Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1811 tot 1815 van 11897
Nummer
1915, nr. 67, 19 aug. 1915
Blad
07
Tekst
PANORAMA t.e nu liever dan de avondkoelte op mijn bebloemde waranda! Ik sluit de deuren, trek de gordijnen héél dicht en steek de lamp aan. Dan waren mijn brandende oogen door de geelverlichte kamer en grijpen mijn handen naar papier en pen, om deze lijdensgeschiedenis te vereeuwigen, als waarschuwing, als vingerwijzing voor het nageslacht. Julia Frank. Hoe "Jack Jones promotie maakte, ©oor ©• een verveeld gezicht nam Jones, de jonge reporter, plaats op een van de voorste rijen van het sportgebouw. Voor hem lag, in een brandende zon, ’t strijdperk, waarin straks de worstelaars zouden optreden. Puffend zette Jones zijn pet af. Lieve God, wat was het warm, wat een verzinsel om vandaag een worstelwedstrijd te houden, en dan in zoo’n onmogelijke plaats, liefst twee uur sporen van New York en tot overmaat van ramp was er maar één telegraafkantoor. Daar stond je dan straks weer met z’n allen vóór dat ééne loket. Uren moest je wachten tot je verslag werd overgeseind. Jones zuchtte. Ja, het was ’n beroerd baantje, reporter. Dan moest je hierheen, dan daarheen, en altijd was het maar hollen en vliegen, dat je toch vooral niet te laat met je nieuws zoudt zijn. Ach, God, wat zou hij graag een plaatsje bij de redactie in New York hebben, maar daar was nu nog geen kijken naar, 'hij had nog niets bijzonders gepresteerd. Enfin, hij zou geduld moeten hebben. ’t Ergste was echter, dat hij zoo lang met trouwen zou moeten wachten. Jones schudde zuchtend het hoofd en dacht aan zijn meisje. Al twee jaren was hij in het geheim verloofd met de dochter van een New Yorksch advocaat, maar daar deze laatste niet verkoos zijn dochter aan een reporter te geven en Jones het tot nu toe niet verder had weten te brengen, kon er voorloopig van een huwelijk nog niets komen. Het was een ellendige geschiedenis, want behalve dat het meisje de lieftalligheid in eigen persoon was, was de rijke schoonvader ook niet iets om over het hoofd te zien. Jones zuchtte weer en haalde een stapeltje brieven uit zijn zak te voorschijn, de epistels, die Ellen, zoo heette ze, hem in den loop van die jaren had geschreven. Ze liepen over van teederheid, die volbeschreven velletjes en Jones kon ze niet wegsteken zonder een weemoedigen blik. Ze was zoo lief, zoo trouw, Ellen, en . . de vader was ook niet te verwerpen. „Zoo Jones,” hoorde hij eensklaps een stem achter zich zeggen, en ópkijkend zag hij een vroegeren collega voor zich. ..Wel Williams, jij hier,” zeide Jones verbaasd, tot den mageren jongen. „Ik dacht, dat je reporter af was.” „ja, dat ben ik ook,” zeide Williams. „Maar daarom ga ik er nog wel eens op uit. Die worstelwedstrijd interesseert me. Van mijn laatste dubbeltjes heb ik een toegangsbewijs gekocht..........en, hoe gaat het jou ?” Jones haalde zijn schouders op. ..Nou, zóó zóó, altijd nog bij die krant. Vervelend baantje. Kan je straks weer met z’n allen naar dat telegraafkantoor hollen.” En met een ontevreden gezicht stak Jones eensiga ret op. Maar ineens nam hij haar weer uit den mond. . Zeg es, Williams, jij blijft hier tot het einde?” Williams knikte. „En je hebt vroeger toch ook geregeldverslagengemaakt?” ..Meer dan me lief waren,” bromde Williams. „En je bent platzak ?” „Uitgeschud,” vulde Williams somber aan. „Dus je zoudt geld willen verdienen ?” „Als ik weet op welke manier?” „Dat zal ik je uitleggen,” zeide Jones, opgewonden over den prachtigen inval, dien hij daar had. „Ik heb je al gezegd, dat ik verslag van dien wedstrijd uit moet brengen. Nu zou ik zoo allemachtig graag met het eerste bericht zijn, maar daar is natuurlijk geen kijken naar met al die heeren collega’s. Nou wou ik je voorstellen om eens samen te probeeren er het eerste bij te zijn. Ik ga dan nu dadeiijk naar het telegraafkantoor en neem daar het loket in beslag. Jij blijft hier om het verslag te maken en zoodra de einduitslag er is, hol jij naar het telegraafkantoor. Daar heb ik dan beslag gelegd op den telegrafist en ons nieuws wordt het eerste overgeseind. Nou, wat vind je er van ?” „Wel ’n goed idee,” meende Williams. ,,En hoeveel geef je me ervoor?” „Vijf dollar.” — ,,Aangenomen.” „Dus dan tot straks,” zeide Jones en zijn pet weer opzettend, wandelde hij naar het telegraafkantoor. Er was nog niemand. Hij ging dus op een bank zitten en stak een sigaret op. Er was nog geen uur voorbij gegaan, toen hij op den straatweg iemand haastig zag aankomen. Wat holt die kerel, dacht Jones. Maar ineens herkende hij den reporter van een van de grootste New-Yorksche bladen. Lieve God, daar was hij met het eerste nieuws. Als dit nu al moest beginnen. Jones was opgesprongen en voor het loket krabbelde hij haastig op een stukje papier : „WedJ. D. A. HOLLWEG. t MAARTENS t P HOGERWERF. Op 62-jarigen leeftijd overleed te Arnhem de heer j. D. A. HOLLWEG, in leven directeur der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen te Arnhem, ridder in de orde van den Nederl. Leeuw. — Op 57-jarigen leeftijd is onlangs te Zeist overleden Mr. Joost Marius Willem van der Poorten-Schwartz, de bekende Hoilandsche schrijver, die onder ’t pseudoniem van MAARTEN MAARTENS, in het Engelsch talrijke werken liet verschijnen. - Een dezer dagen hoopt de heer P. HOGERWERF te Vlaardingen den dag te herdenken \yaarop hij voor 60 jaar in dienst trad van de firma Bots en van Heyst aldaar. WAARTOE DE FIETS DIENSTIG KAN ZIJN. Al veel vreemde vrachten hebben we op een fiets zien vervoeren, onder reusachtige manden hebben we menigen voorband bijna plat zien gaan. doch zooiets als we laatst aan den buitenkant van Rotterdam tegenkwamen zagen we nimmer. Uit de verte leek het, wat een Vliegende Hollander op zee is, een slingerend vehikel zonder hond, paard of stuurman. Pas toen het dichtbij was bleek het een fiets te zijn. Een fiets, het ranke vervoermiddel, belast met een kippenhok met inventaris, plus een mand waarin nog een achttal witte hanen. Totaal 17 beesten! Daarachter verscholen de leuk-brutale snuit van den stuurman, die alleen door een halven meter links of rechts te buigen of door zich op de trappers te verheffen en door de tralies van de mand te kijken, den weg kon verkennen ! De kippen hebben we beklaagd, maar de rijkunst van den jongen toch ook bewonderd! strijd nog niet afgeloopen, nieuws volgt etc.” Vlug reikte hij het den telegrafist over. Zijn collega, die inmiddels was binnengekomen stond achter hem te wachten en op den weg zag hij weer een ander opdagen. Alleen Williams bleef uit, die wachtte op den einduitslag. En Jones nam weer een stuk papier, en krabbelde er weer op „Einduitslag nog niet bekend.” En hiermede maar doorgaand bleef hij den telegrafist voor zich aan het werk houden. Achter hem stonden zijn collega’s te mopperen dat het wel leek of er geen eind aan zijn seinen kwam. Jones echter, met een onverstoorbaar gezicht, vulde papier na papier in, in de vaste meening dat te kunnen volhouden, totdat Williams zou komen opdagen. Opeens echter bemerkte hij tot zijn schrik, dat zijn papier op was. Hij had niets meer, geen stukje. Op een van de schrijftafels lag wel een stapel formulieren, maar hij zou van het loket moeten, om er een te nemen en hij zou zijn plaats verspeeld hebben. Maar wat dan ? Had hij maar een krant, een boek bij zich om over te laten seinen, maar hij bezat niets. Wanhopig betastte hij zijn zakken. De telegrafist was al aan het laatste woord bezig, zoo dadelijk zou hij plaats moeten maken voor zijn collega, die achter hem stond. Toen ineens dacht hij aan de brieven in zijn binnenzak. Hij haalde ze voor den dag en keek ze in. „Lieve schat,” stond er boven den eersten. „Mijn lieveling,” boven den tweeden en in dien geest waren ze verder allemaal, ’t Zou niet bepaald pleizierig zijn, als naar zijn blad werden overgeseind. Maar aan den anderen kant: hij zou promotie maken, hij zou er haar vader mee winnen en ze zouden kunnen ^rouwen .... „Wie volgt,” zeide de beamte, die klaar was met zijn laatste telegram en de reporter, die volgde, wilde naar voren gaan, toen Jones den bovensten brief door het loket duwde. „Alsjeblieft, ik ben nog niet klaar, die brief moet overgeseind worden,” en met een gelaten gezicht zag hij nu hoe de telegrafist het velletje opnam en over begon te seinen. Toen hij er mee klaar was gaf hij nog een en nog een en daar gingen ze, die epistels, die begonnen met: „Mijn liefste. Wat is het lang geleden, dat we elkaar zagen. Veertien dagen. Wat ’n tijd en hoe, hoe lang zal ik nog moeten wachten, mijn schat.” Of met „Mijn lieveling. A4 dagen zie ik nu naar nieuws van je uit, wanneer toch zal ik weer iets van je hooren,” Die epistels, die eindigden met een teeder: „Vaarwel mijn engel, tot ziens” of met een innig „Houd je goed liefste, over 3 dagen zal ik weer bij je zijn.” Daar gingen ze, al die velletjes, die eens met zooveel teederheid waren geschreven, daar gingen ze door de zakelijke handen van den telegrafist, die ze grinnekend overseinde. Maar jones merkte daar niets van, hij zag slechts dat er al meer en meer reporters het kantoor binnenkwamen, die zich allen weer voegen moesten achter de rij stampende en vloekende voorgangers. En toen Williams eindelijk hijgend en blazend met het verslag binnen kwam hollen, stond Jones er nog om nu met een glimlach den einduitslag over te laten seinen’; het eerste dat over den worstelwedstrijd bekend zou worden. Daarna, alsof er niets gebeurd was, ging hij door met de brieven te overhandigen, want zijn bericht zou niet alleen het eerste zijn, zijn bericht zou het eenige zijn, het éénige, dat er dien avond in New York bekend zou worden. En achter hem stonden de reporters te schreeuwen, te trappen van woede. „Gooi dien kerel er uit. Weg met dien vent.” Maar Jones, met zijn horloge in de hand glimlachte. Wie kor hem iets maken, zoolang hij er voor betaalde ? Eerst drie kwartier later, toen hij den laatsten brief overhandigd had, en hij er zeker van was, dat alle avondbladen uit waren gekomen, maakte hij plaats voor degenen, die achter hem kwamen. In triumf ging hij naar New York' terug, waar hij met gejuich door de redactie werd ontvangen. Zijn courant was dien avond de eenige geweest, die van den worstelwedstrijd verslag had gegeven. Alle oplagen waren uitverkocht. Het blad had naam gemaakt, in één avond. En den volgenden dag al was er voor Jones een plaats bij de redactie. Alleen zijn huwelijk ging niet door. Een week na het uitvoeren van zijn meesterlijken truc, die inmiddels door heel New York was bekend geworden, schreef ze hem, dat ze het beter vond, dat voortaan alle intimiteit tusschen hen zou ophouden. Het was haar laatste briefje en het eenige, dat Jones van haar zou bezitten. ATHLETIEKWEDSTRIJDEN TE ROTTERDAM. Te Rotterdam zijn op Zondag 15 Augustus Atletiekwedstrijden gehouden, uitgeschreven door de Ned. Athletiek Unie. Hierboven „Sparta” uit Rotterdam, de winnende ploeg Estafette, 4 maal 100 meter in 464/5 sec. {V.F.B.) OEFENINGEN VOOR MIL.IT. SPELLEI DERS. De min. v. oorl. Bosboom vergezeld v. gen. Kleynhens, verlaat „Houtrust” te ’s Hage, waar hij Zaterdag j.1. de cursus bijwoonde, die, geleid door Reserve-luit. J. J. Könings, gehouden wordt v. leiders der athletiek in het leger. (foto Rembr.) ■ -- VEERDIENST ENKHUIZEN-STAVOREN. De groep genoodigden, waaronder vele autoriteiten, die deelnamen aan den proeftocht, op 14 dezer gehouden met de nieuwe boot ,,R. van Hasselt”, bestemd voor den Veerdienst Enkhuizen-Stavoren. (V.F.B.)
PDF
Nummer
1915, nr. 67, 19 aug. 1915
Blad
08
Tekst
Sedert meer dan 45 jaren wordt VASELINE-CHESEBROUGH over de geheele wereld verkocht als een onschatbaar huid-verzachtend middel voor het genezen van snij-, brand- en andere wonden en beschadigde huid. Dank zij de groote en bijzondere zorg bij hare bereiding toegepast, ten zeerste aanbevolen, ook door Geneeskundigen zoowel voor uitwendig als voor inwendig gebruik: voorHoest Verkoudheid, Bronchitis en Verstopping. Vaseline - Chesebrough is geheel zonder smaak en geur. VASELINE CHESEBROUGH Een ontchatbaw huiamddei tegen brand-en andere wonden, verstuikingen, rheumatiek. huidziekten, hemorrhoiden (aambeien) door dezon verbrandehuid,winterhandenen-voeten enz. Bij inwendig gebruik geeft het verlichting bij hoest, verkoudheid, keelpijn, een uitstekend middel in gevallen van constipatie. CHBSEBROUCH MAHUFACTURINO CO. jC’Mi NEW YORK. U.S.A. Elke vaseline die niet den naani Vaseline Chesebrough draagt moet geweigerd worden. De oorspronkelijke en eenig echte vaseline is Vaseline Chesebrough Men wachte zich dus voor waardeloozen of gevaarlijken namaak. Vaseline-Chesebrough wordt verkocht bij eiken apotheker en drogist in glazen potjes van 15 en 30 cent, in blikken doosjes vanaf 5 cent, in tuben vanaf 20 cent. Elke verpakking moet den naam dragen van de eenige Fabrikanten: CHESEBROUGH Mfg. Co. (Cons’d) New York, U. S. A. Filiaal: Londen, 42 Holborn Viaduct STOOM -WASSCHERIJ „De Pelikaan”— Gouda CHEMISCHE WASSCHERIJ TEL. 196 en 253 INT. EN VERVERIJ FRANSFIN. De Koningin der Mondwaters en Tandpasta’s. Mondwater f 0.95. Tandpasta f 0.45. FRANSFIN Toiiet Crême. Verwijdert pukkels, vetwormpjes, sproeten, roode vlekken. Geheel onschadelijk. Prijs f1.20. FRANSFIN ontharingsmlddeL Verwijdert haar op ongewenschte plaatsen. Prijs 11.20. Weigert namaak. Depots: Amsterdam Paieisstraat 23b ’ Den Haag, Prinsestraat80; Rotterdam’ Hoofdsteeg 7; Utrecht, Voorstraat 72; Arnhem, Bakkerstraat 5. Verder in alle voorname zaken. Deze maand zal het NIEUWE SIGARENMERK verkrijgbaar zijn: Exc. Mr. L. H. W. REGOUT NEDERL. GEZANT BI] Z. H. DEN PAUS in drie prijzen 3,4en5ct. met Sumatra en Vorstenlanden Dekblad, in kistjes van 50 stuks DE FABRIKANTEN 3.3. v. d. Pas OPGERICHT 1814 ’s-Hertogenbosch De prijzen der Sigaren worden aangeduid door de kleuren der Oorkonde en van den buitenrand: 3 Cts. Rood 4 Cts. Zilver 5 Cts. Goud Ondanks hun kortstondig bestaan . hebben de producten KLAPPA, Plantenboter; en B. U. K.J Klapper l Plantenvet, van de Ned. Plantenboterfabriek te Amsterdam, reeds over het geheele land hun tenten ongeslagen. Museum PANOPTICUM, AMSTELSTRAAT, AMSTERDAM. TEL. 1049. Geopend van 1O uur ’s morgens tot 1O uur ’s avonds. Koopt geen breukband noch breukverband-apparaat van zeer hoogen prijs, waarmede Uwe breuk niet genezen zal. Hecht dus geen geloof aan aanbiedingen waarvan het nut hier te lande niet bewezen is. indien U mijn advies over breukbehandeling genezing, zonder verplichting of kosten wenscht te ontvangen, schrijf ik zend het U gratis met vele waardevolle raadgevingen, hoe of U zichzelf van Uwe breuk genezen kunt Ik boek succes waar anderen falen. Op alie intern. Tentoonstellingen werden Dr. REIMANN’s Specialiteiten met GOUD bekroond. Over 1200 door een notaris gecontroleerde dankbetuigingen van genezenen staven mijne beweringen. Verzuimt niet omreden een breuk altijd gevaarlijk is, mij p. o. te laten weten waar of U de breuk hebt. Uw eigen belang en gezondheid gaan daar mee gepaard. Schrijft heden nog aan Dr. REIMANNS, Maastricht 53. Groote Attractie voor Landgenoot en Vreemdeling. Wassen Beelden en Groepen, o.a, Indische Kampong, Hindelooper en Marker Kamer, Bezoek van H. M. de Koningin aan de Krotwoningen, Groepen van gekroonde Hoofden, Z. H. Paus Benedictus XV, Indische Dwaaltuin, Per Lift naar het Middelpunt der Aarde, enz. enz. ZOMERREIZEN IN DUITSCHLAND. Zooeven verschenen een rijk geïllustreerd boekje: „DEUTSCHLANDS ERHOLUNGSSTKTTEN, BADER- UND KURORTE IM SOMMER 1915”, uitgegeven door den „BUND DEUTSCHER VERKEHRS-VEREINE” met medewerking van de directie der Duitsche Staatsspoorwegen, - Kosteloos verkrijgbaar bij de reisbureaux der S. S. en H. 13. S. M. of toezending per post door den „BundDeutscherVerkehrs-Vereine” UTRECHT, MOREELSEPARK 10bis. 99 Aan het Museum is een speciaal Atelier verbonden tot het vervaardigen, repareeren en verhuren van Was-Ëguren voor magazijn en winkel-étalage» Probeert de Eau de Quinlne van 3. GUIMOND, Paris, heele flacon slechts 90 cent; wederverkoopers rabat. Importeur; Drogisterij „De Hoop" Vijzelstraat 71. Filiaal: OVERTOOM 432. TEL. N. 7632. Amsterdam. Union, 'HorCo^père ONOVERTROFFEN TIJDMETER GEUL. PRIJSCOURANT OP AANVRAGE 6RATIS 000R DE VERTE6ENW*0FHET CENTRAAL BUREAU TE BIENNE «SUISSE» (Examen voor Leerling-Telegrafist bij de S.A.I.T.) Sinds 1 Januari 1914 zijn van onze ÉÉN EN DERTIG (31) candidaten DERTIG (30) geslaagd, terwijl 1 herexamen nog moet plaats vinden, Omtrent toelating tot onze school, leerjaar 1915-T6 raadplege men ons PROSPECTUS X. P. THE ROTTERDAM WIRELESS TRAINING COLLEGE GEBOUW PLAN C, ingang Gelderschestraat 10.
PDF
Nummer
1915, nr. 68, 23 aug. 1915
Blad
01
Tekst
No. 68 (8b) 23 AUG. 1915 AFZONDERLIJKE NUMMERS 7*/2 CENT A.W SIJTHORF'S UITGEWER.S maatschappij - leideih ABONNEMENT PER KWARTAAL 26 NUMMERS f 1.30 Het Troepentransport naar de Dardanellen Het vertrek. De mannen worden in Canada geheel (V.F.B.) Een reg te worden. iment Canadeesche hulptroepen op weg om ingescheept te worden. Aan boord. Foto genomen vanuit den mast van ’n tranêportschip. De mannen vermaken zich gedurende den tijd dat zij geen oefeningen hebben, op het dek met allerhande spelen. uitgerust en geoefend, om daarna naar het front vervoerd Ik den grond geboord. Het Engelsche transportschip „The Royai Edward” dat met een troepentransport op weg naar Gallipoli, door een duikboot getorpedeerd en gezonken is. De landing. Als het transportschip zijn reis, onder geleide van torpedojagers of andere oorlogsschepen volbracht heeft, worden de manschappen op Gallipoli direct aan land gezet. Na de landing. Canadeesche artillerie, zoo juist op Gallipoli geland, vervoert haar kanonnen naar het kamp. De moeilijkheden waarmede men bij dit vervoer te kampen heeft, zijn dikwijls bijna onoverkomelijk. Soms zijn 16 en meer paarden noodig om een stuk geschut te vervoeren. Voor de naastbestaanden. De zakken, welke men op onze foto ziet. bevatten de eigendommen van de in de gevechten op Gallipoli gevallen mannen. Deze zakken worden bij groote getallen naar de Canadeesche regeering gezonden die er w voor zorgt dat een en ander in handen komt van de naaste bloedverwanten.
PDF
Nummer
1915, nr. 68, 23 aug. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA 10 Ons efigeo rnoofe Land . .................... ^anneer ge diepzinnige bestudeerders van den volksaard in Nederland, Frankrijk, Duitschland, Engeland, Spanje, Montenegro, Mexico, Lapland, enz. hoort, dan komen ze op een punt altijd overeen in hun wijsgeerige beschouwingen en dat is : Er bestaat geen beter volk dan dat van Nederland, resp. Frankrijk, Duitschland, Engeland, Spanje, Montenegro, Mexico of Lapland, maar één fout heeft het: ’t stelt de aantrekkelijkheden en producten van eigen land altijd achter bij die van andere natie’s. * * * De oorlog heeft met zijn ijzeren vuist die fout wei wat verbeterd. En zoo ziet ge de treinen van Staatsspoor, Hollandsche Ijzeren-, Centraal- en Noord-Brabantsch-Duitsche, (zoover deze in Noord-Brabant rijdt), mitsgaders alle stoom- en electrische trams, bénevens auto- eri paardenbussen in ons lieve vaderland gevuld met Nederlanders, die van het schoone van hun land profiteeren, terwijl automobielen in diverse grootten langs ’s heeren-wegen snorren en paarden heel genoeglijk op hun sukkeldrafje loopen voor open landauers en tentwagens, vol van genietende gelukkigen, die het stof van eigen omgeving hebben afgeschud om naar vreemde streken te trekken, maar altijd toch binnen de grenzen van de Elf provinciën blijvende. Op het water is het druk van motorjachten en huisbooten. Heusch, zonder overdrijving kan gezegd worden, dat de eene helft der Nederlanders op weg is naar de woonstede van de andere helft en 75 pCt der geheele bevolking hotel of pension houdt, welke inrichtingen een gulden tijd beleven en tjok-vol zijn. * * * De redactieleden van Panorama zijn natuurlijk ook op reis geweest. Niet allemaal tegelijk in één heerlijk uitstapje vol frisch genieten en zoet geflirt. Neen, stuk voor stuk. Zoo allen op één dag kunnen onze opstellers niet gemist worden in deze dagen van spanning. Zonder het vooraf te hebben besproken, kozen ze ieder een andere streek-. De één toog naar Noord-Holland, genoot van de vergezichten langs de Zaan, de immerdraaiende molenkens en de nijvere fabrieken. Hij was in Zantvoort en in Bergen, in Edam en-Volendam ; zwalkte op de baren der eens te dempen Zuiderzee, en betreurde het daarbij volstrekt niet dat zulks nog niet was geschied. Hij kwam met ’n verbrande huid terug met het vaste voornemen nooit ergens anders zijn vacantie door te brengen dan in Nederland, al kwam er ook morgen een eeuwige vrede waarbij die van Kant niets, niemendal is. De tweede bleef dichter bij honk. Hij vermeide 'zich in het schoone Noordwijk en wandelde vandaar naar Katwijk, doolde in de heerlijke omgeving van de Sleutelstad met haar fraaie wandelingen en vischrijke peuerplaatsjes. Dagen had hij in het zonnetje gestaan en niets gevangen, maar ‘t had hem goed gedaan en de jongeling, eens dun en mager als gras, waarvan hij ook de kleur droeg, kwam terug, gezond en vroolijk met de rozen op de wangen. Onze redactrice voor de mode-rubriek was natuurlijk naar ’t Haagje getrokken en kuierde voor haar ontspanning langs den Strandboulevard, tusschen de vlugge Brusselsche meisjes, wier elegant gangetje haar in verrukking bracht en die op dit oogenblik bij den Haag en Scheveningen (Uit het Cllbum „TMederland”, uitgegeven door de 7Aij, tot 6xpl. van Slaatspoorwegen, 1915) Zwarte weg, (sroesbeek. behooren evenzeer.als haar Duitsche antipoden van heden, dit voordien deden. Zij tufte in de Wassenaarsche bosschen en dineerde op ’t Kasteel waar de lommerrijke boomen zulke keurige en gedistingeerde zitjes overschaduwen. Zij genoot............. Zooals alleen een vrouw genieten kan die smaakvolle toiletten ziet. En toen zij thuis kwam hoorden wij haar bijkans niet meer van Parijs en Londen spreken. Wat anders nooit geschiedde. Zoo had zij van ’t buitenland haar mond steeds vol. * * * Zes anderen zijn in Gelderland geweest. Maar ieder naar een ander deel van deze provincie. En van allen Gen kijkje aan het strand te Scheveningen, hoorden we ,,dat ’t daar nu zoo vol was . . . .” en zoo ,,heerlijk”. De meest fantastische verhalen deden zij, van de wonder-secure wijze waarop onze grenzen worden bewaakt, welke vertellingen door haar pijnlijk nauwkeurige overeenstemming in details, wel de grootste zekerheid van waarheid kregen. Een van de zes was over ’n reisavontuur uiterst slecht (Uit het Cllbum „'Nederland”, uitgegeven door de 9Aij. tot Sxpt van Staatspoorwegen, 1915) Sn vacantie-dagen. Gen frisch bad. te spreken. De eenige wanklank trouwens in de jubelende accoorden. Hij was van ’t schoone Nijmegen, waar Berg en Dal hem en zijn gezellinnen een overheerlijken lunch had aangeboden, per rijtuig naar ’t Maas-en-Waalsche gereden, langs den Groesbeekschen weg, de Duitsche grens volgend. Zeven keer was ’t rijtuig aangehouden en telkens had de koetsier goedmoedig en onverstoord een papiertje voor den dag gehaald, dat door den soldaat, die schildwachtte, ernstig werd nagelezen. Toen was hij, ofschoon hij een duren eed had gedaan tijdens de vacantie alle beroepsgewoonten af te leggen, nieuwsgierig geworden. En hij had gevraagd wat dat geheimzinnig document toch wei mocht bevatten. In stilte had hij gedroomd dat ’t een stuk van hooge autoriteiten zou zijn, gelastend allen Vorsten, Commandanten, Oversten en Korporaals hem ongestoord te laten voorbijtrekken, wijl hij redactielid van ’t meest gelezen geïllustreerde Nederlandsche tijdschrift was. En toen bleek.. . . dat ’t stuk niets anders bevatte dan ’t signalement van het paard dat voor ’t rijtuig liep. Waaruit mocht blijken dat in het jaar 1915, in den geweldigen oorlogstijd, aan de Nederlandsche grenzen een paard van grooter belang is dan een redacteur van Panorama. Tenminste zoo oogensehijnlijk, Ook uit Limburg, Drente en Overijsel evenals uit Groningen en Friesland aan de eene zijde, Utrecht, NoordBrabant en Zeeland aan den anderen kant, bereikten ons de meest enthousiaste berichten. Zoodat ’t niet al te onbescheiden is, om te beweren dat ,,Mooi Nederland” zich uitstrekt van den Dollar tot de Schelde, van Terschelling tot aan ’t Zuidelijke puntje van Limburg. Van overal komen de berichten van N ederlanders, versta dat wel, dat ons land zoo mooi is en het bezoeken overwaard * * * Ons land is mooi. In den zomer is het er heerlijk. En al zijn wij waarlijk niet zoo bekrompen om het bezoeken van andere landen af te keuren, toch lijkt het ons wel degelijk goed om de bestudeering van eigen omgeving niet opzettelijk achteruit te schuiven voor het mooie dat over de grenzen te vinden is. Men kan het eene doen zonder het andere te laten. Welken juisten levensregel men tot op heden maar al te weinig betrachtte. Toch is er op het gebied van verblijf en verkeer nog heel wat te verbeteren, wil Nederland in alle plaatsen het comfort en de gemakkelijkheid bieden, welke het vertoeven in ’t buitenland zoozeer veraangenamen. Wij noemen twee punten. Helaas, het eerste daarvan is wel het voornaamste. Er zijn vele van onze hotels, die niet zóó ingericht zijn, als de moderne eischen dat vragen. Wij haasten ons hier uitdrukkelijk te verklaren dat wij in Holland tal van keurige, wel bestuurde hotels kennen, doch er zijn er ook nog heel wat, die met weinig moeite en ietwat meer verstand, ’n beetje geld en veel goeden wil tot heel wat beters te maken zouden zijn. Uit den aard zit de fout niet aan ééne zijde. Vanzelf spreekt het, dat bij geregeld talrijk bezoek en goede bedrijfsresultaten er meer geld kan besteed worden aan de inrichting. Doch deze is het nietalleen, aan de bediening, de verzorging, den geheelen opzet daarvan, mankeeren meer dan eens die kleinigheden, welke, zooals alreeds gezegd, juist het oponthoud zoo aangenaam kunnen doen zijn. Wat maakt het geen reusachtig verschil of je in een veranda of serre zittend, een goede verlichting hebt en een makkelijken stoel of slecht brandende flikkerlichtjes en zetels, die een diepen indruk nalaten op het lichaamsdeel, dat dan de droeve en zware taak heeft om het meest direct met deze zitvoorwerpen in aanraking te komen. Deze omstandigheden verhoogen de vacantie-vreugde allerminst! Ten tweede: Waarom in zoovele plaatsen vastgehouden aan een dagverdeeling, goed voor groote steden met lange kantooruren, maar slecht in overeenstemming met den gang der zonne en de dagen van vacantie. Wij zijn in het gewone leven geen voorstanders van de Duitsche dagverdeeling met middageten om één uur en avondeten tegen acht uur. Doch op reis voelen wij er heel wat voor; je verdeelt er je dag zoo mooi mee en, wat heel wat waard is, ze voorkomt de troostlooze lange avonden, die o zoo vervelend kunnen zijn in hotels en pensions, waar men elkaar te veel kent om geen notitie van elkander te nemen en te weinig om gezellig te verkeeren. * * * Doch laat ons de goede stemming niet door den schijn van jeremieeren bederven. Augustus hield zich over het algemeen heel goed. Regen en zonneschijn wisselden elkaar af. De barometer bleek een even onbetrouwbare aanwijzer als altijd. En ’t is mooi langs veld en beemden, op ’t water en op het strand. Nog eenige weken van genieten liggen voor ons open. Laat ons dus profiteeren. Van ons eigen mooie land. Wat klinkt dat heerlijk 1 ©e Vennen, Oisterwijk.
PDF
Nummer
1915, nr. 68, 23 aug. 1915
Blad
03
Tekst
11 PANORAMA GEÏLLUSTREERD OORLOGSNIEUWS brand Duitsche troepen trekken door een brandend dorp in Polen-, dat tocht in brand werd gestoken. DE DUITSCHE OPMARSCH IN HET OOSTEN door de Russen bij hun terug- Gezicht op een brandend dorp in Polen, dat de Russen op hun terugtocht eveneens in gestoken hebben. TREKHONDEN IN HET BELGISCHE LEGER. Een vredig tooneeltje achter het front: Belgische soldaten rustend met hun makkers: de trekhonden. Deze dieren voeren hun ransels, brengen hun koffie, trekken hun mitrailleurs, halen hun schietvoorraad, waken met hen, en... strijden met hen. Geen wonder dat mensch en dier aan elkaar gehecht zijn. HET NIEUWE BELGISCHE GESCHUT. Een de.r nieuwe Belgische kanonnen, in gevechtssfcelling aan het Yserfront. Het stuk is ingegraven in een dijk, terwijl een haag als natuurlijke dekking dient. DE INNAME VAN WARSCHAU. Ter eere van de inname van Warschau werden in den tuin van het Keizerlijk slot te Berlijn bij het bekendworden van dit feit 50 vreugdeschoten gelost. (Ver. Fotob.) NA DEN SLAG. Als de slag is uitgewoed en een vijand weerloos op het slachtveld is achter gebleven, 'wordt hij niet langer als vijand beschouwd. Integendeel, dan doet men alles om zijn lijden te verlichten. Zoo ook op onze foto, waarop een Duitsche soldaat een zwaar gewonden Rus uit zijn veldflesch te drinken geeft. DUITSCHE KRIJGSGEVANGENEN. Een transport Duitsche krijgsgevangenen in NoordFrankrijk onder gewapend geleide op weg naar de groote concentratiekampen. OP WEG NAAR HET FRONT. Duitsche soldaten op weg naar het front in Noord-Frankrijk, houden na een vermoeienden marsch eenige oogenblikken rust in het open veld. (Ver. Fotobur.) HET ZWARE OOSTEN R I JKSCHE GESCHUT. Het losbranden van een Oostenrijksch 30.5 c.M. ,,Skoda’’-kanon. De bedieningsmanschappen bedekken hun ooren voor de werking van den hevlgen luchtdruk. (Ver. Fotobur.). 68 (8b)
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1811 tot 1815 van 11897