|
PADVINDERS.
Door de Nederlandsche Padvinderorganisatie is er onlangs een tentenkamp
opgeslagen te Noordwijk aan Zee, waarvan wij hierboven een foto geven, ons
welwillend door een onzer abonné’s toegezonden.
morgen zou hij weer dezelfde koude, gevoellooze man zijn,
die haar hart in ijs had veranderd. Ze dacht aan den graaf
en stond haastig op, zich herinnerende dat ze moest voortmaken
om den trein nog te halen.
lil.
Kapitein Petro Georgewiteh ontving het beloofde telegram
van madame Kremeloff uit Parijs en verliet dadelijk
daarop zijn kamers om zich naar de woning van den gouverneur
te begeven. Zijn besluit was genomen ; de laatste
waarschuwingen van zijn geweten had hij tot zwijgen gebracht.
Gouverneur Kremeloff was ten doode opgeschreven.
Alvorens te vertrekken, had hij de onschuldig lijkende
doos, die de bom bevatte in een der zakken van zijn groote,
wijde winterjas gestoken.
Hij betrad de gouverneurswoning, besteeg de breede
trappen, plaatste de doos in een donkeren hoek, drukte op
de contactstift en haastte zich naar de kamer van den
gouverneur, die zat te schrijven. De gouverneur keek op,
glimlachte en ging voort met zijn werk. Op het schrijfbureau
stond een klokje, dat luid en snel tikte; het stond
met den achterkant naar den kapitein, zoodat hij de
wijzerplaat niet zien kon.
Hoelang zou de gouverneur hem laten wachten ? Hoeveel
minuten waren voorbijgegaan sedert hij de helsche machine
in werking had gezet ?
De gouverneur hield op met schrijven en keek eenige
papieren in, hij was klaarblijkelijk in gedachten verzonken.
En de klok tikte gestadig voort 1 Er waren ongetwijfeld
al tien minuten verloopen, dacht Petro ongerust.
Hij hoestte eens en haalde zijn zakdoek te voorschijn.
Zijn handen waren klam, zijn haar nat, terwijl zijn tong
hem aan ’t verhemelte plakte van angst. De situatie was
afschuwelijk.
Weer ging de pen van den gouverneur over het papier, o,
zoo langzaam, terwijl die vervloekte klok snel voorttikte.
Buiten speelde een torenklok kwartier en Petro berekende,
dat de laatste tien minuten waren aangebroken. Zijn hart
sloeg als een hamer, zijn bloed joeg hem krankzinnig door
de aderen. Het angstzweet stroomde hem langs het gelaat,
zijn knieën knikten. Beneden stond de noodlottige doos,
waarin de temperatuur bij iedere minuut steeg, tot de
explosie zou volgen.
Tik-tak, tik-tak, tik-tak 1 ging het kleine klokje ; kras,
kras, kras, snerpte de langzaam voortbewegende pen. De
kapitein kon nauwelijks ademhalen, de aderen op zijn voorhoofd
zwollen tot berstens toe.
Hij hoestte weer, een drogen,
korten hoest, waardoor zijn
keel zeer deed. Nog enkele
minuten slechts 1 Hij moest
spreken of mee de eeuwigheid
ingaan. De tijd van wachten
was voorbij. De woorden beefden
op zijn lippen. . .
Op dit oogenblik stond de
gouverneur op en verliet zonder
een woord te spreken het vertrek.
Oogenblikkelijk volgde de
kapitein zijn voorbeeld. Zou er
nog tijd wezen zich van de
diamanten meester te maken ?
Buiten sloeg het vier uur. Hij
was nu twintig minuten in huis.
Nog vijf minuten restten er.
Hij zou ’t probeeren, want
hij kon beter sterven, dan
Hortense onder de oogen te
komen zonder de juweelen. Hij
vloog de gang door naar haar
kamer, ontsloot de kluis, haalde
er het bijouteriekistje uit en
verliet zoo snel als zijn voeten
hem dragen konden het huis.
Nauwelijks een honderd meter
de straat ingeloopen, hoorde
hij een verschrikkelijke ontploffing,
die de geheele omgeving
deed daveren en het hoofd omwendende
zag hij het gouvernementshuis
een prooi der vlammen
en verwoesting.
IV.
Hortense, in Parijs al de
gebeurtenissen afwachtende,
hoorde spoedig het verschrikkelijke nieuws. Ze zou juist
naar den schouwburg gaan met haar broeder. Deze kocht op
straat een krant en las daarin dat het paleis van den gouverneur
van Irksh door een aanslag der Nihilisten in de
lucht was gevlogen. Vijf menschen waren erbij gedood.
Vier voorbijgangers die op het noodlottig oogenblik de
woning passeerden, en in de woning zelf slechts één, de
gouverneur zelf. Wonderlijk dat geen enkele van het personeel
tot de slachtoffers behoorde. In allen geval, de man,
waarom het ging, Kremeloff, was dood ; de onkenbare overblijfselen
van den gouverneur waren gevonden, toen men
den brand meester was.
Hortense viel, heel gepast, bewusteloos neer en toen ze
een half uur later weer bij kennis kwam, snikte ze het uit
van verdriet. Drie telegrammen waren er intussenen voor
haar gekomen; een officieele van den gouvernementssecretaris
; één van den graaf de Gant, die haar eveneens
den dood van Kremeloff meldde en één van Petro waarop
slechts het woord „gered” te lezen stond.
Haastig maakte zij de noodige toebereidselen en vertrok
onmiddellijk naar Irksh.
Daar aangekomen nam ze haar intrek in een hotel en de
eerste, die haar bezocht, was Petro Georgewiteh.
„Het is gelukt,” zei hij, „hier is het kistje met juweelen.
TILLY KOENEN
In ons vorig nummer maakten wij reeds met enkele woorden melding van
de tournee, die onze begaafde zangeres Tilly Koenen door Amerika gaat
maken. Van welingelichte zijde ontvingen wij naderhand het bericht, dat
wanneer de tijden het toelaten, zij van plan is, zich na afloop der tournée
voorgoed in Amerika te vestigen, zoodat wij ten gerieve van haar vele
vereerders(sters) haar portret hierboven afbeelden. {foto Ebner)
Nu moet ik gaan. Morgen na de begrafenis kom ik terug,
Hortense 1”
„De graaf de Gant vraagt belet,” zei een bediende.
„DE HUWELIJKSREIS” DOOR ARNOLD BENNET.
In „Seinpost” te Scheveningen is voor enkele dagen door het gezelschap Verkade de première gegeven van „De Huwelijksreis”, blijspel in
3 bedrijven door Arnold Bennet, den schrijver van „Het groote Avontuur”. Hoewel dit blijspel niet zoo aardig is als het laatstgenoemde stuk,
bevat het tal van zeer vermakelijke stukjes dialoog, die door het publiek hooglijk werden gewaardeerd. Onze foto geeft van links naar rechts:
Ed. Verkade — Cedric; Ph. La Chapelle — Mr. Haslam; Enny Vrede — Flora Lloyd; Mien Schmidt Craus —- Mrs. Haslam. (foto Couvèe)
r~ min
„DOOR ’T LAND RIJDEN”
is een eigenaardige gewoonte die in Walcheren nog steeds in zwang is en
waarvan ook door de jeugd een gretig gebruik wordt gemaakt. Meestal is
het doel van die uitstapjes de mooie plaats Domburg. Op bovenstaande
foto geven wij een groepje schoolkinderen uit Ritthem, dat onder leiding
van het onderwijzerspersoneel een vacantieuitstapje heeft gemaakt, door
„Zeelands tuin”.
„De graaf de Gant is hier!” riep onmiddellijk daarop een
stem, welks klank den kapitein en Hortense deed sidderen
van schrik en beiden uitten een kreet van ontzetting, toen
ze den doodgewaanden gouverneur van Irksh, Nicolaas
Kremeloff, zagen binnentreden en de deur achter zich
sluiten.
Zijn gelaat was even bleek, als van het paar voor hem,
maar terwijl in hun oogen intense angst te lezen stond,
waren zijn blauwe oogen zacht en een oogenblik zelfs
glimlachte hij. t
„Jij kunt gaan, kapitein Georgewiteh,” begon hij. „Als
je morgen nog in leven bent, zullen we onze rekening, die
van particulieren, niet van politieken aard is, vereffenen.”
De kapitein sloop de kamer uit.
Hortense viel op de knieën voor haar echtgenoot, het gelaat
door wanhoop verwrongen.
„Vergeef me, Nicolaas !” riep ze uit. „Vergeef me 1”
Hij lachte kort en wierp haar van zich af.
„Daar mag je wel om vragen,” beet hij haar toe. „Maar
voor zoo’n doortrapte misdadigster als jij ken ik geen vergeving.
Jullie waart verrast, dat ik nog leefde ! Je zocht me
te dooden en hebt me belogen en bedrogen en niet alleen
mij, maar ook Petro Georgewiteh, dien dwaas, die dacht
dat jij hem beminde.”
Ze snikte het uit en stamelde onsamenhangende woorden.
„Je ziet, ik weet alles”, ging hij voort. „Ik was gewaarschuwd
voor jouw samenspanning met Georgewiteh, mijn
laatste reis was maar voorgewend. Ik keerde denzelfden dag
terug en in de geheime schuilplaats naast jouw kamer hoorde
ik alles. Ik had echter geen vermoeden op Graaf de Gant.
Petro Georgewiteh was een zwakkeling, geheel buigende voor
jouw wil; graaf de Gant was een schurk ; dien man beminde
jij i
Hij bedacht het misdadige plan, waaraan hij zelf ten
offer gevallen is. Door zijn eigen bom is die minnaar van jou
in stukken gevlogen. Ik heb mijn huis opgeofferd om hem
en mij dat genoegen te doen. Het huispersoneel had ik
verwijderd ; dat er toch nog onschuldige slachtoffers zouden
vallen, had ik niet voorzien. Ik heb het genie van De Gant nog
onderschat. Hemzelf had ik de laatste uren opgesloten en
wetende welk lot hem wachtte, zullen die uren niet aangenaam
zijn geweest.”
Hij lachte bitter, terwijl Hortense
hem sprakeloos van ontzetting
aanstaarde.
„Vergiffenis is onmogelijk,”
ging hij voort. „Ik wil je nochtans
eenig medelijden betoonen.
Hier is een tube met vergif;
het alternatief is Saghalien, de
verblijfplaats der misdadigers,
waar allen bidden om een dood
die niet komt!”
Hij plaatste het fleschje op
de tafel en verliet de kamer.
Toen hij het hotel verliet,
naderde hem een officier met
de tijding, dat kapitein Petro
Georgewiteh zich door het hoofd
geschoten had.
Drie dagen later bevond Hortense,
geboeid en in lompen
gehuld, zich op den langen weg
naar het eiland Gaghalien.
Begeerig om te dooden, was ze
zelf bevreesd voor den dood.
Zooals een gedeelte onzer lezers
wel reeds zal hebben bemerkt,
zijn door een noodlottig abuis in
ons vorig nummer de portretten
van Ds. J. Draaisma en burgem.
J. E. D. During verwisseld.
|