Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1806 tot 1810 van 11897
Nummer
1915, nr. 67, 19 aug. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA UIT HET ZWARTE BOEK VAN ’N TELEGRAFIST DOOR J. T. VAN LEIDEN . . Vervolg). |orlay wist niet wie je was, de sukkel, die zich zoo gemakkelijk door een vrouw laat inpalmen, maar ik wilde wel eens weten wie die Miss Allen uit zijn telegram was. En wat een verrassing voor me toen ik jou daar van de boot zag komen !” Zijn wreedc lach stak haar als de angel van een bij. Ze zag naar zijn dwalende, bleek-groene oogen, die ze eenmaal, lang geleden, bewonderd had — o, wat een dwaas, argeloos schepsel was ze toen geweest! — en waarvan de loerende, valsche blik haar nu met afgrijzen vervulde. Ze zag zijn zwaren nek. zijn vierkante onderkaak, de dikke aderen op zijn grove, behaarde handen. En alle hoop zonk neer op len bodem van haar hart. Jij ! hoe durf je hier komen !" riep ze, met van verontwaardiging en achterdocht trillende stem. Hij zag haar bedaard aan, bracht zijn naar tabaksrook ai whiskey ruikend gezicht licht bij het hare. Je ziet er nog altijd knap uit !’’ was alles wat hij zei, terwijl hij goedkeurend met t hoofd knikte. Het rijtuig had zich intusschen door de voelige drukte van West Street heengewerkt en reed door de nauwe straten van Greenwich. Mary’s eerste samenhangende gedachte was dankbaarheid omdat ik ontsnapt was aan den valstrik waarin zij was geraakt, haar tweede -en van angst, dat ik haar misschien gevolgd was. En dan weer vervulde haar de vrees dat ik haar niet gevolgd zou zijn en haar in het beslissende oogenblik dat komen moest net te hulp kon snellen. Want ze wist dat Hannock haar nu geheel in zijn macht had, dat hij met haar doen kon w'at hij wilde, dat hij haar kwellen en vernederen zou als nooit te voren. Er was een oude schuld voor hem te vereffenen. N u w aren Morlay en de waardevolle papieren mets meer voor haar ; ze werkte niet langer plannen voor de toekomst uit, maar w'eek mgstig terug voor een topzwaar heden dat haar elk oogenblik, als een vallende muur, Ireigde te verpletteren. Week na week, in Europa, had ze vizioenen gehad van een catastrofe als deze, in slapelooze nachten en lagen die als nachti ierries waren. En nu was ze over haar gekomen. Hannock scheen haar snel heen en weer flitsende gedachten te raden ; hij lachte kort n ruwz en zei : „de wereld is klein, hè ? Ik dacht wel dat we elkaar nog eens zouden ontmoeten." Hij zweeg een tijd, genietend van haar r: uieloozen angst.Toen ging hrj voort : Jij hebt je wraak gehad. Nu komt de mijne. Maar de mijne zal grondiger zijn. Dacht je nu heusch dat t met me gedaan was omdat jullie den districts-attorney op me afgestuurd hadden ? Neen, hoor : Hannock heeft meer dan één pijl op z’n boog. Overal heb k vestingen om me in te verschansen, en ten slotte maak ik iedereen klein met m’n geld. ïk wind de politie tegenwoordig om mijn vinger. Nu ja, ze zoeken die papieren, omdat sommige vroegere eigenaars ervan, die ze toch eerlijk aan me verloren hebben, er CONCOURS HIPPIQUE TE ’S-GRAVENHAGE. Een interessant nummer van het Concours Hippique op Zaterdag 14 Augustus: het voorrijden van militaire bespanningen der veld­ {V.F.B.} maar dat is n onEngelsche politie. na dien inval over lamenteeren schuldig liefhebberijtje van de Dat luwt wel." Hij klopte Mary joviaal op de knie. „Ze moesten eens weten dat ik die stukken hier nu vlak bij me heb ! Dat heeft Morlay toch wel aardig gedaan ; zoo'n beetje er mee rondreizen tot ze z’n spoor kwijt waren. Alleen wat omslachtig misschien . . En wat ’n ezel, en ’n geluksvogel tegelijk, dat-ie ze nu juist aan jou moest geven !" Mary luisterde nauwelijks. Elk woord van hem vervulde haar met walging. „Waar gaan we heen ?" stamelde ze eindelijk. „Naar de keurigste en best ingerichte speelzaal van heel Manhattan, Naar Sheldon’s nieuwe inrichCONCOURS HIPPIQUE TE ’S-GRAVENHAGE. Te ’s-Gravenhage is van 13—15 Augustus een Concours Hippique gehouden, georganiseerd door de Vereeniging tot bevordering der Paardenfokkerij in Nederland, Hoewel het aantal concours-dagen en prijzen aanzienlijk kleiner was dan vorige jaren, was de deelneming aan het concours zeer bevredigend. — Wij geven hierboven den heer Heuf Cellendonk, te Avezaath, met zijn tweespan; een der prijswinners. HOOGE GASTEN OP HET CONCOURS HIPPIQUE. H.M. de Koningin, Z.K.H. de Prins en H.K.H. de Koningin-moeder, die op 14 Augustus het concours met hun bezoek vereerden. (V.F.B.) Minister Bosboom in ’n vertrouwelijk gesprek met Generaal Snijders gedurende het concours. (foto Rembrandt) artillerie, onder commando van luit.-adj. T, J. H. Steur. tuig. O, ik heb tegenwoordig overal m’n huizen. En je zult eens zien hoe we vooruitgegaan zijn ! Heelemaal niet meer die primitieve boel van vroeger. Vorstelijk ingericht. E2n ik maak ’t me lang niet meer zoo moeielijk als toen. Ik neem ’t ervan. Ik leef er op los." „Maar waarom moet ik mee ? Ik zal je die papieren geven — maar laat me dan gaan !" Ze tastte naar ’t pakje dat ze in haar blouse verborgen had, maar Hannock hield haar hand tegen. „Heeiemaal niet noodig. Ze zitten daar veilig. ’n Kwart nullioen ben je waard op ’t oogenblik. Dat vind ik wel ’n aardige gedachte. En waarom je meegaat ? Wei, om voor me te werken. Als straf. En ook omdat je handig bent en ’t vak goed kent en me van dienst kunt zijn. En omdat je er aardig uitziet.’’ Hij lachte valsch, en zijn groene oogen leken haar die van een slang. „Neen, van mij kom je niet meer af!” Mary zag om zich. Wanneer ze zich met een sprong uit ’t portier wierp . . . ? Het zou gevaarlijk zijn, maar alles was beter dan dit. Door een kier van het gordijntje zag ze naar de drukke straten van de city; het njtuig reed zoo snel langs de tramrails dat de voetgangers haastig uitw'eken en de razende cab verwonderd nastaarden. Met een snelle handbeweging opende Mary de deur en gilde den koetsier toe stil houden. Maar hij reed door als had hij niets gehoord. Ze gevoelde Hannock’s feilen greep aan haar schouder, maar ze rukte zich los en schreeuw-de nogmaals. Een paarstraatjongensholden het rijtuig achterna, riepen den voorbijgangers verwarde dingen toe van „dieven" en „moordenaars". Hannock had nu de hand om haar hals geklemd en t»achtte haar ’t schreeuwden te beletten, maar ze sloeg hem met de volle vuist tusschen de oogen, en nauwelijks had hij haar losgelaten of uit alle macht riep ze opnieuw' om hulp. Even verminderde het rijtuig zijn vaart, toen een volgeladen vrachtwagen de straat versperde ; van dat oogenblik maakte een politieagent gebruik om de paarden naar den teugel te springen. Hij werd een eindweegs meegesleept, maar ten slotte tracht hij de dieren tot staan. Eer hij het rijtuigportier kon openen had zich een dichte menigte om het geval verdrongen. Maar terwijl de agent zich met vuisten en ellebogen een weg baande, kwam in razende vaart een tweede rijtuig aanstuiven, hield midden in den menschendrom stil. Eindelijk! Ik had de hoop bijna opgegeven ze ooit in te halen, totdat het toeval me te hulp kw'am. En nu drong ook ik door de omstanders heen, totdat ik vlak tegenover Mary kwam te staan. Maar de blinde angst voor Hannock moest wel diep in haar gew'orteld zijn, want met haar vuisten sloeg en duwde ze me weg, als om mij te dwingen uit zijn bereik te blijven. Deze onberedeneerde, welbeschouwd dwaze handelwijze, haar door een zenuwachtige overspanning ingegeven, was echter het begin van een ongedachte ontknooping. Terwijl de agent haar polsen greep en haar stevig vasthield, mijn pogingen om bij haar te komen met stevige duwen van zijn ellebogen en zijn schouders afwerend, zag ik in het rijtuig de loerende oogen van Hannock strak op mij gericht. Dat gezicht maakte me dol, en ik vloog op den agent aan en riep: „die vrouw7 moet met me mee!" Toen kwam een plotselinge ingeving over Mary. „Ik zal ’t hem geven, agent — als hij maar geen , scènea maakt!" En ze greep^ „Hij kan den heelen als ie me dan verder (V.F.B.} naar ’t pakje in haar blouse rommel krijgen, daar, alles— maar met rust laat !" Het wzas een van Mary’s geniale invallen, en ik begreep dat ik mijn rol in het stuk behoorlijk moest meespelen. „Achteruit, jullie!" snauwde de politieman die Mary losgelaten had, tegen ’t opdringend publiek, en aan Hannock, die met een dreigend gebaar halverwege uit ’t rijtuig kwam, Het hij zijn revolver zien.
PDF
Nummer
1915, nr. 67, 19 aug. 1915
Blad
03
Tekst
3 PANORAMA DE LAATSTE MODE. Een keurig wandelcostuum van licht gekleurde eolienne of stof. Blouse laag uitgesneden, geplooide rok met opgeregen biezen, in de blouse kan een kanten (batisten) kraag gedragen worden. (foto Pierre}. ..Die vrouw nam me mijn brieven af,” zei ik, ..maar als ze me die teruggeven wil, dan is ’t goed. Laat haar dan maar gaan.” Haastig reikte Mary me ’t pakje, en ik liet het in mijn binnenzak glijden. De agent, blijkbaar verlangend dat ’t incident nu gesloten zou worden, legde barsch ’t zwijgen op aan Hannock, die paars zag van woede, en die met uitpuilende oogen schreeuwde dat ’t allemaal leugens waren, dat er geld in dat pakje zat en dat ’t hem toekwam. .Nu moet ’t eindelijk gedaan zijn !” vloekte de agent, aan ’t eind van zijn geduld. Hij duwde Hannock, die doldriftig protesteerde, naar ’t rijtuig terug. ..Vooruit, stap in en rij op. Allo, koetsier, rij je haast ?” Maar nu greep Hannock Mary om het middel, en alsof ze een kind was nam hij haar op en smakte haar in ’t rijtuig dat al in beweging was gekomen. Het bloed vloog me naar ’t hoofd en ais een tijger sprong ik op den ellendeling af. Doch op dat oogenblik sloeg de agent zijn beide handen in mijn kraag en rukte me achterover. ..Ben je nu gek geworden !” brulde hij. „Je hebt nu je brieven laat haar nu gaan met haar liefje !” Ik worstelde met den man, maar hij had me in een ijzeren greep, en intusschen raasde het rijtuig weg en hoorde ik Marv’s vertwijfeld hulpgeroep. ..Aan die vertooning moet ’n eind komen !” beet de verwoede agent me toe ; „’t is nu welletjes geweest. En als je niet gauw’ maakt dat je wegkomt dan maak ik proces-verbaal. Ik heb er genoeg van.” Hij liet me los en ik bleef een oogenblik versuft staan. Toen, onder ’t hoonend gelach der menigte, holde ik ’t rijtuig achterna, dat echter al lang aan den horizon verdwenen was. Natuurlijk verrichtte ik gekkenwerk, en ik begreep dit na ’n halve minuut ; hijgend bleef ik staan, terwijl mijn hart klopte of ’t barsten zou. Wat nu ? Het rijtuig waarmee ik Mary gevolgd had, was me achterna gekomen, en de koetsier zei laconiek: „wat zou u ervan denken als we eens afrekenden ?” ,.Nog niet, ’ ’ antwoordde ik. „Rijd me naar het Bartholdihotel.” En uitgeput liet ik me m de kussens vallen. Het was me of ik de eerste dagen niet geregeld zou kunnen denken. En ik verweet mezelf dat ik het met handiger had aangelegd. Waarom had ik dien Hannock niet eenvoudig doodgeschoten ? Iedereen zou me er ten slotte dankbaar voor geweest zijn. En de rechter zou begrepen hebben dat ik voor de eer, de vrijheid, ja voor het leven van mijn vrouw zoo gehandeld had. Maar — zoo is ’t nu eenmaaT: achteraf vindt ’n mensch altijd de beste oplossing. Wanneer ik nu mijn aanteekeningen overlees, dan vind ik er de grootste dwaasheden, tegenstrijdigheden en onwaarschijnlijkheden in, terwijl ik toch alles historisch juist vertel. Dat komt omdat de werkelijkheid zoo dwaas, tegenstrijdig en onwaarschijnlijk is. Alleen in de romans, de letterkundige verwerkingen van de werkelijkheid, klopt alles, sluit alles als een bus. Die romans worden pasklaar gemaakt; ze moeten aan zekere eischen van compositie en evenwicht voldoen. De realiteit spot daarmee. Hannock, en Morlay, en Saninovitch, en Mary, en ik, en de politie — ze zouden onmogelijke figuren in een roman zijn. De eerste de beste lezer zou het den schrijver verbeteren. En de reden is, dat in den roman alles netjes is voorbereid, uitgedacht en klaar gemaakt, terwijl wij avonturiers, wezens van vleesch en bloed, spontaan handelen en eerst achteraf zien hoe dom en verkeerd en onlogisch we soms handelden. Nu, beschouwingen genoeg. Toen ik ’n uur in de hall van ’t hotel had gezeten, met ’n sigaar, ’n kop koffie en den vasten wil om Hannock te overtroeven, kwamen mijn zenuwen en mijn gedachten tot bedaren, en mijn plan was gemaakt. Ik riep ’n taxi aan en liet me naar ’t Criminal Courts-gebouw in Centre Street rijden. Natuurlijk was er ’n half uur gezanik met allerlei uniformdragers noodig eer ik ze overtuigen kon dat ik den districts-attornev moest spreken. Een ander had ’t misschien al opgegeven, maar ik was vast besloten liever voor ’s mans deur te verhongeren dan mijn plan op te geven, en ik zette door met een onverbiddelijke taaiheid. Het kantoor waar ik binnenkwam was als een gezellige salon gemeubeld ; er hingen zware fluweelen gordijnen en er lag een dik, kostbaar tapijt. En er stonden zooveel gemakkelijke leeren armstoelen, dat de beste clubs van New York er jaloersch op konden zijn. Ik had me zoo voorgesteld in een koud, officieel vertrek te zullen komen, met ijzeren staven voor de vensters, en de tegenstelling bracht me even van mijn stuk. Maar de attorney, oprijzend van achter zijn groot, eikenhouten schrijfbureau, zag er uit als iemand die niet van tijd verspillen hield, en op zijn vraag wat ik wenschte, sloeg ik dus maar dadelijk spijkers met koppen. „U voert een campagne tegen Sheldon, den speeiholhouder en telegraaf-aftapper, als ik ’t wel heb.” De attorney leunde in z’n stoel achterover en keek me door zijn lorgnet-glazen met zijn scherpe, grijze oogen doordringend aan. Hij had een van die echtAmerikaansche, slanke figuren die zelfs een man van vijftig jong doen schijnen. ..Ik voer een campagne tegen iedereen die de wet overtreedt,” zei hij. „Maar laat u ’t vragen liever aan mij over. Hoeveel hebt u verloren ?” Hij nam een lijst met namen in de hand en doopte een pen in de inkt, als wilde hij aan de namen van Sheldon’s slachtoffers ook den mijne toevoegen. ,,Ik heb niets verloren,” antwoordde ik. „Ik ben geen speler.” „De meeste menschen die hier over Sheldon komen spreken, vertellen me hoeveel ze verloren hebben. En het behoort tot mijn plichten een dwaas en zijn geld zooveel mogelijk bij elkaar te houden. Het doet me genoegen te hooren dat u niet tot zijn slachtoffers behoort. Waarmee kan ik u van dienst zijn ?” MINISTERIEEL BEZOEK. Gevolg gevende aan de uitnoodiging van den heer F. J, \V. Drion, Tweede-Kameriid voor Ridderkerk, om een bezoek te brengen aan diens district, heeft minister Posthuma verleden week Vrijdag, in gezelschap van den heer Drion, een reis gemaakt in de omgeving van Dordrecht tot ’t bezichtigen van belangrijke bedrijven. Op onze foto ziet men den minister met gevolg tegenwoordig bij de zalmvisscherij. (K.p.ö.) DE LAATSTE MODE. Een batist of voile Zomerjapon met kanten entredeux en rand uit een stuk, in taille door een dubbele, fluweelen ceintuur afgescheiden. Kan over ’n donker onderkleed gedragen worden. (foto Pierre}. Hij bood me een sigaret aan, en er verliepen eenige seconden met het opsteken ervan en het genieten van de eerste trekken. „Ik heb uw hulp noodig om een vrouw te bevrijden uit Sheldon’s nieuwe speelzaal. Ze is een goede vriendin van me, en ze wordt daar gevangen gehouden.” „Door de politie ?” „Neen. door Hannock. Kent u Hannock, vroeger van (hicago ?” De attorney glimlachte alsof hij vragen wilde : wien zou ik niet kennen ? Maar ’t leek me of hij verrast was te hooren dat Hannock zich in New York bevond. „Is ze een fatsoenlijke vrouw ?” vroeg hij. „Ik interesseer me niet voor andere,” antwoordde ik kort. „Is ze een geregelde bezoekster van speelgelegenheden ?” „Dat geloof ik niet.” „Geen geregelde bezoekster ?” „Neen.” „Sommige vrouwen uit goeden stand hebben dien hartstocht soms voor ’n tijdje, zooals u weet !” „Ze mag vroeger misschien geregeld gespeeld hebben, maar tegenwoordig toch niet.” „Juist. En wat wilt u dat we doen ?” Haar helpen om weg te komen voor haar iets overkomt.” „Wat overkomt ?” Ik was niet van plan den man te vertellen dat ik met de papieren in mijn zak zat waarvoor Hannock haar in gijzeling zou houden, en ik zei dus : „Nu, voor ’n vrouw is er altijd gevaar als ze haar vrijheid kwijt is.” ,(roed. L’ wilt dus dat de politie ... ” hij zag op de klok —* „vóór twee uur vanmiddag een inval bij Sheldon doet, en uit zijn inrichting een jonge dame verlost, die daar vanmorgen heenreed, naar ik me voorstel, en op wier terugkomst u vergeefs wachtte. En dat alles omdat zekere banden, die u niet nader wenscht aan te duiden, u met die jonge dame verbinden. Wel, wel; zoo, zoo.” Hij leunde weer achterover, zag glimlachend naar de zoldering. Toen keek hij me zwijgend aan, met een schoudergebaar dat zeggen wilde : vindt u ’t zelf niet dwaas ? (Wordt vervolgd). 67 (8a)
PDF
Nummer
1915, nr. 67, 19 aug. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA EÉN ZILVEREN PRIESTERFEEST EEN INTERN EERINGS-TENTOONSTELLI NG Te Zwolle is verleden week een tentoonstelling geopend betreffende Belgische geïnterneerde! Wij brengen hierboven een foto van het gezamenlijk comité, waarin talrijke autoriteiten zitting hebben (V.F.B.) Zondag j.1. vierde de ZecrEerw. Heer A. G van den Berg, pastoor der parochie St. Liduina, Schenkkade te ’s-Gravenhage onder zeer veel blijken van belangstelling zijn zilveren priesterjubileum (foto v. Tof) Z>omeravond~ rust O heerlijke avond na een snikheeten zomerdag ! Ge zijt gelijk de herberg voor den dorstigen koetsier, het koek-en-zoopje voor den schaatsenrijder, de sansatoüt voor den whist-speler. Eindeloos-lange uren heb ik op U gewacht, naar U gesnakt! Ge zijt mijn verre troost, mijn eenig verlangen geweest gedurende den tijd, dat de zon de keien roosterde en de schroeihitte door daken en muren heen mijn gefolterde hersenpan scheen te willen stoven in haar gelijkmatigewarmte. Eindelijk zijt ge daar ! Als ik dichter was, ik zou U bezingen met mijn schoonste poëzie,maar helaas 1 ik kan U slechts aanbidden, zooals een minnaar zijn liefste aanbidt, met het beste en teederste, wat in hem is 1 We hebben een waranda, een heel gewone, burgerlijke waranda, een der vele De Lawn=Tenn0§=Emdwedstrijden van „Leomonias” te ’s=Gravenbag Mejuffrouw A, Blom na een gelukkigen slag De beide heeren-dubbelspe! die in den eindwedstrijd kwamen. Links: graaf van Bylandt en Diemer Kool. Rechts: v. Voorst van Beest en v. d, Bergh j. Ruys, een der uitstekende Rotterdamsche spelers. Een groepje toeschouwers waaronder Mr Kan (x) secr. van Binnenl. Zaken, die ook onder de deelnemers behoorde. Freule de Kempenaer in actie. Gereed voor een goeden slag. Mr. Meertens in ’t spel. uit de afgemeten huizen rijen. Natuurlijk vind ik mijn waranda de mooiste van alle, waarschijnlijk, omdat ik niet aan den buiten kant zien kan, dat zij even afschuwelijk is als de andere. En, al kon ik ze aan den buitenkant zien, dan nog misschien zou ik mezelf niet willen bekennen dat ze gelijk de andere is. Maar binnenin is mijn waranda toch wel de mooiste: ik heb op de balustrade in ’t midden een bloemenbak met vier geraniums, drie roode en een rosé, drie margrieten en twee varen tjes. Voorts komen er in ’t midden en aan de kanten eenige sierlijke klimopranken uitbuitelen, die als groene watervalletjes naarbeneden golven en zich om de waranda-spijlen slingeren. Aan de zoldering hangt een roodsteenen bloemkorf, waar middenin een dikstelige geranium troont en, als een kloek op haar kuikens, neerziet op een paar bescheiden vergeet-mij-nietjes en ander klein goed. Dit alles vormt tezamen de groote attractie van mijn waranda. Voor een onverschil - Pater W. v. d. HEUVEL.. PATER W. v. d. HEUVEL, die een groot gedeelte van zijn leven doorbracht in Indië, vertrekt ondanks zijn hoogen leeftijd weer daarheen, nadat hij voor zijn gezondheid een jaar hier te lande heeft vertoefd. C. STRUVE. t De eigenaar van het hotel De Doelen te Groningen, de heer C. STRUVE een in geheel Nederland bij het reizend publiek bekende persoonlijkheid, is een dezer dagen overleden JULIAAN DEVRIENDT Buste van Juliaan de Vriendt, den beroemden Belgischen Kunstschilder, vervaardigd door de Haagsche Beeldhouwstet Mejuffrouw Marie de Blaauw, leerlinge van Toon Dupuis Juliaan de Vriendt bracht na den alqemeenen uittocht uit Antwerpen eenige maanden in Holland door, doch vervul’ thans weer zijn functie van Directeur der academie van Bee dende kunsten te Antwerpen KEURING TE ZUTFEN VAN TREKHONDEN VOOR HET LEGER De keuring van trekhonden voor het Nederlandsche leger door de commissie die is samengesteld uit Kapt. Jhr. C A j. Meijer, den heer Peters en den 2en luitenant van het militair Auto-corps E. Cremers
PDF
Nummer
1915, nr. 67, 19 aug. 1915
Blad
05
Tekst
5 PANORAMA GEÏLLUSTREERD OORLOGSNIEUWS lig of rijk-met-bloemenbedeeld lezer zal dit een bescheiden bezit lijken, maar ik verzeker U dat het voor een niet-verwend mensch een rijkdom kan zijn. Ik kijk er dan ook met welbehagen naar, turend door de kieren van mijn halfgesloten oogleden, en lig-zittend op den makkelijksten zetel, dien het huis oplevert, een eetkamer-stoel met hoogen rug. Om mij heen ligt de rust. een slaperig-makende kalmte. De waranda’s zijn haast nog alle leeg: een enkele bewoner zit er. zooals ik. een beetje genietend te doezelen. De boomen in de tuintjes staan te DE STRIJD AAN DE DARDANELLEN Welk een moeilijkheden het gevechtsterrein aan de Dardanellen voor de oorlogvoerende partijen met zich brengt, laat ons bovenstaande foto zeer duidelijk zien. Voor transportwagens die de troepen nabij Sidi Bishr van ammunitie en levensmiddelen moeten voorzien, zijn niet minder dan 16 paarden gespannen op den arm en wijst het de kuikentjes in den buurtuin. Het kindje kraait genoeglijk en trekt aan zijn moeders haren. Hoe lieflijk is dat tooneeltje, welk geluk ademt het ’ — De geluidjes van het kindje en het blaffen van den hond — ze werken geen van beide storend en ik zou den avond niet com pleet vinden zonderhen! Hoor, weer een hond in de verte, die twee geven elkaar nu antwoord. Alleraardigst duet. het zware blaffen van den grooten hond en het keffen van den anderen, zeker een terrier. Als het nu maar niet aanhoudt, dan gaat de aardigheid eraf ’ VROUWEN IN DE LOOPGRAVEN ln Galicië waren de boerenvrouwen den Russen behulpzaam bij het graven hunner loopgraven GEWOND UIT DEN STRIJD Een patrouille die van een verkenningstocht terugkeert voert een gewonden kameraad met zich. (VF.B.) UIT HET OOSTEN RIJKSCH-ITALIAANSCH E GRENSGEBIED De Oostenrijksche troonopvolger Aartshertog Karl Franz Joseph (eerste van links te voet) onderhoudt zich met een officier die zich in den strijd tegen de Italianen bijzonder onderscheiden heeft. (V.F.B.) KLEINE VESTINGEN Een kerkhof in België dat door de Duitschers in een klein fort herschapen is. (V.F.Bj DE VERWOESTING IN ATRECHT Wat er van 'n huis in Atrecht overbleef. Alleen het dak bleef tusschen de belendende perceelen hangen, Voor de rest is alles weggeschoten. IN DE RUSSISCHE LOOPGRAVEN Achter hun front hebben de Russen steeds een nieuwe serie loopgraven ingericht, die zij bij hun terugtocht steeds direct in staat van verdediging kunnen brenger slapen en hun kruinen bewegen droomerig. Alleen de pas uitkomende groente in enkele moestuintjes geeft een bezigen indruk, zoo kordaat heft ze het groene lijfje na den broei-dag op uit de pas-begoten aarde. O droom-boomen, o moestuintjes, o waranda-kalmte, wat heb ik naar jullie verlangd heel den lieven zonnedag! Maar alle leed is nu voorbij : ik zit hier en een koeltjekust onmerkbaar mijn geblakerde wangen. Heel in de verte blaft een hond ; het is in stijl met den avond, zoo innig rustig. Een voor mijn oogen onzichtbaar geitje blaat tevreden. Op een der overzij - waranda’s treedt een jonge vrouw ; ze houdt een blond-krullig kindje DE DUITSCHE CAMPAGNE IN AMERIKA In de straten van de groote Amerikaansche steden worden er door pro-Duitsche agenten redevoeringen gehouden waarmede getracht wordt de arbeiders in dt ammunitiefabrieken tot staking over te halen (VFJiï
PDF
Nummer
1915, nr. 67, 19 aug. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 6 O E DRANKBESTRIJDING. Verleden week hield de Nederlandsche Vereeniging tot afschaffing van Alcoholhoudende dranken haar 81ste algemeene vergadering te Leeuwarden, gepresideerd door den algemeenen voorzitter, den heer P. v. d. Meulen. Wij geven hierboven een groep der vergaderden. (V.F.B.) TEGEN DE TABAKSBELASTING. Verleden week is er in de groote zaal van de Beurs voor den Diamanthandel te Amsterdarfl een protest-vergadering gehouden om te protesteeren tegen de regeeringsvoornemens inzake een tabaksbelasting. De vergadering was belegd door den Ned. Bond v. Sigarenwinkeliers. (V.F.B.) O, wat lig ik hier kostelijk in die heerlijke weldoende kalmte ; zoo blijf ik uren liggen vanavond 1 Straks komen de sterren, eerst nauwelijks zichtbare goudstipjes aan den lichtblauwen hemel, dan twinkelende lichtjes op donkerblauw fond. Die honden moesten nu eindelijk eens ophouden, ze maken alle collega’s in de buurt wakker. Die kleine nijdasserige Puck aan den overkant doet ook al mee. ’t Lijkt wel een automaatjeI Kijk, zijn pooten gestrekt, zijn kop schuin in de lucht ; eerst blaft hij twee keer langzaam, dan volgt een kriebelig-makende aria van hooge kijf-nootjes. De hond doet me denken aan een pingelende vischvrouw. Wat zal ik zoometeen, als de lieve beestjes zwijgen (ze zuilen toch niet eeuwig doorblaffen ?) den avond weer dubbel genieten 1 Zóó is het om dol te worden ! Het aardige kindje wordt er schijnbaar ook al onrustig door : zijn moeder STRAN DVERM AAK. Op initiatief van eenige badgasten werd verleden week te Katwijk aan Zee een wedstrijd uitgeschreven in het maken van zandwerken voor kinderen van 7 12 jaar. De kinderen mochten werken in groepen van 5. Niet minder dan 85 namen er aan deel. Wij geven hierboven een imitatie van den Burcht te Leiden (1ste prijs) met de vervaardigers. GEMEENTELIJKE VISCH VE R KOO P. Verleden week Donderdag is te Maastricht voor de eerste maal een verkoop van gemeentelijke visch gehouden, die in één woord een succes is geweest. Tot laat in den avond heeft men de verkoopers als ’t ware bestormd om een hoopje visch machtig te worden, en 't gedrang was op een gegeven oogenblik zoo hevig, dat 2 huismoeders flauw vielen? heeft hem in de slaapkamer gedragen en ik kan juist zien hoe hij heftig protesteert tegen haar daden als ze hem tracht uit te kleeden. Wat zoo’n kindje toch veranderlijk is ! ’t Eene oogenblik enkel zonneschijn, ’t andere een onweerswolk. Hoor me dat ding nu eens een keel opzetten ! Gelukkig, zijn moeder stopt het een of ander in zijn mond, zeker een balletje. Mijn moeder deed dat vroeger met ons ook. Zoo, nu ligt hij. Moeders hoofd duikelt enkele malen heen en weer in ’t ledikantje, nu knuffelt en kust ze hem zeker goeden nacht. Wat snoezig is dat! Kijk, nu loopt ze op haar teenen door de kamer, ruimt de kleertjes weg en komt weer op de waranda. Jammer, dat het kindje nu slaapt, ’t was zoo aardig om naar te kijken, hij op den arm van zijn bruingelokt moedertje. f Is verbazend wat die honden een uithoudingsvermogen hebben 1 Ik kan niet meer tellen hoeveel er nu blaffen, maar ’t zijn er minstens twaalf, ’k Heb nooit geweten, dat het hier zoo’n honden buurt was ! Met zoo’n heidensch lawaai om je heen is het nu toch een onmogelijkheid om te doezelen 1 Ik kan niet eens meer mijn gedachten op den rust-golf mee laten deinen. Woef! waf-waf-waf- ! kèf-kèf-kèf! Ik ga rechtop zitten, neem een hard aardkluitje uit mijn geliefden bloembak en smijt het naar mijn buurmans hondje. Ach, als je het gevolg van zooiets vóóruit wist — nimmer gooide je aardkluitjes naar blaffende honden 1 Puck springt opzij, licht zijn oogen en zijn bovenlip op en gromt met op-en-neer-gelüidjes, als een zaag. Dan schiet hij los in een vervaarlijk: „hoe-hoe-hoe 1”, waarop alle vriendjes uit de buurt invallen. Dit blijkt de ouverture te zijn. ’t Kindje aan den overkant wordt natuurlijk wakker; het geeft een geweldigen, mergdoordringenden gil en laat dezen volgen door ’n klaaglijk geschrei. Wel, nu zal ik in al deze ellende tenminste gelaafd De firma J. j. v. d. Pas, sigarenfabrikante te ’s-Bosch, mocht het voorrecht genieten van den nieuw-benoemden Nederl. Gezant bij het Vatikaan, Excellentie Mr. L. H. W. Regout, verlof te ontvangen tot het in den handel brengen van een sigaar onder een etiket, dat Zijne Exc. voorstek. Reeds vrij spoedig zal deze sigaar, voor den prijs van 3, 4 en 5 et, verkrijgbaar zijn. Wij wenschen de firma goed succes als belooning voor hare actueele reclame! worden door den gezegenden aanblik eener troostende moeder 1 Maar neen, de bruin-gelokte draait zich enkel om en steekt haar rechter-wijsvingertje in de hoogte. „Wil je wel eens slapen gaan, nest 1” Heftiger uitbarsting. Ik wend mijn bedroefden blik af en laat mijn oog rusten op de kiezeltjes van de daken der tuinhuisjes. Ik heb nooit BOND VAN AMBTENAREN DER HOLL. SPOOR Door den Bond van Ambtenaren in technischen dienst der Hollandsche Spoor is op Zondag gehouden te ’s-Gravenhage. — Hierboven een foto van het Bestuur en 15 Augustus de leden. veel sympathie gevoeld voor katten, maar nu voel ik plotseling iets als vriendschap opwellen voor twee poesjes, die elkaar op enkele meters afstand zitten te beloeren. Die beesten maken tenminste geen lawaai ! Nu net doen of ik niets hoor van al die herrie, mijn oogen verkleinen tot spleetjes en dan alleen naar die lieve, stille, fluweelige poesjes kijken. Maar goeie genade! wat is daar nu weer ? De grijze poes staat op en loopt met hangenden kop en zacht-bewegenden staart een paar pasjes naar het zwarte poesje. 9 Het zwarte poesje staat ook op, zenuwachtig met haar oogjes knipperend. De staarten bewegen nu beide, gelijkmatig als de slinger van een klok. Onbeweeglijk als de klok zelf rusten de poeze-lijfjes op de fluweelen pootjes. Dit blijft wel vijf minuten zoo ; dan naderen ze elkaar weer een paar pasjes. Ach, lang-verlangde, geurige, koele droom-avond ! waar ben je gebleven ? Waarom mag een arm mensch zijn moegetobd lijf niet wentelen op je bloemrijk leger ? Alle duivelen der hel vieren hier dezen avond feest ; dit langwerpige waranda-wereldje, dezen schuilhoek van suf-getranspireerde stakkers hebben ze tot feestzaal gekozen ! O genade, wat is dat? Wie gilt daar dien galmende satans-lach ? Maar verlies ik dan mijn hoofd in al dit rumoer ? ’t Zijn immers de katjes maar, de fluweelen, die zich de nageltjes scherpen op elkanders huidjes ? Weg droomerijen I weg visioenen van gouden sterren aan donkeren hemel! weg teere, ragfijne zomeravondidylle ! Vecht maar op, katten! brul maar raak, kindje! schreeuw je vermaningen maar, bruingelokte moeder! O, daar komen de kippen ook nog I wel ja. gekakel dat hóórt er bij ! En de haan vergist zich, hij kukelekuu-t en rekt zijn koninklijken hals coquet over de hoofden zijner kakelende, nederige vrouwen. De hondjes blaffen ook nog, met rauwe kelen en aan alle kanten komen de menschen op de waranda’s en kijken en luisteren met blijde gezichten, die idioten! Wat kunnen ze ook begrijpen van mijn ingestorte luchtkasteel ? van mijn in leed verzonken illusie ? Zal ik mij boos maken of mijn smart met opgeheven hoofd dragen ? Ik doe het geen van beide. Ik neem den stoel en sluip gebogen weg. Binnen is het een bakkersoven ; heel de vergadering broeihitte van den dag stooft (V.F B.) er nog, maar ik heb diewarm­
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1806 tot 1810 van 11897