|
PANORAMA
„Oud en nieuw Damast”.
D
e lezers en vooral de lezeressen van ons weekblad
zullen indertijd met belangstelling hebben kennis
genomen van het interessante artikel „De Vlasbereiding”,
geïllustreerd met de fraaie en zoo
uiterst instructieve reproducties van de schilderijenreeks
van Professor Bernard Winter uit het Groot-Hertogdom
Oldenburg, in ons nummer 35, van 25 Februari 1914.
Zeer onderhoudend is de wijze, waarop de schrijver ons
den vlasbouw schetst, de verschillende bewerkingen behandelt,
„den pluk”, het „roten”, daarna het „repelen”, vervolgens
het „braken” en eindelijk het „spinnen.”
Ingewikkelde, ingénieuse machines hebben den handenarbeid
ook hier vervangen, en de enorme producties vlas, die
I. Servet pl.m. 1640 met het Offer van Isaak en de wegzending
van Hagar.
worden verbouwd, worden in enkele zeer groote spinnerijen
tot een gladden, mooien draad gesponnen.
Als aansluitend artikel op dit onderwerp „De Vlasbereiding”
zal, vooral nu ook in ons land de kunstenaar zijn talent
ten dienste stelt van het gebruiksvoorwerp, waardoor het
onpersoonlijke, ziellooze, onkarakteristieke van het fabriekswerk
is afgegaan, een bespreking over „Oud en nieuw
Damast” niet onwelkom zijn, waaruit ten eenre blijkt, tot
welke hoogte onze voorvaderen, voornamelijk in Kortrijk,
Haarlem en Engeland het hierin reeds hadden gebracht,
om dan te zien, hoe thans de industrie zich weet aan
te passen aan de voornaamste gebeurtenissen, en
hoe daardoor de Hollandsche Kunstnijverheid tot
steeds grooteren bloei wordt gebracht.
In een reeks artikelen, voorkomende in den óen
en llen Jaargang van „Het Huis, Oud en Nieuw”,
heeft Professor J. Six een wetenschappelijke revue
over oude damasten gegeven en de aandacht van
de lezers in het bijzondergevestigd op het „Oude
tafellinnen”. Al deze hoogst belangrijke artikelen
zijn rijk geïllustreerd en de welgeslaagde, scherpe
fotografische opnamen naar de origineele weefsels
doen dan ook duidelijk uitkomen, hoe men
vroeger, en zeker niet in het minst in ons land, de
kunst van linnenweven heeft verstaan.
Ampzing vertelt in de beschrijving der Stad
Haarlem Blz. 343 :
„Ook hebbe ik dese dagen ten huysevan eenen onser
burgeren Samuel Korneliszen Buf, wonende in het
Witte Twijn-huys in de Schachelstraat, witte twijn
gesien, ende in de handen gehad, bij hem zelfs getwijnd, het
welke bij ’t lood een pond Vlaemsch, en de bij het Pond ten
minste honderd daelders verkocht word, van ongelofelijke
fijnheid gelijk een enkel vlasken, en de niettemin so sterk,
als grof twijn, het welke omtrent tachtig guldens van spinnen
gekost heeft.”
Jan Kalf, in zijn leerrijke Bijdrage tot de geschiedenis der
middeleeuwsche Kunstweverij in Nederland 1) heeft, hoewel
hij zich in het bijzonder bezig hield met het zij-damast, reeds
verschillende gegevens omtrent de linnenweverij bijeen gebracht.
Hij vermeldt ook reeds de stichting van een nieuwe
fabriek van gefigureerd linnen te Kortrijk in 1496 en hoe van
daar die kunst naar Holland kwam.
De vroegste damasten zullen dus waarschijnlijk te Korf rijk
geweven zijn.
Naar Haarlem werd deze kunst volgens Ampzing in 1580
overgebracht.
Een stel uit de rijke collectie oud tafellinnen van Professor
J. Six, vertoont in het midden, voor een gebouw in Hollandschen
renaissancen stijl met obelisken, zeer aan Lieven de Key
herinnerend , een man, de handen op de heupen, die eerst
1) Verslag van het St. Benulphus Gilde over 1900.
16
door verdubbeling (omkeeren in spiegelbeeld) voltooid
is, terwijl de jagers in de kleedij der vaandrigs van Goltzius
en de Gheyn bijderzijds verdubbeld worden. Soms is het
verdubbelde patroon te breed voor de servetten, en vaak te
lang. Meestal worden de servetten dan zonder boven- of
onderrand uit een doorloopend weefsel gesneden, soms ook
wordt een deel van het patroon binnen den rand weggelaten.
Het vernuftigst samengesteld zijn meestal de tafereelen,
ontleend aan de gewijde en apokryphe boeken. Ook hier
ontbreekt de verdubbeling niet, maar nergens is die gelukkiger
aangewend dan in het patroon (hoog 1.06 M.)
waarin, onder Jezus met de Samaritaansche bij den put, eerst
de poort van Sichar en dan-de leerlingen komen, de een het
spiegelbeeld van den ander, in de eene hand een mand met
spijzen, in de andere het hengsel van een grooten korf in het
midden, dien zij dus samen dragen, IOAN IIII; een zeer
decoratief gevoeld geheel.
Al deze stukken zijn grof damast. Behalve door den gemeenschappenjken
stijl, worden zij ook nog verbonden door
gelijksoortige randen van bloemranken met vogels en soms
insecten, zooals ook de jachten hebben. Enkelen wijzen zelfs
dezelfde randen aan denzelfden wever toe, zooals de Jacobsladder
en het Offer van Isaak. (zie Plaat I).
Niet alleen echter patronen met gewijde onderwerpen, ook
merkwaardige gedenkdamasten werden in vorige eeuwen
geweven. Zoo herinnert b. v. de teekening volgens plaat
No. II aan de verlossing van Grave in 1674 , met de vesting
d’Graef aan de Maes, waarnaast men leest: DE BORGHERS
VAN GRAEF DANCKEN SYN HOOGHEIJT
VAN HUN VERLOSSINGHE, verder ziet men de burgers
hun dank brengen aan den Prins te paard, naast de groen
gemaakte poort, waarboven zijn wapen door een engeltje
wordt gehouden, die trompet: LANGE LEEFT ONSEN
VICTORIVESEN PRINCE VAN ORANGE.
Verder is er ’n patroon van de inneming van Belgrado, door
geschut belegerd, en den keizer Carolus Imperator 1.7.1.7.
te paard in zijn kamp, door ’n engeltje met ’n bazuin bekroond.
Boven tevens zijn wapen. Hier zijn in den rand nog eens
de herinneringen van den Spaanschen Successie-Oorlog opgerakeld
: Ostende 6 Juli 1706 door Ouwerkerk genomen,
Lite, 8 Dec. 1708, door Prins Eugenius, Botvina (Bethune?)
28 Aug. 1710 door Fagel en Schuilenburg, en Tovrnai, 31 Aug.
1709 door Marlborourgh, meest van wapenschilden vergezeld.
Dit stuk werd door den heer van Best aan het Kon.
Oudheidkundig Genootschap geschonken.
Na deze korte inleiding over oud damast komen wij
tot de bespreking van nieuw Gedenkdamast, waartoe de
gegevens ons welwillend werden verstrekt door de Koninklijke
firma van Dijk & Co. te Eindhoven, reeds sedert
ruim 60 jaar als fabrikante van linnen en damast bekend,
ook door hare leveringen aan H. M. de Koningin, H. M.
de Koningin-Moeder en voor de Vorstelijke Wieg en het
Ledikant van H. K. H. Prinses Juliana.
Deze firma heeft naar het ontwerp van den Nederlandschen
Sierkunstenaar André Vlaanderen twee Gedenkdamasten
in hare handweverijen doen vervaardigen, waarvan wij de
afdrukken hier geven.
Het jaar 1913 is geschiedkundig van groote beteekenis
geweest. Het was in de eerste plaats het jubeljaar van onze
onafhankelijkheid, en ’t is naar aanleiding daarvan, dat de
firma van Dijk & Co. v. n. een ontwerp liet maken, toepasselijk
op het 100-jarig bestaan van Neerlands Onafhankelijkheid.
Wij geven hierbij het in zeer fijn damast uitgevoerd
ontwerp (Plaat III). Dit patroon heeft een rand, samenIII.
Ontwerp, vervaardigd ter gelegenheid
van Nederlands 100-jarige
Onafhankelijkheid.
IV. Het „vredes”-ontwerp van de
firma van Dijk & Co.
gesteld uit oranjetakken en oranjeappelen. Deze oranjetakken
vormen W’s, waarboven koningskronen zijn geplaatst.
In elk der vier hoeken prijkt het Nederlandsche Wapen, gekroond,
doch zonder schildhouders. Van deze vier wapens
geven twee den leeuw in spiegelbeeld. Dit is een vrijheid,
die men zich in damast mag veroorloven, daar zij geheel uit
de weeftechniek voortspruit. Uiteraard is elk assymetisch
motief van de eene zijde van het damast, het spiegelbeeld
van dat der andere zijde. Het middenmotief toont ons een
vierkant encadrement, van weer oranjetakken om het mé
daillon in het midden, waarin de Hollandsche tuin décoratief
staat afgebeeld en waarin de Nederlandsche leeuw staat, die
in plaats van den pijlenbundel met het zwaard, verdedigend
een brandende toorts (symbool onzer onafhankelijkheid)
in den linkerklauw houdt gevat en deze met het zwaard
in den rechterklauw beschermt. Links en rechts van den
leeuw vermelden de jaartallen 1813—1913 het eeuwfeest
van Neerlands Onafhankelijkheid.
Zoo even noemden wij het woord Hollandschen Tuin. Dit
eischt eenige nadere verklaring.
Dit heraldieke motief vindt men het eerst op de zegels
der Hollandsche Graven uit het Beiersche Huis. Het stelt
dan voor een Maagd, gezeten in een tuin, omheind door een
hekwerk van wilgentakken gevlochten, terwijl zij het wapen
der Graven van Holland (roode leeuw op gouden schild)
vasthoudt. Later treft men in de 17e eeuw den Statenleeuw,
die den bundel van 7 pijlen vasthoudt en met het zwaard
verdedigt in den HOLLANDSCHEN TUIN, op zegelafdrukken
en elders aan (zie o. a. het groote relief op den gevel
van het Waaggebouw te Haarlem) en in nieuwere heraldische
ontwerpen wordt de Nederlandsche Maagd, met den klassieken
helm getooid, in den Hollandschen Tuin geplaatst en
geeft men haar als attributen den staf met den vrijheidshoed
of een palmtak of wel de Nederlandsche vlag in de rechteren
het Nederlandsche wapen in de linkerhand. Soms ligt de
Nederlandsche Leeuw aan hare voeten en hangt men ter
volmaking van het symbolische geheel aan de stijlen van het
hekwerk de wapens der 11 provinciën op en plant een Oranjeboom
in den HOLLANDSCHEN TUIN.
In de tweede plaats was 1913 voor ons land van
groote geschiedkundige beteekenis door de opening van
het Vredespaleis in den Haag'.
II. Na de herovering van Grave door Prins Willem den Derden in
1674 bood hem de burgerij uit dankbaarheid een stel damasten tafellinnen
aan, waarop ’s prinsen wapen, hijzelf als veldheer te paard en de dankende
burgerij waren afgebeeld in beeld en spiegelbeeld, waartusschen het kasteel
en de stad met de rivier de Maas. De fraaie weefsels zijn voor het grootste
gedeelte nog in wezen en in ongeschonden staat.
Wel hebben de in onze Residentie gehouden conferenties
ter voorkoming van gewapende conflicten, nog niet tot
het gewenschte resultaat geleid, en staat daar het Paleis
voor den Vrede als een stomme getuige van den volkeren -
strijd, die buiten de grenzen van ons vaderland zoo fel
is ontbrand, doch de tijd zal komen, en laten wij hopen
zeer spoedig, dat een einde wordt gemaakt aan deze
gruwelijke worsteling, die zoovele slachtoffers maakt.
Dan zullen de stralen eener opgaande zon,
door den sie nstenaar André Vlaanderen in
het tweede Gcuenkdamast van de Koninklijke
Eindhovensche linnenfabriek der firma van Dijk
& Co., boven het Vredespaleis in artistieke
teekening aangebracht, het: Vrede zij met Ulieden 1
doen rondglanzen (zie plaat IV).
Van het Onafhankelijkheids-damast heeft de
Firma van Dijk & . Co. o.a. een stel tafelgoed
geweven, bestemd voor H. M. Koningin WiJhelmina,
en van het damast met Vredessymbolen
een stel voor H. M. de Koningin van Roemenië,
de Koninklijke Dichteres Carmen Sylva,
die bij gelegenheid van haren 70sten verjaardag
in 1914 ook uit ons land zoovele blijken van
vereering mocht ontvangen, voor hare hooge
begaafdheden en fijngevoelde poëzie.
Het was naar aanleiding van de levering van
dijt stel tafelgoed, dat zoowel de Firma van
Dijk & Co., die het damast in hare weverijen
vervaardigde, als de teekenaar André Vlaanderen, van
Koningin Elisabeth van Roemenië een door H. M. eigenhandig
onderteekende welgeslaagde fdto mochten ontvangen,
met de mededeeling namens H. M. dat zij
het damasten tafelgoed zal gebruiken op den dag dat
de vrede geteekend wordt!
Moge de dag, waarop Carmen Sylva haren disch siert
met een voortbrengsel van Nederlandsche Kunst-Nij verheid
dat reeds zoo ver over onze grenzen aan Vorstelijke
Hoven zoo groote vermaardheid heeft verworven, spoedig
aanbreken!
Het is verblijdend, dat de damast-weefkunst, welke zoovele
jaren in Nederland gekwijnd heeft, thans, dank zij den
ondernemingsgeest onzer industrieelen, en den goeden smaak
onzer sierkunstenaars, weder opleeft.
De firma van Dijk heeft met deze damasten aangetoond,
dat hare fabriek onder de Nederlandsche fabrieken
in de textiel-branche een eervolle plaats inneemt.
Zij verdient den steun van allen, die de vaderlandsche
kunst liefhebben en wenschen aan te moedigen.
NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPiJ, LEIDEN.
Voor onze Dames
|