|
PANORAMA
t.e nu liever dan de avondkoelte op mijn bebloemde waranda!
Ik sluit de deuren, trek de gordijnen héél dicht en steek
de lamp aan. Dan waren mijn brandende oogen door de geelverlichte
kamer en grijpen mijn handen naar papier en pen,
om deze lijdensgeschiedenis te vereeuwigen, als waarschuwing,
als vingerwijzing voor het nageslacht.
Julia Frank.
Hoe "Jack Jones promotie
maakte, ©oor ©•
een verveeld gezicht nam Jones, de jonge
reporter, plaats op een van de voorste rijen
van het sportgebouw.
Voor hem lag, in een brandende zon, ’t strijdperk,
waarin straks de worstelaars zouden
optreden.
Puffend zette Jones zijn pet af. Lieve
God, wat was het warm, wat een verzinsel
om vandaag een worstelwedstrijd te houden,
en dan in zoo’n onmogelijke plaats, liefst
twee uur sporen van New York en tot overmaat
van ramp was er maar één telegraafkantoor.
Daar stond je dan straks weer
met z’n allen vóór dat ééne loket. Uren moest
je wachten tot je verslag werd overgeseind.
Jones zuchtte. Ja, het was ’n beroerd
baantje, reporter. Dan moest je hierheen,
dan daarheen, en altijd was het maar hollen
en vliegen, dat je toch vooral niet te laat met
je nieuws zoudt zijn. Ach, God, wat zou hij
graag een plaatsje bij de redactie in New
York hebben, maar daar was nu nog geen
kijken naar, 'hij had nog niets bijzonders gepresteerd.
Enfin, hij zou geduld moeten hebben.
’t Ergste was echter, dat hij zoo lang
met trouwen zou moeten wachten.
Jones schudde zuchtend het hoofd en dacht
aan zijn meisje. Al twee jaren was hij in
het geheim verloofd met de dochter van
een New Yorksch advocaat, maar daar deze laatste
niet verkoos zijn dochter aan een reporter te geven en Jones
het tot nu toe niet verder had weten te brengen, kon er
voorloopig van een huwelijk nog niets komen. Het was een
ellendige geschiedenis, want behalve dat het meisje de lieftalligheid
in eigen persoon was, was de rijke schoonvader
ook niet iets om over het hoofd te zien. Jones zuchtte weer
en haalde een stapeltje brieven uit zijn zak te voorschijn,
de epistels, die Ellen, zoo heette ze, hem in den loop van die
jaren had geschreven. Ze liepen over van teederheid, die
volbeschreven velletjes en Jones kon ze niet wegsteken zonder
een weemoedigen blik. Ze was zoo lief, zoo trouw, Ellen,
en . . de vader was ook niet te verwerpen.
„Zoo Jones,” hoorde hij eensklaps een stem achter zich
zeggen, en ópkijkend zag hij een vroegeren collega voor zich.
..Wel Williams, jij hier,” zeide Jones verbaasd, tot den
mageren jongen. „Ik dacht, dat je reporter af was.”
„ja, dat ben ik ook,” zeide Williams. „Maar daarom ga
ik er nog wel eens op uit. Die worstelwedstrijd interesseert
me. Van mijn laatste dubbeltjes heb ik een toegangsbewijs
gekocht..........en, hoe gaat het jou ?”
Jones haalde zijn schouders op.
..Nou, zóó zóó, altijd nog bij die krant. Vervelend baantje.
Kan je straks weer met z’n allen naar dat telegraafkantoor
hollen.” En met een ontevreden gezicht stak Jones eensiga
ret op. Maar ineens nam hij haar weer uit den mond.
. Zeg es, Williams, jij blijft hier tot het einde?”
Williams knikte.
„En je hebt vroeger toch ook geregeldverslagengemaakt?”
..Meer dan me lief waren,” bromde Williams.
„En je bent platzak ?”
„Uitgeschud,” vulde Williams somber aan.
„Dus je zoudt geld willen verdienen ?”
„Als ik weet op welke manier?”
„Dat zal ik je uitleggen,” zeide Jones, opgewonden over
den prachtigen inval, dien hij daar had. „Ik heb je al gezegd,
dat ik verslag van dien wedstrijd uit moet brengen. Nu zou
ik zoo allemachtig graag met het eerste bericht zijn, maar
daar is natuurlijk geen kijken naar met al die heeren collega’s.
Nou wou ik je voorstellen om eens samen te probeeren
er het eerste bij te zijn. Ik ga dan nu dadeiijk naar het telegraafkantoor
en neem daar het loket in beslag. Jij blijft
hier om het verslag te maken en zoodra de einduitslag er
is, hol jij naar het telegraafkantoor. Daar heb ik dan beslag
gelegd op den telegrafist en ons nieuws wordt het eerste
overgeseind. Nou, wat vind je er van ?”
„Wel ’n goed idee,” meende Williams. ,,En hoeveel geef
je me ervoor?”
„Vijf dollar.” — ,,Aangenomen.”
„Dus dan tot straks,” zeide Jones en zijn pet weer opzettend,
wandelde hij naar het telegraafkantoor.
Er was nog niemand. Hij ging dus op een bank zitten en
stak een sigaret op. Er was nog geen uur voorbij gegaan,
toen hij op den straatweg iemand haastig zag aankomen.
Wat holt die kerel, dacht Jones. Maar ineens herkende hij
den reporter van een van de grootste New-Yorksche
bladen. Lieve God, daar was hij met het eerste nieuws.
Als dit nu al moest beginnen. Jones was opgesprongen en voor
het loket krabbelde hij haastig op een stukje papier : „WedJ.
D. A. HOLLWEG. t MAARTENS t P HOGERWERF.
Op 62-jarigen leeftijd overleed te Arnhem de heer j. D. A. HOLLWEG, in leven directeur der directe belastingen,
invoerrechten en accijnzen te Arnhem, ridder in de orde van den Nederl. Leeuw. — Op 57-jarigen leeftijd is onlangs
te Zeist overleden Mr. Joost Marius Willem van der Poorten-Schwartz, de bekende Hoilandsche schrijver, die
onder ’t pseudoniem van MAARTEN MAARTENS, in het Engelsch talrijke werken liet verschijnen. - Een
dezer dagen hoopt de heer P. HOGERWERF te Vlaardingen den dag te herdenken \yaarop hij voor 60 jaar in
dienst trad van de firma Bots en van Heyst aldaar.
WAARTOE DE FIETS DIENSTIG KAN ZIJN.
Al veel vreemde vrachten hebben we op een fiets zien vervoeren, onder
reusachtige manden hebben we menigen voorband bijna plat zien gaan.
doch zooiets als we laatst aan den buitenkant van Rotterdam tegenkwamen
zagen we nimmer. Uit de verte leek het, wat een Vliegende Hollander op
zee is, een slingerend vehikel zonder hond, paard of stuurman. Pas toen
het dichtbij was bleek het een fiets te zijn. Een fiets, het ranke vervoermiddel,
belast met een kippenhok met inventaris, plus een mand waarin
nog een achttal witte hanen. Totaal 17 beesten! Daarachter verscholen de
leuk-brutale snuit van den stuurman, die alleen door een halven meter
links of rechts te buigen of door zich op de trappers te verheffen en door
de tralies van de mand te kijken, den weg kon verkennen ! De kippen hebben
we beklaagd, maar de rijkunst van den jongen toch ook bewonderd!
strijd nog niet afgeloopen, nieuws volgt etc.” Vlug reikte
hij het den telegrafist over. Zijn collega, die inmiddels was
binnengekomen stond achter hem te wachten en op den
weg zag hij weer een ander opdagen. Alleen Williams bleef
uit, die wachtte op den einduitslag. En Jones nam weer een
stuk papier, en krabbelde er weer op „Einduitslag nog niet
bekend.” En hiermede maar doorgaand bleef hij den telegrafist
voor zich aan het werk houden.
Achter hem stonden zijn collega’s te mopperen dat het
wel leek of er geen eind aan zijn seinen kwam. Jones echter,
met een onverstoorbaar gezicht, vulde papier na papier in,
in de vaste meening dat te kunnen volhouden, totdat
Williams zou komen opdagen. Opeens echter bemerkte hij
tot zijn schrik, dat zijn papier op was. Hij had niets meer,
geen stukje. Op een van de schrijftafels lag wel een stapel
formulieren, maar hij zou van het loket moeten, om er een
te nemen en hij zou zijn plaats verspeeld hebben.
Maar wat dan ? Had hij maar een krant, een boek bij zich
om over te laten seinen, maar hij bezat niets. Wanhopig
betastte hij zijn zakken. De telegrafist was al aan het laatste
woord bezig, zoo dadelijk zou hij plaats moeten maken voor
zijn collega, die achter hem stond. Toen ineens dacht hij aan
de brieven in zijn binnenzak. Hij haalde ze voor den dag
en keek ze in. „Lieve schat,” stond er boven den eersten.
„Mijn lieveling,” boven den tweeden en in dien geest waren
ze verder allemaal, ’t Zou niet bepaald pleizierig zijn, als
naar zijn blad werden overgeseind. Maar aan den anderen
kant: hij zou promotie maken, hij zou er haar vader mee
winnen en ze zouden kunnen ^rouwen ....
„Wie volgt,” zeide de beamte, die klaar was met zijn
laatste telegram en de reporter, die volgde, wilde naar voren
gaan, toen Jones den bovensten brief door
het loket duwde.
„Alsjeblieft, ik ben nog niet klaar, die brief
moet overgeseind worden,” en met een gelaten
gezicht zag hij nu hoe de telegrafist het velletje
opnam en over begon te seinen. Toen hij
er mee klaar was gaf hij nog een en nog een
en daar gingen ze, die epistels, die begonnen
met: „Mijn liefste. Wat is het lang geleden,
dat we elkaar zagen. Veertien dagen. Wat ’n
tijd en hoe, hoe lang zal ik nog moeten
wachten, mijn schat.”
Of met „Mijn lieveling. A4 dagen zie ik
nu naar nieuws van je uit, wanneer toch
zal ik weer iets van je hooren,”
Die epistels, die eindigden met een teeder:
„Vaarwel mijn engel, tot ziens” of met een
innig „Houd je goed liefste, over 3 dagen zal
ik weer bij je zijn.”
Daar gingen ze, al die velletjes, die eens met
zooveel teederheid waren geschreven, daar
gingen ze door de zakelijke handen van den
telegrafist, die ze grinnekend overseinde.
Maar jones merkte daar niets van, hij zag slechts dat er
al meer en meer reporters het kantoor binnenkwamen,
die zich allen weer voegen moesten achter de rij stampende
en vloekende voorgangers. En toen Williams eindelijk hijgend
en blazend met het verslag binnen kwam hollen, stond
Jones er nog om nu met een glimlach den einduitslag over
te laten seinen’; het eerste dat over den worstelwedstrijd
bekend zou worden. Daarna, alsof er niets gebeurd was,
ging hij door met de brieven te overhandigen, want zijn bericht
zou niet alleen het eerste zijn, zijn bericht zou het
eenige zijn, het éénige, dat er dien avond in New York bekend
zou worden.
En achter hem stonden de reporters te schreeuwen, te
trappen van woede. „Gooi dien kerel er uit. Weg met
dien vent.”
Maar Jones, met zijn horloge in de hand glimlachte. Wie
kor hem iets maken, zoolang hij er voor betaalde ? Eerst
drie kwartier later, toen hij den laatsten brief overhandigd
had, en hij er zeker van was, dat alle avondbladen uit waren
gekomen, maakte hij plaats voor degenen, die achter
hem kwamen.
In triumf ging hij naar New York' terug, waar hij met gejuich
door de redactie werd ontvangen.
Zijn courant was dien avond de eenige geweest, die van den
worstelwedstrijd verslag had gegeven. Alle oplagen waren
uitverkocht. Het blad had naam gemaakt, in één avond.
En den volgenden dag al was er voor Jones een plaats bij
de redactie.
Alleen zijn huwelijk ging niet door. Een week na het uitvoeren
van zijn meesterlijken truc, die inmiddels door heel
New York was bekend geworden, schreef ze hem, dat ze het
beter vond, dat voortaan alle intimiteit tusschen hen zou
ophouden.
Het was haar laatste briefje en het eenige, dat Jones
van haar zou bezitten.
ATHLETIEKWEDSTRIJDEN TE ROTTERDAM.
Te Rotterdam zijn op Zondag 15 Augustus Atletiekwedstrijden gehouden,
uitgeschreven door de Ned. Athletiek Unie. Hierboven „Sparta” uit Rotterdam,
de winnende ploeg Estafette, 4 maal 100 meter in 464/5 sec. {V.F.B.)
OEFENINGEN VOOR
MIL.IT. SPELLEI DERS.
De min. v. oorl. Bosboom vergezeld v.
gen. Kleynhens, verlaat „Houtrust” te
’s Hage, waar hij Zaterdag j.1. de cursus
bijwoonde, die, geleid door Reserve-luit.
J. J. Könings, gehouden wordt v. leiders
der athletiek in het leger. (foto Rembr.)
■ --
VEERDIENST ENKHUIZEN-STAVOREN.
De groep genoodigden, waaronder vele autoriteiten, die deelnamen aan den
proeftocht, op 14 dezer gehouden met de nieuwe boot ,,R. van Hasselt”, bestemd
voor den Veerdienst Enkhuizen-Stavoren. (V.F.B.)
|