Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1821 tot 1825 van 11897
Nummer
1915, nr. 69, 26 aug. 1915
Blad
01
Tekst
No. 69 (9a) 26 AUG. 1915 <&////r/r////FL , ABONNEMENT PER AFZONDERLIJKE KWARTAAL 26 NUMMERS 7'/2 cent Gei llustreerd-weekblad NUMMERS f 1.30 A.W.-SUTHOPF'S UITGE.V/ER.S MAATSCHAPPIJ - LEI D E n DE HERDENKING VAN DEN SLAG BU HAELEN De familieleden van de in den slag bij Haelen gevallen Belgische krijgers begeven zich naar de graven. Inwoners van Haelen en familieleden van de gesneuvelde soldaten brengen bloemen en kransen op het gemeenschappelijk soldatengraf. Generaal von Bissing in gezelschap van andere Duitsche officieren op het graf van 21 in den slag bij Haelen gevallen Duitsche huzaren. Godsdienstoefening op het marktplein te Haelen, welke werd bijgewoond door de Duitsche bezetting en familieleden van de gesneuvelden. (Ver. Fotob.)
PDF
Nummer
1915, nr. 69, 26 aug. 1915
Blad
03
Tekst
PANORAMA had, liet Hannock Mary’s arm uit zijn wreeden greep los. Hij lachte binnensmonds, tevreden en zelfvoldaan. „En hoe vind je nu dat we zijn ingericht ?” Mary zag met wijd-open oogen om zich heen, en toen Hannock de verrassing op haar gezicht las, lachte hij wederom. Het was klaarblijkelijk een speelzaal, maar geheel anders dan ze vroeger gezien had. De zaal was rijk gemeubeld en er lag een prachtig tapijt. Er waren geen ramen in de muren ; het licht stroomde uit twaalf zware kronen, die elk dertig electrische lampen droegen. De muren, met groene zijde bekleed, waren door wit-en-goud geschilderde houtbetimmeringen in vakken verdeeld, die met waardevolle schilderijen waren behangen. Aan het verste einde der zaal prijkte een zeer groot werk van Gaston La Touche, een groep badende vrouwen onder overhangend herfstloover voorstellend; een rij electrische lampen tegenover de bovenzijde der lijst verlichtte het als met een zacht maar helderdaglicht. Hannock raakte een knop bij de deur aan en het schilderij verdween alsof het verbleekte — misschien ook draaide het om een as — terwijl er, tot Mary’s verbazing, een zwart bord voor in de plaats kwam, zooals in bijna elke speelzaal gebruikt wordt om er mededeelingen, beursnoteeringen, wedrenuitslagen en zoo verder op aan te teekenen. Hannock drukte op een anderen knop en twaalf electrische waaiers van kunstig gedreven koper begonnen zacht te snorren. Maar Hannock bewoog een houten kruk, en hun geluid werd overstemd door de verre muziek van een orkest, dat voor het beste der wereld niet onderdeed. Hij zag Mary trotsch en glimlachend aan, bracht nogmaals een handvat in beweging, en nu begon tusschen de plantengroep in het midden der zaal een fontein te klateren, die de heerlijkste geuren verspreidde. De speelhoi-koning genoot een oogenblik van Mary’s veiwondering; toen bracht hij alles weer in den vorigen toestand terug ; het schilderij van La Touche gloeide in zijn harmonieuse kleurenpracht tevoorschijn ; het orkest zweeg ; de waaiers staakten hun wiegende beweging en het vallende water van de fontein verbrak niet langer de stilte. „Dat is wat anders, hè, dan ons armoedig gelegenheidje in Chicago ! Met z’n eene ijzeren deurtje 1” zei Hannock hoonend. „Hier kom je niet ver met dynamiet, m’n beste ! En nu moet je eens rondzien wat ’n mooie schilderijen er hangen — alleen eerste meesters! ja, ja, ze mogen bekeken worden . . . Maar Mary had er geen aandacht voor ; haar moede hoofd duizelde. En toch nam ze vage indrukken in zich op van allerlei voorwerpen om zich heen : de geweldig groote mahonie tafel, waarom vierentwintig stoelen met hooge ruggen geschaard stonden, de tallooze kleinere tafeltjes, met groen laken bekleed, die langs de wanden waren opgesteld, de met kussens bedekte divans in de hoeken, de beeldhouwwerken en bronzen die op smaakvol versierde voetstukken waren opgesteld. „Nu moet ik je nog verderrondleidenzei Hannock „dan ben je op de hoogte eer ons werk begint. Ga maar mee.” Hij nam haar arm en bracht haar door een deur, die evenals de andere zwaar gepantserd was en alleen openging nadat hij ’t electrisch raderwerk in beweging had gebracht. Hij sloeg met. de vlakke hand op het paneel: „alles staal ! En om je heen evenzoo; in een koepel van staal zitten we. Geen muis komt er in of er uit als ik ’t niet wil ! woordig grootscheeps doen; dat is ook ’t succes van „HET KIND VAN DE LIEFDE.” Het Nederlandsch Tooneel" opgevoerd het tooneelspel in 4 bedrijven van Henri Bataille „Het kind iefde”. Mevrouw Theo Mann-Bouwmeester vervulde in dit stuk de rol van Liana, die zij op wonderlijk mooie en frissche wijze vertolkte. Het publiek was Zaterdagavond is in den Stadsschouwburg te Amsterdam door van de Li in grooten getale opgekomen om haar ter gelegenheid van haar 30-jarig jubileum hulde te brengen. Talrijke bloemstukken werden haar vereerd, zoowel van de zijde van het publiek als van de artisten. V. 1. n. r. Augustine - Mevr. Meiland; ’n Lakei - Kemmler; Liana Orland - Mevr, Mann-Bouwmeester; ’n LakeiJa, je moet de dingen tegenRockefeller en Morgan geweest. Aan Sheldon komt de eer toe dat begrepen te hebben. Waarom kan nie- - mand Rockefeller en Morgan in de gevangenis stoppen ? Omdat ze te groot zijn. Waarom is de Wolbeurs niet aan de wetten op diefstal en oplichterij EEN HUWELIJK IN DE TOONEELWERELD. Te ’s-Gravenhage is op 20 Augustus het huwelijk voltrokken tusschen Cor Ruys en Tilly Lus, beiden van het Tooneelgezelschap Die Haghespelers". Onze toto werd genomen na de plechtigheid, tijdens het uitbrengen der heildronken. Staande v. 1. n. r.: Mevrouw Verheye; Mr. Ph. Iji Chapelle; J. Rekker; Dirk Verbeek; Jules de Koning. Zittend om de tafel, van links om: Marianne Ruys; A. v. d. Vet; Antoine Ruys; G. G. C. Ruys; Herman Lus; Henny Roemer; Mevr. Wed. Lus; Tilly ; Cor ~Ruys; Mevr. Wed. Ruys-Snpoor, ~ ............. MEVR. THEO MANN-BOUWMEESTER, die verleden week het feit herdacht, dat zij vóór 30 jaar verbonden werd aan de Koninkl. Vereeniging „Het Nederlandsch Tooneel”. Mevr. MannBouwmeester is onlangs ook benoemd als leerares aan de Tooneelschool te Amsterdam. Huismans; Fran^ois - Kramer. onderworpen ? Omdat de rooverstroep daar in ’t groot te werk gaat. En daarom kan niemand Shel­ (foto „Rewbrandt.") hem onderdoet. om n don of mij iets maken. Kleine misdrijven begaan is ’n ernstige fout.” Hij bracht haar door een electrisch verlichte gang, waarvan de muren met marmeren platen bekleed waren. „Maar staal erachter !” zei hij. Aan het eind daarvan was opnieuw een gepantserde deur, die in een eveneens met marmer bekleede, maar geheel leege kamer uitkwam. In den versten muur waren twee smalle, horizontale spleten. „Kijk daar eens door,” noodigde Hannock uit. Mary deed het en zag naar beneden in den sigarenwinkel, juist op de ingangsdeur. „Dit is de uitkijktoren van onze vesting,” zei haar geleider met zelfbehagen. „We zijn hier zwaarder gepantserd dan waar ook. Niemand en niets komt er doorheen. Den aanval van ’n leger zouden we kunnen doorstaan. En op ons gemak, want levensmiddelen hebben we voor ’n jaar. Nu —door - die gleuven kunnen we iedereen zien binnenkomen. Dat heeft z’n nut. De man die hier zit kent zoo langzamerhand iedereen, en ten overvloede is er een bediende in den sigarenwinkel die niet voor In samenwerking met elkaar geven die twee ons seinen met wit of met rood licht naar de speelzaal, al naar er goed volk of kwaad volk komt. En dan heeft de uitkijk hier een inrichting waarmee hij in ’n halve seconde al de deuren in ’t gebouw sluiten kan.” Mary zweeg, maar ze gevoelde hoe haar helderheid en haar zelfbeheersching terugkwamen : het was nu van belang iedere deur, iedere gang, iedere kamer en haar ligging scherp te onthouden — het kon haar te pas komen ! „In onze afdeeling kas en boekhouding breng ik je niet,” zei Hannock, „daar heb je niets te maken. Maar nu zal ik je laten zien hoe we er op ’n andere manier uit kunnen komen. Door dit smalle gangetje alsjeblieft.” Reeds had hij een deur doen opendraaien, waarvan ook ’t scherpste oog de aanwezigheid niet zou hebben geraden, en hij schoof Mary voor zich uit. Aan ’t eind van de gang was een tweede deur, die toegang gaf tot ’n steile ijzeren trap. „Zoo, hieraf — val niet ! — en dan komen we in de brandkast-gewelven : allemaal beton met staal. Stevig, niet ? In de safe zal ik je maar niet laten kijken. Nu weer deze gang door, tot aan ’t eind. En daar, boven ons hoofd, waar dit ijzeren laddertje staat, is ’n ronde opening, nu met een stalen deksel hermetisch gesloten.” Hij wees naar boven, waar zich inderdaad een zoogenaamd „kolengat” bevond, dat in de Amerikaansche woningen — waar de kelder zich onder het trottoir uitstrekt — dient om de brandstoffen naar binnen te storten. „Mochten we de voordeur niet meer uitkunnen — je weet ’t maar nooit! — dan sluiten we alles achter ons en ontvluchten door dit muizengat. Ziedaar!” „En waarom laat je me dit alles zien ?” vroeg Mary. Hij zag haar met zijn loerende, groene oogen spottend aan. „Wel, m’n beste, dat zal ik je zeggen, opdat we elkaar van ’t begin af goed begrijpen. Sheldon zit op ’t oogenblik ergens in de bergen, rust wat uit van de vermoeienissen — ’t was ’n heel ding om zoo’n huisje te bouwen: honderdduizend dollars alleen aan fooien, opdat we ongestoord konden doorbouwen ! — en nu ben ik hier zoo lang de directeur. Van die gelegenheid wil ik gebruik maken ouwe rekening te vereffenen.” (Wordt vervolgd). 69 (9a) (foto Couvée).
PDF
Nummer
1915, nr. 69, 26 aug. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 4 baan-kampioenschappen amsterdamsche wielerbaan, De Zondag j.1. op de Amsterdamsche Wielerbaan verreden baan-kampioenschappen zijn zoowel uit sportief als financieel oogpunt een succes geweest voor den N. W. B. Het verloop der wedstrijden, die door het publiek met volle aandacht werden gevolgd, was zeer spannend. Wij geven hierboven links: Een spannend oogenblik tijdens den strijd om een der kampioenschappen. Midden: P. Straat, kampioen profs en onafhankelijken over 30 K.M. (foto's V-.F.B.) Rechts: de drie kampioenen over .1 K.M.; v. 1. n. r. L. Didier, kampioen onafhankelijken ;Jhr. Bosch v. Drakestein, kampioen amateurs en J. Tulleken, kampioen beroepsrijders, (foto Sijes). HET VAANDEL ===== DOOR B. ======== Een hoogst eigenaardige stand tijdens het spel. •et een verveeld gezicht deed sergeant Müller een trek aan zijn sigaret. Al meer dan een maand lagen ze nu in de loopgraven aan de noordgrens van Frankrijk. Een paar maai hadden ze een aanval afgeslagen, ook hadden ze eenige malen een uitval gewaagd, zonder echter vooruit te komen. En zoo lagen ze week aan week maar in de vochtige loopgraven. Müller zuchtte. Hoe verlangend was hij geweest om mee den oorlog in te gaan, hoe gelukkig had hij zich gevoeld toen eindelijk het bevel tot oprukken was gegeven en hij mee had kunnen trekken naar het land van den vijand. En wat had hij per slot van rekening van den oorlog gezien ? Niets dan dooden en gewonden en soms in de verte den vijand. Was dat nu vechten, dat schieten op een afstand naar een vijand, dien je ternauwernood zag ? Hij had zich voorstellingen gemaakt van op den vijand in te stormen, van neer te slaan, alles wat je onder de handen kwam, van den vijand na te jagen, totdat heele regimenten zich overgaven om dan als overwinnaar en begiftigd met het Ijzeren Kruis uit den slag te komen. Dat zou oorlogvoeren zijn, terwijl nu... INTERN. L.AWN-TEN N ISWEDSTRI J DEN TE NOORDWIJK AAN ZEE. De belangstelling bij de jaarlijksche Internationale Lawn-tenniswedstrijden te Noordwijk aan Zee. Hoewel door den aanhoudenden regen de banen Zaterdag en Zondag niet in bijzonder goeden staat verkeerden, konden de talrijke toeschouwers toch ook die dagen nog profiteeren van eenige zeer goede partijen. {Foto Jonker.) EEN OVERZICHT VAN HET TERREIN. DE SPOORLIJN AMSTERDAM-ALFEN. (V.F.B.) Het nieuwe station te Gouwsluis, gelegen aan de onlangs geopende fijn Amsterdam-Alfen. En toch, toch zou het Ijzeren Kruis hem verleend worden, wat het ook zou kosten. Er gingen een paar dagen voorbij. En altijd maar lagen ze in de loopgraven. Totdat er op een avond alarm werd geblazen. De vijand had een aanval gedaan. Woedend stormden de mannen uit de loopgraven naar voren, de kogels floten, granaten suisden en sprongen uiteen en om hen vielen dooden en gewonden. Maar ze gingen vooruit ; nu eens kruipend, dan weer hollend en aldoor maarvurend op den vijand, die langzaam terug trok, al verder en verder, zoodat tegen den avond het naaste dorp kon bezet worden. Onder gezang trok de troep er binnen. En ook sergeant Müller galmde mee. Zijn hart popelde van vreugde. Eindelijk was het dan ernst geworden. In het gevecht, dat zoo juist had plaats gehad, had hij als een leeuw gevochten. Zijn superieuren moesten hem opgemerkt hebben. Dien avond bij het appèl zou hij begiftigd worden met het Ijzeren Kruis. Hij was er zeker van. Mistroostig dwaalde Müller dien avond door het pas bezette dorp. Op het appèl, dat een uur geleden was gehouden, waren verscheidene kameraden gedecoreerd geworden. Hem echter waren ze voorbijgegaan. Hoe was het mogelijk, hij, die zich zoo NATIONAAL. KEGEL-CONCOURS. Ter herdenking van het 25-jarig bestaan der kegelclub „Anti Poedel” is er in bet gebouw Odeon te Schiedam op Zondag 22 Augustus een groot nationaal kegelconcours gehouden. Onze foto werd genomen tijdens het werpen van de openingsbal door den heer K. Vuyk, eere-voorz. v. d. Rotterdamsche Kegelclub, hetgeen geschiedde in tegenwoordigheid van den burgemeester van Schiedam (x), den heer M. L. Honnerlage Grete, eere-voorz. der Vereen. „Anti Poedel”, (foto „Rembrandt").
PDF
Nummer
1915, nr. 69, 26 aug. 1915
Blad
05
Tekst
5 PANORAMA geïllustreerd oorlogsnieuws DE GETORPEDEERDE „ARABIC". De paketboot „Arabic,” die tusschen Liverpoot en New-York Onder de passagiers, van wie een 5-tal verdronk, bevond zich een Van de équipage worden 38 man vermist. getorpedeerd werd. aantal Amerikanen. dapper had gedragen, wien het waarachtig wel toekwam. Het werd hem droef te moede en misnoegd bleef hij wat voor een winkel sta&n kijken. Maar ineens tuurde hij met gespannen aandacht naar binnen. Daar, in ’t halfduister, zag hij iets hangen, iets roods met goud. Een vaandel . . . Een vaandel, dat door de terugtrekkende troepen was achtergelaten. DE GEZONKEN DREADNOUGHT ,,MOLTKE”. De Duitsche super- dreadnought „Moltke”, die tijdens den tusschen een Russisch en Duitsch eskader geleverden zeeslag in de golf van Riga werd getorpedeerd. Het schip was in 1910 gebouwd en had een bemanning van 1107 koppen. EEN SPION. Fransche soldaten brengen een achter de strijdlinie betrapten spion naar het hoofdkwartier. DE VERWOESTING. (V.F.B.) De totaal verwoeste Maasbrug bij Sedan (Nrd.Frankrijk), PAUL EHRLICH. t (V.F.B.) De bekende Duitsche dokter Paul Ehrlich is te Bad Homburg, waar hij een kuur doormaakte, op 61-jarigen leeftijd overleden. De sergeant haalde diep adem. Twee vaandels waren er dien dag buit gemaakt. Degenen, die het veroverd hadden waren gedecoreerd geworden. Als hij nu met een derde kwam......... Alleen, hoe moest hij het krijgen ? De deur van den winkel was gesloten. Hij zou dus de deur of de ramen moeten forceeren. Er zou een oploop ontstaan en iedereen zou weten, dat hij het vaandel uit een particulier huis had gehaald. Neen, het beste was om te wachten totdat de bewoners thuis zouden komen. In het kamp zou hij het dan voor doen komen, alsof hij het met de grootste moeite aan den vijand ontworsteld had. Hij zou het Ijzeren Kruis krijgen en als een held zou hij in het vaderland terugkeeren. En dus besloot hij te wachten. Hij wachtte een half uur, drie kwartier. Er kwam niemand. Er sloeg een klok negen en door de straten liepen groepjes soldaten, die hun tenten opzochten. Over een half uur zou het taptoe zijn en nog stond hij voor den winkel te wachten. Muller voelde zich zenuwachtig worden. Onrustig draaide hij heen en weer. Weer ging er een kwartier voorbij. De klok had juist gespeeld toen er twee mannen voor den winkel stil stonden, en met behulp van een sleutel naar binnen wilden gaan. Maar Muller duwde hen op zijde en voor de mannen konden begrijpen wat er geschiedde, was hij den winkel binnengestormd, had het vaandel van den wand gehaald en was er mee weggehold, de verlaten straten langs naar het kamp, waar de eerste tonen van de taptoe reeds weerklonken. „Alsjeblieft, kapitein, een vaandel, ik heb het zooeven buiten het dorp op een achtergebleven troepje soldaten veroverd/’ hijgde Müller en duwde zijn kapitein het ding in de hand. „Zeg kerel, ben je gek, moet je daarvoor zoo laat komen aanzetten/’ vloekte de kapitein. En onder de manschappen ging er een luid gelach op. „Wat, wat is er,” stotterde Müller onthutst. „Dat heb je zeker op den vijand buitgemaakt, ezel,” spotte de kapitein en hij hield Müller het roodfluweelen vaandel onder den neus, waarop met gouden letters geborduurd stond : „Beauté, bonté, santé,” het devies van de zangvereeniging van het plaatsje. „Beauté, bonté, santé,” proestte de kapitein. „En dan te denken, dat je heel wat gevonden hebt, lieve God. Hier, neem het vod alsjeblieft mee want wij weten er geen weg mee” en hij gooide Müller het vaandel toe, die het opraapte en er beschaamd mee wegsloop. Maar in zijn tent gekomen nam hij het hatelijke ding tusschen zijn nijdige vingers en scheurde het aan flarden. ' En over het „Ijzeren Kruis” maakte hij zich geen illusies meer. KRIJGSGEVANGEN EN. Door de Duitschers krijgsgevangen gemaakte Russen rusten voor een verwoeste fabriek in Tarnów (Galicië). IN POLEN. Een vernielde stadswijk van het bijna geheel verwoeste stadje Tomaschow (Polen). KRIJGSBUIT. Het door de Duitschers in Polen op de Russen veroverde kriiqsmateriaal. I NSPECTI ETOCHT VAN GENERAAL. VON BISSING. Verleden week heeft Gen. von Bissing, de gouverneur van België, een inspectiereis ondernomen door Noord-België. Hierboven links ’. Gen. von Bissing (x) met gevolg bij een bezoek aan de kolenmijnen nabij Eijsden (in de onmiddellijke nabijheid van de Nederl. grens.) Midden : Zijne Exc. op het station te Achel. Rechts : de electrisch geladen grensafsluiting aan de BelgischNederlandsche grens wordt in oogenschouw genomen. (Ver. Fotobur.)
PDF
Nummer
1915, nr. 69, 26 aug. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 6 ALÖEMEENE VERGADERING ,,A. N. W. B.” Groep van deelnemers aan de op 21 Augustus onder leiding van den heer Ed. Bergsma op het Kasteel Doorwerth (nabij Arnhem) gehouden algemeene vergadering van den „A. N. W. B.” Het bezoek aan de vergadering was nog betrekkelijk groot, niettegenstaande de verschillende door het bestuur georganiseerde tochten door slecht weer mislukt zijn. (foto s V.F.B.) ZEILWEDSTRIJDEN VAN „DE NIEUWE MÉÉR". Door de Zeilvereen. „De Nieuwe Meer” te Amsterdam zijn Zondag j.1. nationale zeilwedstrijden gehouden op De Groote Poel, nabij Aalsmeer. De belangstelling was zeer groot, zoowel van de zijde der deelnemers als van de toeschouwers. Hierboven een overzicht van de baan tijdens den wedstrijd voor punters. Het bedrog van Jakob et benieuwt mij wie van ons beiden het meest heeft ondervonden in zijn leven?’' De oudste der beide mannen deed deze vraag en keek nieuwsgierig zijn jongeren metgezel aan. „Ik !” antwoordde Jacques Wijland onmiddellijk met een melancholiek air, . Kortman, de oudere heer, lachte. Ze waren pas eenige weken met elkander bekend. Het gesprek had plaats in het restaurant van een hotel waar beiden gelogeerd waren. „Arme kerel ! Neem een „poesje” 1” „Neen, dank-je Kortman! Ik drink nooit dadelijk na het diner, Als iemand evenwel reden heeft zijn zorgen te verdrinken^ ben ik ’t!” „Ik heb allang gemerkt, dat je karretje niet op een zandweg gereden heeft.” „Werkelijk? Ja, ik begrijp, dat het wel sporen zal hebben nagelaten. Heb je lust mijn geschiedenis te hooren?” „Ja, als jij lust hebt ze mij te vertellen.” „Zeker! Ik heb er nog geen mensch over gesproken, sinds ik weer in Holland ben; men wil wel eens zijn hart luchten. Bekentenissen verlichten de ziel1 — Rooken ?” Kortman nam een sigaar uit den koker, dien Wijland hem voorhield en nadat beiden even hadden zitten dampen, begon de laatste zijn verhaal. „Van mijn geboorte af was, om ’t eens dichterlijk te zeggen, mijn levensweg meer met distels dan met rozen bezaaid. Toen mijn vader nog leefde, hadden we het arm, en toen hij stierf, nou, toen werden we er niet rijker op. Moeder had de grootstemoeite om fatsoenlijk haar armoede te verbergen. Toen ik vijftien jaar was, ging ik van school en kreeg een betrekking als jongste klerkje op bet bureau van een dagblad. Ik klom daar langzaam op en toen ik een en twintig was, verdiende ik duizend gulden per jaar. Toen had ik het ongeluk krankzinnig verliefd te worden en begon over trouwen te denken . . „Op duizend gulden salaris ?” „Ja! De liefde scherpte mijn ijver. Ik had geen lust in mijn betrekking te blijven, jaarlijks een kleine verhooging te krijgen en in ’t vooruitzicht te leven na tien jaar eerst in staat te zijn te kunnen trouwen. Ik vertrok naar Indië en na vijf jaar had ik mij opgewerkt in de journalistiek en een flinke positie verworven. Vier maanden geleden werd mij de gelegenheid gegeven met een jaar verlof naar Nederland terug te gaan. Vol vreugde maakte ik mijn toebereidselen voor de reis, toen de mail mij twee vreeselijke brieven bracht. De eene brief meldde mij, dat mijn moeder plotseling overleden was aan een hartverlamming, uit den ander vernam ik, dat het meisje dat ik liefhad en ik bij mijn terugkeer ten huwelijk had willen vragen, met een ander getrouwd was, Ik twijfel er aan, Kortman, of iemand anders twee zulke slagen in één klap ontvangt.” „Arme kerel! En toch keerde je terug ?” „Ja ! Mijn energie was geknakt. Ik had geen lust in Indië te blijven, en gaf mijn betrekking op. Ik had aardig wat bespaard, en besloot wat te gaan reizen om mijn leed te vergeten. Het zou mij trouwens nu niet moeilijk vallen, wanneer ik wilde een goede betrekking te krijgen. En zoo ben ik thans hier in Holland en boemel wat rond !” „Erg treurig ! Je moet den kop er echter bovenop houden. Denk er om, je bent nog jong 1” „Ik voel me soms als iemand van twee en zestig, in plaats van zes en twintig. Maar ik heb je alles nog niet verteld. Kort voor mijn vertrek ontving ik een brief van een notaris, geschreven op last van een oom van mij, een zonderling, dien ik in geen twintig jaar gezien had. Hij scheen met moeder W. P. GROENEVELDTt Dr. A. S. VAN OVEN + J. BODAAN. Te ’s-Gravenhage is op 19 Augustus in den ouderdom van 74 jaar overleden de heer W. P. GROEN EVELDT, oudvice-president van den Raad van Ned.-Indië. De overledene was ridder in de Orde van den Nederl. Leeuw, ridder 2e klasse met de ster van de Orde van den Rooden Adelaar van Pruisen; ridder in de Orde van Franz joseph ; commandeur in de Orde van den Draak van Anam en in de Orde van Cambodja. — Te Dordrecht is overleden de heer Dr. A. S. VAN OVEN, oud-directeur van de Hoogere Burgerschool aldaar. Dr. van Oven was een man van buitengewone capaciteiten op het gebied van onderwijs. — Na 34-jarigen diensttijd is aan den heer J. BODAAN, hoofdinsp, v. h. Bouw- en Woningtoezicht te’s-Gravenhage, op verzoek eervol ontslag verleend. Bij zijn afscheid werden den heer Bodaan door superieuren en collega’s talrijke blijken van hoogachting en erkentelijkheid aangeboden. getwist te hebben jaren geleden en door haar plotselingen dood berouw gekregen te hebben. Hoe ’t zij, de oude man, wiens dagen geteld schijnen te zijn, wil mij zijn geheele vermogen nalaten als ik, en dat is de ironie van ’t noodlot, als ik een meisje trouw, dat hij jaren geleden als zijn dochter heeft aangenomen.” * „Dat klinkt romantisch ! En wat doe je?” „’t Afpoeieren I” „Heb je ’t meisje dan gezien ?” „Neen, en ik wensch ze ook niet te zien ! De vrouwen hebben afgedaan in mijn leven. Ik heb niet den minsten lust om te trouwen.” „Maar ’t geld, kerel 1 Denk om ’t geld !” „Bah ! Wat kan geld me schelen. Ik kan fatsoenlijk leven, dat is me genoeg.” „Hm 1 En als je weer eens leerde beminnen ?” Wijland stond op en knipte met de vingers. „Liefde heeft bij mij afgedaan. Laat hij zijn geld maar aan liefdadige instellingen vermaken. Ik wil onder deze voorwaarde er geen cent van hebben. Het meisje zal me misschien haten. Ziezoo, Kortman, ik heb je de grap verteld en nu breek ik op.” II. Alle reizigers hadden de tram verlaten behalve Jacques Wijland en een jonge dame, die in het verst verwijderde hoekje zat. De conducteur telde zijn kas en de overgebleven kaartjes. $ „Je laatste rit?” vroeg Wijland. „Ja, mijnheer 1 ’t Is welletjes 1” antwoordde hij met een geeuw. Dit werkte aanstekelijk. Wijland deed ’t hem na en sloot een wijl de oogen ; ’t was al laat en hij kreeg slaap. Een plotselinge ruk door het stilstaan van de tram deed hem wakker schrikken. Hij keek op en zag dat zijn medereizigster hem oplettend aankeek. Ze was eenvoudig, doch hoogst smaakvol gekleed. Hij bemerkte nu ook, dat ze rusteloos op haar zitplaats heen en weer schoof, haar handen in den schoot wrong, kortom alle teekenen vertoonde van angst of verdriet. Niet brutaal of nieuwsgierig willende zijn, wendde hij zijn blik van haar af, zichzelven nochtans afvragende waarom zij hem zoo oplettend en voortdurend had zitten aanstaren. Eindelijk was de tram aan haar eindbestemming en met een „goeden avond” tegen den conducteur stapte Wijland uit. Hij was nog geen vijftig passen voortgeloopen, toen hij haastige voetstappen achter zich hoorde en zich omkeerende de jonge dame uit de tram bemerkte. Iets in haar voorkomen vertelde hem dat zij hem wenschte te spreken, daarom bleef hij stilstaan en wachtte. „Excuseer mij,” begon ze ademloos, „maar ik heb uw hulp noodig.” Het licht van de straatlantaarn stelde hem in staat haar nader op te nemen. Het was een lief, sympathiek gezichtje, dat naar hem opgeheven was ; doch thans verduisterd door angst en verdriet. Haar oogen gloeiden koortsachtig. Hij stak de hand in den zak. Zij raadde dadelijk zijn bedoeling. „Neen,” zei ze afwerend. „Dat bedoel ik niet. Ik heb geld genoeg. U kunt me op andere wijze helpen.” „Ga mee,” zei hij vriendelijk, „en vertel mij waarmee ik u van dienst kan zijn.” Zijn houding boezemde haar vertrouwen in en ze wandelde met hem voort. Het scheen haar evenwel moeilijk te vallen te spreken. „Is u bevreesd zoo laat alleen over straat te moeten gaan?” vroeg hij om haar vertrouwen te winnen. „Daar dacht ik niet aan,” antwoordde ze. „Ik moest van huis om MOTORCLUB „ZUID-HOLLAND". Te ’s-Gravenhage is opgericht de motorclub „Zuid-Holland”, welke zich ten doel stelt het bevorderen van het motor-toerisme. Op onze foto een groep van de oprichters, waaronder de bestuursleden; (v. 1, n. r.): F. j. M. v. d. Seyp, comm.; J. L. Melchers, ; secr.; J. v. d. Loo, voorz.; W. J. v. Vlijmen, penningm. (foto Sijes) EEN PRACTISCHE UITVINDING. Door den heer A. Alt, rijwielhandelaar te Leiden, is een zeer practische uitvinding gedaan, die het mogelijk maakt met een gewone fiets zonder groote krachtsinspanning tegen wind in te rijden. Zooals de foto laat zien, is het mechanisme alleen aan het achterwiel aangebracht en geschiedt de aandrijving door een tweede ketting. Onregelmatig trappen is niet meer mogelijk,,terwijl alle krachtsinspanning benut wordt en de versnelling normaal blijft. In de stad kan het toestel worden uitge scnakeld, terwijl men onverschillig of het in of buiten gebruik is, kan vrijwielen. MILITAIRE SPORTWEDSTRIJDEN. Door de groep Halfweg van de stelling Amsterdam zijn verleden week op het Sportterrein van het fort „De Lieve” athletische wedstrijden gehouden, waarvoor bij de soldaten zeer veel animo bestond. Onze foto stelt de finish voor van het nummer 100 Meter hardloopen.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1821 tot 1825 van 11897