Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1876 tot 1880 van 11897
Nummer
1915, nr. 76, 20 sept. 1915
Blad
01
Tekst
No. 76 (12b) 20 SEPT. 1915 AFZONDERLIJKE NUMMERS 7’/2 CENT Gei llustreerd-weekblad ABONNEMENT PER KWARTAAL 26 NUMMERS f 1.30 A . W . SIJTHOFF ’ S UITGE.\ZER.S MAATSCHAPPIJ - LEID t N De Duitschers op de vernielde forten van Warschau. Duitsche soldaten maken een onderzoekingstocht over de ruïnen van de vernielde forten van Warschau. De foto laat ons wederom zien hoe kolossaal de uitwerking is der zware Duitsche kanonnen, waarmede deze forten beschoten zijn.
PDF
Nummer
1915, nr. 76, 20 sept. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 10 Het aanleggen van een gemeenschappelijke loopgraaf. Een loopgraaf met overdekte gevechtsdekking in hoog terrein, L O O P G R AV E N Van onzen militairen medewerker gat aanvankelijk niemand vermoed had, is maar K al te waar gebleken : de ,,frische, fröhliche Krieg” verstarde in het Westen tot een loopgraven-, zelfs tot een mollenoorlog. Gex durende een goed deel van het afgeloopen s oorlogsjaar was dit ook in het Oosten het geval, maar door een samenloop van omstandigheden, dien we nu nog niet kunnen beoordeelen, is er hier weer beweging in de legermassa's gekomen, met her gevolg, dat de Russen terugtrekken’-en de Duitschers vervolgen. Wie weet treedt niet zeer spoedig nogmaals een loopgravenoorlog in, met al den aankleve van dien. Toen de achtereenvolgende overwinnings-builetins der Duitschers in het begin van den krijg de wereld in verbazing brachten en voor Frankrijk het ergste deden vreezen, had geen mensch kunnen denken, dat de Franschen nog de veerkracht zouden bezitten de Duitschers aan de Marne te verslaan en achter de Aisne terug te werpen. Maar eveneens is het bewonderenswaardig van de Duitschers, dat ze niettegenstaande hun zegeroes niets verzuimden om hun rug te versterken, zoodat ze dan ook in staat bleken den tegenstanders hier een halt toe te roepen. Door het aanleggen van versterkingen en het in stelling brengen van zwaar geschut bleekheiden Franschen ten eenenmale ónmogelijk hier door te breken, De Duitschers hadden de hulp ingeroepen van het terrein en de schop en dit was blijkbaar zoo afdoende, dat de Franschen hen niet terug konden dringen. Toen begon de wedloop naar zee. De Franschen wilden omvattend te werk gaan, hetgeen de Duitschers door het verlengen van hun rechtervleugel telkens beletten. Nog eenmaal hebben daarna de Duitschers een poging aangewend om door te breken, maar ook het Fransche front bleek inmiddels zoo sterk geworden, dat ze er niet doorheen konden komen. En zoo kan dus ieder zijn ziel in lijdzaamheid bezitten! Waaraan is het nu toe te schrijven, dat geen van beide partijen er doorheen komt? Om deze vraag te beantwoorden, moeten wij in de eerste plaats de aandacht onzer lezers vestigen op de enorme uitwerking der tegenwoordige snelvuurwapenen. Niet slechts de snelvuurgeweren, die als ’tware een ononderbroken lijn vormen, Romen hierbij in aanmerking, maar vooral ook de duivelsche mitrailleurs of liever machinegeweren. Op talrijke plaatsen van het front, liefst gedekt opgesteld, braken ze dood en verderf naar den vijand : 400 schoten in de minuut. En last not least de artillerie. Eerst het lichte snelvuurgeschut van 7.5 c.M., dat 20 tot 30 schoten in de minuut vermag af te geven en vervolgens de houwitsers van diverse pluimage. Is het dan wonder, dat een aanvaller hier niet meer doorheen kan wanneer de verdediger op alle wijzen gebruik heeft remaakt van het terrein? De infanterie zit in loopgraven, de mitrailleurs en de artillerie zijn gedekt opgesteld. Vóór de aanvaller tot op korten afstand is genaderd, heeft hij zooveel verliezen geleden, dat zijn aanvalskrachu zijn offensieve geest gebroken is. En is die offensieve geest, gebroken, :ar> wil de aanvaller gaarne behouden wat hij heeft, legt hij ook loopgraven aan. die steeds verbeterd en verfraaid worden, tot aan beide, zijden een zoodanige dam is, opgeworpen, dat niemand er meer doorheen kan. Zoo is thans de toestand aan het Westelijk front geworden. Wat een artillerie zat daarvoor noodig zijn om die loopgraven dusdanig op te ruimen, dat er een vol Een in hoog terrein gegraven schans. doende bres voor de infanterie ontstaat. Want er ligt daar niet één rij loopgraven, maar er liggen daar misschien wei tien, twintig rijen. Zoo is de frische, fröhliche Krieg een vunze, duffe, benauwde mollenoorlog geworden, al tracht de Duitsche kroonprins met legerorders er den moed in te houden. Wat verstaan we nu onder een loopgraaf? Een loopgraaf is eenvoudig een ingraving in het terrein, die den man dekt tegen vijandeiijk vuur. Al naar gelang van de terreinsgesteldheid vertoonen die loopgraven een ander beeld; waar de grondwaterstand diepe ingraving toelaat is het natuurlijk het gemakkelijkst goede en geriefelijke dekkingen tegen vuur te maken. Is voor het uitzicht op het vóörliggend terrein een verheffing van de vuurlijn niet noodig, dan maakt men in het geheel niet van een borstwering gebruik. De loopgraaf is dan alleen een smalle en diepe voor in den grond, terwijl boven het maaiveld de hoofdbedekkingen voor de schutters, uitsteken, veelal bestaande uit zandzakken of stalen schilden. Kan men slechts weinig ingraven, dan is een borstwering noodzakelijk; maar ook dan moeten vormen gekozen worden, die de zichtbaarheid der dekkingen zoo klein mogelijk doen zijn. Alle verfraaiing', glad afgewerkte glooiingen, zuivere snijdingen van vlakken, lange, van den terreinvorm afwijkende lijnen, scherpe kanten en plotselinge overgangen van een glooiing in het maaiveld, uit de hoogte geen zichtbare brekingen van de vuurlijn, worden in platten grond en in dwarsdoorsnede vermeden. Het vuren door schietgaten is zeer in zwang gekomen, waarmede tevens het te hoog schieten krachtig wordt bestreden. De achtergrond der schietgaten moet donker zijn, anders teekenen de mannen zich veel te duidelijk voor den vijand af. Vooral wanneer zich dan zoo’n schietgat met lichten achtergrond vult, is dat den tegenstander een bewijs, dat ér iemand voor dien achtergrond staat, hetgeen voor den betrokken persoon minder aangename gevolgen kan hebben. Veel gebruik wordt gemaakt van zijweren om de uitwerking der vijandelijke projectielen zooveel mogelijk te beperken. Ook zijn de loopgraven in verschillende vakken verdeeld, door het daarin plaatsen van aarden dammen. Dit is om te beletten, dat de vijand zich gemakkelijk zijwaarts uitbreidt. Door het telkens terreinwinnen en dan opnieuw versterken, krijgt zoo’n loopgravenstelsel op een gevechtsveld een zeer grillig karakter. In de voorste linie bevinden zich de tirailleur-loopgraven, terwijl meer achterwaarts de afwachtingsdekkingen voor de ondersteuningstroepen worden gegraven. Een en ander is door gemeenschapsloopgraven, die zigzag loopen. met elkander verbonden. In zoo’n loopgraven-complex vindt men verder nog een plaats voor drinkwater, voor de telefoon, dé verbandplaats, de munitie, het gereedschap, de latrine. Het rein houden der loopgraven is zeer noodzakelijk met het oog op besmettelijke ziekten. Hindernissen vóór de stelling verhoogen natuurlijk het weerstandsvermogen zeer. Schuilplaatsen worden op verschillende plaatsen aangebracht. Hier te lande heeft vooral de kapitein der infanterie Froger veel voor de ontwikkeling van het pionierwezen bij de infanterie gedaan. Bij de groote manoeuvres in 1913 oogstten de door hem vervaardigde groepversterkingen veel lof, ook der vreemde attaché’s. De bij het artikel gevoegde foto’s stond hij mij welwillend ter reproductie af. Daaruit blijkt, dat de kapitein Froger ook tijdens het mobiliseeren het pionieren niet heeft opgegeven en dit is maar goed ook, want uit dezen oorlog is toch wel overtuigend gebleken, welk een groot bondgenoot het terrein vermag te zijn. mits men hiervan oordeelkundig gebruik maakt. Een op laag terrein opgeworpen schuilplaats. Een (nog onvoltooide) zijweer of traversschuilplaats in de borstwering
PDF
Nummer
1915, nr. 76, 20 sept. 1915
Blad
03
Tekst
PANORAMA Met de Camera bij een manoeuvre der Nederlandsche Vloot en onzer fotografen heeft verleden week met toestemming der regeering aan boord der „Noord Brabant” een mft- ’ - noeuvre van onze vloot mogen meemaken en daarbij de hoogst interessante op deze pagina afgebeeide foto’s ge- • men. Het doet ons en onzen abonné’s zeker niet minder* oprecht genoegen, dat wij nu*ook eens in 'de gelegenheid zijn gesteld de aandacht te vestigen op een onderdeel van onze weermacht, dat zeker m geen geringere mate dan onze landmacht, aanspraak kan en mag maken op de dankbaarheid van het Nederlandscbe volk, alles wat het In deze „gemobiliseerde” tijden voor de bewaking van Nederland en z’n neutraliteit heeft opgeofferd. Vice-admiraai Naudin ten Cate volgt, aan boord der „Noord-Brabant.” de oefeningen. HET PEILEN. (/o/o’s VJF.B.) Het wisselen van seinen met een aan de oppervlakte gekomen onderzeeër. OEFENINGEN MET HET GESCHUT. 76 (12b)
PDF
Nummer
1915, nr. 76, 20 sept. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 12 Na de inname van Warschau. Een Duitsche observatiepost naar de vuurlinie, welke aan de overzijde van de Weichsel gelegen is. Bovenop gebouw (rechts van den schoorsteen) staat een tweede uitkijk. het Warschi bei Eenige typen van echt-Warschauer bedelaars, gezeten voor j por milden voorbijgange Hen De wegen in Polen. Waar in de door de Duitschers bezette Poolsche streken spoorwegen öf geheel ontbraken öf door de Russen waren vernield, hebben de Duitschers dwars door de moerassen nieuwe spoorbanen moeten aanleggen, waarlangs meestal een brug voor voetgangers is gemaakt. was voor Willy dien morgen een marteling. Ze dorst zich haast niet verroeren of opzien. Het was haar of na elke beweging van haar lichaam de stilte nog drukkender werd. Soms had zij moeite de tranen terug te dringen, die in haar oogen kwamen. Vruchteloos martelde zij haar hersens na het standje, dat zij dien morgen van haar ouders had gehad omdat zij met een jongen „liep”, om te kunnen begrijpen waarom zij dat niet mocht. Een nauw onderdrukte wrevel tegen haar vader en moeder kwam telkens in haar op, omdat ze het zich niet kon indenken, welk kwaad zij daar aan deed. En soms, heel even, dacht zij aan plagen . . . Eindelijk, met korte keel-stooten, was het laatste stukje brood met het restant van haar thee weggespoeld. Voorzichtig zette zij het kopje neer, legde haar mes op het bordje, bang eenig leven te maken. Met een schuwen blik keek zij op het klokje tegenover haar : Gelukkig, half-negen. Dan, ineens, stond ze op en zei met halve stem, zonder haar moeder aan te zien : ,,’t Is al over half-negen ; ik ga naar school!” Haar woorden scheurden ineens fel de stilte. Haar moeder stond ook op, verzette bezig bordjes en schoteltjes en veegde met haar hand de kruimels van het tafellaken. Bits klonk het onderwijl : „Kijk me aan ! Je hebt me nu goed begrepen nietwaar, dat je het niet meer waagt met dien jongen te loopen, want anders zal je wat anders beleven. Weergasche jongensgek . .” Willy’s diep-blauwe oogen, waarin heel de onschuld van haar jonge-meisjesziel weerspiegeld werd, waren smeekend op haar moeder gericht, als wilden zij voor ’t laatst nog een poging tot verteedering wagen. Antwoord geven dorst ze niet, ze kon haar Eddy, waar ze zooveel van hield, niet verloochenen. „Nou, hoe is het, krijg ik nog haast antwoord ?” vroeg de moeder terwijl ze dichter op haar toetrad. „Ja Moe,” kwam het dan keel-geknepen over Willy’s lippen, terwijl groote tranen in haar oogen welden. „En nou vooruit naar school; hier zijn je boeken en denk om wat ik je gezegd heb hoor !” Nijdig gooide de moeder haar boekentasch op het portaal en duwde met een slag de deur dicht. JONGE ROUW door p. van der lelie ï^^^S^^Sijdig smeet het wekkerklokje op den schoorsteen zijn korte tikken in de .— ....................„ eenvoudige huiskamer, waarWilly en haar moeder te ontbijten zaten. Slechts nu en dan, met kleine oogenblikken, werd de ruischende stilte verbroken door het klekken van ’n kopje op een schotel of het rinkelen van een mes op de bordjes. De zon. telkens weggeborgen achter ijl-grijze wolkenflarden, sqhootsoms haar stralen de kamer in, die dan opklommen langs de pooten der stoelen en kleine glansplekjes maakten op den grond en het behang. Het ontbijten met haar moeder-alleen De bezettb/an I Een Duitsche wachtpost in voor het Raadhuis. Op den vrijwillige militaire In ’t bezette gedeelte van Rusland. Militieplichtige Russen uit het door de Duitschers bezette gebied worden onder bewaking van Oostenrijksche militairen naar de lokalen gebracht, waar de armlastige Russische bevolking door de Duitschers gratis van voedsel wordt voorzien. De strijd het g Italiaansche soldaten bezig met het aanleggen loopg gebied. Ook aan dit werk legt het bergachtige nin, z< hede^den 1
PDF
Nummer
1915, nr. 76, 20 sept. 1915
Blad
05
Tekst
13 PANORAMA Op de vernielde Warschauer forten. Een patrouille Duitsche soldaten onderzoekt, het geweer in den aanslag, de overblijfselen van de vernielde forten van Warschau. r bedelaars. portaal eener kerk, wachtend op de gaven die hun door een worden toebedacht. tting van Warschau. esprei: met een Warschauer brandweerman tergrc-nd eenige leden van de Warschauer tie, horkenbaar aan hun armbanden. Halfschreiende trokWilly haar manteltje aan en duwde een weerbarstige krul van haar blonde haar, onder het ronde hoedje. Ze raapte haar tasch op en ging de trap af. Dan, halverwege, werd plots haar kinderlijk gevoel wakker, en tot aan de deur van de kamer teruggaand, riep zij nog, hoewel ze wist, dat „zij” het toch niet hooren zou, met door tranen verstikte stem : „Dag moe.” * * ♦ Haar zakdoek voor de oogen loopt zij langzaam door, een gevoel van liever-bij-een-hek-te-willen-stilstaan en heel haar leed uit te schreien, nauw onderdrukkend. Op straat is het gewone alle-dag-leven. Het geraas van de sleeperswagens, die voorbij ratelen, dreunt in haar moede hoofd. De electrische tram, luid bellend, knarst schel in de bochten, van de rails en zwenkt dof-zoemend langs de geleiddraad. Dreinende kinderen worden door half opgeschoten kindermeisjes, die met familiare uitroepen door collegaloopjongens gegroet worden, meegetrokken naar school, het trommeltje-met-twaalfuurtje op den rug bengelend. Kantoorheertjes, de gummi-jas met een air nonchalant over den arm gedragen, een sigaret bungelend in den mond-hoek, gaan met korte passen haar voorbij en probeeren. haar aandacht te trekken. Eén, brutaal, houdt haar aan en zegt: „God, juffrouw, heb je gehuild? Wil-ie niks meer van je weten ?” Maar Willy wendt zich af en zou het liefst een stille straat zijn ingeslagen, waar geen menschen waren en niet het leven en het geraas. Maar dan zou ze haar Eddy niet zien ; die kwam natuurlijk den gewonen weg. En haar zakdoek vaster voor de oogen drukkend loopt zij haastig door, schuw rondkijkend of de menschen zien, dat ze gehuild heeft . . . Gelukkig, daar komt haar Eddy . . . „Dag Wil ! . . . Wat zie je treurig. Is er weer wat? Zijn ze thuis weer bezig geweest tegen je? Arme meid !” Haar groote smart-oogen, dof van tranen, staren hem onrustig aan. — Hij schrikt ervan, ais hij haar blik ontmoet. „O, Ed, ’t is nu zoo erg,” komt het half-huilend. „En voor jou wel het ergste. Ze zouden een brief naar je vader schrijven. En dan, o, ’t zal nu wel heelemaal uit wezen. Ze waren zoo verschrikkelijk boos, en ...” Zij kan het niet langer houden. Zij doet wanhopige poNa een artillerie-duel. Een gruwelijk oorlogsbeeld, door een onzer correspondenten aan het Westelijke front genomen na een hevig artillerie-duel vóór de eerste linie loopgraven in Noord-Frankrijk. ijd ii hef gebergte. :n van loopgraven in het Oostenrijksch-Italiaansche grensge tmrein, zooals zich laat begrijpen, reusachtige moeilijkdenjL^den weg. In hinderlaag. Een afdeeling Italiaansche scherpschutters wacht, in een hinderlaag gelegen, de komst van een gesignaleerde Oostenrijksche patrouille af gingen haar tranen weg te slikken maar barst plots in zenuwachtig huilen uit. „Stil nu maar Wil, wees nu flink. Laten de menschen het niet merken. Heusch, ’t is zoo erg niet . . .” Hij duwt haar zachtjes een stille zijstraat in en slaat zijn arm om haar schokkend jonge-meisjeslichaam. Haar blonde kopje rust zacht op zijn schouder, en inniger drukt zij zich tegen hem aan als zocht ze bij hem bescherming tegen haar ouders. Stil, ingehouden snikt zij door......... „’t Zal wel weer goed komen,” tracht hij haar te troosten, ofschoon hij zelf bijna niet meer hopen durft na de laatste scènes, die steeds erger geworden zijn. „’t Is immers al meer geweest.” Zacht na-snikkend nog, droogt zij haar tranen en ziet hem met haar kinderoogen smeekend aan. O, als alle menschen toch zoo waren als haar Eddy, denkt ze. Waarom mag zij niet van hem houden ? Wat is daar nu voor slechts in? Haar kinderziel kan het niet begrijpen . .
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1876 tot 1880 van 11897