|
PANORAMA
DE LOODSENVEREENIGING „NEDERLAND”.
Het hoofdbestuur en de afgevaardigden ter 8e algemeene vergadering van de Loodsenvereeniging „Nederland”, die 17 afdeelingen telt, welke over het geheele land verspreid
zijn. Vooraan, zittend op de 1ste rij: het hoofdbestuur. Middenin, met hamer in de hand: de voorzitter. Staande: de afgevaardigden.
De lucht scheen als met electriciteit geladen. In de drukkende
atmosfeer, die in de kamer heerschte, scheen er iets
te knetteren.
„Neen.” zei Violet, en haar stem klonk nu duidelijk en
kalm. „Ik wil mijn man dien dubbelen slag niet toebrengen,
of zijn plaats in de wereld verzekeren door een leugen
avond zijn rede doen
uitspreken ? Wil je
wachten tot morgen
?”
Ze strekte haar
handen uit. Haar
schoone oogen waren
vol tranen,haarmond
trilde als van een
schreiend kind; ze
was wondermooi in
haar smart.
Haar vijandin
staarde haar met
sombere oogen aan.
Als zij pleitte, als zij
keek zooals nu, wat
zou dit niet voor effect
hebben op Sir
Leslie ? Hij mocht
jaloersch zijn, maar
hij was tevens innig
verknocht aan zijn
jonge vrouw en —
die brieven waren
drie jaar geleden geschreven.
Zij gevoelde
dat haar wraakneming
ijdel zou
kunnen zijn. Ofschoon van een harde natuur was zij geen
slechte vrouw. Jaloerschheid echter, de afschuwelijkste
van alle menschelijke driften, zwiepte haar als een riet
in den storm. Drie jaar lang had zij haar wraakgevoel gekoesterd
en bedwongen, nu, eindelijk, zou zij er aan kunnen
voldoen en de vrouw van beschaving was in haar emotie
even primitief als de ruwe vrouw uit het volk.
Beschaving deed haar heur wapens met meer zorg kiezen,
vlijmender, vernietigender.
„Je zegt dat je heden zooveel verschilt van de vrouw van
drie jaar geleden,” zei ze met gedwongen kalmte. ,,Waarom?”
Violet Melville boog het hoofd.
„Omdat ik mijn man liefheb en moeder ben,” zei ze.
„Ah!” Enid Massingham’s sigarettenkoker klapte dreigend
dicht. Voor haar, de kinderlooze, onbeminde vrouw, was deze
bekentenis niet de meest gelukkige.
„Als dat zoo is, zul je wellicht genegen zijn mijn alternatief
aan te nemen ?” Lady Melville’s gelaat klaarde op.
„is ... is ... er een alternatief ?” fluisterde zij. — ,,Ja 1”
Er was een korte pauze. Toen, als een vloedgolf, kwamen
de woorden van Enid Massingham’s bleeke lippen.
„Als je je man werkelijk liefhebt, zul je genegen zijn tot
een opoffering, een opoffering van — jezelf ! Ik denk er niet
MILITAIR FEEST IN HET KAMP TE ZEIST.
Op Maandag 2 Augustus hebben de Belgische geïnterneerden in het kamp
te Zeist een' groot militair feest georganiseerd ter eere van de verjaring van
H.M. de Koningin-Moeder. Hierboven geven wij een overzicht van het
sportterrein. {foto Du Houx.)
aan dat jij ongestraft zult blijven voor het kwaad dat je
mij berokkend hebt. Het is alleen onder zekere voorwaarden,
dat ik je man onkundig zal laten tot morgen, tot hij zijn
redevoering gehouden heeft.” — „Noem ze.”
„Dat je hier in mijn tegenwoordigheid een brief schrijft aan
je man, waarin je hem zegt, dat je hem nooit hebt liefgehad
en dat je zijn woning verlaat om er nimmer in terug te keeren.
Bij dezen brief zul je de andere brieven sluiten en deze zal
hij vinden als hij thuiskomt, nadat hij zijn politieke rede
gehouden heeft.” Een bittere lach ontsierde haar lippen.
„Het is niet mijn wensch Sir Leslie’s politieke loopbaan te
vernietigen, als ik ’t met eenige mogelijkheid voorkomen kan.”
Stilte 1 Alleen het getik van de kleine klok op den schoorsteenmantel
werd in de kamer vernomen. Van buiten klonk
het rumoer van auto’s, rijtuigen, straatventers tot 'deze
stille kamer door.
Violet, met haar rug tegen den muur geleund, in wanhoop
vechtende voor haar geluk, voelde dat op dit oogenblik
haar hart brak, terwijl daar buiten de wereld in haar dagelijksche
drukte steeds voortbewoog.
„Weet je wel, wat......... wat dit voor je eigen man beteekent?”
vroeg Violet eindelijk. Enid lachte.
„O, ik zal mij van Gerald niet laten scheiden.”
„Je zegt hem te beminnen en — en doet zoo iets?”
„Ik heb hem bemind !”
De hartstochtelijke liefde van de vrouw op reeds gevorderden
leeftijd voor den man vele jaren jonger dan zijzelf, was
veranderd in diepen haat. Zoo dicht naderen de tegenstrijdigheden
des levens elkander.
Enid Massingham keek op de klok, de wijzers wezen vijf
minuten over achten.
„In vijf minuten zal Sir Leslie hier wezen,” zei ze onverschillig.
„Je hebt dus nog vijf minuten om te beslissen of
hij de brieven van jou zal ontvangen of van mij.”
R. RIPHAAGËN. GERARD ARBOUS.
Zondag 15 Aug a.s. hoopt de heer R. RIPHAAGËN den dag te herdenken
waarop hij voor 40 jaar zijn ambt als Godsdienstleeraar bij de Ned. Herv.
Gemeente te Leiden aanvaardde. Vol vuur en plichtsbesef vervult de grijze
jubilaris nog al zijn werkzaamheden. — De bekende voordrachtskunstenaar,
GERARD ARBOUS, die eenige jaren geleden een succesvolle tournée maakte
door Zuid-Afrika en West-Indië en dieTl September a.s. naar Oost-Indië vertrekt
tot het maken van een kunstreis door Java en Sumatra. (foto Geveke).
DE PIERROT-ZANGER MARCEL BARGER.
Het genre is nu niet bij uitstek Nederlandsch te noemen. Neen, gansch
end’ al niet. Het is volkomen Fransch, hè. En toch .... deze Pierrot-zanger
is een volbloed Nederlander, die nooit of te nimmer Frankrijk bezocht.
Hij is nog jong, zeer jong, en wat hij reeds in zijn kunst bereikt, is waarlijk
al veel, zéér veel. Onlangs hoorden wij hem te Zandvoort, alwaar hij
eenige weken achtereen optrad in het Cabaret, dat met zijnen naam Barger
gedoopt werd. En het is voortreffelijk. Hij heeft het Pierrot-genre, hoe moeilijk
ook, aardig onder de knie. Eerstens gebied deze jonkman over een tenorstem
alsje maar heel schaars aantreft, zoo klankrijk en nobel. Voeg daarbij
een dramatisch talent van je« welste, een fijnen smaak voor kleeding eri
verdere „Ausstattung”, soepele en losse bewegingen, doordachte en toch
lenige, natuurlijk aandoende gebaren, en ge hebt een Pierrot voor u, die
klinkt als een klok.
Eilieve, ge moet dezen jonkman in zijn keurig Fransch „Bonsoir, madame
la lune” hooren zingen, en we spreken elkaar daarna nader. Wat een
welbegrepen dramatiek in spel en zangtoon, wat een zachte melancholie,
die niet huilerig of overgevoelig wordt, nergens. Wat deze zanger doet.
is uiterst fijn en gracieus, hij is een aanwinst voor het Nederlandsche élitecabaret,
dat nu wel gaandeweg kan worden saamgesteld, daar er meer en
meer „vraag” naar het Cabaret-genre komt, -n het „aanbod” van begaafde
artisten, die van het Gabaret meer en meerstudie gaan maken, toeneemt. Wie
van fijne, keurige kunst houdt, hij ga dezen Pierrot eens zien wanneer hij
in de stad zijner inwoning een voorstelling geeft. Hij zal een genotvollen
avond doorbrengen.
tegen mijn liefde.Mijn
geheele levenlangheb
ik verkeerde dingen
gedaan. Ik deed verkeerd,
dat ik niet
naarhemtoeging drie
jaar geleden en hem
de waarheid vertelde.
Ik deed verkeerd,
toenik bij jou kwam,
hopende op een
sprank van medelijden
of vrouwelijkheid
in je gemoed. Ik deed
verkeerd, toen ik een
oogenblik je schandelijk
voorstel in beraad
nam. Ik ben
vrouw en moeder. Als
ik mijn man en mijn
huis verlaat, zal dat
gebeuren op zijn bevel,
niet op het jouwe,
maar mijn kind zal
ik niet verlaten. Ik
ken den man, dien ik
getrouwd heb, en hij
zal dat nietwenschen.
Door het onverbrekelijk
recht van het moederschap, behoort mijn kind aan mij.
Hij zal dat recht eerbiedigen en haar niet van mij nemen
uit kracht van een door mannen gemaakte wet, daarom
zal ik minder eenzaam zijn dan jij, Enid Massingham, en
daarom — ga je gang en doe het ergste 1”
De beide vrouwen staarden elkander aan, uitwendig kalm.
Toen haalde mevrouw Massingham een pakje brieven te
voorschijn en begaf zich langzaam naar de deur.
„Ik ga naar beneden,” zei ze, „om dit aan je man te
geven.” — „Dat is niet noodig 1”
De portières, die de twee ineenloopende vertrekken van
elkaar scheidden, werden vaneengeschoven. Sir Leslie
stond in de opening en naderde langzaam de beide vrouwen.
Behalve een vastberaden trek op het gladgeschoren gelaat
toonde het niet de minste opwinding en verraadde het ook
niet, hoe veel of hoe weinig hij gehoord had.
Zeer kalm, maar met een beslistheid, waaraan zij geen
weerstand durfde bieden, ontnam hij mevrouw Massingham
het pak brieven, liep naar den haard, wierp ze er in en wachtte
totdat ze verbrand waren.
„Vergeef me de vrijheid van een oud vriend,” zei hij kalm,
„dat ik onaangediend binnentrad. Ik had het goede geluk
juist vroeg genoeg te komen. Ik hoorde, dat mijn vrouw hier
MILITAIR FEEST IN HET KAMP TE ZEIST.
Na afloop der verschillende wedstrijden werd door Luitenant van Stockum
overgegaan tot het uitreiken der prijzen aan de overwinnaars. Naast hem
Luit. Brondgeest, die blijkbaar met vreugde de uitslagen hoort aflezen, daar
zijn kampioenen uit Harderwijk het leeuwenaandeel wisten te behalen.
(foto du Houx.}
was en Gerald zond mij naar boven. Door een verkeerde deur
binnenkomende, hoorde ik een gedeelte van jelui gesprek,
hetgeen me zoo interesseerde, dat ik de verzoeking niet kon
weerstaan, verder te luisteren. Ik geloof niet, dat het noodig
is, meer te zeggen behalve, dat ik mij moet verontschuldigen,
heden avond niet bij u te kunnen dineeren. Ik stel er prijs
op, den tijd, dien mij nog rest vóór mijn bezoek aan het
parlement, alleen met mijn vrouw door te brengen. Kom
Violet”
Voor een gedeelte van een seconde ontmoetten Violets oogen
die van haar man. Toen volgde ze hem.
Jaren later herinnerde men zich nog, dat de welsprekendheid
van Sir Leslie Melville haar zenith bereikt had. Nimmer
daarvoor of daarna had deze politicus zijn toehoorders zoo
geboeid. Zijn schitterende redevoering deed hem voorgoed
een plaats innemen onder de grootste politieke redenaars.
Niemand wist, dat hij deze groote hoogte van zijn schitterend
redenaarstalent te danken had aan een van die psychologische
momenten, zooals in het leven van een man slechts
eenmaal kan voorkomen, wanneer de liefde zich verheft
boven allen twijfel en alleen staat krachtig door een onbegrensd
vertrouwen.
Het oogenblik, in welke Sir Leslie in zijn oneindig medelijden
met zijn vrouw haar brieven verbrand had, was een
geweest van deze, in welke de sluier wordt opgeheven en de
poorten der ziel geopend, een glimp vertoonende van die
wonderbare volmaaktheid, welke alleen gevonden wordt
bij stervelingen, wier liefde onzelfzuchtig en edel. is.
Alleen zij, die diepe smart hebben ondervonden, kunnen
deze liefde begrijpen.
Maar de vrouw, die aan het bedje van haar slapend kind
nederknielde, begreep dit volkomen.
|