. Ik heb je te lief om . Ze keek me aan en begon daarna den brief te lezen. „Ik kwam je „goeden dag” zeggen,” zei ze eindelijk met tranen in de oogen. „Ik zal aan Kitty schrijven — Kitty Alvercot — iedere week. O, veel meer. Ga naar haar om nieuws van mij. En ... en ik zal altijd aan je denken.” „Zooals ik aan jou,” mompelde ik. „Blijf nu niet hier, liefste. Zeg me vaarwel 1 Als ik ... . o verdiende ik maar genoeg voor ons beiden, ik zou zeggen: blijf bier, nu en DE BELGISCHE KROONPRINS NAAR ETON. De oudste zoon van Koning Albert van België, de hertog van Brabant, is aan de bekende Engelsche school te Eton als leerling ingeschreven. De prins is 14 jaar oud en diende tot nu toe als korporaal in het Belgische leger, waar hij hetzelfde leven meemaakte als de andere soldaten aan het front Hierboven een foto van den Prins in zijn kostschoolpakje. VEL.D-KERKEN. Door het Duitsche legerbestuur in België worden ten gerieve van de Duitsche bezetting gebouwen gesticht, die als kerk kunnen dienst doen. Hierboven een dergelijke inrichting, gekiekt op het oogenblik dat de manschappen, die den dienst hebben bijgewoond, het gebouw verlaten. (V.F.B.) J
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1891 tot 1895 van 11897