Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1791 tot 1795 van 11897
Nummer
1915, nr. 65, 12 aug. 1915
Blad
03
Tekst
„En u zoudt alle voorwaarden aannemen ?” Maar boven hen, in de kleine Marconi-hut, begon de draadlooze telegraaf te knetteren en te knappen. „Luister!” riep Mary, instinctief ontvankelijk voor alles wat haar vroeger beroep betrof. „De draadlooze !” Boven het ruischen van de golven en het stampen der machines hoorden ze duidelijk het spatten en ratelen der overspringende vonken. Voor Morlay, ongeduldig het gesprek voort te zetten, beteekende liet niets anders dan een reeks onverstaanbare , onsamenhangende geluiden. Maar voor Mary, die met wijd geopende oogen luisterde, was het een welgeordende stoet van strepen en punten die een duidelijke meening hadden. En elk woord dat op zijn Hertziaansche vleugels door den nacht ijlde als een snelle postduif, beluisterde en vertaalde en las zij, ademloos. „Dus wij gaan samen — jij en ik — we wagen het: wat het ook geven moge!” zei Morlay triomfantelijk, en zijn gezicht was dicht bij het hare, zijn hand lag op haar arm. „Luister,” zei ze scherp ; „klinkt T niet als een bundel bliksemstralen ?” Het bericht dat van het dansende schip naar de ontvangdraden van het Highland Heights-station oversprong wilde Mary woord voor woord lezen. Want zoo eenvoudig als 't was, bracht het een strijd tusschen vrees en triomf in haar te weeg naarmate de woorden zich tot een begrijpelijk geheel aaneen rijden : „Een — vrouw — die — Allen — heet — zal - de — papieren — naar — Sheldon’s — huis — brengen — ik — zal — bericht — van — u — wachten — in — Philadelphia — laat — me daar weten — hoe — toestand — is.” Morlay had dus reeds op haar gerekend, zelfs het telegram al opgegeven waarin haar diensten als vaststaande waren aangenomen ! Dat was, behalve het nieuws dat Sheldon dus dien avond van den inval eveneens had weten te ontkomen, het voornaamste, ja het beslissende uit dit telegram. Ze haalde diep adem, dwong zich tot de kracht en den moed die de toestand van haar vroeg en zag hem rustig vast in de vragende oogen. „Ja,” zei ze, „als je het wilt — ik doe met je mee, hoe het ook loopt!” Hij stond op. „Goed. Aangenomen. Maar bedenk het wel : tot het uiterste einde, wat er ook gebeurt !” „Tot het uiterste toe !” antwoordde ze. En er was zoo iets beslissends in haar stem, dat .hij niet langer twijfelde en haar geheel vertrouwde. VIII. In den grauwen, vroegen morgen, toen de Slavonia van de Upper Bay in de North River stoomde, en de huizenlijn van Manhattan door de eerste stralen van de opgaande zon verlicht werd, stond ik onverwacht tegenover Mary, bij de deur van haar hut. Het waren moeilijke dagen voor mij geweest. Altijd had ik om haar en Morlay heengezworven, moeten toezien hoe ze zich door hem het hof liet maken, hoe ze altijd samen waren en elkaar geheimzinnige dingen in het oor fluisterden. Ik wist wel: Mary kon niet anders; ze speelde plichtmatig haar rol ; maar mij maakte het bijwijlen razend. Ik kon het niet langer aanzien. Ik wilde ook weten wat er nu te gebeuren stond: 3 Triesche Meren. (Uit het Cllbum „‘Nederland”, uitgegeven door de 7Aij. tot frxpL van Staatsspoorwegen, 1915). misschien ging ze wel met dien man mee......... „Ik moet je spreken !” zei ik ruw. Ze zag haastig om zich heen. „Nu niet — bedenk toch dat hij ons ieder oogenblik hier zien kan !” „In je hut dan !” Ze maakte een wanhopige beweging. „Daar komt hij ook telkens !” Ik onderdrukte een vloek. „Ik moét weten wat er gebeuren gaat ! Denk je dat je me maar rustig in den steek kan laten ?” „Ach — dat weet je toch heter ! Ik zal je schrijven naar het Bartholdi-hotel ; wacht me daar!” Maar daarmee was ik niet tevreden. „Heb je de papieren ? Laten we er dan rechtstreeks mee naar den districts-attorney gaan. Het is toch zoo eenvoudig !” „Dat is het niet ! Redeneer toch verstandig. Ten eerste zal hij mij de papieren eerst geven als we aan wal zijn. En dan zijn er nog duizend mogelijkheden : Morlay kart me volgen, of laten volgen, of hij heeft handlangers aan de pier staan .... Natuurlijk moet ik beginnen met.........” Snel drong ik haar de hut binnen, grendelde de deur achter me. „Natuurlijk moet je beginnen met te doen of je die papieren voor hem in veiligheid brengt. Dat begrijp ik. Maar dan ? En wat, als je in gevaar komt ?” „Ik weet het nog niet. Alles hangt van de omstan­ “Kasteel ©oorwerth. (Uit hel Cllbum „Nederland”, uitgegeven door de TAij, tot óxploitatie van Staatsspoorwegen, 1915), digheden af. Als ik niet gevolgd word, en ik kan me met de papieren ergens in veiligheid stellen, dan telefoneer ik je . . . Maar noch hier, noch op de kade, kan ik een beweging maken die verdacht zou schijnen . . . . Wie weet of Hannock zelf me niet opwacht !” Hannock ! De naam van haar hoozen geest deed een rilling door haar lichaam gaan toen ze hem uitsprak. Er werd op de hutdeur geklopt, en een steward vroeg of haar bagage klaar was. „Over tien minuten !” Ik begreep dat ik gaan moest. Maar ik was vastbesloten Mary in liet oog te houden en haar overal te volgen waar ze ging. Ze had gelijk : het leek zoo eenvoudig, aan den wal naar den eersten den besten politieagent te gaan en te zeggen : hier heb ik waarden die door de justitie gezocht worden ; ga alstublieft met me mee. Maar afgescheiden nog van het feit dat daarmee onze kans op een flink aandeel in de buit verkeken zou zijn, wist ik ook wel dat zulke dingen in Amerika zoo eenvoudig niet gaan ; Mary zou nauwelijks een agent hebben aangesproken, of er zouden rechts en links schoten vallen, -een wilde verwarring zou ontstaan waarvan de gevolgen niet te overzien zouden zijn. Dus ging ik gelaten de landingsbrug af en zag toe hoe Morlay nog geruimen tijd met Mary praatte en haar tenslotte een pakje in handen gaf. Waarom op da| oogenhlik een man met een kodak, en die op zijn rechtermouw een gouden geborduurde P. droeg, mij snel en glimlachend fotografeerde, begreep ik niet. Ik had echter tijd noch lust daarover lang na te denken. Mary toonde niet de minste zenuwachtigheid. Morlay noemde haar ShekloiTs adres, en kalm borg ze de papieren, waarvoor ze zoo hard gewerkt had, tusschen haar blouse, zonder eenige voldoening te laten blijken. Ze ging zonder overhaasting het hek langs het •douane-gehouw door, waar ’t rijtuig stond dat Morlay door een steward voor haar had laten bestellen, en waarvan de gordijntjes neergelaten waren. Ze hoorde het doffe hoevengetrappel op het houten plaveisel als een welkome muziek, en terwijl het rijtuig langzaam de overvolle Weststreet inreed, sloot ze1 de oogen en liet ze zich terugzinken tegen de gekussende leuning met een gevoel van dankbaarheid en verlichting. Als de koetsier haar aan de ferry zou afgezet hebben, was het tijd genoeg om aan verdere maatregelen te denken. Wanneer ze in elk geval rnaar eerst zekerheid had dat niemand haar spoor volgde . . . Op dit oogenhlik werd de deur van haar cah opengerukt, en een forsche gestalte verscheen in het plotseling onstane vierkant van licht. Ze uitte een verschrikten kreet toen de gedaante naar binnen sprong en naast haar kwam zitten. De deur sloeg met een smak dicht, als een val die met een stalen veer gesloten wordt. „Hallo, Mary — daar ben ik ! Ik heb naar je uitgezien!” zei de indringer, met een toon van spot in zijn zorgeloozen lach. Het was Hannock. Ze staarde hem in verstomming aan, kon niet anders uiten dan een woordloos keelgeluid, half van protest, half van schrik. „Ja, ik ken je nog, zooals je ziet! (Wordt vervolgd) 65 (7a) PANORAMA
PDF
Nummer
1915, nr. 65, 12 aug. 1915
Blad
04
Tekst
PANORAMA 4 MILITAIRE CURSUS VOOR LEIDERS IN LICHAAMSOEFENINGEN. Zaterdag 7 Augustus is op het Sportterrein Houtrust te ’s-Gravenhage een militaire demonstratie gegeven voor leiders in lichaamsoefeningen, die vereerd is geworden met een bezoek van den Opperbevelhebber, generaal Snijders. Foto links, v. 1. n.r.: Ie luit. Moorman, een der leiders; overste Merens, adj. v. d, opperbev.; generaal Kleinhens; generaal Snijders Foto rechts: reserveluitenant Könings demonstreert het loopen over hindernissen. G. BEUKEN, pachter van den tol aan de Hooge Vuursche, is een stoere fietsrijder, ondanks zijn tachtig jaren, Hij maakte onlangs op zijn driewieler een tocht van tien uren en was volstrekt niet vermoeid. Menig jongere zou het hem niet nadoen. Het kwaad loont — zijn meester— DOOR PRISC1AAN De kapitein trok ongeduldig aan zijn knevel. ,,Het is van het hoogste belang haar onmiddellijk te spreken,” verklaarde hij. ,,Ik breng een dringende boodschap van den gouverneur, die ik alleen aan madame mag berichten. Zeg dat dadelijk aan je meesteres !” Alleen gelaten lachte hij zacht voor zich heen en stak een sigaret op. ,,Ze speelt haar rol uitstekend,” mompelde hij ; zijn oogen dwaalden door het vertrek en Petro Georgewiteh belet gevraagd bij de vrouw van den gouverneur en de lakei keerde terug met de boodschap dat me- < xA' ;X, A/ 1 * i 1 vrouw hem niet ontvangen kon, omdat zij zware hoofdpijn had. „POLO-WEDSTRIJD". Door de Zeister Zwemvereeniging is verleden week te Zeist een Polo-feestwedstrijd georganiseerd, waarvan wij hierboven een aardig moment in beeld brengen. hieven op den spiegel rusten, waarin zijn beeltenis geheel weerkaatst werd. Geen vrouw kon hem weerstaan. Hij liep op den spiegel toe om zijn knappe gestalte van meer nabij te bewonderen, doch keerde haastig terug, toen hij den naderenden stap van den dienaar hoorde. ,,Madame zal u ontvangen,” zei de lakei, de deur voor hem open houdende. Petro volgde hem met haastige stappen de breede gang door en de trappen op naar de LANSELOET ENDE SANDERIJN In het vriendelijk openlucht-theatertje van mevrouw Grothe-Twiss te Hilversum is verleden week een zeer goed geslaagde opvoering gegeven door „die Haghespelers” van „Lanseloet ende Sanderijn,” opgeluisterd door dansen van Lily Green. Hierboven Ed. Verkade en Else v. Duyn als Lanseloet en zijn moeder. kamer van madame. Daar diende de lakei hem aan, sloot de deur en verwijderde zich. Het volgende oogenblik lag de vrouw van den gouverneur aan zijn krachtige borst en waren haar armen om zijn nek/ geslagen. ,,Wat ben ik blij dat je gekomen bent, Petro”, murmelde zij. ,,Ik begon te vreezen dat je niet kwam.” ,,Meer haast zou onvoorzichtig geweest zijn, dierbare Hortense”, was zijn antwoord. ,,Mijn hart, dat weet je, was steeds hier.” En hij kuste haar zacht. r.-k. Esperantisten bon d. De deelnemers aan de op Zondag 8 Augustus te Bussum gehouden openluchtbijeenkomst van den Nederlandschen R.-K. Esperantistenbond. (V.F.B.)
PDF
Nummer
1915, nr. 65, 12 aug. 1915
Blad
05
Tekst
5 PANORAMA GEÏLLUSTREERD oorlogsnieuws EEN HOOGST INTERESSANTE OPNAME VAN DEN RECHTER- EN LINKER WEICHSELOEVER: Deze hoogst interessante, van uit een vliegmachine genomen foto, blijkbaar uit Duitsche bron afkomstig, geeft niet alleen een volledig panorama van het gevallen Warschau (links op de foto), doch ook van den rechteroever van den Weichsel. Rechts onderaan op de foto ziet men Praga, van waaruit de Russen, nadat zij zich op den rechteroever van den Weichsei hadden teruggetrokken en de bruggen, die men op onze foto ziet, hadden laten springen, de binnenstad van Warschau met artillerievuur hebben beschoten. (V.F.B.) „Is de bruut vertrokken ?” vroeg zij. „Een uur geleden ging bij van hier I” „Gaf de hemel dat hij nimmer terugkeerde”, riep ze hartstochtelijk uit. „Ik haat hem, ik haat hem ! Jij zult je woord houden, Petro? Jij zult mij bevrijden van dezen man ?” „Dit is het eenige waarvoor ik leef,” verzekerde hij haar. „Het eenige waar ik dag en nacht aan denk. Want ik bemin je, Hortense, lieveling ; jij bent mijn eenig geluk!” „Mijn dierbare Petro !” Haar stem klonk zacht en liefkoozend. „Neen. neen”, ging ze voort, toen hij haar weer in de armen wilde nemen, „nu niet ! Heb geduld ! Er is weinig tijd. Jouw bezoek zou, als het te lang duurde, argwaan wekken. En ik heb je veel te zeggen.” Ze sprak koortsachtig gejaagd. „Ga nu zitten, Petro, en luister ! ïk heb plannen gemaakt voor mijn vrijheid en ons geluk. Alles wat ik bedacht en voorbereid heb, deed ik omdat ik je met geheel mijn ziel liefheb, Petro.” Hij zat tegenover haar. Deliefde was uit haar oogen verdwenen en had plaats gemaakt voor gloeienden haat. De zachte glimlach was vervangen door een harden trek op haar gelaat. Op dit oogenblik was ze geheel vervuld van de plannen, die ze had uitgedacht. „Onmiddellijk nadat Kremeloff is teruggekeerd”, begon ze, voorovergebogen op fluisterenden, ongevoeligen toon,„vertrek ik naar Parijs. Ik zal een telegram ontvangen, dat mijn uit BELGIË, moeder ernstig ziek Nog altijd vormen Duitsche mariniers een is Dit heb ik al ge- hoofddeel van de Duitsche bezetting EEN GENOMEN RUSSISCHE STELLING. Een zeer sterke Russische stelling aan de Narew in de buurt van Makow, nadat deze door de Duitschers genomen was. Vlaanderen. EEN OVERWINNINGSGEDEN KTEEKEN. Russische krijgsgevangenen die in een stad in OoM-Pruisen helpen aan (V.F.B.) de oprichting van een Duitsch overwinningsgedenkteeken (V.F.B.) EEN NIEUW BELGISCH UNIFORM. In navolging van de Engelsche uniformen hebben de Belgische legerautonteiten thans ook besloten in ’t Belgisch leger de khaki-uniform in te voeren. Onze foto toont een aantal Belgen in hun nieuwe uniform, gereed voor ’t front. DE NIEUWE FRANSCHE HELMEN. Voor eenigen tijd brachten wij ’n foto van de nieuwe helmen, die ih’t Fransche leger zouden worden ingevoerd. Thans bereikt ons reeds deze foto, genomen aan het front, waaróp de soldaten alle dezen nieuwen helm dragen. X X regeld ; het zal een excuus zijn voor mijn vertrek. „Voor ik vertrek zal ik mijn juweelen in het kistje sluiten en in de safe plaatsen, waarvan ik je hier den sleutel geef. Ze meenemen zou verdenking opwekken. Drie dagen na mijn aankomst te Parijs zal ik een telegram sturen, dat mijn moeder gestorven is ; dit zal mij veroorloven mijn verblijf met minstens een week te verlengen. Hij zal dan geen argwaan koesteren. Ik zal jou te gelijker tijd een telegram .zenden, waaruit je kunt vernemen, wanneer hij van mij tijding krijgt. Zoodra je mijn bericht ontvangt en je de zekerheid hebt, dat hij thuis is, ga je hem een bezoek brengen, je blijft gedurende een uur bij hem ; dat is niets bijzonders, omdat jullie zulke goede vrienden zijt !” — Voor ’t eerst terwijl-zij sprak, glimlachte zij. „Den dag dat je mijn man bezoekt, breng je een kleine doos mee, Petro, die ik je geven zal voor ik vertrek. In het deksel der doos zit een knop, dien je naar beneden drukt als je de trap opgaat, dan plaats je de doos in een donkeren hoek. Je hebt daarna nog twintig minuten den tijd om mijn man te bezoeken, dien je onder ’n of ander voorwendsel zoo spoedigmogelijkmoet verlaten, om daarna mijn bijouteriekistje te halen en het huis te verlaten, Denk er vooral om Petro,” en ze legde den nadruk op ieder woord, „van af het oogenblik dat je den knop indrukt heb je nog slechts twintig minuten tijd. Vijf minuten daarna zal Irksh zonder gouverneur en ik een weduwe zijn, en... wel, zes maanden later UIT OOSTENRIJK. neem W Ontslag De Chef v. d. Oostenrijkschen Gen. staf, den dienst en word Generaloberst Conrad v, Hötzendorf (x) en je VtOUW ” zijn plaatsvervanger v. Höfer (xx) bij hun * aankomst te Lemberg.
PDF
Nummer
1915, nr. 65, 12 aug. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 6 Petro had doodstil toegeluisterd, terwijl zin na zin het complot in zijn verwonderde ooren drong. In de eenvoudigheid van het plan was ontwijfelbaar het succes gelegen, dat begreep hij, maar de koel berekenende wijze waarop de vrouw haar man ter dood veroordeelde, deed zijn hart bijna stilstaan, en schrik en afschuw vermengden zich met zijn liefde. Hij wist niet wat te denken van deze vrouw die op zoo geraffineerde manier zich van haar echtgenoot wilde ontdoen. Hij rilde ervan. „En is dat alles ?” Vroeg hij op harden toon, toen Hortense had geëindigd. Zij knikte. „Is er geen andere weg?” ging hij voort. „Ik vind dezen niet goed. Het was al erg genoeg het vertrouwen te schenden van den man, die voor mij zoo goed was. Ik kan hem niet vermoorden.” De oogen van de vrouw schitterden als van een furie ; woede en haat joegen haar een vlammend rood naar, de wangen en van haar stoel opspringende siste zij : „Lafaard! Is jouw liefde zoo groot? Ha, ha! Ik dacht en maakte plannen en ben bereid alles te wagen. Heb ik nog niet genoeg geriskeerd door jou lief te hebben ? En nu laat jij mij in den steek ! Je hebt genoeg van me, nietwaar ?” „Neen, neen, ik. . .” „Luister, kapitein Petro Georgewitch !” beval ze. „jij weet hoe ik kan beminnen ; je zult ook weten hoe ik kan haten 1” „Neen, neen,” riep hij uit, „spreek zoo niet, Hortense, liefste! Ik was zwak! Voor een oogenblik speelde mijn geweten mij parten, doch ’t is voorbij ! Vergeef mij !” Hij lag op zijn knieën en hield zijn hoofd gebogen, waardoor hij den lach van triumf op haar lippen niet zag ; hij voelde alleen haar armen om zijn hals. „Zoo ben je weer de oude Petro”, zei ze, haar wang tegen de zijne drukkende. „Geloof me, het is uit liefde voor jou alleen, dat ik zoo ver gis ! En er is niets te vreezen ; mislukking is onmogelijk, ontdekking zoo goed als uitgesloten. De misdaad zal geweten worden aan de nihilisten. Kremeloff is de meest gehate man in Irksh, zooals hij de meest wreede is. je bent toch niet bevreesd, Petro?” „Neen, liefste, dat zweer ik !” „Als je je woord breekt, denk dan aan mijn wraak,” dreigde zij. „Ik zal terugkeeren uit Parijs en je aanklagen bij Kremeloff en je weet wat dat beteekent.” „Ik zweer, dat ik mijn woord houden zal,” zei Petro weer. Er werd bescheiden aan de deur getikt, in een oogenblik stond kapitein Georgewitch in nederige houding aan het eind der kamer. „Entrez 1” beval madame. Een lakei trad binnen met een visitekaartje. Madame keek het in en wierp het onachtzaam ter zijde. Daarna zegelde ze een enveloppe en overhandigde deze aan den wachtenden officier. „Zend hiermee dadelijk een koerier heen !” zei ze. Georgewitch boog en verliet de kamer. Zich nu tot den wachtenden lakei richtende zei madame : „Verzoek den graaf hier te komen !” Alleen gebleven sprong ze uit haar stoel op en lachte, een harden, hatelijken lach. „Dwaas! Dwaas! Jij Petro Georgewitch!” riep ze uit. „Alsof ik zoo’n man zou kunnen beminnen ! Zoo’n leeghoofdigen modegek ! Dan zou ik nog eer Kremeloff kunnen liefhebben. Hij is ten minste een man, die weet wat hij wil, zoo wreed als hij is. Maar ze zijn allen hetzelfde, deze Russen. H.M. DE KONINGIN OP INSPECTIE. De vorige week is H. M. de Koningin aan het hoofd der veldartillerie naar Grcenendaai bij Haarlem gegaan, om aldaar de troepen te inspecteeren, Dat deze tocht van H. M. in de dorpen waar zij doortrok vee! belangstelling trok en dat H. M. overal spontaan werd toegejuicht, behoeft zeker geen nader betoog. Vurige minnaars eerst; daarna, als de liefderoes voorbij is, wreedaards, met harten koud als hun land,” De deur ging open en zij liep er heen, een ‘zonnige glimlach op het gelaat en de beide handen uitgestrekt tot een blij welkom. „O waarde graaf wat ’n heerlijke verrassing !” De graaf drukte een beleefden kus op de hem aangeboden vingers. „Het genoegen is geheel aan mijn zijde,” antwoordde Ds. A.S.CARPENTIER Ds. J N KAUTZALTING. t MAN. Te 's-Gravenhage is de vorige week overleden Ds. A. S. CARPENTIER ALTING, een der mede oprichters van den Protestantenbond. Ds, J. N, KAUTZMAN te Dinxperlo heeft na een 40 jarige evangelie-bediening zijn emeritaat aangevraagd. hij galant op luiden toon. Daarna, toen de bediende verdwenen en de deur gesloten was : „Gaat alles naar wensch, liefste ?” „Uitstekend !” was het antwoord. „Die verliefde jonge dwaas heeft mij zooeven verlaten. Je moet hem op de trap zijn tegengekomen. Hij kent ons plan van buiten en heeft gezworen het uit te voeren. Ik kan hem vertrouwen.” „Dat is goed,” zei de graaf, terwijl hij plaats nam. „Het is een vernuftig plan,” ging Hortense nu in ’t Fransch voort. „Jij hebt een wondervol brein, Alfred ! Ik zou er nooit aan gedacht hebben.” „De eenvoudigheid zelf, Hortense !” zei hij luchthartig. „Het is jammer dat dezelfde hom ook Georgewitch niet kan dooden”, zei ze spijtig. „ Dat zou veiliger geweest zijn !” „Maar de diamanten, Hortense,” hernam de graaf. „Hij is de eenige persoon, die ze kan redden. En als je weigert hem te trouwen, nadat hij Kremeloff gedood heeft, wat kan hij doen ? Hij kan niets uitbrengen zonder zichzelf te verraden.” „Je hebt de bom gereed ? Weet je zeker dat die niet zal falen ?” De graaf lachte. „Ze heeft nog nimmer gefaald,” antwoordde hij. „Wanneer komt de gouverneur terug ?” „Overmorgen! Ik vertrek dienzelfden dag naar Parijs. O, dierbare Alfred, spoedig kan je mij de jouwe noemen !” Ze legde een arm om zijn hals en kuste hem. „In weinige dagen zullen we van dien afschuwelijlcen man verlost zijn, zijn fortuin zal het mijne, het ónze zijn en we zullen in Parijs een gelukkig leven leiden.” II De gouverneur van Irksh had zich nauwelijks van zijn overjas ontdaan, toen zijn jonge vrouw hem te gemoet kwam. Haar gelaat was bleek en nat van tranen. Ze hield een telegram in de hand en ze sprak op zenuwachtigen toon. „Mijn moeder is ernstig ziek, Nicolaas,” zei ze, hem het telegram overhandigende. „Kijk, ik heb juist het bericht ontvangen.” Hij las het langzaam en zuchtte. „Dat is treurig, Hortense,” merkte hij op. „Je gaat zeker dadelijk naar Parijs?” Hij wierp zich mismoedig in een stoel. „Het spijt me dat ik je niet vergezellen kan. ïk zou zoo graag Parijs nog eens terugzien”, ging hij voort met een bedroefden blik in zijn diep-blauwe oogen. „Het is vijf jaar geleden, dat we elkander daar voor ’t eerst ontmoetten.” Hortense keek hem ten hoogste verbaasd aan. Hij sprak niet vaak zoo. Gewoonlijk waren zijn woorden schaarsch en korzelig. Hij scheen haar gedachten te raden, want hij ging voort : „Als ik aan Parijs denk, herinner ik mij de gelukkige dagen daar doorgebracht, toen een leven zonder jou mij onmogelijk scheen. Het leven is zoo anders in jouw warm land. Het wekt liefde op zooals mijn land nooit kan doen. Somtijds denk ik, dat je gelooven moet dat ik veranderd hen, en omdat ik niet steeds bij je kan zijn om je mijn liefde in te fluisteren, je zult gaan meenen, dat mijn liefde voor jou voorbij is.!” „Je vergist je, Nicolaas,” loog zij. „Ik weet dat je werk vaak de schuld is van je onaangename stemming ; dat je weinig tijd overblijft voor teederder gedachten. Maar ik weet dat je mij liefhebt, zooals ik jou liefheb !” „Zooals jij mij bemint, Hortense, bemin ik jou,” zei hij. „Mijn plichten ketenen mij hier, maar jij kunt gaan. Ik zal kapitein Georgewitch order geven je tot aan het station te vergezellen. Ik moet gaan rusten, want ik heb in geen achtenveertig uren geslapen en ben moe. Ga dadelijk, Hortense. Binnen een uur vertrekt er een trein naar de hoofdstad.” Hij stond op, nam haar handen in de zijne en kuste ze. „Tot wederziens, lieve vrouw I Ik hoop spoedig goede tijding van je moeder te hooren.” Hij verliet de kamer en Hortense bleef alleen in gedachten verzonken. Dat was weer de oude Nicolaas, de man dien ze had leeren beminnen en daarna haten, toen ze dacht dat zijn liefde voor haar gestorven was. Het was voor het eerst sedert twee jaar, dat hij haar weer over liefde sprak. Wat had hem zoo op eens veranderd ? Had hij haar nog steeds lief ? Wel, sis dat zoo was, was het nu te laat. Een paar zachte woorden in een gevoelig oogenblik gesproken konden geen jaren van koelheid en veronachtzaming goedmaken ; OPENBARE LEESZALEN IN NEDERLAND. Onder voorzitterschap van jhr mr. E. van Beresteijn is de vorige week in de Oranje-sociëteit te s Gravenhage de algem. vergadering gehouden van de Centrale Vereeniging van Openbare leeszalen in Nederland. In zijn openingsrede memoreerde de voorzitter het feil, dat er uit den aard der zaak in het afgeloopen jaar geen nieuwe leeszalen geopend werden. Wel zijn door tusschenkomst der inrichtingen van den bond tal van militairen van literatuur voorzien. HEIDE-ONTGINNING. Zaterdag 1.1. heeft er nabij Assen de eerste-steeniegging plaats gehad van de laatste hoeve die gebouwd zal worden in de groote ontginning die honderden H.A. beslaat, voor welke onderneming het initiatief is uitgegaan van den oud-minister Cremer. (foto's V, F. B.)
PDF
Nummer
1915, nr. 65, 12 aug. 1915
Blad
07
Tekst
PADVINDERS. Door de Nederlandsche Padvinderorganisatie is er onlangs een tentenkamp opgeslagen te Noordwijk aan Zee, waarvan wij hierboven een foto geven, ons welwillend door een onzer abonné’s toegezonden. morgen zou hij weer dezelfde koude, gevoellooze man zijn, die haar hart in ijs had veranderd. Ze dacht aan den graaf en stond haastig op, zich herinnerende dat ze moest voortmaken om den trein nog te halen. lil. Kapitein Petro Georgewiteh ontving het beloofde telegram van madame Kremeloff uit Parijs en verliet dadelijk daarop zijn kamers om zich naar de woning van den gouverneur te begeven. Zijn besluit was genomen ; de laatste waarschuwingen van zijn geweten had hij tot zwijgen gebracht. Gouverneur Kremeloff was ten doode opgeschreven. Alvorens te vertrekken, had hij de onschuldig lijkende doos, die de bom bevatte in een der zakken van zijn groote, wijde winterjas gestoken. Hij betrad de gouverneurswoning, besteeg de breede trappen, plaatste de doos in een donkeren hoek, drukte op de contactstift en haastte zich naar de kamer van den gouverneur, die zat te schrijven. De gouverneur keek op, glimlachte en ging voort met zijn werk. Op het schrijfbureau stond een klokje, dat luid en snel tikte; het stond met den achterkant naar den kapitein, zoodat hij de wijzerplaat niet zien kon. Hoelang zou de gouverneur hem laten wachten ? Hoeveel minuten waren voorbijgegaan sedert hij de helsche machine in werking had gezet ? De gouverneur hield op met schrijven en keek eenige papieren in, hij was klaarblijkelijk in gedachten verzonken. En de klok tikte gestadig voort 1 Er waren ongetwijfeld al tien minuten verloopen, dacht Petro ongerust. Hij hoestte eens en haalde zijn zakdoek te voorschijn. Zijn handen waren klam, zijn haar nat, terwijl zijn tong hem aan ’t verhemelte plakte van angst. De situatie was afschuwelijk. Weer ging de pen van den gouverneur over het papier, o, zoo langzaam, terwijl die vervloekte klok snel voorttikte. Buiten speelde een torenklok kwartier en Petro berekende, dat de laatste tien minuten waren aangebroken. Zijn hart sloeg als een hamer, zijn bloed joeg hem krankzinnig door de aderen. Het angstzweet stroomde hem langs het gelaat, zijn knieën knikten. Beneden stond de noodlottige doos, waarin de temperatuur bij iedere minuut steeg, tot de explosie zou volgen. Tik-tak, tik-tak, tik-tak 1 ging het kleine klokje ; kras, kras, kras, snerpte de langzaam voortbewegende pen. De kapitein kon nauwelijks ademhalen, de aderen op zijn voorhoofd zwollen tot berstens toe. Hij hoestte weer, een drogen, korten hoest, waardoor zijn keel zeer deed. Nog enkele minuten slechts 1 Hij moest spreken of mee de eeuwigheid ingaan. De tijd van wachten was voorbij. De woorden beefden op zijn lippen. . . Op dit oogenblik stond de gouverneur op en verliet zonder een woord te spreken het vertrek. Oogenblikkelijk volgde de kapitein zijn voorbeeld. Zou er nog tijd wezen zich van de diamanten meester te maken ? Buiten sloeg het vier uur. Hij was nu twintig minuten in huis. Nog vijf minuten restten er. Hij zou ’t probeeren, want hij kon beter sterven, dan Hortense onder de oogen te komen zonder de juweelen. Hij vloog de gang door naar haar kamer, ontsloot de kluis, haalde er het bijouteriekistje uit en verliet zoo snel als zijn voeten hem dragen konden het huis. Nauwelijks een honderd meter de straat ingeloopen, hoorde hij een verschrikkelijke ontploffing, die de geheele omgeving deed daveren en het hoofd omwendende zag hij het gouvernementshuis een prooi der vlammen en verwoesting. IV. Hortense, in Parijs al de gebeurtenissen afwachtende, hoorde spoedig het verschrikkelijke nieuws. Ze zou juist naar den schouwburg gaan met haar broeder. Deze kocht op straat een krant en las daarin dat het paleis van den gouverneur van Irksh door een aanslag der Nihilisten in de lucht was gevlogen. Vijf menschen waren erbij gedood. Vier voorbijgangers die op het noodlottig oogenblik de woning passeerden, en in de woning zelf slechts één, de gouverneur zelf. Wonderlijk dat geen enkele van het personeel tot de slachtoffers behoorde. In allen geval, de man, waarom het ging, Kremeloff, was dood ; de onkenbare overblijfselen van den gouverneur waren gevonden, toen men den brand meester was. Hortense viel, heel gepast, bewusteloos neer en toen ze een half uur later weer bij kennis kwam, snikte ze het uit van verdriet. Drie telegrammen waren er intussenen voor haar gekomen; een officieele van den gouvernementssecretaris ; één van den graaf de Gant, die haar eveneens den dood van Kremeloff meldde en één van Petro waarop slechts het woord „gered” te lezen stond. Haastig maakte zij de noodige toebereidselen en vertrok onmiddellijk naar Irksh. Daar aangekomen nam ze haar intrek in een hotel en de eerste, die haar bezocht, was Petro Georgewiteh. „Het is gelukt,” zei hij, „hier is het kistje met juweelen. TILLY KOENEN In ons vorig nummer maakten wij reeds met enkele woorden melding van de tournee, die onze begaafde zangeres Tilly Koenen door Amerika gaat maken. Van welingelichte zijde ontvingen wij naderhand het bericht, dat wanneer de tijden het toelaten, zij van plan is, zich na afloop der tournée voorgoed in Amerika te vestigen, zoodat wij ten gerieve van haar vele vereerders(sters) haar portret hierboven afbeelden. {foto Ebner) Nu moet ik gaan. Morgen na de begrafenis kom ik terug, Hortense 1” „De graaf de Gant vraagt belet,” zei een bediende. „DE HUWELIJKSREIS” DOOR ARNOLD BENNET. In „Seinpost” te Scheveningen is voor enkele dagen door het gezelschap Verkade de première gegeven van „De Huwelijksreis”, blijspel in 3 bedrijven door Arnold Bennet, den schrijver van „Het groote Avontuur”. Hoewel dit blijspel niet zoo aardig is als het laatstgenoemde stuk, bevat het tal van zeer vermakelijke stukjes dialoog, die door het publiek hooglijk werden gewaardeerd. Onze foto geeft van links naar rechts: Ed. Verkade — Cedric; Ph. La Chapelle — Mr. Haslam; Enny Vrede — Flora Lloyd; Mien Schmidt Craus —- Mrs. Haslam. (foto Couvèe) r~ min „DOOR ’T LAND RIJDEN” is een eigenaardige gewoonte die in Walcheren nog steeds in zwang is en waarvan ook door de jeugd een gretig gebruik wordt gemaakt. Meestal is het doel van die uitstapjes de mooie plaats Domburg. Op bovenstaande foto geven wij een groepje schoolkinderen uit Ritthem, dat onder leiding van het onderwijzerspersoneel een vacantieuitstapje heeft gemaakt, door „Zeelands tuin”. „De graaf de Gant is hier!” riep onmiddellijk daarop een stem, welks klank den kapitein en Hortense deed sidderen van schrik en beiden uitten een kreet van ontzetting, toen ze den doodgewaanden gouverneur van Irksh, Nicolaas Kremeloff, zagen binnentreden en de deur achter zich sluiten. Zijn gelaat was even bleek, als van het paar voor hem, maar terwijl in hun oogen intense angst te lezen stond, waren zijn blauwe oogen zacht en een oogenblik zelfs glimlachte hij. t „Jij kunt gaan, kapitein Georgewiteh,” begon hij. „Als je morgen nog in leven bent, zullen we onze rekening, die van particulieren, niet van politieken aard is, vereffenen.” De kapitein sloop de kamer uit. Hortense viel op de knieën voor haar echtgenoot, het gelaat door wanhoop verwrongen. „Vergeef me, Nicolaas !” riep ze uit. „Vergeef me 1” Hij lachte kort en wierp haar van zich af. „Daar mag je wel om vragen,” beet hij haar toe. „Maar voor zoo’n doortrapte misdadigster als jij ken ik geen vergeving. Jullie waart verrast, dat ik nog leefde ! Je zocht me te dooden en hebt me belogen en bedrogen en niet alleen mij, maar ook Petro Georgewiteh, dien dwaas, die dacht dat jij hem beminde.” Ze snikte het uit en stamelde onsamenhangende woorden. „Je ziet, ik weet alles”, ging hij voort. „Ik was gewaarschuwd voor jouw samenspanning met Georgewiteh, mijn laatste reis was maar voorgewend. Ik keerde denzelfden dag terug en in de geheime schuilplaats naast jouw kamer hoorde ik alles. Ik had echter geen vermoeden op Graaf de Gant. Petro Georgewiteh was een zwakkeling, geheel buigende voor jouw wil; graaf de Gant was een schurk ; dien man beminde jij i Hij bedacht het misdadige plan, waaraan hij zelf ten offer gevallen is. Door zijn eigen bom is die minnaar van jou in stukken gevlogen. Ik heb mijn huis opgeofferd om hem en mij dat genoegen te doen. Het huispersoneel had ik verwijderd ; dat er toch nog onschuldige slachtoffers zouden vallen, had ik niet voorzien. Ik heb het genie van De Gant nog onderschat. Hemzelf had ik de laatste uren opgesloten en wetende welk lot hem wachtte, zullen die uren niet aangenaam zijn geweest.” Hij lachte bitter, terwijl Hortense hem sprakeloos van ontzetting aanstaarde. „Vergiffenis is onmogelijk,” ging hij voort. „Ik wil je nochtans eenig medelijden betoonen. Hier is een tube met vergif; het alternatief is Saghalien, de verblijfplaats der misdadigers, waar allen bidden om een dood die niet komt!” Hij plaatste het fleschje op de tafel en verliet de kamer. Toen hij het hotel verliet, naderde hem een officier met de tijding, dat kapitein Petro Georgewiteh zich door het hoofd geschoten had. Drie dagen later bevond Hortense, geboeid en in lompen gehuld, zich op den langen weg naar het eiland Gaghalien. Begeerig om te dooden, was ze zelf bevreesd voor den dood. Zooals een gedeelte onzer lezers wel reeds zal hebben bemerkt, zijn door een noodlottig abuis in ons vorig nummer de portretten van Ds. J. Draaisma en burgem. J. E. D. During verwisseld.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1791 tot 1795 van 11897