Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1836 tot 1840 van 11897
Nummer
1915, nr. 71, 2 sept. 1915
Blad
01
Tekst
No. 71 (10a) 2 SEPT. 1915 AFZONDERLIJKE NUMMERS 7'/2 CENT A.W.SIJTHOFF'S UITGElK/ER-S M A ATS CH A P P IJ - LE I D E M ABONNEMENT PER KWARTAAL 26 NUMMERS f 1.30 DE BOTHA-HULDIGING TE PRETORIA. Na zijn succesvollen veldtocht tegen de Duitsche troepen in Duitsch-Zuid-West-Afrika, is generaal ------------------------------------------------------ ------------------------------- Botha door het gemeentebestuur van Pretoria op officieele wijze gehuldigd, terwijl er ook verschillende festiviteiten te zijner eere waren georganiseerd. Hierboven Gen. Botha [staande vooraan in den koepel) de toespraak v. d. Burgemeester van Pretoria beantwoordend. BOTHA FEESTVIERING Vrijdag 30 Julie 1915. OFFISIEELJPROGRAMMA. 8.3o v.m. £SS’ verweUtommg door de Bu, .....Bs5gSS« '*5 n.m. “aanboden door de Burgemeester ^„Gedelegeerden van andere
PDF
Nummer
1915, nr. 71, 2 sept. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 2 UIT HET ZWARTE BOEK r VAN ’N TELEGRAFIST ( DOOR J. T. VAN LEfDEN (Vervolg). . en rekening met iemand die me eens in Chicago den attorney en ’n dynamietpatroon op m’n dak stuurde, namelijk : je liefhebbende echtgenoot !’’ Mary trachtte kalm te blijven. / „En wat voor strafoefening denk je aan hem te voltrekken ?" vroeg ze. „O, ik ben niet van plan me er druk voor te maken," zei Hannock koeltjes. „Hij zal zichzelf straffen !’’ . Ze zag hem scherp, onderzoekend aan. „Wat meen je daarmee ?’’ „Wel, denk maar eens aan : hij heeft op ’t oogenblik z’n zak vol stukken van waarde, honderdduizenden die hij mij ontstolen heeft. Goed, best; ik. gun ze hem, daar ! Maar ik heb — jou ! En nu zullen we eens zien wie van de twee hij kiezen zal." Hij lachte weer zijn valschen lach, en Mary voelde grooter afschuw voor hem dan ooit; voor de honderdste maal dien dag vroeg ze zich af hoe ze ooit hadkunnen meenen voor dien man eenige genegenheid te hebben. „Ik denk zoo," ging hij voort, „dat ik de waarde van mijn geld wel terugkrijg, hoe dan ook !" „Je denkt te min over hem," zei Mary verachtelijk. „Als hij op ditoogenblik hierbinnen kwam . .. ." „Maar dat wenschik juist! En dat zal hij ook! Luisternu eens naar wat ik zeg: als hij zoo flink is als jij denkt — en dat is hij — dan zal hij vandaag vóór middernacht hier binnen « trachten te komen!" „Dat zal hij zeker,"riep Mary uit. „En met de heele politie „O — politie DE DUITSCHE OPMARSCH IN HET OSTEN. Met een door de Russische legérs blijkbaar niet te keeren zekerheid trekken de Duitsche troepen steeds dieper Rusland in, terwijl voor hen uitgaat een onafzienbare stoet mannen, vrouwen en kinderen, die bij de nadering van den vijand huis en goederen in den steek hebben moeten laten, wijl heele dorpen in de asch werden gelegd. Steeds verder trekken zij, de rampzaligen, van al hun bezittingen beroofd, overnachtend in de inderhaast meegevoerde wagens of in het open veld, terend op den meegenomen mondvoorraad, terwijl bij iederen kilometer hun aantal vermeerdert met nieuwe slachtoffers, wier huis en bezittingen eenzelfde lot wacht. O! niet alleen op het slagveld worden de offers gebracht voor dezen gruwelijken wereldkrijg. Neen, duizenden rustige burgers, eens welgesteld, zagen zich reeds op deze wijze tot den bedelstaf gebraeht. En voor deze offers, niet minder groot en achter zich !" politie . . . . Neen, hoor, maak je daar geen voorstellingen van. Er is in dit district geen politieman die er aan denkt tegen onze organisatie op te tornen ! Menschlief, je zou versteld staan wanneer je wist wat ’n invloedrijke beschermers we hebben ! Hoogstens ondervinden we nu en dan last van den een of anderen nieuwen politiechef, die nog jong is en zich idealen maakt van plichtsgevoel en zoo ; maar die wordt wel gauw murw. Neen, ik heb een hooger dunk van je man dan jijzelf: alléén komtie, en dat moet ik juist hebben !" „En hoe dan ?’’ vroeg Mary, die hoe langer hoe angstiger werd onder Hannock’s luchtig gepraat. „O, hij zal ondervinden dat ’t binnenkomen hem héél gemakkelijk wordt gemaakt!’’ „Bedoel je dat je hem hier wilt binnenlokken ?" „Lokken ? Geen vinger zal ik uitsteken ! Het lokken zal jij doen, en ik kom wel eens kijken — later !’’ „Maar wat wil je dan toch !" riep Mary, trillend van vrees en onrust. „De deur vpor hem openzetten. Kijk maar eens hier. Dien ijzeren deksel van ’t kolengat laten we vanavond, als bij vergissing, ’n beetje open. Dat komt in de beste families voor als er pas brandstof gebracht is. En ’n paar stukken kool laten we op ’t trottoir liggen. Doodeenvoudig is ’t. Je begrijpt toch dat-ie overal ’n toegang zoekt, die natuurlijk nergens vindt, en dan als vanzelfsprekend in de val loopt!" Hij liep een eindweegs terug in de richting vanwaar ze gekomen waren, en vervolgde : „Hij zal juist doen als wij nu ; in deze richting loopen. Er staat hier immers geen stuk dat hem interesseeren kan ? Zie je nu die koperen leuning langs den muur ?" Mary knikte zwijgend. „Zie je er niets bizonders aan ? Neen, hè ? Maar let nu eens op." Hij trok een hefboom neer op een nabijzijnd schakelbord en het electrisch contact uitte zich door een knisterend geluid en het overspringen van blauwe vonken. Zonder iets te zeggen wees hij naar de leuning. Mary’s langzaam begrijpende oogen, star als die van een slaapwandelaarster op den koperen stang gericht, schenen van violet in zwart te veranderen. Het gepolijste metaal zag er uit als te voren, maar ze wist dat het een werktuig der vernietiging geworden was. Ze staarde ernaar, met wijd open, verbijsterde oogen. Een beweging van Hannock bracht haar gedachten, die als verstijfd waren geweest, weer tot werking. wreed, wacht hun geen roem of eer, zooals den krijgsman ten deel wordt Voor hen slechts . . . medelijden. Hij had een stalen paneel opgenomen, dat tegen den muur stond, een rood geverfd stuk deurpantsering, dat bij den bouw was overgebleven. Met groote inspanning hief hij het op en hield het daarna enkele oogenblikken met uitgestrekte armen boven het hoofd. „Hoeveel stroom er op ’t oogenblik door die leuning gaat zou ik je niet kunnen zeggen, maar dat ’t een behoorlijke portie is kan je zelf waarnemen. Ziedaar !’’ Hij liet de stalen plaat vallen, tegelijkertijd snel terugspringend. De slag waarmee het gevaarte den koperen stang trof werd verdoofd door het plotselinge sissen en gonzen van een bleekblauwe vlam waaruit een verblindende, bliksem-achtige lichtstraal opschoot; het metaal boog, kronkelde, sloeg om en om als een stuk papier dat in den haard verbrandt. Een benauwende reuk van gloeiende verf, vermengd met de gasachtige geuren die het ontbindende staal afgaf, vulde het lage gewelf. „Genoeg! genoeg!" stamelde Mary, terugdeinzend naar den tegenoverliggenden muur. Hannock sloot den stroom af en schopte tegen het verschrompelde stuk paneel dat reeds tot asch was overgegaan. Een lucht van brandend leer verspreidde zich onmiddellijk daarna. Met een uitdrukking van triomf in de lachende oogen zag Hannock haar aan. „Wel ?’’ was alles wat hij zei. „O, Jim !" barstte ze hartstochtelijk uit, overspannen van zenuwen na hetgeen ze gezien had, „in ’s hemelsnaam, laat hem zoo niet sterven ! Geef hem een kans ! Laat hem ten minste vechten voor zijn leven ! Wees geen lafaard — hij is een man : wees er ook een !" Hannock haalde de schouders op. „’t Is z’n eigen schuld . . . ." „Maar ’t is onmenschelijk; ’t is duivelsch !" gilde ze, ging op hem toe, en greep zijn arm. „Wreek je dan op mij — doe met me wat je wilt, maar maak hem niet af als ’n hond, zonder een woord van waarschuwing ! Het is afschuwelijk — ik kan de gedachte nauwelijks dragen !" Hij schudde haar af. „O ja, dat kan je wel; dat zal je trouwens wel moeten. En méér dan dat : je zult er bij zijn, en het heele tooneel bijwonen !" „Ik .... zal er bij zijn . . . ?’’ stamelde ze. „Er vlak bij ! Hier op deze plek !’’ Hij stampte met den voet op den grond. Mary sloeg de handen voor de oogen als om het vizioen zelfs in haar verbeelding niet te zien, en zoo bleef ze staan, onbeweeglijk. „En ’t eind zal zijn datover. een onbekend den indringer, die met een stroomdraad in aanraking kwam/ndoodsbericht in enkele bladen zal staan. En je zal wel je mond erover houden: jij moet maar niet bij de politie komen, dat is beter voor je!” „Denk je dat ? denk je dat?" riep ze, stampvoetend van machtelooze woede. „Ik ben geen zwakkeling! Ik ken ’t leven van z’n hardsten kant! En ik zal alles doen om hem te wreken, alles, begrijp je, al zou ik de rest van mijn leven er de gevangenis voor ingaan ! Als je hem vermoordt dan zal je er voor bloedefi, Hannock, dat zweer ik je! En als ik je je oogen nog niet uitkrab, dan is ’t alleen omdat ik je geen kans wil geven me nu al onschadelijk te maken ! Ellendeling, moordenaar!’’ Haar oogen schoten de vonken van haar innigen haat ; met opgeheven vuisten stond ze voor hem, en haar stem was heesch van drift. Maar Hannock bleef kalm. „Neen, dat zou zonde zijn, je nu al onschadelijk te maken. Jij moet juist de hoofdpersoon van het stuk worden !’’ „Maar hoe dan ! zeg me dan hoe ! Denk je dat ik er bij zal staan en toezien ? dat honderd mannen als jij me zullen kunnen weerhouden om hem te redden ? O, schat me niet te min, en hem ook niet : we hebben je ééns te pakken gehad, en we zullen je nóg eens de baas zijn ! Let op !’’ „Nonsens," zei hij koel. Hij deed een stap naar haar toe. „Zie eens, m’n beste, de zaken kunnen nog wel geschikt worden. Met mij valt te praten. Ik heb je man aan ’n baantje geholpen toen ie zoo kaal was als de ratten —• en hij heeft me verraden ; voor jou ben ik goed geweest toen je ’n arm telegrafistje was — en je hebt me lalten zitten, ofschoon ’t er eerst op leek dat je me wel had willen trouwen. Dat zijn geen kleinigheden, om van dat kwart millioen dollars nu maar niet te spreken. Maar zooals ik zeg : alles is vatbaar
PDF
Nummer
1915, nr. 71, 2 sept. 1915
Blad
03
Tekst
PANORAMA voor 'n schikking. Laat dien man loopen met z'n fortuintje en al ; hij is goed bezorgd. Blijf bij mij, en je zult eens zien hoe gauw onze oude liefde weer terugkomt! Nu ?" Mary had met ingehouden woede en verontwaardiging toegehoord. Maar toen Hannock zijn hand overredend op haar arm legde, schudde ze die met een heftige beweging af en sloeg hem zoo geducht in 't gelaat dat zich bijna onmiddellijk de roode striemen van haar vingers op zijn wangen vertoonden. Hij wankelde terug, en leunde een oogenblik tegen den koperen stang, duizelend. Met een sprong was Mary bij het schakelbord en rukte den hefboom neer. Maar Hannock had zijn koelbloedigheid reeds teruggevonden en door een snelle beweging het contact verhinderd. „Doe geen moeite/' zei hij schor, terwijl zijn gezichtsspieren zich krampachtig vertrokken. „Alles heeft zijn tijd. En luister nu eens goed. Jij zult vanavond, als die kerel komt, daar bij die trap vastgebonden liggen, met een prop in je mooien mond, en je zult niet kunnen bewegen noch spreken. En als hij in 't donker z'n weg zoekt langs die leuning, dan zal je een prachtig blauw vuurwerk zien en een beetje brandlucht ruiken. Prosit !" Maar zelfs Hannock schrok even. Want Mary had de handen voor de oogen geslagen ; haar bovenlichaam schokte eenige malen heen en weer als van iemand die zijn evenwicht verliezen gaat ; toen viel ze voorover op den steenen vloer, bewusteloos. In den laten namiddag van dienzelfden dag zocht een electricien, met een welvoorziene werktuigentasch op den schouder, langs een reeks van gangen en trappen zijn weg naar 't dak van een der vele Italiaansche huurkazernes die ten zuiden van Washington Square en ten westen van Broadway liggen. Niemand vroeg hem wat hij doen ging, want er woonden misschien honderd gezinnen in dat huis, en het eene bekommerde zich niet om het andere. Hij werkte een minuut of twintig op het dak, kwam toen weer beneden, maakte een praatje met den timmerman, die zijn werkplaats aan de straat had, gaf hem een sigaar, en leende een achtsportsladder van hem, om op het wat hooger gelegen dak van een aangrenzend kantoorgebouw te kunnen komen. Eenmaal daarop geklauterd, pakte hij zijn tasch met gereedschappen uit, en het eerste wat hij deed was een stalen hefboom tusschen de sluiting van een gepantserd luik te wringen, dat bolvormig boven het dak uitstak. Beter gezegd : hij trachtte den hefboom ertusschen te wringen, want dë onverwrikbare metaalmassa verzette zich tegen zijn krachtigste pogingen. Met een knorrend geluid van teleurstelling stond hij op, zocht naar andere punten die hem houvast voor een breekijzer, een boor, een schroevendraaier of een koevoet konden geven; maar het scheen wel dat bij het bouwen van dit dak op bezoeken als het zijne gerekend was. Hij zag eenige oogenblikken rond zich, ging toen op een buis van zwaar lood af, die naast de uitlaatpijp van de stoomverwarming uit het dak kwam, maar dadelijk horizontaal omboog en ten slotte langs den muur naar de straat liep. Dat kon niet anders dan 't omhulsel van de telegraafgeleidingen zijn. Het kostte hem een paar minuten om een stuk van de beschermende buis weg te snijden ; toen, zooals te verwachten was, kwam een kabel van in elkaar gedraaide telegraafdraden te voorschijn. Hij zocht in zijn tasch, tusschen de caoutchouc zakjes met nitroglycerine, het stuk gevlochten lont, de drilboor met diamanten punt, het kleine olielantarentje en nog vele andere voorwerpen ; voorzien van een buigtang, een bos draad en een luistertoestel met toebehooren dat hij om zijn hoofd kon bevestigen, zoodat zijn handen vrij bleven, ging hij bij het opengeknipte deel van de buis zitten. EEN NIEUW BELGISCH KANON. Sinds eenigen tijd is in het Belgische leger een nieuw kanon in gebruik genomen, dat speciaal gebruikt wordt tot het beschieten van luchtvaartuigen. Het werkt geheel automatisch, terwijl de loop op zoodanige wijze op het affuit is bevestigd, dat hij zeer gemakkelijk alle richtingen van het luchtvaartuig kan volgen zonder dat dë beschieting behoeft te worden onderbroken. Voorzichtig maakte hij de metalen kabelbanden los, verbond zijn toestel nu aan den eenen draad dan aan den anderen. Hij luisterdeaandachtig. In druk gespetter en geknap van punten en strepen vlogen hem de uitslagen van wedrennen, de namen en gewichten van jockeys, de noteeringen van EuropeeIN DE BELGISCHE LOOPGRAVEN. Nog altijd wordt het kleine stukje België, dat door het Belgische leger bezet wordt gehouden, met grooten moed verdedigd en al worden de wapenfeiten van dit front ook overstemd door de gewichtige gebeurtenissen in het Oosten, de strijd wordt ook hier met niet minder verwoedheid en opoffering gestreden. Ook hier vallen nog dagelijks honderden voor hun vaderland; ook hier waart het onverzadigbare oorlogsspook t nog in al zijn gruwbaarheid. sche Beurzen voorbij naar de diepten van het gebouw daar beneden. Maar deze berichten lieten hem onverschillig. Het was hem om een specialen draad te doen, den draad waarlangs hij tijdingen zou hooren snellen die misschien over zijn lot en zijn toekomst zouden beslissen. Hij werkte een uur, in- en uitschakelend, luisterend en nog eens luisterend. Totdat de juiste draad tusschen zijn vingers was. En met een schok scherpte zich zijn gehoor : want zooals zijn oogen zich ook na jaren een van vroeger welbekend gezicht zouden zijn ren. herinneren, zoo herkenden zijn geoefende ooren de zware, langzame, maar feillooze manier van den seiner die thans aan den toestel zat. Het eerste bericht was een order dat diens automobiel hem vanavond moest komen halen. Het kon de moeite waard zijn dit te weten. Het tweede was een afspraak met iemand tegen den volgenden Zondag, en scheen van geen bizondere beteekenis. Maar het derde was blijkbaar een antwoord op èen vraag, die intusschen langs een anderen draad kon binnengekomen zijn : „Ja, ze is hier, en ze blijft hier. De slag wordt vanavond geslagen." De luisteraar stond op en veegde zijn bezweet voorhoofd af met de mouw van zijn werkkiel. Hij haalde diep adem, en zag in de vallende schemering om zich heen over de rustelooze, gonzende stad. „Ja," zei hij, en zijn vuist balde zich, „de slag wordt. vanavond geslagen !" XI. Er viel een dichte, fijne regen ; de avond was vroeg gevallen. Ik dwaalde om het blok huizen heen waarin zich de „NeptunusClub" bevond. Nu en dan ging iemand haastig, in zijn jaskraag gedoken, den sigarenwinkel binnen en kwam er voorloopig niet meer uit ; voor den kapsalon hield een paar maal —' wel laat op den avond ! —■ een rijtuig of een automobiel stil waaruit, de dichte voile over 't gezicht getrokken, een dame vlug naar binnen wipte, wier kapsel buitengewoon veel tijd scheen te eischen. Maar langs den portier gingen groepjes rustige heeren in avondkleedij de hall der Neptunusclub binnen, onwetend misschien van wat er boven en achter hun deftige sociëteits-lokalen gebeurde. Wat moest ik doen ? Langs den geheimzinnigen weg binnengaan dien de anderen volgden ? Het was natuurlijk dwaasheid. Ik zou onmiddellijk gesignaleerd zijn, was het waarschijnlijk nu al. Het dak had geen toegang geboden ; de straat deed het evenmin. Zou er een kelderingang, een keukenraam te vinden ? Het was te probêeBinnenkomen moest en zou ik. Voor de zooveelste maal slenterde ik de zijstraat in, den donkeren, verlaten weg langs den zijgevel van het gebouw, waar het asfalt glom in den neerdroppelenden regen. Mijn schuifelende voeten stietten tegen enkele stukken kool, die blijkbaar waren blijven liggen toen men dien middag brandstoffen in het keldergat had gestort. Ik bukte me en betastte het metalen deksel van de ronde opening. Het lag los — de weg naar beneden was vrij ! Ik keek om me heen —• niemand! Snel werkte ik het zware deksel opzij, ging plat op den grond liggen en keek door het gat. Duisternis en stilte. Toen liet ik mijn tasch met gereedschappen naar beneden zakken, werkte daarna mezelf door de opening heen. De afstand was niet groot, want de tasch was spoedig beneden geweest. Toen ik den grond onder mijn voeten voelde, kon ik zelfs met uitgestrekte armen het deksel boven me weer eenigszins op zijn plaats schuiven. De geluiden van de straat stierven weg. Een, twee minuten lang bleef ik onbeweeglijk in het donker staan ; de stilte suisde in mijn ooren. Toen ging ik langzaam, stap voor stap, enkele passen voorwaarts. (Wordt vervolgd). 71 (10a)
PDF
Nummer
1915, nr. 71, 2 sept. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 4 Het offensief der Italianen in het Oostenrijksche grensgebied EEN VERNIELD OOSTEN R IJ KSCH FORT. Dat ook het Italiaansche leger over zwaar belegeringsgeschut beschikt, blijkt wel uit bovenstaande foto van een vernield Oostenrijksch fort, dat door een projectiel van een nieuwen 30.5 c.M. houwitser getroffen is. TUSSCHEN HET NIEUVVE KOREN. Een Italiaansche patrouille slaat haar bivak op tusschen de korenschooven. DE BRIEF NAAR HUIS. Aan een niet alledaagsche schrijftafel wordt vanuit het grensgebied naar huis geschreven. HULP VOOR DE GEWONDEN. Aankomst in het grensgebied van een Italiaansche Roode-Kruiscolonne. DE VERWOESTINGEN IN HET OOSTEN RIJ KSCH-ITALIAANSCH E GRENSGEBIED. In dit in andere jaren zoo druk door touristen bezochte berggebied wordt nu de eenzame foto-correspondent getroffen door de troostelooze verwoesting van dorpen en aardige villas. DE STRIJD IN DE ALPEN. Hoe moeilijk de strijd in het gebied van de bergen is, blijkt ons weer uit bovenstaande foto. Welk een moeilijkheden brengt b.v. het in stelling brengen van de kanonnen als op onze foto te zien zijn, niet reeds met zich.
PDF
Nummer
1915, nr. 71, 2 sept. 1915
Blad
05
Tekst
5 PANORAMA Oorlogsnieuws van binnen en buiten de Duitsche grenzen DE VERWOESTING IN POLEN. Een somber oorlogsbeeld : gezicht op een der totaal verwoeste dorpen aan de Weichsel in de nabijheid van Warschau. Op den achtergrond een door de Duitschers geslagen noodbrug. NIEUWE RECRUTEN VOOR HET DUITSCHE LEGER. De laatst-opgeroepen manschappen, gereed om naar de verschillende depots te vertrekken, Een kijkje in een der Duitsche depots tijdens het oefenen waar zij zullen worden geoefend. recsuten. bajonetschermen door de nieuwe (foto's V.F.B.) IN EEN DUITSCH GEVA N GE N E N K A M P. Fransche krijgsgevangenen in het kamp te Königsbrück bezig met het vervaardigen van een De gevangenen, onder wie zich verdienstelijke musici bevinden, vermaken zich op hun zelfhulde aan hun vaderland. vervaardigde muziekinstrumenten. (foto's V.F.B.) DE DUITSCHE BEZETTING IN BELGIË. Ook in België worden vele betrekkingen door Duitsche vrouwen waargenomen. In Achel o.a. fungeert een Duitsche dame als douanebeambte. (V.F.B.) MUNITIEDEPOTS. In verschillende steden achter het Duitsche front heeft men bergplaatsen voor munitie en geweren, van waaruit de troepen aan het front voorzien worden. Onze foto is genomen in Hasselt (België) waar zoo’n depot gevestigd is. DE OOGST IN DUITSCHLAND. Duitsche soldaten, die z.g. „landbouw-verlof” hebben gekregen, bezig den oogst in te halen.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1836 tot 1840 van 11897