Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1816 tot 1820 van 11897
Nummer
1915, nr. 68, 23 aug. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 12 Overzicht van het z.g. stille gedeelte van het Scheveningsche strand ten Zuiden van de haven, vóór de komst van de politie. Als het op het strand te warm wordt, neemt men zijn toevlucht tot een bad in zee, waar men zich, zonder bespied te worden, naar hartelust kan verfrisschen. £.------- ------------------- ----- -- -------- Een kijkje in een der primitieve tentjes tijdens den „lunch” der bewoonsters. Niet bijzonder comfortabel, doch wel gezellig, dunkt ons. V oor wien Scheveningen in den laatsten tjjd bezocht, is het geen nieuws te vernemen dat het strandleven aldaar zich kolossaal uitbreidt. Langs het strand wandelend van Wassenaar tot ongeveer aan het kleine badplaatsje Kijkduin, ziet men overal groepjes menschen, badend in het water of in het zonlicht, spelend of op andere wijze zich vermakend aan het heerlijke, onvolprezen Noordzeestrand. Het drukst is evenwel dat gedeelte loopend van Seinpost tot’t Kurhaus. Daar staat een bijna onafzienbare rij tenten en tentjes, zij aan zij opgeslagen langs den strandmuur, waarin eigenaars of huurders zich zeer genoeglijk en geriefelijk hebben geïnstalleerd, steeds gereed om er bezoek van kennissen of vrienden te ontvangen als waren zij thuis in hun salon. Wat verder echter, naar het Zuiden, voorbij de haven, vierde tot vóór enkele dagen het echte, vrije strandleven, sans gêne hoogtij. Hier was geen kans bekeken of begluurd te worden' door nieuwsgierige wandelaars of plotseling op den boulevard te voorschijn komende fietsers. Veel minder liet een politieagent zich daar zien. Het mondaine strandleven bleef er verre en alleen het eentonige, melancholieke ruischen der zee, verstoorde de stilte. Een oord bij uitnemendheid dus voor allen die ongestoord genieten willen van een vrij en ongegeneerd verkeer aan ’t strand. En dat waren er velen. Een massa tentjes, meest draagbare en op primitieve wijze ingericht, hier en daar verspreid langs het strand, en aan de duinen, waren er opgeslagen. Er werd gevoetbald, getennist, kortom alle mogelijke sport beoefend. Gebaad werd er, zooals van zelf spreekt, in dit,,vrijgevochten land” heel veel en als het erg warm was leefde men er als de kikvorschen, afwisselend in ’t water en op ’t land. Totdat opeens de „natuurmenschen” in hun zoete rust werden gestoord door de komst van een politieagent. Dat was nog nooit gebeurd en het werd haast door de strandbewoners beschouwd als een inbreuk op hun rechten. De man neusde eens rond, zag er de talrijke tentjes met hun bewoners, en. . . . vertrok. Toen verscheen er echter een inspecteur met twee agenten en nu werd den bewoners aangezegd hun tenten af te breken, en in te pakken. Dat was natuurlijk een consternatie. Hoe men het wagen durfde hen hier te storen in hun zoete rust! Maar de dienaars der wet waren onverbiddelijk en het eind was.... opbreken, wat voor velen een bedorven dag beteekende. Wat echter de oorzaak was van de plotselinge verschijning van de politie daar ter plaatse? Wel, men wilde eenvoudig de bevoegdheid hebben de slechte elementen, die nu eenmaal overal vertoeven, te weren. Daarom zal er voortaan geregeld politietoezicht worden uitgeoefend en zullen ongewenschte bezoekers van Een „fijne” tent: een in den grond gegraven kuil overspannen met de aan het stille strand toch overbodig geworden kleedingstukken. het strand verwijderd worden. Tentjes mag men er echter nu weer opslaan. De vrede is dus weer teruggekeerd. En met hem de rust. Ijverige politiedienaren bewaren nu de orde in „het vrijgevochte land”. * ** Onze foto’s behoeven naast de onderschriften zeker geen nadere toelichting. Zij geven een volledig beeld van het leven aan het zoogenaamde stille gedeelte vóór en na de komst der politie. Haagsche schoonen, bezig haar tent op het strand op te slaan. Politie houdt nu toezicht. Een heele familie in een tent genietend van een dagje strandleven. Ook hier het speurend oog van den politieman. Na wat in de spelende golfjes rondgeplast te hebben wordt de tent weer opgezocht om wat uit te rusten.
PDF
Nummer
1915, nr. 68, 23 aug. 1915
Blad
05
Tekst
ZEILWEDSTRIJDEN TE SNEEK. Onder begunstiging van een flinke bries zijn er Woensdag 18 Augustus te Sneek Zeilwedstrijden gehouden, die heel wat belangstelling, ook uit andere plaatsen getrokken heeft. Op tal van booten en schepen werden de nummers met aandacht gevolgd. Wij geven hierboven links: Een kijkje op het feestterrein, de verzamelplaats van directie, wedstrijdcommissarissen en leden der vereenigingen met hun gasten; midden: de versierde booten der toeschouwers volgen de deelnemers; rechts: met volle zeilen voor den wind. p een avond in Maart was het gebeurd, te Londen, bij het uitgaan van Covent Garden. Cappelli had een kou gepakt, toen hij het wel wat al te warme operagebouw verliet; niet langer dan een paar seconden was hij in de koude buitenlucht geweest, niet langer dan de paar stappen over het trottoir naar zijn wachtenden auto, maar de mist was dien avond al bijzonder kil. Ach, in het begin beteekende ze niet veel; een lichte verkoudheid kon ze heeten, meer niet; ze hinderde hem in geen enkel opzicht, behalve bij het zingen natuurlijk. Maar in plaats, zooals gewoonlijk na een paar dagen weer over te zijn, bleef deze aandoening van de keel nogal hardnekkig aanhouden, ja gaandeweg was zij zelfs verergerd. Behalve een ernstige behandeling van het aangetaste orgaan hadden de dokters hem rust en volkomen zwijgen voorgeschreven. Maar hoelang kon dit wel duren, zoo had hij hun ongeduldig gevraagd. De geneesheeren antwoordden daarop maar heelemaal niet, herhaalden hun voorschriften en den raad deze ernstig op te volgen, en vertrokken weer. Ten slotte moest, daar het seizoen met dit alles al tamelijk gevorderd was, het contract met de operadirectie van Covent Garden verbroken worden, en het was een zeer verdrietige dag voor den zanger, toen de impresario met een bedrukt gezicht hem dit kwam meedeelen ; met een bedrukt gezicht, zeg ik, en dit was verklaarbaar ; immers, de ongesteldheid van Cappelli had aan de onderneming een aanzienlijk verlies berokkend; de door Cappelli’s afwezigheid veroorzaakte schade werd door de directie op een kwart millioen geschat, en er was nog niet eens een maand verloopen sedert hij voor het laatst op het tooneel geweest was. Van de verdere contracten, voor de rest van het jaar afgesloten, zou eveneens niet veel terechtkomen, en het vooruitzicht zulke groote sommen te moeten inboeten was allerminst geschikt om den teleurgestelden impresario tot geduld te nopen. Gevoelend hoe hij geen tijd te verliezen had, en er onmiddellijk gehandeld moest worden, ontbood hij drie beroemde specialisten, waaronder ook de groote Miller uit Berlijn. » Wanneer er, na consultatie, ’n vaag bulletin was opgesteld, nam de impresario den Duitschen professor een oogenblik ter zijde, en deze, gedwongen duidelijk zijn meening te kennen te geven, zei: ,,Er is geen keeren aan. Ik weet er niets op, hoegenaamd niets. Tot troost zou ik kunnen zeggen, dat er altijd nog de mogelijkheid overblijft van een wonder. Maar wonderen hebben de gewoonte op hun eigen gelegenheid te handelen ; die hebben niemands raad noodig, ook den mijnen niet. Alleen, ik zou U in overweging geven op die wonderen niet al te veel te rekenen. Het allerbeste zou wezen dat u daar hèelemaal niet op rekende.” Cappelli had zich indertijd in de buurt van Napels een BOND VAN GEMEENTEVELDWACHTERS. Verleden week hield de Bond van Gemeenteveldwachters een algemeene vergadering te Utrecht Wij geven hierboven het bestuur met enkele der leden. (V.F.B.) EEN ARM AFGERUKT.- Verleden week had in den Dierentuin te ’s-Gravenhage een treurig ongeval plaats. Terwijl een juffrouw bezig was een der beren in de berenkooi te voederen, maakte het wreede dier van het oogenblik gebruik, sloeg plotseling zijn klauw door de tralies, greep haar arm, rukte dezen uit en verslond hem geheel. Op onze foto ziet men het beest staan vóór het hek, waar het ongeluk plaats greep. (/ofo Hipnans). prachtige villa laten bouwen, een schier vorstelijk paleis met marmeren trappen en een terras aan de zee. Hij was daar nooit langer dan acht dagen achtereen geweest, wisselend en gejaagd als zijn artistenleven was, verdeeld tusschen sleeping-cars en theaters. Daar was het dat hij rust en genezing kwam zoeken ; daar sloot hij zich op in een strenge afzondering met een dokter en zijn ouden vertrouwden knecht. Oh! Deze gedwongen ledigheid was een zware last voor een man, die in zoovele jaren niet anders dan een bewogen vagebondenleven geleid had, en rust nauwelijks kende. Rijk was hij genoeg, daaraan ontbrak het hem niet, en al bezat hij bij lange na niet wat hij wenschte, toch was zijn vermogen voldoende om hem gedurende zijn heele leven, hoe oud hij ook worden mocht, onbekommerd te doen zijn. Maar hij had hoogere wenschen dan een onbezorgd bestaan ; wat beteekenden voor hem vier of vijf millioen, vergeleken bij de twaalf of vijftien millioen, welke hij zich stellig had voorgenomen bijeen te verdienen voor hij zich uit het theaterleven . terugtrekken zou. Nauwelijks veertig jaar, in de volle kracht van zijn leven, kon hij het niet verkroppen dat hij werkeloos was, en reeds werd gedwongen te leven van zijn rente, die hij jaar in jaar uit onaangeroerd gelaten had en bij het kapitaal gevoegd. Het gebeurde menigmaal dat een vreeselijke toorn om zijn machteloosheid zich van hem meester maakte, en dan raasde en vloekte hij als een bezetene tegen zijn knecht, of mompelde onduidelijke, maar niet minder boosaardige verwenschingen aan het adres van den dokter, den domoor, die maar niet in staat bleek, hem het kostbare instrument, dat hij verloren had, terug te geven. Er verliepen een paar maanden. De couranten, die vroeger zoo kwistig waren met bijzonderheden en anecdoten over den grooten zanger, noemden thans zijn naam niet meer dan een enkelen keer nu en dan, met lange tusschenpoozen. En meer dan hij het wel bekennen wilde, leed hij door dit zwijgen dat hem, die eraan was gewend veel en luid te worden geprezen, als een onverdiende ongenade voorkwam. Op een morgen echter ontving hij dit uitknipsel uit een groot nieuwsblad : „Men weet, dat de groote tenorzanger Cappelli al geruimen tijd lijdende is aan een ernstige keelaandoening, die hem het optreden in het publiek belet. Men zegt thans, dat deze kunstenaar, wanhopend aan zijn genezing, de gelofte heeft gedaan, aan een kerk te Napels zijn eigen buste in massief zilver te schenken, als hij zijn stem terugkrijgt.” Gedurende de daarop volgende dagen werden aan de villa nog ontelbare uitknipsels bezorgd, alle min of meer gewijzigde reproducties van het eerste, en weer wat in zijn humeur gebracht door het stijgen van zijn aanzien, begon de zanger zich een weinig te vermaken met dezen canard. Maar een paar dagen later nam hij, na ernstig en veel te hebben nagedacht, een ferm besluit: hij stuurde den dokter voorgoed uit wandelen, ging een priester opzoeken, en legde aan dezen in ernst de gelofte af, waarvan de courantenberichten gesproken hadden. Daarna liet hij een beeldhouwer komen, en droeg dien op zijn borstbeeld te vervaardigen, voorloopig echter nog maar in gips. EEN ERNSTIG SPOORWEGONGELUK. Verleden week werd een trein, die op weg was naar Londen, door het breken van een zuigerstang, in de nabijheid van Rugby op de naastloopende rails geworpen. De lersche posttrein, die juist aankwam, reed met volle vaart op den omgeslagen trein, daar de machinist op het achterste deel van den trein, niet intijds gewaarschuwd kon worden. Het aantal omgekomenen bedraagt 9; dat der gewonden ongeveer 30. DE STAKING IN BAYONNE (AMERIKA). Het uitbreken der ongeregeldheden bij de staking der arbeiders van de Standard Oil Company in Bayonne (Vereenigde Staten). Op den voorgrond ziet men een staker naar zijn revolver grijpen ; meer naar het midden worden eenige getroffen stakers door hun makkers weggevoerd. (V.F.B.)
PDF
Nummer
1915, nr. 68, 23 aug. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 14- NEDERLANDSCHE BOND VAN SIGARENWl N KELI ERS-VER EEN IGt NGEN . (foto „RewbrandC') Door den Nederl. Bond van Sigarenwinkeliers-vereenigingen is op Dinsdag 17 Augustus in Café Hollandais te s’-Gravenhage de 10e algemeene vergadering gehouden. Aan de bestuurstafel v. 1. n. r. de heeren JA. Hoekstra; E. M. J. de Vries, secr.; Joh, C. Tromp, voorz,; W. C. van Lonkhuyzen; W. van Piggelen, voorz. controlecommissie, P. A. C. Hofman, secretaris controlecommissie. PH. A. v. GOETHEM. f Voor eenigen tijd overleed te Ber gen op Zoom de heer Ph. A. VAN GOETHEM, hoofd eener openbare lagere school aldaar. De overledene was een in breeden kring zeer geziene persoonlijkheid. De genezing scheen op deze wijze echter al evenmin te komen. Wel ondernam hij een groot aantal van de meest verscheiden pelgrimstochten, en liet hij niet af alle mogelijke proeven te geven van een zuidelijke vroomheid. Tevergeefs, tevergeefs. Zoo vlood langzaam alle vertrouwen van hem. Hij stemde er eindelijk in toe, eenige kwakzalvers bij zich te ontvangen, lieden die hem vanuit alle oorden des lands hun, even probate als belangelooze, hulp aanboden. Hij keurde eindelijk, zonder al te veel tegenstribbelingen goed, dat men hem verbanden met de uitwerpselen van een zwarten bok 'om den hals legde; hij nam met volmaakt afgrijzen de zonderlingste en walglijkste dranken in, waardoor het bloed van onbekende dieren was gemengd, gedrochten, welke men in den nacht geworgd had onder gunstige gesternten ; hij dronk het bij volle maan gekookte regenwater, dat gediend had om twee nuchtere kalveren in te wasschen ; hij at een weerzinwekkende brij van eikebladen, ganzelever en bastaardsuiker. Wat at hij niét ? Wat dronk hij niét in die dagen ? Maar, indien hij een oogenblik inkeerde tot zichzelven, moest hij, hoe noode ook, bekennen, dat hij zich voor al deze praktijken niet zoozeer leende omdat hij er genezing van verwachtte, als wel om zichzelven een weinig te verdooven en de illusie van een mogelijk herstel, hoe vaag ook, nog te blijven koesteren. In het diepst van zijn binnenst leefde geen zweem meer van hoop op genezing, en wanneer hij aan zijn oude glorieuze leven terugdacht, leek dat hem een tooverachtige droom, een vizioen van vorstelijke heerlijkheden, welke hij nimmer weer genieten zou. Op een avond in April was Cappelli na het middagmaal wat gaan wandelen langs de zee. De lucht was onuitsprekelijk diep en van een goddelijke klaarheid ; de teedere weemoed van den komenden zomer vlotte reeds onder de palmen en de oranjeboomen, en de kustweg met zijn zachte, tintelende avondkleuren was vol van een wondere melancholie. Plotseling klonk vanuit een tuin, die niet ver van den weg gelegen was, een liefelijke gedempte muziek ; het was het ritornel van een orkest, hetwelk hem zeer bekend voorkwam. En dan, dan . . . stak een stem op. Een stem ! Machtig, stoutmoedig, trillend, levend, verbijsterend prachtig 1 God, dat was zijn eigen stem, zijn doode stem, die door het wonder van dezen tijd, de phonograaf, daar plotseling voor hem opdoemde als een schrikkelijk spook. De tenor stond onbeweeglijk. Tot het einde stond hij te luisteren naar die aria, welke hij op al zijn triomftochten gezongen had voor de dol geestdriftige menigten, in de groote steden van alle landen van alle werelddeelen. Dan zweeg plotseling het instrument, en wat hem meer nog dan het spook van zijn doode stem ontroerde ; toen deze zweeg was het doodstil; geen handgeklap, geen kreet, niets, niets dan stilte alom, alom als een vreeselijke vergetelheid. En dan, alleen daar in dien kwellenden lentenacht, terwijl de bloesemgeuren naar den sterrenhemel als teedere gebeden opstegen, gevoelde hij zich plotseling arm en eenzaam, een uitgeschud man. En met beide handen wild tegen het gelaat gedrukt, begon hij bitter te weenen. EEN K1PPENHISTORIh DOOR HENKIE A r is geen mensch zoo handig als de oude Teunis Roskam om het gesprek dat kanaal in te sturen, waarin hij een boot heeft zeilen. Als er druk over den oorlog geboomd wordt en hij heeft zin om over eieren te praten, of over koffie, boonen of tabak, dan duurt j het geen vijf minuten of hij heeft door hier en daar een woordje in te voegen spoedig de leiding van het gesprek en brengt dit zoo spoedig mogelijk in de haven waarin hij het hebben wil. Is hem dat, wat weinig voorkomt, op de gewone manier onmogelijk en wordt hem den weg versperd, dan zeilt hij er midscheeps op in op een wijze, die altijd succes heeft. Midden in het gesprek over de landstormwet valt hij dan in met: „Kippenhouden is een voordeelig werk, dat zal ik jullie bewijzen 1” Prof. Dr. H. BOLKESTEIN. Tot buitengewoon hoogleeraar in de faculteit der letteren en wijsbegeerte aan de Rijksuniversiteit te Utrecht om onderwijs te geven in de oude geschiedenis is benoemd dr. H. BOLKESTEIN. leeraar aan het openbaar gymnasium te ’s-Gravenhage. Hij studeerde te Amsterdam en promoveerde aldaar in 1906 tot doctor in de klassieke letteren. Tijdens de ongesteldheid van den Amsterdamschen hoogleeraar Valeton nam hij diens colleges waar. (foto „Rembrandt.”) En zonder te letten op de opmerkingen die gemaakt worden over zijn onbeleefdheid om zonder meer zoo maar in het gesprek te vallen en, met volkomen negatie van alle protesten dat er in ’t geheel niet over kippen gesproken werd, en dat het niemand een haar schelen kon of kippenhouden voordeelig is of niet, gaat hij onverstoorbaar voort, zijn DE WAALHAVEN TE ROTTERDAM. Sinds eenigen tijd is men te Rotterdam aan de Waalhaven bezig met het uitvoeren van een zeer belangrijk werk, namelijk het opspuiten van den grond achter de haven. Men maakt daartoe gebruik van een „zuiger” (rechts op de foto) die de door baggermachines opge haalde modder uit de baggerschuiten zuigt en dan vermengd met veel water, perst in de buis die op onze foto eveneens duidelijk zichtbaar is. De buis heeft een middellijn van 3/4 meter, een lengte van ongeveer 3 kilometer en eindigt boven het land dat moet worden verhoogd. armen zwaaiende als een paar bramzeilen en zijn verhaal klem bijzettende door de noodige hoofdknikken. ,,Ik stem toe,” begint hij dan, na den mond van den spreker gesloten te hebben als een telescoop, „dat er menschen zijn — gekken natuurlijk — die in de pluimvee-kweekerij zulke wanhopige resultaten bereiken dat ze zich haasten er zoo gauw mogelijk weer uit te loopen. „Mijn broer Benjamin, tien jaar jonger dan ik, was ook zoo’n dwaas. Alleen een gelukkige zet — ’t was mijn zet! — bewees dat je aan kippencultuur geld verdienen kunt al heb je er geen snars verstand van. „Ben beschouwde zichzelf altijd als een geboren financieel genie. Hij besteedde al zijn vrijen tijd met het bestudeeren van de methodes van RockefelIer, Morgan en andere beroemde voorbeelden van wat men doen kan met geld, geen hart en nog minder geP. C. V. o. DRIFT. Verleden week herdacht de heer P. C. v. d. DRIFT, brigade-rechercheur van politie te ’s-Gravenhage het feit, dat hij vóór 35 jaar in den Haagschen politiedienst trad. Voor- een reeks belangrijke misdrijven, door hem tot klaarheid gebracht, mocht de heer v. d. Drift verschillende eervolle vermeldingen en koninklijke onderscheidingen verwerven. weten. „Het is alleen de kans die ik noodig heb,” zei hij vaak en broedde op plannen over het maken van „corners” en „trusts” en becijferde daarvan de resultaten op papier. Vennootschappen die mislukten maakten zijn vroolijkheid gaande en hij legde mij. dan meestal uit, hoe /?/ƒ een millioen winst zou hebben gemaakt zoo zeker en gemakkelijk als een vogel vliegt. „Kippencultuur, dat is je ware !” barstte hij op zekeren avond tegen mij los en hij legde mij uit, hoe hij in een tijdschrift verschillende populaire artikelen gelezen had waarin werd aangetoond dat een idioot in deze branche fortuin zou kunnen maken, — en hij was geen idioot ! Hij had de verschillende becijferingen gecontroleerd en accoord bevonden. Zelfs als de winst slechts de helft bedroeg, was ’t nog een fortuin. „Al wat hij noodig had waren kippen, natuurlijk een enorm aantal, en kippenvoer ; de rest deden de beesten zelf. „Het geluk wilde, dat juist toen Ben zoo liep te denken en te kletsen over ’t houden van kippen, niet voor plezier maar uit profijt, dat onze grootmoeder overleed en ons ieder een duizend gulden naliet. Ben beschouwde dit als een aanwijzing der Voorzienigheid. Hij pakte zijn erfdeel met beide handen op en ook het mijne. We werden compagnons, later als de winsten stegen zouden we een syndicaat vormen, om die bij het reusachtig succes dat te wachten was weer te converteeren in een trust. Aldus legde Ben mij het plan voor. Ja, hij had een vèrzienden blik ! „Ben had ’n groot geloof in „cor- , ners”. Ze regeeren de markt. Daarom vertrok hij naar Overijsel naar ’n streek die niet per spoor te bereiken was, maar waar verscheidene dorpen in en om lagen. Dat was de plaats waar het kippenbedrijf een aanvang zou nemen. „Hij reisde alle dorpen af en kocht iedere kip en iederen haan op die te krijgen was en hij deed dit werkje zoo goed, dat buiten onze boerderij binnen een straal vaft 50 KM. geen kip meer te vinden was. „Je ziet,” zei hij tegen mij, „ik heb ze te pakken (hij bedoelde de bewoners). Ze zijn altijd gewend geweest om kippen te eten en eieren ; gewoonte is een tweede natuur. Ze zullen voortaan hun kippen en eieren bij mij moeten koopen !
PDF
Nummer
1915, nr. 68, 23 aug. 1915
Blad
07
Tekst
15 PANORAMA Waar zouden ze anders terecht kunnen ?” „Aangezien ik een man met hersens ben, antwoordde ik : „In de naaste stad !” Maar 6en verklaarde mij dat de naaste stad drie en vijftig kilometer van den straatweg en vier en zeventig kilometer van den spoorweg aflag. Ze zouden voor hun kippen en eieren alleen aan vervoer meer moeten betalen, dan ze bij ons zouden kosten.” II. „Het ontwerp zat prachtig in elkaar. Hij had 568 kippen en die legden dagelijks 150 a 200 eieren. De ongelukkige Benjamin had evenwel niet gerekend op een plotselinge verandering in den smaak van het publiek betreffende kippen en eieren. Dat kwam pas aan den dag, toen de boerderij reeds aan het werk was. Toen wenschte hij in zijn eigen belang, dat de naastbijgelegen stad wat meer naderbij gelegen had ; zijn producten naar de markt te sturen was niet rendabel, aangezien de vracht hooger was dan de marktprijs. „Ben,” zei ik tot hem, ziende hoe de zaken stonden, „je hebt met je kippen een bok geschoten. Deze affaire brengt ons niets dan verlies, ’t is om er kippenvel van te krijgen.” „Ik zag zijn erfdeel en het mijne niets doen dan rondtippelen en eten. Dat de menschen niet voldeden aan onze verwachtingen en niet voortgingen met eieren te eten bij hun ontbijt en kippen bij hun middagmaal, was niet Bens schuld. Hij had het plan geniaal genoeg opgezet. Ongelukkig voor ons zaten we nu in de kippenzaak en ik zag geen middel om er uit te komen. „Er zat niets anders op dan de kippen en de eieren zelf op te eten. Aldus besloten ging ik op een dag naar de boerderij en zocht de kip uit die ik voor mijn middagmaal bestemd had, daarna ging ik naar Ben, om hem een weinig op te monteren. toen hij plotseling aan mij vroeg : „Waar is je diamant gebleven ?” „Hij wees naar mijn hand en toen ik de aanwijzing volgde, werd ik zoo wit als krijt: een prachtige diamant, een erfstuk, dat vijfhonderd gulden waard was, was uit zijn zetting verdwenen. „Hij is weg 1” riep ik uit. „Verloren.” „Daar straks had je hem nog,” zei Ben. „Ik zag hem toen je het erf op kwam.” „We gingen beiden aan ’t zoeken. We zochten urenlang EEN GROOTSCH WERK. Het leggen van de groote zinkers in het Noordzee-kanaal ten behoeve der nieuwe gas en waterleidingen te Velsen. Voor dit enorme werk, dat de aandacht trok van alle deskundigen, werd de scheepvaart in het Noordzee-kanaal slechts 12 uur stop gezet. (V.F.B.) iederen duim gronds af, maar de ring werd niet gevonden. Daar schoot me opeens wat te binnen : Misschien — had een der kippen hem opgepikt. Ik zei het tegen Ben en deze knikte. „Dan ga ik mijn helft slachten,” zei ik. „Ik moet mijn diamant terughebben.” „Maar nu voor ’t eerst van zijn leven stemde Ben niet met mij in. Wat was mijn helft ? Dat zou hij wel eens willen weten. En als ik er niet in slaagde om den steen te vinden in mijn helft, was hij dan verplicht om zijn helft te slachten ? Hij dacht er niet aan ! Bovendien hij was er nog zoo zeker niet van dat de steen was opgegeten. „Hoe ’t zij we konden niet tot een vergelijk komen. „Iedere kip die ik als behoorende tot mijn helft afzonderde, eischte hij voor zich zelf op. Geen veer kon ik krijgen. Nu noodigde ik hem uit, dat hij zijn helft zou uitkiezen en mij de rest laten, maar ook dat weigerde hij. „Toen geen overreding hielp, dreigde ik naar de politie te gaan, maar ook mijn dreigement bleef zonder succes en toen besloot ik te EEN GEDENKWAARDIG FEIT. Voor eenige dagen bestond het R.-K. Doofstommeninstituut te St.-MichelsGestel 75 jaar. Naar aanleiding van dit gedenkwaardig jubileum heeft het bestuur van de inrichting den verpleegden een genoeglijk feest bereid en is er een standbeeld onthuld van den stichter en eersten directeur, den Zeer Eerw. heer Martinus van Beek. - Hierboven een foto van het standbeeld. (V.F.B.) handelen. Ik vertelde dus den commissaris het geval en verzocht hem natuurlijk geheimhouding, want ik wilde niet dat mijn verlies aan de groote klok kwam. De commissaris lachte slechts en den volgenden dag hadden tal van HET AFSCHEID VAN GENERAAL. LOKE. Woensdag 18 Augustus heeft Generaal Loke, commandant van het interneeringsdepot voor Belgen te Harderwijk, afscheid genomen van de verschillende afdeelings-oversten van het depot. Generaal Loke, die zieh bij de geïnterneerden zeer bemind heeft weten te maken, heeft op eigen verzoek eervol ontslag gekregen. politiemannen trek in een kippetje. —• „Ben,” zei ik, „als je ’t waagt om een van deze kippen te verkoopen, dan zal ik . . . .” „Wel, jouw klacht is in behandeling,” antwoordde hij. „Ik verkoop alleen mijn kippen, ’t Is een bof en daar profiteer ik van.” En hij lachte. „Maar wat is jouw helft?” vroeg ik. „Hij toonde ze mij en ik bemerkte dat hij de grootste en beste had uitgekozen en het uitschot voor mij gelaten had. III. „Wel, met een obstinaat man is niet te praten. Het was duidelijk dat Ben zou verkoopen en even duidelijk dat het volk wilde koopen in de hoop den diamant te vinden. „Wel is waar, mocht degene die den diamant vond den steen niet houden, want de kippen werden verkocht als kipHET VERTREK VAN GENERAAL- LOKE. Groep van officieren in hel Interneeringsdepot te Harderwijk, genomen naar aanleiding van het vertrek van generaal Loke (1/ 2. Generaal jonkheer L. D. C. de Lannoy, adjudant in buitengewonen dienst van H, M. de Koningin, die generaal Loke als commandant van hel depot opgevolgd is. 3. Luit.-Kolonel De Boeyi 4. Majoor E. van Bevervoorde (hoofdoff. Roode-Kruiszaken). 5. Majoor Smits. 6. Kapitein-adjudant Brusse. (foto's Du fioux). pen en niet als diamantringen, maar hoe kwam ik te weter of de diamant gevonden was ? Zou de vinder ’t bekendmaker of hem terugbrengen, omdat hij zwaar op zijn geweten lag? „Enfin, iets moest worden gedaan om mijn diamant terug te krijgen, en daarom liet ik circulaires drukken, waarin ik honderd gulden uitloofde aan dengene, die mijn diamant vond en terugbracht. In alle omringende dorpen liet ik deze circulaires verspreiden en dat had ten gevolge dat er een ware stortvloed van koopers kwam opdagen. „Ben danste van blijdschap en binnen drie dagen had hij zijn helft verkocht tegen een daalder het stuk, wat hem een winst van driehonderd gulden opleverde. „En geen mensch had nog den diamant gevonden.” „Nou,” zei Ben, „zou ik jou aanraden je onschuldige dieren te slachten.” ,, „Ben 1” antwoordde ik, „„je bent ’n genie op financieel gebied. Ik niet. Maar als jouw helft verkocht is en de diamant nog steeds niet gevonden, dan is het zeker dat mijn erfdeel in waarde gerezen is. Het is als een loterij en ieder lot dat met een niet getrokken wordt, verhoogt de waarde der overblijvende loten.”” „De prijzen van mijn kippen gingen snel omhoog. Tot vijf gulden steeg de prijs, maar de kostbare steen kwam niet te voorschijn. „Er waren nog vier en tachtig kippen over. Ik liet dit alom bekend maken. Te gelijk verhoogde ik de belooning tot tweehonderd gulden. Dit deed den verminderden kooplust weer aanwakkeren. Vijftig kippen gingen vlot weg tegen den prijs van een tientje. „Om kort te gaan, ik zal niet uitwijden over de tooneelen die er voorvielen om de laatste kippen machtig te worden. Toen er nog tien over waren, steeg de prijs even snel als de voorraad verminderde en ging met sprongen de hoogte in. f 15 . . . . / 20 . . . . ƒ 25 . . . . Het leek de beurs wek „Je kunt me gelooven of niet, maar zelfs toen de laatste kip aan de beurt kwam, was de diamant nog niet gevonden. Nu bood ik ook deze laatste te koop aan. „Ondertusschen was er onder de koopers twijfel gerezen aan de waarheid van het verhaal dat een van de kippen den diamant had ingeslikt. Ik had dit evenwel nooit beweerd ; alleen mijn vermoeden tekennen gegeven aan de mogelijkheid. „Ik bood dan de laatste kip aan ongeveer tweehonderd HULDEBLIJK GENERAAL- LOKE. Door een der geïnterneerde Belgen, den heer Michaut, architect te Wetteren, werd een maquette vervaardigd naar den plattegrond van het interneeringskamp te Harderwijk, die generaal Loke aangeboden werd door de geïnterneerden als stoffelijke blijk van hun leedwezen over het vertrek van den generaal. omstanders aan. Ik speelde open kaart! Ik zei dat in deze kip misschien de diamant zat, misschien niet. „Het was nu een algemeen bieden, tot de kip eindelijk het eigendom werd van een boer uit ons dorp voor den prijs van honderd en tien gulden. Vond hij dus den diamant dan had hij negentig gulden verdiend. Nu bood ik hem mijn recht op den diamant aan voor het luttele bedrag van veertig gulden en dat nam hij aan. Zoodat de laatste kip voor honderdvijftig gulden wegging. Hij stelde de algemeene nieuwsgierigheid van het publiek niet tevreden door de kip dadelijk te dooden, maar nam ze mee naar huis. En — hier is de steen 1” Teunis hield een vinger omhoog, waaraan de diamant schitterde. „Dat is het eind van de kippen-affaire,”zij hij. „Ben noemt het een sippe affaire.” „En de boer?” vroeg een der toehoorders. „Die noemt het allebei,” zei Teunis met een fijn lachje.
PDF
Nummer
1915, nr. 68, 23 aug. 1915
Blad
08
Tekst
KONINKL. NEDERL SIGARENFABRIEKEN F? 1 ƒ? „ O - Amsterdam - nugene Uoulmy&Daar 3-Hertogenboseb Mad= Recamier 5 cents Sigaar. LENSVELT NICOLA. Veenestraat 23, Den Haas LUNCH- EN TEAROOM Confiserie Patisserie HAAGSCHE BESCHUIT STOKHUYZEN'S VRUCHTEN LIM. merk „RHENA”. ’t Hoogst bereikte op ’t gebied van Limonade. NI SlooravFuchlensap- en Jaiiakriek, Upho a. I. R. Station voor Maalderij en Bakkerij te Wageningen. - Onder Rijkstoezicht. De Directeur van het Station voor Maalderij en Bakkerij te Wageningen, brengt ter kennis van belanghebbenden, dat de N.V. tot Exploitatie der Kon. Luxe-Broodbakkerij v. h. PAUL C. KAISER, Vijzelstraat 5—13. Amsterdam, den verkoop van haar brood onder controle van het Station heeft gesteld en dat uit het onderzoek van monsters melkbrood, roggebrood en beschuit blijkt, dat deze aan de eischen, daarvoor door het Station aangenomen, hebben voldaan. Afnemers hebben recht op gratis onderzoek van monsters brood en beschuit. Aan belanghebbenden worden dienaangaande gaarne inlichtingen verstrekt. De Directeur voornoemd Wageningen, 20 Maart 1915. BOONSTRA. DE „SWAN” VULPEN Geschikt voor ELKE hand; is wereldberoemd als ===== DE BESTE = Wacht U voor namaak! Geïllustreerde Prijscourant gratis. Verkrijgbaar bij alle solide handelaren in schrijfbehoeften en aanverwante artikelen. Hoofdagenten: Vulpen Import-Mij. v.h. GEBRs, POLAK, Rotterdam. Hotel kasteel „Oud-Wasseneer” (Tel. 679i Haag) 'Restaurant a la Carte £unch en Oiners prix fixe «Sigen Huis-Txapel TAiddag- en yfvond-Concerten Zeilen, (Roeien, Visschen APutomobielen per uur, per dag, per week, per maand Vraag prospectus - Tranco toegezonden Amsterdam Den Maag. ASSMAN&C0., ZUIVERAARS. Keizersgracht 310. - Amsterdam. Int. Telef. 4202. Bekr.: 1878-95,1906-10-12-14. Ondercontrole van hetBotercontrölc Station„CLLDTRLAND-OVERUSELTtÜEVENtER. ONDER RIJKSTOEZICHT. van 60 ets, f 1.00. f 1.50 enz. Franco per post 20 ets. verhooging. FIRMA 3. G. MEIJER, GRONINGEN. Tusschen 2 Markten Telephoon 1022 ECHTE GRONINGER SUCADEKOEK Garage van S. Y. Heinis. Herstelplaats van Automobielen. Export naar Ned.-Indië, v. Ostadestraat 182, Amsterdam, Telef. Z. 5763. Belast zich met den In- en verkoop van 2de Hands Automobielen Voorradige Merken: SPUKER LANDAULETTE, geheel compleet, zeer luxe wagen . f 2300 OVERLAND, model 1912 .........1700 HUMBER, open 4 persoons 900 FORD, model 1913, netjes onderhonden . . . . . - 1400 OVERLAND, met Belgische carosserie......................................- 1900 OVERLAND, model 1914 met zelfstarter, prachtwagen met veel reserve...................................... ......... . . . . . - 2800 Glazenwasscherij en Jaloeziënfabriek „Algemeen Belang”, te Amsterdam, Egelantiersgracht 171. Tel. N. 4763. Speciaal adres voor het schoonmaken, zuiveren en onderhouden van Kerken, Scholen, Huizen, Fabrieken en Kantoren, in en buiten Amsterdam. VAN RON's \MOSTERD Hotel Chateau „Oud Wasseneer" Wassenaar Tiet oord bij uitnemendheid voor hort of langer verblijf prachtig Sosch, Duin en Zee Het Receptenboekje der Delftsche Slaolie -11——B| met 80 bladzijden ■■■■■■■■■■>■■■ druks, bevat recepten van de navolgende gerechten: Onder de rubriek Eier- en Meelgerechten. Spiegeleieren, Eieren met Remouladesaus, Oeufs a la Russe, Oeufs frits met Tomaten-saus, Omelette au Jambon, Oeufs brouillés aux Tomates, Oeufs a la Tripe, Flensjes, Crêpes a la Parisienne, Crêpes aux ConfituresCrêpes a 1’ I talienne, Appel - pannekoek, alle soorten beignets, Gebakken room (Crème frite) met sauce Abricotine, Drie-in-depan, Wentelteefjes, Verloren brood, Oliebollen, Berliner bollen. Onder de rubriek Taarten en Gebak Tulband, Krentenbrood. Verder zijn in het receptenboekje o.a. rubrieken gewijd aan Salades, Koude en warme sausen, Hors d’ oeuvres, Aardappelgerechten, Vischgerechten, Vleeschsoorten, Wild en gevogelte. Duidelijk eri op overtuigende wijze wordt in het receptenboekje aangetoond, dat het gebruik van Delftsche Slaolie in de Keuken groote voldoening geeft. Het boekje bevat vele wenken en raadgevingen voor het gebruik, benevens getuigenissen van verbruiksters uit alle standen, die den smaak der met Delftsche Slaolie gereed gemaakte spijzen als om strijd roemen en op de besparing wijzen, die het gebruik met zich brengt. Het receptenboekje der Delftsche Slaolie, met bijlage omtrent het gebruik van Delftsch Plantenvet Delfia, wordt gratis en franco toegezonden aan iedere belangstellende, die met vermelding van dit blad, het aanvraagt aan de Afdeeling Reclame der Oliefabrieken Calvé- Delft te Delft. KOSMOS & MARÉfHALNIEL 4 Bvite\have\\\t:g 132 s Schiedam -Tklwoon v 14 _ __ ____________________j pMiiyFK van I lnwu;\ & JSüUEDE. iNSCMLirHEKKEN OOK geschikt '■TMn^Ar.su iTt.Nq van Baikons «. • ’J’z.r.^KN j VEJ^VNDAS . hl I AlW WE.HJS. - 'Deekeningkn Giyms v j Zij, die in werkelijkheid genezing willen vinden bij kaalhoofdigheid of ontijdig uitvallen van ’t haar, wenden zich in vertrouwen totJ.OERATI, Haarkundige, Amsterdam, Zoutsteeg 4. (geen Kapperszaak). Aan hen, die na onderzoek tot behandeling worden aangenomen, wordt herstel gegarandeerd. Het „Nieuws van den Dag” schreef onder meer: Een feit is ’t dat onderscheidene hier wonende personen van allerlei leeftijd getuigen door hem weder in het bezit van den haardos te zijn gekomen. LICHT- en KAS Zonder Veiclliig. F. W. SeetiBldl, IJselmonde. (Telef. Int. Mo. 4022 Met Rotterdam). -t- -s- -s A. v. d. HEIJDEN s Leverpastei : DE BESTE. :
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1816 tot 1820 van 11897