Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1786 tot 1790 van 11897
Nummer
1915, nr. 64, 9 aug. 1915
Blad
06
Tekst
PANORAMA 14 WATERKAMP BIJ DE FRIESCHE MEREN. Door den heer Tjebbes, Directeur der Kweekschool voor Zeevaart te Amsterdam, is een waterkamp georganiseerd, welke gehouden zal worden bij de Friesche Meren. De tocht, waarvoor zeer veel liefhebberij bestond, zal plaats hebben van 1 tot 21 Augustus. Wij geven hierboven links: de groep leiders van den tocht. Midden: gedurende de windstilte worden de deelnemende bootjes gesleept. Rechts: de booten worden bij hun vertrek geschut in de Oranjesluizen te Amsterdam. (foto's V.F.B.) Mevrouw Massingham koos een gemakkelijken stoel uit. „Wel 1 En is het iets waarin ik je helpen kan, lieve?” „Ja!” Enid Massingham nam met zorg een sigaret uit een gouden koker. „Excuseer me,” zei ze. „Ik rook steeds voor het diner. Wil je ? Niet ? Dan vrees ik dat het iets ernstigs is. Natuurlijk zal ’t mij een genot zijn je te helpen, lieve. We kennen elkander al zooveel jaren en dan is men verplicht elkander wederkeerig van dienst te zijn als ’t noodig is. En dan .... Sir Leslie en Gerald zijn zulke dikke vrienden . . . „J .... a!” „Apropos ! Sir Leslie dineert van avond hier. Ik heb hem opgebeld. Gerald wenschte hem te spreken voor hij naar het Lagerhuis gaat. Natuurlijk over de politiek. Vervelend onderwerp, vind je niet ?” „Zeker 1” Enid Massingham lachte. „Wat ’n geluk, dat we niet behooren tot die kringen waar man en vrouw geïnviteerd moeten worden, wil men ze niet beleedigen. Werkelijk, we zijn de Amerikanen wel dank verschuldigd voor sommige gebruiken.” Lady Melville’s oogen keken angstig naar de klok. „Enid,” begon ze eindelijk wanhopig, „ik ... ik heb iets verloren !” Mevrouw Massingham’swenkbrauwen gingen van verbazing omhoog. „Hoe jammer 1 Toch niets van waarde, hoop ik ?” „Zelfs jij kunt er de waarde niet van schatten.” „Hierover heeft ieder zijn eigen denkbeelden, veronderstel ik.” Lady Melville sidderde. „Enid!” smeekte zij. „Enid!” „Wel ?” „Wat voor nut heeft dit schermutselen. Laat ons duidelijk spreken. Vandaag kwam je bij mij aan huis ; je kocht mijn kamenier om voor een groote som om een pakket brieven te stelen door jouw man drie jaar geleden aan mij geschreven.” Mevrouw Massingham was door deze directen aanval min of meer uit het veld geslagen. Ze bleef echter uiterlijk kalm. „Ik zou dit kunnen ontkennen,” antwoordde zij, ..maar dat doe ik niet. Ja, ik heb die brieven en ben voornemens ze te gebruiken.” De andere vrouw greep krampachtig de leuning van haar stoel. „Wanneer ?” De bijna geloken oogen van de gastvrouw openden zich opeens en fonkelden van haat. „Van avond !” „Ah !” De oudere vrouw begluurde de jongere en zag haar gelaat veranderen, ze scheen zienderooge te verouderen. „Als zij -tooneelspeelde,” dacht ze, „zou ze ’t prachtig doen.” „Vanavond moét Leslie zijn redevoering houden in ’t parlement.” „Dat weet ik !”. „Als je dat doet, hoe zal hij dan kunnen spreken ? Hij zal gebroken zijn en zijn toekomst vernietigd.” „Best mogelijk !” „Door jou !” „Pardon . . . .” „Jij wilt mij een slag toebrengen door mijn echtgenoot, een man, die je nooit het minste leed gedaan heeft.” „Jij gaf mij een grooter slag door mijn echtgenoot.” Lady Melville streek met haar beringde vingers over haar oogen. „Ik heb nimmer opgehouden dit te betreuren. Ik was slecht, DE TOOROP-TENTOONSTELLING IN HET KÜNSTNIJVERHEIDSMUSEUM TE HAARLEM. Het moeten sterke schildersbeenen zijn, die een rondreizende tentoonstelling kunnen verdragen. Zoo licht wordt de kunst tot loutere curiositeit wanneer ze, als Toorop’s laatste werk, van plaats tot plaats wordt versjouwd, telkens weer opgesteld en afgebroken, gelijk een kermis-menagerie. Maar inderdaad, er is in deze verzameling zooveel krachtigs, dat het een stoot velen kan. Ook zij, die wat vreemd en. aarzelend staan tegenover Toorop’s veelzijdige, ongelijksoortige werken, voor wie in menig voortbrengsel zijner kunst de diepere beteekenis verborgen blijft, vinden er dingen onder, die hun onverdeelde bewondering zullen oproepen, die ook door de eenvoudigste, enkelvoudigste naturen begrepen en gewaardeerd kunnen worden. Zoo de drie kinderkopjes, welke op onze afbeelding, links van het groote schilderij op den ezel, om den hoek komen kijken. Zijn ze niet bekoorlijk van ongedwongen natuurlijkheid, is daarin niet het jonge, frissche, argelooze, aan kinderen eigen, eens en voor al vastgelegd? En welk een techniek, welk een feilloosheid van wel-overdachte toekenkunst! Er zullen er velen zijn die Toorop’s werk vooral om die uitingen liefhebben, en zich hun oordeel over de andere, talrijke stadiums van zijn steeds en onverwacht evolueerende kunst voorbehouden. (K.F.S.) ijdel, dwaas; maar ’t is nu over. reeds drie jaar . , . waarom kun je het niet laten rusten ?” Een donkerrood kleurde het gelaat van Enid Massingham. „Zoover het mij betreft, zal het nimmer over zijn, en nimmer rusten. Ik was een oudere vrouw dan jij ; mijn leven was leeg, het jouwe vol. Maar ik was gelukkig in de genegenheid van mijn man, totdat jij kwam en hem mij ontroofde. Sedert dien tijd, Violet Melville, heb ik je gehaat en slechts geleefd voor den dag van heden.” „Maar het is toch voorbij, vergeten en jij en Gerald zijn toch verzoend'?” ging Violet voort. Mevrouw Massingham’s gelaat was ondoorgrondelijk. „Ja.” zei ze toonloos. „Wij zijn verzoend!” „En hij heeft waarschijnlijk de geheele dwaze geschiedenis vergeten.” Er kwam geen antwoord ; doch uit de donkere oogen van mevrouw Massingham schoot een blik van zoo intensen haat, dat Violet haastig van onderwerp veranderde. „Het is vruchteloos, vrees ik,” zei ze met droge lippen, „je te vragen mij de brieven terug te geven ; je aan te bieden wat ik bezit in ruil voor hen.” De andere vrouw lachte. „Volkomen nutteloos !” Lady Melville leunde voorover. „Sta me dan dit toe,” smeekte ze ernstig. „Laat ze hem morgen zien, als je wilt, maar niet vanavond. Als je nog een sprankje vrouwelijkheid of medelijden bezit, laat hem dan vanavond spreken. Geloof me, je zult hem morgen niet minder hard vinden.” „Waarom zou ik wachten ? Waarom het zoetste oogenblik van mijn leven, het moment waarvoor ik de laatste jaren geleefd heb, ongebruikt voorbij laten gaan ?” vroeg mevrouw Massingham op ijskouden toon. Lady Melville antwoordde niet dadelijk. Zij stond op en leunde tegen den schoorsteenmantel. Ze scheen al haar krachten bijeen te zamelen. „Luister,” zei ze eindelijk en haar stem klonk zacht maar beslist, „drie jaar geleden was ik een andere vrouw dan thans. Ik was zelfzuchtig, ijdel en wuft. Ik had nog nooit zorg of pijn gekend, nimmer eenige emotie ondervonden. Ik meende geen werkelijk kwaad, toen ik flirtte met Gerald. De menschen praatten, ik liet ze praten. Ik ging voort, gedachteloos tot ik mij in een compromitteerende situatie met hem bevond. Toen schrikte ik wakker en . . . .” „Het onvermijdelijke geschiedde,” ging Enid Massingham bitter voort. „Toen de verhouding gevaarlijk werd, liet de vrouw den man, die niets voor haar was, los en de episode was, zoover haar betrof, geëindigd.” „Toen,” vervolgde lady Melville zwak, „schreef hij mij die dwaze brieven en omdat ik dwaas en .... en een vrouw was, bewaarde ik ze. Thans zijn ze mij minder waard dan het papier waarop zij geschreven zijn.” „Voor uw echtgenoot zullen ze genoeg waarde hebben,” was het stugge antwoord. „Dat weet ik ! O, denk je soms dat ik niet weet, wat dit alles beteekent ? Leslie, als zijn hartstochten worden opgewekt, kan vreeselijk, woedend jaloersch zijn. Hij zal van mij scheiden en ik zal zonder huis, zonder geld, zonder vrienden zijn, een verworpeling. En .... ik zal Estelle, mijn kind, mijn kleine meid moeten verlaten. Jij, die nooit een kind gehad hebt, kunt niet begrijpen wat dat zeggen wil voor een moeder;als je wraak wilt, geloof me, je kunt geen zoeter verlangen. Wil je hiermede tevreden zijn en mijn man hedenVEREENIGING TOT WERKVERSCHAFFING AAN BLINDEN. Dinsdag 3 Augustus herdacht de Vereeniging tot werkverschaffing aan Hulpbehoevende Blinden te Amsterdam haar .50-jarig bestaan. In verband met de tijdsomstandigheden werd dit heuglijke feit zonder veel uiterlijk vertoon gevierd. — Wij geven hierboven een foto van het bestuur der Vereeniging. (V.F.B.) „ELK WAT WILS”. Wij brengen hierboven een foto van de Muziek- en Tooneelvereeniging „Elk wai Wils” te Amsterdam, die zich ten doel stelt het geven van concerten en tooneelopvoeringen in ziekenhuizen en sanatoria. Deze vereeniging, waarvan het secretariaat is gevestigd in de Reinwardtstraat 70 te Amsterdam, werd 11 Mei 1911 opgericht en staat onder leiding van den heer A. Hakkenberg van Gaasbeek.
PDF
Nummer
1915, nr. 64, 9 aug. 1915
Blad
07
Tekst
PANORAMA DE LOODSENVEREENIGING „NEDERLAND”. Het hoofdbestuur en de afgevaardigden ter 8e algemeene vergadering van de Loodsenvereeniging „Nederland”, die 17 afdeelingen telt, welke over het geheele land verspreid zijn. Vooraan, zittend op de 1ste rij: het hoofdbestuur. Middenin, met hamer in de hand: de voorzitter. Staande: de afgevaardigden. De lucht scheen als met electriciteit geladen. In de drukkende atmosfeer, die in de kamer heerschte, scheen er iets te knetteren. „Neen.” zei Violet, en haar stem klonk nu duidelijk en kalm. „Ik wil mijn man dien dubbelen slag niet toebrengen, of zijn plaats in de wereld verzekeren door een leugen avond zijn rede doen uitspreken ? Wil je wachten tot morgen ?” Ze strekte haar handen uit. Haar schoone oogen waren vol tranen,haarmond trilde als van een schreiend kind; ze was wondermooi in haar smart. Haar vijandin staarde haar met sombere oogen aan. Als zij pleitte, als zij keek zooals nu, wat zou dit niet voor effect hebben op Sir Leslie ? Hij mocht jaloersch zijn, maar hij was tevens innig verknocht aan zijn jonge vrouw en — die brieven waren drie jaar geleden geschreven. Zij gevoelde dat haar wraakneming ijdel zou kunnen zijn. Ofschoon van een harde natuur was zij geen slechte vrouw. Jaloerschheid echter, de afschuwelijkste van alle menschelijke driften, zwiepte haar als een riet in den storm. Drie jaar lang had zij haar wraakgevoel gekoesterd en bedwongen, nu, eindelijk, zou zij er aan kunnen voldoen en de vrouw van beschaving was in haar emotie even primitief als de ruwe vrouw uit het volk. Beschaving deed haar heur wapens met meer zorg kiezen, vlijmender, vernietigender. „Je zegt dat je heden zooveel verschilt van de vrouw van drie jaar geleden,” zei ze met gedwongen kalmte. ,,Waarom?” Violet Melville boog het hoofd. „Omdat ik mijn man liefheb en moeder ben,” zei ze. „Ah!” Enid Massingham’s sigarettenkoker klapte dreigend dicht. Voor haar, de kinderlooze, onbeminde vrouw, was deze bekentenis niet de meest gelukkige. „Als dat zoo is, zul je wellicht genegen zijn mijn alternatief aan te nemen ?” Lady Melville’s gelaat klaarde op. „is ... is ... er een alternatief ?” fluisterde zij. — ,,Ja 1” Er was een korte pauze. Toen, als een vloedgolf, kwamen de woorden van Enid Massingham’s bleeke lippen. „Als je je man werkelijk liefhebt, zul je genegen zijn tot een opoffering, een opoffering van — jezelf ! Ik denk er niet MILITAIR FEEST IN HET KAMP TE ZEIST. Op Maandag 2 Augustus hebben de Belgische geïnterneerden in het kamp te Zeist een' groot militair feest georganiseerd ter eere van de verjaring van H.M. de Koningin-Moeder. Hierboven geven wij een overzicht van het sportterrein. {foto Du Houx.) aan dat jij ongestraft zult blijven voor het kwaad dat je mij berokkend hebt. Het is alleen onder zekere voorwaarden, dat ik je man onkundig zal laten tot morgen, tot hij zijn redevoering gehouden heeft.” — „Noem ze.” „Dat je hier in mijn tegenwoordigheid een brief schrijft aan je man, waarin je hem zegt, dat je hem nooit hebt liefgehad en dat je zijn woning verlaat om er nimmer in terug te keeren. Bij dezen brief zul je de andere brieven sluiten en deze zal hij vinden als hij thuiskomt, nadat hij zijn politieke rede gehouden heeft.” Een bittere lach ontsierde haar lippen. „Het is niet mijn wensch Sir Leslie’s politieke loopbaan te vernietigen, als ik ’t met eenige mogelijkheid voorkomen kan.” Stilte 1 Alleen het getik van de kleine klok op den schoorsteenmantel werd in de kamer vernomen. Van buiten klonk het rumoer van auto’s, rijtuigen, straatventers tot 'deze stille kamer door. Violet, met haar rug tegen den muur geleund, in wanhoop vechtende voor haar geluk, voelde dat op dit oogenblik haar hart brak, terwijl daar buiten de wereld in haar dagelijksche drukte steeds voortbewoog. „Weet je wel, wat......... wat dit voor je eigen man beteekent?” vroeg Violet eindelijk. Enid lachte. „O, ik zal mij van Gerald niet laten scheiden.” „Je zegt hem te beminnen en — en doet zoo iets?” „Ik heb hem bemind !” De hartstochtelijke liefde van de vrouw op reeds gevorderden leeftijd voor den man vele jaren jonger dan zijzelf, was veranderd in diepen haat. Zoo dicht naderen de tegenstrijdigheden des levens elkander. Enid Massingham keek op de klok, de wijzers wezen vijf minuten over achten. „In vijf minuten zal Sir Leslie hier wezen,” zei ze onverschillig. „Je hebt dus nog vijf minuten om te beslissen of hij de brieven van jou zal ontvangen of van mij.” R. RIPHAAGËN. GERARD ARBOUS. Zondag 15 Aug a.s. hoopt de heer R. RIPHAAGËN den dag te herdenken waarop hij voor 40 jaar zijn ambt als Godsdienstleeraar bij de Ned. Herv. Gemeente te Leiden aanvaardde. Vol vuur en plichtsbesef vervult de grijze jubilaris nog al zijn werkzaamheden. — De bekende voordrachtskunstenaar, GERARD ARBOUS, die eenige jaren geleden een succesvolle tournée maakte door Zuid-Afrika en West-Indië en dieTl September a.s. naar Oost-Indië vertrekt tot het maken van een kunstreis door Java en Sumatra. (foto Geveke). DE PIERROT-ZANGER MARCEL BARGER. Het genre is nu niet bij uitstek Nederlandsch te noemen. Neen, gansch end’ al niet. Het is volkomen Fransch, hè. En toch .... deze Pierrot-zanger is een volbloed Nederlander, die nooit of te nimmer Frankrijk bezocht. Hij is nog jong, zeer jong, en wat hij reeds in zijn kunst bereikt, is waarlijk al veel, zéér veel. Onlangs hoorden wij hem te Zandvoort, alwaar hij eenige weken achtereen optrad in het Cabaret, dat met zijnen naam Barger gedoopt werd. En het is voortreffelijk. Hij heeft het Pierrot-genre, hoe moeilijk ook, aardig onder de knie. Eerstens gebied deze jonkman over een tenorstem alsje maar heel schaars aantreft, zoo klankrijk en nobel. Voeg daarbij een dramatisch talent van je« welste, een fijnen smaak voor kleeding eri verdere „Ausstattung”, soepele en losse bewegingen, doordachte en toch lenige, natuurlijk aandoende gebaren, en ge hebt een Pierrot voor u, die klinkt als een klok. Eilieve, ge moet dezen jonkman in zijn keurig Fransch „Bonsoir, madame la lune” hooren zingen, en we spreken elkaar daarna nader. Wat een welbegrepen dramatiek in spel en zangtoon, wat een zachte melancholie, die niet huilerig of overgevoelig wordt, nergens. Wat deze zanger doet. is uiterst fijn en gracieus, hij is een aanwinst voor het Nederlandsche élitecabaret, dat nu wel gaandeweg kan worden saamgesteld, daar er meer en meer „vraag” naar het Cabaret-genre komt, -n het „aanbod” van begaafde artisten, die van het Gabaret meer en meerstudie gaan maken, toeneemt. Wie van fijne, keurige kunst houdt, hij ga dezen Pierrot eens zien wanneer hij in de stad zijner inwoning een voorstelling geeft. Hij zal een genotvollen avond doorbrengen. tegen mijn liefde.Mijn geheele levenlangheb ik verkeerde dingen gedaan. Ik deed verkeerd, dat ik niet naarhemtoeging drie jaar geleden en hem de waarheid vertelde. Ik deed verkeerd, toenik bij jou kwam, hopende op een sprank van medelijden of vrouwelijkheid in je gemoed. Ik deed verkeerd, toen ik een oogenblik je schandelijk voorstel in beraad nam. Ik ben vrouw en moeder. Als ik mijn man en mijn huis verlaat, zal dat gebeuren op zijn bevel, niet op het jouwe, maar mijn kind zal ik niet verlaten. Ik ken den man, dien ik getrouwd heb, en hij zal dat nietwenschen. Door het onverbrekelijk recht van het moederschap, behoort mijn kind aan mij. Hij zal dat recht eerbiedigen en haar niet van mij nemen uit kracht van een door mannen gemaakte wet, daarom zal ik minder eenzaam zijn dan jij, Enid Massingham, en daarom — ga je gang en doe het ergste 1” De beide vrouwen staarden elkander aan, uitwendig kalm. Toen haalde mevrouw Massingham een pakje brieven te voorschijn en begaf zich langzaam naar de deur. „Ik ga naar beneden,” zei ze, „om dit aan je man te geven.” — „Dat is niet noodig 1” De portières, die de twee ineenloopende vertrekken van elkaar scheidden, werden vaneengeschoven. Sir Leslie stond in de opening en naderde langzaam de beide vrouwen. Behalve een vastberaden trek op het gladgeschoren gelaat toonde het niet de minste opwinding en verraadde het ook niet, hoe veel of hoe weinig hij gehoord had. Zeer kalm, maar met een beslistheid, waaraan zij geen weerstand durfde bieden, ontnam hij mevrouw Massingham het pak brieven, liep naar den haard, wierp ze er in en wachtte totdat ze verbrand waren. „Vergeef me de vrijheid van een oud vriend,” zei hij kalm, „dat ik onaangediend binnentrad. Ik had het goede geluk juist vroeg genoeg te komen. Ik hoorde, dat mijn vrouw hier MILITAIR FEEST IN HET KAMP TE ZEIST. Na afloop der verschillende wedstrijden werd door Luitenant van Stockum overgegaan tot het uitreiken der prijzen aan de overwinnaars. Naast hem Luit. Brondgeest, die blijkbaar met vreugde de uitslagen hoort aflezen, daar zijn kampioenen uit Harderwijk het leeuwenaandeel wisten te behalen. (foto du Houx.} was en Gerald zond mij naar boven. Door een verkeerde deur binnenkomende, hoorde ik een gedeelte van jelui gesprek, hetgeen me zoo interesseerde, dat ik de verzoeking niet kon weerstaan, verder te luisteren. Ik geloof niet, dat het noodig is, meer te zeggen behalve, dat ik mij moet verontschuldigen, heden avond niet bij u te kunnen dineeren. Ik stel er prijs op, den tijd, dien mij nog rest vóór mijn bezoek aan het parlement, alleen met mijn vrouw door te brengen. Kom Violet” Voor een gedeelte van een seconde ontmoetten Violets oogen die van haar man. Toen volgde ze hem. Jaren later herinnerde men zich nog, dat de welsprekendheid van Sir Leslie Melville haar zenith bereikt had. Nimmer daarvoor of daarna had deze politicus zijn toehoorders zoo geboeid. Zijn schitterende redevoering deed hem voorgoed een plaats innemen onder de grootste politieke redenaars. Niemand wist, dat hij deze groote hoogte van zijn schitterend redenaarstalent te danken had aan een van die psychologische momenten, zooals in het leven van een man slechts eenmaal kan voorkomen, wanneer de liefde zich verheft boven allen twijfel en alleen staat krachtig door een onbegrensd vertrouwen. Het oogenblik, in welke Sir Leslie in zijn oneindig medelijden met zijn vrouw haar brieven verbrand had, was een geweest van deze, in welke de sluier wordt opgeheven en de poorten der ziel geopend, een glimp vertoonende van die wonderbare volmaaktheid, welke alleen gevonden wordt bij stervelingen, wier liefde onzelfzuchtig en edel. is. Alleen zij, die diepe smart hebben ondervonden, kunnen deze liefde begrijpen. Maar de vrouw, die aan het bedje van haar slapend kind nederknielde, begreep dit volkomen.
PDF
Nummer
1915, nr. 64, 9 aug. 1915
Blad
08
Tekst
■ ----- -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- ——---- ■ FIJNSTE SIGAAR NEDERL. ROTO-GRAVURE-MAATSCHAPPIJ - LEIDEN. KAREL. I
PDF
Nummer
1915, nr. 65, 12 aug. 1915
Blad
01
Tekst
Een hoogst interessant panorama van den linker- en rechter Weichseloever bevindt zich op pagina 5 van dit nummer. No. 65 (7a) 12 AUG. 1915 ABONNEMENT PER AFZONDERLIJKE KWARTAAL 26 NUMMERS 7‘/2 CENT Geïllustreerd-weekblad NUMMERS f 1.30 /^•.W.SIJTMORF’S UITG&V/ER.S M A ATS CH A P P 1J - LE 1 D E rs DE TERUGTOCHT DER RUSSEN IN POLEN Het terugtrekken der zware Russische artillerie. De groote kanonnen worden uit de oude stellingen gehaald en naar de nieuwe verdedigingslinie getransporteerd. De Polen vluchten voor de naderende Duitsche legertroepen. In de dorpen in den omtrek van Warschau heerschte in de laatste dagen voor de overgave Een groot gedeelte der arme bevolking heeft have en goed in den steek gelaten, op der stad ontzettende opwinding. Duizenden verlieten de bedreigde streek. de eigenaardige voertuigen nog met zich voerende, wat het kan. De Russische ruiterij trekt zich terug. Nagestaard door de bevolking in hun eigenaardige kleederdracht, trekt de Russische ruiterij zich op de nieuwe verdedigingslinie terug.
PDF
Nummer
1915, nr. 65, 12 aug. 1915
Blad
02
Tekst
PANORAMA ................................................................. .......................tbAJI....... UIT HET ZWARTE BOEK |[ VAN ’N TELEGRAFIST | DOOR J. T. VAN LEIDEN (Vervolg). elk geval komt ’t er op aan zijn vertrouwden te behouden of te herwinnen, hem te vertellen dat ik van Genua naar Venetië ging en vandaar naar de boot, zijn opvatting te vragen over de kwestie met Saninovitch — kortom, zooveel bezorgdheid en belangstelling voor hem te toonen, dat hij vergeet te bedenken of ik misschien bijoogmerken kan hebben.” „Ja, ja — en intusschen zal ik mogen toezien, terwijl jij hem ’t hof maakt op ’t sloependek, in den maneschijn!” „Geloof je nu heusch, dat ik zoo iets zou kunnen ?” vroeg ze zacht. Ik bromde wat binnensmonds. Mary nam mijn arm. „Neen, antwoord me nu ... . je wzeet wel waarom ik ’t alles doe. . . .” „En waarom dan ?” vroeg ik, ofschoon ik haar begreep. Ik worstelde met de telkens terugkeerende gedachte, het dreigende voorgevoel dat ik haar in een van onze ellendige ondernemingen verliezen zou, dat ze ’t slachtoffer zou woorden van dit vreesdijke leven waarin ik haar had meegesleept .... „Ik haat en vervloek ons werk en ons heele bestaan !” barstte ik uit. „En ik dan!” zei ze met haar diepe, zachte stem. „Maar daarom juist: houd nog ’n poos moed; ik doe dit alles immers voor jou —• als ’t voorbij is gaan we ergens ver weg . . . Weer die droom van ergens vergeten samen te leven ! „Als we ’t kunnen !” zei ik. „We zullen ’t kunnen!” antwoordde ze. En toen legde ze den arm om mijn hals, zag me aan en vroeg : „geef je nog iets om me ?” Ik kuste haar, zwijgend, en zwijgend beloofden wre elkaar vol te houden tot het zware einde, dit ééne nog —* en dan : de rust.... Maar terwijl ik opzag in haar violette oogen, naar den weemoedigen trek om haar mond, kon ik het gevoel niet van mij afzetten dat ik haar liefde onwaardig was, dat zij tot beter en edeler dingen was voorbeschikt dan die, welke ze met zulk een schijnbare koelbloedigheid verrichtte. Alles wilde ik doen om haar een reiner toekomst voor te bereiden ; eenmaal moest de dag van onze verlossing komen. Den derden dag kw’am Morlay aan dek, en tot kort voor de landing sprak ik Mary niet meer. Het was de laatste avond op zee. Nog twaalf uren, en de loods zou aan boord zijn gekomen, de quarantaine gepasseerd, de machines zouden stilstaan, en de groote stoomer zou zijn bijeengegaard menschenwereldje loslaten naar alle hoeken van het Amerikaansche vasteland. Op het aanplakbord bij de eersteklassesalon had de purser reeds de gebruikelijke mededeeling bevestigd dat de marconitoestel in verbinding was met de stad New York, en dat draadlooze telegrammen voor alle plaatsen van Amerika en Europa aangenomen weerden. De lucht was koel, en het leek Mary, die naast Morlay op het promenadedek zat, dat het Atlantisch zonlicht schraal moest heeten in vergelijking tot de weelderige stralenwzarmte die de Middellandsche Zee had beschenen. Ze rilde even bij de gedachte aan de komende dingen in het rustelooze, woelige New York. Ze had zich niet al te zeer vergist in de gedragslijn welke Morlay, naar ze te voren vermoedde, volgen zou. Na de wat gedwongen eerste ontmoeting had hij haar met een vriendschappelijkheid behandeld, die zoo openhartig was, dat ze er nu en dan een vagen argwaan door gevoelde. Maar er was een vertrouwelijkheid door ontstaan, die het uitwisselen van gedachten gemakkelijk had gemaakt, zóó, dat Mary dikwijls geheel in haar rol opging. En Morlay, op een prachtigen avond, toen de sterren bij millioenen aan den hemel stonden, en ze naast elkaar in de schaduw van een reddingboot op ’t dek zaten, had zelfs gezinspeeld op het twijfelachtige van de zending die hem naar Europa had gebracht. Later had hij haar ook, in ruwe trekken, van zijn vroeger leven verteld, van zijn moeilijke financieele omstandigheden gedurende zijn studietijd, hoe hij toen reeds, om geld te verdienen, adviezen gaf in zaken van minder goed allooi, hoe hij later in de moerassen van de Tammany-politiek terecht gekomen was en vandaar in de speelholen, waar de rechtskundige raadgevingen van een weinig nauwgezet jurist groote waarde hadden en goed betaald werden. Alleen —• men kwam uit dat onderaardsche, vuile werk nooit meer tot de fatsoenlijke wereld terug. Van Sheldon sprak hij nauwelijks, en dan alleen in algemeene bewoordingen. Uit vrees zich te verraden, dorst Mary hem over deze episode uit zijn leven niet veel vragen te stellen. Toch was Morlay in zijn mededeelingen open­ 2 7Aooi TMederland, r\e Nederlanders, die naar hun aard en gewoonten eiken zomer over de grenzen vliegen om als afwisseling met de *-' vlakke streken van hun vaderland, de hooggebergten van Zwitserland, de fjorden van Noorwegen, de meren van Italië, de kunstschatten van de oude Romeinsche steden of wat dies meer zij, te bezoeken, zij zitten door den oorlog vast binnen de grenzen dier Nederlanden. En dat dit voor hen volstrekt niet zoo heel erg behoeft te zijn, omdat dit vlakke zoo wonderveel moois binnen zijn palen bergt, heeft de Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen bewezen door haar uitgave „Nederland”, waarin zij een keur van foto’s uit alle elf provincies heeft bijeengebracht. De platen op deze pagina’s zijn aan dit, in rotogravure fraai uitgevoerd album, ontleend. Alleraardigst staan daar tusschenin de kleurenreproducties (clichédruk van Drukkerij Levisson den Haag). Zij geven een prachtige afwisseling en verhoogen de waarde van het geheel, waaraan door de opname van eenige pagina’s mobilisatie-souvenirs, nog een bijzondere actueele beteekenis is gegeven. Het is te hopen dat dit album succes en navolging vinde. ■Nijmegen — ©e Tieeswijh. (Tilt het Qlbum „Nederland”, uitgegeven door de TAIj. tot 6x£>t van Staatsspoorwegen, 1915). hartig genoeg. Hij had te veel van het misdadigersleven gezien om zich illusies te maken omtrent den afloop ervan. Hij bekende eerlijk dat het eind van een leven als het zijne ten slotte altijd een ondergang moest zijn, zoo niet materiëel dan toch moreel. Hij had het niet uit neiging gekozen, maar, verzekerde hij, als men er eenmaal in was, bestond er maar één richtingslijn : aan de misdadigheid ook al het intellect te verbinden waarover men beschikte, ze toe te passen met verstand en overleg. En ach, dan verschilde ze niet veel van wat er bijvoorbeeld in de ,,haute finance” werd uitgehaald. Dan werd het een kwestie van beleid en organisatie, had men zijn middelen en zijn medewerkers met het oog van een veldheer te kiezen. Als een generaal moest men dan te midden van een uitgelezen staf zijn plannen uitwerken en ter uitvoering geven. Zoo had Sheldon willen doen, en dat was zijn nieuwe plan : als een Napoleon groot worden door de reuzentaak, die te verrichten was, te verdeelen over de schouders van bekende helpers. „En Sheldon zal zijn doel bereiken, al wordt hem nu op ’t oogenblik ’t leven moeilijk gemaakt. Men heeft een van zijn bolwerken veroverd, maar hemzelf niet te pakken gekregen ; en hij heeft een groot genoeg fortuin bijeengegaard om aan de politie en de justitie van de heele wereld weerstand te kunnen bieden. Geld is alles. Van een Napoleon als hij wil ik graag de Berthier zijn/’ ,,Gelooft u dat Sheldon nooit ten val zal wrorden gebracht ?” vroeg Marv. „Neen, ik zou ’t niet denken. Hij is ’t middelpunt van een te sterke macht. Wat hij doet is zóó in ons Amerikaansche leven geworteld, dat de districtsattorney ’t wel bestrijden maar niet uitroeien kan. Sheldon’s denkbeeld om een trust te maken van alle speelzalen is te verwezenlijken ; en dan hebben we over zulke kapitalen te beschikken dat elke openbare autoriteit ervoor bezwijken moet. In iedereen zit de hartstocht tot dobbelen, in verschillende vormen natuurlijk ; de gedachte aan ’t een of ander onverwacht, gelukkig toeval, de een of andere plotselinge fortuinlijke zet van ’t lot —■ die gedachte zit diep in elk menschenhart, en als de gelegenheid maar geboden wordt, de mogelijkheid maar in ’t uitzicht gesteld, dan laat iedereen zich meesleepen.” Ze zaten een oogenblik zwijgend^ en staarden in den blauw-gouden sterrennacht ; toen vervolgde Morlay : „U vertelt me nu dat u hard werkt voor uw bestaan, oude en merkwaardige dingen opkoopt om die in Amerika met een winstje van de hand te doen ; een fatsoenlijke manier dus om door de wzereld te komen. Maar veronderstel nu eens dat ik met het volgende voorstel bij u kwzam, neem aan dat ik u uitlegde hoe u, zonder uw’ aangename levenswijze op te geven, zonder gevaar te loopen of harder te werken, alleen door u met mij te verbinden, in een enkelen slag vijftigduizend dollars kon binnenhalen van menschen die dat geld even weinig verdienen als wij — zoudt u daar dan niet eens ernstig over denken ?” Mary lachte eens, en haalde zorgeloos de schouders op. „Och —* wie zou dat niet,” zei ze. Maar haar hart klopte sneller, en ze dacht dat het nu komen zou .... In het onzekere licht der sterren ontmoetten hun vragende blikken elkaar. Morlay ging voort : .„Vrouwen zijn in ’t algemeen wat weinig voortvarend. Ze verkiezen gewoonlijk den langeren en meer veiligen weg.” „Soms krijgen ze daar genoeg van. Ik kan u verzekeren dat de langere wzeg dikwijls uiterst vervelend is !” Hij zag haar bewonderend, maar berekenend aan. Mary vroeg zich af of het oogenblik nu gekomen wzas, of hij de hand zou aannemen die zij hem toestak. „O, ik wil wedden dat ü nooit bang zou zijn, als u eenmaal iets ondernomen hadt met den wil om te slagen!” riep hij uit. Ze lachte weer, trots en zelfbewust. „Ik heb zooveel doorgemaakt,” zei ze eenvoudig. Hij knikte. „Ik dacht ’t wel. Ik kon ’t zien, van het begin af. U hebt moed, u bent schrander, u kent de wereld. En u bezit een eigenschap die ten slotte alle andere overtreft: u bent een vrouw die er goed uitziet.” Ze zag hem kalm en ernstig in de oogen. „Waarom zoudt u me dan niet als uw medewerkster willen aannemen ?” Het woord was gesproken en ze gevoelde zich als een schaatsenrijder op verraderlijk dun ijs. Maar vrees of aarzeling kende ze niet. „En wanneer we dat eens deden ?” vroeg hij ontwijkend. „Wel, waarom niet! ” Zelfs in het halve licht zag ze hoe de kleur uit zijn gespannen gezicht wzeek. Hij vroeg langzaam en met beteekenisvollen nadruk : „Begrijpt u wat het voor u beteekenen zou ?” Ze trachtte de gevoelens te onderdrukken die zijn vraag bij haar opwekte. Het was haar als had ze reeds haar geheele leven aan zijn misdadig bestaan verbonden. „Ja,” zei ze zacht.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1786 tot 1790 van 11897